Toelichting bestemmingsplan 'Buitengebied Hardenberg, Bruchterbeekweg 18 Brucht'
Tekst van het document
Norm
Waarde plangebied
NO2
40 µg/m3
9,7 µg/m3
PM2,5
25 µg/m3
7,9 µg/m3
PM10
40 µg/m3
14,1 µg/m3
Tabel 4.2 Luchtkwaliteit plangebied (bron: RIVM)
4.5
Externe veiligheid
Externe veiligheid gaat over de risico's voor mens en milieu bij gebruik, opslag en vervoer van gevaarlijke stoffen. Ook de risico's die luchthavens geven vallen hieronder. Inwoners van een bepaald gebied kunnen te maken krijgen met plaatsgebonden risico (PR). Dit is de kans per jaar dat één persoon overlijdt door een ongeluk met een gevaarlijke stof. In theorie zou die persoon zich onafgebroken en onbeschermd op één bepaalde plaats moeten bevinden. Deze kans mag niet groter zijn dan één op de miljoen. Het groepsrisico (GR) legt een relatie tussen de kans op een ramp en het aantal mogelijke slachtoffers. Het is een maatstaf voor de verwachte omvang van een ramp. Bij de berekening van het GR spelen twee factoren mee: de aard en de hoeveelheid van de gevaarlijke stoffen; het aantal potentiële slachtoffers. In een omgeving met veel inwoners is dit aantal bijvoorbeeld groter dan in een dunbevolkt gebied. Het plangebied ligt niet binnen de risicoafstanden van bedrijven die onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen vallen, van andere gevaarlijke inrichtingen, van transportroutes voor het vervoer van gevaarlijke stoffen of van aardgastransportleidingen. Zie hiervoor afbeelding 4.2. Nader onderzoek naar externe veiligheid wordt niet noodzakelijk geacht.
Toelichting (vastgesteld)
27
bestemmingsplan Bruchterbeekweg 18, Brucht
Afbeelding 4.2 Uitsnede risicokaart (bron: atlasleefomgeving.nl)
4.6
Bodem
De Wet bodembescherming (Wbb) beoogt een effectieve bescherming te bieden voor de kwaliteit van de bodem en het grondwater. Aan de ene kant bevat de wet bepalingen ter regulering van handelingen die een bedreiging vormen voor bodem en grondwater. In de tweede plaats is de wet gericht op de aanpak en sanering (of beheer) van bestaande verontreinigingen. Door bij de aanvraag omgevingsvergunning voor de activiteit 'bouwen' te toetsen aan de Wbb, kan voorkomen worden dat de woning gebouwd wordt op verontreinigde grond. De Wbb is de wettelijke grondslag voor enkele besluiten en regelingen. Eén daarvan is het Besluit Bodemkwaliteit. Het Besluit bodemkwaliteit (Bbk) streeft naar duurzaam bodembeheer waarbij een balans gezocht wordt tussen bescherming van de bodemkwaliteit voor mens en milieu enerzijds en het gebruiken van de bodem voor maatschappelijke ontwikkelingen anderzijds. Het Besluit bevat regels voor kwaliteitsborging (Kwalibo), bouwstoffen, grond en baggerspecie. Bij het opstellen van ruimtelijke plannen moet de vraag worden beantwoord of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het huidige of toekomstige gebruik van die bodem en of deze optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Het uitgangspunt hierbij is dat aanwezige bodemverontreiniging geen onaanvaardbaar risico oplevert voor de gebruikers van de bodem en dat de bodemkwaliteit niet verslechtert door grondverzet.
Dit is het zogenaamde stand still-beginsel. Er is een verkennend bodemonderzoek NEN 5740, 5707 en 5897 uitgevoerd door Dumea Milieu. Zowel voor het huidige als nieuwe erf zijn in de grond en het grondwater geen concentraties boven de tussenwaarde aangetroffen. Er is daarmee geen reden voor het uitvoeren van nader onderzoek. Ook voor wat betreft de onderdelen abest in de bodem en asbest in puin, bestaat een noodzaak tot het uitvoeren van nader onderzoek. Zie Bijlage 3 voor de details van het onderzoek.
28
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Bruchterbeekweg 18, Brucht
4.7
Water
Beleid Op grond van artikel 3.1.6 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moet in de toelichting op ruimtelijke plannen een waterparagraaf worden opgenomen. Deze paragraaf laat zien hoe rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. Het plangebied ligt in het beheergebied van Waterschap Vechtstromen. Het waterbeleid voor dit gebied is vastgelegd in de 'Watervisie 2050' en het 'Waterbeheerprogramma 2022-2027'. Plangebied De inrichting van het plangebied is toegelicht in Hoofdstuk 3. Alle voormalige agrarische bedrijfsgebouwen ter plaatse van Bruchterbeekweg 18 te Brucht worden gesloopt. Het gaat om een bebouwd oppervlak van circa 420 m2. Ook de erfverharding wordt volledig gesaneerd. Er is op dit moment 550 m2 aan erfverharding aanwezig. In ruil voor de sloop/sanering worden twee woningen teruggebouwd op het agrarische perceel ten zuiden van het huidige erf. Deze woningen hebben een maximale maatvoering van 750 m3. Het oppervlakte aan bijgebouwen bedraagt ten hoogste 100 m2. Het totale bebouwde oppervlakte per woning zal circa 300 m2 bedragen. Daarnaast wordt uitgegaan van maximaal 100 m2 aan erfverharding. Het totale verharde oppervlakte binnen het plangebied bedraagt daarmee circa 800 m2. Dit betekent een afname van circa 170 m2 ten opzichte van de huidige situatie. Er komt dus meer ruimte voor infiltratie van het hemelwater.
Er worden geen sloten gedempt of aangelegd. Voor de nieuwbouw wordt gebruik gemaakt van duurzame en niet-uitlogende bouwmaterialen. Uitspoeling van verontreinigende stoffen naar het grond- of oppervlaktewater wordt zo voorkomen. Het bestemmingsplan heeft zowel in kwantitatief als kwalitatief opzicht geen (negatief) effect op de waterhuishouding. Watertoets Op 18 juni 2022 is de digitale watertoetsprocedure doorlopen. Daaruit volgt dat de 'normale procedure' van toepassing is (zie het 'watertoetsdocument' in Bijlage 4).
4.8
Ecologie
Quickscan In het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) is het noodzakelijk om bij ruimtelijke ontwikkelingen te beoordelen in hoeverre er natuurwaarden in het geding zijn. Het plangebied is bezocht door een ecoloog van DoornEco en beoordeeld op het voorkomen van natuurwaarden. Er is door de ecoloog zowel naar soortbescherming als gebiedsbescherming gekeken. De resultaten van het onderzoek zijn samengevat in het rapport 'Ecologische quickscan Bruchterbeekweg 18 Brucht' (7 juni 2022), die is opgenomen als Bijlage 5. In het rapport wordt het volgende geconcludeerd: "Er zijn geen conflicten te verwachten ten aanzien van het NatuurNetwerk Nederland. Afgezien van een eventueel (tijdelijk) stikstofeffect zijn effecten op Natura 2000-gebieden uit te sluiten (zie verderop). Op het terrein is in één van de te kappen bomen een oude kraaiennest aanwezig. Diverse vogelsoorten met jaarrond beschermde nestplaatsen maken zelf geen nest, maar zijn afhankelijk van dit soort oude kraaiennesten om tot broeden te kunnen komen. Deze boom staat niet op de erfgrens en dus is kap van deze boom beoogd. Dit nest zou met de beoogde planvorming permanent verdwijnen. Tijdens het veldbezoek is bonte vliegenvanger vastgesteld binnen het plangebied. Dit betreft een soort met in Overijssel jaarrond beschermd functioneel leefgebied.
Daarnaast zijn enkele spechtengaten aanwezig, waardoor ook enkele andere vogelsoorten van deze lijst voor kunnen komen. Het terrein wordt omgezet in regulier intensief agrarisch gebied, dit biedt geen geschikt leefgebied voor deze soorten. De nieuwe erfinrichting kan op de lange termijn de bestaande functionaliteit overnemen, maar hier gaat nog minimaal enkele tientallen jaren over heen.
Toelichting (vastgesteld)
29
bestemmingsplan Bruchterbeekweg 18, Brucht De woning is geschikt als verblijfplaats voor gebouwbewonende vleermuissoorten. Met de beoogde sloop van deze woning verdwijnt een jaarrond geschikte verblijfplaats (alle functies). De bedrijfsgebouwen die ook gesloopt worden zijn potentieel geschikt als tussen- of zomerverblijfplaats. Nieuwbouw is standaard niet toegankelijk voor vleermuizen, waardoor sprake zou kunnen zijn van een permanent verlies aan verblijfplaatsen. In de elzen en een berk bevinden zich boomholten die geschikt zijn als verblijfplaats voor boombewonende vleermuissoorten. Met de beoogde kap van de bomen om het voormalig erf om te kunnen zetten tot agrarisch perceel, zouden hiermee één of meer verblijfplaatsen permanent kunnen verdwijnen. De planlocatie is geschikt als foerageergebied voor vleermuizen. Aangezien de locatie een beperkte omvang heeft, zal er geen sprake zijn van essentieel leefgebied. (Kleine) Marterachtigen en egel zijn niet vrijgesteld in Overijssel en zouden op het terrein kunnen voorkomen. Het kleinschalige plangebied en de bedrijfsgebouwen bieden veel dekking en is hierdoor zeer geschikt als leefgebied. Bovendien zijn er diverse holletjes van muizen aanwezig, die zowel een rol kunnen spelen in de voedselvoorziening en als verblijfplaats.
De nieuwe erfinrichting kan deze functionaliteit overnemen, maar hier is dan nog een aanvullende ontwerpslag voor nodig om tot een ecologisch hoogwaardiger leefgebied te kunnen komen." Nader onderzoek Aanvankelijk was het de bedoeling om de bomen op het bestaande erf te kappen. Daarmee kon dit erf in de toekomst op efficiënte manier als gras- en/of akkerland ingezet worden. Uit het overleg met de provincie over het erfinrichtingsplan is naar voren gekomen dat deze bomen behouden moet blijven. Daarmee blijven eventueel aanwezige nestplaatsen en verblijfplaatsen voor boombewonende vleermuizen eveneens behouden (zie 3.3 over de juridische verankering van het erfinrichtingsplan). Op dit punt is dan ook geen nader onderzoek meer nodig. Er is wel onderzoek nodig naar gebouwbewonende vleermuizen, kleine marterachtigen en egel. Alecedo Natuurproject heeft dit nadere onderzoek in september 2023 uitgevoerd. Alecedo komt tot de volgende conclusies: Vleermuizen: Op de onderzochte locatie zijn drie soorten vleermuizen aangetroffen, maar deze lijken de omgeving van de boerderij met name te benutten als foerageergebied. Van enige binding met de bebouwing is vooralsnog geen sprake. Het voornemen bestaat om de nieuwbouw in te richten met inbouwvoorzieningen voor vleermuizen.
Egel en kleine marterachtigen: Op de onderzochte locatie zijn geen zichtwaarnemingen gedaan of andere waarnemingen die duiden op de aanwezigheid van deze soorten. Het voornemen bestaat om in het nieuwbouwplan lijnvormige groenstructuren (heggen, houtwallen) op te nemen waardoor egels en kleine marterachtigen kunnen migreren en een functioneel leefgebied geboden krijgen. Het tot nu toe uitgevoerde onderzoek geeft nog geen aanleiding om op termijn een ontheffing in het kader van de Wnb aan te vragen. Mocht het nog uit te voeren voorjaarsonderzoek (vleermuizen) daar wel aanleiding toe geven, dan ligt het, mede door de hierboven genoemde compensatieplannen, in de lijn der verwachting dat hiervoor een ontheffing verkregen kan worden. Het onderzoeksrapport van Alecedo is opgenomen als Bijlage 6. Stikstof Op 1 juli 2021 is de Wet stikstofreductie en natuurverbertering in werking getreden. Onderdeel van deze wet is de vrijstelling voor bouw-, sloop- en eenmalige aanlegactiviteiten, de zogeheten 'bouwvrijstelling'. De Raad van State heeft onlangs geoordeeld dat deze bouwvrijstelling niet voldoet aan het Europees natuurbeschermingsrecht (ABRvS, 2 november 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3159). Dit betekent dat zowel voor de realisatie- als gebruiksfase de stikstofbelasting in kaart moet worden gebracht. Realisatiefase De stikstofberekening voor de realisatiefase is opgenomen als Bijlage 7.
Voorafgaand aan het Aeriusrapport is een verantwoording opgenomen van de werktuigen en het bouwverkeer dat tijdens deze fase ingezet wordt. Uit de berekening blijkt dat er geen sprake is van een stikstofdepositie van meer dan 0,00 mol/ha/jaar binnen Natura 2000-gebieden. Gebruiksfase Voor deze gebruiksfase is alleen de toename in verkeersbewegingen van belang, aangezien de nieuwe woningen gasloos gebouwd worden. Het gaat om een toename van 8,6 motorvoertuigen per etmaal.
30
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Bruchterbeekweg 18, Brucht Daar staat tegenover dat de huidige bedrijfswoning/boerderij op dit moment gasgestookt verwarmd wordt. Als er al sprake is van een toename in stikstofuitstoot, dan is die zeer beperkt. Het is niet aannemelijk dat een dergelijk beperkte toename leidt tot een depositie van meer dan 0,00 mol/ha/jaar binnen Natura 2000-gebieden. Het uitvoeren van een Aeriusberekening voor deze fase is niet noodzakelijk. Conclusie Uit het voorgaande volgt dat het bestemmingsplan qua 'ecologie' uitvoerbaar is.
4.9
Archeologie en cultuurhistorie
Archeologie Archeologische waarden dienen op grond van de Erfgoedwet te worden meegewogen in de besluitvorming over ruimtelijke ingrepen. In het bestemmingsplan 'Buitengebied Hardenberg' (zie 1.3) is aan een klein deel van de slooplocatie de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie 5’ toegekend. De locatie van de nieuwe woningen ligt geheel binnen deze dubbelbestemming. De dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie 5’ schrijft bij bodemingrepen met een oppervlakte van 2.500 m2 en een diepte van 50 cm of meer, archeologisch onderzoek voor. De sloop- en bouwactiviteiten binnen het bestemmingsplan beslaan een kleiner oppervlak. Er wordt 420 m2 aan bebouwing en 550 m2 aan erfverharding binnen het plangebied verwijderd. Het bebouwingsoppervlak voor de nieuwbouw bedraagt circa 600 m2 (incl. bijgebouwen). Er wordt dus ten hoogste 1570 m2 aan grond geroerd. Archeologisch onderzoek is daarmee niet noodzakelijk. Cultuurhistorie Als gevolg van het beleid Modernisering Monumentenzorg is per 1 januari 2012 in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.6.1) bepaald dat overheden verplicht zijn cultuurhistorie integraal mee te wegen bij het opstellen van ruimtelijke plannen. Dit is gebeurd door raadpleging van diverse beleidsnota's (zie Hoofdstuk 2) en door het uitvoeren van een cultuurhistorische analyse.
Een en ander is verwerkt in het ruimtelijk kwaliteitsplan, die is opgenomen als Bijlage 1 en die de basis vormt voor de bestemmingsregeling.
Toelichting (vastgesteld)
31
bestemmingsplan Bruchterbeekweg 18, Brucht
Hoofdstuk 5 5.1
Uitvoerbaarheid
Economische uitvoerbaarheid
De kosten voor realisatie van onderhavig planvoornemen komen voor rekening van de initiatiefnemer. De vaststelling van een exploitatieplan is verplicht voor gronden waarop een aangewezen bouwplan is voorgenomen. Besloten kan worden geen exploitatieplan vast te stellen als: a. het totaal der exploitatiebijdragen dat kan worden verhaald, minder bedraagt dan € 10.000,–; b. er geen bepaalde verhaalbare kosten zijn; c. de verhaalbare kosten uitsluitend de aansluiting van een bouwperceel op de openbare ruimte of de aansluiting op nutsvoorzieningen betreffen; d. het verhaal van kosten anderszins verzekerd is. In dit geval zijn meerdere uitzonderingen van toepassing. Over kosten in verband met eventuele planschade is een overeenkomst gesloten. De begeleidingskosten van het plan worden via de leges verhaald. Het vaststellen van een exploitatieplan is niet nodig.
5.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) verplicht om bij de voorbereiding van een bestemmingsplan vooroverleg te voeren met het Rijk, de provincie en het waterschap. Dit vooroverleg heeft voorafgaand aan de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan plaatsgevonden. Het ontwerpbestemmingsplan heeft vanaf donderdag 21 december 2023 voor de duur van zes weken ter inzage gelegen. Binnen deze termijn zijn geen zienswijzen ingediend.
32
Toelichting (vastgesteld)