TAM-omgevingsplan correcties dubbelbestemming 'Leiding-Gas'
Tekst van het document
TAM-omgevingsplan correcties dubbelbestemming 'Leiding-Gas'
TAM-omgevingsplan correcties dubbelbestemming 'Leiding-Gas'
TAM-omgevingsplan correcties dubbelbestemming 'Leiding-Gas'
Inhoudsopgave
Motivering
4
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging van het plangebied 1.3 De bij het besluit horende stukken 1.4 Leeswijzer
4 4 4 4 4
Hoofdstuk 2
Correctie
5
Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Rijk 3.2 Provinciaal en gemeentelijk beleid
6 6 8
Hoofdstuk 4
8
Aspecten fysieke leefomgeving en milieu
Hoofdstuk 5 Uitvoerbaarheid 5.1 Economische uitvoerbaarheid 5.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
8 8 8
Hoofdstuk 6
9
Evenwichtige toedeling van functies aan locaties
Regels
10
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2 Artikel 3 Artikel 4
Algemene bepalingen Begripsbepalingen Meet- en rekenbepalingen Toepassingsbereik Doelen
10 10 10 10 10
Hoofdstuk 2 Artikel 5 Artikel 6
Functies en gebiedsaanwijzingen Leiding - Gas Leiding - Gas vervallen
11 11 13
Hoofdstuk 3 Artikel 7
Algemene regels voor activiteiten Ruimtelijke bouwactiviteiten
13 13
Hoofdstuk 4 Artikel 8
Procesregels Algemene bepalingen
14 14
Hoofdstuk 5 Artikel 9
Overgangsregels Overgangsrecht
16 16
Bijlagen regels
18
Bijlage 1
18
Begrippen
3
TAM-omgevingsplan correcties dubbelbestemming 'Leiding-Gas'
Motivering Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Dit plan voorziet in het corrigeren van de dubbelstemming Leiding - Gas op een tweetal locaties in de gemeente Hardenberg. Gasleidingen hebben in de gemeente de dubbelbestemming Leiding - Gas gekregen. Binnen de dubbelbestemming valt ook de belemmeringenstrook voor het onderhoud van de leidingen. De belemmeringenstrook bedraagt vijf meter aan weerszijden van de buisleidingen gemeten vanuit het hart van de buisleiding. De bescherming van deze leidingen vindt onder andere plaats via de omgevingsvergunning (voormalige aanlegvergunning). De Gasunie heeft deze leidingen in beheer. De Gasunie is een Nederlands staatsbedrijf dat zorgt voor het transport en de opslag van aardgas en duurzame gassen, zoals waterstof en groen gas. De Gasunie heeft geconstateerd dat in het ‘Bestemmingsplan buitengebied Hardenberg, Reestdal en Bergentheim-Zuid’ (onderdeel van het tijdelijk deel Omgevingsplan gemeente Hardenberg) de dubbelbestemming Leiding Gas op een deel van de gronden ontbreekt. Daarnaast moet in het bestemmingsplan ‘Buitengebied Hardenberg’ (idem) de dubbelbestemming op een locatie aangepast worden. Dit is een omissie. Om de veiligheid rondom de hogedruk aardgastransportleidingen en de gasontvangststations te waarborgen heeft de Gasunie de gemeente Hardenberg verzocht om de dubbelbestemming te corrigeren.
Hierdoor is het feitelijke gebruik van de gronden ook niet meer strijdig met het omgevingsplan en kan vergunningverlening hiermee ook rekening houden. Hiertoe moet het omgevingsplan worden gewijzigd. Dit gebeurt op basis van een TAM-IMRO omgevingsplan. In de volgende hoofdstukken wordt de evenwichtige toedeling van functies aan locaties en de instructieregels nader uitgewerkt.
1.2
Ligging van het plangebied
Het plangebied van het correctie TAM-plan is gelegen in het buitengebied van de gemeente Hardenberg. Het plan omvat een tweetal locaties waar de dubbelbestemming gecorrigeerd wordt. De locaties zijn weergegeven in Hoofdstuk 2.
1.3
De bij het besluit horende stukken
Het TAM-omgevingsplan bestaat uit de volgende stukken: verbeelding (tek.nr NL.IMRO.0160.0000TAM0041-VG01; regels; deze toelichting. Op de verbeelding zijn de functies van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In dit geval betreft dat (enkel) de correctie van de dubbelbestemming Leiding - Gas. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het TAM-omgevingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten, maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het TAM-omgevingsplan.
1.4
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 wordt de correctie beschreven. In hoofdstuk 3 volgt een toetsing van het initiatief aan het geldende, relevante beleid. Vervolgens komen in hoofdstuk 4 de relevante onderzoeks- en milieuaspecten aan de orde. Daarna behandelt hoofdstuk 5 de financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid. Hoofdstuk 6 sluit af met een eindconclusie over de evenwichtige toedeling van de nieuwe functie aan de locatie.
4
TAM-omgevingsplan correcties dubbelbestemming 'Leiding-Gas'
Hoofdstuk 2
Correctie
Het gemeentelijk omgevingsplan van Hardenberg bestaat vooralsnog uit het omgevingsplan van rechtswege. Dit houdt voor de locaties waar deze wijziging betrekking op heeft in: de geldende bestemmingsplannen en de bruidsschat. Op grond van het ‘Bestemmingsplan buitengebied Hardenberg, Reestdal en Bergentheim-Zuid’ (vastgesteld 23-04-2013)' en ‘Buitengebied Hardenberg’ (vastgesteld 02-12-2014) mist op een tweetal locaties de dubbelbestemming Leiding - Gas. In paragraaf 1.1 is de aanleiding van deze wijziging al beschreven. Op deze locaties in het buitengebied moet de dubbelstemming worden toegevoegd respectievelijk gewijzigd. Het gaat om locaties waar legaal bestaande leidingen liggen, maar de dubbelbestemming per abuis mist dan wel aangepast moet worden. Er is gekozen voor een correctie via een wijziging van het omgevingsplan middels TAM-IMRO. De overige bestemmingsplanregels uit de twee plannen Buitengebied, evenals de overige bestemmingsplannen die op de locaties van toepassing zijn, blijven van toepassing. Het gaat in voorliggend plan slechts om de correctie (toevoeging/verlegging) van de dubbelbestemming op de gronden.
Figuur 2.1: Uitsnede 'Bestemmingsplan buitengebied Hardenberg, Reestdal en Bergentheim-Zuid' - aanpijling weergeeft de toevoeging van de dubbelbestemming Leiding - Gas - locatie bevindt zich ten oosten van de Kanaalweg-Oost 3 en loopt ten oosten van en parallel aan de weg Kloosterdijk in Marienberg (bron: regelsopdekaart)
5
TAM-omgevingsplan correcties dubbelbestemming 'Leiding-Gas'
Figuur 2.2: Uitsnede bestemmingsplan 'Buitengebied Hardenberg' - omcirkeld is de verlegging van de dubblbestemming Leiding - Gas - locatie bevindt zich ten westen van Dubbeldam 37 en Hardenbergerweg 35 in Bergentheim (bron: regelsopdekaart)
Hoofdstuk 3
Beleidskader
3.1
Rijk
3.1.1
Besluit kwaliteit leefomgeving
In onderstaande tabel is een toetsing gedaan aan de thema's uit het Bkl. Gekeken is of een thema relevant is voor het project. Vervolgens werkt hoofdstuk 4 de omgevingsaspecten die relevant zijn voor de activiteit nader uit. In voorliggend TAM-omgevingsplan zijn er geen relevante omgevingsaspecten, met uitzondering van externe veiligheid. Hoofdstuk 4 licht dit toe. Thema
Paragraaf Bkl
Relevant voor besluit?
Verwijzing paragraaf H4
Veiligheid
5.1.2
Ja
H4
Waterbelangen
5.1.3
Nee
-
Luchtkwaliteit
5.1.4.1
Nee
-
Geluid door activiteiten
5.1.4.2
Nee
-
Geluid van wegen, spoorwegen en industrieterrein
5.1.4.2a
Nee
-
Slagschaduw van windturbines
5.1.4.4a
Nee
-
Trillingen
5.1.4.4
Nee
-
Bodemkwaliteit
5.1.4.5
Nee
-
Geur
5.1.4.6
Nee
-
Ladder voor duurzame verstedelijking
5.1.5.4
Nee
-
Cultureel erfgoed en werelderfgoed
5.1.5.5
Nee
-
6
TAM-omgevingsplan correcties dubbelbestemming 'Leiding-Gas'
Behoud ruimte voor autowegen, autosnelwegen en hoofdspoorwegen
5.1.6.2
Nee
-
Behoud ruimte voor buisleidingen van nationaal belang
5.1.6.3
Nee
-
Elektriciteitsvoorziening
5.1.7.3
Nee
-
Rijksvaarwegen
5.1.7.4
Nee
-
Toegankelijkheid openbare ruimte
5.1.8
Nee
-
Voorkomen belemmeringen hoofdspoorweginfrastructuur en rijkswegen
5.2
Nee
-
Lozen industrieel afvalwater in openbaar vuilwaterriool
5.2
Nee
-
Bebouwingscontour jacht
5.2
Nee
-
Bebouwingscontour houtkap
5.2
Nee
-
Geluid rond luchthavens
5.1.4.3
Nee
-
Vrije horizon kust
5.1.5.2
Nee
-
Waddenzee en Waddengebied
5.1.5.3
Nee
-
Landsverdediging
5.1.7.2
Nee
-
Communicatie burgerluchtvaart
5.1.7.5
Nee
-
Landelijke fiets- en wandelroutes
5.2
Nee
-
Lokale spoorwegen binnen vervoerregio's
5.2
Nee
-
Figuur 3.1: Instructieregels Bkl 3.1.2
Nationale Omgevingsvisie
Met de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Om dit te kunnen bewerkstelligen laat het Rijk de inrichting van de fysieke leefomgeving meer over aan de decentrale overheden en komt de gebruiker centraal te staan. Wel blijft het Rijk eindverantwoordelijk voor de inrichting van de leefomgeving. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: 1. 2. 3. 4.
ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; duurzaam economisch groeipotentieel; sterke en gezonde steden en regio's; toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is om combinaties te maken en win-win situaties te creëren, dit is echter niet altijd mogelijk. In die gevallen dienen belangen te worden afgewogen. Hiervoor gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1.
2.
3.
Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: in het verleden is scheiding van functies te vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI zoeken we naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere. Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat onze samenleving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van toekomstige generaties.
De beoogde ontwikkeling (correctie dubbelbestemming) betreft geen ontwikkeling op rijksniveau. Het plangebied ligt niet in een gebied waarvoor de NOVI gerichte belangen of opgaven kent. Het plan is daarnaast niet strijdig met de prioriteiten of afwegingsprincipes. Om die reden kan verdere toetsing aan de
7
TAM-omgevingsplan correcties dubbelbestemming 'Leiding-Gas'
NOVI achterwege blijven.
3.2
Provinciaal en gemeentelijk beleid
Doordat dit TAM-plan uitsluitend een correctie inhoudt, is toetsing aan het provinciale en gemeentelijke beleid niet noodzakelijk. Met voorliggend TAM-omgevingsplan worden geen nieuwe functies, sloop of nieuwbouw mogelijk gemaakt. Het betreft slechts een correctie van een missende dubbelbestemming voor bestaande, legale leidingen van de Gasunie.
Hoofdstuk 4
Aspecten fysieke leefomgeving en milieu
De relevante omgevingsaspecten worden beschreven in dit hoofdstuk. In de tabel in paragraaf 3.1.1 is aangegeven welke thema's uit het Bkl relevant zijn voor onderhavige ontwikkeling. Er zijn geen omgevingsaspecten als relevant aangemerkt in de tabel, behalve externe veiligheid. Beknopt komt in dit hoofdstuk aan de orde waarom deze aspecten niet relevant zijn. Hierbij kan wederom het volgende worden geconcludeerd. Doordat dit TAM-plan uitsluitend een correctie inhoudt, is toetsing aan de omgevingsaspecten zoals geluidhinder, luchtkwaliteit, bodem, milieuzonering, archeologie en cultuurhistorie, ecologie, m.e.r. en water etc. niet noodzakelijk. Met voorliggend TAM-omgevingsplan worden geen nieuwe functies, sloop of nieuwbouw mogelijk gemaakt. Het betreft slechts een correctie van een missende dubbelbestemming voor bestaande, legale leidingen van Gasunie. Dit TAM-omgevingsplan heeft in ruimtelijk-functionele zin een geen impact, dat nadere onderzoeken van de omgevingsaspecten niet nodig zijn. Ten aanzien van externe veiligheid kan worden vermeld dat de herstelde dubbelbestemming voor de gasleiding in het 'Bestemmingsplan buitengebied Hardenberg, Reestdal en Bergentheim-Zuid' loopt door de bestemmingen Water, Verkeer - 2 en Agrarisch met waarden - Open veenontginningslandschap.
Voor bestemmingsplan 'Buitengebied Hardenberg' zijn dit de bestemmingen Agrarisch met waarden - Essen- en hoevenlandschap en Natuur - Beekdallandschap. Het betreffen gronden zonder bouwvlakken. Gelet op de functies die ook op de gronden van toepassing zijn, op basis waarvan geen kwetsbare functies zijn toegestaan op de gronden, is er door de toevoeging van de dubbelbestemming geen sprake van strijdigheid. Het TAM-omgevingsplan is uitvoerbaar voor wat betreft het aspect externe veiligheid.
Hoofdstuk 5 5.1
Uitvoerbaarheid
Economische uitvoerbaarheid
Met voorliggend TAM-omgevingsplan worden geen nieuwe functies, sloop of nieuwbouw mogelijk gemaakt. Het betreft slechts een correctie van een missende dubbelbestemming voor bestaande, legale leidingen van Gasunie. Kostenverhaal en nadere anterieure overeenkomsten zijn niet nader aan de orde.
5.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
5.2.1
Participatie
Gezien de aard en omvang van het TAM-plan, dat slechts een correctie van de dubbelbestemming voor bestaande, legale leidingen van Gasunie inhoudt, is besloten geen participatie toe te passen op dit TAM-plan. Met voorliggend plan worden geen nieuwe functies,sloop of nieuwbouw mogelijk gemaakt. 5.2.2
Vooroverleg instanties
Conform artikel 2.2 van de Omgevingswet houdt het bestuursorgaan bij de uitvoering van zijn taken rekening met de taken en bevoegdheden van andere bestuursorganen. Waar nodig vindt hierover afstemming plaats. Met voorliggend TAM-plan worden geen nieuwe functies of sloop en nieuwbouw mogelijk gemaakt. Het betreft slechts een correctie van een missende dubbelbestemming voor bestaande leidingen van Gasunie.
8
TAM-omgevingsplan correcties dubbelbestemming 'Leiding-Gas'
Gezien de aard en omvang van het project worden de vooroverlegpartners bij de terinzagelegging van TAM-plan geïnformeerd. 5.2.3
Zienswijzen
Het ontwerp-wijzigingsbesluit is vanaf 18 december 2025 tot en met 28 januari 2026 zes weken ter inzage gelegd. Gedurende deze periode heeft iedereen de mogelijkheid gehad om een zienswijze in te dienen. Er zijn geen zienswijzen ingediend. Ook zijn er geen ambtshalve wijzigingen. Het plan is ongewijzigd vastgesteld.
Hoofdstuk 6
Evenwichtige toedeling van functies aan locaties
Voor de wijziging van het omgevingsplan gelden de beoordelingsregels uit het Bkl. Dat betekent dat het omgevingsplan enkel mag worden gewijzigd als: Er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (artikel 8.0a, tweede lid van het Bkl); Als daarbij voldaan wordt aan de beoordelingsregels uit hoofdstuk 5 van het Bkl. Op grond van artikel 4.2 Ow moet het omgevingsplan, dan wel een afwijking daarop, er in ieder geval toe leiden dat voor het gehele grondgebied van de gemeente functies evenwichtig aan locaties zijn toegedeeld. Deze taak vormt een voortzetting van het criterium van een goede ruimtelijke ordening uit de Wro, maar dan in de bredere strekking van de fysieke leefomgeving. Het zorgen voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties wordt in het omgevingsplan bereikt door activiteiten onderling evenwichtig over locaties te reguleren. Evenwichtig reguleren van activiteiten, impliceert een locatiegerichte benadering waarbij de schaarse ruimte binnen de fysieke leefomgeving op een zo goed mogelijke wijze wordt verdeeld, ingericht en benut. Een evenwichtige toedeling van functies aan locaties moet als resultante worden beschouwd van alle regels in het omgevingsplan. Met het plan wordt een missende dubbelbestemming Leiding - Gas aangebracht dan wel verlegd voor bestaande gasleidingen van Gasunie.
In de voorgaande hoofdstukken is getoetst aan relevant beleid en aan de instructieregels van het Bkl. Op basis van alle resultaten kan worden geconcludeerd dat ten aanzien van deze ruimtelijke ontwikkeling voldaan kan worden aan een evenwichtige toedeling van functies aan de betreffende locaties. Hierbij is voldaan aan de beoordelingsregels uit artikel 8.0b tot en met 8.0 e van het Bkl.
9
TAM-omgevingsplan correcties dubbelbestemming 'Leiding-Gas'
Regels Dit plan is gericht op het corrigeren van de dubbelbestemming Leiding - Gas. Juridisch is het plan een nieuw hoofdstuk in het omgevingsplan van de gemeente Hardenberg. Technisch is het dat niet, maar dat hoeft ook nog niet. Juridisch moeten de hoofdstukken van dit plan worden gelezen als paragrafen van hoofdstuk 22AO van het omgevingsplan van de gemeente Hardenberg. Dus: hoofdstuk 1 (Algemene bepalingen) moet worden gelezen als hoofdstuk 22AO, paragraaf 1; hoofdstuk 2 (Functies en andere gebiedsaanwijzingen) moet worden gelezen als hoofdstuk 22AO, paragraaf 2; hoofdstuk 3 (Algemene regels ten aanzien van activiteiten) moet worden gelezen als hoofdstuk 22AO, paragraaf 3; hoofdstuk 4 ( Procesregels) moet worden gelezen als hoofdstuk 22AO, paragraaf 4; hoofdstuk 5 (Overgangsregels) moet worden gelezen als hoofdstuk 22AO, paragraaf 5.
Hoofdstuk 1 Artikel 1 1. 2.
Algemene bepalingen
Begripsbepalingen
Bijlage 1 Begrippen bij dit TAM-omgevingsplan correcties dubbelbestemming 'Leiding-Gas' bevat begripsbepalingen voor de toepassing van dit TAM-IMRO-deel van het omgevingsplan. De begripsbepalingen in de volgende bijlagen zijn van toepassing voor dit TAM-omgevingsplan, tenzij in Bijlage 1 Begrippen daarvan is afgeweken: a. bijlage bij de Omgevingswet; b. bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving; c. bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving; d. bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving; e. bijlage I bij het Omgevingsbesluit; f. bijlage 1 bij de Omgevingsregeling.
Artikel 2
Meet- en rekenbepalingen
De meet- en rekenbepalingen uit artikel 22.24 van het omgevingsplan zijn van overeenkomstige toepassing op het meten van de waarden die in dit 'TAM-omgevingsplan correcties dubbelbestemming 'Leiding-Gas'' in m, m2 of m3 zijn uitgedrukt, voor zover hiervan niet in de wijze van meten uit het vigerende bestemmingsplan, als bedoeld in Artikel 3, lid 1, is afgeweken.
Artikel 3 1.
2.
3.
Besluiten op grond van artikel 22.1, onder a, van Omgevingswet zijn niet van toepassing voor zover het gaat over regels opgenomen in het vigerende bestemmingsplan(nen) op de locatie bedoeld in het derde lid, voor zover die regels in strijd zijn met regels in dit 'TAM-omgevingsplan correcties dubbelbestemming 'Leiding-Gas''. De regels in hoofdstuk 22 (zijnde de Bruidsschat) blijven van toepassing en zover die regels in strijd zijn met regels in dit 'TAM-omgevingsplan correcties dubbelbestemming 'Leiding-Gas'' gaan de regels uit hoofdstuk 22 voor, tenzij in de regels van dit 'TAM-omgevingsplan correcties dubbelbestemming 'Leiding-Gas'' is bepaald dat deze regels voor gaan. De regels in dit TAM-omgevingsplan zijn van toepassing op de locatie 'TAM-omgevingsplan correcties dubbelbestemming 'Leiding-Gas'', waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0160.0000TAM0041-VG01 zoals vastgelegd op www.ruimtelijkeplannen.nl.
Artikel 4 1.
Toepassingsbereik
Doelen
Dit omgevingsplan is met het oog op de doelen van artikel 1.3 van de Omgevingswet gericht op het
10
TAM-omgevingsplan correcties dubbelbestemming 'Leiding-Gas'
2.
3.
uitoefenen van de bevoegdheden en taken van de gemeente Hardenberg als bedoeld in artikel 2.1 van de Omgevingswet waarbij sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en andere regels die met het oog daarop nodig zijn als bedoeld in artikel 4.2 van de Omgevingswet. De gemeente Hardenberg staat voor een nieuwe periode van groei waarin we ons ontwikkelen tot landstad Hardenberg. Daarbij staan vier uitgangspunten centraal: a. De groei vasthouden en doortrekken, een stabiele bevolkingsgroei is daarbij een voorwaarde. b. Kwaliteiten toevoegen wordt belangrijker: we streven naar brede welvaart en een aantrekkelijke omgeving om te wonen, te werken of te ondernemen. c. Ruimte als troefkaart: daarmee onderscheiden we ons, in Hardenberg krijg je veel voor weinig. d. Bereikbaarheid en samenwerking als randvoorwaarden: we zijn een regionaal economisch en vervoersknooppunt voor noordoost-Nederland. Met de as Zwolle-Hardenberg als basis voor samenwerking en bereikbaarheid. De ontwikkeling naar landstad Hardenberg vindt plaats op basis van de volgende kenmerken: a. een grote verscheidenheid in het landelijk gebied; b. aantrekkelijk wonen; c. een vitale economie; d. samen bouwen aan een duurzame toekomst.
Hoofdstuk 2 Artikel 5 5.1
Functies en gebiedsaanwijzingen
Leiding - Gas
Oogmerk
De regels over de functie Leiding - Gas in dit artikel zijn gesteld met het oog op: a. b. c. d.
het beschermen van het leidingnetwerk tegen nadelige gevolgen van activiteiten; het behouden en creëren van ruimte voor en in de nabijheid van het leidingnetwerk voor bestaande en toekomstige activiteiten van de landelijk netbeheerder; het creëren van ruimte voor de energietransitie met aandacht voor de kwaliteit, het gebruik en de waarden in het landelijk gebied; het benutten van duurzaam gas en waterstof.
5.2
Toepassingsbereik
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als Leiding - Gas. In geval van strijdigheid van bepalingen gaan de bepalingen van dit artikel vóór de bepalingen die op grond van andere artikelen op de desbetreffende gronden van toepassing zijn. Verder geldt voor zover de op de verbeelding weergegeven dubbelbestemmingen geheel of gedeeltelijk samenvallen, dat de dubbelbestemming Leiding - Gas voorrang krijgt. 5.3
Toegestane gebruiksactiviteiten
5.3.1
Aanwijzing toegestane gebruiksactiviteiten
De voor Leiding - Gas aangewezen gronden zijn mede bestemd voor de volgende gebruiksactiviteiten: a. b. c. d.
de aanleg, het beheer en het onderhoud van gasleidingen en de daarbij behorende belemmeringenstrook; de aanleg en instandhouding van afsluiterschema's; ondergrondse en bovengrondse leidingen en toebehoren; bij deze functie behorende voorzieningen, zoals wegen, paden, parkeervoorzieningen, lichtvoorzieningen, erf- en terreinafscheidingen en groen.
11
TAM-omgevingsplan correcties dubbelbestemming 'Leiding-Gas'
5.4
Verboden gebruiksactiviteiten
5.4.1
Aanwijzing verboden gebruiksactiviteiten
Gebruik dat afwijkt van de gebruiksactiviteiten in artikel 5.3.1 is verboden. In ieder geval omvat het verbod: a.
het gebruik van de gronden en bouwwerken als woning (waaronder niet worden begrepen bestaande woningen), school, kinderopvang of crèche of kleinschalig kamperen.
5.5
Vergunningplichtige bouwactiviteiten
5.5.1
Algemeen
Binnen de als Leiding - Gas aangewezen gronden gelden als regels bedoeld in artikel 22.29, eerste lid, aanhef en onder a de volgende regels: a.
op de gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten behoeve van de gebruiksactiviteiten als bedoeld in lid 5.3 worden gebouwd, met dien verstande dat: 1. de oppervlakte van gebouwen ten behoeve van een gasleiding niet meer bedraagt dan 100 m2 per gebouw en de goot- en bouwhoogte niet meer dan respectievelijk 3 en 6 m bedraagt; 2. de bouwhoogte van overige bouwwerken niet meer dan 3 m bedraagt.
5.5.2
Aanwijzing vergunningplichtige bouwactiviteiten
Het is verboden zonder omgevingsvergunning op de locatie Leiding - Gas een bouwactiviteit uit te voeren, die betrekking heeft op de in de andere ter plaatse voorkomende functie(s) genoemde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 5.5.3
Uitzondering vergunningplichtige bouwactiviteiten
Het bepaalde in artikel 5.5.2 is niet van toepassing, indien het betreft het vervangen, vernieuwen of veranderen van bestaande bouwwerken ten dienste vande gebruiksactiviteiten als bedoeld in lid 5.3, waarbij de oppervlakte en hoogte niet worden vergroot en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering. 5.5.4
Beoordelingsregels vergunningplicht bouwactiviteiten
Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 5.5.2 wordt slechts verleend indien: a.
b.
het betreft het vervangen,vernieuwen of veranderen van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte en hoogte niet worden vergroot en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering, en wordt voldaan aan de beoordelingsregels voor bouwactiviteiten van de ter plaatse toegedeelde functie(s); het (ver)bouwen van een niet-bestaand gebouw of het realiseren van niet-bestaand bouwwerk, geen gebouw zijnde, voldoet aan de volgende voorwaarden: 1. het bouwen heeft geen onevenredig negatieve gevolgen voor het veilig, betrouwbaar en duurzaam functioneren van de ondergrondse distributieverbinding; 2. het bouwen doet geen onevenredige afbreuk aan de oogmerken als bedoeld in lid 5.1; 3. wordt voldaan aan de beoordelingsregels voor bouwactiviteiten van de ter plaatse toegedeelde functie(s).
5.6
Vergunningplichtige overige activiteiten
5.6.1
Aanwijzing vergunningplichtige werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden
Het is verboden in het gebied Leiding - Gas zonder omgevingsvergunning de volgende aanlegactiviteiten te verrichten: a. b. c.
het wijzigen van het maaiveldniveau door ontgronding of ophoging; het indrijven van voorwerpen in de bodem; het verrichten van grondbewerkingen, waartoe wordt gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen,egaliseren en aanleggen van drainage;
12
TAM-omgevingsplan correcties dubbelbestemming 'Leiding-Gas'
d. e. f. g. h. i.
het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van watergangen; het aanleggen van wegen, paden, parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; het aanbrengen van zonnepanelen en de daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur; het opslaan van goederen, (brandbare)stoffen en/of materialen; het aanbrengen en/of rooien van diepwortelende beplantingen en bomen; en, het aanleggen van kabels en leidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur, tenzij het gaat om het aanleggen van de leiding als bedoeld in 5.3.
5.6.2
Uitzondering vergunningplichtige werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden
Het bepaalde in artikel 5.6.1 is niet van toepassing, indien de aanlegactiviteiten: a. a.
b. c. d.
worden verricht in het kader van het normale beheer en onderhoud; op het tijdstip van inwerkingtreding van het TAM-omgevingsplan: 1. is begonnen, voor zover daarvoor tot dat tijdstip geen omgevingsvergunning was vereist; 2. is of mag worden begonnen volgens een verleende omgevingsvergunning; activiteiten die graafwerkzaamheden betreffen als bedoeld in artikel 1, eerste lid van de Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten; het aanleggen en wijzigen van het leidingnetwerk (met inbegrip van bijbehorende voorzieningen); activiteiten die door of in opdracht van de beheerder van de distributieleiding worden verricht in verband met de oogmerken genoemd in lid 5.1.
5.6.3
Beoordelingsregels vergunningplichtige werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden
De omgevingsvergunning als bedoeld in lid 5.6.1 wordt alleen verleend indien door de uitvoering daarvan, of de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen: a. b.
de werken en werkzaamheden geen onevenredig negatieve gevolgen hebben voor het veilig, betrouwbaar en duurzaam functioneren van de ondergrondse distributieverbinding; de werken en werkzaamheden geen onevenredige afbreuk doen aan de oogmerken als bedoeld in lid 5.1.
5.7
Advies
Alvorens het bevoegd gezag beslist over een omgevingsvergunning als bedoeld in 5.5.2 en 5.6.1 wint zij advies in bij de leidingbeheerder omtrent de vraag of hierdoor niet de veiligheid met betrekking tot de gasleiding wordt geschaad.
Artikel 6
Leiding - Gas vervallen
Ter plaatse van Leiding - Gas vervallen zijn de gronden niet meer mede bestemd voor gasleidingen. Ter plaatse geldt de dubbelbestemming in het het vigerende bestemmingsplan, als bedoeld in Artikel 3, lid 1, niet meer.
Hoofdstuk 3 Artikel 7
Algemene regels voor activiteiten
Ruimtelijke bouwactiviteiten
7.1
Bouwen van bouwwerken
7.1.1
Anti-dubbeltelregel
1.
2.
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing. Bouwwerken die eenmaal in aanmerking zijn genomen bij het toestaan van een vergroting van het
13
TAM-omgevingsplan correcties dubbelbestemming 'Leiding-Gas'
oorspronkelijke bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of het gebruik daarvan, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing. 7.2
Toegestane activiteiten
7.2.1
Aanwijzing toegestane bouwactiviteiten
Het is toegestaan zonder omgevingsvergunning een bouwactiviteit te verrichten en het te bouwen bouwwerk in stand te houden en te gebruiken mits het in overeenstemming is met: a. b.
artikel 2.29 van het Besluit bouwwerken leefomgeving; of, artikel 22.27 (uitzonderingen op vergunningplicht – omgevingsplan onverminderd van toepassing), de toegedeelde functie én de (vaste) beoordelingsregels van dit omgevingsplan die op die locatie van toepassing zijn.
7.3
Vergunningplichtige activiteiten
7.3.1
Aanwijzing vergunningplichtige bouwactiviteiten
Het is verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning een bouwactiviteit te verrichten en het te bouwen bouwwerk in stand te houden en te gebruiken, anders dan: a. b.
de bouwactiviteiten als bedoeld in 7.2.1 (toegestane bouwactiviteiten); en, de toegestane bouwactiviteiten, als bedoeld in Hoofdstuk 2.
7.3.2
Beoordelingsregels vergunningplichtige bouwactiviteiten: algemeen
De omgevingsvergunning wordt verleend indien: a. 7.4
de bouwactiviteit voldoet aan de beoordelingsregels als bedoeld in Hoofdstuk 2. Verboden bouwactiviteiten
Het is verboden een bouwactiviteit te verrichten en het te bouwen bouwwerk in stand te houden en te gebruiken: a. b.
met een andere functie en anders dan de bouwactiviteiten bedoeld in Hoofdstuk 2; anders dan de bouwactiviteiten bedoeld in Artikel 7.
Hoofdstuk 4 Artikel 8 8.1
Procesregels
Algemene bepalingen
Rangorde
De regels in dit plan gaan voor op het omgevingsplan dat van rechtswege is ontstaan, met inachtneming van het bepaalde in Artikel 3, lid 1. 8.2
Algemene indienings- en aanvraagvereisten melding en omgevingsvergunning
In aanvulling op artikel 7.3, 7.4 en 7.207b van de Omgevingsregeling, worden bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit of een melding op grond van dit plan de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a.
b. c. d. e.
de gegevens en bescheiden, bedoeld in paragraaf 22.5.2, zijn van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning die is vereist op grond van dit 'TAM-omgevingsplan correcties dubbelbestemming 'Leiding-Gas''; de aanduiding (aard en omvang) van de activiteit of activiteiten waarvoor de omgevingsvergunning wordt aangevraagd c.q. de melding wordt ingediend; naam, adres, e-mailadres (voor zover beschikbaar), en woonplaats van de aanvrager; de verwachte datum van het begin van de activiteit ingeval van een melding; een situatietekening of kaart met een schaal van tenminste 1:1.000 voorzien van een noordpijl waarop
14
TAM-omgevingsplan correcties dubbelbestemming 'Leiding-Gas'
f.
8.3 1. 2.
8.4 1.
2.
8.5
de ligging, indeling en uitvoering van de activiteit op de locatie ten opzichte van de omgeving is aangegeven; gegevens en bescheiden die samenhangen met een eventuele benodigde beoordeling op grond van dit plan. Advies Het bevoegd gezag vraagt advies aan de stadsbouwmeester over de welstandsaspecten van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor bouwactiviteiten; De stadsbouwmeester baseert zijn/haar welstandsadvies op de criteria uit de vastgestelde beleidsregels over het uiterlijk van bouwwerken als bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet. Voorzover de regels aan ruimtelijke bouwactiviteiten met betrekking tot de voorgeschreven maximale goothoogte en maximale bouwhoogte en de plaatsing op het bouwperceel ruimte bieden voor verschillende mogelijkheden van het realiseren van gebouwen, is deze ruimte tevens bedoeld voor het kunnen stellen van voorwaarden op basis van deze welstandscriteria (voor zover die binnen het betreffende gebied van toepassing zijn) mits: a. de vermindering van de goot- en bouwhoogte niet meer bedraagt dan 15% van de maximaal toegestane goot- en bouwhoogte; en, b. de binnen de regels te realiseren oppervlakte niet wordt verminderd.
Algemene beoordelingsregels aanvraag omgevingsvergunning Voor een activiteit waarvoor overeenkomstig de daarop toepasselijke beoordelingsregels, als bedoeld in hoofdstuk 2, geen omgevingsvergunning kan worden verleend, of die niet overeenkomstig de voor de activiteit geldende algemene regels in deze hoofdstukken kan worden uitgevoerd, kan een omgevingsvergunning worden verleend als wordt voldaan aan de volgende criteria: a. er zijn geen geschikte alternatieven en het doorgang vinden van de activiteit is noodzakelijk met het oog op een van de daarop toepasselijke doelen en/of oogmerken; en, b. het met weigering van de omgevingsvergunning of handhaving van de algemene regel, als bedoeld in de aanhef, te dienen belang is onevenredig in verhouding tot het doel en/of oogmerk van de activiteit. Bij de toepassing van het eerste lid, worden de rechtstreeks bij de activiteit betrokken omgevingsdoelen en/of –oogmerken afgewogen, af voor zover niet uit een instructieregel, dit omgevingsplan of de aard van de betrokken activiteit een beperking voortvloeit. Algemene weigeringsgronden omgevingsvergunning
Een omgevingsvergunning kan in ieder geval worden geweigerd in het belang van: a. b. c. d. 8.6 1. 2. 3. 4. 5.
het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit; het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften; een evenwichtige toedeling van functies aan locaties; en, de gemeentelijke doelstellingen als opgenomen in Artikel 4. Algemene bevoegdheid stellen maatwerkvoorschriften of vergunningvoorschriften Er kunnen met het oog op de belangen zoals genoemd in dit omgevingsplan maatwerkvoorschriften worden gesteld ten aanzien van activiteiten zoals opgenomen in hoofdstuk 2. Met een maatwerkvoorschrift kan worden afgeweken van de artikelen in dit hoofdstuk tenzij anders is bepaald. Deze maatwerkvoorschriften strekken slechts tot het waarborgen van de veiligheid, het beschermen van de gezondheid en het beschermen van het milieu. Maatwerkvoorschriften worden genomen in onvoorziene situaties, bijzondere gevallen, lokale omstandigheden en het bereiken van ambities voor de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Een maatwerkvoorschrift wordt niet gesteld als over dat onderwerp een voorschrift aan een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit kan worden verbonden.
15
TAM-omgevingsplan correcties dubbelbestemming 'Leiding-Gas'
6.
8.7 1.
2.
8.8 1. 2.
3.
Er kunnen voorschriften aan een omgevingsvergunning worden verbonden. Deze vergunningvoorschriften strekken slechts tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de vergunning is vereist. Gelijkwaardigheid Het is verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning in plaats van een maatwerkregel of een vergunningvoorschrift als bedoeld in 8.6, een gelijkwaardige maatregel te treffen. Met de gelijkwaardige maatregel wordt ten minste hetzelfde resultaat bereikt als met de voorgeschreven maatregel of het vergunningvoorschrift is beoogd. Normadressaat Aan de hoofdstukken 1, 4 en 5 die algemeen geldende bepalingen bevatten, wordt door een ieder – waaronder de gemeente - voldaan. Aan het hoofdstuk 2 dat gaat over de verschillende gebiedsaanwijzingen wordt voldaan door de eigenaar van de locatie en/of degene die uit anderen hoofde bevoegd is over de locatie te beschikken. Diegene draagt zorg voor de naleving van de regels over de locatie. Aan hoofdstuk 3 wordt voldaan door degene die de activiteit verricht en/of laat verrichten. Diegene draagt zorg voor de naleving van de regels over de activiteit.
Hoofdstuk 5 Artikel 9 9.1 1.
2. 3.
9.2 1.
2.
3.
4.
Overgangsregels
Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van dit 'TAM-omgevingsplan correcties dubbelbestemming 'Leiding-Gas'' aanwezig of in uitvoering is, of gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van dit 'TAM-omgevingsplan correcties dubbelbestemming 'Leiding-Gas'', mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk met maximaal 10%. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van dit 'TAM-omgevingsplan correcties dubbelbestemming 'Leiding-Gas'', maar zijn gebouwd zonder omgevingsvergunning en in strijd met het daarvoor geldende omgevingsplan van rechtswege, daaronder begrepen de overgangsbepalingen.
Overgangsrecht gebruik ten dienste van functie Het gebruik van gronden en bouwwerken ten dienste van de functie (of andere gebiedsaanwijzing) als bedoeld in hoofdstuk 2 dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van dit 'TAM-omgevingsplan correcties dubbelbestemming 'Leiding-Gas'' en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. Het is verboden het met dit 'TAM-omgevingsplan correcties dubbelbestemming 'Leiding-Gas'' strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dit 'TAM-omgevingsplan correcties dubbelbestemming 'Leiding-Gas'' strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van dit 'TAM-omgevingsplan correcties dubbelbestemming 'Leiding-Gas'' voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik, dat al in strijd was met het voorheen geldende
16
TAM-omgevingsplan correcties dubbelbestemming 'Leiding-Gas'
omgevingsplan van rechtswege voor die locatie, daaronder begrepen de overgangsbepalingen. 9.3 1.
2.
3.
4.
Overgangsrecht overige activiteiten Een ontheffing of vergunning voor een activiteit die op grond van dit 'TAM-omgevingsplan correcties dubbelbestemming 'Leiding-Gas'': a. vergunningplichtig is, geldt als een omgevingsvergunning voor die activiteit; b. meldingsplichtig is, geldt als een melding voor die activiteit. Een melding of een informatieplicht voor een activiteit die op grond van dit 'TAM-omgevingsplan correcties dubbelbestemming 'Leiding-Gas'' meldingsplichtig is, geldt als een melding voor die activiteit. Een voorschrift uit een onherroepelijke omgevingsvergunning voor een activiteit die op grond van dit 'TAM-omgevingsplan correcties dubbelbestemming 'Leiding-Gas'' niet vergunningplichtig is, geldt als een maatwerkvoorschrift voor zover het mogelijk is op grond van dit omgevingsplan over die activiteit maatwerkvoorschriften te stellen. Op activiteiten die op het moment van de inwerkingtreding van dit 'TAM-omgevingsplan correcties dubbelbestemming 'Leiding-Gas'' krachtens de tot dan geldende wetgeving en voorschriften plaatsvinden, zijn de bepalingen van de hoofdstukken 1 en 3 t/m 5 van dit omgevingsplan rechtstreeks van toepassing.
17
TAM-omgevingsplan correcties dubbelbestemming 'Leiding-Gas'
Bijlagen regels Bijlage 1 Begrippen In dit TAM-omgevingsplan correcties dubbelbestemming 'Leiding-Gas' wordt verstaan onder: 1.
2.
3.
4.
5.
6.
7.
bestaand(e) aantal, afmeting, afstand, bedrijf, bouwhoogte, bouwwerk, goothoogte, inhoud, inrichting, object, oppervlakte, plaats, situatie en vorm: a. aantal, afmeting, afstand, bedrijf, bouwhoogte, bouwwerk, goothoogte, inhoud, inrichting, object, oppervlakte, plaats, situatie of vorm, zoals dat of die rechtens bestaat op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van het plan, dan wel nadien krachtens een omgevingsverguning, waarvoor de aanvraag is ingediend voor dat tijdstip, kan worden gerealiseerd; bouwen: a. het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; bouwperceel: a. een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; bouwwerk: a. elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; gebouw: a. elk bouwwerk, met uitzondering van windturbines, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; kleinschalig kamperen: a.
kamperen in de vorm van recreatief medegebruik op een kampeerterrein geschikt voor een beperkt aantal kampeermiddelen; (ver)bouwen: a. het bouwen, herbouwen, verbouwen danwel uitbreiden van een gebouw.
18