CConstaterende datHardenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

Strategiebrief Energietransitie en -innovatie

gemeenteraad 25 april 2023, gemeente HardenbergBij agendapunt: Strategiebrief energietransitie en -innovatie9.206 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Strategiebrief Energietransitie en -innovatie Hardenberg, 14 maart 2023 Zaaknummer: 483673

Aanleiding We willen ons energiebeleid vernieuwen. En samen met u keuzes maken. In deze brief vertellen we voor welke beleidskeuzes we staan. Bij het maken van deze keuzes hebben we gebruik gemaakt van onze reguliere contacten met inwoners en bedrijven, zoals we die al hebben vanuit onze projecten rond duurzaamheid. Met een vernieuwd energiebeleid passen en scherpen we de programmalijnen energie uit het vastgestelde Meerjarenprogramma (MJP) Duurzaam Hardenberg 2020-2024 aan. We verschuiven accenten. En we zorgen ervoor dat de eigen gemeentelijke doelen in de pas lopen met de landelijke doelen uit het klimaatakkoord.

Strategiebrief over de energietransitie en energie-innovatie We gaan op weg naar het behalen van de doelen in 2050. Daarvoor maken we in 2024 een nieuw en adaptief programma voor de energietransitie en energie-innovatie. Daarover gaan we vooraf in gesprek met onze inwoners, bedrijven en partners. Deze strategiebrief geeft alvast richting en kaders voor dit nieuwe programma. Deze brief is ook een nadere uitwerking van de afspraken uit het Coalitieakkoord. Vrijwel tegelijk met deze brief ontvangt u de monitor duurzaam Hardenberg. Daarin geven we aan waar we nu staan in de energietransitie en het behalen van onze doelen. In deze brief gaan we in op de volgende onderwerpen: a. De energie en warmtetransitie in de gebouwde omgeving (inwoners, bedrijven, eigen gebouwen) b. Opwek van duurzame energie (stroom en gas) c. Energie-innovaties d. Onze eigen gebouwen en activiteiten We nemen voor het eerst ook verkeer en vervoer mee als opgave in de energietransitie en -innovatie. De brief is op onderdelen agenderend van karakter. Want we kunnen niet op alle onderdelen nu al zicht bieden op de toekomstige vraagstukken en mogelijke oplossingsrichtingen. Dit komt ook doordat we deze samen met onder meer inwoners, bedrijfsleven en partners verkennen en oppakken. In het Meerjarenprogramma staan ook programmalijnen voor klimaatadaptatie en circulariteit.

Voor het onderdeel klimaatadaptatie hebben we het programma Klimaat, Water en Biodiversiteit gemaakt. Voor het onderdeel circulariteit maken we een uitvoeringsagenda Circulariteit. Deze onderwerpen komen in deze brief dus niet terug.

De redenen om het energiebeleid te vernieuwen Sinds we ons Meerjarenprogramma hebben gemaakt, is er veel gebeurd. Er zijn veel ontwikkelingen geweest rond de onderwerpen energie en klimaat. We zetten ze hieronder voor u op een rij. ▪ Ambities en doelen: we willen de opwarming van de aarde tegengaan. Daarom zijn de ambities en doelen van het klimaatbeleid internationaal en nationaal verder aangescherpt. De EU moet in 2030 minimaal 55% CO2 minder uitstoten (t.o.v. de uitstoot in 1990). In 2050 wil de Europese Unie klimaatneutraal zijn. Dat betekent dat we dan netto geen broeikasgassen meer uitgestoten. Onze ambities en doelen uit het MJP sluiten hier niet goed meer op aan. ▪ Klimaatakkoord en Klimaatwet: Nederland heeft klimaatdoelen vastgelegd in de nationale Klimaatwet. In het eerste Klimaatplan staan de hoofdlijnen van beleid. Dit plan loopt tot 2030. ▪ Energiecrisis: door de oorlog in Oekraïne zitten we midden in een energiecrisis. De prijzen voor stroom en gas zijn hoog, onzeker en veranderen sterk. Dit heeft grote gevolgen voor onze inwoners, maatschappelijke organisaties en bedrijven. We nemen snel maatregelen om onze inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties te helpen. Maar deze crisis laat ons zien dat we ons energiegebruik moeten verlagen. En dat we sneller stappen moeten zetten in de energie- en warmtetransitie bij huishoudens en bedrijven.

▪ RES 2.0: in de RES 1.0 staat dat we in de regio West-Overijssel in 2030 tenminste 1,8 TWh duurzame elektriciteit opwekken. Het doel is dat de duurzame elektriciteit voor 40% uit zonne-energie (veld en dak) bestaat en voor 60% uit windenergie. De bijdrage van de gemeente Hardenberg in de RES 1.0 is 237 Gwh (0,237 Twh) duurzame elektriciteit. In 2023 werken we dit bod uit in de RES 2.0. Hiervoor doen we in West-Overijssel een milieu-onderzoek (plan-m.e.r.).Eind 2023 moeten we keuzes maken om onze inbreng in de Regionale energiestrategie te realiseren. ▪ Netcongestie: nieuwe productielocaties van duurzame energie kunnen geen aansluiting krijgen op het netwerk. Dit speelt al enkele jaren. De netwerkbedrijven geven nu aan dat ook het aansluiten van nieuwe woonwijken en bedrijven(terreinen) op het stroomnet problematisch wordt. Zij kunnen dit niet meer garanderen. Deze waarschuwing voor energieschaarste maakt onze groeiambities voor woningbouw en bedrijvigheid uitdagend (zie kader) ▪ Warmtetransitie: in 2050 gebruiken we geen fossiele brandstoffen meer voor onze warmtevoorziening. De stappen om hier te komen noemen we de warmtetransitie. Voor het verwarmen van woningen stappen we over op all-electric, warmtenetten of duurzaam gas. In de Transitievisie warmte staat hoe we dit voor onze huishoudens gaan doen. Ook ons bedrijfsleven moet deze stappen zetten.

En ook voor mobiliteit geldt een opgave. Dit gaan we de komende jaren in samenhang verkennen en uitwerken.

Onze ambitie en rol We pakken de energietransitie en -innovatie voortvarend op in het belang van onze inwoners, bedrijven en organisaties. ▪ We stellen kaders, stimuleren en faciliteren in de energietransitie en -innovatie. ▪ We leveren procesregie om de energietransitie aan te jagen en concreet uit te werken. ▪ We stimuleren initiatieven van onderop en zetten in op lokaal eigenaarschap en participatie. ▪ We geven het goede voorbeeld in de eigen gebouwen en activiteiten. De gemeente heeft meerdere rollen bij de energietransitie en -innovatie. De gemeente stelt kaders, voert regie en zorgt mede voor de uitvoering. Ook stimuleert en faciliteert de gemeente ontwikkelingen. Soms 2

ontwikkelen we zelf bij de verduurzaming van de eigen gebouwen of de opwek van duurzame energie. De mogelijkheden van de gemeente om regie te voeren op de energietransitie zijn echter ingeperkt. Dat komt door Europese, landelijke en provinciale kaders, de rol en mogelijkheden van de netwerkbedrijven, de internationale energiemarkten en de wensen en investeringsmogelijkheden van inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties. In de energietransitie en -innovatie pakt Hardenberg vooral een stimulerende en faciliterende rol. Dit doen we waar mogelijk in samenwerking en overleg met onze inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties (sport en cultuur) en partners. Voor de eigen gebouwen en activiteiten hebben we als gemeente een ontwikkelende rol en zetten we in op het sneller verduurzamen van onze gemeentelijke gebouwen en activiteiten. De gemeente kent een stevige regierol bij de ontwikkeling en herstructurering van nieuwe woon- en werkgebieden. De energievoorziening wordt steeds meer een integraal onderdeel van de gebiedsontwikkeling. De gemeente zet in die gebiedsontwikkelingen primair in op het voeren van procesregie. Met respect voor de eigen verantwoordelijkheid van bedrijven, instellingen en inwoners.

De gemeente is terughoudend in het oppakken van de projectregie of het actief risicodragend deelnemen/ investeren in opweklocaties voor duurzame energie, warmtenetten en andere voor de energietransitie benodigde voorzieningen. Uitgangspunt is en blijft dat de grootschalige opwek van duurzame energie tot stand komt vanuit initiatieven uit de lokale samenleving. En dat de opwek gebaseerd is op lokaal eigenaarschap. Met een faciliterende en op onderdelen kaderstellende rol van de gemeente. Tot slot stelt de gemeente kaders aan de energietransitie vanuit onder meer haar omgevingsbeleid. Ook leggen we prestatieafspraken vast met Vechtdal Wonen. We houden deze kaders kritisch tegen het licht om de opwek van duurzame energie te bevorderen, de netcongestie aan te pakken, de groeiambities van Hardenberg waar te maken en de transitie van energie en warmte in onze bestaande woningen, woonwijken en bedrijventerreinen te faciliteren.

De energie- en warmtetransitie in de gebouwde omgeving Doelstellingen ▪ We volgen de landelijke ambitie om in 2050 energieneutraal te zijn. Dit betekent in 55% CO2-reductie (was 49%) in 2030 en 95% in 2050, t.o.v. de uitstoot in 1990. ▪ De energie- en warmtetransitie start met het besparen op het verbruik van gas/warmte en elektriciteit. Daarvoor sturen we op gedragsverandering, isolatiemaatregelen, het verhogen van de energieefficiëntie van installaties in gebouwen en het bevorderen van fiets en OV-gebruik in het transport. De besparingsdoelstelling in het MJP is 2% per jaar. We zien tegelijkertijd dat de vraag naar elektriciteit harder stijgt dan dat de vraag naar fossiele brandstoffen daalt. Dat komt door de elektrificatie in de warmtevoorziening van gebouwen en in het transport, in combinatie met de conversie van fossiel (gas/brandstof) naar stroom. Dat maakt het stellen van een hard besparingsdoel ingewikkeld.. ▪ Vanaf 2050 worden alle woningen en gebouwen op een duurzame manier (dus zonder gebruik van fossiele brandstoffen) verwarmd. ▪ Bedrijven voldoen aan de in de Klimaatwet en het klimaatakkoord vastgelegde doelstellingen, waaronder de CO2-reductiedoelstellingen. Dit betekent dat de bedrijven vanaf 2050 geen gebruik meer maken van fossiele energiebronnen voor verwarming, transport of productieprocessen. 3

▪ ▪

Bij verkeer en vervoer gaan we voor een vergaande verduurzaming van de mobiliteit van personen- en goederenvervoer. Het gebruik van fossiele brandstoffen wordt richting 2050 afgebouwd. Het komen tot een werkbare omgang rond netcongestie en energieschaarste in samenhang met de netwerkbedrijven om de energietransitie in de gebouwde omgeving te helpen, inwoners en bedrijven in staat te stellen te verduurzamen en de groeiambitie voor woningbouw en bedrijventerreinen mogelijk te maken.

Inwoners Ambitie Vanaf 2050 worden alle woningen en gebouwen op een duurzame manier verwarmd. In 2030 is een kwart van die opgave gerealiseerd. Dit in combinatie met de ambitie te groeien door de aanleg van nieuwe woningen en woonwijken. De gemeentelijke aanpak voor bestaande woningen en gebouwen staat in de Transitievisie warmte. De visie heeft de volgende kernelementen: ▪ Woningtypebenadering. ▪ Verminderen van het energiegebruik door isoleren en energie-efficiënt gebruik woningen en gebouwen. ▪ Overstappen van aardgas naar duurzame energie (stroom, warmte en duurzaam gas) in woningen en gebouwen. ▪ Betaalbaar houden van de energievoorziening en de warmtetransitie. Voor de aanpak van de stijgende energielasten is er een Energiefonds, in aanvulling op landelijke en provinciale regelingen. Transitievisie Warmte Om te zorgen dat we ook in 2050 kunnen koken, douchen en onze huizen kunnen verwarmen, moeten we nu in de bestaande woningen en gebouwen aan de slag. Die noodzaak is sterk toegenomen onder druk van de stijgende energielasten voor onze huishoudens. In de Transitievisie Warmte (TVW) staat voor bestaande woningen en gebouwen op welke manier we op termijn voor het verwarmen van woningen, tapwater en koken aardgas gaan vervangen door een duurzaam alternatief. De transitievisie geldt voor alle bestaande woningtypen die we in onze gemeente hebben.

Daarbij horen ook onze monumenten. De Transitievisie Warmte gaat uit van een aanpak in drie stappen: ▪ Isoleren: door gebouwen en woningen optimaal te isoleren, hebben we minder energie nodig. ▪ Energie efficiënt gebruiken en woningen en gebouwen aardgasvrij-ready maken: we zetten steeds meer in op energiebesparing, onder andere door energiezuinige installaties en apparatuur. En we onderzoeken hoe we woningen en gebouwen het best zonder aardgas kunnen verwarmen; bijvoorbeeld door een warmtenet of warmtepomp. ▪ Overstappen van aardgas naar duurzame energie: na stap 1 en 2 stappen we over op duurzame energie, zoals duurzaam opgewekte stroom, duurzaam gas of een warmtenet. Bij al deze stappen vinden we het belangrijk dat iedereen de overstap kan betalen. We kijken daarom goed hoe we de kosten van de overstap zo laag mogelijk kunnen houden. Dit doen we onder andere door alle duurzame warmte- en energiebronnen zo doeltreffend mogelijk in te zetten. In onze gemeente zijn warmtebronnen voor de aanleg van warmtenetten schaars. Het aantal mogelijke warmtebronnen in onze gemeente is beperkt. Dat blijkt uit de bronnenverkenning van de RES en eigen verkennende onderzoeken 4

naar de mogelijkheden van warmtenetten. Ook de mogelijkheden voor het benutten van aquathermie of geothermie zijn in onze gemeente beperkt. De belangrijkste bron is de restwarmte van de industrie. Daarom geldt voor de meeste woningen en gebouwen dat zij voor de warmtevoorziening de overstap moeten gaan maken naar een all-electric oplossing of duurzaam gas. We onderzoeken wel of er op enkele specifieke locaties potentie is voor een warmtenet. Op basis van de TVW is een plan van aanpak uitgewerkt. Hardenberg kiest voor een aanpak per woningtype. Deze aanpak is eind 2022 gestart met een eerste woningtype. We staan daarmee aan de voorkant van een enorme transitie in onze woningen. Een transitie die we als gemeente faciliteren. Maar die bovenal stevige maatregelen en investeringen in en aan de woningen van onze inwoners en woningcorporatie vraagt. De effectiviteit van onze woningtypeaanpak op de doelen die met deze transitie moeten worden bereikt houden we steeds kritisch tegen het licht. We stellen bij waar nodig en we gebruiken de uitkomsten en ervaringen opgedaan bij het eerste woningtype dat nu wordt uitgewerkt. De voortgang van de transitievisie warmte koppelen tussentijds terug naar de raad. Voor elk woningtype maken we inzichtelijk welke maatregelen nodig zijn om de overstap naar aardgasvrij te kunnen maken. We maken samen met onze inwoners per woningtype een routekaart.

Dit is een hulpmiddel om op basis van de huidige situatie van de woning en het eigen ambitieniveau, te bepalen welke stappen haalbaar en betaalbaar zijn. We kijken met behulp van ontwikkelgroepen van 15 tot 20 inwoners per woningtype wat er per woningtype al is gedaan, wat er kan en ook hoe inwoners er mee aan de slag zijn gegaan of gaan. Die informatie gebruiken we om de routekaarten te ontwikkelen. De routekaart komt in de vorm van een online tool beschikbaar. De tool stelt huiseigenaren in staat zelf met maatregelen aan de slag te gaan. Zo kunnen we ook gericht communiceren naar onze inwoners over wat werkt en in welke volgorde maatregelen het best genomen kunnen worden. We geven daarbij ook aan welke financieringsmogelijkheden er zijn, waar informatie en advies kan worden verkregen. We wijzen onze inwoners de weg naar waar concrete ondersteuning kan worden gehaald voor het treffen van maatregelen met de hulp van onder meer de fixbrigade of professionals. We zijn nu bezig dit te ontwikkelen. En we denken na over hoe we de uitrol van concrete maatregelen in de woningen van onze inwoners concreet nog verder kunnen ondersteunen. We zijn eind 2022 gestart met het woningtype twee-onder-een kap/hoekwoningen, bouwjaar 1965-1991. Dit woningtype komt het meest voor in de gemeente Hardenberg.

In 2023 starten we zo snel mogelijk met de uitwerking van de routekaart voor de woningtypes: ▪ Tussenwoning 1965 - 1991 ▪ Hoekwoning/2^1 kap 1992 - 2011 ▪ Appartement 1992 - 2011 ▪ Vrijstaande woning < 1945 Het streven is om begin 2024 voor de helft van alle woningen een routekaart te hebben. We werken daarbij samen met Vechtdal Wonen. Om ook in 2023 voldoende capaciteit te hebben voor de woninginspecties in het kader van de TVW bereiden we een raamovereenkomst voor met meerdere, zo mogelijk, lokale marktpartijen. Extra maatregelen door energiecrisis De energiecrisis door de oorlog in Oekraïne heeft ertoe geleid dat de gemeente extra maatregelen heeft getroffen in de aanpak van de stijgende energielasten voor onze inwoners, bedrijven en maatschappelijke 5

organisaties. We maken daarbij optimaal gebruik van de beschikbare landelijke en provinciale maatregelen en regelingen ter ondersteuning van de energietransitie en de crisisaanpak energie voor huishoudens en kleinverbruikers (MKB en maatschappelijke organisaties). De versnelde uitwerking van de TVW maakt daar onderdeel van uit. We geven informatie en advies over maatregelen De gemeente faciliteert de warmtetransitie en de maatregelen uit de routekaart met informatie en advies vanuit: ▪ Duurzaam bouwloket: digitaal loket waar inwoners terecht kunnen met vragen over duurzaam (ver)bouwen, energiebesparing en energie opwekken ▪ Startpunt Duurzaam: startpunt ondergebracht bij NAC de Koppel waar inwoners fysiek op weg worden geholpen bij het treffen van duurzaamheidsmaatregelen. De afspraken met de Koppel worden verlengd en uitgebreid teneinde het startpunt verder door te ontwikkelen. ▪ Energiecoaches: fysiek zijn deze ondergebracht bij het Startpunt Duurzaam. Naast hulp bij het besparen van energie worden de energiecoaches ingezet op mogelijkheden tot financiële ondersteuning. We blijven inzetten op een verdere groei van het aantal energiecoaches in onze gemeente. ▪ Energieneutraal verbouwen Voor de koplopers in de warmtetransitie bieden we mogelijkheden via het project Energieneutraal Verbouwen 2.0.

Via online en fysieke bijeenkomsten informeren we huiseigenaren over het energie neutraal maken van de woning. We voeren dit project in samenwerking met meerdere gemeenten in West-Overijssel uit, met ondersteuning vanuit de provincie Overijssel. Voor de komende 3 jaar zijn recent afspraken gemaakt om de samenwerking en het project voort te zetten. We ondersteunen inwoners bij het nemen van maatregelen We faciliteren en ondersteunen inwoners financieel (voornamelijk subsidies Rijk, provincie en RegioDeals) om duurzaamheidsmaatregelen uit de routekaart in en aan de woning te treffen. Nu gebeurt dit onder meer door: ▪ Waardebonnenacties: het verstrekken van waardebonnen om inwoners te verleiden tot het treffen van kleinschalige maatregelen (isolatiemateriaal, ledlampen) ▪ Inregelen van verwarmingssystemen: het beter inregelen van CV-ketels en radiatoren ▪ Gezamenlijke inkoopacties: gezamenlijke inkoopacties voor isolatiemaatregelen aan de woning (spouwmuur en/of vloerisolatie) ▪ Subsidieregelingen: in de loop van 2023 komt er een nieuwe regeling beschikbaar in het kader van Nationaal Isolatie Programma (NIP). Het betreft een regeling die een lokale aanpak voor het isoleren van de woningen met een slecht energielabel financieel ondersteunt.

▪ Fixbrigade: in 2023 komt er een fixbrigade/klussenteam om inwoners te helpen bij het treffen van energiemaatregelen in de woning, zo mogelijk in samenwerking met Vechtdal Wonen. Samen met netwerkbedrijven, Vechtdal Wonen en marktpartijen bouwen we deze praktische ondersteuning aan onze inwoners verder uit. Daarbij kijken we vooral naar de mogelijkheden om de warmtetransitie en het nemen van maatregelen in en aan de woningen verder te versnellen. In de aanpak is en blijft er speciale aandacht voor huishoudens met een smalle beurs en huishoudens die te maken hebben of krijgen met energiearmoede. Het Rijk ondersteunt de warmtetransitie met financiële en andere arrangementen. Verwachting is dat ook de provincie (mede vanuit RegioDeals) de warmtetransitie blijft faciliteren. 6

RegioDeal Zuidoost Drenthe Vanuit de RegioDeal Zuidoost Drenthe is in Hardenberg de voorbeeldwijk Norden in uitvoering. Huiseigenaren in de wijk Norden worden geïnformeerd over de mogelijkheden tot het verduurzamen van de eigen woning en bij de uitvoering ervan zowel technisch als financieel ondersteund.

Afspraken met de woningcorporatie Veel inwoners wonen in een woning van Vechtdal Wonen. We hebben nieuwe afspraken gemaakt over het verder verduurzamen van de huurwoningvoorraad naar een gemiddeld energielabel A in 2026. En we overleggen regelmatig met Vechtdal Wonen over de aanpak en uitvoering van de warmtetransitie in onze gemeente. Netcongestie en energieschaarste We hebben te maken met netcongestie en energieschaarste. Er wordt vanuit het landelijk actieprogramma netcongestie gewerkt aan maatregelen om netten sneller aan te kunnen leggen. En ook om de beschikbare netcapaciteit zo goed mogelijk aan te laten sluiten op de vraag naar elektriciteitstransport voor zowel productie als verbruik. Dit gebeurt vanuit drie lijnen: ▪ Sneller bouwen: sneller realiseren van netuitbreidingen ▪ Sterker sturen: sturen op een betere benutting van het net ▪ Vergroten flexibele capaciteit: publiek private acties voor slimme oplossingen Vanuit deze aanpak wordt er gewerkt aan diverse tussen- en eindoplossingen om de gevolgen van netcongestie en energieschaarste aan te pakken en beheersbaar te houden. Tegelijkertijd betekent het dat we bij het realiseren van grote gemeentelijke ambities er rekening mee moeten houden. Ook maken netcongestie en energieschaarste de energietransitie bij onze bedrijven en de ontwikkeling van bedrijventerreinen complexer.

Ook de energietransitie zelf vergroot de druk op het systeem omdat vanwege verdergaande elektrificatie de vraag naar stroom groter wordt. Deze uitdagingen rond het aanpakken van netcongestie en energieschaarste komen bovenop al bestaande opgaven en aandachtspunten rond stikstof, het bodem- en watersysteem en de klimaatadaptatie. Samen optrekken met de netwerkbedrijven om te komen tot integrale oplossingen voor een langjarige duurzame energievoorziening. De oplossingen vragen steeds vaker om een hoger schaalniveau dan die van een woning of bedrijf. We verkennen mogelijke oplossingen Het oplossen van netcongestie en energieschaarste is complex. Verzwaring en herstructurering van de netinfrastructuur zijn kostbaar, vragen tijd en procedurele en inhoudelijk afstemming (o.a. tussen Tennet en Enexis). Voor een deel ligt de oplossing in het aanpassen van ons gedrag (inwoners en bedrijven) door de energie zoveel mogelijk te gebruiken op de momenten dat de zon schijnt en het hard waait. Het beter op elkaar afstemmen en balanceren van vraag en aanbod verlaagt de druk op de bestaande netwerken. Het inrichten van energy-HUB’s of gesloten distributiesystemen, al dan niet in combinatie met technische maatregelen om bijvoorbeeld met behulp van batterijen piekbelastingen op het net te beperken, zijn ook onderdeel van de oplossingen.

We willen ons actief inzetten om op Broeklanden samen met de provincie en bedrijven een energy-Hub te realiseren. Ook het hanteren van nieuwe instrumenten zoals het beprijzen van gebruik via dynamische energietarieven zijn onderdeel van de oplossing.

7

Nieuwe woningen Nieuwe woningen en nieuwbouwwijken krijgen geen fossiele aansluiting op het aardgasnetwerk. Zij moeten voldoen aan de gestelde eisen voor isolatie, ventilatie, koeling en verwarming (voornamelijk met warmtepompen). We hebben grote woningbouwambities. Door de groeiende signalen rond netcongestie en energieschaarste wordt tijdig overleg met de netwerkbedrijven rond energievoorziening steeds belangrijker. Tegelijkertijd is door de netwerkbedrijven er al rekening gehouden met de grotere geplande uitbreidingslocaties in onze gemeente. Ook heeft netcongestie vooralsnog geen consequenties voor kleinverbruikers. Maatregelen ▪ Uitwerken TVW via versneld oppakken woningtypenbenadering, uitwerken routekaart per woningtype en beschikbaar maken via online tool ▪ Treffen extra maatregelen in de aanpak van de stijgende energielasten voor onze inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties.

▪ Krachtig faciliteren huishoudens met informatie en advies vanuit gemeente met inzet van Duurzaam Bouwloket, Startpunt Duurzaam en energiecoaches ▪ Ondersteunen huishoudens bij treffen van maatregelen in en aan de woning (Subsidies/waardebonnen, inkoopacties, fixbrigade) ▪ Afspraken met Vechtdal Wonen, netwerkbedrijven en marktpartijen over verduurzaming bestaande woningen en gebouwen ▪ In samenspraak met netwerkbedrijven en partners beheersbaar maken en houden van gevolgen van netcongestie en energieschaarste Bedrijven Ambitie We faciliteren de opgaven van bedrijven vanuit het Klimaatakkoord en de Klimaatwet met als inzet een toekomstbestendige ontwikkeling van de bedrijven. We maken nieuwe bedrijventerreinen mogelijk conform de groei-ambities van Hardenberg in samenhang met de ambities en mogelijkheden van bestaande Hardenbergse bedrijven. We combineren de opgaven rond de energietransitie met de lokale uitwerking van brede welvaart. Bestaande bedrijven en bedrijventerreinen Op Rollepaal en Broeklanden verkennen bedrijven en gemeente gezamenlijk hoe de energietransitie kan worden ingericht en wordt het energieverbruik inzichtelijk gemaakt. Op Broeklanden werken we samen met meerdere bedrijven aan een voorbeeldproject om te komen energy-HUB.

Voorbeeldprojecten van hoe bedrijven samen met de gemeente en andere partners versneld zoeken naar mogelijkheden voor het verduurzamen van de energievoorziening. Dit komt ook door afspraken uit het Klimaatakkoord (CO2reductie) en de stijgende energieprijzen. Bedrijven doen dit onder meer door het duurzaam opwekken van stroom uit zon en wind. Tegelijkertijd kijken ze naar alternatieven voor: ▪ Warmtevoorziening: ruimteverwarming hallen en kantoren. ▪ Productiegas: de noodzaak tot gebruik van hoogwaardige warmte in productieprocessen of de mogelijkheid om productieprocessen te elektrificeren. ▪ Brandstof voor transport: de elektrificatie van het wagenpark of het overstappen op andere brandstoffen, zoals waterstof of groen gas/biogas/LNG.

8

Bij oplossingen voor deze behoeften van bedrijven moeten we rekening houden met beperkingen in de aansluitcapaciteit, nu of in de toekomst. Bedrijven hebben te maken met aanvullende opgaven en knelpunten zoals de stikstofproblematiek en de overgang naar een meer circulaire economie. Dit overstijgt het niveau van individuele bedrijven. Daarom pakt de gemeente een faciliterende rol. Het uitgangspunt blijft dat de bedrijven zelf verantwoordelijk zijn en blijven voor hun duurzame energievoorziening. De gemeente wil het treffen van duurzaamheidsmaatregelen op bedrijventerreinniveau vanuit onderzoek faciliteren. En ook de samenwerking tussen bedrijven procesmatig ondersteunen. Bedrijven die duurzame windenergie willen opwekken doen dit in afstemming met andere bedrijven op het terrein. Bedrijven ontwikkelen zo’n plan van onderaf. Dit geven we in overleg met individuele bedrijven, die zich bij ons melden, aan. Ook bij plannen van bedrijven gelden onverkort de uitgangspunten voor grootschalige opweklocaties rond participatie en lokaal eigenaarschap (zie paragraaf duurzame opwek). Aanpak energietransitie op bedrijventerreinen Op meerdere bestaande bedrijventerreinen werken de bedrijven en parkmanagementorganisaties aan duurzaamheidsmaatregelen. We zetten de initiatieven op een rij.

Aanpak Toekomstbestendige bedrijventerreinen (TBBT) Rollepaal: de aanpak wordt uitgewerkt in het kader van de RegioDeal Zuid- en Oost-Drenthe. Er is een Quick Scan uitgevoerd naar de energiehuishouding van de bedrijven. Ondernemers krijgen de mogelijkheid om met een adviseur in gesprek te gaan over de toekomstbestendigheid van hun bedrijf, verwarmen en koelen, energiebesparing, energieopwekking en meer. Er kan een plan van aanpak opgesteld worden met mogelijke maatregelen, inclusief de behoefte zaken gezamenlijk met andere bedrijven aan te pakken. Broeklanden /Nieuwe Haven: de aanpak van Rollepaal wordt gefaseerd toegepast op andere bedrijventerreinen. Dit gebeurt als eerste op Broeklanden en Nieuwe Haven. Voor Broeklanden is het uitvoeren van een Quick Scan naar het energiegebruik van de bedrijven eind 2022 gestart. Meerdere bedrijven op Broeklanden hebben eind december 2022 samen met de gemeente, Ondernemershuis Vechtdal, ENEXIS, de provincie en Oost-NL deelgenomen aan de sprintsessie energy-HUB Broeklanden. We willen ons actief inzetten om op Broeklanden samen met de provincie en bedrijven een energy-Hub te realiseren.

Hardenberg sluit aan bij de aanpak voor het verduurzamen bedrijventerreinen vanuit de provincie Overijssel en OostNL: Aanpak provincie Overijssel: door middel van praktische sprintsessies wordt een kickstart gegeven aan het verduurzamen van een bedrijventerrein. Aan het einde van de Sprintsessie wordt een onderwerp of project gekozen waar een Bedrijventerrein Uitvoeringsplan (BUP) voor wordt opgesteld. Aan de hand van dit plan wordt een informatiemoment georganiseerd voor alle ondernemers op het bedrijventerrein. Bij voldoende belangstelling én betrokkenheid zal de provincie een kwartiermaker/ projectmanager inhuren die het BUP gaat uitvoeren. Energy-HUB Oost NL: In Oost-Nederland lenen ongeveer 50 bedrijventerreinen zich voor een Smart Energy HUBaanpak. Dat blijkt uit onderzoek van provincie Gelderland, Provincie Overijssel en Oost NL. Ook voor bedrijventerreinen in Hardenberg zijn mogelijkheden. Een Energie HUB combineert gebruik en duurzame productie van energie op een slimme manier. De afhankelijkheid van het elektriciteitsnet wordt verkleind. Het gaat zowel om technische maatregelen rond opwek en opslag, het balanceren tussen vraag en aanbod (stroom en gas voor verwarming en productie), als om afspraken over het energiegebruik tussen bedrijven onderling.

Daarmee worden dure uitbreidingen en verzwaringen van het elektriciteitsnet voorkomen en wordt de leveringszekerheid van energie vergroot. Het realiseren van een Energy-HUB op een bedrijventerrein vraagt om een actieplan en regie. ENEXIS heeft aangegeven aan te willen sluiten op het ontwikkelen en inrichten van een dergelijke technische voorziening.

9

Nieuwe bedrijventerreinen Bij nieuwe bedrijventerreinen heeft de gemeente op voorhand een andere rol. Er zijn meer mogelijkheden (afhankelijk van de grondpositie) dan bij de bestaande terreinen. De gemeente speelt in op oplossingen voor de verduurzaming van deze nieuwe terreinen bij voorbereiding, ontwikkeling en gronduitgifte (inclusief het eventueel werken met kavelpaspoorten). De gemeente heeft zelf de ambitie om tijdig nieuwe terreinen beschikbaar te hebben voor de economische ontwikkeling van de gemeente. Daarnaast vragen ook andere dossiers om duurzaamheidsmaatregelen voor deze nieuw te ontwikkelen terreinen. Het gaat bijvoorbeeld om stikstof en het benutten van het bodem- en watersysteem in ontwikkel- en gebruiksfase. Dit kan invloed hebben op de opgaven vanuit de energietransitie. Duurzaamheidseisen worden een steeds belangrijker criterium voor de programmering van nieuwe terreinen en de snelheid van ontwikkeling. Duurzaamheidseisen zijn onderdeel van de kaders die de provincie hanteert. Daarmee zijn duurzaamheidseisen onderdeel van de motivatie rond de noodzaak van nieuwe plancapaciteit door gemeenten. De provincie eist dat de bestaande terreinen efficiënt worden benut (bijvoorbeeld door doorstroming van bestaand naar nieuw en het zo scheppen van ruimte op bestaande terreinen) voordat er nieuwe terreinen komen.

De verkenning rond het terrein Rollepaal maakt duidelijk dat verduurzaming van het oude gedeelte (Noord) vaak duurder is dan verhuizing/ nieuwbouw. Bij de ontwikkeling van nieuwe bedrijventerreinen (met name de zwaardere categorie) moeten we rekening houden met de ambities en uitgangssituatie van de bestaande bedrijventerreinen/bedrijven. Dit met het oog op de bestaande netcongestie, signalen rond energieschaarste en de nu al beperkte aansluitmogelijkheden voor bestaande bedrijven die willen verduurzamen. We houden hiermee rekening door de huidige en toekomstige energievraag en -behoefte van bestaande en nieuwe bedrijven integraal te beoordelen. Dat doen we in samenhang met onder meer de potentie van: Energy-HUB’s, gesloten energiesystemen, duurzame energie-opwek, aanleg warmte-infrastructuur of technische oplossingen (batterijen). De integrale beoordeling strekt zich uit naar de opgaven in de energietransitie voor wonen en mobiliteit.

Maatregelen ▪ Faciliteren onderzoek naar energieverbruik en mogelijkheden energietransitie op bestaande bedrijventerreinen ▪ Faciliteren processen om via samenwerking te komen tot toekomstbestendige oplossingen in de duurzame energievoorziening van bedrijven/bedrijventerreinen, inclusief innovatieve concepten als energy-HUB’s ▪ Onderzoeken mogelijkheden en beperkingen, inclusief afstemming netwerkbedrijven, rond energievoorziening voor nieuw te realiseren bedrijventerreinen Mobiliteit Ambitie We willen mobiliteit in het personenvervoer zodanig verduurzamen dat fossiele brandstoffen in 2050 niet langer gebruikt worden. We nemen de opgave voor de energietransitie integraal mee bij de verdere uitwerking van het programma energietransitie en -innovatie in 2024

10

Opgave mobiliteit in energietransitie Het meerjarenprogramma Duurzaam Hardenberg geeft beperkt aandacht aan de bijdrage die vanuit mobiliteit nodig is in het kader van de energietransitie. In de doelstellingen is het energieverbruik vanuit mobiliteit buiten beschouwing gelaten. Het energieverbruik van mobiliteit was in 2020 bijna 450 GWh. Dat is ruim 30% van het totale energieverbruik in onze gemeente. Bovendien legt mobiliteit een beslag op de energie-infrastructuur en de inrichting van de openbare ruimte. Dit zijn aanleidingen om mobiliteit mee te nemen in de energietransitie. We kijken naar mogelijkheden voor energiebesparing bij mobiliteit en de gevolgen van de energievraag voor mobiliteit op het energiesysteem, het energienetwerk en de energieinfrastructuur. Die gevolgen worden steeds groter door de elektrificatie van het wagenpark voor personenen vrachtvervoer. De verwachting is dat met name de elektrificatie van vrachtvervoer de vraagstukken rond netwerkcongestie en energieschaarste raken. Maar ook voor personenvervoer kan dit op de langere termijn een aandachtspunt blijken. Verduurzamen mobiliteit We werken verduurzaming van Mobiliteit langs drie lijnen uit: 1. Het voorkomen van mobiliteit door nieuwe technieken en gedragsverandering. 2. Het stimuleren van het gebruik van openbaar vervoer en fiets. 3.

Het bevorderen van milieuvriendelijk rijden met laadvoorzieningen en het toepassen van “smart mobility”. De CO2-footprint van langzaam verkeer is kleiner dan van gemotoriseerd verkeer. Die ie van het OV is kleiner dan van het autoverkeer voor personen. Daarom wil de gemeente het STOMP-principe toepassen. Daarbij kijken we eerst naar Stappen en vervolgens naar Trappen, Openbaar Vervoer, Mobility as a Service (MaaS). En ten slotte naar het gebruik van de Particuliere auto. De menselijke maat staat bij dit principe centraal. We bevorderen het fietsgebruik. En beperken het autogebruik bij kortere afstanden. Dat doen we door fiets- en snelfietsverbindingen te verbeteren. Ook tussen de kernen. De ambitie vanuit het Programma Mobiliteit is dat de fiets binnen de bebouwde kom de snelste manier van verplaatsen is. Verbeteren en intensiveren OV-systeem Samen met onder andere de provincie houden we het beschikbare OV-systeem tegen licht. Daarbij kijken we naar de grote verbindingen met Zwolle, Twente en het noorden. Maar ook naar de fijnmazige bereikbaarheid van kleinere kernen door het inregelen van kleinschalig OV ter behoud van de leefbaarheid van die kernen. Wat betreft de grote verbindingen zetten we in op het grootschalig verbeteren en intensiveren van de busverbindingen aan de noordzijde van het Vechtdal (Slagharen- Dedemsvaart-Balkbrug), de Vechtdallijn, de Neder-Saksenlijn.

De meeste lijnbussen in onze gemeente rijden elektrisch. Het busstation in Dedemsvaart dient tevens als laadlocatie. In de komende jaren worden de nu nog rijdende dieselbussen vervangen door nieuwe nul emissie bussen. De verbetering van deze OV-lijnen wordt gekoppeld aan de ontwikkeling van de mobiliteits-HUB’s. Openbare laadpalen In onze gemeente is een lagere behoefte aan openbare laadpalen dan in een stedelijke omgeving. Relatief veel mensen kunnen een lader plaatsen op het eigen terrein. Op basis van de huidige concessie voor laadpalen plaatsen we jaarlijks proactief circa 15-20 laadpalen in de openbare ruimte. Daarnaast faciliteren 11

we elektrische autobezitters die geen parkeergelegenheid op eigen terrein hebben met een algemene laadpaal in de buurt van de woning. De huidige verwachting is dat er ieder jaar ongeveer 35 laadpalen extra in de openbare ruimte worden geplaatst. In de nog op te stellen laadvisie ontwikkelen we verder beleid voor het plaatsen van laadpalen in de openbare ruimte. Daarbij maken we ook plannen waarmee we inspelen op de versnelde elektrificatie van het wagenpark en de mogelijke vraag naar publieke laadvoorzieningen. De behoefte aan met name snelladers groeit de komende jaren naar verwachting. Snelladers komen bij voorkeur te staan op plekken waar veel mensen bij elkaar komen. De gemeente maakt een kaart met de potentiële locaties voor het plaatsen van snelladers. Daarbij nemen we ook de plekken mee waar marktpartijen snelladers (willen) plaatsen. De vraag is of de trend dat marktpartijen zelf snelladers op hun parkeerplaatsen plaatsen doorzet. En wat dit betekent voor de aanvullende behoefte om snellaadpalen in de openbare ruimte te plaatsen. We gaan actief monitoren hoe de vraag zich ontwikkelt zodat we waar wenselijk snel bij kunnen sturen. Laadsysteem nieuwe woonwijken Bij nieuwe woonwijken kunnen we inspelen op de toekomstige behoefte. Dat doen we door het realiseren van laadpleinen.

En er voor te zorgen dat het laadsysteem beschikbaar is vanaf de oplevering van de eerste woningen in de wijk. Op termijn kan dit zich doorontwikkelen naar het hanteren van een laadnorm naast de al vigerende parkeernorm. Verduurzamen mobiliteit bedrijventerreinen De provincie komt met plankaarten per bedrijventerrein waarbij de toekomstige energievraag voor mobiliteit wordt geïnventariseerd. Dit vindt nu al plaats in het kader van de inventarisatie van net energieverbruik op het bedrijventerrein Rollepaal. Mede op basis van die informatie wordt nader verkend welke oplossingen voor het verduurzamen van de mobiliteit in beeld komen. En welke laadinfrastructuur daarbij past (privaat of semiopenbaar). Ook de keuze die bedrijven maken voor de verduurzaming van hun wagenpark vanuit elektrificatie (stroom), waterstof of LNG speelt een rol. Die keuze wordt mede ingegeven door het type vrachtwagens (busjes tot zwaar transport) en te rijden transportafstanden (nationaal of internationaal transport). Deze keuzes hebben effect op de totale energietransitie opgave en werken ook door op de keuze voor de laadinfrastructuur in de openbare ruimte. Wanneer veel bedrijven mogelijkheden hebben om op eigen terrein te laden neemt de behoefte aan laadvoorzieningen in de openbare ruimte af en vice versa.

Maatregelen ▪ Uitwerken en toepassen STOMP-principe, met de focus op veilige ne comfortabele fietsverbindingen tussen de kernen ▪ Verbeteren/intensiveren OV-systeem (grootschalige verbindingen/fijnmazige structuur kernen) ▪ Inrichten mobiliteits-HUB’s en ontwikkelen aanvullende slimme mobiliteitsconcepten ▪ Jaarlijks plaatsen van circa 30 laadpalen, inclusief snelladers ▪ Het proactief blijven faciliteren van openbare laadpalen, waardoor er een fijnmazig net ontstaat van laadpalen in alle kernen ▪ Verkennen wenselijkheid laadnorm voor nieuwbouwwijken ▪ Inventariseren energievraag en keuzes rond mobiliteit bedrijven en bedrijventerreinen

12

Opwek van duurzame energie (stroom en gas) Doelstellingen energietransitie opwek duurzame energie ▪ In het MJP staat dat 30% van het lokale energieverbruik lokaal wordt opgewekt. Dit impliceert een verzwaring van de doelstelling op het moment dat verkeer en vervoer wordt meegerekend. Op basis van het energieverbruik 2020 geldt dat Hardenberg in 2030 circa: o 300 GWh duurzaam op moet wekken (realisatie 2020 was circa 27%) exclusief vervoer; o 430 GWh inclusief verkeer en vervoer. ▪ Realiseren van het RES-bod Hardenberg van 237 GWh duurzaam op te wekken energie (stroom) uit zon en wind, bestaande uit: o 166 GWh wind; o 39 GWh zon op land; o 32 GWh grootschalig zon op dak. ▪ Verhogen van de productie en het invoeden van duurzaam gas in de netwerken van Cogas en RENDO. Dit omvat de realisatie van mono-mestvergisting bij agrarische bedrijven (in combinatie met andere doelen zoals stikstofreductie) en de productie bij bestaande grootschalige (co)vergisters. ▪ Beter op elkaar afstemmen van vraag en aanbod mede als oplossing voor netcongestie en energieschaarste. Dit kan door ons gedrag aan te passen en energie zoveel mogelijk te gebruiken op de momenten dat de zon schijnt en het hard waait. En door het inrichten van energy-HUB’s of gesloten distributiesystemen, technische maatregelen om piekbelastingen op het net te beperken, of het hanteren van dynamische energietarieven.

Stroom Ambitie Hardenberg heeft zich binnen de RES 1.0 verbonden aan de duurzame opwek van 237 GWh stroom in 2030 vanuit grootschalige opwek vanuit zon en wind. In de RES is afgesproken in West-Overijssel te streven naar een verhouding tussen wind en zon van 60% wind om 40% zon. Voor het grootschalig opwekken van zon-energie op dak en zon-energie op land is voor een aantal projecten vergunning verleend. Ook de netaansluiting is geregeld. Met die projecten haalt Hardenberg in 2030 een productie die ruim boven het RES-bod uitkomt. Voor windenergie is alleen de productielocatie De Veenwieken zeker. Daarmee rest voor Hardenberg in het kader van de RES een netto opgave wind van 102,4 GWh. Dit komt neer op circa 15 molens zoals in windpark De Veenwieken of 8 grotere molens met een tiphoogte van 270 meter. We hebben eerder in de RES 1.0 de pilotlocaties Bergentheim-Kloosterhaar-Sibculo en N36/Diffelen ingebracht als locaties voor grootschalige duurzame opwek door wind. Voor eerstgenoemde locatie is een gebiedsproces gestart. Dit proces is in 2022 stopgezet en vervolgens geëvalueerd.

Reactie Hardenberg op Actualisatie van de provinciale Omgevingsvisie en Omgevingsverordening en het Provinciale Programma Energiestrategie (PPE) In onze reactie op de Actualisatie van de provinciale Omgevingsvisie en Omgevingsverordening en het Provinciale Programma Energiestrategie (PPE) hebben we aangegeven niet in te kunnen stemmen met de voorgenomen wijzigingen. En hebben we de provincie, naar blijkt uit de reactienota, tevergeefs gevraagd:

13

▪ ▪

de opgave voor de gemeente Hardenberg voor opwek van duurzame energie met de energiemix zon en wind terug te leggen naar de vastgestelde opgave van RES 1.0; en daarmee de aanwijzing van voorkeursgebieden voor grootschalige opweklocaties voor windenergie rondom Hardenberg eruit te halen.

We houden ons aan ons bod in de RES We willen het bod in de RES gestand doen. Dat willen we doen met de volgende strategie: ▪ Samen met het bedrijfsleven onderzoeken we de mogelijkheden om duurzame opwek vanuit windlocaties op/nabij bedrijventerreinen te ontwikkelen. ▪ Samen met Ommen onderzoeken we de mogelijkheden om in het bosgebied N36/Diffelen de combinatie van wind en bos te ontwikkelen. De provincie heeft in haar beleid een dergelijke ontwikkeling niet langer uitgesloten, al gelden er wel voorwaarden. ▪ Locaties voor het ontwikkelen van grootschalige opwek door wind (waaronder de locatie Kloosterhaar-Bergentheim-Sibculo) kunnen tot ontwikkeling worden gebracht wanneer tenminste wordt voldaan aan alle van de volgende eisen: o het betreft een initiatief van onderaf; o lokaal eigendom is geborgd; o participatie vindt plaats volgens een nog uit te werken participatieleidraad; o er is rekening is gehouden met cumulatieve effecten vanuit windontwikkelingen in de nabijheid van de locatie c.q. Hardenberg. Lokale energiecoöperaties, zoals Energiek Hardenberg en Lutten Levert, vervullen een belangrijke rol bij het invullen van de voorwaarden rond participatie en lokaal eigendom. Duurzame stroom slim en flexibel gebruiken De mogelijkheden om grootschalige opwek zon op dak en zon op land extra te verhogen zijn beperkt. Dat komt door de bestaande problemen rond netcongestie.

We blijven ons inzetten voor maximale benutting zon op dak binnen de mogelijkheden. De opwek van duurzame elektriciteit (zon en wind) groeit. De vraag naar elektriciteit van inwoners en bedrijven neemt toe. Het is daarom noodzakelijk om deze duurzame energie zo slim mogelijk in te passen in het elektriciteitsnet. Dat kan door de vraag te flexibiliseren, aanbod op piekmomenten af te schalen en vaker te werken met opslag of slimme systeemoplossingen. Kleinschalige zon op land projecten Mogelijk kunnen energiecoöperaties enkele kleinere zon op land projecten realiseren wanneer die gebruik maken van al bestaande aansluitmogelijkheden. Deze projecten willen we mogelijk maken. Het gaat om initiatieven van enkele hectares, waarbij een goede kwalitatieve landschappelijke inpassing is geborgd. We gaan voor lokaal eigenaarschap Voor de grootschalige opwek vanuit zon en wind eisen we bij nieuwe projecten lokaal eigenaarschap (50% of hoger). Daarmee bedoelen we dat een collectief van lokale inwoners en/of lokaal gewortelde bedrijven gezamenlijk (mede-)eigenaar zijn van zon- of windprojecten. Daarvoor is het nodig dat er lokale initiatieven en organisaties zijn die er uitvoering aan kunnen geven. Denk aan energiecoöperaties als Lutten Levert, Energiek Hardenberg of vergelijkbare structuren voor bedrijven.

14

We maken een participatieleidraad voor windprojecten We werken in 2023, parallel aan de uitwerking van de RES 2.0, uit hoe we de eisen die we stellen aan lokaal eigendom en participatie vastleggen in gemeentelijk beleid. Bij participatie hoort in ieder geval het doorlopen van een participatief proces met draagvlak vanuit de samenleving. We betrekken de uitkomsten van de evaluatie van het gebiedsproces Bergentheim-Kloosterhaar-Sibculo hierbij. En bouwen verder op bestaande afwegingskaders en de mogelijkheden die wij of de provincie bieden rond subsidiemogelijkheden en leningen. Maatregelen ▪ Bod Hardenberg uit RES 1.0 gestand doen, zijnde een netto bod van 102,4 GWh wind, te realiseren onder voorwaarden op/nabij bedrijventerreinen, als windbos locatie N36 en/of in potentiegebieden voor wind ▪ Slimme en flexibele inpassing van duurzaam opgewekte energie (met name stroom) ▪ Medewerking onder voorwaarden aan kleinschalige zon op land projecten op initiatief van energiecoöperatie ▪ Opstellen participatieleidraad windprojecten Duurzaam gas Ambitie We zeten in samenwerking met de netwerkbedrijven in op het verhogen van de productie van duurzame gassen, op het invoeden in de netwerkinfrastructuur en het uiteindelijk als duurzaam gas lokaal te kunnen laten gebruiken door onze huishoudens en bedrijven.

De focus in de aanpak ligt op de realisatie van de productie vanuit mono-mestvergisting en het behouden van de capaciteit uit de grotere co-vergisters. Duurzaam gas is een belangrijk onderdeel van de oplossing in de energie- en warmtetransitie. De urgentie is alleen maar gegroeid onder druk van de energiecrisis. Het belang van verdere doorontwikkeling van productie, invoeding en gebruik van duurzame gassen (biogas, groen gas en waterstof) is een belangrijk onderdeel in de ambities van de gemeente en de netwerkbedrijven RENDO en Cogas. We zien deze duurzame gassen als duurzame vervanging voor het fossiele aardgas dat vanaf 2050 niet meer mag worden gebruikt. In de Transitievisie warmte staat dat duurzame gassen onderdeel zijn van de eindoplossing voor een groot deel van de woningen (hybride warmtepomp met groen gas). Ook het Hardenbergse bedrijfsleven ziet duurzame gassen in toenemende mate als oplossing voor verwarming, productie en transport. Samen met onder meer de netwerkbedrijven, agrariërs en bedrijven zetten we in op het verhogen van de productie van duurzame gassen in onze gemeente. Het gaat vooralsnog om gassen die beschikbaar komen vanuit co-vergisting en mono-mestvergisting. Indien zich mogelijkheden voordoen om op kleine schaal te experimenteren met de productie en/of toepassing van waterstof pakken we dat actief op.

Groen gas in bestaande netwerken In onze gemeente wordt op meerdere grote productielocaties vanuit (co)vergisting duurzaam gas opgewekt. Deze grootschalige productielocaties zetten tot voor kort, mede onder invloed van de SDEregeling, hun gas om in stroom. Het omzetten in stroom wordt inmiddels afgebouwd. Er wordt steeds meer duurzaam gas ingevoed in de netwerken van Cogas en RENDO. Cogas heeft een koppelleiding aangelegd om de invoeding vanuit Agro Energy op haar netwerk langjarig mogelijk te maken. We blijven 15

de grootschalige (co)vergisting in samenwerking met de netwerkbedrijven faciliteren. Samen met de producenten, netwerkbedrijven en het bedrijfsleven verkennen we de rol van duurzaam gas in energietransitie van onze bedrijven en bedrijventerreinen, inclusief de ontwikkeling van Energy-HUB’s of een gesloten distributiesysteem (GDS). Groen gas door onze agrarische bedrijven Samen met de netwerkbedrijven verkennen we de mogelijkheden tot het verhogen van de productie van duurzaam gas in onze gemeente bij bedrijven, agrariërs en partners. De focus ligt komende jaren op het ontwikkelen van mono-mestvergisting op (clusters van) agrarische bedrijven. Deze mono-mestvergisters komen bij voorkeur zoveel mogelijk op het eigen erf van de agrariërs. Bij clusters van meerdere agrarische bedrijven is het realiseren van enkele gezamenlijke voorzieningen, zoals een opwerklocatie of installatie om in te voeden mogelijk wel aan de orde. We pakken dit samen met de netwerkbedrijven Cogas en RENDO, agrarische bedrijven en hun adviseurs op. Waar wenselijk zoeken we de verbinding met een van de grote co-vergisters. Deze aanpak sluit aan op het agrarische karakter van onze gemeente, waarbij mono-mestvergisting een bijdrage kan leveren aan het toekomstperspectief voor de landbouw (inclusief de reductie van de stikstofuitstoot).

In het kader van het PPLG (Provinciaal Programma Landelijke Gebied) kunnen mono-mestvergisting bij agrarische bedrijven in combinatie met het gebruik van stikstofstrippers onderdeel zijn van de technische oplossingen op bedrijfsniveau. Samenwerking met de netbeheerders We continueren de bestaande intentieovereenkomst voor de samenwerking met Cogas en RENDO rond duurzaam gas. We haken aan op ervaringen, kennis en kunde die in de werkgebieden van beide bedrijven bij andere gemeenten worden opgedaan (Twente en Drenthe/Overijssel). We leveren vanuit de gezamenlijk aanpak van duurzaam gas een bijdrage aan de lange termijnstrategie annex het toekomstperspectief van Cogas en RENDO, waarbij beide bedrijven zich richten op 100% duurzaam gas in hun netwerken per 2050. Groen gas en de warmtetransitie Duurzaam gas is in onze Transitievisie Warmte voor veel woningtypen de eindoplossing in combinatie met een hybride warmtepomp. Dat betekent dat we naast het ophogen van de productie en invoeden van duurzame gassen in de netwerken, nog moet regelen hoe we dat gas ook daadwerkelijk voor de warmtetransitie van onze huishoudens beschikbaar krijgen. Dit komt doordat de groen gas certificaten afzonderlijk worden verhandeld en er pas sprake is van levering van groen gas als de eindgebruikers daarvoor de daartoe vereiste groen gas certificaten aankoopt.

Hiervoor sluiten we samen met andere gemeenten aan bij de lobby van beide netwerkbedrijven in Den Haag. Maatregelen ▪ Verhogen van de invoeding van groen gas in de netwerken van Cogas en RENDO ▪ Faciliteren productie van biogas en groen gas op agrarische bedrijven door mono-mestvergisting ▪ Continueren intentieovereenkomst duurzaam gas met RENDO en Cogas ▪ Zoeken naar mogelijkheden om lokaal geproduceerde duurzame gassen ook als zodanig erkend lokaal te kunnen gebruiken

16

Energie-innovatie Ambitie We hebben innovaties nodig in onze energietransitie om het energiesysteem van de toekomst te ontwikkelen. Innovaties komen soms vanzelf tot stand, maar soms hebben ze ondersteuning nodig en daarbij willen we helpen. We benaderen innovatie pragmatisch door het af te bakenen als nieuw voor onze gemeente. Het gaat dus bij energie-innovatie niet per se om zaken die geheel nieuw voor Nederland of daarbuiten zijn. De innovatie kan zowel betrekking hebben op vernieuwde beleidskeuzes of procesaanpakken (organisatorisch, financieel of procedureel) als op technische oplossingen in de energytransitie. De belangrijkste innovaties binnen de opwek van duurzame energie Binnen de opwek van duurzame energie zetten we in op de volgende belangrijke innovaties: ▪ Het realiseren van mono-mestvergistingsprojecten bij agrarische bedrijven voor de productie en invoeding van duurzaam gas (biogas en groen gas). Mogelijk kan de aanpak ook bijdragen aan en onderdeel worden van de uitvoering van het programma landelijk gebied en de aanpak van de stikstofproblematiek in onze gemeente. Mono-mestvergisting biedt naast de opwek van duurzame energie naar verwachting ook mogelijkheden tot reductie van de stikstofuitstoot (monomestvergisting in combinatie met strippers leidt tot een mogelijke stikstofreductie van tot 15%). Het biedt ook een extra verdienmodel voor onze agrariërs.

▪ Het verkennen van mogelijkheden om duurzaam gas via een energiecoöperatie lokaal beschikbaar te krijgen/houden voor toepassingen in huishoudens en bedrijven (allocatie). ▪ Het verkennen van kleinschalige mogelijkheden tot lokale opwek en toepassing van waterstofgas. ▪ Het verkennen van de mogelijkheid een koppeling op de waterstofhoofdinfrastructuur (backbone) te krijgen. ▪ Het college wil zich laten informeren over de mogelijkheden van kleine kernenergiecentrales en zal de raad daarbij uitnodigen. Daarna wordt bezien of een verdere oriëntatie op deze techniek wenselijk is. De belangrijkste innovaties binnen de gebouwde omgeving Binnen de gebouwde omgeving zetten we in op de volgende belangrijke innovaties: ▪ De woningtypebenadering en ontwikkeling van routekaarten per woning die uiteindelijk beschikbaar komen in de vorm van een online tool. We waren in Nederland een van de eerste gemeenten die afweken van de door de Rijksoverheid voorgestane wijkgerichte aanpak. De keuze voor een woningtypebenadering werkt ook door in het instrumentarium, de afspraken en maatregelen die netwerkbedrijven (m.n. ENEXIS) en Vechtdal Wonen treffen. Landelijk sluit onze keuze beter aan op het Nationaal Isolatie Programma (NIP) dat ook is gebaseerd op een woningtypebenadering.

Dit NIP sluit goed aan op de eerste stap uit onze TVW, die is gericht op isolatie en daarmee besparen op het energieverbruik. ▪ We richten een fix brigade of klusteam in om inwoners te helpen bij het treffen van duurzaamheidsmaatregelen in of aan de woning. ▪ We koppelen inkoopacties aan centraal geregelde beschikbaarheid van advies- en installatiemogelijkheden onder meer rond isolatiemaatregelen (zoals spouwmuur of vloeren, vervanging beglazing of plaatsing technische installaties). Samen met marktpartijen zoeken we hiervoor mogelijkheden..

17

▪ ▪

We verkennen en faciliteren de ontwikkeling van Energy-HUBS of gesloten distributiesystemen (GDSsystemen) in samenwerking lokale bedrijven, ENEXIS, provincie, Oost-NL en anderen. We initiëren kleinschalige project(en) voor het toepassen van waterstof in eigen gemeentelijke gebouwen of activiteiten.

Maatregelen ▪ We zetten in op de belangrijkste innovaties binnen de opwek van duurzame energie ▪ We zetten in op de belangrijkste innovaties binnen de gebouwde omgeving.

Eigen gebouwen en activiteiten Ambitie De gemeente wil met haar eigen gebouwen en activiteiten het goede voorbeeld geven in de energietransitie. Daarom wordt de aanpak van de verduurzaming van de gemeentelijke gebouwen versneld, wordt de mogelijkheden tot het inkopen van duurzame energie verkend en wordt gekeken naar duurzaamheidsmaatregelen bij overige gemeentelijke activiteiten Gemeentelijk vastgoed sneller verduurzamen De afgelopen jaren zijn al veel verduurzamingsmaatregelen aan gemeentelijk vastgoed uitgevoerd. In de nota vastgoedmanagement 2021-2025, vastgesteld in juni 2021, staat hoe we omgaan met en investeren in duurzaamheid in het gemeentelijk vastgoed. In het kader van de begroting 2023 is voor de jaren 2023 tot en met 2026 aanvullend budget van € 800.000,- per jaar toegekend voor verdere versnelling van verduurzaming van gemeentelijk vastgoed. Bij het doorvoeren van verduurzamingsmaatregelen wordt aangesloten bij logische investeringsmomenten en zetten we in op innovatieve technieken en inregelmogelijkheden. De komende jaren maken we per gebouw een verduurzamingsplan. Een energiecoördinator helpt Deze aanpak geldt ook de gemeentelijke accommodaties voor binnensport, cultuur en wijkcentra. Er komt een energiecoördinator die ook huurders van gemeentelijk vastgoed helpt bij het verminderen van het energieverbruik.

Sinds 2022 is een nieuw energiemonitoringsysteem in gebruik genomen, waardoor de energieverbruiken beter inzichtelijk zijn en op basis waarvan verdere verbeteringen in het energiebeheer van de gebouwen kunnen worden opgepakt. Verduurzamen schoolgebouwen Met de uitvoering van het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs (basisonderwijs) geven we, in aansluiting op logische investeringsmomenten en in overleg met schoolbesturen, invulling aan duurzaamheid, waaronder het plaatsen van zonnepanelen op schooldaken. Voor het voortgezet onderwijs geldt een maatwerkaanpak. Energiezuinige verlichting en verbeteren laadinfrastructuur We zetten in op energiezuinige verlichting en onderzoeken de innovatieve mogelijkheden om lantaarnpalen ook als laadpunt voor elektrisch vervoer in te zetten. We werken aan een laadvisie om de laadpaalinfrastructuur in onze gemeente te verbeteren. Deze laadvisie is een uitwerking in het kader van de Regionale Aanpak Laadinfrastructuur (RAL) en de nieuwe aanbesteding voor de aanleg de laadpalen in

18

onze gemeente. Bij de aanschaf van eigen rijdend materieel bezien we of elektrificatie dan wel een duurzaam alternatief haalbaar is. Duurzame energie regionaal inkopen Voor de inkoop van elektriciteit en gas doen we mee aan de inkoopcombinatie “Zwols collectief”. Voor de inkoop van gas geldt dat per 1 oktober 2022 de inkoopovereenkomst voor gas met SEFE (voorheen Gazprom) is opgezegd, conform het vijfde sanctiepakket van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat. Vanaf 1 oktober wordt het gas ingekocht bij Greenchoice. De overeenkomst eindigt op 31-122023. Greenchoice levert gas in combinatie met CO2-compensatie (bosaanplant). Op dit moment wordt de aanbesteding voor nieuwe inkoopovereenkomsten voor de periode 2024-2025 door de inkoopcombinatie voorbereid. Samen met partners in de inkooporganisatie wordt onderzocht hoe de inkoop van groen gas voor eigen gebouwen en activiteiten kan worden ingericht en verkennen we de haalbaarheid en wenselijkheid van het oprichten van een (regionale) energie-entiteit is.

Maatregelen ▪ Versnellen aanpak verduurzamen gemeentelijk vastgoed ▪ Aanstellen van een energiecoördinator ▪ Uitvoeren integraal huisvestingsplan basisonderwijs en maatwerk aanpak voortgezet onderwijs ▪ Werken aan verduurzamingsmaatregelen openbare verlichting en verkennen verdere mogelijkheden gemeentelijke vervoersmiddelen ▪ Verkennen regionale inkoop groen gas en haalbaarheid en wenselijkheid van het oprichten van een (regionale) energie-entiteit voor de inkoop van duurzame energie. Communicatie Belangrijk en onlosmakelijk onderdeel van de energietransitie is een heldere communicatiestrategie en uitvoering. Inhoudelijk richt de communicatie zich op het uitdragen van de gemeentelijke ambities. En ondersteunt de communicatie de activiteiten en maatregelen van de gemeente. Uitgangspunt is daarbij steeds dat de energietransitie van ons allemaal is. Het is een opgave waar we gezamenlijk de schouders onder moeten zetten. De gemeente faciliteert en ondersteunt de energietransitie waar mogelijk, geeft zelf het goed voorbeeld en stelt soms ook kaders. Tegelijkertijd ligt de energietransitie voor grote delen buiten onze sturingsmogelijkheden. Bij de realisatie van deze transitie zijn we afhankelijk van andere partijen zoals netwerkbedrijven, andere overheden en marktpartijen in de energiemarkt.

Tot slot kennen ook de inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties ieder een eigen verantwoordelijkheid en is hun mogelijkheid om zelf bij te kunnen dragen aan de energietransitie afhankelijk van vele factoren waaronder draagvlak en geld. In onze communicatie vertellen we dat we hen willen ontzorgen, ondersteunen en helpen. En laten we ook goede voorbeelden zien. De energietransitie is hoe dan ook een stevige opgave die start met het besparen op het energiegebruik. Helder is dat we voor de overgang van fossiele naar duurzame energie hoe dan ook alle energiebronnen nodig zullen hebben, dus: zon, wind, duurzame gassen (biogas, groen gas, waterstofgas) en mogelijk ook kernenergie uit kleine centrales. De complexe en dynamische transitieopgaven voor energie en warmte vragen met regelmaat om snel in te spelen op de actualiteit. De capaciteit voor communicatie rond het thema energietransitie en -innovatie is daarom versterkt. De communicatie loopt via de gemeentelijke kanalen: website, sociale media, digitale nieuwsbrief, gemeentelijke informatiepagina Kijk op Hardenberg. Het omvat ook de 1-op-1 klantcontact 19

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12566973/1