Stappenplan Volkshuisvestingsprogramma Hardenberg 131124 tbv college en raad
Tekst van het document
DATUM
13 november 2024
PROJECTNUMMER
160.110
OPDRACHTGEVER
Gemeente Hardenberg
Eerste opzet stappenplan Volkshuisvestingsprogramma Hardenberg Inleiding Van Programma Wonen naar Volkshuisvestingsprogramma In 2019 heeft de gemeente Hardenberg haar Programma Wonen vastgesteld. In grote lijnen kan de gemeente zich nog in de koers van dat programma vinden, maar in de afgelopen jaren hebben zich dermate veel ontwikkelingen voorgedaan, dat de gemeente behoefte heeft aan een nieuw beleidskader op het vlak van het wonen. De gemeente wil daarbij al voorsorteren op het Wetsvoorstel Versterking regie op de Volkshuisvesting. Uitgangspunt van die wet is dat de Omgevingsvisie in de toekomst de visie vormt voor alle ruimtelijke domeinen, ook wonen. Daaronder komt dan het Volkshuisvestingsprogramma te hangen; op uitvoering gerichte voornemens ten aanzien van het woonbeleid in de gemeente. Deze strikte scheiding tussen visie en uitvoering gaat de gemeente Hardenberg (net als vele andere gemeenten) nog iets te ver. De gemeente wil de komende tijd een Volkshuisvestingsprogramma gaan opstellen, waarbij rekening wordt gehouden met de vele thema’s die hierin opgenomen moet worden. Maar er is wel behoefte om in het Volkshuisvestingsprogramma ook een visie op wonen, welzijn en zorg op te nemen.
Waarom is een volkshuisvestingsprogramma voor de gemeente Hardenberg belangrijk? In het (voorgenomen) Wetsvoorstel versterking regie op de Volkshuisvesting is opgenomen dat iedere gemeente uiterlijk twee jaar na invoering van de wet over een lokaal Volkshuisvestingsprogramma beschikt. Dit alleen al is een belangrijke reden om als gemeente met het Volkshuisvestingsprogramma aan de slag te gaan. Daarnaast heeft de gemeente behoefte aan een actueel en duidelijk beleidskader op het vlak van wonen. Daarbij zal het Volkshuisvestingsprogramma van nu veel breder worden qua thematiek dan de woonvisie in het verleden. Ook komt er prioriteit te liggen bij het op peil houden van de kwaliteit van de bestaande woningvoorraad en woonomgeving: Thema 1: Bouwen voor de woningvraag In de regionale Woondeal is de kwantitatieve woningbouwambitie voor de gemeente Hardenberg vastgelegd (autonome behoefte). Maar de ambitie rijkt verder. Om het landelijke woningtekort aan te pakken, worden er nog eens 5.000 extra woningen in de provincie de komende jaren gebouwd. Hardenberg heeft aangegeven een van de vijf gemeenten te willen zijn waar die extra
Tivolilaan 205 6824 BV Arnhem Postbus 1174 6801 BD Arnhem www.companen.nl info@companen.nl 026 351 25 32
KvK-nummer: 09035291 BTW-nummer: NL001826517B01
opgave gaat landen. Deze ambitie is overigens nog niet in college of raad vastgelegd. Daarbij zal ook nog het gesprek gevoerd moeten worden over onder welke voorwaarden deze extra ambitie (tussen de 830 en 1.000 woningen) uitvoerbaar is, met name als het gaat om waar er gebouwd kan en moet worden. Wat betekent deze extra woningbouw voor het behoud van de sociale kwaliteit en de bereikbaarheid van de kernen en benodigde voorzieningen (denk aan huisartsen, sportvelden)? Thema 2: Een woonomgeving die past bij het langer zelfstandig wonen Zowel ouderen als andere zorgvragers zullen in de toekomst veel langer zelfstandig moeten wonen. Dit vraagt wat van de woningvoorraad (meer nultredenwoningen en geclusterde woonvormen) en onze woonomgeving (bereikbaarheid van voorzieningen, ontmoetingsplekken). De globale kaders zijn hiervoor vastgelegd in de regionale woonzorgvisie. De volgende stap is om uit te werken hoe we dit concreet in de kernen van Hardenberg mogelijk gaan maken. Thema 3: Kwaliteit van de bestaande woningvoorraad op orde Om onze eigen inwoners te binden en aantrekkelijk te blijven voor vestigers zal er blijvend geïnvesteerd moeten worden in de woningvoorraad. Het gaat daarbij om regulier onderhoud, maar ook het levensloopbestendig maken (met name voor oudere woningeigenaren) en het verduurzamen (isoleren, duurzame energie) van bestaande woningen i.c.m.
een duurzame woonomgeving (voorkomen hitte stres e.d.). Daarnaast zal gekeken moeten worden of de huidige (ruime) woningen nog passen bij het stijgend aantal 1+2 persoonshuishoudens. Splitsen of woningdelen kan een middel zijn om bestaande woningen efficiënter in te zetten. Naast deze specifieke maatregelen gaat het om het beter benutten van het bestaand stedelijk gebied (verdichten/transformeren). Hoe komt het eindresultaat eruit te zien? De inhoudelijke koers van het volkshuisvestingsprogramma wordt bepaald aan de hand van de input die we tijdens het gehele participatietraject tot ons krijgen. Wel kunnen we op voorhand aan geven welke vorm het eindresultaat krijgt. Het Volkshuisvestingsprogramma zal bestaan uit: 1. Een visie op wonen (uitgesplitst naar de verschillende thema’s die in het Volkshuisvestingsprogramma aan de orde komen) 2. Uitvoeringsprogramma met concrete maatregelen en acties per thema Gedurende het proces zal bepaald worden of beide onderdelen als één document of als separate onderdelen worden vormgegeven. De rol van de raad Het is belangrijk om in het proces alle relevante stakeholders te spreken. Hierdoor ontstaat er draagvlak voor het volkshuisvestingsprogramma. Er zijn wel een aantal specifieke aandachtspunten. In het wetsvoorstel wordt het Volkshuisvestingsprogramma als uitwerkingsbevoegdheid van het college gezien.
De gemeente Hardenberg wil (net als veel andere gemeenten) niet aan de rol van de raad voorbijgaan op dit vlak. Daarvoor is het thema te belangrijk. Het Volkshuisvestingsprogramma zal daarom vastgesteld worden door de raad. In de weg daarnaar toe zal de raad ook nauw betrokken moeten worden. In principe willen we daarbij werken met een raadswerkgroep. Met de gemeenteraad stemmen we aan het begin van het proces af of er een werkgroep wordt ingericht, of dat we diverse malen met de raad samen komen. In ieder geval is het belangrijk dat
de raad ook inhoudelijk wordt bijgespijkerd over alle ontwikkelingen rond alle landelijke wetswijzigingen en regionale kaders die van belang zijn voor gemeente op het vlak van wonen en wonen met zorg.
Hoe zou het stappenplan eruit komen te zien?
Op basis van het gesprek tussen de gemeente (Dick Doornbos en Errol van Veen) en Companen (Martin Bleijenburg en Pim Tiggeloven) hebben we een eerste opzet van het mogelijke stappenplan uitgewerkt, met daarin de volgende stappen 1. Startfase 2. Opgaven verkennen 3. Programma op hoofdlijnen 4. Maatregelen concretiseren Verspreid over het proces: kennissessies met raadswerkgroep Stap 1: startfase Bijeenkomsten: • Startgesprek kernteam 1 (incl. strategisch adviseur Ruimte) • Startgesprek college: toelichten proces, belangrijke thema’s, standpunt extra woningbouwambitie • Brede projectgroep 2: Toelichten proces, delen relevante thema’s
In deze eerste stap is het belangrijk om het beoogde proces binnen de organisatie goed toe te lichten. We beginnen eerst met een gesprek met het college, waarbij we checken welke inhoudelijke thema’s van belang zijn. In dit gesprek willen we ook de extra opgave van 830 tot 1.000 woningen ter sprake brengen. Inclusief de gevolgen voor realiseerbaarheid en gevolgen voor bereikbaarheid, voorzieningen, etc. Dit gesprek bereiden we voor met het kernteam en de strategisch adviseur Ruimte. Daarmee moet duidelijk worden in hoeverre het gesprek over de extra opgave mogelijk tot een koerswijziging van de Omgevingsvisie gaat dienen, als onderdeel van het Volkshuisvestingsprogramma. Vervolgens gaan we het gesprek aan met de brede gemeentelijke organisatie, waarbij de focus ligt op collega’s met een duidelijke link met het woonbeleid. We nemen hen mee in de opzet van het proces en vragen aan hen wat zij nodig hebben van het nieuwe Volkshuisvestingsprogramma. Maar we stellen de vraag ook andersom: wat kan hun beleidsveld bijdragen aan het volkshuisvestingsprogramma? Stap 2: opgaven verkennen Bijeenkomsten: • Raadswerkgroep: input ophalen voor Volkshuisvestingsprogramma
We starten met een bureaustudie waarbij we op basis van bestaande informatie een beknopte startnotitie opstellen. We maken hiervoor gebruik van bestaande beleidskaders en woningmarktonderzoeken. In de notitie geven we in enkele pagina’s een introductie in de stand van zaken op de lokale woningmarkt (kwantitatieve en kwalitatieve vraag, rijksbeleid, ouderen en aandachtsgroepen, bestaande woningvoorraad, etc.). Per thema geven we ook enkele vragen mee als startpunt voor het gesprek met stakeholders voor de inhoudelijke koers van het Programma. 1 Kernteam: projectleider gemeente, medewerkers Companen 2 Projectgroep: vertegenwoordiging ambtelijke organisatie bestaande uit variatie aan beleidsdisciplines met een link met
thema ‘wonen’, eventueel aangevuld met een vertegenwoordiging van Vechtdal Wonen.
We bespreken de startnotitie eerst met de raadswerkgroep. Dit is ook het moment waarop de raad (via de werkgroep) kan aangeven welke inhoudelijke thema’s volgens hen in het verdere proces aandacht moeten krijgen. Stap 3: programma op hoofdlijnen Bijeenkomsten: • Panelgesprek marktkenners (makelaars, ontwikkelaars, hypotheekverstrekkers) • Gesprek opgaven sociale huursector (woningcorporatie, huurdersorganisatie) • Bijeenkomst Plaatselijke Belangen • Woonzorgpanel (zorg- en welzijnsaanbieders, belangenorganisaties, woningcorporatie) • College: eerste concept VHVP bespreken • Raadswerkgroep: eerste concept VHVP bespreken
In de derde stap gaan we in gesprek met de stakeholders op het vlak van wonen en wonen met zorg. Wat zien zij als belangrijkste uitdagingen voor het wonen in Hardenberg? En hoe vertalen we dat naar een (1) visie en (2) maatregelen die daarbij horen? Voorafgaand aan de bijeenkomsten sturen we de startnotitie toe, zodat men zich kan voorbereiden. We voeren meerdere gesprekken met verschillende stakeholders: • Met de marktpartijen gaan we vooral in op de woningbouwopgave (kwantitatief en kwalitatief), maar ook eventuele stimuleringsmaatregelen om woningen langer betaalbaar te houden, het zoeken naar een balans tussen kwaliteitseisen om goede woningen te bouwen versus de behoefte om snel en vooral betaalbare woningen te bouwen. • Met de corporatiesector gaan we in op thema’s als woningtoewijzing, betaalbaarheid leefbaarheid, kwaliteit van de bestaande voorraad. • We organiseren één bijeenkomst met alle Plaatselijke Belangen waarin we vooral in gaan op de speerpunten per kern. Hierbij zal ruimte zijn voor een gezamenlijk deel (discussie) en groepjes (per kern relevante thema’s ophalen) • Met woonzorgpartijen gaan we in op de huisvestingsopgave voor ouderen en aandachtsgroepen. Ouderen zullen daarin de grootste doelgroep zijn, maar we willen ook kijken naar de andere aandachtsgroepen. We bespreken hoe we de regionale woonzorgvisie vertalen naar de lokale situatie.
Er is ook oog voor de opgaven in de woonomgeving: zachte landing in de wijk, toegankelijkheid, bereikbaarheid voorzieningen, etc. Op basis van alle bijeenkomsten (en alle andere relevante documenten uit stap 2) stellen we een eerste concept Volkshuisvestingsprogramma op. De belangrijkste punten per hoofdstuk (thema) vatten we samen in een presentatie. Deze presentatie lichten we toe aan het college. In dat gesprek checken of het college akkoord is met deze koers en of we daarmee de rest van het Volkshuisvestingsprogramma kunnen uitwerken. Vervolgens praten we de raadswerkgroep via dezelfde presentatie bij over de voortgang. Stap 4: Maatregelen concretiseren Bijeenkomsten: • Werksessie uitvoeringsprogramma fysieke thema’s (beleidsmedewerkers wonen, projectleiders woningbouw, RO-medewerkers, economie, etc.) • Werksessie uitvoeringsprogramma sociale thema’s (beleidsmedewerkers wonen, sociaal domein, kernenbeleid, etc.) • Presentatie gemeenteraad
In deze stap werken we het concept Volkshuisvestingsprogramma nader uit. We benoemen per hoofdstuk een lijst met mogelijke acties/maatregelen. In een tweetal sessies met de brede projectgroep van de gemeente, scherpen we die voorgestelde acties aan. We proberen daarbij ook al zoveel mogelijk acties te concretiseren (welke partijen zijn betrokken bij de uitvoering, wat is de planning). Het definitieve Volkshuisvestingsprogramma lichten we in een presentatie toe aan de raad. Dat kan na afronding van het volledige proces (dus ook nar de werksessies rond het uitvoeringsprogramma), maar dat kan ook net daarvoor. Verwachting is dat het uitvoeringsprogramma (nog meer dan het programma zelf) een uitvoeringsbevoegdheid van het college zal zijn. Verspreid over het proces In korte tijd zijn er -zeker op landelijk niveau- veel beleidswijzigingen op het vlak van wonen en wonen met zorg doorgevoerd. Het speelveld rondom wonen is daardoor nog complexer geworden. Het vergt de nodige kennis om te weten wat je als gemeente wel (of juist niet) mag doen als het om woonbeleid gaat. De gemeente vindt het belangrijk dat de raad goed wordt meegenomen in het beleidsdomein ‘wonen’ en alle actuele ontwikkelingen daarin. Dit is nodig om in het proces de juiste keuzes te kunnen maken.
We stellen daarom voor om -verspreid over het proces- een drietal kennissessies te organiseren, waarbij Companen een toelichting geeft over een specifiek thema. Door de sessies te spreiden over het proces, komt de informatie gedoceerd aan bij de raadsleden (men wordt niet overvoerd met teveel informatie) en is er meer flexibiliteit om de sessies op een gepast moment te plannen. We stellen de volgende kennissessies voor: Beoogde kennissessies met raad / raadwerkgroep 1. a) b) c)
Toelichting over het Wetsvoorstel Versterking regie op de Volkshuisvesting Voorgeschiedenis: Nationale Woon- en Bouwagenda, Woondeals Samenhang Omgevingswet, Omgevingsvisie versus Volkshuisvestingsprogramma Inhoudelijke thema’s: 30% sociale huur, 67% betaalbare nieuwbouw, ouderenhuisvesting (verrijking regionale woondeal)
2. a) b) c) d)
Huisvestingswet Basisprincipe: vrijheid van vestiging Bij onderbouwing schaarste en verdringing: huisvestingsverordening Mogelijkheden voorrang lokale woningzoekenden Verplichte en optionele onderdelen
3. a) b) c) d)
Ouderen en aandachtsgroepen Voorgeschiedenis: Een thuis voor iedereen Toelichting aandachtsgroepen Verplichte urgentiedoelgroepen Regionale woonzorgvisie
Planning
afsprakenkader
Het streven is om het volkshuisvestingsprogramma in de loop van 2025 op te leveren. Omdat we inzetten op een iteratief proces, waarbij de raad, stakeholders en Plaatselijk Belangen goed worden meegenomen, sluiten we iedere stap af met een go/ no go moment voor de volgende fase. Aan het eind van iedere fase wordt een planning en kostenberekening voor de volgende fase opgesteld. De planning voor stap 1 (startfase) zien we als volgt voor ons:
1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9.
Verkennende bespreking op 10 oktober Opstellen houtskoolschets plan van aanpak (verzenden 4 november) Bespreken met kernteam op 7 november Aanscherpen houstkoolschets en bespreken met MT op 12 november Bespreken met de stuurgroep op 13 november Aanscherpen en bespreken met het college op 19 november Aanscherpen en bespreken met raad op 26 november Opstellen plan van aanpak stap 2 (opgave verkennen) Go/no go moment stap 2 afronden in december 2024