RV Wijzigen Algemene Plaatselijke Verordening Hardenberg 2019 (getekend raadsvoorstel/besluit)
Tekst van het document
Raadsvoorstel Zaaknummer: Behandelaar: E-mail:
801434 Dickjan Doornbos Dickjan.Doornbos@hardenberg.nl
College:
22 oktober 2024
Raad:
3 december 2024
Onderwerp: Wijzigen Algemene Plaatselijke Verordening Hardenberg 2019
WIJ STELLEN DE GEMEENTERAAD VOOR OM TE BESLUITEN: de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Hardenberg 2019 te wijzigen.
Inleiding De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft voorstellen tot wijziging/aanpassing van de model-Algemene Plaatselijke Verordening (APV) gedaan. De APV van de gemeente Hardenberg is op die model-APV van de VNG gebaseerd. De op dit moment geldende APV voor de gemeente Hardenberg is – zoals dit voorgeschreven is in artikel 19 van de Bekendmakingswet - te vinden op een voor een ieder algemeen toegankelijk elektronisch medium, op overheid.nl: Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Hardenberg 2019 | Lokale wet- en regelgeving (overheid.nl). Wij stellen u voor om de APV voor de gemeente Hardenberg te wijzigen aan de hand van de voorstellen van de VNG. Verder stellen we nog enkele andere aanpassingen voor. Doelen Een geactualiseerde Algemene Plaatselijke Verordening Argumenten Hier volgen toelichtingen op de voorgestelde wijzigingen. Artikel 1:1 Definities Het gaat hier om een aanpassing van de definitie van het begrip ‘gebouw’ aan de geldende regelgeving (in overeenstemming met de model-verordening van de VNG). Artikel 2:10 Voorwerpen op of aan de weg of een openbare plaats Dit artikel gaat over veel onderwerpen, waaronder de terrasvergunning. Door zienswijzen kan een langere periode nodig zijn voor vergunningverlening, maar lid 8 (waardoor sprake is van fictieve vergunningverlening bij niet tijdig, binnen acht weken, beslissen) geeft hiervoor niet de ruimte.
Fictieve vergunningverlening zou belangen van derden kunnen schaden. Vandaar dat wij voorstellen dit lid te schrappen.
1
Artikel 2:11 (Omgevings) vergunning voor het aanleggen, beschadigen of veranderen van een weg Wij stellen voor aan lid 3 – dat uitzonderingen bevat op het verbod vanwege de toepasselijkheid van andere regelgeving – opnieuw de (gemeentelijke) Algemene verordening ondergrondse infrastructuur toe te voegen. Deze is bij de vorige wijziging per abuis verwijderd. Artikel 2:26 Ordeverstoring Ter bestrijding van outlaw motorcycle gangs (OMGs) heeft de VNG in 2020 deze bepaling in de modelverordening uitgebreid met een verbod om bij evenementen uiterlijke kenmerken van een verboden organisatie te dragen, zoals een logo. Gelet op de toen recente ervaring met een OMG in de gemeente en in het kader van regionale samenwerking tegen ondermijning, is dit vervolgens opgenomen in de APV van de gemeente Hardenberg. De Hoge Raad heeft inmiddels echter geoordeeld dat een dergelijke bepaling in strijd is met het grondrecht op vrijheid van meningsuiting. Daarop kan alleen bij wet in formele zin uitzondering worden gemaakt, niet in een wet in materiële zin, zoals de APV. Gemeenten moeten als gevolg daarvan de bepalingen inzake dergelijke verboden uit de APV schrappen. Voorgesteld wordt dit artikel daarop aan te passen.
Artikel 2:50a Slaapplaats op of aan een openbare plaats (komt te luiden: Verbod gebruik openbare plaats als slaapplaats, en wordt vernummerd tot 2:54) Wij stellen voor dit artikel (in overeenstemming met het VNG-model) aan te vullen met het (in een nieuw lid 5) benoemen van situaties die niet onder het verbod vallen, zoals ligboten. Daarnaast stellen we voor de nummering van het VNG-model te hanteren, zodat dit artikel omgenummerd wordt naar artikel 2:54 en ook de titel te wijzigen in de titel die het VNG-model hanteert. Artikel 250b Verbod op zichtbare uitingen van verboden organisaties Wij stellen voor dit artikel te schrappen. Voor een toelichting daarop verwijzen wij naar de toelichting op de voorgestelde wijziging van artikel 2:26, hierboven. Artikel 2:65 Bedelarij In de praktijk blijkt dat bedelarij voorkomt, maar op dit moment kan er niet tegen worden opgetreden bij overlast gevende situaties. Wij stellen daarom voor dit artikel (zoals dit is opgenomen in het model van de VNG) in de APV op te nemen. Artikel 2:78 Gebiedsontzeggingen Deze bepaling is in het VNG-model inhoudelijk gewijzigd. De belangrijkste wijzigingen die voorgesteld worden, zijn: • vervanging van het ‘bevel om zich niet op een openbare plaats op te houden’ door ‘het opleggen van een tijdelijk verbod om op een openbare plaats aanwezig te zijn’.
Juridisch gezien is een gebiedsontzegging namelijk niet een bevel waarvan het niet nakomen een misdrijf is (artikel 184 van het Wetboek van Strafrecht), maar een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) waarvan het niet nakomen een overtreding is. Op het besluit van de burgemeester zijn de waarborgen van de Awb van toepassing; • samenvoeging van het huidige tweede en derde lid; • toevoeging van een voorrangsbepaling als de officier van justitie een gebiedsontzegging oplegt op grond van artikel 509hh van het Wetboek van Strafvordering. Wij stellen voor het artikel in de APV in die zin te wijzigen. Artikel 2:80 Sluiting van voor het publiek toegankelijke gebouwen (wordt: Sluiting voor publiek openstaand gebouw of bijbehorend erf) In het jaar 2020 is artikel 2:80 in de APV opgenomen, waarmee de burgemeester de bevoegdheid heeft gekregen om voor publiek openstaande gebouwen of bij die gebouwen behorende erven voor langere duur te sluiten in de strijd tegen ondermijnende activiteiten. De tekst van dit artikel is destijds opgesteld vanuit de regionale samenwerking op het gebied van de aanpak van ondermijning. De model-APV van de VNG kende toen nog niet een dergelijk artikel. Inmiddels is dat wel het geval. 2
Wij stellen voor om aansluiting te zoeken bij het landelijke model en de bestaande tekst van het artikel te vervangen door de tekst uit het VNG-model. Artikel 6:1 Sanctiebepaling Door vernummering van artikel 250a tot 2:54 en door toevoeging van artikel 2:65 moet lid 2 van artikel 6:1 worden gewijzigd (schrappen 250a en toevoegen 2:54 en toevoegen 2:65) en door wijziging van artikel 2:78 moet dit artikel worden toegevoegd aan lid 1..Dit om ervoor te zorgen dat tegen overtreding van deze bepalingen handhavend kan worden opgetreden. Waar nodig wordt de toelichting bij de diverse te wijzigen artikelen, die opgenomen is bij de APV in het voor een ieder toegankelijke elektronische medium, aangepast aan de wijzigingen. Risico's en kanttekeningen N.v.t. Werelddoelen van de Verenigde Naties (SDG) Dit voorstel draagt bij aan de volgende werelddoelen: - Past niet bij de SDG-doelen Toelichting werelddoelen VN N.v.t. Financiën N.v.t. Verwerking persoonsgegevens N.v.t. Communicatie Na vaststelling wordt het besluit tot wijziging bekendgemaakt in het elektronische gemeenteblad. Aangezien het gaat om ondergeschikte wijzigingen van een bestaande verordening is geen participatie toegepast. Uitvoering De gewijzigde bepalingen worden toegepast bij vergunningverlening en handhaving.
Burgemeester en wethouders van de gemeente Hardenberg, Secretaris,
Burgemeester,
B.M. de Vries
M.W. Offinga
Bijlagen Overzicht van de voorgestelde wijzigingen (“was-wordt”) 3
Raadsbesluit Zaaknummer:
801434
Onderwerp: Wijzigen Algemene Plaatselijke Verordening Hardenberg 2019
De raad van de gemeente Hardenberg; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 22 oktober 2024; gelet op artikel 149 van de Gemeentewet;
Besluit:
1. de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Hardenberg 2019 te wijzigen als volgt: A. in artikel 1:1 wordt onderdeel f. gewijzigd en komt te luiden als volgt: f. gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet; B. in artikel 2:10 wordt lid 8 geschrapt; C. in artikel 2:11 wordt aan lid 3, achter “Telecommunicatiewet” toegevoegd: ‘of de Algemene verordening ondergrondse infrastructuur’; D. artikel 2:26 wordt gewijzigd en komt te luiden als volgt: Artikel 2:26 Ordeverstoring Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren. E. artikel 2:50a wordt gewijzigd en vernummerd tot artikel 2:54 en komt te luiden als volgt: Artikel 2:54 Verbod gebruik openbare plaats als slaapplaats 1. Het is verboden tussen zonsondergang en zonsopgang een openbare plaats als slaapplaats te gebruiken en verder op of aan een openbare plaats een voertuig, caravan, keetwagen, magazijnwagen, tent of een soortgelijk of ander onderkomen als slaapplaats te gebruiken of daarin te overnachten dan wel gelegenheid daartoe te bieden. 2. Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod ontheffing verlenen en daaraan voorschriften verbinden in het belang van: a. de openbare orde
4
3. 4.
5.
6.
b. het voorkomen of beperken van overlast c. de verkeersveiligheid of de veiligheid van personen of goederen d. de zedelijkheid of de gezondheid e. de bescherming van natuur en landschap Het college kan plaatsen aanwijzen waar het verbod van het eerste lid niet geldt. Het college kan daarbij nadere regels stellen in het belang van: a. de openbare orde b. het voorkomen of beperken van overlast c. de verkeersveiligheid of de veiligheid van personen of goederen d. de zedelijkheid of de gezondheid e. de bescherming van natuur en landschap f. de bescherming van het aanzien van de gemeente. Het verbod geldt niet: a. voor vaartuigen en woonboten die een ligplaats innemen waar dit op grond van artikel 5:25 of het omgevingsplan is toegestaan; b. voor woonwagens met een woonbestemming; c. op een kampeerterrein dat als zodanig in het omgevingsplan is bestemd of mede bestemd; d. op kampeerplaatsen die op grond van artikel 4:19 zijn aangewezen. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
F. Artikel 2:50b vervalt. G. Er wordt een nieuw artikel 2:65 toegevoegd dat komt te luiden als volgt: Artikel 2:65 Bedelarij Het is verboden in door het college aangewezen gebieden op een openbare plaats te bedelen om geld of andere zaken. H. Artikel 2:80 wordt gewijzigd en komt te luiden als volgt: Artikel 2:80 Sluiting voor publiek openstaand gebouw of bijbehorend erf 1. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde of ter voorkoming of beperking van overlast of nadelige beïnvloeding van het woon- of leefklimaat besluiten tot de gehele of gedeeltelijke sluiting van een voor het publiek openstaand gebouw of een bij dat gebouw behorend erf. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin artikel 2:30, eerste lid, of artikel 13b van de Opiumwet voorziet. 3. De burgemeester brengt een afschrift van zijn besluit aan op of nabij de toegang van het voor het publiek openstaande gebouw of het bij dat gebouw behorende erf. 4. Eenieder is verplicht toe te laten dat het afschrift wordt aangebracht en aangebracht blijft, zolang de sluiting van kracht is. 5. Het is verboden een gesloten gebouw of erf te bezoeken, als bezoeker daarin of daarop te verblijven of een bezoeker daarin of daarop te laten verblijven zonder toestemming van de burgemeester. 6.
De burgemeester kan een sluiting opheffen als later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven en voldoende garanties aanwezig zijn dat geen herhaling van de feiten of gedragingen die tot sluiting hebben geleid, zal plaatsvinden.
5
I.
In artikel 6:1 wordt in lid 1 ‘2:50b’ geschrapt en ‘2:78’ toegevoegd en wordt in lid 2 ‘2:50a’ geschrapt en worden ‘2:54’ en ‘2:65’ toegevoegd.
2. te bepalen dat dit besluit in werking treedt op de dag volgende op die van bekendmaking daarvan.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Hardenberg van 3 december 2024. De raad voornoemd, de griffier,
de voorzitter,
F.G.S. Droste
M.W. Offinga
6