RV Vaststellen Nota van uitgangspunten Volkshuisvestingsprogramma
Tekst van het document
Raadsvoorstel
Vaststellen Nota van uitgangspunten Volkshuisvestingsprogramma Zaaknummer:
1130401
College:
2 december 2025
Portefeuillehouder:
Wethouder Dorrestijn-Taal
Raad:
13 januari 2026
Wij stellen de gemeenteraad voor om te besluiten: 1. de Nota van uitgangspunten Volkshuisvestingsprogramma vast te stellen.
Inleiding
Tot op heden legden we onze visie op wonen vast in het Programma Wonen. Voor het laatst deden we dat in 2019. Hierin gaven we onze lange termijnvisie op de woonopgaven in de gemeente Hardenberg weer.
Dat gaat veranderen met het Volkshuisvestingsprogramma. Dit programma vloeit voort uit de
Wet versterking regie volkshuisvesting. De gemeentelijke Omgevingsvisie ‘Landstad Hardenberg’ vormt de basis voor het Volkshuisvestingsprogramma op zowel ruimtelijke als sociale ontwikkelingen binnen de gemeente.
Vooruitlopend op de komst van de Wet versterking regie volkshuisvesting heeft de Rijksoverheid diverse beleidsnotities vastgesteld die in de breedte richting geven aan het woondomein in Nederland. Het gaat dan o.a. over:
• voldoende en betaalbare woningen;
• passende woningen voor verschillende aandachtsgroepen; • verduurzaming van de woningvoorraad;
• voldoende passende woningen in een zorgzame omgeving vanwege de groeiende oudere bevolkingsgroep.
Deze Rijksbeleidskaders zijn regionaal vertaald naar de regionale Woondeal en Woonzorgvisie West Overijssel met Afsprakenkader ouderenhuisvesting.
Aanvullend heeft het college onderzoek gedaan naar de woningbehoefte binnen de gemeente. Ook vanuit de gemeente Hardenberg zien we dat de woningmarkt de afgelopen jaren sterk is veranderd.
1 van 7
Dit alles is de aanleiding om het overwegende fysiek ingestoken woonbeleid binnen de
gemeente Hardenberg te gaan actualiseren en in samenhang met zorgbeleid toe te werken naar integraal woonzorgbeleid.
Doelen
Met integraal woonzorgbeleid streven we ernaar om de kwaliteit van leven en wonen te behouden en mogelijk te versterken. Het Volkshuisvestingsprogramma (visie en
uitvoeringsprogramma) beschrijft de samenhang van meerdere beleidsterreinen die van
meerwaarde zijn voor onze inwoners, zoals een betaalbare passende woning in leefbare wijken en dorpen waar een ieder lang zelfstandig kan wonen. Zichtbaar is dat het moeilijk is voor inwoners een passende woning te vinden, onze inwoners steeds ouder worden en de betaalbaarheid van
de woningmarkt onder druk staat voor in ieder geval de jongeren. Ook hebben inwoners met een zorgvraag moeite om een passende woning te vinden. Om de kwaliteit van leven en wonen te
behouden is de inzet gericht op om meer passende woningen te realiseren in een gezonde en sociale leefomgeving waarin inwoners naar elkaar omzien.
Argumenten
Ad 1.1 We met de Nota van uitgangspunten, als verfijning van de Omgevingsvisie, tot uitvoering willen komen van het integraal woonzorgbeleid
In de Omgevingsvisie Landstad Hardenberg, vastgesteld door uw raad in juli 2021, zijn vanuit het fysieke en sociale domein ambities en opgaven beschreven. Volgens de Wet versterking regie volkshuisvesting worden de ambities en opgaves vanuit de Omgevingsvisie uitgewerkt in het Volkshuisvestingsprogramma. In dit programma worden de op uitvoering gerichte beleidsvoornemens beschreven.
De kaders omschreven in de Omgevingsvisie Landstad Hardenberg geven onvoldoende sturing
om tot uitvoering te kunnen komen. Een nadere verfijning van deze Omgevingsvisie op het brede domein wonen is daarom wenselijk.
Daarom hebben wij een tussenstap ingebouwd, in de vorm van deze Nota van uitgangspunten om tot beleid te komen voor uitvoering.
De in deze nota verwerkte uitgangspunten zien we als het visiedeel om richting te geven aan de uitvoering. Dit zien we als een verantwoordelijkheid van de raad.
Het opstellen en uitvoeren van het Volkshuisvestingsprogramma, de volgende stap, is een bevoegdheid van het college.
Dit is zo bedoeld volgens de Omgevingswet. Deze wet bepaalt dat de gemeenteraad bijv. een
omgevingsvisie en een omgevingsplan vaststelt. De omgevingsvisie gaat over de langere termijn en de opgaven waar de gemeente mee aan de slag gaat. Het college van burgemeester en
wethouders is verantwoordelijk voor het meer uitvoerende beleid, zoals het vaststellen van
programma's en verlenen van vergunningen. In dit geval het Volkshuisvestingsprogramma. In de Nota van uitgangspunten zijn ook sturende regionale kaders verwerkt zoals
overeengekomen in de Woondeal West Overijssel en de regionale Woonzorgvisie. Verder sluiten 2 van 7
we aan bij al opgestelde programma's zoals op het gebied van Energie en Klimaat. De in deze programma's opgenomen kaders maken onderdeel uit van het Volkshuisvestingsprogramma.
De Nota van uitganspunten (visiedeel) en het uitvoeringsprogramma vormen samen uiteindelijk het Volkshuisvestingsprogramma voor onze gemeente, tot en met 2030 met een doorkijk naar 2040.
In de toekomst zullen de Omgevingsvisie en onderliggende programma’s, zoals dit Volkshuisvestingsprogramma, processen vormen die parallel aan elkaar lopen.
Het Volkshuisvestingsprogramma wordt daarmee een dynamisch uitvoeringsgericht programma dat het college jaarlijks herijkt en concretiseert.
Ad 1.2 Het huidige woonbeleid sluit niet meer aan bij de ontwikkelingen in de woningmarkt en (toekomstige) bevolkingssamenstelling
Het huidige Programma Wonen van 2019 beschrijft een woningbouwopgave en vraagt aandacht voor de groepen ouderen en starters in de woningmarkt.
Hoewel dit nog steeds actueel is, zijn het aantal bijkomende opgaven fors gegroeid. De inwoners worden steeds ouder en het betaalbaarheidsvraagstuk van koopwoningen is veel complexer geworden. Daarnaast komen er meer groepen met een zorgvraag die ook zoeken naar een woning in de samenleving van de gemeente Hardenberg.
Met het realiseren van voldoende en passende compactere betaalbare woningen is het
huisvestingsvraagstuk wellicht ingevuld. Maar een toekomstbestendige woonomgeving is ook een gezonde en sociale leefomgeving, waar mensen prettig kunnen wonen, ook als zij zorg of
ondersteuning nodig hebben en andersom voor de overige bewoners. Het vraagt aandacht voor een fysieke omgeving die bijdraagt aan gezondheid en welzijn, en veerkrachtige inclusieve gemeenschappen.
Ad 1.3 De Nota van uitganspunten is met brede betrokkenheid van buiten en binnen de organisatie tot stand gekomen
Bij het opstellen van deze visie is nadrukkelijk ingezet op participatie en samenwerking. De aanzet van de visie is getoetst en aangescherpt in samenspraak met diverse partners. Het doel van deze
participatie was om kennis en ervaring uit de praktijk te benutten en draagvlak te creëren voor de uitvoering.
De betrokkenheid is georganiseerd rond vier groepen van stakeholders, elk met een eigen perspectief op de volkshuisvesting. Het gaat dan om:
• marktkenners (o.a. makelaars, ontwikkelaars, woningcorporatie, provincie);
• woonzorgpartijen (o.a. zorg- en welzijnsaanbieders, belangenbehartigers en huisvesters); • Plaatselijk Belangen;
• woningcorporatie en huurdersorganisatie.
3 van 7
Ook de participatieraad is betrokken. Voor hen is bij de uitwerking van beleid ook een rol weggelegd.
Deze partijen blijven ook betrokken bij het opstellen van het daadwerkelijke
Volkshuisvestingsprogramma, waarin de visie verder wordt geconcretiseerd in maatregelen, projecten en samenwerkingsafspraken.
Ad 1.4 We kunnen inzetten op een integrale aanpak
Het Volkshuisvestingsprogramma is integraal qua opzet. De beleidsonderdelen worden in samenhang met elkaar beschreven gericht op de uitvoering. Het gaat om de volgende onderdelen: • De bestaande woningvoorraad
In dit hoofdstuk wordt met name ingegaan op de mogelijkheden hoe de bestaande
woningvoorraad beter benut kan worden. De gemeente Hardenberg kent een voorraad met een gemiddeld groot oppervlak. Nu en zeker de komende jaren zal de groei van de huishoudens vooral zitten bij 1+2 persoonshuishoudens, met name onder jongeren, ouderen en
aandachtsgroepen. De bestaande woningvoorraad biedt kansen om passend in te zetten voor
deze groepen. Dit kan bijv. door splitsing en kamerverhuur binnen het bestaande bezit. Ook zien we kansen om ander leegstaand vastgoed te transformeren naar woningen. Hiervoor willen we
ruimte bieden, met behoud van een prettig woon- en leefklimaat. Aansluitend gaan we
onderzoeken hoe we leegstand in de bestaande woningvoorraad kunnen tegengaan en voorkomen.
Ook in samenhang met de woonomgeving willen we de kwaliteit van wijken en dorpen behouden dan wel versterken, in samenhang met de bestaande woningvoorraad. Er is op dit punt een sterke samenhang met uitvoering gericht op verduurzaming vanuit de Programma's Energie en Klimaat. • De kwantitatieve woningbouwopgave
Binnen dit hoofdstuk is beschreven op welke wijze we invulling willen geven aan de kwantitatieve woningbouwopgave, zowel vanuit een lokale als regionale opgave. We kijken naar de opgave tot en met 2030, die gerelateerd is aan de opgave binnen de Woondeal West Overijssel met een
doorkijk naar 2040. Verder geven we duiding op welke wijze we sturing geven aan de invulling binnen de dorpen. We benaderen dit gebiedsgericht. Zowel gericht op de invulling bij de
verschillende dorpen als ook gericht op het buitengebied. Dit kan ook samengaan met de transformatie van en/of het beter benutten van leegkomende agrarische bebouwing. • Kwalitatieve behoefte
Binnen dit hoofdstuk richten we ons op de opgave om de juiste passende woningen te kunnen
bieden aan de verschillende (aandachts-)groepen. De belangrijkste opgave is betaalbaar wonen
voor jongeren en ouderen. 70% van de woningbouwopgave is betaalbaar. Voor koopstarters
zetten we in op goedkope koop waarbij de v.o.n.-prijs ligt rond de € 275.000. Het voorstel is
4 van 7
om hier instrumenten voor te ontwikkelen zodat de woning betaalbaar is en betaalbaar blijft.
Waarbij het ontwikkelvoordeel niet ten goede komt aan alleen de eerste generatie bewoners.
Verder zien we dat er meer gedifferentieerd en inclusief aanbod nodig is om aan de woonvraag
te kunnen voldoen. Belangrijk daarbij is dat we komen tot evenwichtige opbouw van wijken en dorpen.
• Behoefte aan wonen met zorg
Naast het vergroten van woningaanbod voor ouderen gaat de opgave voor wonen en zorg verder dan alleen het bieden van een passende woning. Het gaat o.a. om een aanvullend specifiek woningaanbod, meer gericht op ondersteuning en bewustwording gericht op aanpassing van de eigen woning of doorstroming naar een passende woning.
En wij besteden aandacht aan mogelijkheden om mee te bouwen aan veerkrachtige
(woon-)gemeenschappen waarin mensen naar elkaar omkijken en elkaar ondersteunen. Of het gaat om het samenbrengen van wonen, zorg en welzijn in de nabijheid van de doelgroep, ook
gericht op het langer zelfstandig wonen en waar bewoners elkaar kunnen ontmoeten. We richten ons hierbij op de ontwikkeling van woonzorgzones. Verder staan we open voor het ontwikkelen
van collectieve woon-/zorginitiatieven of andere innovatieve woonvormen.
Aanvullend richt dit hoofdstuk zich ook op de huisvestingsopgave van verschillende
aandachtsgroepen. Naast een passende woning in een passende woonomgeving waarbij rekening wordt gehouden met draagkracht in wijk en dorp.
• Leefbaarheid Leefbaarheid hangt samen met voorzieningen en bereikbaarheid. Waar mogelijk zetten we ons in op het behouden van voorzieningen of kiezen voor maatwerk gericht op behouden en mogelijk bundelen van voorzieningen passend bij het karakter en de behoefte van het dorp. Aanvullend stimuleren we de leefbaarheid gericht met woningbouw en het ondersteunen van de sociale
samenhang waarbij ingezet wordt op het versterken van het gevoel van veiligheid, vertrouwen en onderlinge hulp. We gaan onderzoeken of de inzet van integrale wijkaanpak hierbij kan ondersteunen met als eerste in gebieden waar de leefbaarheid kwetsbaar is.
Per hoofdstuk is middels een samenvatting in beeld gebracht op welke uitgangspunten de uitvoering de komende jaren gericht zal zijn. Deze acties en maatregelen zijn ook in een
verzamelblad als bijlage bij het raadsvoorstel gevoegd. Binnen het onderdeel 'uitvoering' volgt hiervan een nadere duiding.
Risico's en kanttekeningen
Ad 1.1 Wet versterking regie volkshuisvesting is nog niet in uitvoering
De verwachting is dat deze Wet per 1 juli 2026 in werking gaat treden. Na inwerkingtreding moet deze Wet nog op onderdelen worden uitgewerkt en dit geeft onduidelijkheid richting de
strekking van het Volkshuisvestingsprogramma. Aangezien het Volkshuisvestingsprogramma
jaarlijks wordt geactualiseerd is het risico beperkt. De integrale woonzorgopgave biedt voldoende urgentie om dit nu op te pakken.
5 van 7
Werelddoelen van de Verenigde Naties (SDG) Dit voorstel draagt bij aan de volgende werelddoelen: • Duurzame steden en gemeenschappen. Toelichting werelddoelen VN
Met integraal woonzorgbeleid streven we ernaar om de kwaliteit van leven en wonen te behouden en mogelijk te versterken.
Financiën
De vaststelling van de Nota van uitgangspunten Volkshuisvestingsprogramma heeft niet direct
financiële gevolgen. De keuzes die gemaakt worden in het Volkshuisvestingsprogramma (stap 2) die gericht zijn op uitvoering hebben wel financiële gevolgen, naast de financiële middelen voor het Programma Versnellen Woningbouw, die al beschikbaar zijn in de meerjarenbegroting 2026. Voor de periode 2026-2027 is in totaal € 650.000 beschikbaar.
Zie verder onder het kopje 'uitvoering' voor nadere toelichting.
Verwerking persoonsgegevens
De vaststelling van de Nota van uitganspunten heeft geen invloed op de verwerking van persoonsgegevens.
Communicatie en participatie
Het besluit over de Nota van uitgangspunten wordt gepubliceerd. Hiermee is de nota voor een
ieder toegankelijk. Bij de invulling van stap 2 om te komen tot het Volkshuisvestingsprogramma
wordt een passend participatieproces gekozen, met de Nota van uitgangspunten als vertrekpunt. Partijen die betrokken zijn geweest in het participatieproces rondom de Nota van uitganspunten worden ook nu weer betrokken. Aanvullend wordt ook ingezet op participatie van inwoners, om meer betrokkenheid te realiseren bij de uitvoering.
Uitvoering
Gefaseerde uitvoering
Per hoofdstuk zijn binnen een apart kader de uitgangspunten voor de uitvoering benoemd. Deze punten zijn de basis voor het opstellen van het uitvoeringsprogramma als stap 2 binnen het
opstellen van het Volkshuisvestingsprogramma. Het Volkshuisvestingsprogramma geeft richting aan de uitvoering van nieuwe onderwerpen, maar ook al in gang gezette onderwerpen.
Onderzocht wordt welk groeipad bij ons past en ingevuld kan worden om invulling aan de
opgave te kunnen geven. Op deze wijze wordt het Volkshuisvestingsprogramma gevuld. Bij de
keuze van de beleidsopgave binnen de nieuwe onderwerpen wordt onderzocht welke capaciteit hiervoor passend is en welke kosten hiermee gemoeid zijn om tot realisatie te komen.
6 van 7
Betrokkenheid college en raad
We richten ons bij het afronden van stap 2 van het Volkshuisvestingsprogramma op eind Q2 van
2026. Binnen het proces om te komen tot het Volkshuisvestingsprogramma ligt ook het moment
van een nieuwe gemeenteraad en nieuw college. In het proces richting zomer 2026 betrekken we
zowel het huidige als het nieuwe college en de raad. In dit proces betrekken we ook de financiële invulling richting meerjarenbegroting van 2027 en verder. Zoals al aangegeven gaat het niet alleen om nieuwe uitgaven. Het Programma Versnellen Woningbouw maakt al meerjarig
onderdeel uit van de begroting. Tevens kunnen we middelen vanuit de nieuwe Woningbouw
Stimulans gaan inzetten om het Volkshuisvestingsprogramma te gaan uitvoeren. De te ontvangen subsidie vanaf 2026 is bedoeld om lokale woningbouw te versterken en biedt gemeenten de
vrijheid om de middelen te besteden op de manier die het beste bij hun woningbouwopgave
past. Verder gaan we inzetten op het verkrijgen van subsidies vanuit het Rijk en de provincie en middelen vanuit de Regiodeal Zuidoost Drenthe voor het creëren en ontwikkelen van veerkrachtige woongemeenschappen. Lopende ontwikkelingen
Ook de kansrijke maatregelen vanuit de Notitie Woningaanbod jongeren en starters, waarvan zoals afgesproken een deel van de uitwerking al een start mee is gemaakt, worden integraal onderdeel van het Volkshuisvestingsprogramma.
Burgemeester en wethouders van de gemeente Hardenberg, Secretaris,
Burgemeester,
B.M. de Vries
M.W. Offinga
Bijlagen
• Nota van uitgangspunten VHVP Hardenberg
• Verzamelblad uitgangspunten voor uitvoering
7 van 7