CConstaterende datHardenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

RV Re-integratieverordening 2023 gemeente Hardenberg

gemeenteraad 16 april 2024, gemeente HardenbergBij agendapunt: Re-integratieverordening 2023 gemeente Hardenberg2.179 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvoorstel Zaaknummer: Behandelaar: E-mail:

609388 Edwin Smit Edwin.Smit@hardenberg.nl

College:

27 februari 2024

Raad:

16 april 2024

Onderwerp: Re-integratieverordening 2023 gemeente Hardenberg WIJ STELLEN DE GEMEENTERAAD VOOR OM TE BESLUITEN: 1. de Re-integratieverordening Participatiewet Hardenberg 2023 met terugwerkende kracht per 1 juli 2023 vast te stellen; 2. de Verordening Loonkostensubsidie gemeente Hardenberg 2020 en de Verordening re-integratie Participatiewet, IOAW en IOAZ Gemeente Hardenberg 2018 met terugwerkende kracht per 1 juli 2023 in te trekken. Inleiding Midden 2023 bent u geïnformeerd over het proces tot aanpassing van de re-integratieverordening. Dit n.a.v. de Wet Uitvoeren Breed Offensief. Deze wet heeft als doel mensen met een arbeidsbeperking aan het werk te helpen. In de wet ‘ Wijziging van de Participatiewet en enkele andere wetten in verband met het verbeteren van de regeling voor loonkostensubsidie en enkele andere wijzigingen’ is het juridisch raamwerk rondom deze maatregelen neergelegd. Het doel van de maatregelen is dat meer mensen met een arbeidsbeperking aan het werk komen en blijven. De bepalingen uit de Wet Uitvoeren Breed offensief (feitelijk een wijziging van de Participatiewet), vragen een uitwerking of nadere regeling in de gemeentelijke Re-integratieverordening. In de verordening moet o.a. het ondersteuningsaanbod van de gemeente worden uitgewerkt. De Wet Uitvoeren Breed Offensief wordt, voor zover het de verordeningsplicht betreft, op 1 juli 2023 van kracht.

Als gemeente Hardenberg zijn we aangesloten bij de Arbeidsmarktregio Zwolle en vanuit de Arbeidsmarktregio hebben we een regionaal afgestemde Re-integratieverordening. De gevraagde wijziging van de Re-integratieverordening Participatiewet in verband met Wet Uitvoeren Breed Offensief vraagt om die reden dan ook een aanpassing van de regionaal afgestemde Reintegratieverordening. De verordening kent ook onderdelen welke meer te maken hebben met de ontwikkeling van onze inwoners en/of beschut werk. Dit betreft meer lokaal beleid. T.a.v. deze onderdelen is de participatieraad om advies gevraagd. Al eerder (21-11-2023) hebben wij een voorlopig besluit genomen t.a.v. de verordening en is vervolgens de Participatieraad is om advies gevraagd t.a.v. deze verordening. Het advies van de participatieraad is als bijlage toegevoegd. Wij zien het advies van de participatieraad als een verbetering en stellen het over te nemen. T.a.v. artikel 7 (scholing) heeft de participatieraad geadviseerd een toevoeging te doen: Bij de voorbereiding tot additioneel werk, dient ,waar mogelijk, rekening gehouden te worden met de wensen van de deelnemer. Waar mogelijk doen we dit altijd al omdat dit de kans op een duurzame

1

plaatsing vergroot. Daarom wordt het advies overgenomen. Om deze gedachte op de gehele verordening van toepassing te laten zijn is dit verwerkt in art. 2, lid 2. Daarnaast vraagt de participatieraad m.b.t. art. 13 om een meer actieve houding van de gemeente bij uitkeren van de uitstroompremie. Wij geven hieraan gehoor door waar mogelijk onze inwoners actief te benaderen wanneer wij denken dat ze recht hebben op de premie. In het voorlopig besluit was in artikel 26 de mogelijkheid opgenomen dat het college een voorziening in de vorm van een intermediaire activiteit kan toekennen bij visuele of motorische handicap. Inmiddels is bij wet geregeld dat als het gaat om een visuele handicap de voorziening wordt geregeld door het UWV. Hierop is het artikel aangepast. Tenslotte wordt voorgesteld de methodiek rondom de financiering van beschut werk aan te passen. De re-integratieverordening zal met terugwerkende kracht op 1 juli 2023 inwerking treden. Doelen Een geactualiseerde en regionaal afgestemde re-integratieverordening waarmee de gemeentelijke reintegratieactiviteiten conform wetgeving en gemeentelijk beleid kan worden uitgevoerd. Argumenten Onze keuzes zitten m.n. in het lokale beleid (in de verordening blauwe tekst). De nieuwe wetgeving en de regionale beleidskeuzes (zwarte tekst) zijn al eerder in afstemming met de regio gemaakt en door vertaalt naar deze verordening.

Qua lokaal beleid zijn er drie belangrijke wijzigingen die voorliggen: 1. Een aanpassing van vergoedingen m.b.t. beschut werk. 2. De mogelijkheid tot het geven van een uitstroompremie. 3. Verhoging van vergoeding verwervingskosten. Ad 1 Aanpassing van vergoedingen m.b.t. beschut werk In ons huidige beleid hebben we voor bepaalde organisaties de mogelijkheid tot een aanvulling van loonkosten tot 100% voor werknemers die tot de doelgroep Nieuw Beschut Werk behoren. Tegelijkertijd vervalt dan de vergoeding voor begeleiding. Het betreft organisaties waarvan het aantal werknemers met een erkende arbeidsbeperking groter of gelijk is aan 50%. Voor Hardenberg betreft dit vooral Larcom; hier werken meer dan 90% van alle beschut werkers. In de participatiewet is inmiddels een artikel (10D lid 9) opgenomen waardoor deze constructie niet meer mag. Aan de andere kant stelt de participatiewet ook dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor het plaatsen van beschut werkers (incl. taakstelling). Uit recent onderzoek (https://ape.significantgroep.nl/rapportages/kostprijs-beschut-werk-vraagt-om-passende-financiering) blijkt dat voor dit soort organisaties een bedrag gelijk aan deze aanvulling noodzakelijk is om geen verlies te lijden met het te werk stellen van mensen uit deze doelgroep.

Het operationeel tekort per fte voor beschut werk bedraagt volgens het onderzoek tussen de € 15.700 en € 18.000 (2021). Vanwege een sterke inflatie en de verhoging van het wettelijk minimum loon met 10,25% is dit bedrag nog verder gestegen. Onlangs is een berekening over het gehele jaar 2023 gedaan. Ook hieruit blijkt dat een aanvulling noodzakelijk is. Zonder aanvulling zal Larcom de medewerkers naar verwachting niet in dienst kunnen houden waardoor zij zullen uitstromen naar de gemeentelijke bijstand en wij onze taakstelling qua plaatsingen beschut werk niet kunnen halen. Inmiddels hebben we diverse scenario's doorgerekend en zijn tot de volgende conclusies gekomen:

2

1. Het is niet zinvol een aanvullend vast bedrag per fte te betalen. De kosten voor beschut werk stijgen als gevolg van onder andere CAO, verhoging WML, UWV-vergoeding ziektekosten en ander factoren. Deze stijgingen zijn moeilijk te vertalen naar een indexatie van dit bedrag. 2. Aan de ene kant zijn we als gemeente verantwoordelijk (met taakstelling) voor plaatsingen van inwoners in beschut werk terwijl we aan de andere kan wettelijke beperkingen hebben in het realiseren van een kostendekkende financiering. Het ligt voor de hand hierin in het belang van onze inwoners te handelen en te kiezen voor plaatsingen met een kostendekkende financiering. Ook als dit betekent dat we dan niet volledig aan de wet voldoen. 3. Als we de oude (huidige) methodiek van een aanvulling tot 100% loonkostensubsidie blijven hanteren wijkt deze af van de daadwerkelijke kosten. De daadwerkelijke kosten voor Larcom zijn bv in de 2e helft van 2023 € 70.000 lager dan volgens de gehanteerde methodiek. Het ligt daarom voor de hand over te gaan op een aanvulling o.b.v. werkelijke kosten. Meer concreet worden deze als volgt berekend: Werkelijke kosten (incl. pensioenlasten) = werkgeverslasten minus al uitgekeerde lks minus door UWV uitgekeerde ziektekostenvergoeding minus door UWV uitgekeerde vergoeding voor jobcoaching Wajongers.

Deze methodiek wordt ook in enkele andere gemeenten (Ommen, Lochem en Zutphen toegepast). Voorgaande kan door Larcom op maandbasis worden gefactureerd en is desgewenst door onze accountant bij Larcom intern controleerbaar. Ad 2 Uitstroompremie Een uitstroompremie is een bedrag dat iemand met een uitkering mee krijgt bij uitstroom uit de uitkering. Het is bedoeld als extra motivatie voor het krijgen en behouden van werk. Er zijn verschillende scenario’s denkbaar hoe deze premie in te zetten. 1. Het eerste scenario ziet er als volgt uit: 1. Het college kan eenmalig een uitstroompremie van €1.000 toekennen aan een langdurig werkloze die duurzaam uitstroomt naar algemeen geaccepteerde arbeid en daardoor niet langer recht heeft op een uitkering van het college. 2. Onder een langdurig werkloze wordt verstaan: een persoon die gedurende een aaneengesloten periode van twaalf maanden of langer op een uitkering van het college aangewezen is geweest. 3. Onder duurzame uitstroom wordt naar het oordeel van het college verstaan: een periode van uitkeringsonafhankelijkheid van tenminste 6 maanden. 4. De premie kan worden aangevraagd vanaf 7de maand na de indiensttreding en moet binnen 18 maanden na de indiensttreding zijn aangevraagd. 5. Het college blijft verantwoordelijk voor betaling van de uitstroompremie als belanghebbende binnen de termijn van lid 3 verhuist naar een andere gemeente.

Voordeel van dit scenario is dat er een financiële prikkel wordt gegeven die ook bij draagt aan behoud van het werk. Nadeel is dat deze prikkel pas na een half jaar wordt gegeven. 2. In het tweede scenario wordt niet na 6 maanden de premie toegekend maar direct na het aanvaarden van werk. Voordeel is dat deze prikkel veel directer is. Daarnaast vangt dit scenario het mogelijke tijdelijke financiële gaat op dat kan ontstaan als men uit de uitkering gaat. Ook is de administratieve last veel minder (uitkeren van de premie kan relatief eenvoudig worden meegenomen in bestaand werkproces). Nadeel is dat dit niet stuurt op het langer behouden van werk (wat als men na 1 maand weer stopt met werken?). 3. Het derde scenario is een combinatie van beide scenario’s. Direct na het aanvaarden van werk krijgt men € 300 en als men na 6 maanden nog steeds werkt krijgt men nog eens € 700. Het derde scenario heeft de voorkeur omdat het zowel een positief effect heeft op het aanvaarden als op het behouden van werk. Het scenario kent de volgende financiële businesscase.

3

Afgelopen jaar (augustus 2022 – juli 2023) is er een uitstroom uit de uitkering gerealiseerd van 30,3% (ca. 240 personen). Hiervan is 35% uitgestroomd vanwege het verkrijgen van werk (ca. 84 personen). 60% daarvan (dus ca. 50 personen) betreft mensen die korter dan een jaar in de uitkering zaten. Een uitkering kost momenteel ca. € 17.800/jr. voor een alleenstaande of ca. € 22.750/jr. voor een echtpaar. Wanneer door de invoering tenminste 3 mensen extra uitstromen is de besparing gelijk of groter dan de kosten (kosten uitstroompremie is dan € 54.000, besparing op uitkeringskosten bij benadering hetzelfde bedrag). De participatieraad is voorstander van het invoeren van deze keuze. Wel zou de participatieraad deze maatregel graag aangevuld zien met een actievere rol van de gemeente t.a.v. het aanvragen van de slotpremie om mogelijke problemen te voorkomen. Deze aanvullende premie dient in het oorspronkelijke voorstel n.l. zelf aangevraagd te worden. Waar mogelijk (AVG) gaan we hierin mee en zullen we ons pro-actief opstellen. Ad 3 Verwervingskosten Verwervingskosten zijn kosten die iemand moet maken om aan het werk te kunnen. Denk bijvoorbeeld aan de aanschaf van een fiets om naar de werklocatie te kunnen komen. In de huidige verordening kan hiervoor een vergoeding van max. € 300 worden toegekend.

Dit bedrag is inmiddels zodanig gedateerd dat wordt voorgesteld dit op te hogen naar maximaal € 750. Omdat het artikel zeer weinig wordt ingezet zijn de fin. meerkosten gering. Er is een gedeeltelijke overlap tussen het artikel m.b.t. de uitstroompremie en het artikel m.b.t. de verwervingskosten. Verwervingskosten zijn echter breder inzetbaar (ook bij niet-uitstroom en reintegratietrajecten). Beiden zijn zogenaamde “kan-bepalingen”. Daarom kan rekening worden gehouden met ongewenste overlap. Het artikel is ook breder dan artikel 25 voor toekennen vervoersvoorziening. Artikel 25 is specifiek bedoeld voor mensen met een beperking en niet gelimiteerd tot de voorgestelde € 750. Risico's en kanttekeningen Als de verordening niet wordt vastgesteld voldoen we niet aan de verordeningsplicht die we volgens de participatiewet hebben. Wanneer we geen kostendekkende vergoeding geven voor beschut werk zal dit naar waarschijnlijkheid leiden tot meer uitkeringen en het niet kunnen voldoen aan de taakstelling voor beschut werk. Werelddoelen van de Verenigde Naties (SDG) Dit voorstel draagt bij aan de volgende werelddoelen: - Verminderen ongelijkheid Toelichting werelddoelen VN De re-integratieverordening is vooral bedoeld om mensen die niet zelfstandig werk kunnen vinden te ondersteunen. Ook de ondersteuning van werkgevers is vanuit dit oogpunt.

Financiën Er zijn geen significante effecten vanwege de vaststelling van deze verordening. In principe zijn de aanpassingen vanwege lokale beleidskeuzes grotendeels budgettair-neutraal. Wel is er een autonome groei van inzet van loonkostensubsidie. Vanuit het Rijk word dit echter via de BUIG gecompenseerd (middels de BUIG stuurt het Rijk op meer inzet loonkostensubsidie en minder uitkeringen).

4

Verwerking persoonsgegevens N.v.t. Communicatie T.a.v. het lokale beleid is de participatieraad om advies gevraagd. Na vaststelling van de verordening zal dit gepubliceerd worden in de hiervoor relevante media. Uitvoering De voorgenomen wijzingen zijn in meerdere sessies met onze collega’s uit de uitvoering besproken en hun inbreng is verwerkt. Daarnaast is de verordening ook regionaal afgestemd.

Burgemeester en wethouders van de gemeente Hardenberg, Secretaris,

Burgemeester,

I.A.A. Oostmeijer-Oosting

M.W. Offinga

Bijlagen - Re-integratieverordening 2023 gemeente Hardenberg - Advies participatieraad

5

Raadsbesluit Zaaknummer:

609388

Onderwerp: Re-integratieverordening 2023 gemeente Hardenberg De raad van de gemeente Hardenberg; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 27 februari 2024; Besluit: 1. de Re-integratieverordening Participatiewet Hardenberg 2023 met terugwerkende kracht per 1 juli 2023 vast te stellen; 2. de Verordening Loonkostensubsidie gemeente Hardenberg 2020 en de Verordening re-integratie Participatiewet, IOAW en IOAZ Gemeente Hardenberg 2018 met terugwerkende kracht per 1 juli 2023 in te trekken. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Hardenberg van 16 april 2024. De raad voornoemd, de griffier,

de voorzitter,

F.G.S. Droste

M.W. Offinga

6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13916260/4