RV Integraal Huisvestingsplan Buitensport
Tekst van het document
Raadsvoorstel
Integraal Huisvestingsplan Buitensport Zaaknummer:
1069034
College:
8 juli 2025
Portefeuillehouder:
Wethouder Dorrestijn-Taal
Raad:
23 september 2025
Wij stellen de gemeenteraad voor om te besluiten: 1. het bijgevoegde Integraal Huisvestingsplan (IHP) Buitensport vast te stellen. En de totale
kosten voor de uitvoering van het IHP over de periode 2026 tot en met 2030 te ramen op € 13,3 miljoen, waarvan al € 1,0 miljoen beschikbaar is in de vorm van reeds gevoteerde kredieten;
2. in aanvulling op het IHP en in afwijking van de beleidslijn voor padelbanen een bijdrage van € 125.000 beschikbaar te stellen ten behoeve van de 3e en 4e padelbaan van Tennis- en Padelclub Hardenberg (TPCH);
3. voor de uitvoering van het IHP Buitensport in de periode van 2026 tot en met 2030 een programmabudget van € 8,9 miljoen beschikbaar te stellen. Financiële meevallers op
projectniveau blijven beschikbaar binnen het programmabudget, financiële tegenvallers worden waar mogelijk binnen het programma opgelost;
4. in de dekking van het programmabudget te voorzien via de verwerking van het programmabudget zoals opgenomen in de Perspectiefnota 2026;
5. via de budgetcyclus, het proces van reëel begroten en monitoring van de voortgang van het
IHP toe te werken naar een financieel sluitend IHP. Het IHP jaarlijks te actualiseren in lijn met
de budgetcyclus en minimaal eens per 4 jaar volledig te herijken;
6. de beleidslijnen uit het IHP na vaststelling te verwerken in gemeentelijke subsidieregelingen.
Inleiding
Binnen de grenzen van de gemeente Hardenberg liggen verspreid over de kernen sportparken, die door inzet van de sportverenigingen en hun vrijwilligers goed zijn onderhouden. Ook de
gemeente draagt bij aan het goede niveau van deze voorzieningen. De sportverenigingen en de gemeente hebben elk hun rol bij de instandhouding ervan.
Vorig jaar is gestart met de voorbereiding voor het opstellen van een Integraal HuisvestingsPlan Buitensport (in dit stuk verder benoemd als IHP). In dit IHP is bekeken hoe het aanbod aan
buitensportvoorzieningen kwalitatief en kwantitatief kan voldoen aan de huidige en toekomstige vraag. Het is daarbij van belang om het geheel integraal te bezien, de staat van onderhoud te
beschouwen, trends en ontwikkelingen te kennen en nieuwe investeringen in aansluiting bij de 1 van 8
groei van onze gemeente te plannen. Dit doen we in dit IHP, in samenwerking met de overige
stakeholders. Doel hiervan is om grip op de opgave te krijgen, zodat sportfaciliteiten aansluiten bij de huidige en toekomstige vraag.
Door middel van een onderzoek, dat is uitgevoerd door een extern adviseur, zijn de huidige
capaciteit en kwaliteit van de sportparken in beeld gebracht. Deze zijn vervolgens afgezet tegen de gewenste kwaliteit en de te verwachten toekomstige capaciteitsbehoefte.
De uitkomsten van het onderzoek enerzijds en het maken van keuzes over de rol van de
gemeente in instandhouding van sportparken, zijn de basis voor dit IHP. Het college hecht aan een afbakening van de gemeentelijke rol om toekomstbestendige sportparken in stand te
houden. Wij doen hierbij recht aan de grote betekenis van sportparken voor een leefbare en vitale samenleving.
Het IHP ligt ter besluitvorming voor. Keuzes voor planning, prioritering en bekostiging van maatregelen in het IHP zijn gebaseerd op bestaande beleidslijnen zoals het coalitieakkoord en het sport- en beweegakkoord. Waar nodig zijn aanvullende uitgangspunten geformuleerd.
Nadat vorig jaar het IHP binnensport is vastgesteld zien wij de vaststelling van het IHP
buitensport als een goede vervolgstap in het planmatig werken. Periodieke evaluatie en
actualisatie bieden de mogelijkheid om samen met de andere stakeholders het IHP up to date te houden.
Doelen
Onze ambitie is om te komen tot een accommodatiebestand voor buitensport van een goede
kwaliteit en van een passende omvang, waarbij beheer en instandhouding ook op lange termijn binnen de beschikbare financiële middelen gerealiseerd kunnen worden.
Het IHP geeft hier op een planmatige wijze invulling aan. Door het vaststellen van het IHP wordt de uitvoering en bekostiging van maatregelen voor een planperiode van vijf jaar afgesproken. Hierdoor lopen het IHP buitensport en het reeds vastgestelde IHP binnensport op hetzelfde moment af (eind 2030). Trendbreuk
Om het beoogde effect ook daadwerkelijk te kunnen realiseren is het onvermijdelijk om anders om te gaan met het sportaccommodatiebeleid dan voorheen. Gelet op de beperkte ruimte
binnen het meerjarig financieel perspectief zal het vaker nodig zijn om keuzes te maken tussen investeringen; meer of/of in plaats van en/en. Het IHP kan ons helpen deze keuzes zo goed mogelijk te maken.
2 van 8
Waar in het verleden met enige regelmaat incidenteel middelen beschikbaar werden gesteld voor uitgaven ten behoeve van de sportaccommodaties, zien we daarvoor geen ruimte meer. Omdat
het niet past binnen de planmatige werkwijze die we met de IHP’s beogen, maar ook omdat het financieel perspectief van ons vraagt om integrale afwegingen te maken binnen een beperkte financiële ruimte. Dit betekent ook dat we ons moeten beperken tot die investeringen, die op basis van de verdeling van verantwoordelijkheden tussen gemeente en verenigingen voor rekening van de gemeente horen te komen.
Het IHP biedt hiervoor een indeling van de buitensport in basissporten en overige sporten, met daaraan gekoppeld een verschillende mate van ondersteuning vanuit de gemeente. Basissporten en overige sporten
In het IHP is een uitgebreide definitie opgenomen van basissporten. Het betreft in grote lijnen
sporten, die in Nederland en ook in de gemeente Hardenberg heel gangbaar zijn en waarbij de gemeente eigenaar is van velden en banen. Uit de eigendomsverhoudingen blijkt al dat de betrokkenheid van de gemeente bij deze sporten groot is. De gemeente neemt
verantwoordelijkheid voor de instandhouding van velden en banen, waarbij het dagelijks
onderhoud bij de gebruikers ligt. De verenigingen zijn eigenaar van en verantwoordelijk voor de ontwikkeling en instandhouding van de opstallen (clubgebouw, kleedkamers, opslagruimtes, tribunes, etc).
Basissporten verschillen in de mate waarin ze in staat zijn de kosten van de sport te dekken.
Sporten met een hoge bezettingsgraad en lage onderhoudskosten per veld zijn eerder in staat
om zelfstandig hun kosten te dragen. Op grond hiervan maakt de gemeente nader onderscheid in de mate van financiële ondersteuning.
Bij niet-basissporten zijn de velden en banen in eigendom van de vereniging, waarbij de
gemeente bereid is om bij te dragen aan de ontwikkeling en instandhouding. Net als bij de
basissporten is de vereniging zelf verantwoordelijk voor ontwikkeling en instandhouding van de opstallen (clubgebouw, kleedkamers, opslagruimtes, tribunes, etc.).
Via het onderscheid tussen basissporten en overige sporten onderbouwt de gemeente de verschillende mate van financiële ondersteuning van verschillende sporten.
Buitensporten zonder velden of banen, die dus gebruik maken van de openbare ruimte, hoeven geen accommodatie te exploiteren. Voor een eventueel clubgebouw dragen ze zelf de verantwoordelijkheid.
3 van 8
Argumenten
1.1 Planmatig werken is essentieel, vooral bij minder bestedingsruimte
Raad en college hebben aangegeven meer planmatig te willen werken. Juist nu de komende jaren de financiële ruimte wat minder wordt, is een zorgvuldige afweging van investeringen belangrijk. Niet alles kan en niet alles kan meteen.
1.2 Het IHP omvat gemeentelijke en niet-gemeentelijke accommodaties
Het IHP geeft een antwoord op de vraag welke investeringen er nodig zijn om de buitensport
goed te faciliteren. Omdat een deel van de buitensportaccommodaties niet in eigendom is bij de gemeente, is het nodig om ook naar de niet-gemeentelijke accommodaties te kijken. De eigenaren van de niet-gemeentelijke accommodaties hebben ook belang bij een goede toekomstvisie en zijn betrokken bij de uitvoering van het onderzoek. 1.3 Gebruikers en andere stakeholders zijn betrokken
Sportverenigingen, andere gebruikers en verenigingen voor Plaatselijk Belang zijn in de
gelegenheid gesteld mee te denken over het IHP. Via vragenlijsten, interviews en bijeenkomsten hebben diverse stakeholders hiervan gebruik gemaakt. En dat heeft ook geholpen om tot een betere analyse te komen.
1.4 Het IHP is in belangrijke mate gebaseerd op data
Voor zover mogelijk is het IHP gefundeerd op kwantitatieve informatie. Data zoals de capaciteit
van de accommodaties, demografische gegevens, de ontwikkeling van aantallen leden/teams bij de sportverenigingen en de normen van de sportbonden bieden een goede basis voor besluitvorming.
1.5 Er is al € 1 miljoen beschikbaar voor de vervanging van kunstgras
Uw raad heeft al eerder middelen beschikbaar gesteld voor de vervanging van kunstgrasvelden. Voor zover deze vervanging nu onderdeel is geworden van het IHP behoeft uiteraard niet opnieuw dekking gevonden te worden.
1.6 De planning van investeringen is indicatief
Aan elke investering in het IHP is op basis van een met name technische analyse een
uitvoeringsjaar gekoppeld. Na verdere afstemming en voorbereiding stelt de gemeente de
definitieve planning op. Verenigingen kunnen daarom geen rechten ontlenen aan de indicatief
bedoelde jaartallen uit het IHP.
2.1 Soms is het nodig onderbouwd af te wijken van de beleidslijn
Het IHP gaat uit van gemeentelijke bekostiging van 50% van de eerste twee padelbanen per vereniging. In het geval van TPCH vinden wij een afwijking van deze lijn te verkiezen, omdat
strikte toepassing in dit geval onbedoeld een onredelijk effect zou hebben. De gesprekken met TPCH over de toekomst van de tennisaccommodatie waren al ruim voor de start van het IHP-
proces begonnen op basis van andere uitgangspunten dan nu in het IHP zijn verwoord. Hierdoor 4 van 8
zijn verwachtingen gewekt. Strikte toepassing van de IHP-beleidslijn zet de gesprekken terug in de tijd. Daarom stellen we voor in dit specifieke geval en bij wijze van uitzondering ook padelbanen 3 en 4 eenmalig voor een bijdrage in aanmerking te laten komen. 3.1 Een programmabudget bevordert een soepele uitvoering
Onder elk van de investeringen in het IHP ligt een kostenraming. De werkelijke hoogte van de investeringen op aanbestedingsbasis kan in positieve of in negatieve zin afwijken van de
ramingen. Een programmabudget biedt de mogelijkheid om plussen en minnen binnen het
programma te vereffenen. Zodoende helpt een programmabudget de uitvoering te versoepelen. 4.1 In de Perspectiefnota is € 8,9 miljoen opgenomen voor de buitensport
In de Perspectiefnota staat € 8,9 miljoen voor het IHP buitensport. Bij de vaststelling van de begroting 2026 kan uw raad deze middelen definitief opnemen.
5.1 Aanvullende dekking is op basis van de huidige ramingen nodig
Omdat sportaccommodaties sinds enkele jaren vrijgesteld zijn van btw kan de gemeente de betaalde btw op investeringen niet meer terugvragen. Om dit nadeel te compenseren is de Specifieke uitkering Sport (Spuk Sport) in het leven geroepen. Via deze uitkering krijgt de gemeente de btw alsnog zo goed als volledig vergoed. Dat geldt ook voor de btw op investeringen in de buitensport.
De investeringen in het IHP zijn geraamd inclusief btw. De spuk-middelen vloeien terug naar de algemene middelen. Maar we stellen voor deze middelen, geraamd op € 1,8 miljoen, bij de
vaststelling van de begrotingen vanaf 2026 alsnog beschikbaar te maken voor de buitensport.
Hierdoor komen we een stap dichter bij een volledig gedekt IHP.
De komende jaren komt periodiek de voortgang van het IHP aan de orde binnen de
budgetcyclus. Mee- en tegenvallers proberen we binnen het programmabudget op te lossen. Daarbij willen we de laatste € 1,6 miljoen (IHP) en € 125.000 (padelbanen TPCH) aan
dekkingsmiddelen vergaren. Dat kan door op zoek te gaan naar aanvullende middelen binnen en buiten de begroting, terwijl we tegelijkertijd de voortgang van het IHP voortdurend monitoren. We investeren alleen als het ook daadwerkelijk nodig is. Waar uitstel mogelijk is of een minder vergaande maatregel volstaat, zullen we daar gebruik van maken om tot een sluitend IHP te komen.
De uitvoering van het IHP is ten dele ook afhankelijk van de mate waarin sportverenigingen er in
slagen de investeringen, die voor hun rekening komen, ook daadwerkelijk uit te voeren. Waar dit niet (of pas op een later moment) lukt, is er ook (nog) geen sprake van een gemeentelijke
bijdrage in die investeringen. We denken daarom dat het verantwoord is en passend binnen het uitgangspunt van reëel begroten om niet de volledige kosten op planniveau nu meteen te
dekken. Zeker als we, zoals hierboven aangegeven, de voortgang van de uitvoering van het IHP
de komende jaren nauwgezet monitoren.
5 van 8
Een en ander is onderdeel van de gebruikelijke jaarlijkse rapportages aan uw raad. Daarbij kijken
we dus hoe de mate van beslag op het programmabudget zich ontwikkelt en sturen we waar nodig bij.
5.2 Geen investering zonder dekking
We voeren het IHP uit, maar waken voor het doen van uitgaven waarvoor (nog) geen dekking
voorhanden is. Zodoende stagneert het sportaccommodatiebeleid niet, terwijl we tegelijkertijd oog blijven houden voor een verantwoorde huishouding. 5.3 Een IHP is een dynamisch document
Eenmaal vastgesteld is het IHP niet klaar. De wereld om ons heen verandert voortdurend en
daarom is periodieke actualisatie van het IHP noodzakelijk. Jaarlijks actualiseren we het IHP op
basis van voortgang en ontwikkelingen. Eens per vier jaar herijken we het IHP, hierbij voeren we een nieuwe analyse uit van uitgangspunten zoals demografische ontwikkelingen en andere relevante data.
6.1 Subsidieregelingen formaliseren de beleidsuitgangspunten
Door subsidieregelingen vast te stellen kunnen sportverenigingen daadwerkelijk een beroep doen op financiële ondersteuning volgens de beleidsuitgangspunten.
Risico's en kanttekeningen
1.1 Kanttekeningen bij de geplande investeringen
Het IHP-proces voor de buitensport gaat van start in een omgeving die volop in beweging is. Er lopen al initiatieven en onderzoeken met relevantie voor de buitensportaccommodaties, zoals bijvoorbeeld in Kloosterhaar, waar men bezig is met het project 'GALA in de kern'.
Ook is er al een traject voor de vernieuwing van sportpark De Boekweit. Dit traject kent echter al zijn eigen route en is daarom niet opgenomen in het IHP.
1.2 De (financiële) draagkracht van de buitensportverenigingen is beperkt
Het IHP maakt onderscheid tussen investeringen die voor rekening komen van de gemeente en investeringen ten laste van de sportverenigingen. In het IHP staat dus ook een reeks
investeringen, die door de verenigingen zouden moeten worden opgebracht. Dat wil echter niet zeggen dat de betreffende verenigingen ook altijd in staat zijn hun deel van de investeringen te doen. Dat heeft te maken met de beperkte draagkracht, maar ook met beperkte mogelijkheden om geld te kunnen lenen.
1.3 Ruimte voor maatwerkoplossingen blijft nodig
De sterke wens om de investeringen in de buitensport langs de lijn van het IHP tot stand te brengen staat voorop. Desondanks merken wij gaandeweg het proces dat niet alle
investeringsvraagstukken passen binnen de beleidslijnen. Er blijft maatwerk nodig. Ook is flexibiliteit nodig bij calamiteiten en andere ontwikkelingen, die vooruitlopend op de eerstvolgende actualisatie van het IHP om maatregelen vragen.
6 van 8
Werelddoelen van de Verenigde Naties (SDG) Dit voorstel draagt bij aan de volgende werelddoelen: • Goede gezondheid en welzijn. Toelichting werelddoelen VN
Sport en bewegen is gezond. Onder andere via het IHP faciliteert de gemeente Hardenberg dit.
Financiën
In de Perspectiefnota is een investeringsbedrag van € 8,9 miljoen opgenomen voor de buitensport.
Wij stellen voor dit bedrag in de vorm van een programmabudget voor het IHP beschikbaar te stellen.
De totale omvang van de beschikbare dekkingsmiddelen (inclusief de Perspectiefnota) is groter, omdat voor de vervanging van kunstgrasvelden, die in het IHP zijn opgenomen, al enkele kredieten ter grootte van afgerond in totaal € 1,0 miljoen beschikbaar zijn.
Financiële meevallers op projectniveau blijven beschikbaar in het programmabudget. Financiële tegenvallers op projectniveau worden waar mogelijk binnen het programma opgelost. Waar dit niet lukt, wordt dit via de reguliere P&C cyclus gerapporteerd.
De totale investeringen op basis van het IHP bedragen over de periode 2026-2030 afgerond € 13,3 miljoen (IHP) en € 125.000 (padelbanen TPCH). Samengevat: Beschikbaar Perspectiefnota € 8,9 miljoen
Kredieten vervanging kunstgras € 1,0 miljoen Totaal beschikbaar € 9,9 miljoen
Investeringen IHP € 13,3 miljoen
Padelbanen TPCH € 0,125 miljoen
Totaal investeringen € 13,425 miljoen Nog te dekken € 3,525 miljoen (-) Het dekkingstekort willen we oplossen door:
• De middelen van de Spuk Sport, voor zover deze betrekking hebben op het IHP, ten goede te
laten komen aan het IHP. Dit betreft circa € 1,8 miljoen. Wij geven de raad in overweging deze middelen bij de vaststelling van de meerjarenbegrotingen vanaf 2026 beschikbaar te maken voor het IHP.
7 van 8
• Door gedurende de looptijd van het IHP op zoek te gaan naar aanvullende middelen binnen en buiten de begroting, terwijl we tegelijkertijd de investeringen binnen het IHP kritisch
volgen, willen we de laatste € 1,725 miljoen overbruggen (reëel begroten). We doen geen
investeringen waarvoor de dekking er nog niet is.
Verwerking persoonsgegevens N.v.t.
Communicatie en participatie
In het proces van voorbereiding van dit IHP is er veel aandacht uitgegaan naar communicatie en overleg met belanghebbenden. Dat is goed voor de kwaliteit van en het draagvlak voor het IHP. Bij de uitvoering van het IHP en de periodieke evaluaties en actualisaties zullen we nadrukkelijk de afstemming en samenwerking zoeken met de betreffende verenigingen.
Uitvoering
De uitvoering van de investeringen is afhankelijk van de eigendomsverhoudingen; bij
gemeentelijke sportvoorzieningen voert de gemeente de regie over de uitvoering, bij niet-
gemeentelijke voorzieningen werken we met subsidies. De eigenaar ontvangt in die gevallen subsidie en voert eigen regie over de uitvoering.
Burgemeester en wethouders van de gemeente Hardenberg, Secretaris,
Burgemeester,
B.M. de Vries
M.W. Offinga
Bijlagen
• IHP Buitensport inclusief bijlagen 1 t/m 8
8 van 8