RV Beleidsplan financiële bestaanszekerheid
Tekst van het document
Raadsvoorstel Zaaknummer: Behandelaar: E-mail:
761834 Lotte Holterman lotte.holterman@hardenberg.nl
College:
9 september 2024
Raad:
19 november 2024
Onderwerp: Beleidsplan financiële bestaanszekerheid WIJ STELLEN DE GEMEENTERAAD VOOR OM TE BESLUITEN: 1. het beleidsplan Financiële bestaanszekerheid vast te stellen; 2. in overeenstemming met de Perspectiefnota structureel € 300.000 per jaar ter beschikking te stellen; 3. incidenteel € 90.000 ter beschikking te stellen voor ‘Participatiewet in balans’. Inleiding In 2022 en 2023 is het armoede beleidsplan 'Een eerlijke kans voor iedereen' geëvalueerd. Deze evaluatie en de input van inwoners en ketenpartners hebben geleid tot het voorgestelde beleidsplan 'Financiële bestaanszekerheid' (later: beleidsplan). Dit beleidsplan geeft kaders voor beleid over inkomensondersteuning en schulddienstverlening. De basis (visie en uitgangspunten) sluit aan op de basis uit het op handen zijnde gezondheidsbeleid 'Gewoon Gezond Hardenberg'. De gemeenteraad heeft 26 juni jl. een update over het proces rondom de dit beleidsplan ontvangen. Inmiddels heeft de Participatieraad een positief advies uitgebracht. Deze is te vinden in de bijlage. Het afgelopen jaar is het onderwerp (financiële) bestaanszekerheid meerdere keren ter sprake gekomen. In dit voorstel en het beleidsplan komen we terug op deze onderwerpen en gedane toezeggingen. Doelen Dit beleidsplan geeft invulling aan 'genereus en eenvoudig' armoedebeleid, zoals opgenomen in het coalitieakkoord: 'Oog voor elkaar, blik op de toekomst'.
De acties uit het plan moeten bijdragen aan het ervaren van financiële bestaanszekerheid door onze inwoners. Argumenten 1.1 De evaluatie van het armoedebeleid vraagt om herzien beleid De evaluatie van het bestaande beleid 'Een eerlijke kans voor iedereen' is voor een groot deel uitgevoerd door een onderzoeksbureau. Het uitgebreide evaluatierapport heeft ons scenario's gegeven om het aanbod van minimaregelingen genereuzer te maken en te vereenvoudigen. In het voorliggende plan zijn scenario's omgezet in acties. Het bestaande beleid is ook geëvalueerd door er over te spreken met inwoners, ketenpartners, de gemeenteraad en de participatieraad. Onder andere de armoederegisseur heeft in deze gesprekken 1
veel signalen opgehaald. Deze signalen gaan vooral over vereenvoudiging. Vereenvoudiging van regelingen én vereenvoudiging van dienstverlening. Dit sluit aan op het doel vanuit het coalitieakkoord: we werken aan genereus en eenvoudig armoedebeleid. In voorliggend beleidsplan ligt daarom de focus op 3 pijlers: 1. Voorkomen is beter dan genezen. Waarin eenvoudige regelingen ook als preventiemiddel worden ingezet. 2. Uitkomen met inkomen. Waarin onder meer invulling wordt gegeven aan 'genereuze en eenvoudige' regelingen. 3. Zien en gezien worden. Waarin de focus ligt om een eenvoudige en duidelijke dienstverlening binnen de keten die werkt aan financiële dienstverlening. Pak je Kans fonds Vanuit het bestaande beleid is de afgelopen jaren de pilot 'Pak je Kans fonds' uitgevoerd. Deze pilot is, net als de rest van het beleid, geëvalueerd. Een aparte evaluatie is onderdeel (bijlage) bij het nieuwe beleidsplan. We stellen voor om de pilot niet te continueren, maar de werkbare elementen: een mensgerichte aanpak, maatwerkmogelijkheden te verwerken in andere acties. Zoals bij voorbeeld de uitbreiding van de verwervingskosten (kosten ten behoeve van participatie) in de reeds vastgestelde re-integratie verordening. 1.2 De maatschappij vraagt om herzien beleid De afgelopen jaren hebben we te maken gehad met verschillende crises.
Crises die direct van invloed zijn geweest op de mate waarin onze inwoners financiële bestaanszekerheid. Maar ook crises die direct van invloed zijn geweest op de taken en de dienstverlening van de gemeente. Denk aan de gestegen energielasten en hoge inflatie door de oorlog in Oekraïne. Dit heeft onze inwoners in hun portemonnee getroffen en gaf ons binnen het maatschappelijk domein ineens extra taken, zoals het uitvoeren van de energietoeslag en de opvang van Oekraïense vluchtelingen. Met het voorliggende plan voorkomen we geen (nieuwe) crises en ook niet alle gevolgen daarvan voor onze inwoners en onze organisatie. Maar met het plan laten we wel duidelijk zien welke rol we als gemeente pakken om inwoners te ondersteunen in hun veerkracht, daar waar financiële bestaansonzekerheid wordt ervaren. Eenvoud, één loket Eenvoudige regelingen en één loket voor de toegang tot dienstverlening. De roep hierom komt vanuit de (lokale) maatschappij en in de begrotingsvergadering 2023 is de toezegging gedaan mogelijkheden te verkennen en mee te nemen in dit beleidsplan. Alle drie in het beleidsplan uitgewerkte pijlers zijn hier op gebaseerd en in hoofdstuk 5 van het plan: 'Hoe gaan we verder' zijn acties uitgewerkt. Als het gaat om eenvoudige regelingen zetten we in op het bundelen van regelingen en ondersteunen bij de vraag: 'Waar heb ik recht op?' door de inzet van de VoorzieningenWijzer.
Maar we zetten ook in op waar mogelijk 'ambtshalve' verstrekken. De inwoner doet geen aanvraag, maar wij verstrekken automatisch als we het recht op een regeling vast kunnen stellen. En we gaan binnen het project 'Simpel Switchen' verder met het versimpelen van aanvragen, bijvoorbeeld vanuit de gedachte: als je recht hebt op regeling 1 dan kunnen we ook meteen regeling 2 en 3 toekennen. De één loket gedachte vullen we in door de infohuizen zo goed mogelijk te faciliteren. Bij de infohuizen komen vragen die direct opgepakt kunnen worden, maar de infohuizen zijn ook 'wegwijzer' binnen zowel ons lokale ondersteuningsstelsel als bijvoorbeeld landelijke regelingen. Dit betekent niet dat inwoners met vragen op het gebied van financiën zich nergens anders kunnen melden. Inwoners bestaan uit verschillende subdoelgroepen en we denken dat het goed is dat inwoners zich kunnen melden waar ze bekend zijn en waar ze de minste drempels ervaren. De één loket gedachte voor
2
ondersteuning op het gebied van financiën is natuurlijk ook een andere dan de één loket gedachte binnen het sociaal domein (jeugd, wmo, werk en inkomen). Voor wat betreft dit laatste wijzen we erop dat we zoveel mogelijk integraal werken. Een inwoners die zich meldt bij Samen Doen en die (ook) financiële problemen heeft wordt door Samen Doen voor ondersteuning op dit gebied vanzelfsprekend op de juiste weg gezet. Bestaansminimum te laag Een ander (maatschappelijk) signaal dat in meerder onderzoeken en rapporten van de nationale ombudsman naar voren komt is dat het bestaansminimum in ons land te laag is om van te leven. Een dusdanig laag inkomen kan armoede en schuldenproblematiek tot gevolg hebben. Een drietal gemeenten experimenteren onder andere daarom met een 'plus' op de uitkering. De gemeenteraad heeft gevraagd dit initiatief te verkennen. De eerste gemeente (Zaanstad) is in mei jl. met het experiment gestart. Inzichten zijn er nog niet. Hoewel we de inzichten die worden opgedaan in de drie experiment-gemeenten zullen volgen zien we inkomenspolitiek en daarmee het zorgen voor een toereikend bestaansminimum als taak van het Rijk. Met onze lokale regelingen ondersteunen we binnen geldende wetgeving onze inwoners zoveel mogelijk om te kunnen participeren en ontwikkelingen. In het beleidsplan zoeken we wél de grenzen hiervan op.
Bijvoorbeeld door het loslaten van bewijslast voor wat betreft besteding, zoals bij het Sociaal Cultureel Fonds. Participatieraad De Participatieraad is zowel bij de evaluatie als bij het opstellen van nieuw beleid betrokken geweest. Zij hebben aan de voorkant aangegeven wat zij als 'belangrijkste' punten terug wilden zien. Zij hebben dan ook een positief advies gegeven (zie bijlage). Daarnaast geven zij aandachtspunten die we meenemen bij de uitvoering van het beleidsplan. 2.1. Met vereenvoudiging van beleid is een kostenstijging te voorzien De toegang tot regelingen eenvoudiger maken, door een simpele aanvraag of automatisch verstrekken doen we om zoveel mogelijk inwoners die het nodig hebben te bereiken. Iedereen moet krijgen wat hij of zij nodig heeft. Een hoger bereik van regelingen betekent extra uitgaven. Daarom is in de perspectiefnota reeds een bedrag van € 200.000 opgenomen. 2.2 We maken de inzet van de armoederegisseur structureel Vanuit het lokale noodfonds is incidenteel een ‘armoederegisseur’ ingezet. In het plan is de meerwaarde van deze functie uitgebreid uiteengezet. De armoederegisseur is de spin in het web van signaalpartners en ketenpartners. Geeft voorlichting, legt verbindingen en heeft de regie op het verstevigen van de loketfunctie van infohuizen.
De keten van financiële dienstverlening blijft in beweging, net als de wet- en regelgeving rondom inkomensbeleid en armoedebestrijding. We zien voldoende reden om de functie structureel te maken. Daarom is in de perspectiefnota al een bedrag van €100.000 opgenomen om de armoederegisseur structureel te malen. 3. Op handen zijnde wetgeving vraagt veel De Participatiewet wijzigt. Maar ook andere wetgeving die van invloed is op onze dienstverlening binnen ‘werk en inkomen’ wordt aangepast. De wijzigingen zijn uitgelegd in het plan. De wijzigingen staan in het teken van ‘de mens’, onze inwoner, en zijn gericht op maatwerk. Hoewel de wijzigingen positief lijken en passend bij onze manier van dienstverlening is er veel beleid dat aangepast en geïmplementeerd moet worden. De lokale beleidsruimte wordt vergroot, maar moet goed worden ingevuld. Om alle wijzigingen adequaat en zo snel mogelijk op te kunnen pakken kiezen we voor een projectvorm en het aanstellen van een tijdelijke projectleider. Daarom vragen we incidenteel € 90.000.
3
Risico's en kanttekeningen 1.1 Lokale invloed om financiële bestaanszekerheid is beperkt We willen dat onze inwoners financiële bestaanszekerheid ervaren, hier gaan we aan bijdragen, maar onze lokale invloed is beperkt. Allereerst omdat alleen het Rijk inkomenspolitiek mag voeren. Als gemeente mogen we niet zomaar een uitkering verhogen of op een ander manier geld 'uitdelen'. Maar we nemen onze verantwoordelijkheid door acties die er aan bij moeten dragen dat iedereen krijgt waar hij recht op heeft. En kiezen er voor om bijvoorbeeld het sociaal cultureel fonds ambtshalve (automatisch) en zonder strenge toetsing te verstrekken. De bijdrage uit het fonds is hiermee toch voor de inwoner een 'plus' op het bestaande inkomen. Zoals onder argument 1.2 genoemd hebben we geen invloed op maatschappelijke crises die ons de afgelopen jaren hebben getroffen. Maar het voorliggend plan is ten alle tijde een dynamisch document. Hiermee bedoelen we dat we onze verantwoordelijkheid nemen en aanpassen als dit nodig is. En dat de uitvoering van de acties onderhevig is aan wat de maatschappij van ons vraagt. 1.2. Het plan is ambitieus Hoewel de nieuwe acties op het moment van schrijven goed uit te voeren lijken is het plan ambitieus. Waarom? Naast hierboven al genoemde 'externe' invloeden speelt er op Rijksniveau veel als het gaat om (financiële) bestaanszekerheid.
We zien dit in de te wijzigen Participatiewet en andere wetten die op ons afkomen. Hoewel we de gevolgen van deze wetswijzigingen op onze dienstverlening nog niet helemaal goed in kunnen schatten weten we, onder meer door de uitvoeringstoets die de VNG heeft gedaan, dat de wetswijzigingen veel van ons gaan vragen. We verwachten dan ook dat de invoering van deze wijzigingen, vooral de gewijzigde Participatiewet, de grootste actie (en uitdaging) zijn waar we de komende jaren mee aan de slag moeten. 2. Een hoger bereik betekent hogere kosten De uitvraag in dit voorstel (à € 200.000) gaat over het vergroten van het bereik van twee specifieke regelingen. We gaan er in deze uitvraag vanuit dat we voor het sociaal cultureel fonds een bereik van 100% van de inwoners uit ons bijstandsbestand halen. Een eventuele verhoging van het bereik van inwoners zonder bijstandsuitkering en dus niet meteen bij ons bekent is nog niet doorgerekend. Maar de acties in het plan gaan over het vergroten van bereik (de zichtbaarheid) op heel veel gebieden. We willen de doelgroep dit het nodig heeft vinden, maar we willen ook dat de doelgroep ons of partners in de keten vind. Als dit lukt kunnen we het best ondersteunen in het ervaren van financiële bestaanszekerheid. Maar de doelgroep beter vinden kan ook financiële gevolgen hebben. Meer dienstverlening of meer producten inzetten betekent hogere kosten.
Als we deze gevolgen zien en hiermee financiële gevolgen die niet binnen de bestaande begroting opgevangen kunnen worden komen we hier bij de gemeenteraad op terug. Werelddoelen van de Verenigde Naties (SDG) Dit voorstel draagt bij aan de volgende werelddoelen: - Geen armoede - Goede gezondheid en welzijn Toelichting werelddoelen VN Dit beleidsplan gaat over (financiële) bestaanszekerheid en daarmee het tegengaan van armoede. Onze inwoner moet zoveel mogelijk bestaanszekerheid ervaren en zich daardoor kunnen ontwikkelen en mee kunnen doen in de maatschappij.
4
Financiën Zie ook argumenten, risico's én de financiële bijlage bij het plan. De nieuwe acties uit het plan vragen om een structurele dekking van € 300.000 en incidentiele middelen van € 90.000. De structurele dekking is er niet binnen de bestaande begroting en is daarom zowel in de perspectiefnota als de programmabegroting 2025 meegenomen. Van de structurele uitvraag wordt € 200.000 ingezet ten behoeve van het verstrekken van regelingen. Daarnaast vragen we € 100.000 voor het structureel maken van de functie van armoederegisseur. We breiden het bereik van een aantal regelingen uit. Dat betekent hogere kosten. Wat weten niet precies hoe succesvol we zijn in dit hogere bereik en wat dus hogere kosten zijn. Inwoners van wie we weten dat ze recht hebben op een voorziening kennen we ambtshalve toe. Inwoners van wie we dit niet weten moeten zelf aanvragen. We verwachten genoeg te hebben aan € 200.000. De incidentele uitvraag à € 90.000 betreft de inzet van een projectleider binnen de Participatiewet in balans. Verwerking persoonsgegevens N.v.t. Communicatie Het plan biedt houvast voor inwoners én interne en externe uitvoering. Het plan wordt daarom met name richting externe partners breed gecommuniceerd. We zijn ons er van bewust dat inwoners, maar ook ketenpartners niet altijd gebaard zijn bij het hele beleidsplan.
We onderzoeken daarom of we na vaststelling een infographic kunnen publiceren die de pijlers, doelen en acties goed weergeeft. Uitvoering Een deel van de acties uit het plan zijn bestaande acties. De uitvoering loopt. Een ander deel is nieuw. In het plan is bij de nieuwe acties globaal opgenomen wanneer we hiermee starten. Burgemeester en wethouders van de gemeente Hardenberg, Secretaris,
Burgemeester,
B.M. de Vries
M.W. Offinga
Bijlagen 1. Beleidsplan Financiële bestaanszekerheid 2. Bijlage bij beleidsplan: evaluatie minimabeleid 3. Advies Participatieraad 4. Reactie college op advies Participatieraad
5
Raadsbesluit Zaaknummer:
761834
Onderwerp: Beleidsplan financiële bestaanszekerheid De raad van de gemeente Hardenberg; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 9 september 2024; Besluit: 1. het beleidsplan Financiële bestaanszekerheid vast te stellen; 2. in overeenstemming met de Perspectiefnota structureel € 300.000 per jaar ter beschikking te stellen; 3. incidenteel € 90.000 ter beschikking te stellen voor ‘Participatiewet in balans’. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Hardenberg van 19 november 2024. De raad voornoemd, de griffier
de voorzitter,
F.G.S. Droste
M.W. Offinga
6