CConstaterende datHardenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

Regels, toelichting en bijlagen Vaststellen bestemmingsplan “Buitengebied Hardenberg, Kanaalweg - West 21A Bergentheim” (omzetting recreatieve bestemming naar een woonbestemming)

gemeenteraad 13 september 2022, gemeente HardenbergBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan “Buitengebied Hardenberg, Kanaalweg - West 21A Bergentheim” (omzetting recreatieve bestemming naar een woonbestemming)29.111 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Kanaalw eg West 21A Bergentheim | PAGINA 47

6.2

Waterparagraaf

6.2.1

Algemeen

Zoals in voorgaande paragrafen uiteen is gezet, wordt in het moderne waterbeheer (waterbeheer 21e eeuw) gestreefd naar duurzame, veerkrachtige watersystemen met minimale risico's op wateroverlast of watertekorten. Belangrijk instrument hierbij is de watertoets, die sinds 1 november 2003 in ruimtelijke plannen is verankerd. In de toelichting op ruimtelijke plannen dient een waterparagraaf te worden opgenomen. Hierin wordt verslag gedaan van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishoudkundige situatie (watertoets). Het doel van de watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). 6.2.2

Watertoetsprocedure

Het waterschap Vechtstromen is geïnformeerd over het plan door gebruik te maken van de digitale watertoets. Het watertoetsresultaat is opgenomen in Bijlage 3 bij deze toelichting. Op basis van deze toets volgt de korte procedure. Dit houdt in dat het waterschap Vechtstromen heeft geen bezwaar tegen de voorgenomen ontwikkeling en er direct door gegaan kan worden met de planvorming van het plan onder de voorwaarde dat u de standaard waterparagraaf uit dit document toepast. 6.2.3

Standaard waterparagraaf

Watersysteem In het waterbeheer van de 21e eeuw worden duurzame, veerkrachtige watersystemen nagestreefd. Dit betekent concreet dat droge perioden worden doorstaan zonder droogteschade, vissterfte en stank, en dat in natte perioden geen overlast optreedt door hoge grondwaterstanden of inundaties vanuit oppervlaktewateren. Problemen worden niet afgewenteld op andere gebieden of latere generaties. Het principe "eerst vasthouden, dan bergen, dan pas afvoeren" is hierbij leidend. Rijk, provincies en gemeenten hebben in het Nationaal Bestuursakkoord Water doelen vastgelegd voor het op orde brengen van het watersysteem. Afvalwaterketen Het zoveel mogelijk scheiden van vuil en schoon water is belangrijk voor het bereiken van een goede waterkwaliteit. Door te voorkomen dat grote hoeveelheden relatief schoon hemelwater door rioolstelsels worden afgevoerd, neemt het aantal overstorten van verontreinigd rioolwater op oppervlaktewater af en neemt de doelmatigheid van de rioolwaterzuivering toe. Hierdoor verbetert zowel de kwaliteit van oppervlaktewateren waarop overstorten plaatsvinden als de kwaliteit van het effluent ontvangende oppervlaktewater. Indien het schone hemelwater door middel van infiltratie in het gebied wordt vastgehouden alvorens het wordt afgevoerd naar oppervlaktewater, draagt dit bovendien bij aan de duurzaamheid van het watersysteem.

Vandaar dat het principe "eerst schoonhouden, dan scheiden, dan pas zuiveren" een belangrijk uitgangspunt is bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Als het hemelwater niet wordt aangekoppeld of wordt afgekoppeld van het bestaande rioolstelsel is oppervlakkige afvoer en infiltreren in de bodem uitgangspunt. Als infiltratie in de bodem niet mogelijk is, is lozing op het oppervlaktewater via een bodempassage gewenst. Waterhuishouding Het plan loopt geen verhoogd risico op wateroverlast als gevolg van overstromingen. Het plan heeft geen schadelijke gevolgen voor de waterkwaliteit en ecologie. In het verleden is er in of rondom het plangebied geen wateroverlast of grondwateroverlast geconstateerd. De toename van het verharde oppervlak is minder dan 1500m2. Het plangebied bevindt zich niet binnen een beschermingszone of herinrichtingszone langs een waterloop, primair

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Kanaalw eg West 21A Bergentheim | PAGINA 48

watergebied, invloedszone zuiveringstechnisch werk of een retentiecompensatiegebied. Aanleghoogte van de bebouwing Voor de aanleghoogte van de gebouwen (onderkant vloer begane grond) wordt een ontwateringsdiepte geadviseerd van minimaal 80 centimeter ten opzichte van de gemiddelde hoogste grondwaterstand(GHG). Bij een afwijkende maatvoering is de kans op structurele grondwateroverlast groot. Bij het bouwen zonder kruipruimte kan worden volstaan met een geringere ontwateringsdiepte. Kelders dienen waterdicht te zijn. Om wateroverlast en schade in woningen en bedrijven te voorkomen wordt geadviseerd om een drempelhoogte van 30 centimeter boven het straatpeil te hanteren. Ook voor lager, beneden het maaiveld, gelegen ruimtes (kelders, parkeergarages) moet aandacht worden besteed aan het voorkomen van wateroverlast. In het plan wordt rekening gehouden met de uitgangspunten van het voorkeursbeleid van het waterschap .

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Kanaalw eg West 21A Bergentheim | PAGINA 49

Hoofdstuk 7 7.1

Juridische aspecten en planverantwoording

Inleiding

In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op het plangebied, het relevante beleid en de milieu- en omgevingsaspecten. De informatie uit deze hoofdstukken is gebruikt om keuzes te maken bij het maken van het juridische deel van het bestemmingsplan: de verbeelding en de regels. In dit hoofdstuk wordt dieper ingegaan op de opzet van dit juridische deel. Daarnaast wordt een verantwoording gegeven van de gemaakte keuzes op de verbeelding en in de regels. Dat betekent dat er wordt aangegeven waarom een bepaalde functie ergens is toegestaan en waarom bepaalde bebouwing daar acceptabel is. 7.2

Opzet van de regels

7.2.1

Algemeen

In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) die op 1 juli 2008 in werking is getreden, is de verplichting opgenomen om ruimtelijke plannen en besluiten digitaal vast te stellen. De digitaliseringsverplichting geldt vanaf 1 januari 2010. In de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening is vastgelegd dat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) de norm is voor de vergelijkbaarheid van bestemmingsplannen. Naast de SVBP zijn ook het Informatiemodel Ruimtelijke Ordening en de Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten normerend bij het vastleggen en beschikbaar stellen van bestemmingsplannen. De SVBP geeft normen voor de opbouw van de planregels en voor de digitale verbeelding van het bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan is opgesteld conform de normen van de SVBP2012. Het juridisch bindend gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit planregels en bijbehorende verbeelding waarop de bestemmingen zijn aangegeven. De verbeelding en de planregels dienen in samenhang te worden bekeken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: 1. Hoofdstuk 1 Inleidende regels; 2. Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels; 3. Hoofdstuk 3 Algemene regels; 4. Hoofdstuk 4 Overgangs-en slotregels. 7.2.2

Inleidende regels

Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied en bevatten: Begrippen (Artikel 1) In dit artikel zijn definities van de in de regels gebruikte begrippen opgenomen. Hiermee is een eenduidige interpretatie van deze begrippen vastgelegd. Wijze van meten (Artikel 2) Om op een eenduidig manier afstanden, oppervlaktes en inhoud van gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bepalen wordt in de wijze van meten uitleg gegeven wat onder de diverse begrippen wordt verstaan. 7.2.3

Bestemmingsregels

Dit hoofdstuk bevat de juridische vertaling van de in het plangebied voorkomende bestemmingen. De regels zijn onderverdeeld in onder andere: bestemmingsomschrijving: omschrijving van de activiteiten die zijn toegestaan; bouwregels: eisen waaraan de bebouwing moet voldoen (bouwhoogte, goothoogte,

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Kanaalw eg West 21A Bergentheim | PAGINA 50

etc.); afwijken van de bouwregels: onder welke voorwaarde(n) mag afgeweken worden van de aangegeven bouwregels; specifieke gebruiksregels: welk gebruik van gronden en opstallen in ieder geval strijdig zijn of onder welke voorwaarden toegestaan zijn; afwijken van de gebruiksregels: onder welke voorwaarde(n) mag afgeweken worden van de aangegeven bestemming en/of specifieke gebruiksregels; omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen gebouw zijnde, of van werkzaamheden; wijzigingsbevoegdheden: welke wijzigingsbevoegdheden gelden voor het bestemmingsplan. 7.2.4

Algemene regels

Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied. Dit is hoofdstuk is opgebouwd uit: Artikel 5 Anti-dubbeltelregel Deze regel is opgenomen om een ongewenste verdichting van de bebouwing te voorkomen. Deze verdichting kan zich met name voordoen, indien een perceel of een gedeelte daarvan, meer dan één keer betrokken wordt bij de berekening van een maximaal bebouwingspercentage. Artikel 6 Algemene gebruiksregels In dit artikel worden de algemene gebruiksregels beschreven. Het gaat onder meer over het uitsluiten van besluit-m.e.r.-(beoordelings)plichtige activiteiten en het gebruik van gewasbestrijdingsmiddelen. Artikel 7 Algemene bouwregels In dit artikel worden de algemene bouwregels beschreven. Deze regel bevat een bepaling waarmee de afstanden tot wegen wordt gerespecteerd. Artikel 8 Algemene afwijkingsregels In dit artikel worden de algemene afwijkingsregels beschreven. Deze regels maken het mogelijk om op ondergeschikte punten van de regels in het bestemmingsplan af te wijken. Artikel 9 Algemene wijzigingsregels In dit artikel worden de algemene wijzigingsregels beschreven. Deze regels maken het mogelijk om het plan op ondergeschikte punten te wijzigen. Artikel 10 Overige regels In dit artikel zijn overige regels opgenomen. Het betreft onder meer regels ten aanzien van welstand, de APV en parkeerregels. 7.2.5

Overgangs- en slotregels

In dit hoofdstuk staan de overgangs- en slotregels. In de overgangsregels is aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties die in strijd zijn met dit bestemmingsplan. In de slotregel wordt aangegeven hoe het bestemmingsplan wordt genoemd. 7.3

Verantwoording van de regels

7.3.1

Bestemmingen

Kenmerk van de Nederlandse ruimtelijke ordeningsregelgeving is dat er uitgegaan wordt van toelatingsplanologie. Een bestemmingsplan geeft aan welke functies waar zijn toegestaan en welke bebouwing mag worden opgericht. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan zijn keuzes gemaakt over welke functies waar worden mogelijk gemaakt en is gekeken welke bebouwing stedenbouwkundig toegestaan kan worden. Het is noodzakelijk dat het bestemmingsplan een compleet inzicht biedt in de bouw- en gebruiksmogelijkheden binnen het betreffende plangebied. Het bestemmingsplan is het juridische toetsingskader dat bindend is voor de burger en overheid en geeft aan wat de gewenste planologische situatie voor het plangebied is. Artikel 3 Groen - Landschapselement

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Kanaalw eg West 21A Bergentheim | PAGINA 51

Gronden welke binnen het huidige bestemmingsplan zijn bestemd als 'Agrarisch met waarden - Besloten heideontginningslandschap' zijn in voorliggend bestemmingsplan bestemd als 'Groen - Landschapselement'. Gronden met de bestemming Groen Landschapselement zijn voornamelijk bestemd voor groenvoorzieningen, beplanting, landschapselementen en de instandhouding van de landschap eigen sterke gebiedskenmerken. Tevens zijn bestaande wegen en paden toegestaan, waaronder de bestaande in- en uitrit van de Kanaalweg West 21a. Door het toekennen van deze bestemming wordt het behoud en versterking van het bosperceel veilig gesteld. met de huidige agrarische bestemming zijn daar geen garanties voor. De bestemmingswijziging maakt onderdeel uit van de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving. Artikel 4 Wonen - Besloten heideontginningslandschap Gronden welke binnen het huidige bestemmingsplan zijn bestemd als 'Recreatie Recreatiewoningen' en 'Groen - Landschapselement' zijn in voorliggend bestemmingsplan bestemd als 'Wonen - Besloten heideontginningslandschap'. Gronden met deze bestemming zijn hoofdzakelijk bedoeld voor het wonen, met inbegrip van aan-huis-verbonden beroepen, tuinen en erven met daaraan ondergeschikt een bed and breakfast parkeren en statische opslag in bestaande bebouwing.

Op de gronden die bestemd zijn als 'Wonen - Besloten heideontginningslandschap' mogen uitsluitend worden gebouwd: woningen, bijbehorende bouwwerken en andere bouwwerken. Aangezien er één bestemmingsvlak aanwezig is, is er één woning toegestaan. Het gezamenlijk oppervlakte aan bijgebouwen en overkappingen ten behoeve van de toegestane functies en bijbehorende bouwwerken mag maximaal 100 m2 bedragen tenzij de bestaande oppervlakte meer bedraagt. Voor bijgebouwen bedraagt de maximale goothoogte 3 meter, de maximale bouwhoogte 6 meter en de minimale dakhelling 18 graden. Tevens wordt er een voorwaardelijke verplichting opgenomen om de landschappelijke maatregelen vast te stellen. Hiervoor wordt de aanduiding 'Specifieke vorm van wonen - voorwaardelijke verplichting' opgenomen.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Kanaalw eg West 21A Bergentheim | PAGINA 52

Hoofdstuk 8

Economische uitvoerbaarheid

Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. De gemeentelijke kosten zijn beperkt tot de ambtelijke kosten, welke worden verhaald middels de gemeentelijke legesverordening. Eventuele planschade komt voor rekening van de initiatiefnemer. Hiertoe is een anterieure overeenkomst gesloten tussen initiatiefnemer en de gemeente. Hiermee is het kostenverhaal anderszins verzekerd en is op grond van artikel 6.12 Wro geen exploitatieplan nodig.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Kanaalw eg West 21A Bergentheim | PAGINA 53

Hoofdstuk 9 9.1

Vooroverleg

Vooroverleg

Op grond van artikel 3.1.1 Bro is vooroverleg vereist met het waterschap en met de diensten van de provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. 9.1.1

Het Rijk

In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Geoordeeld wordt dat dit bestemmingsplan geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk. 9.1.2

Provincie Overijssel

Er is overleg geweest tussen de provincie Overijssel, gemeente Hardenberg en de initiatiefnemer. Tijdens deze gesprekken is overeenstemming bereikt omtrent de KGO investering. In het voorliggende plan en het ruimtelijke kwaliteitsplan in Bijlage 1 van de toelichting, is dit uitgewerkt. 9.1.3

Waterschap Vechtstromen

In het kader van de watertoets heeft er een digitale watertoets plaatsgevonden via de website www.dewatertoets.nl. uit de toets kwam een 'korte procedure' met een standaard waterschapsparagraaf. Een nader overleg met het waterschap is niet noodzakelijk. 9.2

Inspraak

Conform de gemeentelijke inspraakverordening kan het bestuursorgaan zelf besluiten of inspraak wordt verleend bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid. In het voorliggende geval wordt geen voorontwerp bestemmingsplan ter inzage gelegd. 9.3

Zienswijzen

Het ontwerpbestemmingsplan heeft voor een periode van 6 weken ter inzage gelegen. Gedurende deze periode zijn er geen zienswijzen binnen gekomen.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Kanaalw eg West 21A Bergentheim | PAGINA 54

Bijlagen bij de toelichting

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Kanaalw eg West 21A Bergentheim | PAGINA 55

Bijlage 1

Ruimtelijk kwaliteitsplan

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Kanaalw eg West 21A Bergentheim | PAGINA 56

ruimtelijk kwaliteitsplan Kanaalweg West 21 a Bergentheim

colofon Door:

dé Erfontwikkelaar b.v. Radewijkerweg 9 7791 RJ Radewijk

2

Telefoonnummer

06 24 88 38 28

E-mail

herbert@erfontwikkelaar.nl

Internet

www.erfontwikkelaar.nl

Project

2167

Auteur

H. Oldehinkel

Datum laatst gewijzigd

3 mei 2022

Bestandsnaam

2167-rkp-02b

Aantal pagina’s

18

3

Inhoudsopgave introductie

4

bestaande situatie

6

vigerend beleid

8

ontstaan van het landschap

10

concept

12

landschappelijke inpassing

14

landschapsmaatregelen

16

kwaliteitsimpuls groene omgeving

18

introductie

dé Erfontwikkelaar b.v. heeft het voorliggende ruimtelijk kwaliteitsplan opgesteld in het kader van een ontwikkeling aan de Kanaalweg West 21a Bergentheim te Bergentheim. In het kader van de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving kan een recreatiewoning omgezet worden naar een woonbestemming. Hierbij moet ter compensatie van de meerwaarde geinvesteerd worden in de ruimtelijke kwaliteit. Om dit te borgen in het bestemmingsplan is dit ruimtelijk kwaliteitsplan opgesteld. Het gemeentelijk beleid in deze beoogt dat de bestaande (cultuurhistorische) kwaliteit een belangrijke rol speelt bij de uitstraling en uitdraging van de karakteristiek van het gebied. De gemeente heeft hiervoor de LandschapsIdentiteitskaarten als beleidskader.

4

5

Kanaalweg West 21a Bergentheim

bestaande situatie

Ten westen van de kern Bergentheim ligt een bos waarin van oorsprong enkele boerderijen en recreatiewoningen staan. Het plangebied ligt midden in het bos en kent momenteel een recreatieve bestemming. Alle woningen worden ontsloten op de Kanaalweg West.

6

7

plangebied

plangebied

vigerend beleid

OMGEVINGSVISIE OVERIJSSEL De Provincie Overijssel stuurt op ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid. Bestaande kwaliteiten moeten worden beschermd en er moeten verbindingen worden gelegd tussen deze bestaande kwaliteiten en nieuwe ontwikkelingen. Dat wil zeggen dat nieuwe ontwikkelingen moeten bijdragen aan de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Voor het behoud en het versterken van de ruimtelijke kwaliteit vormen essentiële gebiedskenmerken het uitgangspunt.

GEBIEDSKENMERKEN: Middels een verdeling in 4 lagen zijn de gebiedskenmerken binnen de Omgevingsvisie toegelicht: • De natuurlijke laag • De laag van het agrarisch-cultuur landschap • De stedelijke laag • De laag van de beleving

TOELICHTING: Dekzandvlakte en jonge- heide en broekontginningslandschap Kenmerkend zijn de grote oppervlakte aan – voormalige – natte en droge heidegronden. Deze waren functioneel verbonden met het essen- en oude hoevenlandschap; hier werd geweid en werden de plaggen gestoken voor in de stal; in de stal bemeste plaggen dienden als structuurverbeteraar en bemesting voor de akkergronden op de

8

essen. Ten opzichte van omliggend essen- en hoevenlandschap zijn de landbouwontginningen relatief grote open ruimtes, deels omzoomd door boscomplex. Erven liggen als blokken aan de weg geschakeld. Wegen zijn lanen met lange rechtstanden. Vaak zijn het ‘inbreidings’landschappen met rommelige driehoekstructuren als resultaat. Als ontwikkelingen plaats vinden in de agrarische ontginningslandschappen, dan dragen deze bij aan behoud en versterking van de dragende lineaire structuren van lanen, bosstroken en waterlopen en ontginningslinten met erven en de kenmerkende ruimtematen. VISIENOTA BUITENGEBIED HARDENBERG Visienota Buitengebied Hardenberg De Visienota Buitengebied van de gemeente Hardenberg (2006) is een ruimtelijke visie voor het buitengebied van de gemeente Hardenberg. Het perceel valt in gebied 4: Vechtdal GEBIEDSKENMERKEN: Landschapstype: Essen- en kampenlandschap Landschapskenmerken: Veel bosgebied en houtwallen Huidige functies: Agrarische bedrijven, overwegend veeteelt TOEKOMST: Ontwikkelingsrichting: gemengd gebied Functies: wonen, (verbrede) landbouw en economie (bedrijven)

LANDSCHAPSIDENTITEITSKAARTEN: RHEEZE – DIFFELEN EN OMGEVING. In de LIK worden de specifieke kenmerken en kwaliteiten van het deelgebied vastgelegd, welke de basis vormen van zowel het bestemmingsplan als de structuurvisie en het landschapsontwikkelingsplan. Uit het LIK (en het achtergronddocument) zijn die zaken aangehaald welke bruikbaar zijn voor het plan en de inrichting van het plangebied. Het plangebied ligt in het BESLOTEN HEIDEONTGINNINGSLANDSCHAP STERK: verspreide bebouwing langs wegen omgeving Brucht en Bergentheim strak rechtlijning wegenpatroon rechthoekige grootschalige verkaveling verspreid liggende bosjes weinig wegbeplanting erven aan de weg rechthoekige erven in de verkavelingsrichting, met kopgevel naar de weg erfbeplanting besloten landschap rondom Brucht-Bergentheim

9

dekzand

besloten heideontginningslandschap

natuurlijke laag

jonge- heide en broekontginningslandschap

laag van het agrarisch cultuurlandschap

landschapsidentiteitskaart

ontstaan van het landschap

Oorspronkelijk was Bergentheim een esdorp ten westen van de huidige kern. Dit is het huidige OudBergentheim. De huidige kern kwam tot ontwikkeling door de vervening van de veengebieden ten oosten van Bergentheim. Deze gebieden werden afgegraven. In 1905 kreeg Bergentheim een station aan de spoorlijn Zwolle - Stadskanaal Het station werd gesloten in 1975. Het gebied tussen het spoor en het kanaal is eigenlijk nooit goed ontgonnen. De ondergrond leende zich niet voor landbouw. In plaats daarvan werd er tweede helft 20e eeuw bos ingeplant. Bestaande boerenerven wreden deels ingesloten met bos. Ook ontstonden er enkele recreatiewoningen in het bos. Het boscomplex strekt zich uit tot aan het spoor. Enkel aan de westzijde staan een reeks bebouwing. Het plangebied maakt hier onderdeel van. De erven liggen allemaal aan hetzelfde pad dat uitkomt op de Kanaalweg West.

10

situatie 2021

11

situatie 1950

situatie 1900

concept

Wonen in het bos. Dit houdt in dat de woning in het het erf ondergeschikt zijn aan het groen. Qua architectuur

Bergentheim

moet het geen opvallende verschijning zijn maar zich voegen aan de groene

wonen in het bos

na

bos

ka

en ingetogen te zijn.

al

omgeving. Verhardingen dienen sober

Rondom de woning kan een tuin aangelegd worden maar deze gaat al snel over in een extensieve zoom van kruiden en lage struiken. Hagen, schuttingen of andere harde afschermingen passen niet op het erf.

12

het plangebied in het landschap

13

wonen in het bos

bos aanplanten en

ch

zi

r

de

n to

m bo

concept inpassing

landschappelijke inpassing

14

Het plangebied bestaat momenteel uit een recreatiewoning die vervallen is. Al jaren is het huisje niet meer in gebruik. De buitenruimte is sterk verwilderd en bestaat uit gras/bomen en enkele exoten. (coniferen). Op de oorspronkelijke plek van de recreatiewoning wordt een nieuwe woning gebouwd. Gekozen is om de schuur ten noorden van de woning te situeren. Zo blijft het erf compact en kan er aan de noordzijde een erf gemaakt worden waar gekeerd en geparkeerd kan worden. De woning zal zich moeten schikken naar het bos. Dit betekend een sobere uitstraling bestaande uit materialen die mooi verouderen. Witte gevels en opvallende glimmende dakbedekking is niet toegestaan. De schuur zal qua architectuur altijd ondergeschikt moeten zijn aan de woning.

De woning wordt met de nokrichting gelijk aan het pad gesitueerd. Hiermee sluit het beter aan de verkaveling van het bos en het omliggende landschap. Het perceel aan de westzijde wordt omgevormd naar groen. Hier wordt in het hoofdstuk Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving apart op ingegaan.

voorbeeld van een woning

De verharding van het erf moet sober en ingetogen zijn. Bij voorkeur een halfverharding en enkel daar elementverharding waar niet anders kan (bijvoorbeeld bij de entree van de woning). Het is niet passend het erf middels hagen af te schermen. Een natuurlijk inrichting past beter op deze plek. Wel is het wenselijk een transparante berkenrij tussen de weg en het erf aan te planten.

voorbeeld van een woning

bestand

1. Bestaande woning

2167

project

Legenda

2167-eip-1.vwx

15

herbert

door

datum

3. Nieuw te bouwen schuur

3 mei 2022

2. Nieuw te bouwen woning

a3

schaal versie

1.0

Erfinrichtingsplan Kanaalweg West 21a Bergentheim

www.erfontwikkelaar.nl telnr: 06 24 88 38 28

1 : 500

formaat

1 (3)

5. Reeds aangeplante houtsingel

tekeningno

4. Keren en parkeren

6. Hollandse linde 7. Aanplant bos als kwaliteitsimpuls groene omgeving 8. aanplant bomengroep als kwaliteitsimpuls groene omgeving 9

9. Aanplant rij Ruwe berken 3 4

1 7 9 2

8 5

7

laat je erf groeien! erfinrichtingsplan

kwaliteitsimpuls groene omgeving

gebiedseigen functie. Tevens draagt het initiatief bij aan het sociaal en economisch vitaal houden van het buitengebied.. Met de kwaliteitsimpuls Groene Omgeving biedt de provincie Overijssel beleidsruimte aan gemeenten voor ontwikkelingen in de groene ruimte. Nieuwe ontwikkelingen moeten mogelijk zijn onder voorwaarde dat ze bijdragen aan de kwaliteit van de leefomgeving. In het buitengebied is ruimte voor grootschalige uitbreidingen en nieuwe ontwikkelingen mits die gelijk opgaan met verbeteringen van de ruimtelijke kwaliteit. Ruimtelijke kwaliteit wordt gerealiseerd door naast bescherming vooral in te zetten op het verbinden van bestaande gebiedskwaliteiten en nieuwe ontwikkelingen, waarbij bestaande kwaliteiten worden beschermd en versterkt en nieuwe kwaliteiten worden toegevoegd. De methodiek voor het bepalen van de balans tussen ontwikkelingsruimte en de gevraagde investering in de groene omgeving, is gericht op het volgende: hoe meer de ontwikkeling als gebiedsvreemd te beschouwen is en /of hoe groter de schaal en impact op de ruimtelijke kwaliteit is, des te zwaarder weegt dat aan de ontwikkelingskant van de balans en hoe hoger de aanvullende kwaliteitsprestaties dan dienen te zijn. Als het gaat om een gebiedsvreemde ontwikkeling van een grote schaal en met een grote impact op de omgeving, dan zal een forse investering in het landschap nodig zijn.

Om te beoordelen of medewerking kan worden verleend aan het verzoek, wordt het volgende model gevolgd: GEBIEDSEIGEN ONTWIKKELING Het ontwikkelingsperspectief voor het plangebied voorziet primair in het bieden van ruimte aan (verbrede) agrarische bedrijven en wonen. In voorliggend geval is dan ook sprake van een

16

SCHAAL EN IMPACT OP DE OMGEVING De activiteiten zullen plaatsvinden op een plek waar al bouwing staat. De recreatiewoning is niet meer in gebruik en is daarmee als landschapsontsierend aangemerkt. Het totale bebouwde oppervlakte neemt toe. De schaal van de ontwikkeling is daarentegen klein, mede door de positionering van de gebouwen in het bos. De impact op de omgeving is hiermee beperkt en kan zelfs als positief ervaren worden door vergroenen van het landschap. EIGEN BELANG EN MAATSCHAPPELIJK BELANG Er is sprake van een eigen belang. Er wordt een woonbestemming toegevoegd. Middels de sloop van het geheel zal de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied verbeteren. Dit is goed voor de leefomgeving en het landschap. TEGENPRESTATIE Al met al worden er boven op de basisinspanning aanvullende kwaliteitspretaties gevraagd, die bijdragen aan de versterking van de gebiedskenmerken uit het landschapsontwikkelingsplan en de ontwikkelingsrichting uit de ontwikkelingsvisie. Deze tegenprestatie zal bestaan uit het aanplanten van nieuw bos en het omzetten van de agrarische bestemming naar groen. Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving (KGO) herbestemmen 2.175 m2 van agrarisch naar groen aanplant 1.750 m2 bos aanplant 13 berken zonder onderbeplanting (dit is een passende boom in het besloten heideontginningslandschap.)

laat je erf groeien!

1 : 500

bestand

1.0

www.erfontwikkelaar.nl telnr: 06 24 88 38 28

herbert

2167

schaal

1

versie

2

kwaliteitsimpuls groene omgeving Kanaalweg West 21a Bergentheim

herbestemmen naar groen

a3

1

formaat

2. Aan te planten beuk - Fagus sylvatica Aanplantmaat 14-16 Totaal 13 stuks met een onderlinge afstand van 8-12 (m) Eindbeeld is een bomengroep zonder onderbeplanting (extensief gras - 400 m2)

1 (3)

1 st/m2 aanplanten in de maat 80-100 Eindbeeld is een gesloten bos

tekeningno

datum

Quercus robur - 10% Alnus glutinosa - 10% Viburnum opulus - Geldersche roos 20% Corylus avalana - Hazelaar 10% Amelanchier lamarckii - Am. Krentenboompje 15% Crateagus monogyna - Eénst. Meidoorn 15% Sorbus aucuparia - Lijsterbes 10% Ligustrum vulgare - Wilde liguster 10%

door

1. Nieuw aan te planten bos (1750 m2) bestaande uit:

19 juli 2021

project

Legenda

2167-eip-1.vwx

17

laat je erf groeien

2167-eip-1.vwx

bestand

1. Bestaande woning

2167

project

Legenda

herbert 1.0

www.erfontwikkelaar.nl telnr: 06 24 88 38 28

1 : 500

schaal versie

door

a3 1 (3)

Erfinrichtingsplan Kanaalweg West 21a Bergentheim

5. Reeds aangeplante houtsingel

formaat

4. Keren en parkeren

tekeningno

datum

3. Nieuw te bouwen schuur

3 mei 2022

2. Nieuw te bouwen woning

6. Hollandse linde 7. Aanplant bos als kwaliteitsimpuls groene omgeving 8. aanplant bomengroep als kwaliteitsimpuls groene omgeving 9

9. Aanplant rij Ruwe berken 3

4

1 7 9 2

8

5

7

laat je erf groeien!

2167-eip-1.vwx

bestand

1. Bestaande recreatiewoning slopen

2167

project

Legenda

herbert 1 : 500 1.0

www.erfontwikkelaar.nl telnr: 06 24 88 38 28

door schaal

laat je erf groeien!

a3

2

versie

3

1 (3)

1

landschapsmaatregelen Kanaalweg West 21a Bergentheim

tekeningno

formaat

datum

3. Aanplant ruwe berk - Betula pendula Aanplantmaat 12-14 met een onderlinge afstand van 8-10 (m) Eindbeeld is een bomenrij van 7 stuks

19 juli 2021

2. Prive tuin

2 1

laat je erf groeien!

2167-eip-1.vwx herbert

2167

bestand door

19 juli 2021

1 : 500 1.0

herbestemmen naar groen

www.erfontwikkelaar.nl telnr: 06 24 88 38 28

1

schaal

2. Aan te planten beuk - Fagus sylvatica Aanplantmaat 14-16 Totaal 13 stuks met een onderlinge afstand van 8-12 (m) Eindbeeld is een bomengroep zonder onderbeplanting (extensief gras - 400 m2)

a3

1 st/m2 aanplanten in de maat 80-100 Eindbeeld is een gesloten bos

versie

tekeningno

formaat

datum

Quercus robur - 10% Alnus glutinosa - 10% Viburnum opulus - Geldersche roos 20% Corylus avalana - Hazelaar 10% Amelanchier lamarckii - Am. Krentenboompje 15% Crateagus monogyna - Eénst. Meidoorn 15% Sorbus aucuparia - Lijsterbes 10% Ligustrum vulgare - Wilde liguster 10%

1 (3)

1. Nieuw aan te planten bos (1750 m2) bestaande uit:

kwaliteitsimpuls groene omgeving Kanaalweg West 21a Bergentheim

project

Legenda

Bijlage 2

Quickscan natuurwaardenonderzoek

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Kanaalw eg West 21A Bergentheim | PAGINA 78

Quickscan natuurwaardenonderzoek in verband met sloop en vervangende nieuwbouw van een woning Aan de Kanaalweg-West 21a te Bergentheim

Effectbeoordeling in het kader van de Wet natuurbescherming, Natuurnetwerk Nederland en Natura 2000

Colofon

Uitgevoerd door: Natuurbank Overijssel Correspondentieadres: Aladnaweg 18 7122 RR Aalten BTW-ID: NL001388212B56 E: info@natuurbankoverijssel.nl Tel: 0543-451142 / 0614-435700

Opdrachtgever:

BJZ.NU

Abonnementhouder van de Nationale Databank Flora en Fauna

Projectnummer en versie: 3454 versie 1.0 Ligging plangebied: Kanaalweg-West 21a Bergentheim

Status: definitief Rapportdatum: 13-6-2021

1

Inhoudsopgave Samenvatting ..................................................................................................................................................... 3 Hoofdstuk 1

Inleiding .................................................................................................................................... 4

Hoofdstuk 2

Het plangebied ......................................................................................................................... 5

2.1 Situering ................................................................................................................................................... 5 2.2 Beschrijving van het plangebied............................................................................................................... 5 Hoofdstuk 3

Voorgenomen activiteiten........................................................................................................ 6

3.1 Algemeen ................................................................................................................................................. 6 3.2 Mogelijk effect van de voorgenomen activiteiten op beschermde soorten en/of –gebieden ................ 6 3.3 Vaststellen van de invloedsfeer ............................................................................................................... 7 3.4 Vaststellen van het onderzoeksgebied .................................................................................................... 7 Hoofdstuk 4

Toetsingskaders ........................................................................................................................ 8

4.1 Algemeen ................................................................................................................................................. 8 4.2 Wet natuurbescherming; Natura 2000 .................................................................................................... 8 4.3 Wet natuurbescherming; Soortenbescherming ....................................................................................... 8 4.4

Beleid ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland ..................................................................... 9

Hoofdstuk 5

Gebiedsbescherming .............................................................................................................. 10

5.1 Algemeen ............................................................................................................................................... 10 5.2 Natuurnetwerk Nederland ..................................................................................................................... 10 5.3 Natura 2000............................................................................................................................................ 11 5.4 Slotconclusie........................................................................................................................................... 13 Hoofdstuk 6

Soortenbescherming .............................................................................................................. 14

6.1 Verwachting en bureauonderzoek ......................................................................................................... 14 6.2 Methode ................................................................................................................................................. 14 6.3 Resultaten .............................................................................................................................................. 15 6.4 Wettelijke consequenties van de beoogde ingreep............................................................................... 17 6.5 Historische gegevens en overige bronnen ............................................................................................. 20 6.6 Volledigheid van het onderzoek............................................................................................................. 20 Hoofdstuk 7

Conclusies ............................................................................................................................... 21

2

SAMENVATTING Op een perceel aan de Kanaalweg-West 21a te Bergentheim staan een vervallen houten woning en schuur. Het voornemen bestaat deze bebouwing te slopen en een nieuwe woning en garage terug te bouwen. Als gevolg van deze voorgenomen activiteiten kan overtreding van de Wet natuurbescherming op voorhand niet uitgesloten worden. Daarom is Natuurbank Overijssel gevraagd om de wettelijke consequenties van de voorgenomen activiteiten in het kader van de Wet natuurbescherming in beeld te brengen. In voorliggend rapport worden de bevindingen van het uitgevoerde onderzoek gepresenteerd. Naast een beschrijving van het onderzoeksgebied, de onderzoeksopzet en de resultaten van het onderzoek, worden de wettelijke consequenties van de voorgenomen activiteiten weergegeven. Het plangebied is op 6 juli 2021 onderzocht op de (potentiële) aanwezigheid van beschermde planten, dieren en beschermde nesten, holen, vaste rust- en voortplantingslocaties. Ook is onderzocht of de voorgenomen activiteiten een negatief effect hebben op beschermd (natuur)gebied, zoals Natura 2000 en het Natuurnetwerk Nederland. Wettelijke consequenties m.b.t. gebiedsbescherming: Het plangebied behoort niet tot het Natuurnetwerk Nederland of Natura2000-gebied.

Vanwege de ligging buiten het Natuurnetwerk Nederland, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties, omdat de bescherming van het Natuurnetwerk Nederland geen externe werking kent in Overijssel. Gelet op de aard, omvang en duur van de voorgenomen activiteiten en de afstand tussen Natura 2000-gebied en het plangebied, is het niet aannemelijk dat uitvoering van de voorgenomen activiteiten zal leiden tot een negatief effect op Natura 2000-gebied. Nader onderzoek, zoals het opstellen van een stikstofberekening, wordt niet noodzakelijk geacht. Wettelijke consequenties m.b.t. soortbescherming: De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde plantensoorten, maar wel tot geschikt functioneel leefgebied van verschillende beschermde dieren. Sommige beschermde vogel-, vleermuis-, amfibieën- en grondgebonden zoogdiersoorten benutten het plangebied als foerageergebied en mogelijk nestelen er jaarlijks vogels in het plangebied, bezetten beschermde grondgebonden zoogdieren er een vaste rust- en voortplantingsplaats en bezetten amfibieën er een (winter)rustplaats. Vleermuizen bezetten geen verblijfplaats in het plangebied. Van de in het plangebied nestelende vogelsoorten, is uitsluitend het bezette nest beschermd, niet het oude nest of de nestplaats.

Bezette vogelnesten zijn beschermd en mogen niet verstoord, beschadigd of vernield worden. Gelet op de aard van de werkzaamheden kan geen ontheffing verkregen worden voor het beschadigen of vernielen van bezette vogelnesten. Indien de bebouwing gesloopt wordt tijdens de voortplantingsperiode, wordt geadviseerd vooraf een broedvogelscan uit te voeren om de aanwezigheid van een bezet vogelnest uit te kunnen sluiten. Als gevolg van het slopen van de bebouwing, wordt mogelijk een beschermd grondgebonden zoogdier gedood en wordt een vaste rust- en/of voortplantingsplaats van een beschermd grondgebonden zoogdier beschadigd of vernield. Als gevolg van de voorgenomen activiteiten wordt geen amfibie gedood en geen (winter)rustplaats van amfibieën beschadigd of vernield. Voor het beschadigen/vernielen van de vaste rusten voortplantingsplaats van beschermde grondgebonden zoogdieren geldt een vrijstelling. Beschermde grondgebonden zoogdieren mogen niet gedood worden. Om te voorkomen dat beschermde grondgebonden zoogdieren gedood worden, mogen ze verjaagd te worden. Indien niet voorkomen kan worden dat beschermde grondgebonden zoogdieren gedood worden, dient gewerkt te worden conform een goedgekeurde en toepasbare Gedragscode, of dient ontheffing aangevraagd te worden.

Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten neemt de betekenis van het plangebied als foerageergebied voor beschermde dieren niet af. Wettelijke consequenties samengevat: • Bebouwing slopen buiten de voortplantingsperiode van vogels; • Geen beschermde dieren doden; 3

HOOFDSTUK 1

INLEIDING

Op een perceel aan de Kanaalweg-West 21a te Bergentheim staan een vervallen houten woning en schuur. Het voornemen bestaat deze bebouwing te slopen en een nieuwe woning en garage terug te bouwen. Als gevolg van deze voorgenomen activiteiten kan overtreding van de Wet natuurbescherming op voorhand niet uitgesloten worden. Daarom is Natuurbank Overijssel gevraagd om de wettelijke consequenties van de voorgenomen activiteiten in het kader van de Wet natuurbescherming in beeld te brengen. In voorliggend rapport worden de bevindingen van het uitgevoerde onderzoek gepresenteerd. Naast een beschrijving van het onderzoeksgebied, de onderzoeksopzet en de resultaten van het onderzoek, worden de wettelijke consequenties van de voorgenomen activiteiten weergegeven. Er is in het onderzoeksgebied gekeken naar de (potentiële) aanwezigheid van beschermde planten en dieren en beschermde nesten, holen, vaste rust- en voortplantingsplaatsen en andere beschermde functies. Ook is onderzocht of de voorgenomen activiteiten een negatief effect hebben op beschermd (natuur)gebied. Op basis van de onderzoeksresultaten worden de wettelijke consequenties bepaald van de voorgenomen activiteiten in het kader van de Wet natuurbescherming (soorten en Natura 2000-gebied) en de Omgevingsverordening Overijssel (Natuurnetwerk Nederland).

Doel van deze rapportage: De Quickscan natuurwaardenonderzoek is uitgevoerd als één van de verschillende (milieu)onderzoeken in het kader van besluitvorming binnen de Ruimtelijke Ordening (doorgaans het wijzigen van het bestemmingsplan) of het aanvragen van een Omgevingsvergunning. Het onderzoek is uitgevoerd om antwoord te kunnen geven op de vraag: is er sprake van een goede ruimtelijke ordening (is de voorgenomen activiteit uitvoerbaar?). Het is nadrukkelijk geen ecologisch werkprotocol dat opgesteld wordt om te voorkomen dat de Wet natuurbescherming overtreden wordt als gevolg van de voorgenomen activiteiten. De Wet natuurbescherming is tijdens de uitvoering van voorgenomen activiteiten altijd van toepassing en het is aan de uitvoerende partijen om de noodzakelijke zorgvuldigheid te betrachten tijdens de uitvoering. Om een goed ecologisch werkprotocol op te kunnen stellen is meer detailinformatie vereist, zoals de planning in uitvoering, in te zetten materieel en informatie over type bebouwing, bouwwijze, materiaalgebruik etc.

4

HOOFDSTUK 2

HET PLANGEBIED

2.1 Situering Het plangebied is gesitueerd aan de Kanaalweg-West 21a. Op onderstaande afbeelding wordt de globale ligging van het plangebied weergegeven op een topografische kaart.

Globale ligging van het plangebied. De ligging van het plangebied wordt met de rode cirkel aangeduid (bron: ruimtelijkeplannen.nl).

2.2 Beschrijving van het plangebied Het plangebied vormt als het ware een open ruimte in een bos. Het bestaat uit bebouwing, opgaande bomen, voormalige groententuin en verruigd grasland. In het plangebied staan een houten woning en garage. De woning heeft een met dakpannen gedekt zadeldak, de schuur een met golfplaten gedekt lessenaarsdak. De staat van onderhoud van beide gebouwen in slecht. Op meerdere plekken zijn openingen in de buitengevels van de gebouwen zichtbaar. Oonderstaande luchtfoto wordt de ligging van het plangebied aangegeven. Voor een impressie van het plangebied wordt verwezen naar de fotobijlage.

Begrenzing van het plangebied; deze wordt met de gele lijn aangeduid (bron luchtfoto: ruimtelijkeplannen.nl).

5

HOOFDSTUK 3

VOORGENOMEN ACTIVITEITEN

3.1 Algemeen Het voornemen bestaat de aanwezige bebouwing te slopen en een nieuwe woning en bijgebouw (garage) te bouwen op dezelfde plek als de huidige bebouwing. Rondom het erf wordt nieuwe beplanting aangelegd. Op onderstaande afbeelding wordt een verbeelding van het wenselijke eindbeeld weergegeven.

Verbeelding van de nieuw te bouwen woning (bron: De Erfontwikkelaar).

De volgende activiteiten worden getoetst op relevantie t.a.v. de Wet natuurbescherming: • Slopen bebouwing; • Bouwrijp maken bouwplaats; • Bouwen woning en garage; • Aanleg nieuwe beplanting;

3.2 Mogelijk effect van de voorgenomen activiteiten op beschermde soorten en/of –gebieden De voorgenomen activiteiten hebben mogelijk een negatieve invloed op beschermde soorten en beschermd (natuur)gebied. We onderscheiden de volgende negatieve invloeden: Mogelijke tijdelijke invloeden: • Verstoren rust- en voortplantingsplaatsen als gevolg van geluid, stof en trillingen tijdens de werkzaamheden; Mogelijke permanente invloeden: • Mogelijk afname/verdwijnen van beschermde vaste rust- of voortplantingsplaatsen en/of jaar rond beschermde nesten; • Vernielen/verdwijnen van beschermde soorten; • Aantasting van de kwaliteit van het leefgebied van beschermde soorten;

6

3.3 Vaststellen van de invloedsfeer Naast een tijdelijk effect in het onderzoeksgebied, kan het voorkomen dat een voorgenomen activiteit een negatief effect heeft op beschermde soorten of beschermd natuurgebied buiten het onderzoeksgebied. Dit noemen we de invloedsfeer. De omvang van de invloedsfeer wordt bepaald door de duur, aard en omvang van de tijdelijke en/of permanente nieuwe situatie. Het effect van de voorgenomen activiteit op een beschermde soort verschilt per soort en/of soortgroep. In deze studie wordt alleen gekeken naar de uitvoering van de fysieke werkzaamheden, zoals sloop-, en bouwwerkzaamheden. Beoordeling van de invloedsfeer van de voorgenomen activiteit: Om de effecten van een voorgenomen activiteiten goed in beeld te kunnen brengen, is het soms van belang ook buiten het plangebied te kijken. In voorliggend geval grenst het plangebied aan bos en agrarisch cultuurland. Het is niet aannemelijk dat beschermde waarden buiten het plangebied negatief beïnvloed worden door uitvoering van de voorgenomen activiteiten. Er is geen aanleiding te veronderstellen dat beschermde soorten en/of -waarden buiten het plangebied op een dusdanige wijze aangetast worden, dat dit leidt tot wettelijke consequenties. 3.4 Vaststellen van het onderzoeksgebied Het onderzoeksgebied wordt gelijk gesteld aan het plangebied.

7

HOOFDSTUK 4

TOETSINGSKADERS

4.1 Algemeen In dit Hoofdstuk worden de diverse toetsingskaders toegelicht waaraan het initiatief getoetst wordt. 4.2 Wet natuurbescherming; Natura 2000 Het gebiedsbeschermingsdeel van de Wet natuurbescherming heeft als doel het beschermen van Natura 2000-gebieden (Vogelrichtlijn- en/of Habitatrichtlijngebieden) in Nederland. Projecten die significante gevolgen voor deze gebieden kunnen hebben, zijn in beginsel – zonder vergunning – niet toegestaan. Ook het vaststellen van plannen zoals een bestemmingsplan of een inpassingsplan is niet toegestaan, indien het betreffende plan significante gevolgen kan hebben voor Natura 2000-gebieden. Naast directe effecten (bijv. ruimtebeslag), dient ook gekeken te worden naar indirecte effecten als gevolg van externe werking (bijv. door geluid, licht en stikstofdepositie). De eerste stap in de toetsing is vaak een voortoets. Als significante gevolgen in de voortoets niet op voorhand met zekerheid kunnen worden uitgesloten, dan is een passende beoordeling noodzakelijk. In dat geval is voor een project een vergunning noodzakelijk op grond van artikel 2.7 Wet natuurbescherming. 4.3 Wet natuurbescherming; Soortenbescherming In de Wet natuurbescherming is de soortenbescherming in Nederland geregeld. In de wet zijn lijsten opgenomen met beschermde soorten.

In de Wet natuurbescherming worden drie verschillende beschermingsregimes gehanteerd waaraan verschillende verbodsbepalingen zijn gekoppeld: Soorten Vogelrichtlijn (artikel 3.1 e.v.): • lid 1) Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen; • lid 2) Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen; • lid 3) Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben; • lid 4) Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen; • lid 5) Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.

Soorten Habitatrichtlijn (artikel 3.5 e.v.); • lid 1) Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen; • lid 2) Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren; • lid 3) Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen; • lid 4) Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen; • lid 5) Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Andere Soorten (artikel 3.10 e.v.) lid 1) Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: • onderdeel a. in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; • onderdeel b.

de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of

8

•

onderdeel c. vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Ten aanzien van de andere beschermde soorten geldt dat het bevoegd gezag (provincies c.q. ministerie van LNV) de vrijheid hebben om soorten binnen deze categorie vrij te stellen van de verbodsbepalingen uit ontheffingsplicht artikel 3.10 uit de Wet natuurbescherming. Voor beschermde soorten die niet zijn vrijgesteld dient bij overtreding van de verbodsbepalingen uit de Wn een ontheffing te worden aangevraagd. Voor vogels geldt in afwijking hierop dat voor verstoring geen ontheffing nodig is, indien de gunstige staat van instandhouding niet in het geding is. Het is ook mogelijk om voor beide categorie soorten te werken volgens een goedgekeurde gedragscode die is afgestemd op de Wet natuurbescherming. Er is dan geen ontheffing nodig.

4.4 Beleid ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is het ruimtelijk beleid op rijks-, provinciaal, en gemeentelijk niveau vastgesteld, waarin onder andere de bescherming van het Natuurnetwerk Nederland (NNN)/Ecologische Hoofdstructuur (EHS) is verankerd. De EHS werd officieel geïntroduceerd in het Natuurbeleidsplan en is daarna opgenomen in de Nota Ruimte, welke inmiddels vervangen is door de Structuurvisie infrastructuur en ruimte (SVIR). Kaderstellende regels ten aanzien van o.a. NNN/EHS zijn opgenomen in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Bij geplande ingrepen die binnen het NNN/EHS vallen moet het belang van de natuurbescherming worden afgewogen tegen andere belangen, indien de voorgenomen ingreep negatief uitwerkt op de aanwezige natuurwaarden. De kern van de afweging vormt het 'nee, tenzij'-principe. Dit wil zeggen dat schadelijke ingrepen niet zijn toegestaan, tenzij er andere belangen zijn die de ingreep rechtvaardigen. In dat geval zijn compenserende maatregelen voorgeschreven. Concrete beleidsregels ten aanzien van de NNN in Overijssel zijn opgenomen in de vigerende provinciale ruimtelijke verordening van de provincie Overijssel

9

HOOFDSTUK 5

GEBIEDSBESCHERMING

5.1 Algemeen In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het mogelijke effect van de voorgenomen activiteiten op Natura 2000gebied en het Natuurnetwerk Nederland. 5.2 Natuurnetwerk Nederland Provincies zijn verantwoordelijk voor de veiligstelling en ontwikkeling van het Natuurnetwerk Nederland (verder NNN genoemd). De beoordeling of de voorgenomen activiteit past in het NNN, dient met name uitgevoerd te worden in de afweging van een ‘goede ruimtelijke ordening’ als onderdeel van de ruimtelijke onderbouwing. De aanwezigheid van beschermde planten en dieren is daarbij niet direct van belang. Vanwege het grote belang voor de biodiversiteit en de betekenis voor de kwaliteit van de leefomgeving en regionale economie geldt een beschermingsregime voor het gehele NNN. Voor het NNN geldt de verplichting tot instandhouding van de wezenlijke kenmerken en waarden van het gebied. In de verordening is het "nee, tenzij"-regime vast gelegd. Dit betekent dat (nieuwe) plannen, projecten of handelingen niet zijn toegestaan indien zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied significant aantasten. Er kan echter aanleiding zijn om toch ontwikkelingen toe te staan. De mogelijkheid om een uitzondering te maken op de algemene lijn van behoud en duurzame ontwikkeling van wezenlijke kenmerken en waarden, is aan strikte voorwaarden gebonden.

Uiteraard geldt ook hier dat de generieke regeling van toepassing blijft (zoals de toepassing van de principes van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik, ontwikkelingsperspectieven en gebiedskenmerken) Het ruimtelijk beleid voor het NNN is gericht op ‘behoud, herstel en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN’ waarbij tevens zoveel mogelijk rekening wordt gehouden met de andere belangen die in het gebied aanwezig zijn. De kernkwaliteiten binnen het NNN zijn natuurkwaliteit, landschappelijke kwaliteiten en beleving van rust. Voor grootschalige ontwikkelingen die niet passen binnen de doelstelling van het NNN is geen ruimte, tenzij er sprake is van een zwaarwegend maatschappelijk belang waar niet op een andere manier aan kan worden voldaan. Daarbij worden de zogenaamde NNN-spelregels gehanteerd: her-begrenzing van het NNN, saldering van negatieve effecten en toepassing van het compensatiebeginsel. Het ‘nee, tenzij’-principe en de overige spelregels hebben is opgenomen in de provinciale Omgevingsverordening van Overijssel. Er is door toepassing van de spelregels ruimte voor het aanpassen van de begrenzing als daarmee de doelen op een betere manier kunnen worden bereikt. Ligging t.o.v. het Natuurnetwerk Nederland Het plangebied ligt op minimaal 1,39 kilometer afstand van gronden die tot het Natuurnetwerk Nederland behoren.

Op onderstaande afbeelding wordt de ligging van het Natuurnetwerk Nederland in de omgeving van het plangebied weergegeven.

10

1,39 kilometer afstand tussen plangebied en gronden die tot het NNN behoren

Ligging van Natuurnetwerk Nederland in de omgeving van het plangebied. De ligging van het plangebied wordt met de rode marker aangeduid. Gronden die tot Natuurnetwerk Nederland behoren worden met de groene kleur op de kaart aangeduid (bron: ruimtelijkeplannen.nl).

Beschermingsregime De bescherming van het Natuurnetwerk Nederland kent geen externe werking. Toetsing aan provinciaal beleid Omdat het plangebied buiten het Natuurnetwerk Nederland ligt, hoeft voorgenomen initiatief niet getoetst te worden aan provinciaal beleid t.a.v. Natuurnetwerk Nederland. Wettelijke consequenties Uitvoering van de voorgenomen plannen leidt niet tot wettelijke consequenties in het kader van gebiedsbescherming, zoals opgenomen in de Omgevingsverordening Overijssel.

5.3 Natura 2000 De biodiversiteit (soortenrijkdom) in Europa gaat al jaren achteruit. Duurzame bescherming van flora en fauna is hard nodig. Planten en dieren trekken zich weinig aan van landsgrenzen en het is daarom belangrijk om natuurbescherming in Europees verband aan te pakken. Zo voorkomen we dat de natuur in Europa en in Nederland steeds eenvormiger wordt. Daartoe is in 1979 de Vogelrichtlijn opgesteld en in 1992 de Habitatrichtlijn. Deze richtlijnen hebben twee componenten: soortenbescherming en gebiedsbescherming. Alle EU-lidstaten wijzen beschermde gebieden aan voor specifieke (leefgebieden van) (vogel-)soorten. De onder beide richtlijnen aangewezen beschermde gebieden vormen het Natura 2000-netwerk. De Nederlandse bijdrage aan dit Europese netwerk van beschermde natuurgebieden bestaat uit ruim 160 gebieden. Beschermingsregime De Wet natuurbescherming regelt in hoofdstuk 2 de bescherming van Natura 2000-gebieden. Dit zijn speciale beschermingszones op grond van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. De minister wijst deze gebieden aan. Voor de Natura 2000-gebieden stelt de minister instandhoudingsdoelstellingen op voor: • de leefgebieden van vogels; • de natuurlijke habitats of habitats van soorten (art. 2.1 Wet natuurbescherming); De provincies stellen voor de Natura 2000-gebieden een beheerplan op (art. 2.3 Wet natuurbescherming).

In het beheerplan staan maatregelen die ervoor moeten zorgen dat de instandhoudingsdoelstellingen worden bereikt.

11

Nederland past een vergunningenstelsel toe. Hierdoor is in ons land een zorgvuldige afweging gewaarborgd rond projecten die gevolgen kunnen hebben voor Natura 2000-gebieden. Vergunningen worden verleend door provincies of door het ministerie van LNV. Natura 2000-gebieden mogen geen significante schade ondervinden. Dit houdt in dat bepaalde plannen en projecten, op zichzelf óf in combinatie met andere plannen en projecten, de natuurwaarden waarvoor de gebieden zijn aangewezen niet significant negatief mogen beïnvloeden. Elke ontwikkeling in of nabij een Natura 2000-gebied dient te worden onderworpen aan een ‘voortoets’. Uit de voortoets moet blijken of kan worden uitgesloten dat de gewenste werkzaamheden/ontwikkelingen een (significant) negatief effect hebben (op zichzelf of in combinatie met andere plannen of projecten). Voor alle Natura 2000-gebieden dient een beheerplan te zijn opgesteld waaruit duidelijk wordt welke activiteiten wel en niet zonder vergunning mogelijk zijn in en nabij die gebieden. Als gevolg van het opschorten van de PAS-systematiek, mogen plannen die leiden tot een verhoogde depositie van NOx/NH3 op Natura 2000-gebied, niet in uitvoering gebracht worden zonder Wet natuurbeschermingsvergunning. Per 1 juli 2021 is de Wet stikstofreductie en natuurverbetering van kracht.

Dat houdt in de vergunningplicht voor projecten die leiden tot toename van stikstofdepositie in Natura 2000-gebied, als gevolg van activiteiten gedurende de ontwikkelfase, is komen te vervallen. Deze partiële vrijstelling geldt niet voor de gebruiksfase. Ligging van het plangebied t.o.v. Natura-2000 Het plangebied ligt op minimaal 2,55 kilometer afstand van Natura 2000-gebied. Het meest nabij gelegen Natura 2000-gebied, is Vecht- en Beneden- Reggegebied. Op onderstaande afbeelding wordt de ligging van Natura 2000-gebied in de omgeving van het plangebied weergegeven.

2,55 kilometer afstand tussen het plangebied en de gronden die tot Natura 2000 behoren

Ligging van Natura 2000-gebied in de omgeving van het plangebied. De ligging van het plangebied wordt met de rode marker aangeduid. Gronden die tot Natura 2000 behoren worden met de okergele en groene kleur aangeduid (bron: geo.overijssel.nl).

Effectbeoordeling Beoordeling uitvoering fysieke activiteiten De uitvoering van fysieke activiteiten in een plangebied zou kunnen leiden tot een negatief effect op instandhoudingsdoelen van een Natura 2000-gebied in de omgeving van een plangebied. Als gevolg van bouwwerkzaamheden kunnen negatieve effecten optreden, zoals een toename van geluid, trillingen, kunstlicht, visuele verstoring, areaalverlies en aantasten hydrologie. Gelet op de aard, omvang en duur van de voorgenomen activiteiten en de ligging van het plangebied ten opzichte van Natura 2000, kan een negatief effect op kwalificerende soorten en habitats, zoals optische verstoring, geluid, trillingen e.d. uitgesloten worden. Vooral de aard van de werkzaamheden en de afstand 12

tussen het plangebied en het meest nabij gelegen Natura 2000-gebied zorgen er voor dat de uitvoering van de voorgenomen activiteiten niet leidt tot een negatief effect. Beoordeling Stikstof Niet alle habitattypen in Natura 2000-gebied zijn even gevoelig voor verzuring, als gevolg van stikstofdepositie, maar het Natura 2000-gebied Vecht- en Beneden- Reggegebied bestaat voor een groot deel uit stikstofgevoelige habitattypen. Ten behoeve van de totale ontwikkeling, wordt materieel met een verbrandingsmotor ingezet en vindt er een tijdelijke toename plaats van verkeersbewegingen als gevolg van de afvoer van sloopmateriaal, de aanvoer van bouwmaterialen en vervoer van materieel en personeel. De gebruiksfase is gelijk aan de huidige situatie. Gelet op de aard en omvang van de voorgenomen activiteiten en de duur van de ontwikkelfase, is het niet aannemelijk dat uitvoering van de voorgenomen activiteiten zal leiden tot een toename van stikstofdepositie in Natura 2000-gebied. Wettelijke consequenties Uitvoering van de voorgenomen activiteiten leidt niet tot wettelijke consequenties.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11777807/2