Regels, toelichting en bijlagen Vaststellen bestemmingsplan “Buitengebied Hardenberg, Kanaalweg - West 21A Bergentheim” (omzetting recreatieve bestemming naar een woonbestemming)
Tekst van het document
Buitengebied Hardenberg, Kanaalweg West 21A Bergentheim
Inhoudsopgave
Toelichting
5
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging van het plangebied 1.3 De bij het plan behorende stukken 1.4 Huidig planologisch regime
6 6 6 7 7
Hoofdstuk 2 Huidige situatie 2.1 Het plangebied en zijn omgeving
10 10
Hoofdstuk 3 Gewenste situatie 3.1 Gewenste situatie 3.2 Landschappelijke inpassing 3.3 Verkeer en parkeren
11 11 12 12
Hoofdstuk 4 Beleidskader 4.1 Rijksbeleid 4.2 Provinciaal beleid 4.3 Gemeentelijk beleid
14 14 16 27
Hoofdstuk 5 Milieu- en omgevingsaspecten 5.1 Geluid 5.2 Bodemkwaliteit 5.3 Luchtkwaliteit 5.4 Externe veiligheid 5.5 Milieuzonering 5.6 Geur 5.7 Ecologie 5.8 Archeologie & cultuurhistorie 5.9 Besluit milieueffectrapportage
34 34 35 35 37 38 40 41 44 45
Hoofdstuk 6 Wateraspecten 6.1 Vigerend beleid 6.2 Waterparagraaf
47 47 48
Hoofdstuk 7 Juridische aspecten en planverantwoording 7.1 Inleiding 7.2 Opzet van de regels 7.3 Verantwoording van de regels
50 50 50 51
Hoofdstuk 8
53
Economische uitvoerbaarheid
Hoofdstuk 9 Vooroverleg 9.1 Vooroverleg 9.2 Inspraak 9.3 Zienswijzen
54 54 54 54
Bijlagen bij de toelichting
55
Bijlage 1
Ruimtelijk kwaliteitsplan
56
Bijlage 2
Quickscan natuurwaardenonderzoek
78
Bijlage 3
Watertoets
Regels Hoofdstuk 1 Artikel 1
109
115 Inleidende regels Begrippen
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Kanaalw eg West 21A Bergentheim | PAGINA 2
116 116
Artikel 2
Wijze van meten
120
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4
Bestemmingsregels Groen - Landschapselement Wonen - Besloten heideontginningslandschap
121 121 123
Hoofdstuk 3 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene gebruiksregels Algemene bouwregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Overige regels
127 127 128 129 130 131 132
Hoofdstuk 4 Artikel 11 Artikel 12
Overgangs-en slotregels Overgangsrecht Slotregel
134 134 135
Bijlagen regels
137
Bijlage 1
Staat van bedrijfsactiviteiten
138
Bijlage 2
Ruimtelijk kwaliteitsplan
147
Bijlage 3
LIK Rheeze, Diffelen en omgeving
169
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Kanaalw eg West 21A Bergentheim | PAGINA 3
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Kanaalw eg West 21A Bergentheim | PAGINA 4
Toelichting
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Kanaalw eg West 21A Bergentheim | PAGINA 5
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Aan de Kanaalweg West 21A te Bergentheim, in het buitengebied van de gemeente Hardenberg, bevindt zich een bosgebied, waar ter plekke van heet plangebied een recreatieperceel is opgenomen. Op het recreatieperceel bevindt zich een recreatiewoning met een bijgebouw. De recreatiewoning verkeert in een slechte staat hierdoor wenst de eigenaar de woning te vervangen. De eigenaar van het recreatieperceel heeft ook naastgelegen grond in zijn bezit. Het voornemen bestaat om het recreatieperceel in gebruik te nemen als een regulier woonperceel. Deze ontwikkeling is echter niet in overeenstemming met het geldende bestemmingsplan “Buitengebied Hardenberg, Kanaalweg-West 21a” aangezien de gronden zijn bestemd tot 'Recreatie - Recreatiewoningen'. Deze bestemming laat het gebruik van de gronden voor reguliere bewoning niet toe. Om de ontwikkeling mogelijk te maken, dient het perceel voorzien te worden van een woonbestemming. Tot voor kort stond het provinciale beleid het transformeren van recreatiewoningen naar reguliere woningen niet toe. Met de vaststelling van de 'Beleidsaanpassing provinciaal omgevingsbeleid voor verblijfsrecreatie' op 3 juni 2020 is hier verandering in gekomen. Gezien de beperkte bijdrage van solitaire recreatiewoningen aan het recreatiefproduct van Overijssel, wordt middels deze beleidsaanpassing ruimte geboden om, onder voorwaarden, andere bestemmingen toe te kennen.
Op basis van de "Beleidsaanpassing provinciaal omgevingsbeleid voor verblijfsrecreatie" en met toepassing van de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving kan de voorgenomen ontwikkeling onder voorwaarden mogelijk gemaakt worden. Een voorwaarde vanuit de gemeente en de provincie betreft het bestemmen van het bosgebied rondom de gewenste woning als 'Groen - Landschapselement' met daarbij de aanplant van bos als verplichte investering. Dit bestemmingsplan voorziet in de gewenste juridisch-planologische kaders en toont aan dat het voornemen in overeenstemming is met 'een goede ruimtelijke ordening'. 1.2
Ligging van het plangebied
Het plangebied ligt in het buitengebied van de gemeente Hardenberg, aan de Kanaalweg West 21A, ten zuiden van de kern Bergentheim. Het plangebied is kadastraal bekend als gemeente Hardenberg, sectie AC, perceelnummer 2923 en 2925. De ligging van het plangebied ten opzichte van Bergentheim en ten opzichte van de directe omgeving is in afbeelding 1.1 weergegeven, dit middels een rode ster en rode cirkel. Voor de exacte begrenzing wordt verwezen naar de verbeelding.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Kanaalw eg West 21A Bergentheim | PAGINA 6
Afbeelding 1.1: Ligging van het plangebied ten opzichte van Bergentheim en de (directe) omgeving (Bron: PDOK.nl) 1.3
De bij het plan behorende stukken
Het bestemmingsplan ''Buitengebied Hardenberg, Kanaalweg West 21A Bergentheim” bestaat uit de volgende stukken: verbeelding (tek.nr NL.IMRO.0160.0000BP00385-VG01 en een renvooi; regels (met bijbehorende bijlagen). Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. 1.4
Huidig planologisch regime
1.4.1
Algemeen
Het plangebied ligt (deels) binnen de begrenzing van de bestemmingsplannen “Facetherziening parkeren Hardenberg” (vastgesteld op 17 juni 2018), "Buitengebied Hardenberg, Kanaalweg 21a Bergentheim" (vastgesteld op 13 oktober 2015) en "Buitengebied Hardenberg" (vastgesteld op 2 december 2014). Nadien heeft er nog een correctieve herziening plaatsgevonden ten aanzien van de regels middels het bestemmingsplan ''Buitengebied Hardenberg, herziening regels'' (vastgesteld op 26 september 2016). In afbeelding 1.2 is uitsnede van de verbeelding van het geldende planologische regime weergegeven. De rode stippellijn omvat het plangebied. Hierna wordt beknopt ingegaan op de ter plaatse van het plangebied geldende bestemmingen.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Kanaalw eg West 21A Bergentheim | PAGINA 7
Afbeelding 1.2: Uitsnede verbeelding van het bestemmingsplannen "Buitengebied Hardenberg" en “Buitengebied Hardenberg, Kanaalweg 21a Bergentheim (Bron: Ruimtelijkeplannen.nl) 1.4.2
Bestemmingen
De gronden binnen het plangebied zijn voorzien van de enkelbestemmingen 'Agrarisch met waarden - Besloten heideontginningslandschap', 'Groen - Landschapselement' en 'Recreatie - Recreatiewoningen'. Agrarisch met waarden - Besloten heideontginningslandschap Gronden met de bestemming 'Agrarisch met waarden - Besloten heideontginningslandschap' zijn hoofdzakelijk bedoeld voor de uitoefening van één agrarisch bedrijf, uitgezonderd glastuinbouw en de instandhouding van de sterke gebiedskenmerken van het besloten heideontginningslandschap, welke per (deel)gebied zijn beschreven in de tabellen van de Landschap Identiteit Kaarten (LIK's). Agrarische bedrijfsbebouwing is uitsluitend toegestaan binnen een bouwvlak. 'Groen - Landschapselement' Gronden met de bestemming 'Groen - Landschapselement' zijn bestemd voor groenvoorzieningen, beplanting, landschapselementen en de instandhouding van de landschap eigen sterke gebiedskenmerken. Tevens zijn bestaande wegen en paden toegestaan, waaronder bestaande in- en uitritten. Recreatie - Recreatiewoningen Gronden met de bestemming 'Recreatie - Recreatiewoningen' zijn bestemd voor recreatiewoningen met bijbehorende voorzieningen, zoals (afschermende) groenvoorzieningen, vijvers, speelvelden, parkeervoorzieningen, verkeers-, verblijfs- en nutsvoorzieningen.
Een recreatiewoning betreft een gebouw dat uitsluitend bestemd is om te dienen voor recreatief verblijf door een persoon, gezin of andere groep van personen, die hun hoofdverblijf elders hebben.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Kanaalw eg West 21A Bergentheim | PAGINA 8
1.4.3
Strijdigheid
De voorgenomen ontwikkeling is in strijd met het geldende bestemmingsplan, aangezien op basis van de bestemming 'Recreatie - Recreatiewoning' de woning binnen het plangebied uitsluitend mag worden gebruikt voor recreatief verblijf. Het regulier bewonen van de recreatiewoning is niet toegestaan. Daarnaast mogen gronden met de bestemming 'Groen - Landschapselement' niet in gebruik worden genomen als woonerf. Tevens krijgt een deel van de 'agrarische grond de bestemming 'Groen - Landschapselement'. Hierdoor is een partiële herziening van het bestemmingsplan, waarin het perceel een passende woonbestemming krijgt noodzakelijk. 1.4.4
Leeswijzer
Na deze inleiding worden in Hoofdstuk 2 de landschappelijke aspecten en een weergave van de huidige situatie gegeven. In Hoofdstuk 3 gaat in op de gewenste situatie. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, provincie Overijssel en de gemeente Hardenberg beschreven. In hoofdstuk 5 passeren alle relevante milieuthema's de revue. Hoofdstuk 6 gaat in op de wateraspecten. In de hoofdstukken 7 en 8 wordt respectievelijk ingegaan op de juridische aspecten/planverantwoording en de economische uitvoerbaarheid. Hoofdstuk 9 gaat in op het vooroverleg en de inspraak.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Kanaalw eg West 21A Bergentheim | PAGINA 9
Hoofdstuk 2 2.1
Huidige situatie
Het plangebied en zijn omgeving
Het plangebied ligt ten zuiden van de kern Bergentheim, aan de Kanaalweg West tussen de dorpen Bergentheim en Mariënberg. Het plangebied ligt voor een deel in een bosperceel, met daaromheen overwegend agrarisch landschap met verspreid gelegen agrarische- en woonerven. De Kanaalweg West, het Veenkanaal en de rivier de Vecht vormen de belangrijkste ruimtelijke structuurdragers van de directe omgeving. Ter plaatse van het plangebied bevindt zich deels een bosperceel en deels agrarische grond. Centraal in het bosperceel, tegen de bosrand aan, bevindt zich een verouderde recreatiewoning met schuur. Zoals te zien op afbeelding 2.1 zijn drie zijden van het plangebied begrensd door bomen. De zuid westzijde is agrarische grond met een moestuin, Dit zorgt ervoor dat de recreatiewoning niet volledig omringd wordt door bomen. Vanaf de Kanaalweg West loopt een verharde weg het perceel op van de nummers 19, 20 en 21 richting verspreid gelegen woonerven rondom het bosperceel. Deze weg loopt voor het plangebied over in een onverharde bosweg. In afbeelding 2.1 is een luchtfoto van de huidige situatie ter plaatse van het plangebied opgenomen.
Afbeelding 2.1: Luchtfoto van de huidige situatie van het plangebied (Bron: PDOK.nl)
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Kanaalw eg West 21A Bergentheim | PAGINA 10
Hoofdstuk 3 3.1
Gewenste situatie
Gewenste situatie
Op basis van de geldende bestemmingsplannen is het perceel in het plangebied bestemd voor een recreatiewoning met bijhorende voorzieningen. Zoals verwoord in de aanleiding is de wens het perceel te gebruiken ten behoeve van reguliere bewoning. om het vorenstaande mogelijk te maken is een partiële herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk, waarbij de recreatie bestemming wordt gewijzigd naar een woonbestemming. Gezien de ligging van het plangebied in een verspreid liggende woonomgeving in het bos is de impact van een woonbestemming op de locatie gering. Na overleg met de provincie Overijssel en de gemeente Hardenberg is gekozen ter plekke van de moestuin (agrarische grond die eveneens in bezit is van de initiatiefnemer), ten zuiden van het recreatieperceel, bomen aan te planten. Dit met als doel de ruimtelijke kwaliteit te verbeteren voor het wonen omringd door bomen en de kap van bomen te compenseren in verband met het groter worden van de woonbestemming. De agrarische grond, in de vorm van een moestuin, wordt gewijzigd naar de bestemming 'Groen – Landschapselement'. De huidige recreatiewoning is verouderd en zal vervangen worden voor een reguliere woning. In afbeelding 3.1 is zodoende al de nieuwe ruimtelijke situatie van het plangebied te zien met de woning en het bijgebouw weergegeven. Gekozen wordt om de schuur ten noorden van de woning te situeren.
Zo blijft het erf compact en kan er aan de noordzijde een erf gemaakt worden waar gekeerd en geparkeerd kan worden. Tevens zal gekeken worden naar een sobere uitstraling en materiaalkeuze die past bij een woning in het bos. In Bijlage 1 van deze toelichting is het volledige ruimtelijk kwaliteitsplan opgenomen met bijhorende tekeningen.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Kanaalw eg West 21A Bergentheim | PAGINA 11
Afbeelding 3.1: nieuwe situatie van het plangebied (Bron: De Erfontwikkelaar) 3.2
Landschappelijke inpassing
Het erf wordt een open plek in het bos met veel gras om de woning. Aan de noordzijde langs de zondag worden ruwe berken aangeplant. Ten oosten vormt een reeds aanwezige houtsingel de begrenzing. Dit geeft de entree van het erf een accent en passen in het bos. Aan de zuidzijde wordt het bos aangeplant met losstaande bomen en een bomengroep. De woning wordt met de nokrichting gelijk aan het pad gesitueerd. Hiermee sluit het beter aan de verkaveling van het bos en het omliggende landschap. Het perceel aan de westzijde wordt omgevormd naar groen. Hier wordt in het hoofdstuk Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving in Bijlage 1 van deze toelichting uitgebreid op ingegaan. De woning zal zich moeten schikken naar het bos. Dit betekend een sobere uitstraling bestaande uit materialen die mooi verouderen. Witte gevels en opvallende glimmende dakbedekking is niet toegestaan. De schuur zal qua architectuur altijd ondergeschikt moeten zijn aan de woning. Al met al worden er boven op de basisinspanning aanvullende kwaliteitspretsaties gevraagd, die bijdragen aan de versterking van de gebiedskenmerken uit het landschapsontwikkelingsplan en de ontwikkelingsrichting uit de ontwikkelingsvisie. Deze tegenprestatie is het aanplanten van nieuw bos en het omzetten van de agrarische bestemming naar groen ten zuiden van de woning. 3.3
Verkeer en parkeren
3.3.1
Algemeen
Bij het opstellen van bestemmingsplannen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte en de verkeersgeneratie die ontstaan door een nieuwe ontwikkeling.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Kanaalw eg West 21A Bergentheim | PAGINA 12
3.3.2
Situatie plangebied
In voorliggend geval is enkel sprake van een functiewijziging. Een reguliere woning brengt een beperkte extra verkeersgeneratie met zich mee ten opzichte van een recreatiewoning. Het omliggende wegennet is van voldoende omvang om deze beperkte verkeersgeneratie op te vangen. De ontsluiting van het erf wijzigt niet en blijft via de bestaande in- en uitrit op de Kanaalweg West plaatsvinden. Op het perceel is voldoende parkeerruimte aanwezig om op eigen terrein in de parkeerbehoefte te voorzien. Gezien het vorenstaande wordt geconcludeerd dat er vanuit verkeerskundig oogpunt geen bezwaren zijn tegen voorliggend plan.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Kanaalw eg West 21A Bergentheim | PAGINA 13
Hoofdstuk 4
Beleidskader
Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven. 4.1
Rijksbeleid
4.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
4.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 4.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut.
Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3. Sterke en gezonde steden en regio's Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw.
Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen wordt ingezet op de ontwikkeling van de karakteristieke
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Kanaalw eg West 21A Bergentheim | PAGINA 14
eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan. 4.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties.
4.1.1.4 Toetsing van het initiatief aan de NOVI De NOVI laat zich niet specifiek uit over dergelijke kleinschalige ontwikkelingen. Het betreft een ontwikkeling waarbij geen nationale belangen in het geding zijn en er is geen sprake van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI. Geconcludeerd wordt dat de NOVI geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling. 4.1.2
Ladder voor duurzame verstedelijking
4.1.2.1 Algemeen De ladder voor duurzame verstedelijking is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigd en geoptimaliseerd instrument. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen 'bestaand stedelijk gebied' en 'stedelijke ontwikkeling'. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'.
stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´ Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar, zijnde de looptijd van het bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit).
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Kanaalw eg West 21A Bergentheim | PAGINA 15
4.1.2.2 Toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking Wat betreft de “Ladder voor duurzame verstedelijking” wordt opgemerkt dat deze van toepassing is bij “nieuwe stedelijke ontwikkelingen” (3.1.6 Bro). Er zijn inmiddels meerdere gerechtelijke uitspraken geweest over deze begripsdefinitie. Op het realiseren van woningen is ondermeer de uitspraak ABRvS 16 september 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2921 van toepassing. Uit deze uitspraak blijkt dat het realiseren van 11 woningen niet wordt gezien als stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, Bro. In voorliggend geval is sprake van vervangende nieuwbouw van één woning, waarbij een recreatiewoning wordt omgezet naar een reguliere woning. Toetsing aan de ladder is daarom niet noodzakelijk. 4.1.3
Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten van het rijksbeleid
Geconcludeerd wordt dat er geen sprake is van strijd met het rijksbeleid. 4.2
Provinciaal beleid
Het provinciaal beleid is verwoord in tal van plannen. Het belangrijkste plan betreft de Omgevingsvisie Overijssel en bijbehorende Omgevingsverordening. 4.2.1
Omgevingsvisie Overijssel
De Omgevingsvisie is het centrale provinciale beleidsplan voor het fysieke beleidsplan voor het fysieke leefmilieu in Overijssel. De opgaven en kansen waar de provincie Overijssel voor staat, zijn vertaald in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema's. De hoofdambitie van de Omgevingsvisie is een toekomstvaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden. Enkele centrale ambities van de provincie: goed en plezierig wonen, nu en in de toekomst door een passend en flexibel aanbod van woonmilieus (typen woningen en woonomgeving) die voorzien in de vraag (kwantitatief en kwalitatief); versterken complementariteit van bruisende steden en vitaal platteland als ruimtelijke, cultureel, sociaal en economisch samenhangend geheel. Dit door behoud en versterking van leefbaarheid en diversiteit van het landelijk gebied, stedelijke netwerken versterken, behoud en versterken van cultureel erfgoed als drager van identiteit; veilig, gezond en schoon kunnen wonen, werken, recreëren en reizen door te zorgen voor waterveiligheid, externe veiligheid en verkeersveiligheid; investeren in een hoofdinfrastructuur voor wegverkeer, trein, fiets en waarbij veiligheid en doorstroming centraal staan. 4.2.2
Omgevingsverordening Overijssel
De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. Er wordt nadrukkelijk gestuurd op ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid. Uitgangspunt is dat verstedelijking en economische activiteiten gebundeld worden ten behoeve van een optimale benutting van bestaand bebouwd gebied.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Kanaalw eg West 21A Bergentheim | PAGINA 16
4.2.3
Beleidsaanpassing provinciaal omgevingsbeleid voor verblijfsrecreatie
4.2.3.1 Algemeen Op 3 juni 2020 hebben de Provinciale Staten nieuw beleid voor verblijfsrecreatie vastgesteld. Met het nieuwe beleid wordt ingespeeld op onder andere de uitkomsten van het leer- en ontwikkelingstraject Vitale Vakantieparken Vechtdal en de recente uitgevoerde evaluatie van het beleid voor verblijfsrecreatie. Deze beleidswijziging is ingesteld om minder vitale vakantieparken perspectief te bieden. Vakantieparken zonder toekomstperspectief zijn vatbaar voor maatschappelijke problemen. Vanuit dit gegeven stelt het nieuwe beleid het toekomstperspectief van vakantieparken centraal. Uitgangspunt blijft revitalisering en het terugbrengen van het park naar een duurzaam recreatieve bedrijfsvoering. Nieuw is dat als voldoende gemotiveerd kan worden dat een recreatief toekomstperspectief ontbreekt, transformatie of sanering van een park mogelijk wordt gemaakt. Om dit toekomstperspectief financieel haalbaar(der) te maken, biedt het nieuwe beleid mogelijkheden om tijdelijk andere functies toe te staan. Daarmee kan een bijdrage geleverd worden aan het verminderen van de huidige krapte op de woningmarkt. Gezien de beperkte bijdrage van solitaire recreatiewoningen aan het recreatief product van Overijssel, biedt het nieuwe beleid ruimte om hieraan, onder voorwaarden, andere bestemmingen toe te kennen.
Met het nieuwe beleid krijgen gemeenten een extra instrument in handen om de kwaliteit aan de onderkant van de recreatiesector te verbeteren. 4.2.4
Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel
Om te bepalen of een initiatief bijdraagt aan de ambities van de provincie Overijssel, wordt het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel gebruikt. In dit uitvoeringsmodel staan de volgende stappen centraal: 1. Of – generieke beleidskeuzes 2. Waar – ontwikkelingsperspectieven 3. Hoe – gebiedskenmerken Bij een initiatief voor bijvoorbeeld woningbouw, een nieuwe bedrijfslocatie, toeristisch-recreatieve voorzieningen, natuurontwikkeling, et cetera kun je aan de hand van deze drie stappen bepalen of een initiatief binnen de geschetste visie voor Overijssel mogelijk is, waar het past en hoe het uitgevoerd kan worden. De eerste stap, het bepalen van de of-vraag, lijkt in strijd met de wens zoveel mogelijk ruimte te willen geven aan nieuwe initiatieven. Met het faciliteren van initiatieven moet echter wel gekeken worden naar de (wettelijke) verantwoordelijkheden zoals veiligheid of gezondheid. Het uitvoeringsmodel maakt helder wat kan en wat niet kan. Om een goed evenwicht te vinden tussen het bieden van ruimte aan initiatieven en het waarborgen van publieke belangen, varieert de provinciale sturing: soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend. In afbeelding 4.1 is het Uitvoeringsmodel weergegeven.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Kanaalw eg West 21A Bergentheim | PAGINA 17
Afbeelding 4.1: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel) 4.2.4.1 Of- generieke beleidskeuzes Maatschappelijke opgaven zijn leidend in het handelen. Allereerst is het dan ook de vraag of er een maatschappelijke opgave is. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidskeuzes van EU, Rijk of provincie. Denk hierbij aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon drinkwater en droge voeten te garanderen. Maar ook aan beleidskeuzes om overaanbod van bijvoorbeeld woningbouw- en kantorenlocaties – en daarmee grote financiële en maatschappelijke kosten – te voorkomen. In de Omgevingsvisie zijn de provinciale beleidskeuzes hieromtrent vastgelegd. De generieke beleidskeuzes zijn vaak normstellend. Dit betekent dat ze opgevolgd moeten worden: het zijn randvoorwaarden waarmee iedereen rekening moet houden vanwege zwaarwegende publieke belangen. De normstellende beleidskeuzes zijn vastgelegd in de Omgevingsverordening. 4.2.4.2 Waar- ontwikkelingsperspectieven Na het beantwoorden van de of-vraag, is de vraag waar het initiatief past of ontwikkeld kan worden. In de omgevingsvisie op de toekomst van Overijssel onderscheid de provincie zes ontwikkelingsperspectieven. Deze ontwikkelingsperspectieven schetsen een ruimtelijk perspectief voor een combinatie van functies en geven aan welke beleids- en kwaliteitsambities leidend zijn.
De ontwikkelingsperspectieven geven zo richting aan waar wat ontwikkeld zou kunnen worden. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend. Dit betekent dat er ruimte is voor lokale afweging: een gemeente kan vanwege maatschappelijke en/of sociaaleconomische redenen in haar Omgevingsvisie en bestemmings- of omgevingsplan een andere invulling kiezen. Die dient dan wel te passen binnen de – voor dat ontwikkelingsperspectief – geldende kwaliteitsambities. Daarbij dienen de nieuwe ontwikkelingen verbonden te worden met de bestaande kenmerken van het gebied, conform de Catalogus Gebiedskenmerken (de derde stap in het uitvoeringsmodel). Naast ruimte voor een lokale afweging ten aanzien
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Kanaalw eg West 21A Bergentheim | PAGINA 18
van functies en ruimtegebruik, is er ruimte voor een lokale invulling van de begrenzing: de grenzen van de ontwikkelingsperspectieven zijn signaleringsgrenzen. 4.2.4.3 Hoe- gebiedskenmerken Ten slotte is de vraag hoe het initiatief ingepast kan worden in het landschap. De gebiedskenmerken spelen een belangrijke rol bij deze vraag. Onder gebiedskenmerken worden verstaan de ruimtelijke kenmerken van een gebied of gebiedstype die bepalend zijn voor de karakteristiek en kwaliteit van dat gebied of gebiedstype. Voor alle gebiedstypen in Overijssel is in de Catalogus Gebiedskenmerken beschreven welke kwaliteiten en kenmerken van provinciaal zijn en behouden, versterkt of ontwikkeld moeten worden. De gebiedskenmerken zijn soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend. Voor de normerende uitspraken geldt dat deze opgevolgd dienen te worden; ze zijn dan ook in de omgevingsverordening geregeld. De richtinggevende uitspraken zijn randvoorwaarden waarmee in principe rekening gehouden moet worden. Hier kan gemotiveerd van worden afgeweken mits aannemelijk is gemaakt dat met het alternatief de kwaliteitsambities even goed of zelfs beter gerealiseerd kunnen worden. De inspirerende uitspraken bieden een wenkend perspectief: het zijn voorbeelden van de wijze waarop ruimtelijke kwaliteitsambities ingevuld kunnen worden.
Initiatiefnemers kunnen zich hierdoor laten inspireren, maar dit hoeft niet. 4.2.4.4 Toetsing van het initiatief aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. 4.2.4.4.1 Of - generieke beleidskeuzes Bij de afweging in de eerste fase “generieke beleidskeuzes” zijn de artikel 2.1.2, 2.1.3, 2.1.5 en 2.2.2 van de Omgevingsverordening Overijssel van belang. Daarnaast is het artikel omtrent van de Beleidsaanpassing provinciaal omgevingsbeleid voor verblijfsreactie van belang. Artikel 2.1.2: Principe van concentratie Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in woningbouw, aanleg van bedrijventerreinen voor lokaal gewortelde bedrijvigheid en het realiseren van stedelijke voorzieningen, met bijbehorende infrastructuur en groenvoorzieningen om te voldoen aan de lokale behoefte en de behoefte van bijzondere doelgroepen. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.2 van de Omgevingsverordening Overijssel De voorliggende ontwikkeling komt voort uit een lokale concrete behoefte naar woonruimte. De recreatiewoning binnen het plangebied wordt al geruime tijd als tweede woning gebruikt door de initiatiefnemer. De initiatiefnemer wenst nu de recreatiewoning te kunnen gebruiken als hoofdverblijf.
Het voornemen is dan ook in overeenstemming met artikel 2.1.2 van de Omgevingsverordening Overijssel. Artikel 2.1.3: Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik 1. Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de groene omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt: dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut. 2. Bestemmingsplannen voor de Groene Omgeving voorzien uitsluitend in ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen anders dan de uitsleg van steden en dorpen wanneer aannemelijk is gemaakt: dat (her)benutting van bestaande erven en/of bebouwing in de Groene Omgeving in redelijkheid niet mogelijk is; dat mogelijkheden voor combinatie van functies op bestaande erven optimaal zijn benut. In de Omgevingsverordening Overijssel is het begrip “groene omgeving” nader gedefinieerd als: de gronden die niet vallen onder bestaand bebouwd gebied.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Kanaalw eg West 21A Bergentheim | PAGINA 19
In de Omgevingsverordening Overijssel is het begrip “bestaand bebouwd gebied” nader gedefinieerd als: de gronden binnen steden en dorpen die benut kunnen worden voor stedelijke functies op grond van geldende bestemmingsplannen en op grond van voorontwerp-bestemmingsplannen voor zover de provinciale diensten daarover schriftelijk een positief advies hebben uitgebracht in het kader van het vooroverleg als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.3 van de Omgevingsverordening Overijssel Het plangebied ligt in het buitengebied van de gemeente Hardenberg en daarmee binnen de 'Groene omgeving'. In voorliggend geval is sprake van een functieverandering van een bestaand recreatieperceel met een recreatiewoning naar een woonperceel met een reguliere woning. Hiermee is sprake van een ontwikkeling binnen bestaand bebouwd gebied, waarbij een bestaand erf wordt herbenut. De recreatiewoning draagt in de huidige situatie slechts in beperkte mate bij aan het recreatief product van het gebied. Een woonbestemming met één woning is dan een passende vervolgfunctie. Om de ontwikkeling mogelijk te maken wordt de woonbestemming iets groter dan de huidige recreatieve verblijfsbestemming. Deze 'vergroting' wordt gecompenseerd binnen de ontwikkeling. Geconcludeerd wordt dat voorliggend bestemmingsplan in overeenstemming is met artikel 2.1.3.
van de Omgevingsverordening Overijssel. Artikel 2.1.5 leden 1, 2, 3 en 5: Ruimtelijke kwaliteit 1. In de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. 2. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan het Uitvoeringsmodel (OF-, WAAR- en HOE-benadering) die in de Omgevingsvisie Overijssel is neergelegd. 3. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt gemotiveerd dat de nieuwe ontwikkeling past binnen het ontwikkelingsperspectief die in de Omgevingsvisie Overijssel voor het gebied is neergelegd. 4. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan de vier-lagenbenadering die onderdeel uitmaakt van het Uitvoeringsmodel en op welke wijze de Catalogus Gebiedskenmerken is gebruikt bij de ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling. Artikel 2.1.6 lid 1: Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving Bestemmingsplannen voor de Groene omgeving kunnen - met in achtneming van het bepaalde in artikel 2.1.3.
en artikel 2.1.4 en het bepaalde in artikel 2.1.5 - voorzien in nieuwvestiging en grootschalige uitbreidingen van bestaande functies in de Groene omgeving, uitsluitend indien hier sociaaleconomische en/of maatschappelijke redenen voor zijn én er is aangetoond dat het verlies aan ecologisch en/of landschappelijk waarden in voldoende mate wordt gecompenseerd door investeringen ter versterking van ruimtelijke kwaliteit in de omgeving. Toetsing van het initiatief aan artikelen 2.1.5 en 2.1.6 van de Omgevingsverordening Overijssel Als gevolg van voorliggende ontwikkeling wordt de functie van een bestaand recreatieperceel met een recreatiewoning naar een woonperceel met een reguliere woning omgezet. Met deze functieverandering is formeel gezien sprake van een nieuwvestiging. Gezien de ligging van het plangebied in een gebied met verspreid liggende woningen en agrarische bedrijfspercelen is de impact van de woonbestemming op dit perceel en de omgeving gering. De nieuwe woonbestemming wordt groter dan de huidige recreatieve bestemming. Ter compensatie en en als KGO investering zullen er nieuwe bomen komen ter plekke van de agrarische grond (moestuin). De agrarische grond zal tevens herbestemd worden als 'Groen - Landschapselement' zodat het ook behouden blijft. Hiermee wordt de impact op de omgeving gecompenseerd.
In dit geval is een ruimtelijke kwaliteitsplan opgesteld waarin de landschappelijke inpassing verder is uitgewerkt. Hiervoor wordt verwezen naar Bijlage 1 van deze toelichting. Er zal in totaal aan compensatie en KGO investering het volgende plaatsvinden: 2.175 m² zal herbestemd worden van agrarisch naar groen;
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Kanaalw eg West 21A Bergentheim | PAGINA 20
1.750 m² aan bos zal nieuw aangeplant worden op het perceel HDB01AC2925. Het eindbeeld betreft een gesloten bos. Voor een kwaliteitsverbetering is tevens gekeken naar een goede landschappelijke overgang van de woning, schuur en tuin naar het bos toe. Middels beplanting en houtsingels is hier invulling aan gegeven. Artikel 2.2.2 Realisatie nieuwe woningen 1. Bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder c van de Wabo, voorzien uitsluitend in de mogelijkheid tot het realiseren van nieuwe woningen als de behoefte daaraan is aangetoond door middel van actueel onderzoek woningbouw. 2. In bestemmingsplannen wordt in maximaal 80% van de behoefte aan nieuwe woningen zoals vastgesteld in het kader van actueel onderzoek woningbouw, voorzien. 3. In bestemmingsplannen van gemeenten waarvoor woonafspraken van toepassing zijn, mag - in afwijking van lid 2 - in een hoger percentage dan 80% worden voorzien, met een maximum van 100% van de behoefte zoals vastgesteld in het kader van de woonafspraken. 4. De behoefte aan nieuwe woningen zoals bedoeld in lid 1 wordt in ieder geval geacht te zijn aangetoond als realisatie daarvan past binnen de geldende woonafspraken zoals die zijn gemaakt tussen gemeente en provincie op basis van regionale afstemming. 5.
Wanneer de realisatie van nieuwe woningen niet past binnen geldende woonafspraken of wanneer er voor de gemeente geen woonafspraken gelden, dan moet de behoefte aan nieuwe woningen aangetoond worden door middel van actueel onderzoek woningbouw waarop de instemming is verkregen van zowel de gemeenten in de regio als Gedeputeerde Staten. 6. In afwijking van het bepaalde in lid 5 geldt de eis dat gemeenten in de regio moeten hebben ingestemd niet voor buurgemeenten die gelegen zijn buiten de provincie Overijssel. In dat geval moet zijn aangetoond dat afstemmingsoverleg heeft plaatsgevonden. De van belang zijnde begrippen in het kader van artikel 2.2.2 zijn hierna opgenomen: Nieuwe woningen: te realiseren woningen, waarvoor nog geen omgevingsvergunning is afgegeven. Actueel onderzoek woningbouw: door de raad vastgesteld onderzoek waarin de behoefte van de gemeente aan nieuwe woningen is onderbouwd op basis van de regionale woningbouw, markt- en vastgoedanalyses en andere relevante gegevens. Regionale behoefte woningbouw door Gedeputeerde Staten vastgestelde provinciale analyse waarin de regionale behoefte aan nog te realiseren woningen is onderbouwd op basis van provinciale behoefteprognoses.
Woonafspraken: bestuurlijke afspraken tussen provincie Overijssel en gemeenten over onder meer doelgroepen, wonen en zorg, stedelijke vernieuwing, toekomstbestendigheid bestaande voorraad, programmeren en zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik en bijbehorende programmeringsdocumenten, zoals voor een aangegeven periode zijn gemaakt. Regio: de gemeenten die onderdeel uitmaken van de samenhangende woningmarkt die bediend wordt met de woningbouwmogelijkheden die een gemeente biedt. In artikel 2.2.3 lid 1 van de Omgevingsverordening wordt onder actueel onderzoek woningbouw verstaan: onderzoek dat eens in de 2 jaar wordt geactualiseerd. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.2.2 van de Omgevingsverordening Overijssel De gemeente Hardenberg kent voor de bouw van nieuwe woningen een gemeentelijk woningbouwprogramma. Buiten dit programma om is er geen ruimte voor een toename van het aantal woningen, niet in het stedelijk gebied en niet in het buitengebied. In paragraaf 4.3.3 vindt een toetsing plaats, waaruit blijkt dat de ontwikkeling binnen het programma past. In verband hiermee is het voorliggende bestemmingsplan in overeenstemming met artikel 2.2.2 uit de Omgevingsverordening Overijssel. Artikel 2.12.9 Solitair gelegen recreatiewoningen Een omgevingsplan dat betrekking heeft op een solitair gelegen recreatiewoning kan
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Kanaalw eg West 21A Bergentheim | PAGINA 21
andere passende functies mogelijk maken, als: a. de recreatiewoning geen bijdrage meer levert aan het recreatief product van het gebied; b. de nieuwe functie passend is op de locatie; c. de impact op de omgeving in voldoende mate is gecompenseerd; d. de nieuwe functie geen afbreuk doet aan omliggende functies; e. voldaan wordt aan de overige van toepassing zijnde regels in deze verordening. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.12.9 van de Beleidsaanpassing provinciaal omgevingsbeleid voor verblijfsrecreatie Hierna wordt puntsgewijs getoets aan de voorwaarden van artikel 2.12.9 a. Solitaire recreatiewoningen leveren een beperkte bijdrage aan het recreatief product van het gebied. Dit aangezien de vraag naar de solitaire recreatiewoningen gering is. De bedrijfsmatige exploitatie van deze woningen zijn dan ook beperkt en weinig kansrijk en worden vaak permanent bewoond. Deze solitaire woning wordt niet permanent bewoond maar er is ook geen sprake van een toegevoegde waarde aan het recreatief product van het gebied. De recreatiewoning ligt in een overwegend woongebied. De recreatieterreinen liggen aan de overzijde van de Vecht bij Diffelen en Rheeze. Deze solitair gelegen recreatiewoning levert geen bijdrage meer aan het recreatief product van het gebied waardoor wordt voldaan aan de voorwaarden. b. Het perceel ligt in een bosrijk gebied met verspreid liggende woningen.
Het betreft een bestaand erf dat ontsloten is op een zandweg die door het bos loopt. het pad dient al ter ontsluiting van de woning aan de Kanaalweg West 19a. De huidige recreatiewoning is in verval. Het voornemen is een nieuwe woning te realiseren. Om het recreatieperceel geschikt te maken als woonperceel moet reeds aanwezig groen plaats maken. Dit wordt gecompenseerd met de aanleg van het bos. c. De ruimtelijke impact van een woonbestemming met realisatie van één woning met bijgebouw binnen het plangebied is gering. Wat betreft de compensatie in het kader van de KGO kan hieraan worden toegevoegd dat het bosperceel middels voorliggend bestemmingsplan wordt voorzien van de bestemming 'Groen-Landschapselement', zodat behoud wordt veilig gesteld. Hiermee wordt de impact op de omgeving in voldoende mate worden gecompenseerd. Tevens worden gebiedsvreemde beplanting in het plangebied gerooid als basisinspanning en worden deze vervangen voor gebiedseigen beplanting. d. De gevolgen van het toekennen van een woonbestemming op voorliggend perceel zijn uitgebreid onderzocht in Hoofdstuk 5. Hieruit blijkt dat de nieuwe functie geen afbreuk doet aan omliggende functies. Gevoelige agrarische bedrijven liggen niet in de directe omgeving en worden niet beperkt in hun bedrijfsvoering. Verder is ter plaatse van het plangebied sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. e.
In 4.2.4.1 heeft een toetsing plaats gevonden aan de overige van toepassing zijnde regels uit de Omgevingsverordening. Ook de andere beleidsregels zijn getoets aan de regels die gelden. De regels vormen geen bezwaren voor de voorgenomen ontwikkeling. 4.2.4.4.2 Waar - ontwikkelingsperspectieven Het plangebied behoort tot het ontwikkelingsperspectief 'Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap'. In afbeelding 4.2 is een uitsnede van de perspectievenkaart behorende bij de Omgevingsvisie opgenomen. Het plangebied is met de rode omlijning aangeduid.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Kanaalw eg West 21A Bergentheim | PAGINA 22
Afbeelding 4.2: Uitsnede ontwikkelingsperspectievenkaart Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel) 'Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap' Dit ontwikkelingsperspectief omvat gebieden waar verdere modernisering en schaalvergroting van de landbouw in combinatie met verduurzaming de ruimte krijgt. Die ruimte kan verdiend worden door te investeren in kwaliteitsvoorwaarden. Initiatieven binnen het ontwikkelingsperspectief mogen de ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw in principe niet beperken en dienen aan te sluiten bij de bestaande bebouwing, weginfrastructuur en openbaar vervoer (ov)-routes. Het waterbeheer richt zich op optimale condities voor de landbouw, rekening houdend met specifieke omstandigheden en de grenzen aan de mogelijkheden van het waterbeheer (onder andere door de klimaatverandering). Toetsing van het initiatief aan het Ontwikkelingsperspectief In het ontwikkelingsperspectief 'Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap' is de gewenste woonfunctie een veelvoorkomende en passende functie. Het voornemen sluit aan op het perspectief en de huidige structuur. De woonfunctie brengt geen beperkingen met zich mee ten aanzien van de ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende (agrarische) bedrijven. Hiervoor wordt verwezen naar Hoofdstuk 5 waar nader in wordt gegaan op de milieu en omgevingsaspecten.
De gewenste ontwikkeling is dan ook passend binnen het ontwikkelingsperspectief. 4.2.4.4.3 Hoe - gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch-cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en – opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. De 'Stedelijke laag' wordt in dit geval buiten beschouwing gelaten, omdat er in of aangrenzend aan het plangebied geen relevante specifieke eigenschappen voor deze laag geldt. Hierna wordt ingegaan op de relevante kenmerken ter plaatse van het plangebied. 1. De 'Natuurlijke laag' Overijssel bestaat uit een rijk en gevarieerd spectrum aan natuurlijke landschappen. Deze vormen de basis voor het gehele grondgebied van Overijssel. Het beter afstemmen van ruimtelijke ontwikkelingen op de natuurlijke laag kan ervoor zorgen dat de natuurlijke kwaliteiten van de provincie weer mede beeldbepalend worden. Ook in steden en dorpen bij voorbeeld in nieuwe waterrijke woonmilieus en nieuwe natuur in stad en dorp. Het
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Kanaalw eg West 21A Bergentheim | PAGINA 23
plangebied is op de gebiedskenmerkenkaart de 'Natuurlijke laag' aangeduid met het gebiedstype 'Dekzandvlakte en ruggen'. In afbeelding 4.3 is dat aangegeven.
Afbeelding 4.3: Natuurlijke laag (Bron: Provincie Overijssel) 'Dekzandvlakte en ruggen' De dekzandgronden beslaan een groot gedeelte van de oppervlakte van de provincie. Na de ijstijden bleef er in grote delen een reliëfrijk – door de wind gevormd – zandlandschap achter, dat gekenmerkt wordt door relatief grote verschillen tussen hoog/droog en laag/nat gebied. Als ontwikkelingen plaats vinden, dan dragen deze bij aan het beter zichtbaar en beleefbaar maken van de hoogteverschillen en het watersysteem. Beiden zijn tevens uitgangspunt bij (her)inrichting. Bij ontwikkelingen is de (strekkings)richting van het landschap, gevormd door de afwisseling van beekdalen en ruggen, het uitgangspunt. Toetsing van het initiatief aan de 'Natuurlijke laag' De van oorsprong voorkomende 'Natuurlijke laag', welke ondermeer wordt gekenmerkt door hoogteverschillen, is ter plaatse van het plangebied door de aanwezigheid van een gemengde houtopstand niet of nauwelijks meer waarneembaar. Het plan heeft dan ook, mede gezien het enkel gaat om een functiewijziging, geen nadelige gevolgen op de 'Natuurlijke laag'. Geconcludeerd wordt dat de 'Natuurlijke laag' geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling. 2.
De 'Laag van het agrarische cultuurlandschap' In de 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap' gaat het er altijd om dat de mens inspeelt op de natuurlijke omstandigheden en die ten nutte maakt. Hierbij hebben nooit ideeën over schoonheid een rol gespeeld. Wel zijn we ze in de loop van de tijd gaan waarderen om hun ruimtelijke kwaliteiten. Vooral herkenbaarheid, contrast en afwisseling worden gewaardeerd. De ambitie is gericht op het voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen door óf versterking óf behoud óf ontwikkeling of een combinatie hiervan. Het plangebied is op de gebiedskenmerkenkaart in het “Jong heide- en broekontginningslandschap”. In afbeelding 4.4 is dat aangegeven.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Kanaalw eg West 21A Bergentheim | PAGINA 24
Afbeelding 4.4: Laag van het agrarisch cultuurlandschap (Bron: Provincie Overijssel) "Jong heide- en broekontginningslandschap" De ambitie is de ruimtelijke kwaliteit van deze gebieden een stevig impuls te geven en soms een transformatie wanneer daar aanleiding toe is. De dragende structuren worden gevormd door landschappelijke raamwerken van lanen, bosstroken en waterlopen, die de rechtlijnige ontginningsstructuren versterken. Binnen deze raamwerken is ruimte voor verdere ontwikkeling van bestaande erven en soms de vestiging van nieuwe erven, mits deze een stevige landschappelijke jas krijgen. Toetsing van het initiatief aan de “Laag van het agrarisch cultuurlandschap” Als gevolg van de ontwikkeling wordt geen afbreuk gedaan aan de ruimtelijke structuur van de omgeving. De gewenste woning ligt aan de rand van een bosperceel. Bovendien wordt met de voorgenomen ontwikkeling bos aangeplant, waardoor de structuur van het bos behouden blijft. Om het behoud van het bosperceel veilig te stellen, wordt de bestemming 'Groen - Landschapselement' toegekend. Geconcludeerd wordt dat het plan in overeenstemming is met de "Laag van het agrarische cultuurlandschap". 3. De 'Laag van de beleving' In de laag van de beleving komen de natuurlijke, functionele en sociale processen bij elkaar.
Dit is de laag die gaat over de beleefbaarheid van ruimtelijke kwaliteit, identiteit en tijdsdiepte, van recreatieve gebruiksmogelijkheden die een belangrijke rol spelen bij de waardering van de leefomgeving. De laag van de beleving is de laag van de verbinding en het netwerk; tussen het stedelijke en het landelijke, de cultuur en de natuur, snel en traag, oud en nieuw, tussen nut en schoonheid. De laag van de beleving benut vooral de kwaliteiten van de andere drie lagen, maar voegt ook eigen kenmerken toe, zoals landgoederen, recreatieparken en recreatieve routes. Het stelt kwaliteiten zoals de natuur,de productielandschappen en de steden in een ander daglicht en maakt ze beleefbaar en tot een belevenis. De locatie is op de gebiedskenmerkenkaart de 'Laag van de beleving' aangeduid met het gebiedstype 'Donkerte'. In afbeelding 4.5 wordt dit weergegeven.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Kanaalw eg West 21A Bergentheim | PAGINA 25
Afbeelding 4.5: Laag van de beleving (Bron: Provincie Overijssel) "Donkerte" Lichte gebieden geven een beeld van de economische dynamiek van de provincie: de steden en dorpen, de autosnelwegen, de kassengebieden, de attractieparken, de grote bedrijventerreinen en de gebieden met veel bebouwing. De donkere gebieden geven een indicatie van de 'buitengebieden' van Overijssel. De natuurcomplexen en de grote landbouwgebieden. De donkere gebieden zijn de gebieden waar het 's nachts nog echt donker is, waar je de sterrenhemel kunt waarnemen. Het zijn de relatief 'luwe' dun bewoonde gebieden met een lage gebruiksdruk. Donkerte wordt een te koesteren kwaliteit. De ambitie is de huidige 'donkere' gebieden, ten minste zo donker te houden, maar bij ontwikkelingen ze liever nog wat donkerder te maken. Dit betekent op praktisch niveau terughoudend zijn met verlichting van wegen, bedrijventerreinen e.d. en verkennen waar deze 's nachts uit kan of anders lichtbronnen selectiever richten. Structureel is het vrijwaren van donkere gebieden van verhoging van de dynamiek het perspectief. De ambitie is het rustige en onthaaste karakter te behouden, zodat passages van autosnelwegen en regionale wegen niet leiden tot stedelijke ontwikkeling aan eventuele op- en afritten. Bundeling van stedelijke functies en infrastructuur in de 'lichte' gebieden.
Toetsing van het initiatief aan de “Laag van de beleving” Het plangebied bevindt zich in een gebied dat is aangemerkt als een 'donkerte' gebied. Het voornemen leidt niet tot een extra toename in verlichting, aangezien gebruik wordt gemaakt van bestaande bebouwing met bestaande verlichting. De conclusie is dan ook dat het plan geen negatieve gevolgen heeft voor het gebiedskenmerk 'donkerte' en de 'laag van de beleving' waarvan deze onderdeel is. 4.2.5
Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid
Geconcludeerd wordt dat de in dit bestemmingsplan besloten ruimtelijke ontwikkeling in overeenstemming is met het provinciaal ruimtelijk beleid.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Kanaalw eg West 21A Bergentheim | PAGINA 26
4.3
Gemeentelijk beleid
4.3.1
Omgevingsvisie Landstad Hardenberg
4.3.1.1 Algemeen Sinds 2021 beschikt de gemeente Hardenberg over een eigen omgevingsvisie. In deze visie is het verhaal van de gemeente Hardenberg voor het heden en de komende 20 jaar uitgewerkt. Deze omgevingsvisie is samengesteld met participatie van vele stakeholders uit allerlei sectoren. In de visie komt alles samen in het verhaal van de gemeente tot 2040. Het verhaal heet 'Landstad Hardenberg'. Hierin is de functie voor de hele regio verder uitgebouwd. De rode draad in de gemeente is als volgt: De gemeente en samenleving zijn verbonden. De Hardenbergers hebben altijd de blik naar buiten. Ze zien voortdurend kansen. Door een goede samenwerking tussen inwoners, overheid en bedrijfsleven benutten we de kansen die zich voordoen. De gemeente speelt in op toekomstige veranderingen, veert mee, verbindt en investeert waar nodig. De kernen zijn onderling sterk verbonden. Platteland en stad raken steeds meer verweven. De gemeente combineert de kracht van het platteland met een compleet stedelijk voorzieningenniveau. Voor een grensgemeente is dat een unieke prestatie. De gemeente zoekt de regionale verbinding. Hardenberg is onderdeel van de regio Zwolle. Daarnaast zijn er sterke verbindingen met Twente en Drenthe. 4.3.1.2 Ambitie Hardenberg staat voor grote uitdagingen. Een groeiende bevolking en economie zijn voor een grensregio niet vanzelfsprekend. Integendeel.
Dit vraagt om blijvende inspanningen en investeringen. De gemeente kan niet doorbouwen zoals het groot is geworden. Het gebruik van het platteland verandert. Dat vraagt om ontwikkeling van bebouwing die samengaat met ruimtelijke kwaliteit, landschap en natuur. Stad en land vullen elkaar steeds meer aan en houden elkaar in balans. Samen vertellen zij het verhaal van de functieverandering van het Hardenbergse platteland. Of-of-denken maakt plaats voor en-en-denken. De gemeente wil de kwaliteiten van het buitengebied versterken door stedelijke elementen aan te brengen. Tegelijkertijd blijft de gemeente werken aan het binnenstedelijk woon- en leefklimaat met vitale en bruisende centra in Hardenberg en Dedemsvaart. De gemeente Hardenberg staat niet op zichzelf. Sociale, maatschappelijke en economische relaties zijn steeds (boven)regionaler. Hardenberg wordt steeds afhankelijker van de omliggende regio’s. Omgekeerd geldt hetzelfde. De gemeente speelt daar op in. Per opgave kiest de gemeente het juiste schaalniveau voor de aanpak en samenwerking. De gemeente gaat ‘spelen met schalen’. De gemeente staat voor een nieuwe schaalsprong. Om deze schaalsprong te kunnen maken zijn vier uitgangspunten opgesteld. a. de groei vasthouden en doortrekken; b. kwaliteiten toevoegen wordt belangrijker; c. ruimte als troefkaart; d. bereikbaarheid en samenwerking als randvoorwaarden.
De groei vasthouden De gemeente blijft inzetten op groei van de economie en de werkgelegenheid. Hardenberg streeft naar een positieve arbeidsmarktbalans. Dit past bij onze positie als streekcentrum. De omvang en samenstelling van de beroepsbevolking geeft nu voldoende basis voor een compleet stedelijk voorzieningenniveau. Dat wil de gemeente in de toekomst ook zo houden. Een stabiele bevolkingsgroei is daarom een voorwaarde. Net als het behouden van de concurrerende economie. Volgens de prognoses groeit onze bevolking tot 2040. Tot 2050 groeit ook het aantal huishoudens, en daarmee de woningbehoefte. Terwijl de bevolking groeit, neemt de beroepsbevolking geleidelijk af door vergrijzing. Dit kan Hardenberg positief beïnvloeden door jonge gezinnen en startende huishoudens aan te trekken. Dit is gunstig voor de omvang van de beroepsbevolking en het voorzieningenniveau. De Regio Zwolle krijgt van het
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Kanaalw eg West 21A Bergentheim | PAGINA 27
Rijk een groeiopgave van naar verwachting 40.000 tot 60.000 woningen in 2040. Hiervan kan en wil de gemeente in ieder geval 1.000 woningen voor haar rekening nemen. Kwaliteiten toevoegen wordt belangrijker Groei is geen doel op zich maar moet bijdragen aan welvaart en welzijn van onze inwoners. De gemeente bouwt bestaande kwaliteiten uit en voegt nieuwe toe aan de leefomgeving en economie. Zo wil de gemeente haar inwoners binden en vertrokken Hardenbergers verleiden om terug te keren. De gemeente schept een gunstig vestigingsklimaat voor nieuwe bedrijven. Nieuwbouw is hiervoor niet voldoende. Verbeteringen in het woon, leef- en werkklimaat werken als een vliegwiel voor de lokale welvaart en het welzijn van de inwoners. Dit noemt met brede welvaart. De brede welvaart wordt bereikt door in te spelen op de trends en ontwikkelingen die de samenleving beïnvloeden, zoals: klimaatontwikkelingen, energietransitie, transities in de landbouw, circulaire economie, aandacht voor voeding en levensstijl en demografische ontwikkelingen. Ruimte als troefkaart Ruimte is de troefkaart. In Hardenberg krijg je veel voor weinig. Er is kwaliteit van leven. De Brede Welvaartsindicator 2019 laat een hoge woontevredenheid zien. Een kwaliteit die in Nederland steeds schaarser wordt. Hiermee onderscheiden we ons. Nu en in de toekomst.