CConstaterende datHardenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

Regels, toelichting en bijlagen bestemmingsplan 'Ane, Marsweg 6'

gemeenteraad 26 maart 2024, gemeente HardenbergBij agendapunt: Het ongewijzigd vaststellen van het bestemmingsplan 'Ane, Marsweg 6' voor het uitbreiden van de bedrijfsbestemming28.819 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Ane, Marsweg 6

Inhoudsopgave

Toelichting

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging van het plangebied 1.3 De bij het plan behorende stukken 1.4 Huidig planologisch regime en strijdigheid 1.5 Leeswijzer

6 6 7 7 7 10

Hoofdstuk 2 Huidige en gewenste situatie 2.1 Huidige situatie plangebied 2.2 Gewenste situatie

11 11 12

Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid

17 17 19 31

Hoofdstuk 4 Milieu- en omgevingsaspecten 4.1 Geluid 4.2 Bodemkwaliteit 4.3 Luchtkwaliteit 4.4 Externe veiligheid 4.5 Milieuzonering 4.6 Geur 4.7 Ecologie 4.8 Archeologie & cultuurhistorie 4.9 Verkeer en parkeren 4.10 Besluit milieueffectrapportage

39 39 39 40 42 43 45 46 48 49 51

Hoofdstuk 5 Wateraspecten 5.1 Vigerend beleid 5.2 Waterparagraaf

53 53 54

Hoofdstuk 6 Juridische aspecten en planverantwoording 6.1 Inleiding 6.2 Opzet van de regels 6.3 Verantwoording van de regels

55 55 55 56

Hoofdstuk 7

59

Economische uitvoerbaarheid

Hoofdstuk 8 Vooroverleg, inspraak en zienswijzen 8.1 Vooroverleg 8.2 Inspraak 8.3 Zienswijzen

60 60 60 60

Bijlagen bij de toelichting

61

Bijlage 1

Notitie buurthuis

62

Bijlage 2

Ruimtelijk kwaliteitsplan

65

Bijlage 3

Historisch vooronderzoek bodem

88

Bijlage 4

Verkennend bodemonderzoek

124

Bijlage 5

Stikstofberekening

196

Bijlage 6

Quickscan ecologie

226

bestemmingsplan Ane, Marsw eg 6 | PAGINA 2

Bijlage 7

Archeologisch onderzoek

Bijlage 8

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling

Regels

264 265

283

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

284 284 289

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6

Bestemmingsregels Bedrijf - Essen- en hoevenlandschap Groen - Landschapselement Waarde - Archeologie 4 Waarde - Archeologie 5

290 290 293 294 296

Hoofdstuk 3 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene gebruiksregels Algemene bouwregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Overige regels

298 298 299 300 301 302 303

Hoofdstuk 4 Artikel 13 Artikel 14

Overgangs-en slotregels Overgangsrecht Slotregel

304 304 305

Bijlagen regels

307

Bijlage 1

Staat van bedrijfsactiviteiten

308

Bijlage 2

Ruimtelijk kwaliteitsplan

317

Bijlage 3

LIK deelgebied Slagharen, De Krim, (Oud) Lutten

340

bestemmingsplan Ane, Marsw eg 6 | PAGINA 3

bestemmingsplan Ane, Marsw eg 6 | PAGINA 4

Toelichting

bestemmingsplan Ane, Marsw eg 6 | PAGINA 5

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Voorliggend bestemmingsplan heeft betrekking op het bedrijfsperceel aan de Marsweg 6 en 8 en achterliggende agrarische cultuurgronden te Ane (hierna: plangebied). Ter plaatse van het plangebied is de Mans van de Dekker Groep (MvdD Groep) gevestigd. De MvdD Groep betreft een lokaal geworteld bedrijf in de gemeente Hardenberg. De MvdD Groep bestaat uit vier divisies, namelijk: Aannemingsmaatschappij voor grond-, water- en wegenbouwkundige werken; Ontwerp, aanleg en onderhoud van netwerkinfrastructuren; Detachering van personeel in en rondom de grond-, water- en wegenbouw; Verhuur van professioneel materieel en gereedschap voor bedrijven, zzp'ers en particulieren. Momenteel kampt de MvdD groep met een fors ruimtegebrek waardoor de bedrijfsvoering onder druk is komen te staan. De wens is daarom om het bedrijfsperceel aan de Marsweg 6 en 8 uit te breiden. Onderzocht is of verplaatsing van het bedrijf naar een bedrijventerrein in de gemeente Hardenberg mogelijk zou zijn. Dit bleek onhaalbaar. De MvdD groep heeft een bedrijfskavel nodig van circa 18.000 m2 om haar bedrijfsvoering voort te kunnen zetten. Gebleken is dat er momenteel geen bedrijfskavels beschikbaar zijn met een dergelijke omvang.

Onder voorbehoud is op een middellange termijn een dergelijke kavel wel beschikbaar, echter zijn er nog veel andere gegadigden op alle beschikbare terreinen die de gemeente de komende jaren gepland heeft. Daarbij komt ook dat er alleen een kleine energieaansluiting mogelijk zal zijn op een nieuwe kavel voor de voorzienbare toekomst maar minstens tot 2027. Dit is voor een bedrijf als de MvdD groep geen optie. Gelet op de huidige urgentie voor uitbreiding om de bedrijfsvoering voort te zetten is wachten tot 2027 geen optie. Daarnaast heeft de MvdD groep de afgelopen jaren fors geïnvesteerd in haar huidige locatie. Verplaatsing van het bedrijf zorgt voor kapitaalvernietiging. Verder is het vanuit maatschappelijk en economisch oogpunt gewenst om een dergelijk lokaal geworteld bedrijf te behouden op de huidige locatie. Temeer omdat een groot deel van de medewerkers woonachtig zijn in de nabije omgeving van Ane. Het voornemen is om het huidige bedrijfsperceel met circa 9.300 m2 uit te breiden op gronden die op basis van het bestemmingsplan "Buitengebied Hardenberg" zijn voorzien van een agrarische bestemming. De beoogde uitbreiding wordt met name gebruikt voor opslag van materiaal en materieel. Daarnaast wordt beoogd om hier een extra (kap)schuur met een oppervlakte van maximaal 1.550 m2 te realiseren.

Naast voorgenoemde uitbreiding van het bedrijfsperceel is het de wens om de bedrijfsactiviteiten te verbreden, waarbij iets terug wordt gedaan voor de kern Ane / de maatschappij. Het gaat hierbij om het ter plaatse exploiteren van sociaal maatschappelijke functies. Hierbij wordt gedacht aan een buurthuis in de bestaande bebouwing en het organiseren van diverse (jeugd)activiteiten/ praktijkopleidingen. Het plangebied leent zich hier uitstekend voor, temeer omdat ter plaatse voorheen een café en zalencentrum aanwezig was. De beoogde ontwikkeling kan tot stand worden gebracht door toepassing van de regeling

bestemmingsplan Ane, Marsw eg 6 | PAGINA 6

Kwaliteitsimpuls groene omgeving (KGO). Via deze regeling kan de MvdD Groep de bedrijfslocatie aan de Marsweg 6-8 uitbreiden met oog op een duurzame en toekomstbestendige bedrijfsvoering. Voorgenomen ontwikkeling is niet in overeenstemming met het geldend bestemmingsplan "Buitengebied Hardenberg". Een herziening van het bestemmingsplan is dan ook noodzakelijk om de gewenste ontwikkeling mogelijk te maken. Het voorliggende bestemmingsplan voorziet in de gewenste juridisch-planologische kaders. In deze toelichting wordt aangetoond dat het voornemen in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening en vanuit ruimtelijk en planologische oogpunt verantwoord is.

1.2

Ligging van het plangebied

Het plangebied ligt aan de Marsweg 6-8 in Ane en ligt deels in de kern Ane en deels in het aangrenzende buitengebied. In de volgende afbeelding is de ligging van het plangebied indicatief weergegeven.

Afbeelding 1.1: Ligging van het plangebied (Bron: Plattekaart.nl)

1.3

De bij het plan behorende stukken

Het bestemmingsplan ''Ane, Marsweg 6” bestaat uit de volgende stukken: verbeelding (tek.nr NL.IMRO.0160.0000BP00450-VG01) en een renvooi; regels (met bijbehorende bijlagen). Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. 1.4

Huidig planologisch regime en strijdigheid

1.4.1

Algemeen

Het plangebied ligt binnen de begrenzing van de “Beheersverordening Ane”, het bestemmingsplan “Buitengebied Hardenberg”, het bestemming “Buitengebied Hardenberg, herziening regels” en de “Facetherziening parkeren Hardenberg”. Ten aanzien van de planologische situatie zijn met name de “Beheersverordening Ane” en het bestemmingsplan “Buitengebied Hardenberg” van belang. In de paragraaf 1.4.2 en 1.4.3

bestemmingsplan Ane, Marsw eg 6 | PAGINA 7

wordt nader ingegaan op het geldend planologisch regiem. 1.4.2

Beheersverordening Ane

In afbeelding 1.2 is een uitsnede van de geldende “Beheersverordening Ane” opgenomen. Het plangebied is indicatief met een rode omlijning aangegeven.

Afbeelding 1.2: Uitsnede Beheersverordening Ane (Bron: ruimtelijkeplannen.nl) Op basis van de “Beheersverordening Ane” zijn de gronden binnen het plangebied voorzien van de bestemming 'Bedrijf', met bijhorende aanduidingen 'bedrijf tot en met categorie 3.1' en 'horeca'. Daarnaast zijn de dubbelbestemmingen 'Waarde – Archeologie 4' en 'Waarde – Archeologie 5' van toepassing. Hierna wordt ingegaan op de geldende (dubbel)bestemmingen en aanduidingen. Bestemming 'Bedrijf' De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn onder andere bestemd voor bedrijven en instellingen in categorieën 1 tot en met 3.1 zoals vermeld in de bij de beheersverordening behorende Staat van bedrijven. Verder is ter plaatse van de aanduiding 'horeca' horeca toegestaan, met dien verstande dat hieronder uitsluitend de bestaande horecavorm en de daarmee naar de aard en invloed op de omgeving vergelijkbare vormen, dan wel vormen die minder invloed hebben op de omgeving zijn begrepen. In de bouwregels zijn de volgende regels opgenomen voor het bouwen van gebouwen en overkappingen: a. Voor het bouwen van gebouwen en overkappingen gelden de volgende regels: 1. de gebouwen en overkappingen mogen de rooilijn niet overschrijden; 2.

de afstand van een hoofdgebouw tot de zijdelingse bouwperceelgrens bedraagt ten minste 3 m, dan wel niet minder dan de afstand van het bestaande hoofdgebouw tot die perceelgrens, voorzover deze minder bedraagt; 3. de bouwhoogte bedraagt niet meer dan de bouwhoogte van het bestaande hoofdgebouw op het bouwperceel; 4. het bebouwingspercentage bedraagt niet meer dan 70% van het bouwperceel, dan wel ten hoogste het bestaande percentage indien dat meer bedraagt. Dubbelbestemmingen 'Waarde – Archeologie 4' en 'Waarde – Archeologie 5' De voor 'Waarde – Archeologie 4' en 'Waarde – Archeologie 5' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het

bestemmingsplan Ane, Marsw eg 6 | PAGINA 8

behoud en de bescherming van de verwachte archeologische waarden. Ter plaatse van de dubbelbestemming 'Waarde – Archeologie 4' geldt een archeologische onderzoeksplicht bij ontwikkelingen waarbij de bodem wordt geroerd over een oppervlakte van meer dan 500 m2 en een diepte van 50 cm of meer. Ter plaatse van de dubbelbestemming 'Waarde – Archeologie 5' geldt een archeologische onderzoeksplicht bij ontwikkelingen waarbij de bodem wordt geroerd over een oppervlakte van meer dan 2.500 m2 en een diepte van 50 cm of meer. 1.4.3

Bestemmingsplan "Buitengebied Hardenberg"

In afbeelding 1.3 is een uitsnede van het geldend bestemmingsplan “Buitengebied Hardenberg” opgenomen. Het plangebied is indicatief met een rode omlijning aangegeven.

Afbeelding 1.3: Uitsnede bestemmingsplan “Buitengebied Hardenberg” (Bron: ruimtelijkeplannen.nl) Op basis van het bestemmingsplan “Buitengebied Hardenberg” zijn de gronden binnen het plangebied voorzien van de bestemming 'Agrarisch met waarden – Essen- en hoevenlandschap'. Daarnaast is de dubbelbestemmingen 'Waarde – Archeologie 5' van toepassing. Hierna wordt ingegaan op de geldende (dubbel)bestemmingen. Bestemming 'Agrarisch met waarden – Essen- en hoevenlandschap' De voor 'Agrarisch met waarden – Essen- en hoevenlandschap' aangewezen gronden zijn onder andere bestemd voor de uitoefening van één agrarisch bedrijf, uitgezonderd glastuinbouw en de instandhouding van de sterke gebiedskenmerking van het essen- en hoevenlandschap. Bedrijfsgebouwen zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak en voor zover deze ten dienste staan van het agrarisch bedrijf. In geval van het plangebied is er geen bouwvlak aanwezig. Het bouwen van gebouwen is niet toegestaan. Dubbelbestemming 'Waarde – Archeologie 5' De voor 'Waarde – Archeologie 5' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de verwachte archeologische waarden.

bestemmingsplan Ane, Marsw eg 6 | PAGINA 9

Ter plaatse van de dubbelbestemming 'Waarde – Archeologie 5' geldt een archeologische onderzoeksplicht bij ontwikkelingen waarbij de bodem wordt geroerd over een oppervlakte van meer dan 2.500 m2 en een diepte van 50 cm of meer. 1.4.4

Strijdigheid

De “Beheersverordening Ane” staat de bedrijfsvoering van de MvdD Groep niet in de weg. Echter is het voornemen om binnen de bestemming 'Agrarisch met waarden – Essen- en hoevenlandschap' een extra schuur te realiseren en gedeeltelijk te verharden ten behoeve van opslag. Dit past niet binnen de ter plaatse geldende bouw- en gebruiksregels. Daarnaast is het beoogde gebruik van het voormalige café ten behoeve van de beoogde sociaalmaatschappelijke functies niet toegestaan. Verder worden de overige agrarische gronden binnen het plangebied gewijzigd in een passende groenbestemming. Om de voorgenomen ontwikkeling (planologisch) mogelijk te kunnen maken is een bestemmingsplanherziening noodzakelijk. Het voorliggende bestemmingsplan voorziet hierin. In deze plantoelichting wordt aangetoond dat de ontwikkeling in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. 1.5

Leeswijzer

Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 ingegaan op de huidige en gewenste situatie. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, provincie Overijssel en de gemeente Hardenberg beschreven. In hoofdstuk 4 passeren alle relevante milieuthema's de revue. Hoofdstuk 5 gaat in op de wateraspecten. In de hoofdstukken 6 en 7 wordt respectievelijk ingegaan op de juridische aspecten/planverantwoording en de economische uitvoerbaarheid. Hoofdstuk 8 gaat in op het vooroverleg en de inspraak.

bestemmingsplan Ane, Marsw eg 6 | PAGINA 10

Hoofdstuk 2 2.1

Huidige en gewenste situatie

Huidige situatie plangebied

Het erf was voor de ingebruikname van de MvdD groep, hoofdzakelijk in gebruik als horecagelegenheid. Het café ‘de Oale Delle’ (1) bestaat uit de oorspronkelijke boerderij. Daarachter liggen de zalen (2). Kenmerkend zijn de bedrijven in de nabije omgeving. Het gebied wordt doorsneden door de N34 (4) en ligt nabij de afslag Gramsbergen. Zowel aan de Marsweg als achter het zalencentrum zijn parkeerplaatsen aanwezig (4). Het geheel kent meerdere ontsluitingen (5). Van oorsprong was het gebied ten westen een es dat de naam Vlaskamp had (6).

Afbeelding 2.1: Vogelvlucht huidige situatie plangebied (Bron: De Erfontwikkelaar) In de huidige situatie is de MvdD groep gevestigd in de ter plaatse aanwezige gebouwen. De bestaande bebouwing is grotendeels gerenoveerd, inpandig verbouwd en in gebruik genomen voor het bedrijf. In afbeelding 2.2 is door middel van luchtfoto's de locatie en huidige situatie van het plangebied weergegeven. In afbeelding 2.3 is een foto opgenomen met een straatbeeld vanaf de N34.

bestemmingsplan Ane, Marsw eg 6 | PAGINA 11

Afbeelding 2.2: Luchtfoto ligging en huidige situatie plangebied (Bron: PDOK)

Afbeelding 2.3: Straatbeeld vanaf de N34 (Bron: google streetview - juni 2023)

2.2

Gewenste situatie

2.2.1

Bedrijfsvoering

De MvdD Groep betreft een lokaal geworteld bedrijf in Hardenberg. De MvdD Groep bestaat uit vier divisies, namelijk: Aannemingsmaatschappij voor grond-, water- en wegenbouwkundige werken; Ontwerp, aanleg en onderhoud van netwerkinfrastructuren; Detachering van personeel in en rondom de grond-, water- en wegenbouw; Verhuur van professioneel materieel en gereedschap voor bedrijven, zzp'ers en particulieren. 2.2.2

Noodzaak uitbreiding

Momenteel kampt de MvdD groep met een fors ruimtegebrek waardoor de bedrijfsvoering onder druk is komen te staan. De wens is daarom om het bedrijfsperceel aan de Marsweg 6 en 8 uit te breiden. Onderzocht is of verplaatsing van het bedrijf naar een bedrijventerrein in de gemeente Hardenberg mogelijk zou zijn. Dit bleek onhaalbaar. De MvdD groep heeft een bedrijfskavel nodig van circa 18.000 m2 om haar bedrijfsvoering voort te kunnen zetten. Gebleken is dat er momenteel geen bedrijfskavels beschikbaar zijn met een dergelijke omvang. Onder voorbehoud is op een middellange termijn een dergelijke kavel wel beschikbaar, echter zijn er nog veel andere gegadigden op alle beschikbare terreinen die de gemeente de komende jaren gepland heeft. Daarbij komt ook dat er alleen

bestemmingsplan Ane, Marsw eg 6 | PAGINA 12

een kleine energieaansluiting mogelijk zal zijn op een nieuwe kavel voor de voorzienbare toekomst maar minstens tot 2027. Dit is voor een bedrijf als de MvdD groep geen optie. Gelet op de huidige urgentie voor uitbreiding om de bedrijfsvoering voort te zetten is wachten tot 2027 geen optie. Daarnaast heeft de MvdD groep de afgelopen jaren fors geïnvesteerd in haar huidige locatie. Verplaatsing van het bedrijf zorgt voor kapitaalvernietiging. Verder is het vanuit maatschappelijk en economisch oogpunt gewenst om een dergelijk lokaal geworteld bedrijf te behouden op de huidige locatie. Temeer omdat een groot deel van de medewerkers woonachtig zijn in de nabije omgeving van Ane. 2.2.3

Beoogde situatie

De aanwezige bebouwing aan de Marsweg 6-8 blijft in eerste instantie behouden. Verbouw en renovatiewerkzaamheden hebben reeds plaatsgevonden. Daarnaast is het de wens om ten noordwesten van de bestaande bebouwing een nieuwe schuur te realiseren met een oppervlakte van circa 1.550 m2 en een goot- en bouwhoogte van maximaal respectievelijk 4 en 10 meter. Hierbij wordt tevens een deel van de aangelegen agrarische cultuurgronden verhard ten behoeve van opslag van materiaal en materieel. Hiermee kan de MvdD groep haar huidige ruimtegebrek oplossen en toekomstige groei opvangen ten behoeve van een duurzame bedrijfsvoering. Verdere uitbreiding op deze locatie is niet nodig en niet toegestaan. Voorwaarde voor het realiseren van de beoogde schuur is dat elders in het buitengebied van de gemeente Hardenberg landschapsontsierende bebouwing wordt gesloopt. Hiervoor geldt dat voor iedere te slopen m2 1 m2 (verhouding 1:1) mag worden teruggebouwd. Ten tijde van het schrijven van voorliggend bestemmingsplan is nog geen concrete slooplocatie gevonden. Daarom wordt voor het realiseren van de beoogde schuur de voorgenoemde voorwaarde verbonden. 2.2.4

Verbreding bedrijfsvoering

De MvdD Groep wil naast behoud van haar huidige bedrijfsvoering (zie paragraaf 2.2.1) de bedrijfsvoering verbreden en iets terug doen voor de kern Ane/ de maatschappij. Het gaat hierbij om het ter plaatse exploiteren van sociaal maatschappelijke functies. Hierbij wordt gedacht aan een buurthuis in de bestaande bebouwing en het organiseren van diverse (jeugd)activiteiten/ praktijkopleidingen. De MvdD Groep heeft dit nader uitgewerkt in de in Bijlage 1 opgenomen notitie. Het plangebied leent zich hier uitstekend voor, temeer omdat ter plaatse voorheen een café en zalencentrum aanwezig was. 2.2.5

Landschappelijke inpassing en ruimtelijke kwaliteit

Ten behoeve van voorgenomen ontwikkeling is door De Erfontwikkelaar een ruimtelijk kwaliteitsplan opgesteld. Hierna is een uitsnede van het plan opgenomen. Vervolgens wordt het plan toegelicht. Het volledige ruimtelijke kwaliteitsplan is opgenomen Bijlage 2 van de toelichting.

bestemmingsplan Ane, Marsw eg 6 | PAGINA 13

Afbeelding 2.3: Inrichtingsplan beoogde situatie (Bron: De Erfontwikkelaar) De beoogde schuur (nummer 4 op afbeelding 2.3) zal moeten passen in het buitengebied. Belangrijk hierbij is dat het geen industriële uitstraling krijgt. Het moet een eenvoudig volume worden met materialen die passen in de omgeving. Opvallende kleuren zijn vanuit het landschap niet wenselijk. Materialen in een gedekte kleurstelling die niet glimmen passen. Gezien de locatie op het erf zal de impact op de omgeving beperkt zijn. Middels bestaande inritten wordt er een logische ontsluiting voorzien. Daarbij is het niet wenselijk om de meest westelijke ontsluiting uit te voeren in een verharding. Aangezien dit pad ‘voor’ de boerderij ligt moet dit een groen pad worden. Indien het uitgevoerd wordt in een grasbetonsteen wordt voorkomen dat hier een onwenselijk verhard beeld ontstaat. Vanuit de landschapsidentiteitskaarten is het gewenst om in het essen- en hoevenlandschap de landschappelijke inpassing van erven te versterken en te herstellen. Dit wordt bereikt door het toevoegen van structuurbepalend groen in de vorm van houtsingels, hagen en bomen. Hierdoor blijft er zicht op de bebouwing en worden de volumes verzacht. De erven langs de Marsweg komen sterk overeen met de omschreven karakteristiek.

Over het algemeen verspreide bebouwing en half open erfensembles, al dan niet voorzien van enkele grote bomen en gesloten bosjes of singels. De erven in het essen- en hoevenlandschap kennen een duidelijk cluster en worden veelal ontsloten door meerdere inritten. Veelal lijkt het als de wegen over de erven lopen (dat was van oorsprong ook zo). De gebouwen op de erven blijven in de omgeving deels zichtbaar. Dit is een kwaliteit van het landschap. De erven kennen geen harde begrenzing, er is daarom gekozen om beplanting in de vorm van een houtsingel op de erfgrens aan te brengen. Hiermee wordt het volume ingepast vanuit de omgeving. Aangezien het gebied van oorsprong een open es is geweest (maar later afgegraven) wordt de westzijde niet afgeschermd met beplanting. Dit zou een doorkijk belemmeren en het erf onnodig groter laten lijken. Het terrein loopt van zuid naar noord sterk af. Door een keerwand te plaatsen met een flauw talud (1:10) kan de opslag uit het zicht worden geplaatst zonder dat de openheid verloren gaat. Een gemengde haag schermt het erf op een passende wijze af. Gebiedsvreemde beplantingen worden gerooid waarmee er en veel

bestemmingsplan Ane, Marsw eg 6 | PAGINA 14

uniformer en passend beeld ontstaat. Een haag past op het voorerf en het zicht op de boerderij blijft behouden. De verharding van de buitenopslag wordt zo veel mogelijk waterdoorlatend. De aan te leggen kikkerpoel kan tevens dienen als infiltratie. In afbeelding 2.4 is een straatbeeld impressie opgenomen van het achterterrein bezien vanaf de Marsweg. Dit laat zien dat bestaande zichtlijnen zoveel als mogelijk behouden blijven.

Afbeelding 2.4: Straatbeeld impressie achterterrein huidige en nieuwe situatie situatie (Bron: De Erfontwikkelaar) 2.2.6

Kwaliteitsinspanning in het kader van KGO

De voorgenomen ontwikkeling wordt mogelijk gemaakt op basis van de provinciale regeling Kwaliteitsimpuls groene omgeving (KGO). Hierdoor zijn naast de landschappelijke inpassing aanvullende kwaliteitsprestaties benodigd. Hierna wordt ingegaan op de beoogde extra kwaliteitsprestaties: Aanleg kikkerpoel De kikkerpoel komt aan de noordoostzijde van het weiland (zie nummer 17 in afbeelding 2.3). De poel wordt circa 20-30 (m) doorsnede en zal aan de noordzijde een flauw talud van 1:3-1:5 krijgen. Aanleg houtwal Van oorsprong lagen er rond de Vlaskamp kleine percelen grond. Deze werden afgeschermd middel houtsingels. Vanuit de LIK wordt het herstel van landschapselementen als kans gezien. Een nabijgelegen bedrijf heeft destijds tevens als KGO maatregelen houtsingel hersteld. Hier wordt op aangesloten middels de aanplant van een nieuw singel (zie nummer 8 in afbeelding 2.3). Omzetten agrarische grond naar extensief bloemrijk grasland Naast het bedrijf ligt een agrarisch perceel van circa 2 hectare. Om te voorkomen dat het gebied verder versteent zullen deze gronden afgewaardeerd worden naar schraal bloemenrijk grasland. Aanleg demotuin Een onderdeel van het plan is het maken van demotuin (zie nummer 2 in afbeelding 2.3). Hier kunnen studenten leren hoe je een tuin aan moet leggen.

Denk daarbij naast bijvoorbeeld het aanbrengen van bestrating ook aan het juist snoeien van fruitbomen en hagen. Ecologische wijze van onkruidbeheer, materialenkennis etc. De tuin wordt gebruikt

bestemmingsplan Ane, Marsw eg 6 | PAGINA 15

door personeel en bezoekers van het buurthuis. Opknappen boerderij tot buurthuis Het café bestaat uit een karakteristieke boerderij. Deze zal als buurthuis omgevormd worden (zie nummer 1 in afbeelding 2.3). De bestaande horecauitingen worden verwijderd en de tuin rondom de boerderij weer hersteld. Het wordt weer een herkenbare boerderij. Verschillende onderdelen aan de boerderij worden verwijderd. De boerderij wordt weer opgeknapt en zal weer een passende verschijning worden. Ook gebiedsvreemde beplanting wordt verwijderd en vervangen door een passende streekeigen haag. Sloop van landschapsontsierende bebouwing Zoals aangegeven in paragraaf 2.2.3 is de voorwaarde voor het realiseren van de beoogde schuur dat elders uit het buitengebied van de gemeente Hardenberg landschapsontsierende bebouwing wordt gesloopt. Hiervoor geldt dat voor iedere te slopen m2 1 m2 (verhouding 1:1) mag worden teruggebouwd. Deze sloopverplichting wordt verankerd in de regels van dit bestemmingsplan en wordt gezien als een extra kwaliteitsinspanning in het kader van KGO.

bestemmingsplan Ane, Marsw eg 6 | PAGINA 16

Hoofdstuk 3

Beleidskader

Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven. 3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Nationale omgevingsvisie (NOVI)

3.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor de leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor de leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 3.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut.

Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3. Sterke en gezonde steden en regio's Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw.

Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zet het Rijk in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische

bestemmingsplan Ane, Marsw eg 6 | PAGINA 17

waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan. 3.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van toekomstige generaties 3.1.1.4 Ladder voor duurzame verstedelijking Ten tijde van de SVIR (voorganger NOVI) is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd.

Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigd en geoptimaliseerd instrument. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen 'bestaand stedelijk gebied' en 'stedelijke ontwikkeling'. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'.

stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´ Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar, zijnde de looptijd van het bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). 3.1.2

Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten van het rijksbeleid

De NOVI laat zich niet specifiek uit over dergelijke lokale ontwikkelingen. De voorgenomen ontwikkeling raakt geen rijksbelangen als opgenomen in de omgevingsvisie. Hierna wordt getoetst aan de “Ladder voor duurzame verstedelijking” (hierna ladder). Is er sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling? Wat betreft de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' wordt opgemerkt dat de ladder van toepassing is bij 'nieuwe stedelijke ontwikkelingen' (3.1.6 Bro). Er zijn inmiddels meerdere gerechtelijke uitspraken geweest over deze begripsdefinitie. Op voorliggende ontwikkeling is onder andere de overzichtsuitspraak ABRvS 28 juni 2017; ECLI:NL:RVS:2017:1724 van toepassing. Uit deze uitspraak blijkt dat wanneer een bestemmingsplan voorziet in een terrein met een ruimtebeslag van meer dan 500 m2 of in

bestemmingsplan Ane, Marsw eg 6 | PAGINA 18

een gebouw met een bruto-vloeroppervlakte groter dan 500 m2 er in beginsel sprake is van een stedelijke ontwikkeling en er getoetst moet worden aan de Ladder voor Duurzame verstedelijking. De voorgenomen ontwikkeling gaat uit van de uitbreiding van een bestaand niet-agrarisch bedrijfsperceel. De uitbreiding van het bedrijfsperceel vindt plaats in het buitengebied van de gemeente Hardenberg. Hierbij gaat het enerzijds om het realiseren van een nieuwe schuur met een oppervlakte van circa 1.550 m2. Daarnaast wordt een terrein van grofweg 7.850 m2 verhard ten behoeve van bijvoorbeeld opslag van materiaal en materieel. Voor het overige hebben de gronden reeds een passende bedrijfsbestemming. Hier is dan ook geen sprake van verdere uitbreiding. Geconcludeerd wordt dat er in geval van voorgenomen ontwikkeling sprake is van nieuwe stedelijke ontwikkeling. Behoefte De MvdD Groep is de afgelopen jaren sterk gegroeid en dat zal de komende jaren doorzetten. Hierbij gaat het naast uitbreiding van de huidige divisies ook om mogelijke verbreding van de werkzaamheden die in lijn zijn met de werkzaamheden binnen de huidige divisies. Door de huidige en toekomstige groei van de MvdD Groep is het gewenst om het bedrijfsperceel aan de Marsweg 6 en 8 uit te breiden. Temeer omdat het huidige bedrijfsperceel een unieke zichtlocatie betreft gelegen aan de N34, waar het bedrijf zich kan profileren.

Verder is onderzocht of verplaatsing van het bedrijf mogelijk zou zijn. Hierin zijn geen passende mogelijkheden gevonden. Bovendien is het vanuit maatschappelijk en economisch oogpunt gewenst om een dergelijk lokaal geworteld bedrijf te behouden op de huidige locatie. In voorliggend geval dan ook sprake van concrete behoefte aan de voorgenomen uitbreiding van het bedrijfsperceel aan de Marsweg 6-8 in Ane. Binnen of buiten bestaand stedelijk gebied Het huidige bedrijfsperceel aan de Marsweg 6-8 valt binnen de grenzen van de 'Beheersverordening Ane'. Bovendien zijn ter plaatse reeds stedelijke functies toegestaan in de vorm van horeca en categorie 1, 2 en 3.1 bedrijvigheid. Dit deel maakt dan ook onderdeel uit van het bestaand stedelijk gebied. De beoogde uitbreiding van het betreffende bedrijfsperceel ligt binnen de grenzen van het 'Bestemmingsplan Hardenberg', waar de gronden zijn bestemd en in gebruik zijn ten behoeve van agrarisch doeleinden. Dit betreft een locatie buiten bestaand stedelijk gebied. Zoals aangegeven in paragraaf 2.2.2 zijn binnen afzienbare tijd geen geschikte bedrijfskavels beschikbaar op de bedrijventerreinen in Hardenberg. Bovendien zijn de gronden binnen het plangebied reeds in eigendom van de MvdD Groep en wil zij hier, naast haar bedrijfsactiviteiten, activiteiten ontplooien ten dienste van de kern Ane en omgeving.

Het gaat hierbij dan primair het realiseren van bijvoorbeeld een buurthuis en/of biljartvereniging voor de kern Ane en omgeving. Voor dergelijke functies is het plangebied zeer geschikt in verband met de ligging in/nabij de kern Ane. 3.2

Provinciaal beleid

In deze paragraaf wordt het voor deze ontwikkeling relevante provinciale beleid behandeld. Op 12 april 2017 hebben Provinciale Staten van Overijssel de Omgevingsvisie Overijssel 'Beken Kleur' en bijbehorende Omgevingsverordening Overijssel vastgesteld. Deze zijn inmiddels meermaals partieel herzien. 3.2.1

Omgevingsvisie Overijssel

De omgevingsvisie is het centrale provinciale beleidsplan voor het fysieke beleidsplan voor het fysieke leefmilieu in Overijssel. De opgaven en kansen waar de provincie Overijssel voor staat, zijn vertaald in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema's. De hoofdambitie van de Omgevingsvisie is een toekomstvaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden. Enkele centrale ambities van de provincie: goed en plezierig wonen, nu en in de toekomst door een passend en flexibel aanbod

bestemmingsplan Ane, Marsw eg 6 | PAGINA 19

van woonmilieus (typen woningen en woonomgeving) die voorzien in de vraag (kwantitatief en kwalitatief); versterken complementariteit van bruisende steden en vitaal platteland als ruimtelijke, cultureel, sociaal en economisch samenhangend geheel. Dit door behoud en versterking van leefbaarheid en diversiteit van het landelijk gebied, stedelijke netwerken versterken, behoud en versterken van cultureel erfgoed als drager van identiteit; veilig, gezond en schoon kunnen wonen, werken, recreëren en reizen door te zorgen voor waterveiligheid, externe veiligheid en verkeersveiligheid; investeren in een hoofdinfrastructuur voor wegverkeer, trein, fiets en waarbij veiligheid en doorstroming centraal staan. 3.2.2

Omgevingsverordening Overijssel

De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. Er wordt nadrukkelijk gestuurd op ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid. Uitgangspunt is dat verstedelijking en economische activiteiten gebundeld worden ten behoeve van een optimale benutting van bestaand bebouwd gebied. 3.2.3

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel

Om te bepalen of een initiatief bijdraagt aan de ambities van de provincie Overijssel, wordt het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel gebruikt. In dit uitvoeringsmodel staan de volgende stappen centraal: 1. Of – generieke beleidskeuzes 2. Waar – ontwikkelingsperspectieven 3. Hoe – gebiedskenmerken Bij een initiatief voor bijvoorbeeld woningbouw, een nieuwe bedrijfslocatie, toeristisch-recreatieve voorzieningen, natuurontwikkeling, etcetera kun je aan de hand van deze drie stappen bepalen of een initiatief binnen de geschetste visie voor Overijssel mogelijk is, waar het past en hoe het uitgevoerd kan worden. De eerste stap, het bepalen van de of-vraag, lijkt in strijd met de wens zoveel mogelijk ruimte te willen geven aan nieuwe initiatieven. Met het faciliteren van initiatieven moet echter wel gekeken worden naar de (wettelijke) verantwoordelijkheden zoals veiligheid of gezondheid. Het uitvoeringsmodel maakt helder wat kan en wat niet kan. Om een goed evenwicht te vinden tussen het bieden van ruimte aan initiatieven en het waarborgen van publieke belangen, varieert de provinciale sturing: soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend. In afbeelding 3.1 is het Uitvoeringsmodel weergegeven.

bestemmingsplan Ane, Marsw eg 6 | PAGINA 20

Afbeelding 3.1: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel) 3.2.3.1 Of- generieke beleidskeuzes Maatschappelijke opgaven zijn leidend in het handelen. Allereerst is het dan ook de vraag of er een maatschappelijke opgave is. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidskeuzes van EU, Rijk of provincie. Denk hierbij aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon drinkwater en droge voeten te garanderen. Maar ook aan beleidskeuzes om overaanbod van bijvoorbeeld woningbouw- en kantorenlocaties – en daarmee grote financiële en maatschappelijke kosten – te voorkomen. In de omgevingsvisie zijn de provinciale beleidskeuzes hieromtrent vastgelegd. De generieke beleidskeuzes zijn vaak normstellend. Dit betekent dat ze opgevolgd moeten worden: het zijn randvoorwaarden waarmee iedereen rekening moet houden vanwege zwaarwegende publieke belangen. De normstellende beleidskeuzes zijn vastgelegd in de omgevingsverordening. 3.2.3.2 Waar- ontwikkelingsperspectieven Na het beantwoorden van de of-vraag, is de vraag waar het initiatief past of ontwikkeld kan worden. In de omgevingsvisie op de toekomst van Overijssel onderscheid de provincie zes ontwikkelingsperspectieven. Deze ontwikkelingsperspectieven schetsen een ruimtelijk perspectief voor een combinatie van functies en geven aan welke beleids- en kwaliteitsambities leidend zijn.

De ontwikkelingsperspectieven geven zo richting aan waar wat ontwikkeld zou kunnen worden. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend. Dit betekent dat er ruimte is voor lokale afweging: een gemeente kan vanwege maatschappelijke en/of sociaal-economische redenen in haar Omgevingsvisie en bestemmings- of omgevingsplan een andere invulling kiezen. Die dient dan wel te passen binnen de – voor dat ontwikkelingsperspectief – geldende kwaliteitsambities. Daarbij dienen de nieuwe ontwikkelingen verbonden te worden met de bestaande kenmerken van het gebied, conform de Catalogus Gebiedskenmerken (de derde stap in het uitvoeringsmodel). Naast ruimte voor een lokale afweging ten aanzien van functies en ruimtegebruik, is er ruimte voor een lokale invulling van de begrenzing: de grenzen van de ontwikkelingsperspectieven zijn signaleringsgrenzen.

bestemmingsplan Ane, Marsw eg 6 | PAGINA 21

3.2.3.3 Hoe- gebiedskenmerken Ten slotte is de vraag hoe het initiatief ingepast kan worden in het landschap. De gebiedskenmerken spelen een belangrijke rol bij deze vraag. Onder gebiedskenmerken worden verstaan de ruimtelijke kenmerken van een gebied of gebiedstype die bepalend zijn voor de karakteristiek en kwaliteit van dat gebied of gebiedstype. Voor alle gebiedstypen in Overijssel is in de Catalogus Gebiedskenmerken beschreven welke kwaliteiten en kenmerken van provinciaal zijn en behouden, versterkt of ontwikkeld moeten worden. De gebiedskenmerken zijn soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend. Voor de normerende uitspraken geldt dat deze opgevolgd dienen te worden; ze zijn dan ook in de omgevingsverordening geregeld. De richtinggevende uitspraken zijn randvoorwaarden waarmee in principe rekening gehouden moet worden. Hier kan gemotiveerd van worden afgeweken mits aannemelijk is gemaakt dat met het alternatief de kwaliteitsambities even goed of zelfs beter gerealiseerd kunnen worden. De inspirerende uitspraken bieden een wenkend perspectief: het zijn voorbeelden van de wijze waarop ruimtelijke kwaliteitsambities ingevuld kunnen worden. Initiatiefnemers kunnen zich hierdoor laten inspireren, maar dit hoeft niet.

3.2.3.4 Toetsing van het initiatief aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. 3.2.3.4.1 Of - generieke beleidskeuzes Bij de afwegingen in de eerste fase 'Of – generieke beleidskeuzes' zijn artikel 2.1.3 (Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik), artikel 2.1.5 (Ruimtelijke kwaliteit), artikel 2.1.6 lid 1 (Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving) en artikel 2.2.2 (Realisatie nieuwe woningen). Hierna wordt nader op de artikelen ingegaan. Artikel 2.1.3: Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik 1. Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwik kelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de Groene Omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt. dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut. 2.

Bestemmingsplannen voor de Groene Omgeving voorzien uitsluitend in ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen anders dan de uitleg van steden en dorpen wanneer aannemelijk is gemaakt: dat (her)benutting van bestaande erven en/of bebouwing in de Groene Omgeving in redelijkheid niet mogelijk is; dat mogelijkheden voor combinatie van functies op bestaande erven optimaal zijn benut. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.3 De MvdD Groep is de afgelopen jaren sterk gegroeid en dat zal de komende jaren doorzetten. Hierbij gaat het naast uitbreiding van de huidige divisies ook om mogelijke verbreding van de werkzaamheden die in lijn zijn met de werkzaamheden binnen de huidige divisies. Door de huidige en toekomstige groei van de MvdD Groep is het gewenst om het bedrijfsperceel aan de Marsweg 6 en 8 uit te breiden. Temeer omdat het huidige bedrijfsperceel een unieke zichtlocatie betreft gelegen aan de N34, waar het bedrijf zich kan profileren. Verder is onderzocht of verplaatsing van het bedrijf mogelijk zou zijn. Hierin zijn geen passende mogelijkheden gevonden. Bovendien is het vanuit maatschappelijk en economisch oogpunt gewenst om een dergelijk lokaal geworteld bedrijf te behouden op de huidige locatie. Het nieuwe bedrijfsperceel wordt op verantwoorde wijze ingepast is het landschap en de omgeving.

Geconcludeerd wordt dat de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling

bestemmingsplan Ane, Marsw eg 6 | PAGINA 22

voldoet aan artikel 2.1.3 van de Omgevingsverordening. Artikel 2.1.5: Ruimtelijke kwaliteit (leden 1, 2, 3 en 5) 1. In de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. 2. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan het Uitvoeringsmodel (OF-, WAAR- en HOE-benadering) die in de Omgevingsvisie Overijssel is neergelegd. 3. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt gemotiveerd dat de nieuwe ontwikkeling past binnen het ontwikkelingsperspectief die in de Omgevingsvisie Overijssel voor het gebied is neergelegd. 4. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan de vier-lagenbenadering die onderdeel uitmaakt van het Uitvoeringsmodel en op welke wijze de Catalogus Gebiedskenmerken is gebruikt bij de ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.5 Uit de volgende subparagraven blijkt dat wordt voldaan aan het uitvoeringsmodel, de gebiedskenmerken en het ontwikkelingsperspectief. De ontwikkeling draagt daarnaast bij aan de ruimtelijke kwaliteit door de landschappelijke inpassing van het bedrijfsperceel.

Het initiatief is hiermee in overeenstemming met artikel 2.1.5. Artikel 2.1.6: Kwaliteitsimpuls Groene omgeving (KGO) (lid 1) Bestemmingsplannen voor de Groene omgeving kunnen – met in achtneming van het bepaalde in artikel 2.1.3. en artikel 2.1.4. en het bepaalde in artikel 2.1.5. – voorzien in nieuwvestiging en grootschalige uitbreidingen van bestaande functies in de Groene omgeving, uitsluitend indien hier sociaaleconomische en/of maatschappelijke redenen voor zijn én er is aangetoond dat het verlies aan ecologisch en/of landschappelijk waarden in voldoende mate wordt gecompenseerd door investeringen ter versterking van ruimtelijke kwaliteit in de omgeving. Toetsing van het initiatief aan artikelen 2.1.6 lid 1 In het in Bijlage 2 opgenomen Ruimtelijk kwaliteitsplan wort uitgebreid op de KGO ingegaan. In paragraaf 3.2.4 wordt de voorgenomen ontwikkeling getoetst aan het provinciale KGO beleid. Hier wordt geconcludeerd dat de investeringen in de ruimtelijke kwaliteit en maatschappelijke doelen in is balans met de geboden ontwikkelruimte. Hiermee wordt voldaan aan het beleid van de Provincie Overijssel met betrekking tot de KGO. Het initiatief is in overeenstemming met artikel 2.1.6 van de Omgevingsverordening Overijssel.

3.2.3.4.2 Waar - ontwikkelingsperspectieven Het plangebied ligt in de ontwikkelingsperspectieven 'Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap' en ''Wonen en werken in het kleinschalig landschap'. Hierna is dit weergegeven.

bestemmingsplan Ane, Marsw eg 6 | PAGINA 23

Afbeelding 3.2: Uitsnede ontwikkelingsperspectievenkaart Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel) "Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap" Van de ruimtelijke kwaliteitsambities staat in dit ontwikkelingsperspectief de ambitie Voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen voorop. Daarnaast gelden – net als voor alle andere ontwikkelingsperspectieven – de ruimtelijke kwaliteitsambities: zichtbaar en beleefbaar mooi landschap sterke ruimtelijke identiteiten als merken voor Overijssel continu en beleefbaar watersysteem Initiatieven binnen het ontwikkelingsperspectief mogen de ontwikkelingsmogelijkheden voor landbouw in principe niet beperken en dienen aan te sluiten bij de bestaande bebouwing, weginfrastructuur en openbaar vervoer (ov)-routes. Het waterbeheer richt zich op optimale condities voor de landbouw, rekening houdend met specifieke omstandigheden en de grenzen aan de mogelijkheden van het waterbeheer (onder andere door de klimaatverandering). "Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap" Het ontwikkelingsperspectief "Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap" richt zich op het in harmonie met elkaar ontwikkelen van de diverse functies in het buitengebied. Aan de ene kant melkveehouderij, akkerbouw en opwekking van hernieuwbare energie als belangrijke vormen van landgebruik.

Aan de andere kant gebruik voor natuur, recreatie, wonen en andere bedrijvigheid. De ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw, maar ook die voor de andere sectoren, willen we in dit ontwikkelingsperspectief nadrukkelijk verbinden met behoud en versterking van cultuurhistorische en natuurlijke landschapselementen. Het waterbeheer richt zich op optimale condities voor de lokaal aanwezige functies, rekening houdend met de klimaatopgave en de kenmerken van het watersysteem. Toetsing van het initiatief aan het Ontwikkelingsperspectief Omdat de beoogde uitbreiding van het bedrijfsperceel hoofdzakelijk binnen het

bestemmingsplan Ane, Marsw eg 6 | PAGINA 24

ontwikkelingsperspectief 'Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap' ligt, wordt uitsluitend hieraan getoetst. Gebieden met een dergelijk ontwikkelingsperspectief zijn primair bedoeld voor de landbouw. Uit paragraaf 4.5 en 4.6 blijkt dat omliggende agrarische bedrijven, als gevolg van voorliggende ontwikkeling, niet (verder) in de ontwikkelmogelijkheden worden belemmerd. Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met het geldende ontwikkelingsperspectief. 3.2.3.4.3 Hoe - gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch-cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. De 'Stedelijke laag' wordt in dit geval buiten beschouwing gelaten, omdat er in of aangrenzend aan het plangebied geen relevante specifieke eigenschappen voor deze laag geldt. 1. De 'Natuurlijke laag' Overijssel bestaat uit een rijk en gevarieerd spectrum aan natuurlijke landschappen. Deze vormen de basis voor het gehele grondgebied van Overijssel. Het beter afstemmen van ruimtelijke ontwikkelingen op de natuurlijke laag kan ervoor zorgen dat de natuurlijke kwaliteiten van de provincie weer mede beeldbepalend worden. Ook in steden en dorpen bij voorbeeld in nieuwe waterrijke woonmilieus en nieuwe natuur in stad en dorp.

Het plangebied wordt op basis van de gebiedskenmerkenkaart de 'Natuurlijke laag' aangeduid met het gebiedstypen 'dekzandvlakte en ruggen' en 'beekdalen en natte laagtes'. Op onderstaande afbeelding is dit weergegeven.

Afbeelding 3.3: Natuurlijke laag (Bron: Provincie Overijssel) “Dekzandvlakte en ruggen” De dekzandgronden beslaan een groot gedeelte van de oppervlakte van de provincie. Na de ijstijden bleef er in grote delen een reliëfrijk – door de wind gevormd – zandlandschap achter, dat gekenmerkt wordt door relatief grote verschillen tussen hoog/droog en laag/nat gebied. Als ontwikkelingen plaats vinden, dan dragen deze bij aan het beter zichtbaar en

bestemmingsplan Ane, Marsw eg 6 | PAGINA 25

beleefbaar maken van de hoogteverschillen en het watersysteem. Beiden zijn tevens uitgangspunt bij (her)inrichting. Bij ontwikkelingen is de (strekkings)richting van het landschap, gevormd door de afwisseling van beekdalen en ruggen, het uitgangspunt. "Beekdalen en natte laagtes" Het Overijsselse zandlandschap is van oorsprong kletsnat. In de laagtes van het zandgebied verzamelde zich het water. Hier ontwikkelden zich moerassen en broekbossen, waar het water in de loop van het seizoen geleidelijk uit weg sijpelde naar de lager gelegen delen, naar de beken en rivieren. Als ontwikkelingen plaats vinden in of in de directe nabijheid van beekdalen en natte laagtes, dan dragen deze bij aan extra ruimte voor de dynamiek van het stromende water en het vasthouden van water, aan versterking van de samenhang in het beeksysteem en aan vergroting van de zichtbaarheid, bereikbaarheid en beleefbaarheid van het water. Toetsing van het initiatief aan de "Natuurlijke laag" De gronden ter plaatse van de beoogde uitbreiding van het bedrijfsperceel zijn in agrarisch gebruik geweest. De van oorsprong voorkomende 'Natuurlijke laag' is daardoor niet of nauwelijks meer aanwezig. Ter plaatse van het plangebied wordt middels een ruimtelijk kwaliteitsplan ingespeeld op de daar voorkomende gebiedskenmerken. Het erf zelf wordt landschappelijk ingericht conform de hier geldende gebiedskenmerken.

In paragraaf 2.2 en Bijlage 2 wordt hier nadrukkelijk op ingegaan. Geconcludeerd wordt dat het plan in overeenstemming is met het gestelde in de “Natuurlijke laag”. 2. De 'Laag van het agrarische cultuurlandschap' In de 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap' gaat het er altijd om dat de mens inspeelt op de natuurlijke omstandigheden en die ten nutte maakt. Hierbij hebben nooit ideeën over schoonheid een rol gespeeld. Wel zijn we ze in de loop van de tijd gaan waarderen om hun ruimtelijke kwaliteiten. Vooral herkenbaarheid, contrast en afwisseling worden gewaardeerd. De ambitie is gericht op het voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen door óf versterking óf behoud óf ontwikkeling of een combinatie hiervan. Het plangebied ligt is het 'Essenlandschap'. In afbeelding 3.4 is dat weergegeven.

bestemmingsplan Ane, Marsw eg 6 | PAGINA 26

Afbeelding 3.4: Laag van het agrarisch cultuurlandschap (Bron: Provincie Overijssel) "Essenlandschap" Het essenlandschap bestaat uit een samenhangend systeem van essen, flanken, lager gelegen maten en fliergronden – voormalige – heidevelden en kenmerkende bebouwing rond de es. Het landschap is geordend vanuit de erven en de essen, de eeuwenoude akkercomplexen die op de hogere dekzandkoppen en flanken van stuwwallen werden aangelegd. Eeuwenlange bemesting heeft geleidt tot een karakteristiek reliëf met soms hoge stijlranden. Onder en in de es heeft zich op deze wijze een waardevol archeologisch archief opgebouwd. Het landschapsbeeld is afwisselend en contrastrijk, volgend aan de organische patronen van het natuurlijke landschap. Typerend zijn de losse hoeven rond de es en de esdorpen met hun karakteristieke boerderijen en herkenbaar dorpssilhouet met vaak de kerktoren als markant element Toetsing van het initiatief aan de “Laag van het agrarisch cultuurlandschap” Door de landschappelijke inpassing van het plangebied worden de kenmerken van het oorspronkelijke landschap van de verschillende landschapstypen versterkt. Dit gebeurt door het bedrijfsperceel in te richten met nieuwe, gebiedseigen beplanting. Daarmee is de ontwikkeling in overeenstemming met het gestelde in de “Laag van het agrarisch cultuurlandschap”. 3.

De “Laag van de beleving” In de laag van de beleving komen de natuurlijke, functionele en sociale processen bij elkaar. Dit is de laag die gaat over de beleefbaarheid van ruimtelijke kwaliteit, identiteit en tijdsdiepte, van recreatieve gebruiksmogelijkheden die een belangrijke rol spelen bij de waardering van de leefomgeving. De laag van de beleving is de laag van de verbinding en het netwerk; tussen het stedelijke en het landelijke, de cultuur en de natuur, snel en traag, oud en nieuw, tussen nut en schoonheid. De laag van de beleving benut vooral de kwaliteiten van de andere drie lagen, maar voegt ook eigen kenmerken toe, zoals landgoederen, recreatieparken en recreatieve routes. Het stelt kwaliteiten zoals de natuur, de productielandschappen en de steden in een ander daglicht en maakt ze beleefbaar en

bestemmingsplan Ane, Marsw eg 6 | PAGINA 27

tot een belevenis. De verblijfsrecreatiecomplexen, de attracties, de routes voor wandelen, fietsen en varen zijn een belangrijke economische factor geworden met een vergelijkbaar aandeel in de economie als de agrarische sector. Dit alles verandert het aanzien, de gewenste gebruiksmogelijkheden en betekenis van het buitengebied. Aan het 'belevingslandschap' ontleent Overijssel zijn tijdsdiepte, maar ook zijn aantrekkingskracht. Steeds vaker worden de kwaliteiten uit het verleden ingezet in plannen door daar met nieuwe kwaliteiten, gebruiks- en verschijningsvormen op voort te bouwen. Belangrijk in deze laag is het oude en nieuwe 'erfgoed' van de provincie. Het plangebied is op de gebiedskenmerkenkaart van de 'Laag van de beleving' deels aangeduid met de aanduiding 'Verdedigingslinies'. In afbeelding 3.5 is dit weergegeven.

Afbeelding 3.5: Laag van de beleving (Bron: Provincie Overijssel) “Verdedigingslinies” De omgevingsvisie richt zich vooral op de ruimtelijke kant van ons cultureel erfgoed; op de sporen uit het verleden die zichtbaar en tastbaar aanwezig zijn in onze leefomgeving en dan specifiek op het zogenaamde ‘onroerende erfgoed’. Denk hierbij aan monumenten, karakteristieke gebouwen (bijvoorbeeld agrarisch, industrieel en religieus erfgoed), maar ook aan landgoederen, historische occupatiepatronen en infrastructuur, verdedigingslinies en schansen, begraafplaatsen, plaatsen van herdenking en grens- en markepalen. Er is ook cultureel erfgoed dat niet direct zichtbaar is in de leefomgeving. In de ondergrond zijn archeologische waarden te vinden die het verhaal vertellen van menselijke activiteiten uit het verleden. De ambitie is het behouden en versterken van het cultureel erfgoed als drager van identiteit. Toetsing van het initiatief aan de 'Laag van de beleving' Wat betreft de verdedigingslinie wordt gesteld dat er in het plangebied geen bijzondere geologische danwel bouwkundige monumenten aanwezig zijn. Voor een nadere toelichting hierop wordt verwezen naar paragraaf 4.8, waar nader wordt ingegaan op de aspecten archeologie en cultuurhistorie. Geconcludeerd wordt dat de ‘Laag van de beleving” zich niet verzet tegen de voorgenomen ontwikkeling.

bestemmingsplan Ane, Marsw eg 6 | PAGINA 28

3.2.4

Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving

3.2.4.1 Algemeen De kwaliteit van het Overijsselse landschap en de sociaal-economische ontwikkeling van het landelijk gebied gaan hand in hand en vormen de basis voor allerlei ontwikkelingen. Nieuwe ontwikkelingen moeten mogelijk zijn onder voorwaarde dat ze bijdragen aan de kwaliteit van de leefomgeving. Met de kwaliteitsimpuls Groene Omgeving biedt de provincie Overijssel beleidsruimte aan gemeenten voor ontwikkelingen in de groene ruimte. In het buitengebied is ruimte voor grootschalige uitbreidingen en nieuwe ontwikkelingen mits die gelijk opgaan met verbeteringen van de ruimtelijke kwaliteit. Ruimtelijke kwaliteit wordt gerealiseerd door naast bescherming vooral in te zetten op het verbinden van bestaande gebiedskwaliteiten en nieuwe ontwikkelingen, waarbij bestaande kwaliteiten worden beschermd en versterkt en nieuwe kwaliteiten worden toegevoegd. 3.2.4.2 Methodiek De methodiek voor het bepalen van de balans tussen ontwikkelingsruimte en de gevraagde investering in de groene omgeving, is gericht op het volgende: hoe meer de ontwikkeling als gebiedsvreemd te beschouwen is en /of hoe groter de schaal en impact op de ruimtelijke kwaliteit is, des te zwaarder weegt dat aan de ontwikkelingskant van de balans en hoe hoger de aanvullende kwaliteitsprestaties dan dienen te zijn.

Als het gaat om een gebiedsvreemde ontwikkeling van een grote schaal en met een grote impact op de omgeving, dan zal een forse investering in het landschap nodig zijn. Om te beoordelen of medewerking kan worden verleend aan het verzoek, dienen het volgende model gevolgd te worden:

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13918974/1