Regels en toelichting bestemmingsplan 'Buitengebied Hardenberg, Verlengde Broekdijk 9 Kloosterhaar'
Tekst van het document
Waterschap Vechtstromen
Door de invoering van de Kaderrichtlijn Water is Nederland verdeeld in vijf deelstroomgebieden. Het deelstroomgebied Rijn-Oost wordt beheerd door de waterschappen Rijn en IJssel, Vechtstromen, Vallei en Veluwe, Drents Overijsselse Delta, en Zuiderzeeland. Om te voldoen aan de eisen van de Kaderrichtlijn Water hebben deze waterschappen een Waterbeheerplan/-programma opgesteld. Het algemeen bestuur van het waterschap Vechtstromen heeft in de vergadering van 15 december 2021 het 'Waterbeheerprogramma 2022-2027' vastgesteld. Het waterbeheerprogramma beschrijft welke maatregelen Vechtstromen wil nemen in de planperiode 2022-2027. In het plan zijn doelen en maatregelen gesteld voor de thema's waterveiligheid, voldoende water, schoon water en het zuiveren van afvalwater. Deze zijn gericht op het: voorkomen of beperken van overstromingen, wateroverlast en droogte; beschermen en verbeteren van de kwaliteit van het oppervlaktewater en grondwater en het zorgen voor een goed functionerend regionaal watersysteem; het effectief en efficiënt behandelen van afvalwater in de afvalwaterzuiveringsinstallaties.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Verlengde Broekdijk 9 Kloosterhaar | PAGINA 49
5.2
Waterparagraaf
5.2.1
Algemeen
Zoals in voorgaande paragrafen uiteen is gezet, wordt in het moderne waterbeheer (waterbeheer 21e eeuw) gestreefd naar duurzame, veerkrachtige watersystemen met minimale risico's op wateroverlast of watertekorten. Belangrijk instrument hierbij is de watertoets, die sinds 1 november 2003 in ruimtelijke plannen is verankerd. In de toelichting op ruimtelijke plannen dient een waterparagraaf te worden opgenomen. Hierin wordt verslag gedaan van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishoudkundige situatie (watertoets). Het doel van de watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). 5.2.2
Watertoetsprocedure
Het waterschap Vechtstromen is geïnformeerd over het plan door gebruik te maken van de digitale watertoets. De beantwoording van de vragen heeft er toe geleid dat de zogenoemde 'korte procedure' van de watertoets wordt toegepast. De bestemming en de grootte van het plan hebben een geringe invloed op de waterhuishouding. Het watertoetsresultaat is opgenomen in Bijlage 6 bij deze toelichting. De procedure in het kader van de watertoets is goed doorlopen. Het waterschap Vechtstromen geeft een positief wateradvies. De nieuwe woning zal worden aangesloten op het bestaande riool. Het hemelwater zal in de grond worden geïnfiltreerd. Binnen het plangebied is hiervoor meer dan voldoende ruimte.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Verlengde Broekdijk 9 Kloosterhaar | PAGINA 50
Hoofdstuk 6 6.1
Juridische aspecten en planverantwoording
Inleiding
In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op het plangebied, het relevante beleid en de milieu- en omgevingsaspecten. De informatie uit deze hoofdstukken is gebruikt om keuzes te maken bij het maken van het juridische deel van het bestemmingsplan: de verbeelding en de regels. In dit hoofdstuk wordt dieper ingegaan op de opzet van dit juridische deel. Daarnaast wordt een verantwoording gegeven van de gemaakte keuzes op de verbeelding en in de regels. Dat betekent dat er wordt aangegeven waarom een bepaalde functie ergens is toegestaan en waarom bepaalde bebouwing daar acceptabel is. 6.2
Opzet van de regels
6.2.1
Algemeen
In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) die op 1 juli 2008 in werking is getreden, is de verplichting opgenomen om ruimtelijke plannen en besluiten digitaal vast te stellen. De digitaliseringsverplichting geldt vanaf 1 januari 2010. In de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening is vastgelegd dat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) de norm is voor de vergelijkbaarheid van bestemmingsplannen. Naast de SVBP zijn ook het Informatiemodel Ruimtelijke Ordening en de Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten normerend bij het vastleggen en beschikbaar stellen van bestemmingsplannen. De SVBP geeft normen voor de opbouw van de planregels en voor de digitale verbeelding van het bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan is opgesteld conform de normen van de SVBP2012. Het juridisch bindend gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit planregels en bijbehorende verbeelding waarop de bestemmingen zijn aangegeven. De verbeelding en de planregels dienen in samenhang te worden bekeken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: 1. Inleidende regels; 2. Bestemmingsregels; 3. Algemene regels; 4. Overgangs-en slotregels. 6.2.2
Inleidende regels
Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied en bevatten: Begrippen (Artikel 1) In dit artikel zijn definities van de in de regels gebruikte begrippen opgenomen. Hiermee is een eenduidige interpretatie van deze begrippen vastgelegd. Wijze van meten (Artikel 2) Om op een eenduidig manier afstanden, oppervlaktes en inhoud van gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bepalen wordt in de wijze van meten uitleg gegeven wat onder de diverse begrippen wordt verstaan. 6.2.3
Bestemmingsregels
Dit hoofdstuk bevat de juridische vertaling van de in het plangebied voorkomende bestemmingen, zoals weergegeven op de verbeelding van dit bestemmingsplan. De regels zijn onderverdeeld in o.a.: Bestemmingsomschrijving: omschrijving van de activiteiten die zijn toegestaan;
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Verlengde Broekdijk 9 Kloosterhaar | PAGINA 51
Bouwregels: eisen waaraan de bebouwing moet voldoen (bouwhoogte etc.); Afwijken van de bouwregels: onder welke voorwaarde mag afgeweken worden van de aangegeven bouwregels. Specifieke gebruiksregels: welk gebruik van gronden en opstallen in ieder geval strijdig zijn; Afwijken van de gebruiksregels: onder welke voorwaarde mag afgeweken worden van de aangegeven bestemming; 6.2.4
Algemene regels
Artikel 4 Anti-dubbeltelregel; Deze regel is opgenomen om een ongewenste verdichting van de bebouwing te voorkomen. Deze verdichting kan zich met name voordoen, indien een perceel of een gedeelte daarvan, meer dan één keer betrokken wordt bij de beoordeling van bouwplannen. Artikel 5 Algemene gebruiksregels; In dit artikel worden de algemene gebruiksregels beschreven met specifieke aandacht voor uitsluiting van besluit-m.e.r.-(beoordelings)plichtige activiteit en het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Artikel 6 Algemene bouwregels In dit artikel worden de algemene gebruiksregels beschreven met specifieke aandacht voor het bouwen in de buurt van wegen. Artikel 7 Algemene afwijkingsregels In dit artikel worden de algemene afwijkingsregels beschreven. Deze regels maken het mogelijk om op ondergeschikte punten van de regels in het bestemmingsplan af te wijken. Artikel 8 Algemene wijzigingsregels; In dit artikel worden de algemene wijzigingsregels beschreven. Deze regels geven de bevoegdheden van Burgemeester en wethouders weer om het plan op ondergeschikte punten te wijzigen. Artikel 9 Overige regels; In dit artikel zijn bepalingen ten aanzien van de werking wettelijke regelingen, afstemming welstandstoets, uitsluiting seksinrichting, afstemming APV en evenementen en parkeergelegenheid en laad- en losmogelijkheden. 6.2.5
Overgangs- en slotregels
In Artikel 10 (Hoofdstuk 4) staan de overgangs- en slotregels. In de overgangsregels is aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties die in strijd zijn met dit bestemmingsplan. In de slotregel wordt aangegeven hoe het bestemmingsplan wordt genoemd. 6.3
Verantwoording van de regels
6.3.1
Bestemmingen
Kenmerk van de Nederlandse ruimtelijke ordeningsregelgeving is dat er uitgegaan wordt van toelatingsplanologie. Een bestemmingsplan/wijzigingsplan geeft aan welke functies waar zijn toegestaan en welke bebouwing mag worden opgericht. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan zijn keuzes gemaakt over welke functies waar worden mogelijk gemaakt en is gekeken welke bebouwing stedenbouwkundig toegestaan kan worden. Het is noodzakelijk dat het bestemmingsplan een compleet inzicht biedt in de bouw- en gebruiksmogelijkheden binnen het betreffende plangebied. Het bestemmingsplan is het juridische toetsingskader dat bindend is voor de burger en overheid en geeft aan wat de gewenste planologische situatie voor het plangebied is. De regels van het bestemmingsplan "Buitengebied Hardenberg" en bijbehorende herziening vormen de basis voor de regels. Wel zijn er vormen van maatwerk opgenomen, waarin de specifieke bestemmingsomschrijvingen per bestemming nader op wordt ingegaan. Wonen - Besloten heideontginningslandschap (Artikel 3) Ter plaatse van de kavels van bestaande woning en de compensatiewoning is de bestemming 'Wonen - Besloten heideontginningslandschap' opgenomen. Gronden met
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Verlengde Broekdijk 9 Kloosterhaar | PAGINA 52
deze bestemming zijn bestemd voor wonen, met inbegrip van aan-huis-gebonden beroepen, tuinen, landschappelijke inpassing en ontsluitingsvoorzieningen. Hieraan ondergeschikt zijn tevens bed- and breakfast en boerderijkamers toegestaan. In voorliggend geval zijn twee bestemmingsvlakken met beide een bouwvlak aanwezig binnen het plangebied. De positie van de compensatie wordt door het bouwvlak geborgd. De inhoud van woningen bedraagt maximaal de bestaande inhoud of maximaal 750 m3. De goot- en bouwhoogte bedragen respectievelijk 3,5 en 10 meter. Bij de woningen is maximaal 100 m2 aan bijbehorende bouwwerken toegestaan, danwel de bestaande oppervlakte. Bijbehorende bouwwerken worden minimaal 1 m achter de voorgevel gebouwd. Van de bouwregels kan op ondergeschikte punten afgeweken worden. In de specifieke gebruiksregels zijn vormen van strijdig gebruik en bepalingen omtrent aan-huis-gebonden beroepen, bed and breakfast en boerderijkamers opgenomen. Tevens is hier een voorwaardelijke verplichting voor de landschappelijke inpassing opgenomen. Middels de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - voorwaardelijke verplichting' ter plaatse van de compensatiewoning is de landschappelijke inpassing geborgd. De aanduiding ligt op het bouwvlak van de compensatiewoning, omdat de compensatiewoning de reden is dat het erf landschappelijk ingepast moet worden.
In de afwijking van de gebruiksregels zijn afwijkingsmogelijkheden opgenomen om via een omgevingsvergunning kleinschalige bedrijfsactiviteiten en andere landschappelijke maatregelen dan in de voorwaardelijke verplichting bepaald, toe te staan.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Verlengde Broekdijk 9 Kloosterhaar | PAGINA 53
Hoofdstuk 7
Economische uitvoerbaarheid
Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. Een exploitatieplan hoeft niet te worden vastgesteld als: a. a. het totaal der exploitatiebijdragen dat kan worden verhaald minder bedraagt dan € 10.000,–; b. b. er geen verhaalbare kosten zijn als bedoeld in artikel 6.2.4, onderdelen b tot en met f Besluit ruimtelijke ordening; c. c. de verhaalbare kosten uitsluitend de aansluiting van een bouwperceel op de openbare ruimte of de aansluiting op nutsvoorzieningen betreffen. In dit plan is sprake van één of meer van deze uitzonderingsgronden, zodat een exploitatieplan niet nodig is. De gemeentelijke kosten zijn beperkt tot de ambtelijke kosten, welke worden verhaald middels de gemeentelijke legesverordening. Eventuele planschade komt voor rekening van de initiatiefnemer. Hiertoe is een anterieure overeenkomst gesloten tussen initiatiefnemer en de gemeente.
Hiermee is het kostenverhaal anderszins verzekerd en is op grond van artikel 6.12 Wro geen exploitatieplan nodig.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Verlengde Broekdijk 9 Kloosterhaar | PAGINA 54
Hoofdstuk 8 8.1
Vooroverleg, inspraak en zienswijzen
Vooroverleg
Op grond van artikel 3.1.1 Bro is vooroverleg vereist met het waterschap en met de diensten van de provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. 8.1.1
Het Rijk
In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Geoordeeld wordt dat dit bestemmingsplan geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk. 8.1.2
Provincie Overijssel
Het ontwerpbestemmingsplan is aan de provincie Overijssel voorgelegd. De provincie heeft laten weten akkoord te gaan met het bestemmingsplan. 8.1.3
Waterschap Vechtstromen
In het kader van de watertoets heeft er een digitale watertoets plaatsgevonden via de website www.dewatertoets.nl. De uitkomsten van deze watertoets hebben voor alle locaties geleid tot de 'korte procedure'. Het waterschap geeft een positief wateradvies. De beantwoording van de vragen heeft er niet toe geleid dat er nader overleg met het waterschap moet worden gevoerd. 8.2
Inspraak
Conform de gemeentelijke inspraakverordening kan het bestuursorgaan zelf besluiten of inspraak wordt verleend bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid. In het voorliggende geval wordt geen voorontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegd door het college van Burgemeester en Wethouders. 8.3
Zienswijzen
Het ontwerp bestemmingsplan heeft vanaf 7 december 2023 gedurende zes weken ter inzage gelegen. Tijdens deze periode zijn geen zienswijzen ingediend.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Verlengde Broekdijk 9 Kloosterhaar | PAGINA 55
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Verlengde Broekdijk 9 Kloosterhaar | PAGINA 56
Bijlagen bij de toelichting
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Verlengde Broekdijk 9 Kloosterhaar | PAGINA 57
Bijlage 1
Ruimtelijk kwaliteitsplan
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Verlengde Broekdijk 9 Kloosterhaar | PAGINA 58
ruimtelijk kwaliteitsplan Verlengde Broekdijk 9 Kloosterhaar
Door:
dé Erfontwikkelaar b.v. Radewijkerweg 9 7791 RJ Radewijk
Telefoonnummer E-mail Internet Project Auteur Datum laatst gewijzigd Bestandsnaam Aantal pagina’s
06 24 88 38 28 herbert@erfontwikkelaar.nl www.erfontwikkelaar.nl 2473 H. Oldehinkel 24 oktober 2023 2473-RKP-001.indd 12
Niets uit dit document mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en/of dé Erfontwikkelaar b.v.
INHOUDSOPGAVE 1 INTRODUCTIE
1
2 VIGEREND BELEID
5
2.1.
omgevingsvisie overijssel
5
2.2.
visienota buitengebied
5
2.3.
landschapsidentiteitskaarten
5
3 B E S TA A N D E S I T U AT I E
6
3.1.
6
landschapskenmerken
4 RU I MT EL I J K K WA L I T EI T S P L A N
7
4.1.
ruimtelijk onderbouwing
9
4.2.
samenvatting maatregelen
9
4.3.
kwaliteitsimpuls groene omgeving
11
1 INTRODUCTIE dé Erfontwikkelaar b.v. heeft het voorliggende ruimtelijk kwaliteitsplan opgesteld naar aanleiding van de ontwikkelingen op het perceel Verlengde Broekdijk 9 te Kloosterhaar. De initiatiefnemers willen op het bestaande erf een extra woning van 750 m3 met een bijgebouw van 100 m2 bouwen. Het gehele erf wordt daarmee omgezet van agarisch naar wonen. Dit bouwrecht komt voort uit een rood voor roodproject aan de Radewijkerweg 44 te Radewijk. Hier zijn landschapsontsierende bebouwing gesloopt maar het is niet mogelijk om op deze locatie compensatiewoningen te realiseren.
plangebied
Voor de sloopmeters is een sloopbewijs afgegeven die deels ingezet wordt aan de Verlengde Broekdijk 9. Het inzetten van dergelijke sloopbewijzen kan onder meer op bestaande erven mits de ruimtelijke kwaliteit wordt versterkt . Dit betekent dat landschappelijke maatregelen dienen te worden getroffen om de ruimtelijke kwaliteit op het perceel te versterken. Voor de slooplocatie is reeds een bestemmingsplanprocedure doorlopen. Het gemeentelijk beleid in deze beoogt dat de bestaande (cultuurhistorische) kwaliteit een belangrijke rol speelt bij de uitstraling en uitdraging van de karakteristiek van het gebied. De gemeente heeft hiervoor de LandschapsIdentiteitskaarten als beleidskader.
1
lo catie plangebie d
2 3
1 4
,7 H
5 EIG Verle n
EN
D
1 OM
A
Het b est aande erf b est aat uit e en woning (1) met e en schuur (2).
gde B
roek d
ijk
Van o orsprong was het en agrarisch erf maar het is al jaren in ge bruik als wo onerf. De wens b est aat om e en comp ensatiewoning op het erf te b ouwen (3).Vo or de wo ning is e en grote tuin aanwezig (4). Het erf wordt ontsloten do or
2
e en inrit (5).
Het p erce el kent e en agrariche b estemming . (b esloten heide ontginningslandschap). Binnen de landschapsidentitietskaarten valt het binnen het b esloten ve enontginningsland3
schap.
plangebie d en omgeving rond 1900
plangebie d en omgeving rond 1950
plangebie d en omgeving rond 2010 4
2 VIGEREND BELEID
Hardenberg. Het perceel aan de Kloosterdijk valt in het deelgebied Dedemsvaart-Zuid, Colenbranderbos, Slagharen-Oost/
2.1.
OMGEVINGSVISIE OVERIJSSEL
West, De Krim, Bergentheim-Zuid.
De omgevingsvisie vormt het provinciale beleidsplan voor de fysieke leefomgeving van Overijssel. De Provincie Overijssel
In de Visienota Buitengebied worden, op hoger niveau, gebieds-
stuurt op ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid. Bestaande
kenmerken beschreven en ontwikkelingsrichtingen aangegeven.
kwaliteiten moeten worden beschermd en er moeten verbin-
Dit is in LIK’s en de Ontwikkelingsvisie verder uitgewerkt.
dingen worden gelegd tussen deze bestaande kwaliteiten en
perceelgrensbeplanting rechthoekige verkaveling erven veel erven met erfbeplanting
Zwak: erven zonder erfbeplanting lage biodiversiteit
nieuwe ontwikkelingen. Dat wil zeggen dat nieuwe ontwikke-
Gebiedskenmerken:
lingen moeten bijdragen aan de verbetering van de ruimtelijke
Landschapstype: Veenontginningslandschap
kwaliteit. Voor het behoud en het versterken van de ruimtelijke
Kansen voor het gebied zijn: aanleg en herstel erfbeplanting landschappelijke inpassing ruimte voor nieuwe kleinschalige functies in voormalige vrijkomende agrarische bedrijfsgebouwen (VAB).
Middels een verdeling in 4 lagen zijn de gebiedskenmerken
Landschapskenmerken: Openheid/regelmatigheid Vlakke ligging Openstrekkende strokenverkaveling Herkenbare wijkenstructuur Bebouwing langs ontginningsassen
binnen de Omgevingsvisie toegelicht:
Huidige functies: hoofdzakelijk landbouw
kwaliteit vormen essentiële gebiedskenmerken het uitgangspunt.
Ontwikkelingsrichting: landbouw • • • •
De natuurlijke laag De laag van het agrarisch-cultuur landschap De stedelijke laag (hier n.v.t.) De laag van de beleving (hier n.v.t.)
2.3.
LANDSCHAPSIDENTITEITSKAARTEN
Het plangebied is beschreven in de LandschapIdentiteitsKaart (LIK):
Het gebied ligt in de natuurlijke laag hoogveen met het hoog-
BERGENTHEIM- ZUID. In de LIK worden de specifieke kenmer-
veenontginningslandschap als agrarisch cultuurlandschap.
ken en kwaliteiten van het deelgebied vastgelegd.
De ontwikkelingspersectief is schoonheid van de moderne landbouw met wonen, werken en recreeren als goede buur.
Het plangebied ligt binnen het LIK in het besloten heideontginningslandschap. Uit het LIK (en het achtergronddocument)
Het erf valt in het gebied donkerte. Hier is het ‘s nachts nog
zijn die zaken aangehaald welke bruikbaar zijn voor het plan en
echt donker en dat wordt al kwaliteit gezien.
de inrichting van het plangebied.
Sterk: verspreide bebouwing langs wegen De Visienota Buitengebied van de gemeente Hardenberg (2006) strak rechtlijnig wegenpatroon is een ruimtelijke visie voor het buitengebied van de gemeente rechthoekige kleinschalige verkaveling; 2.2.
5
VISIENOTA BUITENGEBIED
het erf in het b esloten heide ontginningslandschap
3 B E S TA A N D E S I T U AT I E 3.1.
LANDSCHAPSKENMERKEN
Het plangebied werd van oorsprong ontsloten op de Verlengde Broekdijk. Op de historische kaart is te zien dat de oorspronkelijke boerderij ook op deze plek stond. Het erf is eind 19e eeuw ontstaan nadat op de hogere delen landbouw ontstond. De erven in de omgeving kenmerken zich door de sterke relatie met het landschap. Vaak lopen bomenrijen of houtwallen langs of over het erf. Daarmee zijn de erven verweven met het landschap. In de nabije omgeving komen veel bosjes voor (of bosstroken om ontgrondingen). Het contrast met de meer open veengebieden ten noorden is waardevol. De erven kennen geen harde overgangen naar het landschap en worden niet geheel afgeschermd. Het erf aan de Verlengde Broekdijk 9 bestaat uit een kleine met daarachter een schuur. Het erf wordt aan de oostzijde afschermd middels een struikenrij van coniferen en dennen die een scheiding vormen tussen het erf van de buren.
landschapsstructuurkaart Belangrijkste ruimtelijke kenmerken:
Vanaf de Verlengde Broekdijk is er beperkt zicht op het erf door een hoge beukenhaag aan de westzijde en opgaande beplanting aan de noordzijde. Het omliggende weiland is ook van initiatiefnemer. Het erf wordt ontsloten op de Verlengde Broekdijk.
6
het hoogteverschil van de meer besloten stuwwal is goed te ervaren, het contrast met het lager gelegen open veen is een kwaliteit van de plek overgangsgebied naar het dorp Kloosterhaar het erf vormt geen onderdeel van de lintbebouwing maar is een oud agrarisch erf; de gebouwen staan uitgelijnd op het erf veel opgaand groen in de omgeving het gebied kent verschillende tijdslijnen van bebouwing, deze diversiteit is waardevol en geeft een tijdslijn weer. (boerderij, bedrijfwoning, stallen).
4 RUIMTELIJK K WA L I T EI T S P L A N Uitgangspunten initiatiefnemer: toevoegen compensatiewoning; behouden schuur; voldoende privacy. Uitgangspunten gemeente: landschappelijk goed inpassen van het gehele erf; enkel gebruik streekeigen beplanting; aansluiten op de gebiedskenmerken van het besloten hoogveenontginningslandschap zoals is omschreven in de LandschapsIdentiteitsKaarten.
n ne
erf
e ro
rg ve
Uitgangspunten provincie: het erf moet aansluiten op de gebiedskenmerken (hoogveenontginningslandschap) volgens de Omgevingsvisie Overijssel; de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving is van toepassing.
7
de compensatiewoning als onderdeel van het erf
5.
Hoogstam boomgaard
6.
Gebiedsvreemde beplanting rooien en vervangen door streekeigen houtsingel van min. 5 (m) breed
7.
Groene inrit
8.
Nieuw aan te planten beukenhaag
9.
Aanplant zilverlinde
bestand door
Bestaande schuur t.b.v. aan huis gebonden bedrijf
schaal
4.
versie
Bijgebouw
4 sept. 2023
3.
8
a3
Compensatiewoning
formaat
2.
1 (3)
Bestaande woning (eigendom)
tekeningno
1.
datum
10
10. Aanplant beuken
6
5 4
8
9 2 3
10
laat je erf groeien!
het erfinrichtingsplan
Erfinrichtingsplan Verlengde Broekdijk 9 Kloosterhaar
1 7
8
2473
project
Legenda
4.1.
RUIMTELIJK ONDERBOUWING
afgeschermd door een beukenhaag die gerooid zal worden.
Situering compensatiewoning
Hiermee ontstaat een opener voorerf met een weide. Het
Er is gekozen om het nieuwe woonperceel naast de be-
vormt geen barierre meer tussen de bestaande en de nieu-
staande te bouwen binnen het huidige agrarische bouw-
we bebouwing. Dit versterkt de één erfgedachte waaraan
vlak. Door de compensatiewoning ‘achter’ de rooilijn van
voldaan moet worden. Middels de aanplant van een beu-
de bestaande woning te bouwen ontstaat een ruimtelijke
kenhaag wordt het ‘nieuwe’ voorerf afgeschermd. Tussen
eenheid. Het wordt hiermee geen lintbebouwing maar blijft
de woningen worden hoogstam fruitbomen geplant. Dit
een erf met een cluster bebouwing.
vorm een passend centraal deel op het erf.
Tevens ontstaat de ruimte om het erf weer aan te laten
Het achtererf zal bestaan uit een houtsingel die de be-
sluiten op de gebiedskenmerken. Het is kenmerkend dat
staande, minder passende, dennen en coniferen vervangt..
gebouwen uitgelijnd zijn aan elkaar. Doordat de schuur het
Door de houtsingel ook aan de zuidzijde aan te planten
grootste volume op het erf is en deze gelijk aan de over-
ontstaat een groene rug voor het ‘nieuwe’ erf. De rechtlij-
heerzende richting staat is gekozen om de compensatie-
nigheid wordt versterkt en het erf presenteerd zich als een
woning en het nieuwe bijgebouw daar aan uit te lijnen. De
eenheid.
woning zal een landelijke karakter kennen en tesamen met
door de haag te rooien ontstaat er weer zicht op de woning
de te behouden woning en schuur een ruimtelijke eenheid
De erven langs de Verlengde Broekdijk komen sterk over-
vormen.
een met de omschreven karakteristiek. Het zijn half open erfensembles, al dan niet voorzien van enkele grote bomen
De woning zal ontsloten blijven door de bestaande inrit op
en gesloten bosjes of singels. Richting de weg zijn de tuinen
de Verlengde Broekdijk. Op het erf is ruimte om te keren en
open en er is zicht op de bebouwing. De erven in het beslo-
te parkeren.
ten heideontginingslandschap kennen een duidelijke cluster waarbij de verhouding groen en stenen in balans is.
Groenstructuur en inrichting erf: Vanuit de landschapsidentiteitskaarten is het gewenst om
De keuze voor de verharding moet in afstemming gemaakt
in het besloten heideontginningslandschap de groenstruc-
worden met de materialisering van de architectuur. Ver-
tuur te versterken en te herstellen. De erven kennen daar
harding moet in een gedekte kleurstelling sober toegepast
een beslotener karakter dan in het meer open veenontgin-
worden. Dit in afstemming met de kleurstelling van de
nigslandschap (langs de van Roijensweg).
gevels en overige materialisering van het woonhuis en de overige gebouwen. Schuttingen en hoge opgaande exoten
Het erf ligt nu ook vrij besloten in het landschap. Het wordt 9
moeten in het buitengebied voorkomen worden.
4.2. SAMENVATTING MAATREGELEN haag rooien waarmee de compensatiewoning meer onderdeel van het erf wordt; verwijderen gebiedsvreemde beplanting aan oostzijde; bestaande inrit blijft behouden het erf blijft zich als eenheid presenteren; aanplant nieuwe houtsingel aan de oost- en zuidzijde op het erf worden bomen aangeplant, deze schermen het erf deels af en geven het de gewenste groene uitstraling;
project
2
Legenda 3 1.
Aanplant van hoogstam fruitbomen Malus/Pyrus/Prunus Bij voorkeur oude soorten Aanplantmaat 12-14 Totaal 6 stuks
2.
Coniferen en dennen rooien, inplanten houtsingel bestaande uit: Quercus robur - Zomereik - 10% Alnus glutinosa - Zwarte els - 10% Creategus monogyna - Meidoorn- 25% Prunus spinosa - Sleedoorn 20% Corylus avelana - Hazelaar - 10% Cornus sanguinea - Rode Kornoelje 15% Rosa rubiginosa - Egelantier - 10% Aanplantmaat 80-100 met 1 st/m2 aanplanten in groepen van 5 Eindbeeld is een houtsingel van min. 5 (m) breed
3.
Aanplant beukenhaag - Fagus sylvatica Aanplantmaat 80-100 Aanplanten met 5 st/m1 Eindbeeld is een geschoren haag van max. 1 (m) hoog
4.
Aanplant beuk - Fagus sylvatica Aanplantmaat 14-16 Totaal 6 stuks Eindbeeld is een boomrij
1
3
4
10
laat je erf groeien!
4.3.
KWALITEITSIMPULS GROENE OMGEVING
Gebiedseigen ontwikkeling
Tegenprestatie
Met de kwaliteitsimpuls Groene Omgeving biedt de provincie
Het ontwikkelingsperspectief voor het plangebied voorziet
Al met al worden er boven op de basisinspanning aanvullende
Overijssel beleidsruimte aan gemeenten voor ontwikkelingen
primair in het bieden van ruimte aan (verbrede) agrarische
kwaliteitspretaties gevraagd, die bijdragen aan de versterking
in de groene ruimte. Nieuwe ontwikkelingen moeten mogelijk
bedrijven en wonen.(mixlandschap). In voorliggend geval is dan
van de gebiedskenmerken uit het landschapsontwikkelingsplan
zijn onder voorwaarde dat ze bijdragen aan de kwaliteit van de
ook sprake van een gebiedseigen functie. Tevens draagt het
en de ontwikkelingsrichting uit de ontwikkelingsvisie.
leefomgeving. In het buitengebied is ruimte voor grootschalige
initiatief bij aan het sociaal en economisch vitaal houden van
uitbreidingen en nieuwe ontwikkelingen mits die gelijk opgaan
het buitengebied..
met verbeteringen van de ruimtelijke kwaliteit.
Deze tegenprestatie zal bestaan door het slopen van 850 m2 landschapsontsierende bebouwing. Middels een sloopbewijs
Schaal en impact op de omgeving
van 850 m2 - Radewijkerweg 44 te Radewijk wordt hieraan
Ruimtelijke kwaliteit wordt gerealiseerd door naast bescher-
De activiteiten zullen plaatsvinden aansluitend op een bestaand voldaan.
ming vooral in te zetten op het verbinden van bestaande ge-
erf. Aan de Radewijkerweg 44, tevens binnen de gemeente
biedskwaliteiten en nieuwe ontwikkelingen, waarbij bestaande
Hardenberg worden in totaal 850 m2 aan landschapsontsieren-
kwaliteiten worden beschermd en versterkt en nieuwe kwalitei-
de bebouwing gesloopt. Het totale bebouwde oppervlakte in
ten worden toegevoegd.
het buitengebied van Hardenberg neemt hiermee af. De schaal van de ontwikkeling is klein, mede door de positionering van de
De methodiek voor het bepalen van de balans tussen ontwikke- gebouwen middels de één erfgedachte. De impact op de omgelingsruimte en de gevraagde investering in de groene omge-
ving is hiermee beperkt en kan zelfs als positief ervaren worden
ving, is gericht op het volgende: hoe meer de ontwikkeling als
door het opruimen van oude stallen.
gebiedsvreemd te beschouwen is en /of hoe groter de schaal en impact op de ruimtelijke kwaliteit is, des te zwaarder weegt
Eigen belang en maatschappelijk belang
dat aan de ontwikkelingskant van de balans en hoe hoger de
Er is sprake van een eigen belang. Er wordt een nieuwe woning
aanvullende kwaliteitsprestaties dan dienen te zijn. Als het gaat
op een bestaande erf gerealiseerd. Ook is er een maatschap-
om een gebiedsvreemde ontwikkeling van een grote schaal
pelijk belang. In het buitengebied van Hardenberg staat veel
en met een grote impact op de omgeving, dan zal een forse
landschapsontsierende bebouwing met asbest. Door sloop van
investering in het landschap nodig zijn. Om te beoordelen of
deze gebouwen te stimulieren zal de ruimtelijke kwaliteit van
medewerking kan worden verleend aan het verzoek, wordt het
het gehele buitengebied verbeteren. Dit is goed voor de leefom-
volgende model gevolgd:
geving en het landschap.
11
Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving (KGO) saneren 850 m2 landschapsontsierende bebouwing
Bijlage 2
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Verlengde Broekdijk 9 Kloosterhaar | PAGINA 74
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
Verlengde Broekdijk 9, Kloosterhaar
07-09-2023
Status: Definitief
AKOESTISCH ONDERZOEK WEGVERKEERSLAWAAI VERLENGDE BROEKDIJK 9, KLOOSTERHAAR
Status: Datum: Projectnummer: Versie:
Definitief 07-09-2023 2023-422 1
INHOUDSOPGAVE Hoofdstuk 1 Inleiding ....................................................................................................... 4 Hoofdstuk 2 Wettelijk kader ............................................................................................ 5 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5
Algemeen ............................................................................................................................................... 5 Zone langs wegen .................................................................................................................................. 5 Grenswaarden ....................................................................................................................................... 5 Berekenen geluidsbelasting ................................................................................................................... 6 Gemeentelijk geluidsbeleid ................................................................................................................... 6
Hoofdstuk 3 Uitgangspunten ........................................................................................... 7 3.1 3.2
Situatie projectgebied ........................................................................................................................... 7 Verkeersgegevens.................................................................................................................................. 8
Hoofdstuk 4 Resultaten ................................................................................................... 9 4.1 4.2 4.3 4.4
Berekeningen ......................................................................................................................................... 9 Geluidsbelasting .................................................................................................................................... 9 Hogere waarde .................................................................................................................................... 10 Maatregelen reductie geluidbelasting ................................................................................................. 10
4.4.1
Bronmaatregelen ............................................................................................................................ 10
4.4.2
Overdrachtsmaatregelen ................................................................................................................ 11
4.4.3
Gevelmaatregelen ........................................................................................................................... 11
Hoofdstuk 5 Conclusie ................................................................................................... 12 Bijlagen
.................................................................................................................. 13
Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4
Verkeersgegevens ....................................................................................................................... 13 Rekenmodel ................................................................................................................................ 14 Itemeigenschappen..................................................................................................................... 16 Resultatentabellen ...................................................................................................................... 17
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
3
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Verlengde Broekdijk 9, Kloosterhaar Definitief
HOOFDSTUK 1
INLEIDING
Voorliggend akoestisch onderzoek heeft betrekking op het perceel gelegen aan de Verlengde Broekdijk in het buitengebied van Kloosterhaar (hierna: plangebied). Het projectgebied valt onder de gemeente Hardenberg. Op het perceel wil initiatiefnemer een vrijstaande woning met bijgebouw realiseren. In afbeelding 1.1 is de ligging van het projectgebied door middel van een rode ster en een rode omkadering ten opzichte van de omgeving weergegeven.
Afbeelding 1.1
Ligging van het plangebied ten opzichte de directe omgeving (Bron: OpenStreetMap)
Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling dient een ruimtelijke procedure te worden doorlopen. In het kader van deze procedure is het benodigd de geluidbelasting ter plaatse van de te realiseren woning te toetsen aan het stelsel van voorkeurswaarde en maximale ontheffingswaarden uit de Wet geluidhinder. Voorliggend onderzoek heeft uitsluitend betrekking op het aspect wegverkeerslawaai. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de regels van het vigerende Reken- en meetvoorschrift geluid 2012. In voorliggende rapportage zijn de uitgangspunten rekenresultaten en conclusies van het onderzoek beschreven.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
4
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Verlengde Broekdijk 9, Kloosterhaar Definitief
HOOFDSTUK 2 2.1
WETTELIJK KADER
Algemeen
Artikel 77 van de Wet geluidhinder (Wgh) bepaalt dat bij de voorbereiding van een bestemmingsplan, wijzigingsplan, uitwerkingsplan of bij het voorbereiden van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse afwijking akoestisch onderzoek uitgevoerd dient te worden. Doel van dit onderzoek is de geluidsbelasting aan de gevel van een geluidsgevoelig object als gevolg van de weg te bepalen. Onderzoek is enkel noodzakelijk indien een geluidsgevoelige bestemming zich binnen de wettelijke geluidszone van een weg bevindt. In de volgende paragraaf wordt nader ingegaan op de wettelijke geluidszone van wegen.
2.2
Zone langs wegen
Artikel 74.1 van de Wgh bepaalt dat wegen een wettelijke geluidszone hebben. De breedte van de geluidszone is afhankelijk van het aantal rijstroken en of de weg in stedelijk of in buiten stedelijk gebied is gelegen. In tabel 1 worden de wettelijke geluidszones weergegeven. Aantal rijstroken 1 of 2 3 of 4 5 of meer Tabel 1
Stedelijk gebied 200 m 350 m 350 m
Buiten stedelijk gebied 250 m 400 m 600 m
Wettelijke geluidszones wegen (Bron: wetten.overheid.nl).
De wettelijke geluidszone bevindt zich aan weerszijde van de weg en begint naast de buitenste rijstrook. Eventuele parkeerstroken, voet- en fietspaden en vluchtstroken behoren niet tot de weg. Binnen de zone van een weg dient akoestisch onderzoek plaats te vinden naar de geluidsbelasting op de binnen de zone gelegen woning(en). Bij het berekenen van de geluidsbelasting wordt de L den-waarde in dB bepaald. De Lden-waarde is het energetisch en naar tijdsduur van de beoordelingsperiode gemiddelde van de volgende waarden: • • •
Het geluidsniveau in de dagperiode (tussen 7.00 en 19.00 uur); Het geluidsniveau in de avondperiode (tussen 19.00 en 23.00 uur) + 5 dB; Het geluidsniveau in de nachtperiode (tussen 23.00 en 7.00 uur) + 10 dB.
De berekende geluidsbelasting dient aan de voorkeurswaarde en indien nodig aan de uiterste grenswaarde van de Wgh worden getoetst. Op basis van artikel 74.2 van de Wgh gelden de in tabel 1 opgenomen zones niet voor: • •
Wegen die als woonerf zijn aangeduid; Wegen met een maximumsnelheid van 30 km/uur.
Het feit dat er voor de hiervoor genoemde gevallen geen wettelijke geluidszone geldt, betekent niet dat een akoestisch onderzoek automatisch niet benodigd is. Indien vooraf aangenomen kan worden dat niet aan de voorkeurswaarde van 48 dB kan worden voldaan, dient een akoestisch onderzoek uitgevoerd te worden. De geluidsbelasting van de weg kan hierdoor meegenomen worden in de belangenafweging in het kader van ‘een goede ruimtelijke ordening’.
2.3
Grenswaarden
In de Wgh worden eisen gesteld aan de maximaal toelaatbare geluidsbelasting op gevels van nog niet geprojecteerde woningen of gebouwen die binnen de geluidszone van een weg liggen. Met niet geprojecteerde woningen of gebouwen worden bedoeld:
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
5
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Verlengde Broekdijk 9, Kloosterhaar Definitief ‘woningen of gebouwen waarvoor het geldende bestemmingsplan verlening van de omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht niet toelaat’. De voorkeurswaarde voor de geluidsbelasting door wegverkeer bedraagt 48 dB. Bij een hogere geluidsbelasting kunnen burgemeester en wethouders een hogere waarde vaststellen. Voor een hogere waarde geldt een maximum, afhankelijk van de ligging van een geluidsgevoelig object. In tabel 2 is de hoogst mogelijke grenswaarde voor woningen als gevolg van wegverkeerslawaai weergegeven. Locatie woning Stedelijk gebied Buitenstedelijk gebied Tabel 2
Hoogst mogelijke waarde wegverkeerslawaai 63 dB (art. 83 lid 2 Wgh) 53 dB (art. 83 lid 1 Wgh)
Hoogst mogelijke grenswaarde wegverkeerslawaai (Bron: wetten.overheid.nl)
Het vaststellen van een hogere waarde is enkel mogelijk indien maatregelen om de geluidsbelasting te reduceren op bezwaren stuiten van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. Hierbij moet afgewogen worden of de cumulatieve geluidsbelasting (het totaal van de geluidsbelasting van alle wegen gezamenlijk) niet leidt tot een onaanvaardbare geluidsbelasting. Bij het vaststellen van een hogere waarde moet bij de bouwvergunningsaanvraag aangetoond worden dat aan de gestelde geluidseisen (binnenwaarde in de geluidgevoelige ruimten 33 dB) wordt voldaan zoals in artikel 3.1 van het bouwbesluit en in artikel 4.4 van het Besluit geluidhinder genoemd wordt.
2.4
Berekenen geluidsbelasting
De geluidsbelasting moet per weg afzonderlijk berekend worden en aan de voorkeurswaarde getoetst worden. Voordat de geluidsbelasting aan de voorkeurswaarde van 48 dB getoetst wordt, mag de berekende geluidsbelasting op basis van artikel 110g van de Wgh, aangevuld met artikel 3.4 van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012, worden verminderd. Reden hiervoor is de verwachting dat de geluidsproductie van motorvoertuigen steeds verder af zal nemen. De geluidsbelasting mag in de volgende situaties worden verminderd met: •
5 dB voor wegen met een maximumsnelheid tot 70 km/uur;
Voor wegen met een maximumsnelheid van 70 km/uur of meer mag de geluidsbelasting worden verminderd met: • • •
4 dB indien de geluidsbelasting zonder reductie 57 dB bedraagt; 3 dB indien de geluidsbelasting zonder reductie 56 dB bedraagt; 2 dB voor overige geluidsbelasting.
Uit uitspraak 201304862/3/R2 van de Raad van State blijkt dat het voor wegen met een snelheidsregime van 30 km/uur eveneens is toegestaan de geluidsbelasting met 5 dB te verminderen. Bij lagere snelheden wordt de geluidsemissie voornamelijk door motorgeluid veroorzaakt, bandengeluid speelt een minder grote rol. Toekomstige geluidsreductie is in de toekomst voornamelijk te verwachten door het gebruik van stillere motoren. De aftrek van 5 dB kan daardoor ook toegepast worden bij snelheden van 30 km/uur of minder.
2.5
Gemeentelijk geluidsbeleid
De gemeente Hardenberg beschikt niet over een eigen geluidsbeleid voor wegverkeerslawaai. Daarom wordt de Wet geluidshinder gevolgd.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
6
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Verlengde Broekdijk 9, Kloosterhaar Definitief
HOOFDSTUK 3 3.1
UITGANGSPUNTEN
Situatie projectgebied
Het voornemen ziet toe op het realiseren van een vrijstaande woning met bijgebouw. Het perceel is in de huidige situatie onbebouwd. De hoogte van de te realiseren woning zal circa 9 meter bedragen. In afbeelding 3.1 is de huidige situatie weergegeven. In afbeelding 3.2 is een situatieoverzicht van het te realiseren project weergegeven.
Afbeelding 3.1
Luchtfoto huidige situatie projectgebied (Bron: Provincie Overijssel)
Afbeelding 3.2
Impressie ontwikkeling (Bron: De Erfontwikkelaar)
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
7
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Verlengde Broekdijk 9, Kloosterhaar Definitief Het projectgebied ligt binnen de wettelijke geluidszone van de Verlengde Broekdijk (60 km/uur) en de Crullsweg (60 km/uur).. In tabel 3 zijn de uitgangspunten van onderhavig onderzoek weergegeven. Locatie projectgebied Hoogst mogelijke waarde wegverkeerslawaai Wgh Wgh van toepassing Vermindering geluidsbelasting alle wegen Tabel 3
Uitgangspunten akoestisch onderzoek
3.2
Verkeersgegevens
Buiten stedelijk 53 dB Ja 5 dB
De verkeersgegevens zijn aangeleverd door de gemeente Hardenberg en zijn afkomstig uit het Regionaal Verkeersmodel Overijssel. In voorliggend geval komen de intensiteiten uit het jaar 2040. Deze gegevens zijn dan ook aangehouden.. Het vrachtverkeer is met een 50/50 verhouding verdeeld over het middelzware- en zware vrachtverkeer. Voor de verkeersgegevens van de Crullsweg is uitgegaan van ervaringscijfers van BJZ.nu. In onderstaande tabel zijn de intensiteiten en voortuigverdeling per weg weergegeven. In bijlage 1 zijn de aangeleverde gegevens weergegeven. Weg- en verkeersgegevens Etmaalintensiteit 2040 (prognose) Uurintensiteit dag/avond/nacht (%) Lichte motorvoertuigen dag/ avond/ nacht (%) Middelzware vrachtwagens dag/ avond/ nacht (%) Zware vrachtwagens dag/ avond/ nacht (%) Wettelijke rijsnelheid (km/uur) Wegdektype Tabel 4
Verlengde Broekdijk
Crullsweg
2.650
300
6,7/3,7/0,6
6,7/3,7/0,6
77,36/77,36/77,36
97/97/97
11,32 /11,32/11,32
2/2/2
11,32 /11,32/11,32
1/1/1
60 km/uur
60 km/uur
Referentiewegdek
Referentiewegdek
Ingevoerde wegverkeersgegevens (Bron: Gemeente Hardenberg)
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
8
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Verlengde Broekdijk 9, Kloosterhaar Definitief
HOOFDSTUK 4 4.1
RESULTATEN
Berekeningen
De overdrachtsberekening voor de wegen is uitgevoerd overeenkomstig Standaard Reken Methode 2 van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012. Harde gebieden, zoals wegen en water, zijn ingevoerd als akoestisch hard (bodemfactor 1,0). Voor de zachte bodemgebieden, grasland of andere begroeiing, is de bodemfactor 0,0 aangehouden. Voor de overige delen, voornamelijk erven, is de bodemfactor 0,7 aangehouden. • • • •
wegen met intensiteiten; gebouwen inclusief hoogte (ingeladen van PDOK 3D geluid) bodemgebieden (ingeladen van PDOK BGT kaart); toetspunten op 1,5 meter,4,5 meter en/of 7,5 meter op de gevels van de woning.
In bijlage 2 zijn de uitsneden van het Rekenmodel weergegeven en in bijlage 3 zijn de itemeigenschappen weergegeven.
4.2
Geluidsbelasting
Om de geluidbelasting te bepalen zijn er 4 toetspunten geplaatst, waarbij voor de woning op elke gevel één toetspunt is geplaatst. In afbeelding 4.1 zijn de geplaatste toetspunten weergegeven. De resultatentabellen zijn in bijlage 4 opgenomen.
Afbeelding 4.1
Geplaatste toetspunten (Bron: Geomilieu, BJZ.nu)
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
9
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Verlengde Broekdijk 9, Kloosterhaar Definitief De geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer van de Verlengde Broekdijk bedraagt, inclusief 5 dB reductie, hoogstens 49 dB. Met deze waarde wordt niet voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB, maar wel aan de maximale ontheffingswaarde van 53 dB. De geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer van de Crullsweg bedraagt, inclusief 5 dB reductie, hoogstens 26 dB. Met deze waarde wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB.
4.3
Hogere waarde
Een hogere waarde als gevolg van wegverkeerslawaai is in voorliggend geval benodigd aangezien de geluidsbelasting afkomstig van de Verlengde Broekdijk niet aan de voorkeurswaarde uit de Wgh voldoet. Afwijken van de voorkeurswaarde is alleen mogelijk als bron- en overdrachtsmaatregelen kunnen rekenen op bezwaren van financiële, stedenbouwkundige, verkeerskundige of landschappelijke aard, een binnenniveau van 33 dB gerealiseerd kan worden en wordt voldaan aan het gemeentelijk geluidbeleid. In de volgende paragraaf worden mogelijke maatregelen om de geluidsbelasting te reduceren onderzocht.
4.4
Maatregelen reductie geluidbelasting
Om de geluidbelasting te reduceren kan gebruik worden gemaakt van bron-, overdrachts- en gevelmaatregelen, zoals in het vervolg van deze paragraaf beschreven. 4.4.1
Bronmaatregelen
Het geluid van een voertuig wordt veroorzaakt door het motorgeluid en het geluid van de banden. Vooral vrachtwagens zijn de afgelopen jaren veel stiller geworden. In het rekenmodel is hier al rekening mee gehouden. Daarnaast is de verwachting dat voertuigen in de toekomst nog stiller worden. Hier wordt rekening mee gehouden door de in paragraaf 2.4 beschreven aftrek toe te passen. De initiatiefnemer van het bouwplan heeft geen invloed op het reduceren van het geluid van voertuigen. Daarnaast heeft de initiatiefnemer ook geen invloed op de samenstelling van het verkeer, de verkeersintensiteit en het snelheidsregime. Het aanbrengen van stiller wegdek kan zorgen voor een geluidsreductie. Met DGD-A kan circa 3 dB geluidsreductie gerealiseerd worden en met DGD-B kan er circa 5 dB aan geluidsreductie gerealiseerd worden. Wat betreft de Verlengde Broekdijk zal er niet voldaan kunnen worden aan de voorkeurswaarde. In de onderstaande tabel is het verschil in kosten van het huidige wegdek tegenover het DGD-A en DGD B wegdek weergegeven.1 Er is hierbij vanuit gegaan dat het wegdeel Verlengde Broekdijk vanaf de Crullsweg tot de Crullsweg vervangen dient te worden (lengte circa 500 meter * breedte circa 7 meter) = 3.500 m². 2
Aanlegkosten per m Onderhoudskosten per m2 Totale kosten bij 3.500 m2
Referentiewegdek -€ 3,05 €10.675,-
DGD-A € 39,73 € 3,34 €150.745,-
DGD-B € 40,83 € 4,32 € 158.025.-
Het vervangen van het wegdek kan ervoor zorgen dat voor de Verlengde Broekdijk wordt voldaan aan de voorkeurswaarde. De kosten van het aanleggen van een DGD-B wegdek bedraagt circa €40,83 per m2. Wanneer er circa 3.500 m2 aan wegdek vervangen dient te worden bedragen de kosten € 158.025,-. Dit zijn relatief hoge kosten voor het verminderen van de geluidbelasting van 1 woning. Daarnaast zal de wegbeheerder niet instemmen met het aanpassen van een deel van de weg, wegens onderhoud technische redenen. Bronmaatregelen zijn niet doelmatig.
1 https://silentroads.nl/silentroadsng/kostentool
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
10
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Verlengde Broekdijk 9, Kloosterhaar Definitief 4.4.2
Overdrachtsmaatregelen
Een grotere afstand tussen de gevel en de weg leidt tot een lagere geluidsbelasting op de gevel. Om een lagere geluidsbelasting van 2 dB te realiseren moet de afstand tussen de gevel en de weg met 50% worden vergroot. Dit is niet realiseerbaar met de beschikbare ontwikkelingsruimte. Met een scherm van circa 5 meter hoog en 20 meter lang (op de erfgrens ten westen van woning 01) kan worden voldaan aan de voorkeurswaarde. Stedenbouwkundig is het plaatsen van een scherm echter niet realistisch. Het treffen van overdrachtsmaatregelen is dan ook niet doelmatig. 4.4.3
Gevelmaatregelen
Als een hogere geluidsbelasting wordt toegestaan moet het binnenniveau van 33 dB gewaarborgd worden. Artikel 110 lid g van de Wgh bepaalt dat de aftrek bij het vaststellen van de noodzakelijk geluidwering 0 dB bedraagt. Er moet dan ook met een geluidbelasting van maximaal dB worden gerekend. De vereiste geluidwering GA;K bedraagt 54 – 33 = 21 dB. Ten tijde van de vergunningverlening dient aangetoond te worden dat voldaan wordt aan de vereiste geluidswering van de gevels.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
11
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Verlengde Broekdijk 9, Kloosterhaar Definitief
HOOFDSTUK 5
CONCLUSIE
Voorliggend akoestisch onderzoek heeft betrekking op het perceel gelegen aan de Verlengde Broekdijk 9 in Kloosterhaar (hierna: projectgebied). Het plangebied valt onder de gemeente Hardenberg. Op het perceel wil initiatiefnemer een vrijstaande woning met bijgebouw realiseren. De geluidbelasting van de Crullsweg (60 km/uur deel) bedraagt, inclusief 5 dB reductie, hoogstens 26 dB. Voor deze weg wordt voldaan aan de voorkeurswaarde van 53 dB. De geluidbelasting ten gevolge van de Verlengde Broekdijk (60 km/uur deel) bedraagt, inclusief 5 dB reductie, hoogstens 49 dB. Hiermee wordt niet voldaan aan de voorkeurswaarde van 48 dB, maar wel aan de maximale ontheffingswaarde van 53 dB.. Bron- en overdrachtsmaatregelen kunnen rekenen op bezwaren van stedenbouwkundige, landschappelijke of financiële aard of zijn niet mogelijk. Gevelmaatregelen zijn het meest doelmatig. De cumulatieve geluidbelasting, exclusief reductie, bedraagt hoogstens 54 dB. De vereiste geluidwering GA;K bedraagt 54– 33 = 21 dB. Ten tijde van de vergunningverlening dient aangetoond te worden dat voldaan wordt aan de vereiste geluidswering van 21 dB voor de gevels. Gelet op vorenstaande is er sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de te realiseren woning met betrekking tot het aspect wegverkeerslawaai.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
12
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Verlengde Broekdijk 9, Kloosterhaar Definitief
BIJLAGEN Bijlage 1
Verkeersgegevens
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
13
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Verlengde Broekdijk 9, Kloosterhaar Definitief
Bijlage 2
Rekenmodel
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
14
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Verlengde Broekdijk 9, Kloosterhaar Definitief 3D weergaven
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
15
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Verlengde Broekdijk 9, Kloosterhaar Definitief
Bijlage 3
Itemeigenschappen
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
16
Itemeigenschappen Model: Groep: Naam VBD CW
Rekenmodel Wegverkeerslawaai V1 31-08-2023 - Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Verlengde Broekdijk 9, Kloosterhaar (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer Omschr. Verlengde Broekdijk Crullsweg
ISO_H 0,00 0,00
ISO M. 0,00 0,00
Hdef. Relatief Relatief
Geomilieu V2023.1 Licentiehouder: BJZ.nu B.V.
Type Verdeling Verdeling
Cpl False False
Cpl_W 1,5 1,5
Helling 0 0
Wegdek W0 W0
V(MR(D)) ---
V(MR(A)) ---
7-9-2023 10:51:15
Itemeigenschappen Model: Groep: Naam VBD CW
Rekenmodel Wegverkeerslawaai V1 31-08-2023 - Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Verlengde Broekdijk 9, Kloosterhaar (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer V(MR(N)) ---
V(MR(P4)) ---
V(LV(D)) 60 60
V(LV(A)) 60 60
V(LV(N)) 60 60
Geomilieu V2023.1 Licentiehouder: BJZ.nu B.V.
V(LV(P4)) ---
V(MV(D)) 60 60
V(MV(A)) 60 60
V(MV(N)) 60 60
V(MV(P4)) ---
V(ZV(D)) 60 60
7-9-2023 10:51:15
Itemeigenschappen Model: Groep: Naam VBD CW
Rekenmodel Wegverkeerslawaai V1 31-08-2023 - Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Verlengde Broekdijk 9, Kloosterhaar (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer V(ZV(A)) 60 60
V(ZV(N)) 60 60
V(ZV(P4)) ---
Totaal aantal 2650,00 300,00
%Int(D) 6,70 6,70
Geomilieu V2023.1 Licentiehouder: BJZ.nu B.V.
%Int(A) 3,70 3,70
%Int(N) 0,60 0,60
%Int(P4) ---
%MR(D) ---
%MR(A) ---
%MR(N) ---
7-9-2023 10:51:15
Itemeigenschappen Model: Groep: Naam VBD CW
Rekenmodel Wegverkeerslawaai V1 31-08-2023 - Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Verlengde Broekdijk 9, Kloosterhaar (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer %MR(P4) ---
%LV(D) 77,36 97,00
%LV(A) 77,36 97,00
%LV(N) 77,36 97,00
%LV(P4) ---
%MV(D) 11,32 2,00
Geomilieu V2023.1 Licentiehouder: BJZ.nu B.V.
%MV(A) 11,32 2,00
%MV(N) 11,32 2,00
%MV(P4) ---
%ZV(D) 11,32 1,00
%ZV(A) 11,32 1,00
%ZV(N) 11,32 1,00
%ZV(P4) ---
MR(D) ---
7-9-2023 10:51:15
Itemeigenschappen Model: Groep: Naam VBD CW
Rekenmodel Wegverkeerslawaai V1 31-08-2023 - Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Verlengde Broekdijk 9, Kloosterhaar (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer MR(A) ---
MR(N) ---
MR(P4) ---
LV(D) 137,35 19,50
LV(A) 75,85 10,77
LV(N) 12,30 1,75
Geomilieu V2023.1 Licentiehouder: BJZ.nu B.V.
LV(P4) ---
MV(D) 20,10 0,40
MV(A) 11,10 0,22
MV(N) 1,80 0,04
MV(P4) ---
ZV(D) 20,10 0,20
7-9-2023 10:51:15
Itemeigenschappen Model: Groep: Naam VBD CW
Rekenmodel Wegverkeerslawaai V1 31-08-2023 - Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Verlengde Broekdijk 9, Kloosterhaar (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer ZV(A) 11,10 0,11
ZV(N) 1,80 0,02
ZV(P4) ---
LE (D) 63 81,29 67,28
LE (D) 125 89,47 75,27
Geomilieu V2023.1 Licentiehouder: BJZ.nu B.V.
LE (D) 250 96,07 80,87
LE (D) 500 101,06 87,60
LE (D) 1k 105,41 94,59
LE (D) 2k 101,92 90,98
LE (D) 4k 95,21 84,16
7-9-2023 10:51:15
Itemeigenschappen Model: Groep: Naam VBD CW
Rekenmodel Wegverkeerslawaai V1 31-08-2023 - Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Verlengde Broekdijk 9, Kloosterhaar (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer LE (D) 8k 86,35 73,56
LE (A) 63 78,72 64,70
LE (A) 125 86,89 72,69
LE (A) 250 93,49 78,29
LE (A) 500 98,49 85,02
Geomilieu V2023.1 Licentiehouder: BJZ.nu B.V.
LE (A) 1k 102,83 92,01
LE (A) 2k 99,34 88,40
LE (A) 4k 92,63 81,58
LE (A) 8k 83,77 70,98
LE (N) 63 70,81 56,80
7-9-2023 10:51:15
Itemeigenschappen Model: Groep: Naam VBD CW
Rekenmodel Wegverkeerslawaai V1 31-08-2023 - Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Verlengde Broekdijk 9, Kloosterhaar (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer LE (N) 125 78,99 64,79
LE (N) 250 85,59 70,39
LE (N) 500 90,58 77,12
LE (N) 1k 94,93 84,11
LE (N) 2k 91,44 80,50
Geomilieu V2023.1 Licentiehouder: BJZ.nu B.V.
LE (N) 4k 84,73 73,68
LE (N) 8k 75,87 63,08
LE (P4) 63 ---
LE (P4) 125 ---
7-9-2023 10:51:15