CConstaterende datHardenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

Regels en toelichting bestemmingsplan 'Buitengebied Hardenberg, Moeshoekweg 10 Slagharen'

gemeenteraad 13 september 2022, gemeente HardenbergBij agendapunt: Het ongewijzigd vaststellen van het bestemmingsplan 'Buitengebied Hardenberg, Moeshoekweg 10 Slagharen' voor het toepassen van het beleid Erven met kwaliteit waarbij gedeeltelijk een woonbestemming en gedeeltelijk een bedrijfsbestemming wordt toegepast28.745 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Op basis van de geurverordening geldt een maximale geurbelasting van 14 OUE/m3. 5.6.2

Situatie plangebied

Aangezien er sprake is van een rood voor rood ontwikkeling, gelden geen wettelijke geurnormen, maar afstanden (artikel 14 Wgv). Op basis van de geurverordening van de gemeente Hardenberg dient de afstand tussen nieuwe stallen en geurgevoelige objecten minstens 50 meter bedragen. Bij bestaande stallen is deze afstand minimaal 25 meter. Aan deze afstanden wordt ruim voldaan. Omliggende agrarische bedrijven worden daarmee niet in hun bedrijfsvoering en ontwikkelingsmogelijkheden belemmerd. Daarnaast wordt opgemerkt dat het woon- en leefklimaat van omwonenden verbeterd ten opzichte van de huidige situatie, aangezien de planologische mogelijkheden voor het uitoefenen van een intensieve veehouderij komt te vervallen. Ten aanzien van het woon- en leefklimaat ter plaatse van de te realiseren compensatiewoningen is een geuronderzoek uitgevoerd, waarbij zowel de voor- als de achtergrondbelasting in kaart is gebracht. Het onderzoek is als bijlage 4 bij deze toelichting gevoegd. De belangrijkste resultaten en conclusies worden hierna uiteengezet. Voor de beoordeling van het woon- en leefklimaat is zowel de voorgrondgeurbelasting als

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Moeshoekw eg 10 Slagharen | PAGINA 48

de achtergrondgeurbelasting berekend. Uit de berekening van de voorgrondgeurbelasting volgt dat deze ten gevolge van de veehouderij aan de Stobbeplasweg 2 ten hoogste 2,8 OUE/m3 bedraagt ter plaatse van de te realiseren woning binnen het plangebied. Het woon- en leefklimaat als gevolg van de voorgrondgeurbelasting te kwalificeren als ‘redelijk goed’ ter plaatse van de te realiseren woning binnen het plangebied. Uit de berekening van de achtergrondgeurbelasting volgt dat de achtergrondgeurbelasting ten hoogste 2,7 OUE/m3 bedraagt ter plaatse van de te realiseren woning binnen het plangebied. Het woon- en leefklimaat als gevolg van de achtergrondgeurbelasting te kwalificeren als ‘goed’ ter plaatse van het plangebied. Conform de vuistregel ‘dat de voorgrondgeurbelasting maatgevend is indien die tenminste de helft bedraagt van de achtergrondbelasting; is in onderhavige situatie de voorgrondgeurbelasting maatgevend voor de beoordeling van het woon- en leefklimaat. De voorgrondgeurbelasting is gekwalificeerd als ‘redelijk goed’. Gelet op het vorenstaande is ter plaatse van het plangebied een aanvaardbaar woon- en leefklimaat te verwachten. 5.6.3

Conclusie

De Wgv vormt geen belemmering voor de uitvoering van dit plan.

5.7

Ecologie

Bescherming in het kader van de natuur wet- en regelgeving is op te delen in gebieds- en soortenbescherming. Bij gebiedsbescherming heeft men te maken met de Wet natuurbescherming en het Nederlands Natuurnetwerk. Soortenbescherming gaat uit van de bescherming van dier- en plantensoorten. Sinds 1 januari 2017 is het wettelijk kader ten aanzien van gebieds- en soortenbescherming vastgelegd in de Wet natuurbescherming. 5.7.1

Gebiedsbescherming

5.7.1.1 Natura 2000 Natura 2000 is een samenhangend netwerk van natuurgebieden in Europa. Natura 2000 bestaat uit gebieden die zijn aangewezen in het kader van de Europese Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en gebieden die zijn aangemeld op grond van de Europese Habitatrichtlijn (92/43/EEG). Deze gebieden worden in Nederland op grond van de Wet natuurbescherming beschermd. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 29 mei 2019 (zie: AbRS 29 mei 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1603 en ECLI:NL:RVS:2019:1604) besloten dat het Programma Aanpak Stikstof (hierna: PAS) niet gebruikt mag worden als basis om toestemming te verlenen voor activiteiten die leiden tot een stikstoftoename ter plaatse van stikstofgevoelige habitattypen en soorten in Natura 2000-gebieden. Het plangebied ligt niet binnen een Natura 2000-gebied. Het meest nabijgelegen stikstofgevoelige Natura 2000-gebied is 'Vecht en Beneden-Regge' op een afstand van circa 9,2 kilometer. Gelet op de zeer ruime afstand tussen het plangebied en het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, alsmede de beperkte aard en omvang van de voorgenomen ontwikkeling, wordt op voorhand geconcludeerd dat als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling er geen sprake is van een stikstofdepositie met significant negatief effect op Natura 2000-gebieden.

Het vorenstaande wordt bevestigd aan de hand van de zeer geringe verkeersgeneratie die de voorgenomen ontwikkeling met zich meebrengt (zie paragraaf 3.2.4). De bebouwing in het plangebied wordt allemaal gasloos. Hierdoor is geen sprake van stikstofemissie als gevolg van gasverbruik. Tot slot wordt opgemerkt dat, vanwege de ruime afstand van het plangebied tot Natura 2000-gebieden, op voorhand wordt geconcludeerd dat het voornemen door geluid, licht of trillingen geen negatieve effecten veroorzaakt voor Natura 2000-gebieden.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Moeshoekw eg 10 Slagharen | PAGINA 49

5.7.1.2 Natuurnetwerk Nederland (NNN) Provincies zijn verantwoordelijk voor de veiligstelling en ontwikkeling van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het ruimtelijk beleid voor het NNN is gericht op 'behoud, herstel en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN' waarbij tevens zoveel mogelijk rekening gehouden dient te worden met de andere belangen die in het gebied aanwezig zijn. De kernkwaliteiten binnen het NNN zijn natuurkwaliteit, landschappelijke kwaliteiten en beleving van rust. Voor ontwikkelingen die niet passen binnen de doelstelling van het NNN is geen ruimte, tenzij er sprake is van een zwaarwegend maatschappelijk belang waar niet op een andere manier aan kan worden voldaan. Daarbij worden de zogenaamde NNN-spelregels gehanteerd: herbegrenzing van het NNN, saldering van negatieve effecten en toepassing van het compensatiebeginsel. Het plangebied behoort niet tot het NNN. Gronden die tot NNN behoren liggen op circa 1,2 kilometer afstand ten westen van het plangebied. Gezien de aard en omvang van het voornemen en de onderlinge afstand tot het NNN is geen sprake van een aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden. 5.7.2

Soortenbescherming

5.7.2.1 Algemeen Wat betreft de soortbescherming is de Wet natuurbescherming van toepassing. Hierin wordt onder andere de bescherming van dier- en plantensoorten geregeld. Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient te worden getoetst of er sprake is van negatieve effecten op de aanwezige natuurwaarden. Als hiervan sprake is, moet ontheffing of vrijstelling worden gevraagd. 5.7.2.2 Situatie plangebied In voorliggend geval is door Natuurbank Overijssel een natuurwaardenonderzoek uitgevoerd. Het volledige onderzoeksrapport is opgenomen in bijlage 5 van deze toelichting. Hierna wordt op de bevindingen ingegaan. De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde plantensoorten, maar wel tot geschikt functioneel leefgebied voor verschillende beschermde dieren. Beschermde diersoorten benutten het plangebied hoofdzakelijk als foerageergebied, maar mogelijk nestelen er vogels, bezetten grondgebonden zoogdieren er een vaste rust- of voortplantingsplaats en bezetten amfibieën er een (winter)rustplaats. Vleermuizen bezetten geen vaste rust-of voortplantingsplaats in het plangebied maar gebruiken het wel als foerageergebied. Van de in het plangebied nestelende vogelsoorten, is uitsluitend het bezette nest beschermd, niet het oude nest of de nestplaats. Bezette vogelnesten zijn beschermd en mogen niet beschadigd of vernield worden.

Gelet op de aard van de werkzaamheden kan geen ontheffing verkregen worden voor het beschadigen of vernielen van bezette vogelnesten. Indien de bebouwing gesloopt wordt tijdens de voortplantingsperiode, wordt geadviseerd vooraf een broedvogelscan uit te voeren om de aanwezigheid van een bezet vogelnest uit te kunnen sluiten. Als gevolg van de voorgenomen activiteiten wordt mogelijk een beschermd grondgebonden zoogdier en amfibie gedood en wordt mogelijk een vaste (winter)rust- en/of voortplantingsplaats van een beschermd grondgebonden zoogdier of amfibie beschadigd en vernield. Voor de beschermde grondgebonden zoogdier- en amfibieënsoorten, die een vaste (winter)rust- en/of voortplantingsplaats in het plangebied bezetten, geldt een vrijstelling van de verbodsbepalingen het `beschadigen/vernielen van vaste rust- en voortplantingsplaatsen’. Er geldt geen vrijstelling voor het doden van beschermde grondgebonden zoogdieren en amfibieën. Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten neemt de betekenis van het plangebied als foerageergebied voor beschermde dieren niet af. 5.7.3

Conclusie

Het aspect ecologie vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Moeshoekw eg 10 Slagharen | PAGINA 50

5.8

Archeologie en cultuurhistorie

5.8.1

Archeologie

5.8.1.1 Algemeen Op grond van de Erfgoedwet dient er in ruimtelijke plannen rekening gehouden te worden met archeologische waarden. In de Erfgoedwet is bepaald dat gemeenten een archeologische zorgplicht hebben en dat initiatiefnemers van projecten waarbij de bodem wordt verstoord, verplicht zijn rekening te houden met de archeologische relicten die in het plangebied aanwezig (kunnen) zijn. Hiervoor is onderzoek noodzakelijk: het archeologisch vooronderzoek. Als blijkt dat in het plangebied behoudenswaardige archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, dan kan de initiatiefnemer verplicht worden hiermee rekening te houden. Dit kan leiden tot een aanpassing van de plannen, waardoor de vindplaatsen behouden blijven, of tot een archeologische opgraving en publicatie van de resultaten. 5.8.1.2 Situatie plangebied De gemeente Hardenberg heeft haar archeologiebeleid vastgelegd in het Beleidsplan Archeologie gemeente Hardenberg. De archeologische verwachtingswaarden zijn daarnaast doorvertaald in het bestemmingsplan voor het buitengebied van Hardenberg. Op basis van het geldend bestemmingsplan, is het plangebied niet voorzien van een archeologische dubbelbestemming. Ter plaatse van het plangebied is daarmee geen sprake van een archeologische verwachting. Gelet op het vorenstaande is een archeologisch onderzoek niet noodzakelijk. 5.8.2

Cultuurhistorie

5.8.2.1 Algemeen Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden bedoeld die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten. In de Bro is sinds 1 januari 2012 (artikel 3.1.6, vijfde lid, onderdeel a) opgenomen dat een bestemmingsplan “een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden” dient te bevatten. 5.8.2.2 Situatie plangebied Er bevinden zich, op basis van de Cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Overijssel, in het plangebied zelf geen rijks- danwel gemeentelijke monumenten. In het plangebied of in de directe nabijheid van het plangebied is er geen sprake van bijzondere cultuurhistorische waarden. Gesteld wordt dat het aspect cultuurhistorie geen belemmering vormt voor dit plan. 5.8.3

Conclusie

Geconcludeerd wordt dat er geen archeologisch onderzoek benodigd is en er geen sprake is van negatieve effecten op cultuurhistorische waarden.

5.9

Besluit milieueffectrapportage

5.9.1

Kader

De milieueffectrapportage is een wettelijk instrument met als doel het aspect milieu een volwaardige plaats in deze integrale afweging te geven. Een bestemmingsplan kan op drie manieren met milieueffectrapportage in aanraking komen: Op basis van artikel 7.2a, lid 1 Wm (als wettelijk plan);

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Moeshoekw eg 10 Slagharen | PAGINA 51

Er ontstaat een m.e.r.-plicht wanneer er een passende beoordeling op basis van art. 2.8, lid 1 Wet natuurbescherming nodig is. Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 3); Er ontstaat een m.e.r.-plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 3 (plannen). Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 4); Er ontstaat een m.e.r.-(beoordelings)plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 4 (besluiten). In het Besluit m.e.r. neemt het bestemmingsplan een bijzondere positie in, want het kan namelijk tegelijkertijd opgenomen zijn in zowel kolom 3 als in kolom 4 van het Besluit m.e.r.. Of het bestemmingsplan in deze gevallen voldoet aan de definitie van het plan uit kolom 3 of aan de definitie van het besluit uit kolom 4 is afhankelijk van de wijze waarop de activiteit in het bestemmingsplan wordt bestemd. Als voor de activiteit eerst één of meerdere uitwerkings- of wijzigingsplannen moeten worden vastgesteld dan is sprake van 'kaderstellend voor' en voldoet het bestemmingsplan aan de definitie van het plan. Is de activiteit geheel of gedeeltelijk als eindbestemming opgenomen voldoet het aan de definitie van het besluit.

Een belangrijk element in het Besluit m.e.r.. is het (in feite) indicatief maken van de gevalsdefinities (de drempelwaarden in kolom 2 in de D-lijst). Dit betekent dat het bevoegd gezag meer moet doen dan onder de oude regelgeving. Kon vroeger worden volstaan met de mededeling in het besluit dat de omvang van de activiteit onder de drempelwaarde lag en dus geen m.e.r. (beoordeling) noodzakelijk was, onder de nu geldende regeling moet een motivering worden gegeven. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd. 5.9.2

Situatie plangebied

5.9.2.1 Artikel 2.8 lid 1 van de Wet natuurbescherming Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is gelegen op circa 9,2 kilometer afstand van het plangebied. Gezien de aard en omvang van de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling, waarbij beperkte sloop- en bouwwerkzaamheden plaatsvinden er per saldo nagenoeg geen sprake is van een toename van verkeersbewegingen, in relatie tot de ruime afstand tot het Natura 2000-gebied wordt geconcludeerd dat geen sprake zal zijn van een aantasting van de instandhoudingsdoelstellingen van een Natura 2000-gebied. Een passende beoordeling op basis van artikel 2.8 lid 1 van de Wet natuurbescherming is in het kader van deze ontwikkeling dan ook niet noodzakelijk. Daarom is geen sprake van een m.e.r.-plicht op basis van artikel 7.2a van de Wet milieubeheer. 5.9.2.2 Drempelwaarden Besluit m.e.r. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de directe eindbestemmingen 'Agrarisch met waarden - Open veenontginningslandschap', 'Bedrijf - Open veenontginningslandschap' en 'Wonen - Open veenontginningslandschap'. De binnen het plangebied geplande ontwikkeling voldoet daarmee aan de definitie van een 'besluit' als bedoeld in het Besluit m.e.r. Dit betekent dat dit bestemmingsplan m.e.r.-(beoordelings)plichtig is, indien activiteiten mogelijk worden gemaakt die genoemd worden in onderdeel C of D van het Besluit m.e.r.

en de daarin opgenomen drempelwaarden overschrijden. In dit geval is er sprake van een ontwikkeling die niet wordt genoemd in onderdeel C van het Besluit m.e.r. en is daarom niet direct m.e.r.-plichtig. Op basis van onderdeel D kan de in dit plan besloten ontwikkeling worden aangemerkt als: 'De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen'. De ontwikkeling in dit bestemmingsplan is m.e.r.-beoordelingsplichtig indien de volgende drempelwaarden worden overschreden: 1. een oppervlakte van 100 hectare of meer,

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Moeshoekw eg 10 Slagharen | PAGINA 52

2. een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat, of 3. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. Gezien de drempelwaarden kan worden geconcludeerd dat voor dit bestemmingsplan geen sprake is van een m.e.r.-beoordelingsplicht.Echter, zoals ook in het voorgaande aangegeven, dient ook wanneer ontwikkelingen onder drempelwaarden blijven, het bevoegd gezag zich er van te vergewissen of activiteiten geen aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben. Gelet op de aard- en omvang van de voorgenomen ontwikkeling is het de vraag om er sprake is van een 'stedelijk ontwikkelingsproject' als bedoeld in onderdeel D 11.2 van het Bestluit milieueffectrapportage. Uit jurisprudentie (ABRvS 15 maart 2017, ECLI:NL:RVS:2017:694) volgt dat het antwoord op deze vraag afhankelijk is van de concrete omstandigheden van het geval, waarbij onder meer aspecten als de aard en de omvang van de voorziene ontwikkeling moet worden beoordeeld of sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject. Niet relevant is of per saldo aanzienlijke negatieve gevolgen voor het milieu kunnen ontstaan. Gelet op de kenmerken van het project (aard en omvang in vergelijking met de drempelwaarden uit het Besluit m.e.r.), de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten zullen geen belangrijke nadelige milieugevolgen optreden.

Eén en ander is tevens bekrachtigd in dit hoofdstuk waarbij is ingegaan op de diverse milieu- en omgevingsaspecten. Op basis hiervan kan geconcludeerd worden dat het milieubelang van de in dit bestemmingsplan in voldoende mate is afgewogen en dat er geen nadelige effecten zijn te verwachten. 5.9.3

Conclusie

Dit bestemmingsplan is niet m.e.r.-(beoordelings)plichtig. Tevens zijn geen nadelige milieugevolgen te verwachten als gevolg van de vaststelling van dit bestemmingsplan.

5.10

Water

5.10.1 Vigerend beleid 5.10.1.1

Europees beleid

De Europese Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG) is op 22 december 2000 in werking getreden en is bedoeld om in alle Europese wateren de waterkwaliteit chemisch en ecologisch verder te verbeteren. De Kaderrichtlijn Water omvat regelgeving ter bescherming van het binnenlandse oppervlaktewater, overgangswateren waaronder estuaria worden verstaan), kustwateren en grondwater. Voor het uitwerken van de doelstellingen worden er op (deel)stroomgebied plannen opgesteld. In deze (deel)stroomgebiedbeheersplannen staan de ambities en maatregelen beschreven voor de verschillende (deel)stroomgebieden. Met name de ecologische ambities worden op het niveau van de deelstroomgebieden bepaald. 5.10.1.2

Rijksbeleid

Het Rijksbeleid op het gebied van het waterbeheer is vastgelegd in het Nationaal Waterplan (NWP) 2016-2021 (vastgesteld 17 december 2015). Het plan geeft op hoofdlijnen de ambities weer van het Rijk ten aanzien van het nationale waterbeleid en het daaraan gerelateerde ruimtelijke beleid. De belangrijkste ambities richten zich op waterveiligheid, zoetwater en waterkwaliteit. Maar ook de Deltabeslissingen en enkele waterafhankelijke thema's als natuur en duurzame energie hebben in het plan een plek gekregen. De doorwerking van de beleidsambities/uitgangspunten naar lagere overheden is geregeld in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012), het Bestuursakkoord Water (2011) en de Waterweg (2009).

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Moeshoekw eg 10 Slagharen | PAGINA 53

5.10.1.3

Provinciaal beleid

In de Omgevingsvisie Overijssel wordt ruim aandacht besteed aan de wateraspecten. De ambities zijn, naast de uitvoering van de Kaderrichtlijn Water, gericht op de verbetering van de kwaliteit van de kleinere wateren, de veiligheid, de grondwaterbescherming, bestrijding van wateroverlast, de kwantiteit en kwaliteit van grond- en oppervlakte water en waterbeleving zowel in de groene ruimte als stedelijk gebied. 5.10.1.4

Beleid waterschap Vechtstromen

Door de invoering van de Kaderrichtlijn Water is Nederland verdeeld in vijf deelstroomgebieden. Het deelstroomgebied Rijn-Oost wordt beheerd door de waterschappen Drents Overijsselse Delta, Vechtstromen en Rijn en IJssel. Om te voldoen aan de eisen van de Kaderrichtlijn Water hebben deze waterschappen een Waterbeheerplan opgesteld. Het algemeen bestuur van waterschap Vechtstromen heeft in de vergadering van 7 oktober het 'Waterbeheerplan 2016-2021' vastgesteld. In het Waterbeheerplan is aangegeven hoe het waterschap zijn taken de komende jaren (2016 tot 2021) wil uitvoeren. In het plan zijn doelen en maatregelen gesteld voor de thema's waterveiligheid, voldoende water, schoon water en het zuiveren van afvalwater. Deze zijn gericht op: voorkomen of beperken van overstromingen, wateroverlast en droogte; beschermen en verbeteren van de kwaliteit van het oppervlaktewater en grondwater en het zorgen voor een goed functionerend regionaal watersysteem; het effectief en efficiënt behandelen van afvalwater in de afvalwaterzuiveringsinstallaties. 5.10.2 Waterparagraaf 5.10.2.1

Algemeen

Zoals in voorgaande paragrafen uiteen is gezet, wordt in het moderne waterbeheer (waterbeheer 21e eeuw) gestreefd naar duurzame, veerkrachtige watersystemen met minimale risico's op wateroverlast of watertekorten. Belangrijk instrument hierbij is de watertoets, die sinds 1 november 2003 in ruimtelijke plannen is verankerd. In de toelichting op ruimtelijke plannen dient een waterparagraaf te worden opgenomen. Hierin wordt verslag gedaan van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishoudkundige situatie (watertoets). Het doel van de watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). 5.10.2.2

Watertoetsprocedure

Het waterschap Vechtstromen is geïnformeerd over het plan door gebruik te maken van de digitale watertoets. De beantwoording van de vragen heeft ertoe geleid dat de normale procedure van toepassing is. Het watertoetsresultaat is opgenomen in Bijlage 6 bij deze toelichting. Doordat er sprake is van een 'normale procedure', zijn de plannen met het waterschap afgestemd. Het waterschap heeft de volgende adviezen meegegeven: Om wateroverlast in gebouwen te voorkomen adviseert het waterschap om de bovenzijde begane-grondvloer tenminste 30 centimeter boven de weg aan te leggen. Bij het realiseren van bebouwing en het aanleggen van de verharding moet rekening worden gehouden met voldoende drooglegging om bijvoorbeeld opdrijven van verharding en schimmelvorming in kruipruimten te voorkomen. We adviseren voor bebouwing met kruipruimten een drooglegging van 1,00 meter en voor bebouwing zonder kruipruimte een drooglegging van 0,70 meter. Bij de uitwerking van de bouwplannen, wordt het advies van het waterschap meegewogen. Hierna wordt op de overige wateraspecten ingegaan:

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Moeshoekw eg 10 Slagharen | PAGINA 54

Waterhuishoudkundige aspecten plangebied Algemeen Het plangebied is gelegen in het buitengebied van Hardenberg. De locatie bevindt zich niet binnen een grondwaterbeschermings-, intrek- of waterwingebied. Grondwater Binnen het plangebied zijn geen gevallen van grondwateroverlast bekend. Oppervlaktewater In de huidige situatie is geen oppervlaktewater aanwezig en het plan voorziet niet in de aanleg van nieuw oppervlaktewater. Hemelwater Het schoonhemelwater wordt zoveel mogelijk in het plangebied vastgehouden en met een overstort afgevoerd. De definitieve uitwerking van de omgang met het hemelwater wordt bij de uitvoering nader uitgewerkt. De mogelijkheden om hemelwater in het plangebied te laten infiltreren zijn aanwezig. Afvalwater Het afvalwater wordt net als in de huidige situatie afgevoerd naar de riolering. Het rioolstelsel wordt dusdanig uitgevoerd dat het afvalwater van het toekomstige aantal vervuilingseenheden kan worden afgevoerd. Dit temeer doordat ter plaatse van het plangebied tevens functies komen te vervallen. 5.11

Hoogspanningsleiding

5.11.1 Algemeen Het verrichten van werkzaamheden in de nabijheid van hoogspanningsmasten kan gevaar met zich meebrengen. Er moet aan bepaalde voorwaarden worden voldaan bij werkzaamheden in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen. Uit studies in 2005 is aangetoond dat met name kinderen tot 15 jaar gevoelig zijn voor magneetvelden van 0,4 micro Tesla als zij daar langdurig aan blootgesteld worden. Voorkomen moet worden dat gevoelige functies in het betreffende magneetveld worden geraliseerd. Door het RIVM is een netwerkkaart opgesteld waar alle hoogspanningskabels op staan weergegeven met de mageneetveldzones tot 0,4 micro Tesla. 5.11.2 Situatie plangebied Ten westen van het projectgebied is een hoogspanningskabel aangewezig. De betreffende hoogspanningskabels ten westen van het plangebied betreffen 380/110 kV kabels met een magneetveldzone (0,4 micro Tesla) van 115 meter aan weerszijden van de kabel. Met de positionering van de beoogde nieuwe woning is rekening gehouden van de hiervoor genoemde magneetveldzone. De te realiseren (bedrijfs)woning ligt buiten de magneetzone, waardoor de hoogspanningskabel geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling. Tot slot wordt opgemerkt dat de woning aan de Moeshoekweg 10 wel binnen de magneetveldzone ligt. Dit betreft echter een bestaande woning en behoeft geen nadere aandacht.

5.11.3 Conclusie Geconcludeerd wordt dat de hoogspanningskabel ten westen van het plangebied geen vormt belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Moeshoekw eg 10 Slagharen | PAGINA 55

Hoofdstuk 6 6.1

Juridische aspecten en planverantwoording

Inleiding

In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op het plangebied, het relevante beleid en de milieu- en omgevingsaspecten. De informatie uit deze hoofdstukken is gebruikt om keuzes te maken bij het maken van het juridische deel van het bestemmingsplan: de verbeelding en de regels. In dit hoofdstuk wordt dieper ingegaan op de opzet van dit juridische deel. Daarnaast wordt een verantwoording gegeven van de gemaakte keuzes op de verbeelding en in de regels. Dat betekent dat er wordt aangegeven waarom een bepaalde functie ergens is toegestaan en waarom bepaalde bebouwing daar acceptabel is. 6.2

Opbouw van de regels

6.2.1

Algemeen

In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) die op 1 juli 2008 in werking is getreden, is de verplichting opgenomen om ruimtelijke plannen en besluiten digitaal vast te stellen. De digitaliseringsverplichting geldt vanaf 1 januari 2010. In de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening is vastgelegd dat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) de norm is voor de vergelijkbaarheid van bestemmingsplannen. Naast de SVBP zijn ook het Informatiemodel Ruimtelijke Ordening en de Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten normerend bij het vastleggen en beschikbaar stellen van bestemmingsplannen. De SVBP geeft normen voor de opbouw van de planregels en voor de digitale verbeelding van het bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan is opgesteld conform de normen van de SVBP2012. Het juridisch bindend gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit planregels en bijbehorende verbeelding waarop de bestemmingen zijn aangegeven. Deze verbeelding kan zowel digitaal als analoog worden verbeeld. De verbeelding en de planregels dienen in samenhang te worden bekeken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: 1. Inleidende regels; 2. Bestemmingsregels; 3. Algemene regels; 4. Overgangs- en slotregels. 6.2.2

Inleidende regels

Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied en bevatten: Begrippen (Artikel 1) In dit artikel zijn definities van de in de regels gebruikte begrippen opgenomen. Hiermee is een eenduidige interpretatie van deze begrippen vastgelegd. Wijze van meten (Artikel 2) Dit artikel geeft op een eenduidige manier aan op welke wijze afstanden, dakhellingen en oppervlakten moeten worden gemeten en hoe voorkomende eisen betreffende de maatvoering begrepen moeten worden. 6.2.3

Bestemmingsregels

Hoofdstuk 2 van de regels bevat de juridische vertaling van de in het plangebied voorkomende bestemmingen. De regels zijn onderverdeeld in o.a.:

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Moeshoekw eg 10 Slagharen | PAGINA 56

Bestemmingsomschrijving: omschrijving van de activiteiten die zijn toegestaan; Bouwregels: eisen waaraan de bebouwing moet voldoen (bouwhoogte, inhoudsmaat, etc.); Afwijken van de bouw- en gebruiksregels: onder welke voorwaarde mag afgeweken worden van de aangegeven bouw- en gebruiksregels; Specifieke gebruiksregels: welk gebruik van gronden en opstallen in ieder geval strijdig zijn; Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden; Wijzigingsbevoegdheid: onder welke voorwaarde het plan mag worden gewijzigd. In paragraaf 7.3 worden de bestemmingen nader toegelicht. 6.2.4

Algemene regels

Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied. Dit hoofdstuk is opgebouwd uit: Anti-dubbeltelregel (Artikel 6) Deze regel is opgenomen om een ongewenste verdichting van de bebouwing te voorkomen. Deze verdichting kan zich met name voordoen, indien een perceel of een gedeelte daarvan, meer dan één keer betrokken wordt bij de berekening van een maximaal bebouwingspercentage. Algemene bouwregels (Artikel 7) In dit artikel zijn regels opgenomen ten aanzien van bestaande afmetingen en afstanden en afstanden tot wegen. Algemene gebruiksregels (Artikel 8) In dit artikel zijn algemene gebruiksregels opgenomen ten aanzien van uitsluiting van besluit-m.e.r.(beoordelings)plichtige activiteiten en gewasbeschermingsmiddelen. Algemene afwijkingsregels (Artikel 9) In dit artikel worden de algemene afwijkingsregels beschreven. Deze regels maken het mogelijk om op ondergeschikte punten van de regels in het bestemmingsplan af te wijken. Algemene wijzigingsregels (Artikel 10) In dit artikel worden de algemene wijzigingsregels beschreven. Deze regels geven burgemeester en wethouders de bevoegdheid om het plan op de in de regels genoemde punten te wijzigen.

Overige regels (Artikel 11) In dit artikel zijn enkele overige regels opgenomen met betrekking tot de werking van wettelijke regelingen, afstemming welstandstoets, uitsluiting seksinrichting, afstemming APV en evenementen, parkeergelegenheid en laad- en losmogelijkheden. 6.2.5

Overgangs- en slotregels

In hoofdstuk 4 van de regels staan de overgangs- en slotregels. In de overgangsregels is aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties die in strijd zijn met dit bestemmingsplan. In de slotregel wordt aangegeven hoe het bestemmingsplan wordt genoemd.

6.3

Bestemmingen

Kenmerk van de Nederlandse ruimtelijke ordeningsregelgeving is dat er uitgegaan wordt van toelatingsplanologie. Een bestemmingsplan geeft aan welke functies waar zijn toegestaan en welke bebouwing mag worden opgericht. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan zijn keuzes gemaakt over welke functies waar worden mogelijk gemaakt en is gekeken welke bebouwing stedenbouwkundig toegestaan kan worden. Het is noodzakelijk dat het bestemmingsplan een compleet inzicht biedt in de bouw- en gebruiksmogelijkheden binnen het betreffende plangebied. Het bestemmingsplan is het juridische toetsingskader dat bindend is voor de burger en overheid en geeft aan wat de gewenste planologische situatie voor het plangebied is. In deze paragraaf worden de

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Moeshoekw eg 10 Slagharen | PAGINA 57

gemaakte keuzes nader onderbouwd. Agrarisch met waarden - Open veenontginningslandschap (Artikel 3) De gronden die geen onderdeel vormen van het toekomstige woonperceel danwel het bedrijfsperceel, maar wel onderdeel vormden van het agrarisch bouwvlak, zijn voorzien van de bestemming 'Agrarisch met waarden - Open veenontginningslandschap'. Deze bestemming is opgenomen zonder bouwvlak. Zodoende is het wegbestemmen van het agrarisch bedrijfsperceel gewaarborgd. Bedrijf - Open veenontginningslandschap (Artikel 4) De gronden waar de compensatiebedrijfswoning alsmede het kleinschalige aannemersbedrijf zijn beoogd, zijn voorzien van de bestemming 'Bedrijf - Open veenontginningslandschap'. Gronden met deze bestemming zijn bestemd voor een aannemersbedrijf, watergangen, waterpartijen en inundatie vanuit de watergangen, met bijbehorende waterhuishoudkundige voorzieningen en (aanpassingen aan) bestaande verkeersvoorzieningen en nutsvoorzieningen. Op deze gronden mogen bedrijfswoningen (met bijgebouwen) en bedrijfsgebouwen worden gebouwd. In de bouwregels is bepaald dat het oppervlak aan bedrijfsbebouwing niet meer dan 1.830 m² mag bedragen. Dit betreft het oppervlak van de te behouden bedrijfsbebouwing. Tevens is door middel van een aanduiding vastgelegd waar de bedrijfsbebouwing mag worden gebouwd.

Deze aanduiding dient ter waarborging van de aan te houden afstand van de bedrijfsactiviteiten tot de in het plangebied aanwezige reguliere woning. Voor de te realiseren bedrijfswoning geldt dat de inhoud niet meer mag bedragen dan 750 m³. De gezamenlijke oppervlakte van de bij de bedrijfswoning behorende bijgebouwen en overkappingen mag niet meer dan 100 m² bedragen. Wonen - Open veenontginningslandschap (Artikel 5) De bestaande woning in het plangebied is voorzien van de bestemming 'Wonen - Open veenontginningslandschap'. De voor 'Wonen - Open veenontginningslandschap' aangewezen gronden zijn bestemd voor wonen, met inbegrip van aan-huis-gebonden beroepen, tuinen en erven, met daaraan ondergeschikt bed and breakfast, statische opslag in bestaande gebouwen. Binnen het bestemmingsvlak is een woning inclusief aan- en uitbouwen van maximaal 750 m3 toegestaan. De gezamenlijke oppervlakte van de bij de woning behorende bijgebouwen en overkappingen mag niet meer bedragen dan 100 m².

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Moeshoekw eg 10 Slagharen | PAGINA 58

Hoofdstuk 7

Economische uitvoerbaarheid

Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. In het voorliggend geval wordt een anterieure overeenkomst gesloten tussen initiatiefnemer en de gemeente. Hierin is verzekerd dat het risico van planschade voor rekening van de initiatiefnemer komt. De gemeentelijke kosten worden verhaald middels de legesverordening, waardoor het kostenverhaal voor de gemeente volledig is verzekerd. Dit brengt met zich mee dat vaststelling van een exploitatieplan achterwege kan blijven.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Moeshoekw eg 10 Slagharen | PAGINA 59

Hoofdstuk 8 8.1

Vooroverleg

8.1.1

Het Rijk

Vooroverleg, inspraak en zienswijzen

In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Geoordeeld wordt dat dit bestemmingsplan geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk. 8.1.2

Provincie Overijssel

Voorliggend bestemmingsplan is in het kader van het vooroverleg, voorgelegd aan de provincie Overijssel. Hieruit is naar voren gekomen dat de voorgenomen ontwikkeling past in het ruimtelijk beleid van de provincie. 8.1.3

Waterschap Vechtstromen

In het kader van de watertoets heeft er een digitale watertoets plaatsgevonden via de website www.dewatertoets.nl. De uitkomsten van deze watertoets hebben geleid tot een normale procedure. Na overleg met het waterschap, heeft het waterschap een aantal adviezen uitgebracht (zie paragraaf 5.10). Door rekening te houden met deze adviezen, zijn er vanuit het waterschap geen bezwaren tegenover de voorgenomen ontwikkeling.

8.2

Inspraak

Conform de gemeentelijke inspraakverordening kan het bestuursorgaan zelf besluiten of inspraak wordt verleend bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid. In het voorliggende geval wordt geen voorontwerp bestemmingsplan ter inzage gelegd.

8.3

Zienswijzen

Het ontwerpbestemmingsplan heeft met ingang van 12 mei 2022 voor een periode van zes weken ter inzage gelegen. Gedurende deze periode zijn geen zienswijzen ingediend. Het bestemmingsplan is ongewijzigd vastgesteld.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Moeshoekw eg 10 Slagharen | PAGINA 60

Bijlage toelichting

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Moeshoekw eg 10 Slagharen | PAGINA 61

Bijlage 1

Ruimtelijk kwaliteitsplan

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Moeshoekw eg 10 Slagharen | PAGINA 62

ruimtelijk kwaliteitsplan Moeshoekweg 10 Slagharen

Door:

dé Erfontwikkelaar b.v. Radewijkerweg 9 7791 RJ Radewijk

Telefoonnummer E-mail Internet Project Auteur Datum laatst gewijzigd Bestandsnaam Aantal pagina’s

06 24 88 38 28 herbert@erfontwikkelaar.nl www.erfontwikkelaar.nl 1792 H. Oldehinkel 13 april 2022 1792-RKP-02.indd 12

Niets uit dit document mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en/of dé Erfontwikkelaar b.v.

INHOUDSOPGAVE 1 INTRODUCTIE

1

2 VIGEREND BELEID

4

2.1.

omgevingsvisie overijssel

4

2.2.

visienota buitengebied 

4

2.3.

landschapsidentiteitskaarten

5

3 B E S TA A N D E S I T U AT I E 

6

4 RU I MT EL I J K K WA L I T EI T S P L A N 

7

4.1.

ruimtelijk onderbouwing

9

4.2.

kwaliteitsimpuls groene omgeving

10

1 INTRODUCTIE dé Erfontwikkelaar b.v. heeft het voorliggende ruimtelijk kwaliteitsplan opgesteld naar aanleiding van de ontwikkelingen op het perceel Moeshoekweg 10 te Slagharen. Initiatiefnemers hadden op deze plek een agrarisch bedrijf en willen deze opstallen deels slopen. Daarnaast staan er enkele nieuwe stallen die nog gebruikswaarde kennen. Middels de beleidsnotitie ‘Erven met kwaliteit’ wordt een compensatiewoning toegevoegd op het erf om de oude landschapsontsierende opstallen te slopen. Deze woning zal dan nabij de te behouden schuren gerealiseerd worden. De gemeente Hardenberg wil hier aan meewerken omdat de ruimelijke kwaliteit toeneemt. Tevens moet het erf landschappelijk goed ingepast worden. Het gemeentelijk beleid in deze beoogt dat de bestaande (cultuurhistorische) kwaliteit een belangrijke rol speelt bij de uitstraling en uitdraging van de karakteristiek van het gebied. De gemeente heeft hiervoor de LandschapsIdentiteitskaarten als beleidskader.

1

lo catie plangebie d en slo oplo catie

inrit erf

eg Moeshoekw

inrit erf

recent aangeplante houtsingel

bedrijfswoning te slopen schuren

te behouden schuren

Het erf b est aat uit e en b e drijfswoning met daarachter enkele te behouden schuur

opst allen. De els tief) rens (indica eigendomsg

zijn deze aan te merken als landschapsontsie rende b eb ouwing do or het gebrek aan gebruikswaar-

2

de.

plangebie d en omgeving rond 1900

plangebie d en omgeving rond 1950

plangebie d en omgeving rond 2010 3

2 VIGEREND BELEID

Toelichting

Gebiedskenmerken

In het veenkoloniaal landschap is het hoogveen grootschalig

Landschapstype:

2.1.

OMGEVINGSVISIE OVERIJSSEL

afgegraven en het landschap ontgonnen. Het stelsel van

Veenontginningslandschap

De Provincie Overijssel heeft het streekplan, het verkeer- en

kanalen en waterlopen, wegen en bebouwingslinten bepaalt

Landschapskenmerken:

vervoerplan, het waterhuishoudingsplan en het milieube-

de maat van de ruimte. Dat heeft grote open ruimtes en ver-

•

Openheid/regelmatigheid

leidsplan samengevoegd tot de Om-gevingsvisie. Het vormt

gezichten en het contrast tussen deze ruimtes en verdichte

•

Vlakke ligging

het provinciale beleidsplan voor de fysieke leefomgeving van

zones (rond de kanalen, wegen en linten) opgeleverd.

•

Openstrekkende strokenverkaveling

•

Herkenbare wijkenstructuur

•

Bebouwing langs ontginningsassen

Overijssel. De Provincie Overijssel stuurt op ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid. Bestaande kwaliteiten moeten worden

De ambitie is de aantrekkelijkheid, de leefbaarheid en kwa-

be-schermd en er moeten verbindingen worden gelegd tus-

liteit van de veenkoloniale landschappen te versterken. De

sen deze bestaan-de kwaliteiten en nieuwe ontwikkelingen.

opgave is aan de grote maat, devergezichten en de schoon-

Huidige functies:

Dat wil zeggen dat nieuwe ont-wikkelingen moeten bijdragen

heid van de moderne landbouw, nieuwe, op leefbaarheid

•

Landbouw

aan de verbetering van de ruimtelijke kwali-teit. Voor het be-

en economische veerkracht gerichte, ontwikkelingen te

•

Foerageergebied voor overwinterende vogels

houd en het versterken van de ruimtelijke kwaliteit vor-men

koppelen. Daarmee kan tevens het contrast tussen de grote

essentiële gebiedskenmerken het uitgangspunt.

open ruimtes en verdichte zones (linten en kanaaldorpen)

Toekomst:

worden versterkt. Ruimtelijke aanknopingspunten hiervoor

Ontwikkelingsrichting: Landbouwontwikkelingsgebied

Gebiedskenmerken

zijn ondermeer de relicten van het hoogveen, de formele

Functie: Landbouw

Middels een verdeling in 4 lagen zijn de gebiedskenmerken

kanalen en wijkenstructuur met mooie bruggen, royale laan-

binnen de Omgevingsvisie toegelicht:

beplantingen en daaraan de soms landgoedachtige buitens, villa’s en heren-boerderijen.

•

De natuurlijke laag

•

De laag van het agrarisch-cultuur landschap

2.2.

•

De stedelijke laag (hier n.v.t.)

De Visienota Buitengebied van de gemeente Hardenberg

•

De lust en leisure laag (hier n.v.t.)

(2006) is een ruimtelijke visie voor het buitengebied van de

VISIENOTA BUITENGEBIED

gemeente Hardenberg. Het perceel Moeshoekweg 10 te SlagNatuurlijke laag

haren valt in gebied Dedems-vaart-Zuid, Colenbranderbos,

Hoogveengebieden (in cultuur gebracht)

Slagharen-Oost/West, De Krim, Bergentheim-Zuid;.

Agrarisch cultuurlandschap

In de Visienota Buitengebied worden, op hoger niveau,

Hoogveenontginningen veenkoloniaal landschap

gebiedskenmerken beschreven en ontwikkelingsrichtingen aangegeven. Dit is in LIK’s verder uitgewerkt.

4

2.3.

LANDSCHAPSIDENTITEITSKAARTEN

Het plangebied is beschreven in de LandschapsIdentiteitsKaart (LIK): SLAGHAREN - DE KRIM - (OUD) LUTTEN. In de LIK worden de specifieke kenmerken en kwaliteiten van het deelgebied vastgelegd, welke de basis vormen van zowel het bestemmingsplan als de structuurvisie en het landschapsontwikkelingsplan. Het plangebied ligt in het open veenontginningslandschap. Sterk: •

kanaallinten: De Krim en Lutten

•

bebouwing langs de weg

•

strak rechtlijning wegenpatroon

•

goed zichtbare rationele lange strokenverkaveling

•

wegbeplanting enkelzijdig langs ontginningsassen en wegen haaks daarop

•

erven aan de weg

•

grote rationele huiskavels met transparante beplanting

•

openheid, weidsheid

•

massa aan de wegen, doorkijken naar achterland

sfe erb e eld erf in op enve enontginningslandschap

Kansen voor het gebied zijn: •

ruimte voor nieuwe kleinschalige economische functies in voormalige agrarische bebouwing

Bedreigingen: •

toename bebouwing in open gebied

sfe erb e eld erf in op enve enontginningslandschap 5

3 B E S TA A N D E S I T U AT I E Het plangebied ligt ten westen van Slagharen en wordt

open veenlandschap

aan de zuidzijde begrensd door de N377. De initiatiefnemer heeft het plan om het erf te gaan ontwikkelen. Het erf bestaat uit een bedrijfswoning op de uiterste noord-westhoek Moeshoekweg

van het erf. De woning is georenteerd op de Moeshoekweg. De woning kent een landelijke uitstraling met een sobere tuin. Aan deze zijde is het erf meer besloten door de aanwezigheid van elzen en zomereiken. Achter de woning staan de schuren. Enige jaren terug is het bedrijf uitgebreid met een nieuwe stal en een wagenberging. Deze kennen nog gebruikswaarde en zullen behouden blijven. De overige opstallen zijn oud en bouwkundig in een slechte staat.

N366 Ommerkanaal

Tevens bestaat de dakbedekking uit asbest. Vanuit een eerder ruimtelijk kwaliteitsplan is gekozen om het gehele erf af te schermen middels een houtsingel. Deze is reeds aangeplant.

de structuren van het landschap Belangrijkste ruimtelijke kenmerken:

Het erf staat op enige afstand van de Moeshoekweg. Het oorspronkelijke erf lag dichter op de weg. De meest recent gebouwde schuren zijn vanuit een efficiente bedrijfsvoering in lijn met de oude schuren gebouwd. Het gebied in de nabije omgeving is half open en bestaat door de aanwezigheid van de N377 en een grote rotonde uit enkele overhoeken die aangeplant zijn. Daarmee is het gebied niet zo open als omschreven is in de LIK. Langs de Moeshoekweg is eveneens een bomenrij voorzien.

6

erf ligt overeenkomstig de gebiedskenmerken haaks op de weg en in lijn met de verkavelingsrichting; de N377 heeft een grote impact op het landschap; rechtlijnige kavels en wegen het erf is aan de zuid-oostzijde reeds afgeschermd met gebiedseigen groen; de woning met het voorerf kent een sobere uitstraling; bij het herinrichten van het erf moet het wederom aansluiten op de groenstuctuur van het open veenontginningslandschap; het erf presenteert zich als een eenheid in het landschap; het erf wordt ontsloten door twee inritten; het gebied is beslotener dan wordt omschreven in de LandschapsIdentiteitsKaarten.

project

Uitgangspunten gemeente: slopen alle landschapsontsierende bebouwing zonder gebruikswaarde; behouden ‘nieuwe’ schuren; landschappelijk goed inpassen van het gehele erf; enkel gebruik streekeigen beplanting; aansluiten op de gebiedskenmerken van het open veenontginningslandschap zoals is omschreven in de LandschapsIdentiteitsKaarten. Uitgangspunten provincie: het erf moet aansluiten op de gebiedskenmerken (hoogveenontginningslandschap) volgens de Omgevingsvisie Overijssel; de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving is wel van toepassing.

het erfinrichtingsplan

7

laat je erf groeien!

formaat

a3 1 (1)

Uitgangspunten initiatiefnemer: sloop 1170 m2 landschapsontsierende bebouwing; behouden nieuwe schuren; realisatie compensatiebedrijfswoning; huidige bedrijfswoning bestemmen naar wonen.

tekeningno

datum

PLAN

26 feb. 2022

K WA L I T EI T S-

1792

4 RUIMTELIJK

bestand

1. Bestaande woning

1792

project

Legenda

door

datum

3. Nieuw aan te panten gewone es

26 feb. 2022

2. Te slopen landschapsontsierende bebouwing (ca. 1170 m2)

formaat

a3

schaal

1 (1)

versie

5. Weiland

tekeningno

4. Houtsingel 5 meter breed

6. Esdoornhaag 7. Compensatiewoning 1

8. Bestaande schuren herbestemmen

5

9. Nieuw bijgebouw 10. Aanplant Hollandse Linde

9

11. Aanplant Walnoot 3

12. Houtsingel aanvullen

6

10

7 2 4 8 2

13 12 11

4

8

het erfinrichtingsplan

Praatplan Moeshoekweg 10 Slagharen

13. Bijgebouw van compensatiewoning

4.1.

RUIMTELIJK ONDERBOUWING

wordt afgezet. Een deel van de houtsingel wordt wel ge-

Situering compensatiewoning

rooid. Het is niet wenselijk om het erf ‘groter’ te maken dan

Het erf sluit deels aan bij de karakteristiek van het open

nodig. Door het erf weer als een ‘groen’ eiland in de open

veenontginningslandschap. Bij het positioneren van de

ruimte te maken sluit het beter aan op de gebiedskenmer-

nieuw te bouwen woning is rekening gehouden dat het

ken zoals benoemd in de LIK. Wel zal aan de noordzijde

erf compact moet blijven en daarmee de impact op de

voor de schuren een bomenrij van Es worden aangeplant.

omgeving zo beperkt mogelijk blijft. De nieuwe woning

Deze transparante bomenrij is een passende afscherming

staat overeenkomstig de gebiedskenmerken gelijk aan de

van de ‘voorzijde’. Rondom de tuin komt een esdoornhaag

te slopen stallen, dit sluit aan bij het orthogonale patroon

en in de tuin enkele Hollandse lindes die voor schaduw

van het open veenontginningslandschap. De compensa-

zorgen.

tiewoning komt ‘voor’ de te behouden schuren waarmee

Schuttingen en hoge opgaande exoten moeten in het bui-

de hierarchie ontstaat van wonen ‘voor’ en werken ‘achter’.

tengebied voorkomen worden. Het overgrote deel van het

Centraal is ruimte om te keren/parkeren. De te behouden

voorerf blijft open en sluit aan op de gebiedskenmerken.

vrijkomende agrarische bebouwing zal gebruikt gaan wor-

Aan de zuidzijde is een infiltratiestrook opgenomen. Hier

den voor kleinschalige bedrijfsactiviteiten.

kan het water dat van het dak valt infiltreren in de bodem.

De bestaande bedrijfswoning krijgt een woonbestemming.

Deze strook zal bestaan uit extensief gras. De keuze voor

Deze staat ruimtelijk ‘vrij’ van de te behouden schuren.

de verharding moet in afstemming gemaakt worden met

Het is niet wenselijk om beide erven aan elkaar te verbin-

de materialisering van de architectuur. Verharding moet in

den. Juist de compactheid van de erven is een belangrijk

een gedekte kleurstelling sober toegepast worden. Dit in

gebiedskenmerk.

afstemming met de kleurstelling van de gevels en overige

eindb e eld hakhoutsingel

materialisering van de gebouwen. Bij voorkeur zo min moGroenstructuur en inrichting erf:

gelijk verharding of halfverharding.

De bestaande houtsingel is gebiedsvreemd in het open veenontginningslandschap. Aangezien dit erf een onderdeel uitmaakt van enkele bosjes in de nabij omgeving en de N377 direct ten zuiden van het erf loopt is gekozen deze houtsingel te behouden. Gezien het type landschap (open en grootschalig) kan de inpassing hier volstaan met transparante hakhoutsingel. Deze kent wel een rijke ecologische waarde maar is ook beheersbaar. In tegenstelling tot een houtsingel wordt middels het hakhoutbeheer de houtsingel niet hoger dan 6-8 (m) doordat jaarlijks 1/3 van de singel 9

Samenvatting maatregelen sloop van landschapsontsierende schuren; behouden schuren met gebruikswaarde; bouw compensatie bedrijfswoning op de plek van de te slopen schuren; bestaande houtsingel behouden en beheren als hakhout; aanplant Es aan de noordzijde ter verzachting van de te behouden schuren; tuin met esdoornhaag en enkele Hollandse lindes een infiltratiestrook zorgt dat het hemelwater op een natuurlijke manier wordt afgevoerd. b omenrij vo or de schuren

4.2.

KWALITEITSIMPULS GROENE OMGEVING

primair in het bieden van ruimte aan (verbrede) agrarische

Tegenprestatie

Met de kwaliteitsimpuls Groene Omgeving biedt de provin-

bedrijven en wonen.(agrarisch ondernemen in een groot-

Al met al worden er boven op de basisinspanning aanvul-

cie Overijssel beleidsruimte aan gemeenten voor ontwikke-

schalig landschap). In voorliggend geval is dan ook sprake van

lende kwaliteitspretaties gevraagd, die bijdragen aan de

lingen in de groene ruimte. Nieuwe ontwikkelingen moeten

een gebiedseigen functie. Tevens draagt het initiatief bij aan

versterking van de gebiedskenmerken uit het landschapsont-

mogelijk zijn onder voorwaarde dat ze bijdragen aan de

het sociaal en economisch vitaal houden van het buitenge-

wikkelingsplan en de ontwikkelingsrichting uit de ontwikke-

kwaliteit van de leefomgeving. In het buitengebied is ruimte

bied.

lingsvisie.

voor grootschalige uitbreidingen en nieuwe ontwikkelingen

Deze tegenprestatie zal bestaan door het slopen van

mits die gelijk opgaan met verbeteringen van de ruimtelijke

Schaal en impact op de omgeving

minimaal 1170 m2 landschapsontsierende bebouwing en het

kwaliteit.

De activiteiten zullen plaatsvinden aansluitend in bestaan-

realiseren van een kwalitatief hoogwaardig erfensemble met

de bebouwing. Enkele oude schuren op het erf zijn niet

gebouwen die passen in het landschap.

Ruimtelijke kwaliteit wordt gerealiseerd door naast bescher-

meer in gebruik en zijn daarmee als landschapsontsierend

ming vooral in te zetten op het verbinden van bestaande

aangemerkt. Het totale bebouwde oppervlakte neemt per

Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving (KGO)

gebiedskwaliteiten en nieuwe ontwikkelingen, waarbij

saldo af. De schaal van de ontwikkeling is klein, mede door

saneren 1170 m2 landschapsontsierende bebouwing.

bestaande kwaliteiten worden beschermd en versterkt en

de positionering van de woning op de plek waar de schuren

nieuwe kwaliteiten worden toegevoegd.

gesloopt worden.

De methodiek voor het bepalen van de balans tussen ont-

Eigen belang en maatschappelijk belang

wikkelingsruimte en de gevraagde investering in de groene

Er is sprake van een eigen belang. De te behouden schu-

omgeving, is gericht op het volgende: hoe meer de ontwik-

renvoorzien primair in het bieden aan bedrijfsruimte in het

keling als gebiedsvreemd te beschouwen is en /of hoe groter

buitengebied. Daarnaast worden er gelden gegenereerd om

de schaal en impact op de ruimtelijke kwaliteit is, des te

de oude opstallen te slopen. Ook is er een maatschappelijk

zwaarder weegt dat aan de ontwikkelingskant van de balans

belang. Op het erf staan landschapsontsierende bebouwing

en hoe hoger de aanvullende kwaliteitsprestaties dan dienen

met asbest. Middels de sloop van het geheel en het oprui-

te zijn. Als het gaat om een gebiedsvreemde ontwikkeling

men van het erf zal de ruimtelijke kwaliteit van het buiten-

van een grote schaal en met een grote impact op de omge-

gebied verbeteren. Dit is goed voor de leefomgeving en het

ving, dan zal een forse investering in het landschap nodig

landschap.

zijn. Om te beoordelen of medewerking kan worden verleend aan het verzoek, wordt het volgende model gevolgd: Gebiedseigen ontwikkeling Het ontwikkelingsperspectief voor het plangebied voorziet 10

3

1 st/m2 aanplanten in de maat 80-100

6 4

11

laat je erf groeien!

bestand

1792

1792-eip-1.vwx herbert

door

1 : 1000 1.0

Alnus glutinosa - Zwarte Els 10% Quercus robur - Zomereik 10% Viburnum opulus - Geldersche roos 20% Corylus avalana - Hazelaar 10% Amelanchier lamarckii - Am. Krentenboompje 15% Crateagus monogyna - Eénst. Meidoorn 15% Sorbus aucuparia - Lijsterbes 10% Ligustrum vulgare - Wilde liguster 10%

www.erfontwikkelaar.nl telnr: 06 24 88 38 28

1 2

schaal

6. Aanplant houtsingel (5 m) met soorten die vrijkomen bij 5:

versie

5. Houtsingel verwijderen

Lnadchapsmaatregelen Moeshoekweg 10 Slagharen

4. Aanplant Walnoot - Juglans regia Aanplantmaat 16-18 Totaal 1 stuks met als eindbeeld een solitaire boom

a3

5

formaat

3. Aanplant Hollandse Linde - Tilia x vulgaris Aanplantmaat 16-18 Totaal 1 stuks met als eindbeeld een solitaire boom

1 (1)

2. Aan te planten Esdoorn - Acer campester Aanplanten met 10 st/m1 Aanplantmaat 80-100 Eindbeeld is een geschoren haag

tekeningno

datum

1. Nieuw aan te panten Pluimes - Fraxinus ornus Aanplantmaat 14-16 Totaal 6 stuks met een onderlinge afstand van 8 (m) Eindbeeld is een bomenrij

26 feb. 2022

project

Legenda

de beplanting staat gesitueerd op de landschapsmaatregelen in de bijlage indien beplanting grenst aan terreinen die worden beweid door vee of waar men met voertuigen rijdt, dient deze beplanting te worden beschermd tegen vraatschade/ aanrijschade/verdichting van de wortelzone.

laat je erf groeien

12

1792-eip-1.vwx

bestand

1. Bestaande woning

1792

project

Legenda

herbert 1.0

www.erfontwikkelaar.nl telnr: 06 24 88 38 28

1 : 1000

schaal versie

door

a3 1 (1)

Praatplan Moeshoekweg 10 Slagharen

5. Weiland

formaat

4. Houtsingel 5 meter breed

tekeningno

datum

3. Nieuw aan te panten gewone es

26 feb. 2022

2. Te slopen landschapsontsierende bebouwing (ca. 1170 m2)

6. Esdoornhaag 7. Compensatiewoning

1

8. Bestaande schuren herbestemmen

5

9. Nieuw bijgebouw 10. Aanplant Hollandse Linde

9

11. Aanplant Walnoot

3

12. Houtsingel aanvullen

6

10

13. Bijgebouw van compensatiewoning

7 2 4 8 2

13 12 11

4

laat je erf groeien!

3

1 st/m2 aanplanten in de maat 80-100

6 4

laat je erf groeien!

1792-eip-1.vwx herbert 1 : 1000

bestand

1792 26 feb. 2022

1.0

2

Alnus glutinosa - Zwarte Els 10% Quercus robur - Zomereik 10% Viburnum opulus - Geldersche roos 20% Corylus avalana - Hazelaar 10% Amelanchier lamarckii - Am. Krentenboompje 15% Crateagus monogyna - Eénst. Meidoorn 15% Sorbus aucuparia - Lijsterbes 10% Ligustrum vulgare - Wilde liguster 10%

www.erfontwikkelaar.nl telnr: 06 24 88 38 28

1

schaal

6. Aanplant houtsingel (5 m) met soorten die vrijkomen bij 5:

a3

5. Houtsingel verwijderen

versie

4. Aanplant Walnoot - Juglans regia Aanplantmaat 16-18 Totaal 1 stuks met als eindbeeld een solitaire boom

1 (1)

5

Lnadchapsmaatregelen Moeshoekweg 10 Slagharen

3. Aanplant Hollandse Linde - Tilia x vulgaris Aanplantmaat 16-18 Totaal 1 stuks met als eindbeeld een solitaire boom

formaat

2. Aan te planten Esdoorn - Acer campester Aanplanten met 10 st/m1 Aanplantmaat 80-100 Eindbeeld is een geschoren haag

tekeningno

datum

1. Nieuw aan te panten Pluimes - Fraxinus ornus Aanplantmaat 14-16 Totaal 6 stuks met een onderlinge afstand van 8 (m) Eindbeeld is een bomenrij

door

project

Legenda

Bijlage 2

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Moeshoekw eg 10 Slagharen | PAGINA 80

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai

Moeshoekweg 10, Slagharen

Maart 2022

Status: Definitief

AKOESTISCH ONDERZOEK WEGVERKEERSLAWAAI MOESHOEKWEG 10, SLAGHAREN

Status: Datum: Projectnummer:

Definitief Maart 2022 2021-180

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Moeshoekweg 10, Slagharen Definitief

INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 INLEIDING ....................................................................................................... 4 HOOFDSTUK 2 WETTELIJK KADER ............................................................................................. 5 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5

ALGEMEEN ................................................................................................................................................ 5 ZONE LANGS WEGEN ................................................................................................................................... 5 GRENSWAARDEN ........................................................................................................................................ 5 BEREKENEN GELUIDSBELASTING ..................................................................................................................... 6 GEMEENTELIJK GELUIDSBELEID ...................................................................................................................... 6

HOOFSTUK 3 3.1 3.2

UITGANGSPUNTEN............................................................................................. 7

SITUATIE PROJECTGEBIED ............................................................................................................................. 7 VERKEERSGEGEVENS.................................................................................................................................... 7

HOOFDSTUK 4 RESULTATEN.................................................................................................... 8 4.1 4.2 4.3

BEREKENINGEN .......................................................................................................................................... 9 GELUIDSBELASTING ..................................................................................................................................... 9 HOGERE WAARDE ....................................................................................................................................... 9

HOOFDSTUK 5 CONCLUSIE ................................................................................................... 11 BIJLAGEN

.................................................................................................................. 12

BIJLAGE 1 REKENMODEL .......................................................................................................................................... 12 BIJLAGE 2 ITEMEIGENSCHAPPEN ................................................................................................................................ 13 BIJLAGE 3 RESULTATENTABELLEN ............................................................................................................................... 14

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

3

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Moeshoekweg 10, Slagharen Definitief

HOOFDSTUK 1

INLEIDING

Voorliggend akoestisch onderzoek heeft betrekking op het perceel aan de Moeshoekweg 10 te Slagharen. Initiatiefnemer is voornemens om dit agrarisch perceel te herontwikkelen naar de bestemming wonen. In het kader van de rood-voor-rood regeling wordt er 1.170 m2 aan landschapsontsierende schuren gesloopt en daar één nieuwe woning voor terug gebouwd. In afbeelding 1.1 is de ligging van het projectgebied in de omgeving weergegeven.

Afbeelding 1.1

Ligging projectgebied (Bron: PDOK)

Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling dient een ruimtelijke procedure te worden doorlopen. In het kader van deze procedure is het benodigd de geluidbelasting ter plaatse van de te realiseren woning te toetsen aan het stelsel van voorkeurswaarde en maximale ontheffingswaarden uit de Wet geluidhinder. Voorliggend onderzoek heeft uitsluitend betrekking op het aspect wegverkeerslawaai. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de regels van het vigerende Reken- en meetvoorschrift geluid 2012. In voorliggende rapportage zijn de uitgangspunten rekenresultaten en conclusies van het onderzoek beschreven.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11775730/3