Regels en toelichting bestemmingsplan Bruchterveld, 6 trekkershutten Broekdijk 12
Tekst van het document
6.
Wat is het emailadres van de initiatiefnemer? info@boerderijdewingerd.nl
7.
Wat is het telefoonnummer van de initiatiefnemer? +31 657305446
8.
Is er contact gewees t met de gemeente? Ja
9.
Geef hier de naam van de contactpers oon van de gemeente. Martin Broekhuis
10.
Wat is het emailadres van de contactpers oon? martin.broekhuis @hardenberg.nl
11.
Wat is de naam van het plan? Bruchterveld, Broekdijk 12
12.
Geef een korte oms chrijving van het plan. bouw 6 trekkers hutten met een oppervlakte van 19 m2 per hut
13.
Wat is de toename aan verharding (bes trating en bebouwing) binnen het plangebied in m2? 200
14.
Wat is het adres van het plan?
16-01-2023
P agina 2 van 6
Aanvraagformulier
Aanvraagformulier Broekdijk 12 15.
Wilt u een bijlage toevoegen van het plan? Ja
16.
Voeg een bijlage toe. bes tands naam: Wingerd Trekkers hutten-A0 s itu +inrichting laats te vers ie.pdf
17.
Wilt u nog een bijlage toevoegen? Nee
16-01-2023
P agina 3 van 6
Aanvraagformulier
Aanvraagformulier OP BASIS VAN DE GEGEVEN ANTWOORDEN IN DE CHECK IS ONDERSTAANDE NODIG: 1.
Korte procedure
DETAILS 1.
Korte procedure Op bas is van uw locatie en gegeven antwoorden blijkt dat op uw plan de korte procedure van toepas s ing is . U kunt in de waterparagraaf vols taan met de s tandaard waterparagraaf.
Wat moet ik doen? Geachte heer/mevrouw, U heeft een watertoets uitgevoerd op de webs ite http://www.dewatertoets .nl//. Op bas is van deze toets volgt u de korte procedure. Dit houdt in dat u direct door kunt gaan met de planvorming van uw plan onder de voorwaarde dat u de s tandaard waterparagraaf uit dit document toepas t. STANDAARD WATERPARAGRAAF Belangrijk ins trument om waterbelangen in ruimtelijke plannen te waarborgen is de watertoets , die s inds 1 november 2003 wettelijk is verankerd. Initiatiefnemers zijn verplicht in ruimtelijke plannen een bes chrijving op te nemen van de gevolgen van het plan voor de waterhuis houding. Het doel van de wettelijk verplichte watertoets is te garanderen dat waterhuis houdkundige doels tellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuis houdkundige doels tellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlas t, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater) . Deze s tandaard waterparagraaf heeft betrekking op het plan.
Waterbeleid De Europes e Kaderrichtlijn Water is richtinggevend voor de bes cherming van de oppervlaktewaterkwaliteit in de landen in de Europes e Unie. Aan alle oppervlaktewateren in een s troomgebied worden kwaliteits doelen ges teld die in 2015 moeten worden bereikt. Ruimtelijk relevant rijks beleid is verwoord in de Nota Ruimte en het Nationaal Waterplan (inclus ief de s troomgebiedbeheerplannen). Op provinciaal niveau zijn de Omgevings vis ie en de bijbehorende Omgevings verordening richtinggevend voor ruimtelijke plannen. Het Waters chap Vechts tromen heeft de beleids kaders van rijk en provincie nader uitgewerkt in het Waterbeheerplan 2016-2021. De belangrijks te ruimtelijk relevante thema's zijn waterveiligheid, klimaatbes tendigheid omgeving en ruimte voor waterberging. Daarnaas t is de Keur van Waters chap Vechts tromen een belangrijk regels tellend ins trument waarmee in ruimtelijke plannen rekening moet worden gehouden. Op gemeentelijk niveau zijn het in overleg met Waters chap Vechts tromen opges telde 16-01-2023
P agina 4 van 6
Aanvraagformulier
Aanvraagformulier gemeentelijk Waterplan en het gemeentelijk Riolerings plan van belang bij het afwegen van waterbelangen in ruimtelijke plannen.
Waters ys teem In het waterbeheer van de 21e eeuw worden duurzame, veerkrachtige waters ys temen nages treefd. Dit betekent concreet dat droge perioden worden doors taan zonder droogtes chade, vis s terfte en s tank, en dat in natte perioden geen overlas t optreedt door hoge grondwaters tanden of inundaties vanuit oppervlaktewateren. Problemen worden niet afgewenteld op andere gebieden of latere generaties . Het principe """"eers t vas thouden, dan bergen, dan pas afvoeren"""" is hierbij leidend. Rijk, provincies en gemeenten hebben in het Nationaal Bes tuurs akkoord Water doelen vas tgelegd voor het op orde brengen van het waters ys teem. Afvalwaterketen Het zoveel mogelijk s cheiden van vuil en s choon water is belangrijk voor het bereiken van een goede waterkwaliteit. Door te voorkomen dat grote hoeveelheden relatief s choon hemelwater door riools tels els worden afgevoerd, neemt het aantal overs torten van verontreinigd rioolwater op oppervlaktewater af en neemt de doelmatigheid van de rioolwaterzuivering toe. Hierdoor verbetert zowel de kwaliteit van oppervlaktewateren waarop overs torten plaats vinden als de kwaliteit van het effluent ontvangende oppervlaktewater.
Indien het s chone hemelwater door middel van infiltratie in het gebied wordt vas tgehouden alvorens het wordt afgevoerd naar oppervlaktewater, draagt dit bovendien bij aan de duurzaamheid van het waters ys teem. Vandaar dat het principe """"eers t s choonhouden, dan s cheiden, dan pas zuiveren"""" een belangrijk uitgangs punt is bij nieuwe s tedelijke ontwikkelingen. Als het hemelwater niet wordt aangekoppeld of wordt afgekoppeld van het bes taande riools tels el is oppervlakkige afvoer en infiltreren in de bodem uitgangs punt. Als infiltratie in de bodem niet mogelijk is , is lozing op het oppervlaktewater via een bodempas s age gewens t. Wateras pecten plangebied Waterhuis houding Het plan loopt geen verhoogd ris ico op wateroverlas t als gevolg van overs tromingen. Het plan heeft geen s chadelijke gevolgen voor de waterkwaliteit en ecologie. In het verleden is er in of rondom het plangebied geen wateroverlas t of grondwateroverlas t gecons tateerd. De toename van het verharde oppervlak is minder dan 1500m2. Het plangebied bevindt zich niet binnen een bes chermings zone of herinrichtings zone langs een waterloop, primair watergebied, invloeds zone zuiverings technis ch werk of een retentiecompens atiegebied.
Voorkeurs beleid hemelwaterafvoer In het plan wordt het afvalwater en het hemelwater behandeld via (de gekozen optie wordt hieronder beves tigd met ja): een gemengd s tels el een ges cheiden s tels el: hemelwater wordt geinfiltreerd. ja een ges cheiden s tels el: hemelwater wordt afgevoerd naar oppervlaktewater. hemelwater wordt afgevoerd naar een hemelwaterriool van een verbeterd ges cheiden s tels el. Aanleghoogte van de bebouwing Voor de aanleghoogte van de gebouwen (onderkant vloer begane grond) wordt een ontwaterings diepte geadvis eerd van minimaal 80 centimeter ten opzichte van de gemiddelde hoogs te grondwaters tand(GHG). Bij een afwijkende maatvoering is de kans op s tructurele grondwateroverlas t groot. Bij het bouwen zonder kruipruimte kan worden vols taan met een geringere ontwaterings diepte. Kelders dienen waterdicht te zijn. Om wateroverlas t en s chade in woningen en bedrijven te voorkomen wordt geadvis eerd om een drempelhoogte van 30 centimeter boven het s traatpeil te hanteren. Ook voor lager, beneden het maaiveld, gelegen ruimtes (kelders , parkeergarages ) moet aandacht worden 16-01-2023
P agina 5 van 6
Aanvraagformulier
Aanvraagformulier bes teed aan het voorkomen van wateroverlas t. In het plan wordt er naar ges treefd het voorkeurs beleid van het waters chap op te volgen. Watertoets proces De initiatiefnemer heeft het waters chap Vechts tromen geinformeerd over het plan door gebruik te maken van de digitale watertoets . De beantwoording van de vragen heeft er toe geleid dat de korte procedure van de watertoets is toegepas t. De bes temming en de grootte van het plan hebben een geringe invloed op de waterhuis houding. De procedure in het kader van de watertoets is goed doorlopen. Het waters chap Vechts tromen geeft een pos itief wateradvies . Algemene info: In de procedurebepalingen van de Wro voor het bes temmings plan is opgenomen dat de kennis geving wordt toegezonden aan de ins tanties die bij het overleg zijn betrokken. De terinzagelegging van het bes temmings plan kunt u zenden aan kennis gevingwro@vechts tromen.nl. Verklaring Dit document is een automatis ch gegenereerd bes tand op bas is van de door u ingevulde gegevens . U bent akkoord gegaan met de door u ingevulde gegevens en heeft verklaard dat alles naar waarheid is ingevuld. "" "
Waar moet ik op letten? Achtergrondinformatie
16-01-2023
P agina 6 van 6
Aanvraagformulier
Regels
bestemmingsplan Bruchterveld, 6 trekkershutten Broekdijk 12 | PAGINA 63
Hoofdstuk 1 Artikel 1 1.1
Inleidende regels Begrippen
plan:
het bestemmingsplan Bruchterveld, 6 trekkershutten Broekdijk 12 met identificatienummer NL.IMRO.0160.0000BP00429-VG01 van de gemeente Hardenberg; 1.2
bestemmingsplan:
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen; 1.3
verbeelding:
de verbeelding van het bestemmingsplan 'Bruchterveld, 6 trekkershutten Broekdijk 12, bestaande uit kaart met identificatienummer NL.IMRO.0160.0000BP00429-VG01; 1.4
aan-huis-gebonden beroep:
een (para)medisch, juridisch, administratief, therapeutisch, ontwerptechnisch, adviesgevend of daarmee gelijk te stellen dienstverlenend beroep, dat in een woning wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft, die met de woonfunctie in overeenstemming is; 1.5
aan- of uitbouw:
een onderdeel van een hoofdgebouw dat in ruimtelijk opzicht ondergeschikt is aan de hoofdvorm; 1.6
aanduiding:
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.7
aanduidingsgrens:
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.8
bebouwing:
een of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde; 1.9
bebouwingspercentage:
een in het bestemmingsplan aangegeven percentage, dat de grootte van het deel van een terrein aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd; 1.10
bed and breakfastvoorziening:
het tegen betaling aanbieden van toeristisch en kortdurend verblijf en ontbijt. Permanente bewoning is niet toegestaan; 1.11
bedrijfsgebouw:
een niet voor bewoning bestemd gebouw ten dienste van een bedrijf, instelling of voorziening. 1.12
bedrijfswoning of dienstwoning:
een woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, van wie de huisvesting daar, gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein, noodzakelijk is;
bestemmingsplan Bruchterveld, 6 trekkershutten Broekdijk 12 | PAGINA 64
1.13
bestaand:
a. het gebruik dat op het tijdstip van inwerkingtreding van de beheersverordening aanwezig is en/of bebouwing die op dat tijdstip aanwezig of in uitvoering is, dan wel kan worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning; b. het onder a bedoelde geldt niet voor zover sprake was van strijd met het voorheen geldende bestemmingsplan, de voorheen geldende beheersverordening, daaronder mede begrepen het overgangsrecht van het bestemmingsplan of de beheersverordening, of een andere planologische toestemming; 1.14
bestemmingsgrens:
de grens van een bestemmingsvlak; 1.15
bestemmingsvlak:
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.16
bijgebouw:
een gebouw dat in ruimtelijk opzicht ondergeschikt is aan een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw; 1.17
bouwen:
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 1.18
bouwgrens:
de grens van een bouwvlak; 1.19
bouwperceel:
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.20
bouwperceelgrens:
de grens van een bouwperceel; 1.21
bouwvlak:
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde, zijn toegestaan; 1.22
bouwwerk:
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.23
dagrecreatie:
activiteiten ter ontspanning in de vorm van sport, spel, toerisme en educatie, waarbij overnachting niet is toegestaan; 1.24
gebouw:
elk bouwwerk, met uitzondering van windturbines, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.25
gebruik:
het gebruiken, doen gebruiken en/of laten gebruiken; 1.26
groepsaccommodatie:
een (deel van een) gebouw dat blijvend bestemd is voor recreatief nachtverblijf door groepen, waarbij overnacht wordt in slaapzalen en/of slaapkamers, er is een afzonderlijke ruimte voor dagactiviteiten, ook zijn er keuken- en sanitaire voorzieningen die gemeenschappelijk door de groep worden gebruik;
bestemmingsplan Bruchterveld, 6 trekkershutten Broekdijk 12 | PAGINA 65
1.27
hoofdgebouw:
een gebouw, dat op een bouwperceel door zijn constructie of afmetingen, dan wel gelet op de bestemming als belangrijkste gebouw valt aan te merken, met inbegrip van aan- en uitbouwen; 1.28
huishouden:
één of meer personen die op hetzelfde adres wonen en een economisch-consumptieve eenheid vormen; 1.29
omgevingsvergunning:
een vergunning als bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo); 1.30
overkapping:
een bouwwerk, geen gebouw zijnde dat dient ter overdekking en niet of slechts gedeeltelijk met wanden is omgeven, waaronder in ieder geval een carport wordt verstaan; 1.31
peil:
a. voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang direct aan een weg grenst: de hoogte van die weg ter plaatse van die hoofdtoegang; b. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de gemiddelde hoogte van het aan het bouwwerk aansluitende afgewerkte terrein; c. het peil zoals door of namens burgemeester en wethouders is bepaald; 1.32
permanente bewoning:
bewoning van een ruimte als hoofdverblijf, waarbij door betrokkene(n) niet aannemelijk is of kan worden gemaakt dat elders daadwerkelijk over een hoofdverblijf wordt beschikt; 1.33
recreatiewoning:
een gebouw, niet zijnde een stacaravan, chalet, trekkershut of plaggenhut, uitsluitend bestemd om te dienen voor recreatief verblijf door een persoon, gezin of andere groep van personen, die hun hoofdverblijf elders hebben; onder recreatief verblijf is in ieder geval niet begrepen permanente bewoning door eenzelfde persoon, gezin of andere groep van personen. Permanente bewoning is niet toegestaan. 1.34
rooilijn:
a. langs een weg waar bestaande bebouwing is gesitueerd: de evenwijdig aan de as van de weg gelegen lijn die zoveel mogelijk aansluit aan de ligging van de naar de weg gekeerde gevels van de bestaande bebouwing; b. langs een weg waarlangs geen bestaande bebouwing als onder 1 bedoeld is gesitueerd en waarlangs mag worden gebouwd: bij een wegbreedte van ten minste 10 meter, de lijn gelegen op 15 meter uit de as van de weg; bij een wegbreedte geringer dan 10 meter, de lijn gelegen op 10 meter uit de as van de weg. 1.35
seksinrichting:
een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte, waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotisch pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan; een seksbioscoop, een seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub of een prostitutiebedrijf, waaronder tevens begrepen een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.36
trekkershut:
Een eenvoudige vrijstaande blokhut, bestaande uit één bouwlaag, zonder of met beperkte sanitaire voorzieningen, welke uitsluitend gebruikt wordt voor kortdurend recreatief verblijf voor maximaal twee personen, die hun hoofdverblijf elders hebben. Permanente bewoning is niet toegestaan;
bestemmingsplan Bruchterveld, 6 trekkershutten Broekdijk 12 | PAGINA 66
1.37
voorgevel:
de naar de weg gekeerde gevel van een gebouw; 1.38
waterpeil:
de hoogte (het niveau) van de waterspiegel gemeten naar NAP op het moment van aanvraag van de vergunning of bestemmingswijziging. Dit kan betrekking hebben op zowel oppervlaktewater als grondwater; 1.39
wonen:
het gehuisvest zijn van één huishouden in een woning; 1.40
woning:
een complex van ruimten volgens aard en indeling geschikt en bestemd voor de huisvesting van een afzonderlijk huishouden;
bestemmingsplan Bruchterveld, 6 trekkershutten Broekdijk 12 | PAGINA 67
Artikel 2 2.1
Wijze van meten
de dakhelling:
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.2
de bouwhoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.3
de goothoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; ondergeschikte bouwdelen worden hierbij buiten beschouwing gelaten; 2.4
de inhoud van een bouwwerk:
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.5
de oppervlakte van een bouwwerk:
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.6
ondergeschikte bouwdelen:
bij de toepassing van het bepaalde over het bouwen binnen bouwvlakken of bestemmingsvlakken worden ondergeschikte bouwdelen als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, erkers, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de bouw- of bestemmingsgrens dan wel rooilijn met niet meer dan 1 meter wordt overschreden.
bestemmingsplan Bruchterveld, 6 trekkershutten Broekdijk 12 | PAGINA 68
Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1
Bestemmingsregels Recreatie
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Recreatie' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groepsaccommodatie; b. dagrecreatieve voorzieningen met hieraan ondergeschikte horeca; c. een recreatiewoning; d. zeven trekkershutten; e. wonen, ten behoeve van de recreatieve functie, met dien verstande dat het aantal dienstwoningen niet meer mag bedragen dan het bestaande aantal; en tevens voor: f. g. h. i. j. k. 3.2
verkeers- en verblijfsvoorzieningen; parkeervoorzieningen; openbare nutsvoorzieningen; groenvoorzieningen; speelvoorzieningen; water. Bouwregels
3.2.1 Gebouwen en overk appingen, niet zijnde openbare nutsvoorzieningen of verkeersen verblijfsvoorzieningen Voor het bouwen van gebouwen en overkappingen gelden de volgende regels: a. gebouwen en overkappingen mogen de rooilijn niet overschrijden; b. de afstand van een hoofdgebouw tot de zijdelingse bouwperceelgrens bedraagt ten minste 3 m, dan wel niet minder dan de afstand van het bestaande hoofdgebouw tot die perceelgrens voor zover deze minder bedraagt; c. de goot- en bouwhoogte van gebouwen en overkappingen bedraagt niet meer dan 115% van de goot- en bouwhoogte van het bestaande hoofdgebouw op het bouwperceel; d. het bebouwingspercentage bedraagt niet meer dan 50% van het bouwperceel, dan wel ten hoogste het bestaande percentage indien dat meer bedraagt. e. in afwijking van het bepaalde onder c geldt voor een trekkershut een bouwhoogte van maximaal 3 m. f. de oppervlakte van een trekkershut bedraagt maximaal 25 m2. 3.2.2 Gebouwen en overk appingen voor openbare nutsvoorzieningen en verk eers- en verblijfsvoorzieningen Voor het bouwen van gebouwen en overkappingen voor openbare nutsvoorzieningen en verkeers- en verblijfsvoorzieningen gelden de volgende regels: a. de inhoud bedraagt per gebouwtje niet meer dan 30 m³, dan wel niet meer dan de bestaande inhoud indien deze meer bedraagt; b.
de bouwhoogte bedraagt niet meer dan 3 m, dan wel niet meer dan de bestaande bouwhoogte indien deze meer bedraagt
bestemmingsplan Bruchterveld, 6 trekkershutten Broekdijk 12 | PAGINA 69
3.2.3
Bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, gelden de volgende regels: a. er zijn uitsluitend vergunningvrije erf- en perceelafscheidingen toegestaan overeenkomstig artikel 2 van bijlage 2 van het Besluit omgevingsrecht (zoals dat geldt op het moment van vaststelling van dit bestemmingsplan), met dien verstande dat bestaande erf- en perceelafscheidingen eveneens zijn toegestaan; b. de bouwhoogte van lichtmasten en vlaggenmasten bedraagt niet meer dan 12 m; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt niet meer dan 5 m, dan wel de bestaande bouwhoogte, indien deze meer bedraagt. 3.3
Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; het bebouwingsbeeld; de verkeersveiligheid; de parkeervoorzieningen; bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.2.3, tot een bouwhoogte van 3 m voor erf- en terreinafscheidingen en 15 m voor overige bouwwerken.
bestemmingsplan Bruchterveld, 6 trekkershutten Broekdijk 12 | PAGINA 70
Hoofdstuk 3 Artikel 4
Algemene regels Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
bestemmingsplan Bruchterveld, 6 trekkershutten Broekdijk 12 | PAGINA 71
Artikel 5
Algemene afwijkingsregels
5.1
Algemene afwijkingsregels
5.1.1
Afwijkingsbevoegdheden
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van: a. de in de regels gegeven maten, afmetingen en percentages tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en percentages voor zover dit gelet op het gebruik en/of de constructie noodzakelijk is; b. het bepaalde in het plan en toestaan dat het beloop of het profiel van de wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of -intensiteit daartoe aanleiding geven; c. het bepaalde in het plan en toestaan dat bestemmings- of bouwgrenzen worden overschreden, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft; d. het bepaalde in het plan en toestaan dat openbare nutsgebouwtjes, wachthuisjes ten behoeve van het openbaar vervoer, telefooncellen, gebouwtjes ten behoeve van de bediening van kunstwerken, toiletgebouwtjes en naar de aard daarmee gelijk te stellen gebouwtjes worden gebouwd, mits: 1. de inhoud per gebouwtje niet meer dan 50 m³ bedraagt; e. het bepaalde in het plan en toestaan dat antennemasten tot een bouwhoogte van 25 m worden gebouwd; f.
het bepaalde in het plan en de ligging van de rooilijn anders bepalen, met dien verstande dat de ligging van geluidgevoelige bebouwing dichter op een weg uitsluitend is toegestaan voorzover de voorkeurswaarde of en hoger verkregen grenswaarde, zoals bedoeld bij of krachtens de Wet Geluidhinder, niet wordt overschreden; g. het bepaalde in het plan en bebouwing voor of achter de rooilijn of een buiten een bouwvlak toestaan, met dien verstande dat de ligging van geluidgevoelige bebouwing dichter op een weg uitsluitend is toegestaan voorzover de voorkeurswaarde of en hoger verkregen grenswaarde, zoals bedoeld bij of krachtens de Wet Geluidhinder, niet wordt overschreden. 5.1.2
Voorwaarden
Een omgevingsvergunning als bedoeld in dit artikel mag slechts worden verleend indien deze niet leidt tot een onevenredige aantasting van: de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en/of bouwwerken; de verkeersveiligheid; de parkeervoorzieningen.
bestemmingsplan Bruchterveld, 6 trekkershutten Broekdijk 12 | PAGINA 72
Artikel 6 6.1
Overige regels
Afstemming welstandstoets
Voorzover de regels in het bestemmingsplan met betrekking tot: a. de voorgeschreven maximale goothoogte en maximale bouwhoogte; b. de plaatsing op het bouwperceel; ruimte bieden voor verschillende mogelijkheden van het realiseren van gebouwen, is deze ruimte tevens bedoeld voor het kunnen stellen van voorwaarden op basis van de in artikel 12a van de Woningwet voorgeschreven welstandscriteria (voor zover die binnen het betreffende gebied van toepassing zijn) mits: a. de vermindering van de goot- en bouwhoogte niet meer bedraagt dan 15% van de maximaal toegestane goot- en bouwhoogte; b. de binnen de regels te realiseren oppervlakte niet wordt verminderd. 6.2
Uitsluiting seksinrichting
Het bestemmingsplan verzet zich tegen het gebruik van de gronden en gebouwen als seksinrichting; 6.3
Parkeergelegenheid en laad- en losmogelijkheden
a. Bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor bouwen of afwijken van de regels dient, indien de omvang of de bestemming van een gebouw en/of het terrein daartoe aanleiding geeft, ten behoeve van het parkeren of stallen van auto's, (motor)fietsen, of andere voertuigen, in voldoende mate ruimte zijn aangebracht op of onder het gebouw, en/of op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw of terrein behoort. Deze ruimte mag niet overbemeten zijn, gelet op het gebruik of de bewoning van het gebouw, waarbij rekening moet worden gehouden met de eventuele bereikbaarheid per openbaar vervoer. Het aantal parkeerplaatsen per voertuig wordt bepaald op basis van beleidsregels die zijn opgenomen in de Nota parkeernormering (of een later door burgemeester en wethouders vast te stellen vervangend beleidsdocument dat verwijst naar deze regels); b. De onder a bedoelde ruimte voor het parkeren van auto's moet afmetingen hebben die zijn afgestemd op gangbare auto's. Aan deze eis wordt geacht te zijn voldaan: 1. indien de afmetingen van bedoelde parkeerruimten ten minste 1,80 m bij 5 m en ten hoogste 3,25 m bij 6 m bedragen; 2. indien de afmetingen van een gereserveerde parkeerruimte voor een gehandicapte, voor zover die ruimte niet in de lengterichting aan een trottoir grenst, ten minste 3,50 m bij 5 m bedragen. c.
Indien de bestemming van een gebouw aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van goederen, moet in deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan, in of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort. d. Het bevoegd gezag kan afwijken van het bepaalde onder a en c: 1. indien het voldoen aan die bepalingen op overwegende bezwaren stuit; of 2. voor zover op andere redelijke wijze in de nodige parkeer- of stallingsruimte, dan wel laad- of losruimte wordt voorzien. e. Ruimte(n) voor het bepaalde onder a en c dient, voor zover de aanwezigheid van deze ruimten krachtens deze regels nodig is, beschikbaar te blijven. Ander gebruik wordt aangemerkt als strijdig gebruik met de bestemming.
bestemmingsplan Bruchterveld, 6 trekkershutten Broekdijk 12 | PAGINA 73
Hoofdstuk 4 Artikel 7 7.1
Overgangs-en slotregels Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken
7.1.1 Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. 7.1.2 Burgemeester en wethouders kunnen eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%. 7.1.3 Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 7.2
Overgangsrecht gebruik
7.2.1 Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. 7.2.2 Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 7.2.3 Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 7.2.4 Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
bestemmingsplan Bruchterveld, 6 trekkershutten Broekdijk 12 | PAGINA 74
Artikel 8
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Bruchterveld, 6 trekkershutten Broekdijk 12' van de gemeente Hardenberg.
bestemmingsplan Bruchterveld, 6 trekkershutten Broekdijk 12 | PAGINA 75