CConstaterende datHardenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

Regels en toelichting bestemmingsplan Bruchterveld, 6 trekkershutten Broekdijk 12

gemeenteraad 20 juni 2023, gemeente HardenbergBij agendapunt: Het ongewijzigd vaststellen van het bestemmingsplan "Bruchterveld, 6 trekkershutten Broekdijk 12" (het plaatsen van 6 trekkershutten)21.810 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bruchterveld, 6 trekkershutten Broekdijk 12

Inhoudsopgave

Toelichting

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging van het plangebied 1.3 De bij het plan behorende stukken 1.4 Huidig planologisch regime en strijdigheid 1.5 Leeswijzer

6 6 6 7 7 9

Hoofdstuk 2 Huidige en gewenste situatie 2.1 Historie Bruchterveld 2.2 Huidige situatie plangebied 2.3 Gewenste situatie

10 10 10 11

Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid

14 14 16 27

Hoofdstuk 4 Milieu- en omgevingsaspecten 4.1 Geluid 4.2 Bodemkwaliteit 4.3 Luchtkwaliteit 4.4 Externe veiligheid 4.5 Milieuzonering 4.6 Geur 4.7 Ecologie 4.8 Archeologie & cultuurhistorie 4.9 Verkeer en parkeren 4.10 Besluit milieueffectrapportage

34 34 34 35 36 38 40 42 43 44 45

Hoofdstuk 5 Wateraspecten 5.1 Vigerend beleid 5.2 Waterparagraaf

47 47 48

Hoofdstuk 6 Juridische aspecten en planverantwoording 6.1 Inleiding 6.2 Opzet van de regels 6.3 Verantwoording van de regels

49 49 49 50

Hoofdstuk 7

52

Economische uitvoerbaarheid

Hoofdstuk 8 Vooroverleg, inspraak en zienswijzen 8.1 Vooroverleg 8.2 Inspraak 8.3 Zienswijzen

53 53 53 53

Bijlagen bij de toelichting

55

Bijlage 1

Watertoetsresultaat

Regels

56

63

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

64 64 68

Hoofdstuk 2 Artikel 3

Bestemmingsregels Recreatie

69 69

bestemmingsplan Bruchterveld, 6 trekkershutten Broekdijk 12 | PAGINA 2

Hoofdstuk 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene afwijkingsregels Overige regels

71 71 72 73

Hoofdstuk 4 Artikel 7 Artikel 8

Overgangs-en slotregels Overgangsrecht Slotregel

74 74 75

bestemmingsplan Bruchterveld, 6 trekkershutten Broekdijk 12 | PAGINA 3

bestemmingsplan Bruchterveld, 6 trekkershutten Broekdijk 12 | PAGINA 4

Toelichting

bestemmingsplan Bruchterveld, 6 trekkershutten Broekdijk 12 | PAGINA 5

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Dit bestemmingsplan heeft betrekking op recreatiebedrijf de Wingerd, gelegen aan de Broekdijk 12 te Bruchterveld. Dit recreatiebedrijf bestaat momenteel uit een zalencentrum, een groepsaccommodatie en een vakantiewoning en een trekkershut. Tevens worden ter plaatse recreatief auto's verhuurd voor een roadtrip. Planologisch zijn er daarnaast nog 15 kampeerplaatsen toegestaan. Deze zijn echter nooit gerealiseerd. Initiatiefnemer is voornemens om in plaats van deze 15 kampeerplaatsen, ter plaatse zes trekkershutten te realiseren. Dit past niet binnen het bestemmingsplan, aangezien ten aanzien van de recreatieve functie uitsluitend een groepsaccommodatie, dagrecreatieve voorzieningen met ondergeschikte horeca en een kleinschalig kampeerterrein toegestaan zijn. Om de voorliggende ontwikkelingen mogelijk te maken, is een herziening van het bestemmingsplan benodigd. De gemeente Hardenberg heeft aangegeven in principe medewerking te willen verlenen aan de herziening van het bestemmingsplan om de ontwikkeling mogelijk te maken. Opgemerkt wordt dat de reeds vergunde vakantiewoning, evenals een bestaande trekkershut, momenteel ook niet in het bestemmingsplan zijn ingepast. Dit wordt in dit plan meegenomen. Dit bestemmingsplan voorziet in de juridische planologische kaders om de ontwikkeling mogelijk te maken.

In dit plan wordt aangetoond dat de gewenste ontwikkeling in overeenstemming is met 'een goede ruimtelijke ordening' en vanuit ruimtelijk en planologisch oogpunt verantwoord is.

1.2

Ligging van het plangebied

Het plangebied ligt aan de Broekdijk 12 in Bruchterveld. In de volgende afbeelding is de ligging van het plangebied ten opzichte van Bruchterveld en de directe omgeving weergegeven.

bestemmingsplan Bruchterveld, 6 trekkershutten Broekdijk 12 | PAGINA 6

Afbeelding 1.1: Ligging van het plangebied ten opzichte van de directe en ruimere omgeving (Bron: PDOK)

1.3

De bij het plan behorende stukken

Het bestemmingsplan ''Bruchterveld, 6 trekkershutten Broekdijk 12” bestaat uit de volgende stukken: verbeelding (tek.nr NL.IMRO.0160.0000BP00429-VG01) en een renvooi; regels (met bijbehorende bijlagen); toelichting (met bijbehorende bijlagen). Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.

1.4

Huidig planologisch regime en strijdigheid

In de volgende subparagrafen wordt ingegaan op het geldende planologische regime en wordt tevens de strijdigheid met betrekking tot het planvoornemen beschreven. Het plangebied ligt binnen de grenzen van de beheersverordening "Bruchterveld", vastgesteld op 23 april 2013 en het bestemmingsplan "Facetherziening parkeren Hardenberg" vastgesteld op 17 juli 2018. Hierna wordt de planologische situatie beschreven en wordt op de strijdigheid ingegaan. In dit geval is met name de beheersverordening "Bruchterveld" relevant. 1.4.1

Planologische situatie

1.4.1.1 Algemeen Ter plaatse van het plangebied geldt de bestemming 'Recreatie'. In afbeelding 1.2 is een uitsnede van de huidige planologische situatie weergegeven,Het plangebied is rood omlijnd.

bestemmingsplan Bruchterveld, 6 trekkershutten Broekdijk 12 | PAGINA 7

Afbeelding 1.2: Uitsnede van de beheersverordening "Bruchterveld" (Bron: Ruimtelijkeplannen.nl) Recreatie Gronden met de bestemming 'Recreatie' zijn met name bestemd voor een groepsaccommodatie, dagrecreatieve voorzieningen met ondergeschikte horeca, een kleinschalig kampeerterrein en wonen ten behoeve van de recreatieve functie. Onder een kleinschalig kampeerterrein wordt verstaan: kamperen in de vorm van recreatief medegebruik gedurende de periode van 15 maart t/m 31 oktober, op een kampeerterrein geschikt voor een maximaal 15 kampeermiddelen; Onder een kampeermiddel wordt verstaan: Een onderkomen dat naar de aard en inrichting is bedoeld voor recreatief nachtverblijf, maar zonder een met de grond verbonden constructie en zonder een plaatsgevonden karakter, zoals bijvoorbeeld een tent, vouwwagen, toercaravan of camper. 1.4.1.2 Strijdigheid Een trekkershut is geen kampeermiddel en zodoende ook niet toegestaan op grond van de beheersverordening. Bovendien blijkt uit bovenstaande omschrijving dat de vakantiewoning en de bestaande trekkershut tevens niet zijn opgenomen in de bestemmingsomschrijving. Deze zijn beide wel aanwezig. Het is daarom wenselijk de recreatieve bestemming voor dit perceel te herzien, waarin wordt geregeld dat de kampeerplaatsen worden vervangen door zes trekkershutten en er een bestaande vakantiewoning en trekkershut worden vastgelegd.

bestemmingsplan Bruchterveld, 6 trekkershutten Broekdijk 12 | PAGINA 8

1.5

Leeswijzer

Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 ingegaan op de huidige en gewenste situatie. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, provincie Overijssel en de gemeente Hardenberg beschreven. In hoofdstuk 4 passeren alle relevante milieuthema's de revue. Hoofdstuk 5 gaat in op de wateraspecten. In de hoofdstukken 6 en 7 wordt respectievelijk ingegaan op de juridische aspecten/planverantwoording en de economische uitvoerbaarheid. Hoofdstuk 8 gaat in op het vooroverleg en de inspraak.

bestemmingsplan Bruchterveld, 6 trekkershutten Broekdijk 12 | PAGINA 9

Hoofdstuk 2

2.1

Huidige en gewenste situatie

Historie Bruchterveld

Het Bruchterveld behoorde tot het midden van de 19e eeuw tot de nederzetting Brucht en was gelegen binnen de marke Brucht. In 1850/1853 werd het doorsneden door de aanleg van het Overijssels kanaal Almelo-De Haandrik. De aanleg van het Overijssels Kanaal heeft grote verandering teweeg gebracht en vormde de aanleiding om tot verdeling van de gronden over te gaan. Daarvoor waren deze het gezamenlijk eigendom van de marke. Door middel van dit kanaal kon de turf worden afgevoerd die met kleine zogenaamde bokschuiten uit het veengebied naar het kanaal werd gevaren en dan werd overgeladen op grotere schepen die 20 tot 30 ton turf konden stouwen. Dr. van Riemsdijk diende in de vergadering van 29 augustus 1857 bij de Commissie van Beheer der Marke namens de familie Crull een voorstel in voor het maken van een verbinding van het Bruchterveld met het Overijssels Kanaal voor een betere afvoer van de turf. Hiervoor zou een verbinding met het kanaal moeten worden gemaakt. Hier zou ook een overslagplaats moeten komen met eventueel met een sluisje. Toen het einde van de vervening rond 1875 in zicht kwam, stapte men langzaam over op landbouw en veeteelt. Het gebied heette toen nog Brucht. Landeigenaren en arbeiders gingen er wonen en er ontstond een dorpsgemeenschap, de latere kern Bruchterveld. Tegenwoordig telt Bruchterveld zo'n 1.200 inwoners.

De karakteristiek van Bruchterveld wordt in grote mate bepaald door de loop van de Broekdijk, die begint bij het Overijssels Kanaal ten noordwesten van Bruchterveld, vervolgens Bruchterveld doorsnijdt en ten oosten van Bruchterveld overgaat in de verlengde Broekdijk. Bruchterveld kent veel variatie aan bouwstijlen, detaillering, materiaal- en kleurgebruik. De nokrichting van de bebouwing staat veelal haaks op de Broekdijk.

2.2

Huidige situatie plangebied

Het plangebied betreft het perceel van recreatiebedrijf de Wingerd. Het perceel ligt aan de noordwestrand van de kern Bruchterveld. Ten zuidoosten liggen woonfuncties. Aan de zuidwestzijde ligt de Broekdijk. Aan de overige zijden grenst het plangebied aan agrarische gronden. De Wingerd betreft een recreatiebedrijf dat in 1999 is begonnen als zalencentrum. Tegenwoordig bestaat de Wingerd naast het zalencentrum (met twee zalen) ook uit een vakantiewoning, trekkershut en een groepsaccommodatie. Tevens bestaan er dagrecreatieve activiteiten in de verhuur van authentieke auto's. De bebouwing op het perceel bestaat uit een bedrijfswoning, groepsaccommodatie, een vakantiewoning, trekkershut en enkele bijgebouwen. Het achterste gedeelte van het terrein is onbebouwd en groen ingericht. In de volgende afbeeldingen zijn impressies van de huidige situatie opgenomen.

bestemmingsplan Bruchterveld, 6 trekkershutten Broekdijk 12 | PAGINA 10

Afbeelding 2.1: Luchtfoto plangebied (Bron: PDOK)

Afbeelding 2.2: Straatbeelden huidige situatie (Bron: Google streetview) 2.3

Gewenste situatie

Initiatiefnemer is voornemens om op het achterterrein, dat op dit moment nog niet bebouwd is en groen is ingericht, zes trekkershutten te plaatsen. Het gaat om kleinschalige trekkershutten, met een oppervlakte van 19 m2 per hut, in een groene setting. De hutten zijn bedoeld voor maximaal 2 personen per hut. De bedoeling is om de hutten volledig energieneutraal te bouwen en voorzien van zonnepanelen. Het gaat om mobiele hutten zonder fundering, zodat ze makkelijk verplaatsbaar zijn. De motivatie voor het realiseren van trekkershutten in plaats van kampeerplaatsen ligt in de behoefte. Initiatiefnemer merkt dat er veel vraag is naar een luxere vorm van overnachting, voor met name fietsers en wandelaars die rustig willen recreëren in het Vechtdal. Daarom worden de hutten ook in een landelijke en bosrijke setting geplaatst. Ten behoeve van de hutten worden zes parkeerplaatsen aangelegd. Tevens wordt een verhard pad doorgetrokken naar het achterterrein, ten behoeve van de ontsluiting. Tot slot wordt opgemerkt dat er al een vakantiewoning en een trekkershut aanwezig zijn,

bestemmingsplan Bruchterveld, 6 trekkershutten Broekdijk 12 | PAGINA 11

die met dit bestemmingsplan planologisch worden vastgelegd. Voor de recreatiewoning is op 24 oktober 2019 een omgevingsvergunning verleend door de gemeente. Op 31 januari 2016 is een bouwvergunning verleend voor een kiosk bij een midgetgolfbaan, die er inmiddels niet meer is. De kiosk is verbouwd en nu in gebruik als trekkershut. In de volgende afbeeldingen zijn achtereenvolgens een schets van de plattegrond en een impressie van de beoogde nieuwe trekkershutten weergegeven. Opgemerkt wordt dat op de plattegrond vier trekkershutten weergegeven zijn. Planologisch worden zes nieuwe trekkershutten toegestaan. De exacte locatie van de trekkershutten en het aantal worden dan ook te zijner tijd nog nader bepaald.

Afbeelding 2.3: Plattegrond gewenste situatie (Bron: Initiatiefnemer)

bestemmingsplan Bruchterveld, 6 trekkershutten Broekdijk 12 | PAGINA 12

Afbeelding 2.4: Impressie trekkershutten (Bron: Initiatiefnemer)

bestemmingsplan Bruchterveld, 6 trekkershutten Broekdijk 12 | PAGINA 13

Hoofdstuk 3

Beleidskader

Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven.

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Nationale omgevingsvisie (NOVI)

3.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 3.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut.

Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3. Sterke en gezonde steden en regio's Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd.

bestemmingsplan Bruchterveld, 6 trekkershutten Broekdijk 12 | PAGINA 14

4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw. Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zet het Rijk in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan. 3.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal.

Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van toekomstige generaties 3.1.1.4 Ladder voor duurzame verstedelijking Ten tijde van de SVIR (voorganger NOVI) is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigd en geoptimaliseerd instrument. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt.

Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen 'bestaand stedelijk gebied' en 'stedelijke ontwikkeling'. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'. stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´ Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar, zijnde de looptijd van het bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit).

bestemmingsplan Bruchterveld, 6 trekkershutten Broekdijk 12 | PAGINA 15

3.1.2

Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten van het rijksbeleid

De NOVI laat zich niet specifiek uit over dergelijke lokale ontwikkelingen. De voorgenomen ontwikkeling raakt geen Rijksbelangen als opgenomen in de omgevingsvisie. Wat betreft de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' wordt opgemerkt dat deze van toepassing is bij 'nieuwe stedelijke ontwikkelingen' (3.1.6 Bro). Er zijn inmiddels meerdere gerechtelijke uitspraken geweest over deze begripsdefinitie. Uit Afdelingsjurisprudentie blijkt dat de vraag wanneer sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in grote mate casuïstisch wordt beantwoord. Zo heeft de Afdeling uitgemaakt dat de realisatie van enkele gebouwen voor verblijfsrecreatie in ieder geval niet worden aangemerkt als 'nieuwe stedelijke ontwikkeling'. Dit blijkt uit de uitspraak ABRvS 17 september 2014, ECLI:NL:RVS:2014:3398, waarbij het ging om de bouw van een strandpaviljoen, twee groepsaccommodaties en 10 geschakelde eco-lodges. In dit geval gaat het om slechts 6 trekkershutten, met een gezamenlijke oppervlakte van slechts 150 m2. De trekkershutten komen in plaats van een kampeerterrein, waardoor per saldo sprake is van een afname van overnachtingseenheden. De toename aan bebouwing is daarnaast met slechts 114 m2 gering en vindt bovendien plaats op een bestaand recreatief terrein, waardoor van uitbreiding van een stedelijke functie geen sprake is.

Daarnaast worden er planologisch een vakantiewoning en trekkershut toegestaan. De vakantiewoning is reeds vergund. Gezien vorenstaande uitspraak kan ook ten aanzien van deze functies worden gesteld dat, gezien de kleinschaligheid, geen sprake is van een ladderplichtige ontwikkeling. Bovendien is er ten aanzien van deze functies geen sprake van een toename van bebouwing. Gezien vorenstaande wordt geconcludeerd dat de ladder voor duurzame verstedelijking niet van toepassing is. Geconcludeerd wordt dat er geen sprake is van strijd met het rijksbeleid.

3.2

Provinciaal beleid

In deze paragraaf wordt het voor deze ontwikkeling relevante provinciale beleid behandeld. Op 12 april 2017 hebben Provinciale Staten van Overijssel de Omgevingsvisie Overijssel 'Beken Kleur' en bijbehorende Omgevingsverordening Overijssel vastgesteld. 3.2.1

Omgevingsvisie Overijssel

De omgevingsvisie is het centrale provinciale beleidsplan voor het fysieke beleidsplan voor het fysieke leefmilieu in Overijssel. De opgaven en kansen waar de provincie Overijssel voor staat, zijn vertaald in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema's. De hoofdambitie van de Omgevingsvisie is een toekomstvaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden. Enkele centrale ambities van de provincie: goed en plezierig wonen, nu en in de toekomst door een passend en flexibel aanbod van woonmilieus (typen woningen en woonomgeving) die voorzien in de vraag (kwantitatief en kwalitatief); versterken complementariteit van bruisende steden en vitaal platteland als ruimtelijke, cultureel, sociaal en economisch samenhangend geheel. Dit door behoud en versterking van leefbaarheid en diversiteit van het landelijk gebied, stedelijke netwerken versterken, behoud en versterken van cultureel erfgoed als drager van identiteit; veilig, gezond en schoon kunnen wonen, werken, recreëren en reizen door te zorgen voor waterveiligheid, externe veiligheid en verkeersveiligheid; investeren in een hoofdinfrastructuur voor wegverkeer, trein, fiets en waarbij veiligheid en doorstroming centraal staan.

bestemmingsplan Bruchterveld, 6 trekkershutten Broekdijk 12 | PAGINA 16

3.2.2

Omgevingsverordening Overijssel

De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. Er wordt nadrukkelijk gestuurd op ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid. Uitgangspunt is dat verstedelijking en economische activiteiten gebundeld worden ten behoeve van een optimale benutting van bestaand bebouwd gebied. 3.2.3

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel

Om te bepalen of een initiatief bijdraagt aan de ambities van de provincie Overijssel, wordt het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel gebruikt. In dit uitvoeringsmodel staan de volgende stappen centraal: 1. Of – generieke beleidskeuzes 2. Waar – ontwikkelingsperspectieven 3. Hoe – gebiedskenmerken Bij een initiatief voor bijvoorbeeld woningbouw, een nieuwe bedrijfslocatie, toeristisch-recreatieve voorzieningen, natuurontwikkeling, et cetera kun je aan de hand van deze drie stappen bepalen of een initiatief binnen de geschetste visie voor Overijssel mogelijk is, waar het past en hoe het uitgevoerd kan worden. De eerste stap, het bepalen van de of-vraag, lijkt in strijd met de wens zoveel mogelijk ruimte te willen geven aan nieuwe initiatieven. Met het faciliteren van initiatieven moet echter wel gekeken worden naar de (wettelijke) verantwoordelijkheden zoals veiligheid of gezondheid. Het uitvoeringsmodel maakt helder wat kan en wat niet kan. Om een goed evenwicht te vinden tussen het bieden van ruimte aan initiatieven en het waarborgen van publieke belangen, varieert de provinciale sturing: soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend. In afbeelding 3.1 is het Uitvoeringsmodel weergegeven.

bestemmingsplan Bruchterveld, 6 trekkershutten Broekdijk 12 | PAGINA 17

Afbeelding 3.1: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel) 3.2.3.1 Of- generieke beleidskeuzes Maatschappelijke opgaven zijn leidend in het handelen. Allereerst is het dan ook de vraag of er een maatschappelijke opgave is. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidskeuzes van EU, Rijk of provincie. Denk hierbij aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon drinkwater en droge voeten te garanderen. Maar ook aan beleidskeuzes om overaanbod van bijvoorbeeld woningbouw- en kantorenlocaties – en daarmee grote financiële en maatschappelijke kosten – te voorkomen. In de omgevingsvisie zijn de provinciale beleidskeuzes hieromtrent vastgelegd. De generieke beleidskeuzes zijn vaak normstellend. Dit betekent dat ze opgevolgd moeten worden: het zijn randvoorwaarden waarmee iedereen rekening moet houden vanwege zwaarwegende publieke belangen. De normstellende beleidskeuzes zijn vastgelegd in de omgevingsverordening. 3.2.3.2 Waar- ontwikkelingsperspectieven Na het beantwoorden van de of-vraag, is de vraag waar het initiatief past of ontwikkeld kan worden. In de omgevingsvisie op de toekomst van Overijssel onderscheid de provincie zes ontwikkelingsperspectieven. Deze ontwikkelingsperspectieven schetsen een ruimtelijk perspectief voor een combinatie van functies en geven aan welke beleids- en kwaliteitsambities leidend zijn.

De ontwikkelingsperspectieven geven zo richting aan waar wat ontwikkeld zou kunnen worden. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend. Dit betekent dat er ruimte is voor lokale afweging: een gemeente kan vanwege maatschappelijke en/of sociaal-economische redenen in haar Omgevingsvisie en bestemmings- of omgevingsplan een andere invulling kiezen. Die dient dan wel te passen binnen de – voor dat ontwikkelingsperspectief – geldende kwaliteitsambities. Daarbij dienen de nieuwe ontwikkelingen verbonden te worden met de bestaande kenmerken van het gebied, conform de Catalogus Gebiedskenmerken (de derde stap in het uitvoeringsmodel). Naast ruimte voor een lokale afweging ten aanzien van functies en ruimtegebruik, is er ruimte voor een lokale invulling van de begrenzing: de

bestemmingsplan Bruchterveld, 6 trekkershutten Broekdijk 12 | PAGINA 18

grenzen van de ontwikkelingsperspectieven zijn signaleringsgrenzen. 3.2.3.3 Hoe- gebiedskenmerken Ten slotte is de vraag hoe het initiatief ingepast kan worden in het landschap. De gebiedskenmerken spelen een belangrijke rol bij deze vraag. Onder gebiedskenmerken worden verstaan de ruimtelijke kenmerken van een gebied of gebiedstype die bepalend zijn voor de karakteristiek en kwaliteit van dat gebied of gebiedstype. Voor alle gebiedstypen in Overijssel is in de Catalogus Gebiedskenmerken beschreven welke kwaliteiten en kenmerken van provinciaal zijn en behouden, versterkt of ontwikkeld moeten worden. De gebiedskenmerken zijn soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend. Voor de normerende uitspraken geldt dat deze opgevolgd dienen te worden; ze zijn dan ook in de omgevingsverordening geregeld. De richtinggevende uitspraken zijn randvoorwaarden waarmee in principe rekening gehouden moet worden. Hier kan gemotiveerd van worden afgeweken mits aannemelijk is gemaakt dat met het alternatief de kwaliteitsambities even goed of zelfs beter gerealiseerd kunnen worden. De inspirerende uitspraken bieden een wenkend perspectief: het zijn voorbeelden van de wijze waarop ruimtelijke kwaliteitsambities ingevuld kunnen worden. Initiatiefnemers kunnen zich hierdoor laten inspireren, maar dit hoeft niet.

3.2.3.4 Toetsing van het initiatief aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. 3.2.3.4.1 Of - generieke beleidskeuzes Bij de afwegingen in de eerste fase 'Of – generieke beleidskeuzes' zijn artikel 2.1.3 (Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik), artikel 2.1.5 (Ruimtelijke kwaliteit), artikel 2.12.2 (Nieuwe recreatiewoningen) en 2.12.5 (verbod op permanente bewoning). Hierna wordt nader op de artikelen ingegaan. Artikel 2.1.3: Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik 1. Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwik kelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de Groene Omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt. dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut. 2.

Bestemmingsplannen voor de Groene Omgeving voorzien uitsluitend in ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen anders dan de uitleg van steden en dorpen wanneer aannemelijk is gemaakt: dat (her)benutting van bestaande erven en/of bebouwing in de Groene Omgeving in redelijkheid niet mogelijk is; dat mogelijkheden voor combinatie van functies op bestaande erven optimaal zijn benut. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.3 In het voorliggend geval is het extra ruimtebeslag op de groene omgeving, ten opzichte van wat nu planologisch is toegestaan zeer beperkt, aangezien het om slechts 150 m2 gaat. Bovendien worden de trekkershutten in een landschappelijke en bosrijke setting geplaatst zodat het visueel nauwelijks zichtbaar en landschappelijk passend is. De trekkershutten worden op een bestaand recreatief terrein geplaatst. Het perceel is reeds volledig groen ingepast. Dit blijft behouden, aangezien het onderdeel is van de natuurlijke setting. Gesteld wordt dat in voldoende mate rekening is gehouden met de principes van zuinig en

bestemmingsplan Bruchterveld, 6 trekkershutten Broekdijk 12 | PAGINA 19

zorgvuldig ruimtegebruik. Artikel 2.1.5: Ruimtelijke kwaliteit (leden 1, 2, 3 en 5) 1. In de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. 2. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan het Uitvoeringsmodel (OF-, WAAR- en HOE-benadering) die in de Omgevingsvisie Overijssel is neergelegd. 3. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt gemotiveerd dat de nieuwe ontwikkeling past binnen het ontwikkelingsperspectief dat in de Omgevingsvisie Overijssel voor het gebied is neergelegd. 4. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan de vier-lagenbenadering die onderdeel uitmaakt van het Uitvoeringsmodel en op welke wijze de Catalogus Gebiedskenmerken is gebruikt bij de ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.5 Het groene karakter van het plangebied blijft in de nieuwe situatie gehandhaafd. Gezien de huidige mogelijkheden in het gebied (15 kampeerplaatsen) is er sprake van een afname van de intensiteit.

Door het realiseren van zes trekkershutten in plaats van kampeerplaatsen kan er meer groen behouden blijven, aangezien de oppervlakte voor de trekkershutten aanzienlijk kleiner is dan een gemiddelde kampeerplaats. Zoals aangegeven is het perceel reeds goed ingepast. Ook wordt voldaan aan de Of-, Waar-, en Hoe-benadering en het ontwikkelingsperspectief. Dit blijkt uit de volgende subparagraven. Gesteld wordt dat het initiatief in overeenstemming is met artikel 2.1.5. Artikel 2.12.2 Nieuwe recreatiewoningen (lid 1) Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in de bouw van nieuwe recreatiewoningen als: a. er sprake is van een innovatief concept; b. verzekerd is dat recreatiewoningen bedrijfsmatig geëxploiteerd en verhuurd worden en c. de recreatiewoningen in de vorm van een complex van recreatiewoningen worden gerealiseerd. Artikel 2.12.5 Verbod op permanente bewoning In een bestemmingsplan dat betrekking heeft op recreatiewoningen en recreatieverblijven worden regels opgenomen die permanente bewoning daarvan uitsluiten. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.12.2 en artikel 2.12.5 In voorliggend geval gaat het niet om een volledig nieuw recreatiepark, maar om zes trekkershutten in een natuurlijke setting. Het betreffen geen reguliere recreatiewoningen, waardoor artikel 2.12.2 feitelijk niet van toepassing is.

De trekkershutten zullen bedrijfsmatig worden verhuurd en in een soort van klein complex (op een recreatieterrein). Daarnaast is permanente bewoning aangemerkt als strijdig gebruik in de regels van dit bestemmingsplan. Concluderend wordt gesteld dat het initiatief in overeenstemming is met artikel 2.12.2 en 2.12.5 van de Provinciale omgevingsverordening. 3.2.3.4.2 Waar - ontwikkelingsperspectieven Het plangebied ligt deels in het ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap' en deels in het ontwikkelingsperspectief 'Woon- en werklocaties buiten de stedelijke netwerken. Hierna wordt getoetst aan dat ontwikkelingsperspectieven.

bestemmingsplan Bruchterveld, 6 trekkershutten Broekdijk 12 | PAGINA 20

Afbeelding 3.2: Uitsnede ontwikkelingsperspectievenkaart Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel) "Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap" Van de ruimtelijke kwaliteitsambities staat in dit ontwikkelingsperspectief de ambitie Voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen voorop. Daarnaast gelden – net als voor alle andere ontwikkelingsperspectieven – de ruimtelijke kwaliteitsambities: zichtbaar en beleefbaar mooi landschap; sterke ruimtelijke identiteiten als merken voor Overijssel; continu en beleefbaar watersysteem. "Woon- en werklocaties buiten de stedelijke netwerken" De steden en dorpen buiten de stedelijke netwerken mogen altijd bouwen voor de lokale behoefte aan wonen, werken en voorzieningen, inclusief lokaal gewortelde bedrijvigheid, mits onderbouwd en regionaal afgestemd. Herstructurering en transformatie van de woon-, werk-, voorzieningen- en mixmilieus moeten deze vitaal en aantrekkelijk houden en de diversiteit aan milieus versterken. Herstructurering en transformatie bieden kansen om te anticiperen op klimaatverandering (bijvoorbeeld door ruimte voor groen, natuur en water te reserveren).

Van belang is de stedelijke ontwikkeling altijd af te stemmen op de kenmerken van het watersysteem, bijvoorbeeld in laaggelegen gebieden bij bouw- en evacuatieplannen rekening houden met risico's op overstroming of wateroverlast. Herstructurering en transformatie kunnen ook bijdragen aan de energietransitie (door het nemen van energie-efficiënte maatregelen en/of het opwekken van duurzame energie door bijvoorbeeld het aanwezige dakoppervlak te benutten). Toetsing van het initiatief aan het Ontwikkelingsperspectief Het gaat in voorliggend geval om een bestaand recreatiebedrijf. Het deel dat binnen het stedelijk netwerk valt past binnen de daar geldende ambities om lokaal gewortelde voorzieningen voor de lokale behoefte ruimte te geven. Door de ontwikkeling krijgt het bedrijf een bestendig toekomstbeeld. Ten aanzien van het kleinschalig mixlandschap wordt gesteld dat een recreatieve functie daarbinnen passend is. Gezien het geheel

bestemmingsplan Bruchterveld, 6 trekkershutten Broekdijk 12 | PAGINA 21

landschappelijk reeds passend is, wordt ook bijgedragen aan het behouden van de structuren van het landschap. De locatie is, gezien de doelstelling van het recreatiepark, recreëren in de rust en de natuur, op een geschikte plek gelegen. Door het concept ervaren bezoekers de natuur en wordt het landschap (bos) beter zichtbaar. Het initiatief past binnen het ter plekke geldende ontwikkelingsperspectief. 3.2.3.4.3 Hoe - gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch-cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. 1. De 'Natuurlijke laag' Overijssel bestaat uit een rijk en gevarieerd spectrum aan natuurlijke landschappen. Deze vormen de basis voor het gehele grondgebied van Overijssel. Het beter afstemmen van ruimtelijke ontwikkelingen op de natuurlijke laag kan ervoor zorgen dat de natuurlijke kwaliteiten van de provincie weer mede beeldbepalend worden. Ook in steden en dorpen bij voorbeeld in nieuwe waterrijke woonmilieus en nieuwe natuur in stad en dorp. Het plangebied wordt op basis van de gebiedskenmerkenkaart de 'Natuurlijke laag' aangeduid met het gebiedstype 'hoogveengebieden, in cultuur gebracht'. Op onderstaande afbeelding is dit weergegeven.

Afbeelding 3.3: Natuurlijke laag (Bron: Provincie Overijssel) “Hoogveengebieden (in cultuur gebracht)” Op waterhuishoudkundig geïsoleerde plekken (waar het regenwater wordt vastgehouden) ontwikkelde zich in het zandgebied op kleine en grote schaal hoogveen; onder invloed van regenwater ontstonden veenmoerassen. Deze groeiden als een dikke spons van veenmossen steeds verder omhoog, los van het grondwater. De extreme zure en voedselarme omstandigheden leidden tot natte, slecht toegankelijke moerasgebieden, waar vrijwel geen boom kon groeien. De hoogveenrestanten worden gekenmerkt door een hoge waterkwaliteit, een hoge waterstand en een hoge natuurkwaliteit. Lokaal is sprake van 'levend hoogveen'(veenaangroei).

bestemmingsplan Bruchterveld, 6 trekkershutten Broekdijk 12 | PAGINA 22

Als ontwikkelingen plaats vinden in de nabijheid van hoogveenrestanten, dan dragen deze bij aan verbetering van de hydrologie om verdroging van het veenpakket tegen te gaan en, waar mogelijk, aan toename van natuurkwaliteit en het areaal levend hoogveen. Dit zijn uitgangspunten bij (her)inrichting. Toetsing van het initiatief aan de "Natuurlijke laag" De gronden in het plangebied zijn in recreatief gebruik. De van oorsprong voorkomende 'Natuurlijke laag' is daardoor niet of nauwelijks meer aanwezig. Het plangebied is reeds landschappelijk ingepast op basis van de gebiedskenmerken. Het initiatief is daarmee in overeenstemming met de natuurlijke laag. 2. De 'Laag van het agrarische cultuurlandschap' In de 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap' gaat het er altijd om dat de mens inspeelt op de natuurlijke omstandigheden en die ten nutte maakt. Hierbij hebben nooit ideeën over schoonheid een rol gespeeld. Wel herkenbaarheid, contrast en afwisseling worden gewaardeerd. De ambitie is gericht op het voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen door óf versterking óf behoud óf ontwikkeling of een combinatie hiervan. De locatie ligt binnen het gebiedstype 'hoogveenontginningen'. In afbeelding 3.4 is dat aangegeven.

Afbeelding 3.4: Laag van het agrarisch cultuurlandschap (Bron: Provincie Overijssel) 'Hoogveenontginningen' De grote oppervlakte aan – voormalige – natte en droge heidegronden was oorspronkelijk functioneel verbonden met het essen- en oude hoevenlandschap; hier werd geweid en werden de plaggen gestoken voor in de stal; in de stal bemeste plaggen dienden als structuurverbeteraar en bemesting voor de akkergronden op de essen. Na de uitvinding van kunstmest ging deze functie verloren en werden deze gronden grotendeels in cultuur gebracht. Aanvankelijk kleinschalig en min of meer individueel door keuterboertjes, later werd de ontginning planmatig en grootschalig aangepakt (tot in de jaren 60 van de 20e

bestemmingsplan Bruchterveld, 6 trekkershutten Broekdijk 12 | PAGINA 23

eeuw). De grote natte broekgebieden ondergingen een vergelijkbare ontwikkeling, waardoor de natte en de droge jonge ontginningen nu gelijkenis vertonen. Ten opzichte van omliggend essen- en hoevenlandschap zijn de landbouwontginningen relatief grote open ruimtes, deels omzoomd door boscomplex. Erven liggen als blokken aan de weg geschakeld. Wegen zijn lanen met lange rechtstanden. Vaak zijn het 'inbreidings' landschappen met en rommelige driehoekstructuren als resultaat. Als ontwikkelingen plaats vinden in de agrarische ontginningslandschappen, dan dragen deze bij aan behoud en versterking van de dragende lineaire structuren van lanen, bosstroken en waterlopen en ontginningslinten met erven en de kenmerkende ruimtematen. Toetsing van het initiatief aan de “Laag van het agrarisch cultuurlandschap” De locatie is reeds landschappelijk verantwoord ingepast. Bovendien komen de oorspronkelijke kenmerken van het hoogveen nauwelijks meer voor aangezien het plangebied al jaren in gebruik is als recreatieterrein. Daarmee is de ontwikkeling in overeenstemming met het gestelde in de “Laag van het agrarisch cultuurlandschap”. 3. De 'Stedelijke laag' In de “Stedelijke laag” ontstaat de koppeling van de sociale en fysieke dynamiek van de stedelijke functies aan het verbindende netwerk van wegen, paden, spoorwegen en kanalen.

Elke stad of dorp bezit zijn eigen karakteristieke ruimtelijke, sociale en functionele opbouw en kwaliteiten. Het plangebied is op gebiedskenmerkenkaart in de “Stedelijke laag” aangeduid met het gebiedstype 'Verspreide bebouwing'. In afbeelding 3.5 is dit weergegeven.

Afbeelding 3.5: Stedelijke laag (Bron: Provincie Overijssel) “Woonwijken 1955 – nu” De woonwijken van 1955 tot nu zijn planmatig opgezette uitbreidingswijken op basis van een collectief idee en grotere bouwstromen. De functies (wonen, werken, voorzieningencentra) zijn uiteengelegd en de wijken zijn opgedeeld in buurten met een

bestemmingsplan Bruchterveld, 6 trekkershutten Broekdijk 12 | PAGINA 24

homogeen bebouwingskarakter: buurten met eengezinswoningen, flatwijken, villawijken, wijk(winkel)centra. Er is sprake van een tijdsgebonden verkavelingsstructuur op basis van verschillende ordeningsprincipes. Als ontwikkelingen plaatsvinden in de naoorlogse woonwijken, dan voegt nieuwe bebouwing zich in de aard, maat en het karakter van het grotere geheel (patroon van o.a. wooneenheden en parken), maar is als onderdeel daarvan wel herkenbaar. De groenstructuur is onderdeel van het wijkontwerp. Toetsing van het initiatief aan de “Stedelijke laag” In dit geval gaat het om trekkershutten, die feitelijk buiten het stedelijk gebied liggen. Een deel van het plangebied ligt echter binnen de stedelijke laag. Binnen dit gebied passen de gebouwen reeds binnen de structuur van omliggend gebied. Er treden ook geen fysieke wijzigingen op ter plaatse. Daarom is de ontwikkeling in overeenstemming met de stedelijke laag. 4. De 'Laag van de beleving' In de laag van de beleving komen de natuurlijke, functionele en sociale processen bij elkaar. Dit is de laag die gaat over de beleefbaarheid van ruimtelijke kwaliteit, identiteit en tijdsdiepte, van recreatieve gebruiksmogelijkheden die een belangrijke rol spelen bij de waardering van de leefomgeving.

De laag van de beleving is de laag van de verbinding en het netwerk; tussen het stedelijke en het landelijke, de cultuur en de natuur, snel en traag, oud en nieuw, tussen nut en schoonheid. De laag van de beleving benut vooral de kwaliteiten van de andere drie lagen, maar voegt ook eigen kenmerken toe, zoals landgoederen, recreatieparken en recreatieve routes. Het stelt kwaliteiten zoals de natuur, de productielandschappen en de steden in een ander daglicht en maakt ze beleefbaar en tot een belevenis. Het plangebied is op de gebiedskenmerkenkaart de 'Laag van de beleving' aangeduid met het gebiedstype 'Donkerte'. In afbeelding 3.6 wordt dit weergegeven.

bestemmingsplan Bruchterveld, 6 trekkershutten Broekdijk 12 | PAGINA 25

Afbeelding 3.6: Laag van de beleving (Bron: Provincie Overijssel) "Donkerte" Lichte gebieden geven een beeld van de economische dynamiek van de provincie: de steden en dorpen, de autosnelwegen, de kassengebieden, de attractieparken, de grote bedrijventerreinen en de gebieden met veel bebouwing. De donkere gebieden geven een indicatie van de 'buitengebieden' van Overijssel. De natuurcomplexen en de grote landbouwgebieden. De donkere gebieden zijn de gebieden waar het 's nachts nog echt donker is, waar je de sterrenhemel kunt waarnemen. Het zijn de relatief 'luwe' dun bewoonde gebieden met een lage gebruiksdruk. Donkerte wordt een te koesteren kwaliteit. De ambitie is de huidige 'donkere' gebieden, ten minste zo donker te houden, maar bij ontwikkelingen ze liever nog wat donkerder te maken. Dit betekent op praktisch niveau terughoudend zijn met verlichting van wegen, bedrijventerreinen e.d. en verkennen waar deze 's nachts uit kan of anders lichtbronnen selectiever richten. Structureel is het vrijwaren van donkere gebieden van verhoging van de dynamiek het perspectief. De ambitie is het rustige en onthaaste karakter te behouden, zodat passages van autosnelwegen en regionale wegen niet leiden tot stedelijke ontwikkeling aan eventuele op- en afritten. Bundeling van stedelijke functies en infrastructuur in de 'lichte' gebieden.

Toetsing van het initiatief aan de 'laag van de beleving' In dit geval gaat het om zes trekkershutten in een bosrijke setting. De donkerte is ook voor de beleving van het recreatieve product een belangrijk aspect. Van onnodige lichtuitstraling is dan ook geen sprake. De nodige verlichting zal beperkt zijn en worden afgeschermd door de groene setting. Overigens kan de laag genuanceerd worden aangezien geheel Bruchterveld met deze laag is aangeduid. Van daadwerkelijke donkerte zal binnen de kern geen sprake zijn aangezien een zekere lichtuitstraling inherent is aan de stedelijke functie.

bestemmingsplan Bruchterveld, 6 trekkershutten Broekdijk 12 | PAGINA 26

Het initiatief is hiermee in overeenstemming met de laag van de beleving. 3.2.4

Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid

Geconcludeerd kan worden dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten ruimtelijke ontwikkeling in overeenstemming is met het provinciaal ruimtelijk beleid.

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1

Omgevingsvisie Landstad Hardenberg

3.3.1.1 Algemeen Sinds 2021 beschikt de gemeente Hardenberg over een eigen omgevingsvisie. In deze visie is het verhaal van de gemeente Hardenberg voor het heden en de komende 20 jaar uitgewerkt. Deze omgevingsvisie is samengesteld met participatie van vele stakeholders uit allerlei sectoren. In de visie komt alles samen in het verhaal van de gemeente tot 2040. Het verhaal heet 'Landstad Hardenberg'. Hierin is de functie voor de hele regio verder uitgebouwd. De rode draad in de gemeente is als volgt: De gemeente en samenleving zijn verbonden. De Hardenbergers hebben altijd de blik naar buiten. Ze zien voortdurend kansen. Door een goede samenwerking tussen inwoners, overheid en bedrijfsleven benutten we de kansen die zich voordoen. De gemeente speelt in op toekomstige veranderingen, veert mee, verbindt en investeert waar nodig. De kernen zijn onderling sterk verbonden. Platteland en stad raken steeds meer verweven. De gemeente combineert de kracht van het platteland met een compleet stedelijk voorzieningenniveau. Voor een grensgemeente is dat een unieke prestatie. De gemeente zoekt de regionale verbinding. Hardenberg is onderdeel van de regio Zwolle. Daarnaast zijn er sterke verbindingen met Twente en Drenthe. 3.3.1.2 Ambitie Hardenberg staat voor grote uitdagingen. Een groeiende bevolking en economie zijn voor een grensregio niet vanzelfsprekend. Integendeel.

Dit vraagt om blijvende inspanningen en investeringen. De gemeente kan niet doorbouwen zoals het groot is geworden. Het gebruik van het platteland verandert. Dat vraagt om ontwikkeling van bebouwing die samengaat met ruimtelijke kwaliteit, landschap en natuur. Stad en land vullen elkaar steeds meer aan en houden elkaar in balans. Samen vertellen zij het verhaal van de functieverandering van het Hardenbergse platteland. Of-of-denken maakt plaats voor en-en-denken. De gemeente wil de kwaliteiten van het buitengebied versterken door stedelijke elementen aan te brengen. Tegelijkertijd blijft de gemeente werken aan het binnenstedelijk woon- en leefklimaat met vitale en bruisende centra in Hardenberg en Dedemsvaart. De gemeente Hardenberg staat niet op zichzelf. Sociale, maatschappelijke en economische relaties zijn steeds (boven)regionaler. Hardenberg wordt steeds afhankelijker van de omliggende regio’s. Omgekeerd geldt hetzelfde. De gemeente speelt daar op in. Per opgave kiest de gemeente het juiste schaalniveau voor de aanpak en samenwerking. De gemeente gaat ‘spelen met schalen’. De gemeente staat voor een nieuwe schaalsprong. Om deze schaalsprong te kunnen maken zijn vier uitgangspunten opgesteld. a. de groei vasthouden en doortrekken; b. kwaliteiten toevoegen wordt belangrijker; c. ruimte als troefkaart; d. bereikbaarheid en samenwerking als randvoorwaarden.

bestemmingsplan Bruchterveld, 6 trekkershutten Broekdijk 12 | PAGINA 27

3.3.1.3 Thema's De visie is vertaald in vier thema's voor ontwikkeling. Binnen elk thema heeft de gemeente ambities en staat de gemeente voor opgaven. Samen vormen ze de agenda voor toekomstige samenwerkingen. In dit geval is met name het thema 'Hardenberg in balans' relevant, aangezien deze gaat over het rust en recreatie, waar het in dit plan over gaat. 3.3.1.4 Hardenberg in balans Ten aanzien van dit thema's heeft de gemeente zes ambities opgesteld, dit betreffen de volgende: 1. De gemeente houdt het landelijk gebied vitaal; 2. De gemeente behoud en versterkt natuur en landschap, economie en samenleving: 3. De gemeente maakt ruimte voor klimaatadaptatie en de energietransitie met aandacht voor de kwaliteit, het gebruik en de waarden in het landelijk gebied; 4. De gemeente benaderd ontwikkelopgaven en vraagstukken gebiedsgericht; 5. De gemeente stimuleert nieuwe samenwerkingsvormen en strategische partnerschappen tussen ondernemers, onderzoek, onderwijs en overheden; 6. De gemeente zorgt voor passend hergebruik van vrijkomende agrarische bebouwing. 3.3.1.5 Hoogwaardige waardeketens in de vrijetijdseconomie Binnen het thema 'Hardenberg in balans' is een specifieke ambitie opgesteld ten aanzien van vrijetijdseconomie. De vrijetijdseconomie is van grote betekenis voor onder andere het vestigingsklimaat, imago, leefbaarheid en de voorzieningen.

Daarnaast geeft deze een constante economische impuls met 1,3 miljoen toeristische overnachtingen en 1730 banen (6,4% van de totale werkgelegenheid). De vrijetijdseconomie is het visitekaartje van Hardenberg. Het gebied is aantrekkelijk om te verblijven. Er zijn allerlei recreatieve voorzieningen en een aantal grote publiekstrekkers. Daarbij komt de grote landschappelijke variatie. De ligging in het Vechtdal en aan de Duitse grens geeft ook regionaal een sterk toeristisch-recreatief imago. Recreatieondernemers stemmen hun activiteiten steeds meer op elkaar af. Er ontstaan waardeketens. Het gaat om 'beter beleven'. Het doel is om de recreatieve beleving meer jaarrond aan te bieden en de verblijfstijd van bezoekers te verlengen. Zo ontstaat meerwaarde voor zowel ondernemers als recreanten. Samenhang, samenwerking en duurzame concepten zijn hierbij sleutelbegrippen. Met behulp van dat weet de sector steeds beter wie zijn gasten zijn. Binnen iedere schakel in de keten (zoals verblijf, dagrecreatie, horeca, belevingslandschap) werkt de sector aan onderscheidend ondernemerschap. Innovatie, kwaliteitsverbetering (gekwalificeerd) personeel, een excellente klantreis en branding zijn belangrijke aandachtspunten en randvoorwaarden.

De ambities ten aanzien van recreatie zijn de volgende: De gemeente geeft recreatieondernemers de ruimte om door te bouwen aan een hoogwaardige waardeketen: in elke schakel wil de gemeente gastvrij zijn. De gemeente richt zich op innovatief ondernemerschap, evenwichtige en samenhangende marketing, gebiedsinrichting, ondersteunende voorzieningen en infrastructuur. Samen met de Vechtdalgemeenten bouwt de gemeente op langere termijn aan een gastvrij imago van de regio van het gezonde leven. De gemeente verbindt de schakels binnen de bestemming Hardenberg-Vechtdal-Overijssel-Oost-Nederland. De opgaven betreffen de volgende: De gemeente ondersteunt initiatieven gericht op nieuwe doelgroepen; De gemeente ondersteunt de sector in het versterken van het ondernemersklimaat;

bestemmingsplan Bruchterveld, 6 trekkershutten Broekdijk 12 | PAGINA 28

De gemeente stimuleert en ondersteunt de sector bij het revitaliseren en/of transformeren van vitale vakantieparken; De gemeente draagt bij aan een duurzaam toerisme en een low-footprint Hardenberg. Voorbeelden hiervan zijn inzet op energietransitie, circulair bouwen en stimuleren van duurzame mobiliteit; De gemeente ondersteunt en stimuleert activiteiten gericht op brandig; De gemeente ondersteunt het vergroten van de toeristisch recreatieve beleving en bereikbaarheid.

3.3.1.6 Toetsing van het initiatief aan de gemeentelijke omgevingsvisie 'Landstad Hardenberg' De ontwikkeling draagt bij aan verscheidene opgaven en ambities ten aanzien van recreatie binnen de gemeente Hardenberg. Allereerst past het in het streven om recreatieondernemers de ruimte te geven om door te bouwen aan een hoogwaardige waardeketen. Door de trekkershutten kan het bedrijf meer jaarrond recreatie aanbieden, dat past ook binnen de gemeentelijke ambitie. Door de trekkershutten, die beter aansluiten bij de markt dan kampeerplaatsen, wordt een meerwaarde voor ondernemer en gemeente gerealiseerd. De gemeente ondersteunt daarnaast initiatieven gericht op nieuwe doelgroepen en het versterken van het ondernemersklimaat. Door de ontwikkeling krijgt de ondernemer ruimte, wat een versterking van het ondernemersklimaat betekent. Tot slot worden de trekkershutten volledig energieneutraal gebouwd. Dit past in de ambitie om in te zetten op circulair bouwen en energietransitie. Het initiatief is daarmee in overeenstemming met de gemeentelijke omgevingsvisie. 3.3.2

LIK (Landschap Identiteit Kaart) en Ontwikkelingsvisie

3.3.2.1 Inleiding De gemeente heeft voor het gebied een Landschap-Identiteit-Kaart (LIK) gemaakt. In de LIK wordt de identiteit van het gebied bepaald zoals de specifieke kenmerken en kwaliteiten. Op deze wijze wil de gemeente de ruimtelijke kwaliteit van het gebied versterken. Het plangebied ligt in het 'Besloten veenontginningslandschap'. Dit is in afbeelding 3.7 weergegeven. Het plangebied is met de rode ster aangegeven.

bestemmingsplan Bruchterveld, 6 trekkershutten Broekdijk 12 | PAGINA 29

Afbeelding 3.7: Uitsnede LIK (Bron: Gemeente Hardenberg) 3.3.2.2 Methodiek LIK's De gemeente Hardenberg wil regie voeren op de ontwikkeling van het landelijk gebied. Daarbij wil de gemeente een meer richtinggevende rol gaan innemen, gericht op het versterken van de ruimtelijke kwaliteit. Ruimtelijke kwaliteit is echter een breed begrip, dat deels subjectief van aard is. In de Visienota Buitengebied is dit gedefinieerd als “eigen identiteit”. De identiteit van het gebied komt voort uit de ontstaansgeschiedenis en de daarmee samenhangende landschapstypen. In de LIK is daarom een onderscheid gemaakt tussen de verschillende landschapstypen die in het gebied voorkomen. Deze landschapstypen zijn op een overzichtskaart opgenomen (zie de afbeelding 3.7). Vervolgens is voor het gebied een schema opgesteld, waarin een overzicht is opgenomen van de aanwezige waardevolle en storende kenmerken. Ook zijn de kansen of juist bedreigingen voor deze kenmerken omschreven. De schema's ten aanzien van de landschapstypen zijn opgenomen in het volledige LIK. 3.3.2.3 Ontwikkelingsvisie Radewijk, Hoogenweg, Bruchterveld en Sibculo Na het opstellen van de LIK's is een visie (wensbeeld) op de toekomstige ontwikkelingen gegeven. Hierbij is rekening gehouden met de gebiedskenmerken en kwaliteiten uit de LIK's en het geldende beleid van rijk, provincie, waterschap en het gemeentelijke beleid.

Na het opstellen van de LIK's is een visie (wensbeeld) op de toekomstige ontwikkelingen gegeven. Hierbij is rekening gehouden met de gebiedskenmerken en kwaliteiten uit de LIK's en het geldende beleid van het rijk, provincie, waterschap en eigen gemeentelijk beleid. De ontwikkelingsvisie voor het 'Besloten veenontginningslandschap' binnen deelgebied 'Radewijk, Hoogenweg, Bruchterveld en Sibculo' gaat in op de volgende punten die voor dit plan relevant kunnen zijn: Huidige ruimtelijke kwaliteiten Rationele strokenverkaveling, wijkenstructuur herkenbaar in de verkaveling; Verspreide bebouwing langs wegen; Rechthoekige verspreid liggende erven;

bestemmingsplan Bruchterveld, 6 trekkershutten Broekdijk 12 | PAGINA 30

Bochtige wegen; Wegbeplanting, perceelgrensbeplanting en bosstoken; T ‘lijntje overgang besloten naar open veenlandschap. Ontwikkelingsvisie Faciliteren van bestaande functies; Ontwikkeling agrarisch grondgebruik: verbreding, bij bedrijfsbeëindiging ruime mogelijkheden voor functieverandering en hergebruik VAB; Versterking biodiversiteit in bossen 3.3.2.4 Toetsing van het initiatief aan het LIK Voorliggend plan heeft betrekking op de ontwikkeling van trekkershutten op een bestaand recreatieperceel. Dit past binnen de visie om bestaande functies te faciliteren. Het plangebied is reeds passend ingepast. Gelet op het vorenstaande wordt geconcludeerd dat er voldaan wordt aan het LIK. 3.3.3

Gastvrij Hardenberg

3.3.3.1 Inleiding in 2017 heeft de gemeente Hardenberg samen met partijen uit de recreatieve sector een visie ontwikkeld: 'Gastvrij Hardenberg: Naar een nieuwe Lange Termijn Agenda en aanpak voor stimulering van de vrijetijdseconomie in de gemeente Hardenberg'. De regio Hardenberg is synoniem voor de kwaliteit van leven. Een stad met alle voorzieningen en een dorpse mentaliteit; met rust en veiligheid als tweede natuur. Een streek met alle ingrediënten voor het goede leven. De regio biedt letterlijk ruimte om te leven en te werken. Waar dynamiek en internationale ambitie hand in hand gaan met aandacht voor elkaar en met kleinschaligheid. En waar de vrije tijdsbeleving, de gastvrije sfeer en de rivieren Vecht en Reest zorgen voor een permanent vakantiegevoel. 3.3.3.2 Doelstellingen De uitgangspositie van de vrijetijdseconomie in Hardenberg is sterk. Er is sprake van een gevarieerd aanbod, beeldbepalend voor Hardenberg en goed verankerd in de regio Vechtdal. De gemeente heeft een economisch sterke sector, die in staat is te innoveren en maximaal in te spelen op kansrijke markten. Voor een toekomstbestendig perspectief is het van belang om blijvend aandacht te besteden aan deze belangrijke sector voor Hardenberg, ook binnen de uitdagingen van concurrentie en een veranderende markt doelstellingen.

De gemeente zet daarvoor in op een Lange Termijn Agenda met vier sporen en een vertaling naar doelstellingen. 1. Versterking van de (verblijfs)recreatieve: a. Ruimte voor kwaliteitsverbetering, vernieuwingen verbreding functie van het aanbod; 2. Versterking van de toeristische gastvrijheid, imago en promotie: a. Herkenbare positie in het Vechtdal; b. Doorontwikkeling van de website VisitHardenberg; c. Versterking van de positie (de marketing) van de evenementen; d. Herkenbare keten van informatievoorziening/gastheerschap; e. Versterken van de grensoverschrijdende samenwerking; f. Groei van het aantal overnachtingen door buitenlanders; 3. Bevorderen van de recreatieve mogelijkheden: a. Complementeren van routestructuren; b. Nieuwe belevingsconcepten voor water, natuur en landschap; 4. Stimulering van crossovers: a. Nieuwe arrangementen en productmarktcombinaties binnen de vrijetijdseconomie (dag- en verblijfsrecreatie); b. Nieuwe arrangementen en productmarktcombinaties tussen de vrijetijdseconomie

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12830631/1