Regels bestemmingsplan 'Hardenberg, bedrijventerrein Broeklanden-Zuid fase 3'
Tekst van het document
Hardenberg, bedrijventerrein Broeklanden-Zuid fase 3
Inhoudsopgave
Regels
3
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
4 4 8
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5
Bestemmingsregels Bedrijventerrein Groen Groen - Waterberging
9 9 13 14
Hoofdstuk 3 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels
15 15 16 17 18
Hoofdstuk 4 Artikel 10 Artikel 11
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
19 19 20
bestemmingsplan Hardenberg, bedrijventerrein Broeklanden-Zuid fase 3 | PAGINA 2
Regels
bestemmingsplan Hardenberg, bedrijventerrein Broeklanden-Zuid fase 3 | PAGINA 3
Hoofdstuk 1 Artikel 1 1.1
Inleidende regels Begrippen
het plan
het bestemmingsplan Hardenberg, bedrijventerrein Broeklanden-Zuid fase 3 met identificatienummer NL.IMRO.0160.0000BP00438-VG01 van de gemeente Hardenberg; 1.2
bestemmingsplan
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlage; 1.3
de verbeelding
digitale voorstelling van de in het bestemmingsplan opgenomen digitale ruimtelijke informatie; 1.4
aanduiding
een geometrisch bepaald vlak of een figuur, waar gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.5
aanduidingsgrens
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.6
aan huis gebonden beroep
een (para)medisch, juridisch, administratief, therapeutisch, ontwerp-technisch, adviesgevend of daarmee gelijk te stellen dienstverlenend beroep, dat in een woning wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft, die met de woonfunctie in overeenstemming is; 1.7
afwijken van de bouwregels en/of van de gebruiksregels
een afwijking als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onder c van de Wet ruimtelijke ordening; 1.8
bebouwing
één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.9
bebouwingspercentage
een percentage, dat de grootte van een in de regels of op de verbeelding opgenomen vlak aangeeft, dat maximaal mag worden bebouwd; 1.10
bedrijf
een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten; 1.11
bedrijfsgebouw
een gebouw, dat dient voor de uitoefening van bedrijvigheid; 1.12
bedrijfsvloeroppervlakte
de totale vloeroppervlakte van een kantoor, winkel of bedrijf met inbegrip van de daartoe behorende magazijnen en overige dienstruimten; 1.13
bestaand
a. het gebruik dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig
bestemmingsplan Hardenberg, bedrijventerrein Broeklanden-Zuid fase 3 | PAGINA 4
is en/of bebouwing die op dat tijdstip aanwezig of in uitvoering is, dan wel kan worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning; b. het onder a. bedoelde geldt niet voor zover er sprake was van strijd met het voorheen geldende bestemmingsplan, de voorheen geldende beheersverordening, of een andere planologische toestemming; 1.14
bestemmingsgrens
de grens van een bestemmingsvlak; 1.15
bestemmingsvlak
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.16
bijgebouw
een gebouw dat in ruimtelijk opzicht ondergeschikt is aan een op het zelfde perceel gelegen hoofdgebouw; 1.17
bouwen
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk; 1.18
bouwgrens
de grens van een bouwvlak; 1.19
bouwperceel
een aaneengesloten stuk grond, waarop krachtens het plan een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.20
bouwperceelgrens
de grens van een bouwperceel; 1.21
bouwvlak
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten; 1.22
bouwwerk
een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden; 1.23
buitenopslag
het opslaan of opgeslagen houden van voorwerpen, stoffen of producten en andere materialen op de onbebouwde gronden van bedrijfspercelen, daaronder mede begrepen de uitstalling ten verkoop, verhuur en dergelijke; 1.24
dak
iedere bovenbeëindiging van een gebouw of overkapping; 1.25
detailhandel
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen (geen motorbrandstoffen zijnde) aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.26
detailhandel in brand- en/of explosiegevaarlijke goederen
detailhandel in goederen die naar hun aard zodanig brand- en explosiegevaar kunnen opleveren dat uitstalling ten verkoop in een winkelgebied niet verantwoord is; 1.27
gebouw
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;
bestemmingsplan Hardenberg, bedrijventerrein Broeklanden-Zuid fase 3 | PAGINA 5
1.28
gebruik
het gebruiken, doen gebruiken en/of laten gebruiken; 1.29
hoofdgebouw
een of meer panden, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is; 1.30
internetverkoop
een vorm van bedrijfsvoering waarbij het bedrijf goederen aan particulieren verhandelt via internet, niet zijnde detailhandel; 1.31
kleinschalige duurzame energiewinning energie die gewonnen wordt uit kleinschalige perceelsgebonden bronnen, waarbij weinig tot geen schadelijke milieueffecten optreden bij winning en omzetting en die in onuitputtelijke hoeveelheden beschikbaar is, zoals zon, wind, water, aard- en omgevingswarmte
1.32
kunstwerken
bouwwerken, geen gebouwen zijnde van weg- en waterbouwkundige aard, zoals bruggen, viaducten, duikers, keerwanden, beschoeiingen, kademuren en degelijke; 1.33
overkapping
een bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat dient ter overdekking en niet of slechts gedeeltelijk door wanden is omgeven; 1.34
omgevingsvergunning
een vergunning als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; 1.35
ondergeschikte activiteiten van een bedrijf
activiteiten die functioneel verbonden zijn aan en voortvloeien uit de hoofdactiviteit; 1.36
overig bouwwerk
een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden; 1.37
overkapping
een bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat dient ter overdekking en niet of slechts gedeeltelijk door wanden is omgeven; 1.38
pand
de kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is; 1.39
peil
a. voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; b. voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter hoogte van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw; 1.40
productiegebonden detailhandel
detailhandel in goederen die ter plaatse worden vervaardigd, gerepareerd en/of toegepast in het productieproces, waarbij de detailhandelsfunctie ondergeschikt is aan de productiefunctie
bestemmingsplan Hardenberg, bedrijventerrein Broeklanden-Zuid fase 3 | PAGINA 6
1.41
prostitutie
het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen voor of met een ander tegen vergoeding 1.42
risicovolle inrichting
een inrichting, waarvoor op grond van het Besluit externe veiligheid inrichtingen een grenswaarde, richtwaarde voor het risico c.q. een risicoafstand moet worden aangehouden bij het in het bestemmingsplan toelaten van kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten; 1.43
rooilijn
a. langs een weg waar bestaande bebouwing is gesitueerd: de evenwijdig aan de as van de weg gelegen lijn die zoveel mogelijk aansluit aan de ligging van de naar de weg gekeerde gevels van de bestaande bebouwing; b. langs een weg waarlangs geen bestaande bebouwing als bedoeld onder a is gesitueerd en waarlangs mag worden gebouwd: bij een wegbreedte van ten minste 10 meter, de lijn gelegen op 15 meter uit de as van de weg; bij een wegbreedte geringer dan 10 meter, de lijn gelegen op 10 meter uit de as van de weg; 1.44
seksinrichting
een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotische/pornografische aard plaatsvinden, waaronder in ieder geval worden verstaan een prostitutiebedrijf, een erotische massagesalon, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.45
Staat van Bedrijfsactiviteiten
een als bijlage bij deze regels behorende en daarvan onderdeel uitmakende lijst van bedrijven en instellingen; 1.46
voorgevel
de naar de weg gekeerde gevel van een gebouw; 1.47
kleinschalige duurzame energiewinning:
energie die gewonnen wordt uit kleinschalige perceelsgebonden bronnen, waarbij weinig tot geen schadelijke milieueffecten optreden bij winning en omzetting en die in onuitputtelijke hoeveelheden beschikbaar is, zoals zon, wind, water, biomassa, aard- en omgevingswarmte;
bestemmingsplan Hardenberg, bedrijventerrein Broeklanden-Zuid fase 3 | PAGINA 7
Artikel 2 2.1
Wijze van meten
de afstand tot de bouwperceelgrens
tussen de grens van het bouwperceel en een bepaald punt van het bouwwerk, waar die afstand het kortst is; 2.2
de bouwhoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.3
de goothoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.4
de inhoud van een bouwwerk
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.5
de oppervlakte van een bouwwerk
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.6
overschrijding door ondergeschikte bouwdelen
Bij de toepassing van het bepaalde over het bouwen binnen bouwvlakken of bestemmingsvlakken worden ondergeschikte bouwdelen als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, erkers, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de bouw- c.q. bestemmingsgrens, dan wel de rooilijn met niet meer dan 1 meter wordt overschreden.
bestemmingsplan Hardenberg, bedrijventerrein Broeklanden-Zuid fase 3 | PAGINA 8
Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1
Bestemmingsregels Bedrijventerrein
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Bedrijventerrein' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. bedrijven in de categorieën 1 tot en met 3.2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten, zoals in bijlage 1 in de regels opgenomen; b. productiegebonden detailhandel; c. aan huis gebonden beroepen tot een oppervlakte van 100 m2; d. verkeer- en verblijfsvoorzieningen e. parkeervoorzieningen; f. bedrijfsmatig geëxploiteerde zonnepanelen en zonnecollectoren; g. groenvoorzieningen en water; h. openbare nutsvoorzieningen. i. kleinschalige duurzame energie opwekking en opslag. 3.2
Bouwregels
3.2.1
Gebouwen
Bouwen is toegestaan uitsluitend ten dienste van de in artikel 3.1 omschreven bestemming, met inachtneming van de volgende regels: a. de gebouwen mogen de rooilijn niet overschrijden; b. de bouwhoogte van gebouwen bedraagt niet meer dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' is aangegeven; c. het bebouwingspercentage bedraagt niet meer dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage (%)' is aangegeven; d. de afstand van gebouwen tot de zijdelingse bouwperceelgrens minimaal 2,5 meter. 3.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van op de grond geplaatste zonnepanelen, zonnecollectoren en opslag mag niet meer bedragen dan 5 meter; b. de bouwhoogte van bedrijfsinstallaties en lichtmasten bedraagt maximaal 8 meter; c. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt maximaal 3 meter, met dien verstande dat de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen vóór (het verlengde van) een naar de weg gekeerde gevel van het hoofdgebouw maximaal 1 meter bedraagt; d. de bouwhoogte van schoorstenen, antennes en silo's bedraagt maximaal 30 meter; e. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt niet meer dan 12 meter; f. mini-windturbines, windwokkels of andere vormen van kleinschalige energiewinning en -opslag mogen ook op gebouwen of bouwwerken worden gebouwd; de bouwhoogte mag ten hoogste 5 m hoger zijn dan het hoogste punt van een gebouw of bouwwerk; 3.2.3
Gebouwen ten behoeve van openbare nutsvoorzieningen en verkeersdoeleinden
Voor het bouwen van gebouwen en overkappingen voor openbare nutsvoorzieningen en verkeer en verblijf gelden de volgende regels: a. de inhoud bedraagt per gebouw niet meer dan 30 m3, dan wel niet meer dan de bestaande inhoud indien deze meer bedraagt; b. de bouwhoogte bedraagt niet meer dan 3 meter, dan wel niet meer dan de bestaande bouwhoogte indien deze meer bedraagt.
bestemmingsplan Hardenberg, bedrijventerrein Broeklanden-Zuid fase 3 | PAGINA 9
3.3
Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; het bebouwingsbeeld; de verkeersveiligheid; parkeervoorzieningen; bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: a. artikel 3.2.1 sub a, met dien verstande dat de afstand tot de perceelsgrens ten minste 1 meter dient te bedragen; b. artikel 3.2.1 sub b voor het verhogen van de bouwhoogte met maximaal 15%; c. artikel 3.2.1 sub c voor het verhogen van het bebouwingspercentage. 3.4
Specifieke gebruiksregels
3.4.1
Geluidverkaveling
De oppervlakte gecorrigeerde equivalente bronvermogen, welke wordt bepaald conform de Handreiking meten en rekenen industrielawaai 1999, mag niet meer bedragen dan 61 dB(A)/m2 etmaalwaarde, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf tot en met categorie 2' de oppervlakte gecorrigeerde equivalente bronvermogen niet meer bedragen dan 54 dB(A)/m2 etmaalwaarde. 3.4.2
Buitenopslag van goederen
Buitenopslag van goederen ten behoeve van de in artikel 4.1 bedoelde bedrijven is alleen toegestaan met in achtneming van de volgende bepalingen: a. buitenopslag voor de voorgevel van het hoofdgebouw is niet toegestaan; b. de hoogte van de buitenopslag bedraagt maximaal 4 meter; 3.4.3
Kavelgrootte
De oppervlakte van een bouwperceel bedraagt minimaal 2 hectare. 3.4.4
Strijdig gebruik
Onder strijdig gebruik met deze bestemming wordt begrepen het gebruik van gronden en/of bouwwerken ten behoeve van: a. bedrijven die vallen onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen; b. van activiteiten die zijn genoemd in kolom 1 van onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage zoals dat luidde ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan in gevallen als genoemd in kolom 2 van die onderdelen. c. het vervaardigen en/of de opslag van vuurwerk, anders dan ten behoeve van consumentenverkoop; d. buitenopslag voor de voorgevel van het hoofdgebouw; e. detailhandel anders dan productiegebonden detailhandel; f. bewoning; 3.4.5
Bedrijfsactiviteiten
Het gebruik van de in lid 3.1 bepaalde bedrijfsactiviteiten is uitsluitend toegestaan als aan minimaal één van de volgende voorwaarden kan worden voldaan a. de bedrijfsactiviteiten op het moment van vaststelling van dit bestemmingsplan reeds vergund zijn door middel van een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming (of diens voorganger: de Natuurbeschermingswet 1998); b. voor de bedrijfsactiviteiten een vergunning of verklaring van geen bedenkingen is verleend op basis van de Wet natuurbescherming of diens rechtsopvolger, door het daartoe bevoegde gezag; c. dit niet leidt tot een overschrijding dan wel verdere overschrijding van de kritische depositiewaarden voor verzuring gevoelige habitats binnen Natura 2000-gebieden; d. in samenhang het de bedrijfsactiviteiten maatregelen getroffen worden waardoor een overschrijding dan wel verdere overschrijding van de kritische depositiewaarden voor
bestemmingsplan Hardenberg, bedrijventerrein Broeklanden-Zuid fase 3 | PAGINA 10
verzuringsgevoelige habitats binnen Natura 2000-gebieden wordt voorkomen. 3.5
Afwijken van de gebruiksregels
3.5.1
Afwijking omvang bouwperceel
Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 3.4.3 voor het toestaan van bouwpercelen met een oppervlakte van minimaal 5.000 m2. 3.5.2
Afwijking gelijk te stellen bedrijven
Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 3.1 sub a voor de vestiging van bedrijven die niet zijn vermeld in de Staat van Bedrijfsactiviteiten, maar naar aard en omvang van de milieuhinder gelijk kunnen worden gesteld met bedrijven in de reeds genoemde hoofgroepen SBI-codes, met inachtneming van de volgende voorwaarden: a. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de verkeersveiligheid; b. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de bouw- en gebruiksmogelijkheden van nabijgelegen gronden; c. de aanvrager van de omgevingsvergunning dient aan te tonen dat het betreffende bedrijf, naar aard en effecten op het woon- en leefklimaat van de aangrenzende woongebieden, gelijk kan worden gesteld met bedrijven die volgens artikel 3.1 zijn toegestaan. 3.5.3
Afwijking bedrijf in naast hogere categorie
Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 3.1 sub a, voor het toestaan van een bedrijf dat is opgenomen in de naast hogere categorie van de Staat van Bedrijfsactiviteiten dan ter plaatse is toegestaan, dan wel een bedrijf dat voor wat betreft de aard en de omvang van de milieuhinder die het veroorzaakt gelijk gesteld kan worden met een bedrijf van die naast hogere categorie, met inachtneming van de volgende voorwaarden: a. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de verkeersveiligheid; b. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de bouw- en gebruiksmogelijkheden van nabijgelegen gronden; c. de aanvrager van de omgevingsvergunning dient aan te tonen dat het betreffende bedrijf, naar aard en effecten op het woon- en leefklimaat van de aangrenzende woongebieden, gelijk kan worden gesteld met bedrijven die volgens artikel 3.1 zijn toegestaan. 3.5.4
Afwijking bedrijf tot maximaal categorie 4.2
Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 3.1 sub a, voor het toestaan van een bedrijf dat is opgenomen in maximaal categorie 4.2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten, dan wel een bedrijf dat voor wat betreft de aard en de omvang van de milieuhinder die het veroorzaakt gelijk gesteld kan worden gesteld met bedrijven in de reeds genoemde hoofgroepen SBI-codes, met inachtneming van de volgende voorwaarden: a. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de verkeersveiligheid; b. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de bouw- en gebruiksmogelijkheden van nabijgelegen gronden; c. de aanvrager van de omgevingsvergunning dient aan te tonen dat het betreffende bedrijf, naar aard en effecten op het woon- en leefklimaat van de aangrenzende woongebieden, gelijk kan worden gesteld met bedrijven die volgens artikel 4.1 zijn toegestaan; d. de oppervlakte gecorrigeerde equivalente bronvermogen (welke wordt bepaald conform de Handreiking meten en rekenen industrielawaai 1999) niet meer bedraagt dan berekend in het akoestisch onderzoek 'Uitbreiding industrieterrein 'Broeklanden - Zuid fase 2' gemeente'. 3.5.5
Afwijking hoogte buitenopslag
Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 3.4.2 voor het toestaan van buitenopslag tot een maximale hoogte van maximaal de helft van de ter plaatse toegestane bouwhoogte, mits: a. dit noodzakelijk is ten behoeve van de bedrijfsvoering; b. het stedenbouwkundig beeld niet onevenredig wordt aangetast; c. de belangen van omwonenden en bedrijven niet onevenredig worden aangetast, waarbij
bestemmingsplan Hardenberg, bedrijventerrein Broeklanden-Zuid fase 3 | PAGINA 11
onder meer rekening wordt gehouden met visuele hinder en milieuaspecten als geur, geluid en externe veiligheid. 3.5.6
Afwijking detailhandel in brand- en explosiegevaarlijke goederen
Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 3.4.4 voor het toestaan van detailhandel in brand- en explosiegevaarlijke goederen met dien verstande dat de belangen van omwonenden en bedrijven niet onevenredig worden aangetast, waarbij onder meer rekening wordt gehouden met milieuaspecten als geur, geluid en externe veiligheid. 3.5.7
Afwijking Bevi-inrichting
Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 3.4.4 voor het toestaan van inrichtingen die vallen onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen, met inachtneming van de volgende voorwaarden: a. er wordt geen onevenredige afbreuk gedaan aan de belangen van de omliggende bedrijven; b. de plaatsgebonden risicocontour (10-6 contour) ligt niet buiten de bouwperceelsgrens van de inrichting; c. het groepsrisico wordt verantwoord. 3.6
Wijzigingsbevoegdheid
Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen door het veranderen van de aangeduide milieucategorieën, met dien verstande dat: a. het maatgevende hindergevoelige object niet langer feitelijk en juridisch aanwezig is; b. de belangen van omwonenden en bedrijven niet onevenredig worden aangetast, waarbij onder meer rekening wordt gehouden met milieuaspecten als geur, geluid en externe veiligheid; c. de milieucategorie niet hoger mag zijn dan milieucategorie 4.2; d. de behoefte wordt aangetoond; e. de oppervlakte gecorrigeerde equivalente bronvermogen (welke wordt bepaald conform de Handreiking meten en rekenen industrielawaai 1999) niet meer bedraagt dan berekend in het akoestisch onderzoek 'Uitbreiding industrieterrein 'Broeklanden - Zuid fase 2' gemeente'.
bestemmingsplan Hardenberg, bedrijventerrein Broeklanden-Zuid fase 3 | PAGINA 12
Artikel 4 4.1
Groen
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groenvoorzieningen; b. water; c. de waterhuishouding; d. landschappelijke inpassing; met daarbijbehorende: e. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; f. werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden; 4.2
Bouwregels
Op de voor 'Groen' aangewezen gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de bestemming worden gebouwd. 4.2.1
Bouwwerken geen gebouwen zijnde
Voor een bouwwerk, geen gebouw zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde mag niet meer dan 2,50 m bedragen. 4.3
Nadere eisen
Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken, wordt in elk geval gerekend het gebruik voor: a. opslag van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; b. het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond. c. het gebruik van gronden en bouwwerken voor niet-agrarische bedrijfsactiviteiten, anders dan genoemd in de bestemmingsomschrijving;
bestemmingsplan Hardenberg, bedrijventerrein Broeklanden-Zuid fase 3 | PAGINA 13
Artikel 5 5.1
Groen - Waterberging
Bestemmingsomschrijving
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing ten behoeve van: a. de landschappelijke inpassing in het gebied; b. de milieusituatie; c. de verkeersveiligheid; d. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; e. de sociale veiligheid; f. de externe veiligheid. 5.2
Bouwregels
5.2.1
Bouwwerken
Voor het bouwen van bouwwerken gelden de volgende bepalingen: a. op of in deze gronden mag uitsluitend ten behoeve van de in artikel 5.1 omschreven doeleinden worden gebouwd; b. gebouwen mogen niet worden gebouwd; c. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 2 meter. 5.3
Specifieke gebruiksregels
Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken, wordt in elk geval gerekend het gebruik voor: a. opslag van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; b. het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond. c. het gebruik van gronden en bouwwerken voor niet-agrarische bedrijfsactiviteiten, anders dan genoemd in de bestemmingsomschrijving;
bestemmingsplan Hardenberg, bedrijventerrein Broeklanden-Zuid fase 3 | PAGINA 14
Hoofdstuk 3 Artikel 6
Algemene regels Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
bestemmingsplan Hardenberg, bedrijventerrein Broeklanden-Zuid fase 3 | PAGINA 15
Artikel 7 7.1
Algemene bouwregels
Bestaande afmetingen
In die gevallen dat de bestaande goothoogte, bouwhoogte, oppervlakte en/of inhoud van bouwwerken, die in overeenstemming met het bepaalde in de Woningwet of de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht tot stand zijn gekomen meer bedraagt dan in de bouwregels in hoofdstuk 2 is toegestaan, geldt die goothoogte, bouwhoogte, oppervlakte en/of inhoud in afwijking daarvan als maximaal toegestaan. 7.2
Bestaande afstanden
In die gevallen dat de bestaande afstand van een bouwwerk tot enige op de verbeelding of in de regels aangegeven lijn dan wel tot een ander bouwwerk, die in overeenstemming met het bepaalde in de Woningwet of de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht tot stand is gekomen minder bedraagt dan in de bouwregels in hoofdstuk 2 is voorgeschreven, geldt die afstand in afwijking daarvan als minimaal toegestaan. 7.3
Bestaande percentages
In die gevallen dat een bestaand bebouwingspercentage, dat in overeenstemming met het bepaalde in de Woningwet of de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht tot stand is gekomen, meer bedraagt dan in de bouwregels in hoofdstuk 2 van deze regels is voorgeschreven, geldt dat bebouwingspercentage in afwijking daarvan als maximaal toegestaan. 7.4
Bouw en herbouw van geluidsgevoelige objecten
Indien sprake is van (her)bouw van geluidsgevoelige objecten in een zone langs een (spoor)weg als bedoeld in de Wet geluidhinder mag de afstand tot deze (spoor)weg niet worden verkleind.
bestemmingsplan Hardenberg, bedrijventerrein Broeklanden-Zuid fase 3 | PAGINA 16
Artikel 8 8.1
Algemene gebruiksregels
Strijdig gebruik
Tot een gebruik in strijd met alle bestemmingen wordt in ieder geval begrepen: a. een gebruik van gronden als stort- en/of opslagplaats van grond en/of afval, met uitzondering van een zodanig gebruik voor het normale op de bestemming gerichte gebruik en onderhoud; b. een gebruik van gronden als stallings- en/of opslagplaats van één of meer aan het gebruik onttrokken machines, voer-, vaar- of vliegtuigen, met uitzondering van een zodanig gebruik voor het normale op de bestemming gerichte gebruik en onderhoud; c. een gebruik van gronden en bouwwerken voor een seksinrichting dan wel ten behoeve van prostitutie; d. het gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen voor boomteelt en fruitteelt binnen 50 meter van concentraties van woningen (in lintbebouwing, buurtschappen en bebouwde kom). 8.2
Parkeergelegenheid en laad- en losmogelijkheden
a. Bij het beoordelen van een aanvraag omgevingsvergunning voor gebruik, bouwen of afwijken dient, indien de omvang of de bestemming van een gebouw en/of het terrein daartoe aanleiding geeft, ten behoeve van het parkeren of stallen van auto's, motorfietsen, fietsen of andere voertuigen, op eigen terrein in voldoende mate ruimte zijn aangebracht op of onder het gebouw, en/of op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw of terrein behoort. Deze ruimte mag niet overbemeten zijn, gelet op het gebruik of de bewoning van het gebouw, waarbij rekening moet worden gehouden met de eventuele bereikbaarheid per openbaar vervoer. De parkeergelegenheid bij het beoordelen van een aanvraag omgevingsvergunning voor gebruik, bouwen of afwijken wordt bepaald aan de hand van de "Parkeernormennota Hardenberg" of later door het college van burgemeester en wethouders vast te stellen vervangende beleidsregel(s). b. De onder a bedoelde ruimte voor het parkeren van auto's moet afmetingen hebben die zijn afgestemd op gangbare auto's. Aan deze eis wordt voldaan door vast te houden aan de richtlijnen en maatvoering conform de "Parkeernormennota Hardenberg" of later door het college van burgemeester en wethouders vast te stellen vervangende beleidsregel(s). c.
Indien de bestemming van een gebouw of het terrein aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van goederen, moet in deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan, in of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort. d. Het bevoegd gezag kan afwijken van het bepaalde onder a en c: 1. indien het voldoen aan die bepalingen op overwegende bezwaren stuit; en 2. voor zover op andere redelijke wijze in de nodige parkeer- of stallingsruimte, dan wel laad- of losruimte wordt voorzien. e. Ruimte(n) voor het bepaalde onder a en c dient, voor zover de aanwezigheid van deze ruimten krachtens deze regels nodig is, beschikbaar te blijven. Ander gebruik wordt aangemerkt als strijdig gebruik met de bestemming.
bestemmingsplan Hardenberg, bedrijventerrein Broeklanden-Zuid fase 3 | PAGINA 17
Artikel 9
Algemene afwijkingsregels
9.1 Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van: a. in het plan genoemde goothoogten, bouwhoogten, oppervlakte- en inhoudsmaten en percentages, waarbij een overschrijding is toegestaan tot maximaal 10% van de goothoogten, bouwhoogten, oppervlakte- en inhoudsmaten en percentages; b. de regels en worden toegestaan dat bouwgrenzen of rooilijnen worden overschreden, waarbij een overschrijding is toegestaan tot maximaal 2,5 meter, en deze noodzakelijk is in verband met de uitmeting van het terrein of uit een oogpunt van doelmatig gebruik van de gronden en/of de bebouwing met dien verstande dat de afstand tot de perceelgrens in alle gevallen ten minste 1 meter dient te bedragen; c. de regels en worden toegestaan dat de bouwhoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde ten behoeve van kunstwerken, geen gebouwen zijnde, en ten behoeve van zend-, ontvang- en/of sirenemasten wordt vergroot tot maximaal 40 meter; d. de regels en worden toegestaan dat de bouwhoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde wordt vergroot tot maximaal 15 meter; e.
de regels en worden toegestaan dat de ligging van rooilijnen anders wordt bepaald en/of bebouwing voor of achter de rooilijn wordt gebouwd, met dien verstande dat de ligging van geluidgevoelige bebouwing dichter op een weg uitsluitend is toegestaan voor zover de voorkeurswaarde of een verkregen hogere grenswaarde zoals bedoeld in de Wet geluidhinder niet wordt overschreven; f. de regels en toestaan dat antennemasten tot een bouwhoogte van 25 meter worden gebouwd. 9.2 Omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 9.2 kan slechts worden verleend, mits: a. de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad; b. het straat- en bebouwingsbeeld en de verkeersveiligheidsbelangen niet onevenredig worden geschaad.
bestemmingsplan Hardenberg, bedrijventerrein Broeklanden-Zuid fase 3 | PAGINA 18
Hoofdstuk 4 Artikel 10 10.1
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwen
10.1.1 Algemeen Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. 10.1.2 Afwijking Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde in artikel 10.1.1 een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in artikel 10.1.1 met maximaal 10%. 10.1.3 Uitzondering Artikel 10.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 10.2
Overgangsrecht gebruik
10.2.1 Algemeen Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. 10.2.2 Strijdig gebruik Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in artikel 10.2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 10.2.3 Onderbroken gebruik Indien het gebruik, bedoeld in artikel 10.2.1, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 10.2.4 Uitzondering Artikel 10.2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
bestemmingsplan Hardenberg, bedrijventerrein Broeklanden-Zuid fase 3 | PAGINA 19
Artikel 11
Slotregel
De regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Hardenberg, bedrijventerrein Broeklanden-Zuid fase 3'.
bestemmingsplan Hardenberg, bedrijventerrein Broeklanden-Zuid fase 3 | PAGINA 20