Regels bestemmingsplan 'Buitengebied Hardenberg, Rheezerweg 87a Rheeze, De Kolonie 1 Balkbrug en 't Lijntje 16 Bruchterveld'
Tekst van het document
Buitengebied Hardenberg, Rheezerweg 87a Rheeze, De Kolonie 1 Balkbrug en 't Lijntje 16 Bruchterveld
Inhoudsopgave
Regels
3
Hoofdstuk1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
4 4 9
Hoofdstuk2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8
Bestemmingsregels Agrarisch met waarden - Essen en hoevenlandschap Wonen - Essen- en hoevenlandschap Wonen - Besloten veenontginningslandschap Waarde - Archeologie 4 Waarde - Archeologie 5 Waarde - Beschermd dorpsgezicht
10 10 12 15 19 21 23
Hoofdstuk3 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene gebruiksregels Algemene bouwregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Overige regels
25 25 26 27 28 30 31
Hoofdstuk4 Artikel 15 Artikel 16
Overgangs-en slotregels Overgangsrecht Slotregel
33 33 34
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Rheezerweg 87a Rheeze, De Kolonie 1 Balkbrug en 't Lijntje 16 Bruchterveld | PAGINA 2
Regels
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Rheezerweg 87a Rheeze, De Kolonie 1 Balkbrug en 't Lijntje 16 Bruchterveld | PAGINA 3
Hoofdstuk 1 Artikel 1 1.1
Inleidende regels Begrippen
plan:
het bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Rheezerweg 87a Rheeze, De Kolonie 1 Balkbrug en 't Lijntje 16 Bruchterveld met identificatienummer NL.IMRO.0160.0000BP00376-VG01 van de gemeente Hardenberg; 1.2
bestemmingsplan:
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen; 1.3
aan-huis-gebonden beroep:
administratieve, juridische, medische, therapeutische, kunstzinnige, ontwerptechnische en daarmee gelijk te stellen beroepen, die door hun beperkte omvang in een woning en daarbij behorende gebouwen, met behoud van de woonfunctie kunnen worden uitgeoefend en die een ruimtelijke uitwerking of uitstraling hebben die met de woonfunctie in overeenstemming is; 1.4
aanbouw:
een bouwwerk dat is gebouwd aan een gebouw; het bouwwerk onderscheidt zich van een gebouw door de vorm en is architectonisch ondergeschikt; 1.5
aanduiding:
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.6
aanduidingsgrens:
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.7
agrarisch bedrijf:
een bedrijf, dat geheel of overwegend gericht is op het bedrijfsmatig voortbrengen van agrarische producten door het telen van gewassen waaronder begrepen tuinbouw en/of het houden van dieren, waaronder begrepen een productiegerichte paardenhouderij, inclusief pensionstal en productie van zonne-energie waarvan de geproduceerde elektriciteit in hoofdzaak aangewend wordt voor eigen gebruik. Bewerking en vergisting van mest en biomassa zijn activiteiten die onderdeel uitmaken van het agrarisch bedrijf, met dien verstande dat deze activiteiten plaatsvinden binnen het eigen bouwvlak, met bedrijfseigen producten en/of bedrijfseigen mest waarvan de geproduceerde elektriciteit en/of brandstof in hoofdzaak aangewend wordt voor eigen gebruik; 1.8
ander bouwwerk:
een bouwwerk, geen gebouw en geen windturbine zijnde; 1.9
archeologische monumentenzorg:
zorg die zich richt op het optimaal beheer van de bodem als unieke bron van informatie over de geschiedenis van Nederland; 1.10
archeologisch onderzoek:
in een schriftelijke rapportage vastgelegd bureau- en/of veldonderzoek naar de materiële neerslag van menselijke aanwezigheid en menselijk handelen in het verleden; bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Rheezerweg 87a Rheeze, De Kolonie 1 Balkbrug en 't Lijntje 16 Bruchterveld | PAGINA 4
1.11
archeologische waarde:
de aan een gebied toegekende waarden in verband met de kennis en studie van de in dat gebied voorkomende overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteit in het verleden, ten minste ouder dan 50 jaar; 1.12
bebouwing:
een of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde; 1.13
bebouwingspercentage:
de oppervlakte van de bebouwing binnen het bouwvlak of het bestemmingsvlak indien daarin geen bouwvlak voorkomt, uitgedrukt in een percentage van de oppervlakte van dat bouwvlak respectievelijk bestemmingsvlak; 1.14
bed and breakfast:
het tegen betaling aanbieden van toeristisch en kortdurend verblijf en ontbijt. Permanente bewoning van een bed and breakfast in een bijgebouw of bedrijfsgebouw is niet toegestaan; 1.15 bestaand(e) aantal, afmeting, afstand, bedrijf, bouwhoogte, bouwwerk, goothoogte, inhoud, inrichting, object, oppervlakte, plaats, situatie en vorm: aantal, afmeting, afstand, bedrijf, bouwhoogte, bouwwerk, goothoogte, inhoud, inrichting, object, oppervlakte, plaats, situatie of vorm, zoals dat of die rechtens bestaat op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van het plan, dan wel nadien krachtens een omgevingsvergunning, waarvoor de aanvraag is ingediend voor dat tijdstip, kan worden gerealiseerd; 1.16
bestemmingsgrens:
de grens van een bestemmingsvlak; 1.17
bestemmingsvlak:
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.18
bijbehorend bouwwerk:
een uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of een ander bouwwerk, met een dak; 1.19
bijgebouw:
een gebouw dat in ruimtelijk opzicht ondergeschikt is aan een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw; 1.20
boerderijkamer:
(een deel van) een (voorheen) agrarisch gebruikt gebouw dat blijvend wordt gebruikt voor recreatief nachtverblijf in kamers, al dan niet in combinatie met een dagverblijf. De oppervlakte van een zelfstandige boerderijkamer mag niet meer bedragen dan 50 m2 en van de boerderijkamers in totaal niet meer dan 200 m2. Het aantal slaapplaatsen mag niet meer bedragen dan 15, vrijstaande appartementen c.q. huisjes zijn niet toegestaan; 1.21
bouwen:
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 1.22
bouwgrens:
de grens van een bouwvlak; 1.23
bouwperceel:
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten;
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Rheezerweg 87a Rheeze, De Kolonie 1 Balkbrug en 't Lijntje 16 Bruchterveld | PAGINA 5
1.24
bouwperceelgrens:
de grens van een bouwperceel; 1.25
bouwvlak:
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde, zijn toegestaan; 1.26
bouwwerk:
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.27
detailhandel:
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder de uitstalling ten verkoop, het verkopen en leveren van goederen voor gebruik, verbruik of aanwending overwegend anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.28
eenvoudige dagrecreatieve voorziening:
extensieve, kleinschalige vormen van vrijetijdsbesteding met een maximale duur van een dag, waarbij geen overnachting plaatsvindt; 1.29
erf:
al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw; 1.30
extensieve openluchtrecreatie:
vormen van recreatief medegebruik van het agrarisch of natuurgebied door middel van al dan niet aangelegde en aanwezige voorzieningen, waarbij de recreatie geen specifiek beslag legt op de ruime, zoals wandel-, ruiter- en fietspaden, vis- en picknickplaatsen; 1.31
gebouw:
elk bouwwerk, met uitzondering van windturbines, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.32
glastuinbouwbedrijf:
een agrarisch bedrijf, dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen onder glas of daarmee gelijk te stellen materialen; 1.33
hoofdgebouw:
een gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is; 1.34
hoofdverblijf:
een gebouw of een gedeelte van een gebouw, dat naar constructie en inrichting geschikt is voor de permanente huisvesting van één persoon, een gezin of een hiermee gelijk te stellen groep personen; 1.35
huishouden:
één of meer personen die op hetzelfde adres wonen en een economisch-consumptieve eenheid vormen; 1.36
internetwinkel:
specifieke vorm van detailhandel, waarbij de transactie via internet (of postorder) tot stand komt en waarbij afhalen, tonen en afrekenen van goederen niet ter plaatse gebeurt;
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Rheezerweg 87a Rheeze, De Kolonie 1 Balkbrug en 't Lijntje 16 Bruchterveld | PAGINA 6
1.37
nevenactiviteiten:
een activiteit die in ruimtelijk en functioneel opzicht duidelijk ondergeschikt is aan de volgens de bestemmingsomschrijving toegestane hoofdfunctie op het perceel; 1.38
omgevingsvergunning:
een vergunning als bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo); 1.39
opgraving:
archeologische maatregel waarbij een aangetroffen en gewaardeerde vindplaats ex situ wordt behouden; 1.40
overkapping:
een bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat dient ter overdekking en niet, of slechts met één wand is omgeven; 1.41
paardenbak:
een onverhard en omheind terrein, niet overdekt en met een andere ondergrond dan gras, ingericht voor het africhten, trainen en berijden van paarden en pony's en het anderszins beoefenen van de paardensport; 1.42
peil:
a. voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang direct aan een weg grenst: de hoogte van die weg ter plaatse van die hoofdtoegang; b. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de gemiddelde hoogte van het aan het bouwwerk aansluitende afgewerkte terrein; c. het peil zoals door of namens burgemeester en wethouders is bepaald; 1.43
ruimtelijk kwaliteitsplan:
een plan dat beschrijft op welke wijze het erf landschappelijk gezien is ingepast in zijn omgeving, hoe de sterke gebiedskenmerken worden doorvertaald in de inrichting van het erf en hoe de nieuwe ontwikkeling op het erf en waar nodig compenserende maatregelen elders, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit in de omgeving; voor het bepalen van de sterke gebiedskenmerken moet gebruik gemaakt worden van de tabellen in de Landschap Identiteit Kaarten (LIK's), waarin de sterke gebiedskenmerken per (deel)gebied zijn beschreven; de LIK's maken als bijlage onderdeel uit van de regels; 1.44
ruimtelijke kwaliteit:
het resultaat van menselijk handelen en natuurlijke processen dat de ruimte geschikt maakt en houdt voor wat voor mens, plant en dier belangrijk is. 1.45
schuilgelegenheid:
een gebouw met maximaal drie gesloten wanden, dat dient voor de beschutting van, al dan niet hobbymatig gehouden, dieren tegen weersinvloeden alsmede voor de opslag van het voor deze dieren bestemde voer; 1.46
seksinrichting:
een inrichting, bestaande uit een of meer voor publiek toegankelijke, besloten ruimten, waarin bedrijfsmatig of op een daarmee vergelijkbare wijze, seksuele handelingen worden verricht; onder een hiervoor bedoelde inrichting wordt in elk geval verstaan een bordeel en parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.47
statische opslag:
opslag van goederen en producten die geen regelmatige verplaatsing behoeven, zonder dat deze ter plaatse bewerkt, verwerkt, gerepareerd of verhandeld worden; uitgezonderd de opslag van gevaarlijke stoffen;
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Rheezerweg 87a Rheeze, De Kolonie 1 Balkbrug en 't Lijntje 16 Bruchterveld | PAGINA 7
1.48
teeltondersteunende voorzieningen:
een verplaatsbare constructie, overtrokken met transparant materiaal anders dan glas, voor het kweken of beschermen van gewassen, uitsluitend aanwezig tijdens het teeltseizoen; 1.49
tuinbouw:
het bedrijfsmatig telen en kweken van groenten, bomen, heesters, struiken, planten en bloemen of tuinbouwzaden, in de volle grond, al dan niet gecombineerd met, als ondergeschikte nevenactiviteit, de handel in boomkwekerijgewassen en vaste planten; 1.50
twee-aaneen woning
een twee-onder-één-kapwoning; 1.51
verbeelding:
de verbeelding van het bestemmingsplan 'Buitengebied Hardenberg, Rheezerweg 87a Rheeze, De Kolonie 1 Balkbrug en 't Lijntje 16 Bruchterveld, bestaande uit kaart met identificatienummer NL.IMRO.0160.0000BP00376-VG01; 1.52
voorgevel:
de naar de weg gekeerde of aan de voorzijde van een gebouw gelegen gevel of, indien het een gebouw betreft met meerdere zodanige gevels, de gevel die kennelijk als zodanig moet worden aangemerkt; 1.53
waarde archeologie 4 en 5:
door burgemeester en wethouders aangewezen terrein waarvan op grond van historische gegevens of door archeologische vondsten en onderzoek vermoed wordt dat het van algemeen belang is wegens zijn betekenis voor de archeologische monumentenzorg; 1.54
waterpeil:
de hoogte (het niveau) van de waterspiegel gemeten naar NAP op het moment van aanvraag van de vergunning of bestemmingswijziging. Dit kan betrekking hebben op zowel oppervlaktewater als grondwater; 1.55
windturbine:
een door de wind aangedreven bouwwerk waarmee energie wordt opgewekt, inclusief de bij dit bouwwerk behorende (infrastructurele) voorzieningen; 1.56
wonen:
het gehuisvest zijn van één huishouden in een woning; 1.57
woning:
een complex van ruimten volgens aard en indeling geschikt en bestemd voor de huisvesting van een afzonderlijk huishouden; 1.58
zonnecollectoren:
collectoren voor warmteopwekking of een paneel voor elektriciteitsopwekking;
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Rheezerweg 87a Rheeze, De Kolonie 1 Balkbrug en 't Lijntje 16 Bruchterveld | PAGINA 8
Artikel 2 2.1
Wijze van meten
de tiphoogte van een windturbine:
vanaf het peil tot het maximale 2.2
de dakhelling:
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.3
de bouwhoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.4
de goothoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; ondergeschikte bouwdelen worden hierbij buiten beschouwing gelaten; 2.5
de inhoud van een bouwwerk:
a. tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; b. Ruimten, zoals kelders en kruip- en soortgelijke ruimten, onder de onderzijde van de begane grondvloer - en tussen de buitenzijde van de gevels en/of het hart van de scheidingsmuren - worden niet meegerekend bij de inhoud van een bouwwerk, tenzij: 1. de onderzijde van de begane grondvloer op meer dan 0,3 meter boven peil is gelegen, of; 2. de kelder aan de buitenzijde een directe toegang heeft. c. In bestaande situaties wordt een kelder waarvan de onderzijde van de begane grondvloer op meer dan 0,3 meter boven peil is gelegen of de kelder aan de buitenzijde een directe toegang heeft, niet meegerekend bij de inhoud van een bouwwerk. In geval van recreatiewoningen wordt de inhoud van een kelder onder de recreatiewoning wel meegeteld bij de inhoud van de woning; 2.6
de oppervlakte van een bouwwerk:
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.7
ondergeschikte bouwdelen:
bij de toepassing van het bepaalde over het bouwen binnen bouwvlakken of bestemmingsvlakken worden ondergeschikte bouwdelen als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, erkers, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de bouw- of bestemmingsgrens dan wel rooilijn met niet meer dan 1 meter wordt overschreden.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Rheezerweg 87a Rheeze, De Kolonie 1 Balkbrug en 't Lijntje 16 Bruchterveld | PAGINA 9
Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1
Bestemmingsregels Agrarisch met waarden - Essen en hoevenlandschap
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Agrarisch met waarden - Essen en hoevenlandschap' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. de uitoefening van het agrarisch bedrijf, uitgezonderd glastuinbouw; b. de instandhouding van de sterke gebiedskenmerken van het essen- en hoevenlandschap, welke per (deel)gebied zijn beschreven in de tabellen van de Landschap Identiteit Kaarten (LIK's), die als Bijlage 7 onderdeel uitmaken van de regels; met daaraan ondergeschikt: c. voorzieningen voor extensieve openluchtrecreatie, zoals fiets- en voetpaden en picknickplaatsen; en tevens voor: d. watergangen en waterpartijen, met bijbehorende waterhuishoudkundige voorzieningen; e. (aanpassingen aan) bestaande verkeersvoorzieningen en nutsvoorzieningen; f. landschappelijke inpassing; g. hobbymatige agrarische activiteiten. 3.2
Bouwregels
3.2.1
Toegestane bouwwerken
Op gronden als bedoeld in lid 3.1 mogen uitsluitend worden gebouwd: a. andere (bouw)werken, waaronder tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen, met uitzondering van bouwwerken voor de opslag van mest en zonnecollectoren; b. schuilgelegenheden tot een oppervlakte van maximaal 15 m2 per schuilgelegenheid en met een maximum van 1 schuilgelegenheid per één hectare bij elkaar behorende grond. 3.2.2
Bouwen
Voor het bouwen van bouwwerken als bedoeld in artikel 3.2.1 gelden de volgende bepalingen: a. de hoogte van erf- en perceelsafscheidingen bedraagt ten hoogste 1 m; b. de goothoogte van schuilgelegenheden bedraagt ten hoogste 2,5 m; c. de bouwhoogte van schuilgelegenheden bedraagt ten hoogste 4 m; d. de dakhelling van schuilgelegenheden bedraagt ten minste 18°; e. de bouwhoogte van overige andere bouwwerken bedraagt ten hoogste 3 m; 3.3
Specifieke gebruiksregels
Onder strijdig gebruik met deze bestemming wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in ieder geval wordt begrepen: a. het gebruik van gronden en bouwwerken voor niet-agrarische bedrijfsactiviteiten, anders dan genoemd in de bestemmingsomschrijving; b. het gebruik van gronden als paardenbak. 3.4
Wijzigingsbevoegdheid
3.4.1
Wijzigingsbevoegdheid natuurontwikkeling
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan zodanig te wijzigen, dat op de gronden als bedoeld in artikel 3.1, de bestemming wordt gewijzigd in: bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Rheezerweg 87a Rheeze, De Kolonie 1 Balkbrug en 't Lijntje 16 Bruchterveld | PAGINA 10
Natuur- Essen- en hoevenlandschap; Groen - Landschapselement; Water. Het wijzigen mag uitsluitend geschieden ten aanzien van gronden waarvan vaststaat dat: a. daarop de agrarische bedrijvigheid is of zal worden beëindigd, b. de functie van aangrenzende, niet bij het bedrijf behorende gronden en bebouwing niet onevenredig wordt belemmerd, c. daar natuurontwikkeling zal plaatsvinden of heeft plaatsgevonden; d. de gerechtigden ten aanzien van de betreffende gronden daarmee instemmen. 3.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 3.5.1
Vergunningplicht
Behoudens het bepaalde in artikel 3.5.2, is het verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op en in de hierna aangegeven gronden de daarbij aangegeven werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden uit te voeren: a. aanleggen en verharden van wegen en paden en het aanleggen of aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; b. verlagen van de bodem en afgraven van gronden, tenzij daarvoor een vergunning is vereist volgens de Ontgrondingenwet, en het ophogen en egaliseren van de gronden; c. aanleggen en dempen van water; d. aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- en telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur; e. bebossen of anderszins beplanten met houtopstanden. 3.5.2
Uitzonderingen vergunningplicht
Het in sublid 3.5.1 vervatte verbod geldt niet voor het uitvoeren van: a. werken en werkzaamheden in het kader van het normale beheer en onderhoud; b. werken en werkzaamheden, waarmee rechtens is of mag worden begonnen ten tijde van de inwerkingtreding van het plan; c. werken en werkzaamheden die worden uitgevoerd ter ontwikkeling van de aan het essen en hoevenlandschap eigen gebiedskenmerken; d. werken en werkzaamheden aan kavelpaden, in- of uitritten; e. werken en werkzaamheden als bedoeld in artikel 3.5.1, onder b, voorzover het betreft het aanleggen van poelen; f. werken en werkzaamheden die worden uitgevoerd in het kader van een door het bevoegd gezag vastgesteld ruimtelijk kwaliteitsplan. 3.5.3
Toelaatbaarheid werken en werkzaamheden
Werken en werkzaamheden als bedoeld in artikel 3.5.1, zijn slechts toelaatbaar, indien door die werken of werkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen, een of meer waarden of functies van de in dit artikel bedoelde gronden, welke het plan beoogt te beschermen: niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel; de mogelijkheden voor het herstel van die waarden of functies niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Rheezerweg 87a Rheeze, De Kolonie 1 Balkbrug en 't Lijntje 16 Bruchterveld | PAGINA 11
Artikel 4 4.1
Wonen - Essen-en hoevenlandschap
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Wonen - Essen- en hoevenlandschap' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen, met inbegrip van aan-huis-gebonden beroepen; b. tuinen en erven; met daaraan ondergeschikt: c. bed and breakfast; d. boerderijkamers; e. ontsluitingsvoorzieningen; f. landschappelijke inpassing. 4.2
Bouwregels
4.2.1
Toegestane bouwwerken
Op de gronden als bedoeld in 4.1 mogen uitsluitend worden gebouwd; a. woningen; b. bijbehorende bouwwerken; c. andere bouwwerken. 4.2.2
Bouwen
Voor het bouwen van bouwwerken als bedoeld in 4.2.1 gelden de volgende bepalingen: a. de woningen dienen vrijstaand te worden gebouwd; b. het aantal woningen bedraagt niet meer dan één; c. bij herbouw, verbouw en uitbreiding van een woning mogen de gevels niet gesitueerd worden op een afstand van minder dan 200 meter van een agrarisch bouwvlak; indien de huidige gevels al zijn gelegen op een kortere afstand, dan mogen de gevels niet dichterbij een agrarisch bouwvlak gesitueerd worden dan de huidige gevels; d. bij herbouw, verbouw en uitbreiding van een woning mogen de gevels niet gesitueerd worden op een afstand van minder dan 50 meter van de bestemming recreatie; indien de huidige gevels al zijn gelegen op een kortere afstand, dan mogen de gevels niet dichterbij de bestemming recreatie gesitueerd worden dan de huidige gevels; e. de inhoud van een woning mag niet meer bedragen dan 750 m3; f. de gezamenlijke oppervlakte van de bij de woning behorende bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 100 m2: g. bijbehorende bouwwerken en andere bouwwerken mogen uitsluitend worden gebouwd op ten minste 1 m achter het verlengde van de voorgevel van de betreffende woning; h. voor de goothoogte, bouwhoogte en dakhelling van bouwwerken gelden de volgende bepalingen: Bouwwerken max. goothoogte max. bouwhoogte min.
dakhelling woningen 3,5 m 10 m 30° bijgebouwen 3m 6m 18° overkappingen 3,5 m erf- of 2m perceelsafscheiding op ten minste 1 m achter de voorgevelrooilijn overige erf- of 1m perceelsafscheidinge n overige andere 10 m bouwwerken i. een bouwwerk dat afwijkt van het bepaalde onder f, g en h en op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van het bestemmingsplan aanwezig is of gebouwd
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Rheezerweg 87a Rheeze, De Kolonie 1 Balkbrug en 't Lijntje 16 Bruchterveld | PAGINA 12
kan worden krachtens een vergunning voor bouwen, is toegestaan en mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, geheel of gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 4.2.3
Bepalen inhoud bouwwerk
De inhoud van een bouwwerk waarvoor in Artikel 4 een maximale inhoudsmaat is vastgelegd, dient bepaald te worden overeenkomstig het bepaalde in artikel 2.5. 4.3
Afwijken van de bouwregels
4.3.1
Herbouw - verbouw- uitbreiding woning
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 4.2.2 onder c en d, mits een voldoende woon- en leefklimaat gegarandeerd kan worden en de bedrijfsvoering van omliggende agrarische- en recreatiebestemmingen hierdoor niet wordt belemmerd. 4.3.2
Kleinere dakhelling gebouwen
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 4.2.2 onder h voor het toestaan van een kleinere dakhelling van gebouwen, mits: a. het oppervlak waarvoor een kleinere dakhelling voor bijgebouwen wordt toegestaan niet groter is dan 15% van het totale oppervlak van het gebouw; b. het oppervlak waarvoor een kleinere dakhelling voor een woning wordt toegestaan niet groter is dan 30 m2 ; c. een kleinere dakhelling past binnen de aard, schaal en het beeld van het perceel. 4.4
Specifieke gebruiksregels
4.4.1
Strijdig gebruik
Onder strijdig gebruik met deze bestemming wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in ieder geval wordt begrepen: a. wonen in een woning, anders dan ten behoeve van een huishouding, met dien verstande dat een huishouden wel mag worden aangevuld met een huishouding in verband met dringende sociale, verzorgings- of sociaal-economische redenen; b. het gebruik van gronden en bouwwerken in combinatie met bedrijfsdoeleinden anders dan een aan-huis-gebonden beroep. 4.4.2
Aan-huis-gebonden beroep
De uitoefening van aan huis gebonden beroepen is alleen toegestaan met inachtneming van de volgende bepalingen: a. de aan-huis-gebonden activiteiten voor het beroep mogen uitsluitend inpandig worden verricht; b. de vloeroppervlakte mag niet meer bedragen dan 100 m2 of niet meer dan de bestaande oppervlakte indien deze meer dan 100 m2 bedraagt; c. degene die de gebruiker is van de woning moet ook degene zijn die het aan-huis-gebonden beroep uitoefent; d. er mag geen detailhandel plaatsvinden, behoudens ondergeschikte verkoop, in direct verband met het aan-huis-gebonden beroep; e. het parkeren dient op eigen terrein plaats te vinden. 4.4.3
Bed and breakfast
Het gebruik voor bed and breakfast is alleen toegestaan met inachtneming van de volgende bepalingen: a. de bed and breakfast voorziening mag in de woning en in maximaal één bijgebouw worden gevestigd; b. de gezamenlijke vloeroppervlakte mag niet meer bedragen dan 100 m2 of niet meer dan de bestaande oppervlakte indien deze meer dan 100 m2 bedraagt; c. de bed and breakfast voorziening mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Rheezerweg 87a Rheeze, De Kolonie 1 Balkbrug en 't Lijntje 16 Bruchterveld | PAGINA 13
d. het parkeren dient op eigen terrein plaats te vinden. 4.4.4
Voorwaardelijke verplichting - landschappelijke inpassing
Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het niet aanleggen en het niet in stand houden van de landschapsmaatregelen Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - voorwaardelijke verplichting' conform het in Bijlage 1 opgenomen Ruimtelijk kwaliteitsplan Rheezerweg 87 teneinde te komen tot een goede landschappelijke inpassing. In afwijking hiervan wordt het niet aanleggen van de landschapsmaatregelen niet gezien als met de bestemming strijdig gebruik tot 18 maanden na het in gebruik nemen van de woning. 4.5
Afwijken van de gebruiksregels
4.5.1
Kleinschalige bedrijfsactiviteiten
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 4.1 en artikel 4.4 voor het gebruik van bestaande gebouwen voor een kleinschalige (bedrijfs)activiteit, met inachtneming van de volgende bepalingen: a. Toegestaan zijn: 1. bedrijfsactiviteiten die voorkomen in, of gelijk te stellen zijn met categorie 1 van Bijlage 6 Staat van bedrijfsactiviteiten; 2. een koffie- en theeschenkerij; 3. eenvoudige dagrecreatieve voorzieningen; 4. een museum of galerie, of daarmee gelijk te stellen voorziening; 5. internetwinkels, al dan niet in combinatie met de opslag van goederen; 6. zorgfuncties zoals een zorgboerderij. b. maximaal 30% van het gezamenlijke vloeroppervlak van de gebouwen mag worden gebruikt voor de onder a genoemde activiteiten; c. in afwijking van het bepaalde onder b kan een groter percentage van het gezamenlijke vloeroppervlak van de gebouwen worden gebruikt voor de onder a genoemde activiteiten, mits passend binnen de aard, schaal en het beeld van het perceel en de omgeving; d. degene die de bewoner is van de woning moet ook degene zijn die de bedrijfsactiviteit uitoefent; e. er mag geen opslag van goederen in de openlucht plaatsvinden; f. er mag geen detailhandel plaatsvinden, behoudens een beperkte verkoop in het klein, in direct verband met de (bedrijfs)activiteit; g. het parkeren dient op eigen terrein plaats te vinden; h.
in vergelijking met de bij recht toegestane functies mag geen onevenredig grotere verkeersbelasting op aangrenzende wegen en paden plaatsvinden; i. de (bedrijfs)activiteiten moeten vanuit milieuoogpunt toelaatbaar zijn; j. het gebruik dient qua aard en schaal te passen bij de specifieke kwaliteiten en schaal van de omgeving, met name op het gebied van visuele aspecten, zoals reclame-uitingen en technische installaties. 4.5.2
Afwijken van de voorwaardelijke verplichting
Bij een omgevingsvergunning kan, mits in overeenstemming met de gemeente, worden afgeweken van het bepaalde onder 4.4.4 indien in plaats van de landschapsmaatregelen zoals opgenomen in het Ruimtelijk kwaliteitsplan Rheezerweg 87 andere landschapsmaatregelen worden getroffen, met dien verstande dat: a. de landschapsmaatregelen minimaal gelijk zijn aan de in het Ruimtelijk kwaliteitsplan Rheezerweg 87 opgenomen landschapsmaatregelen en voorzien in een minimaal gelijk beschermingsniveau van de landschappelijke waarden; b. er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van in de omgeving aanwezige functies en waarden.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Rheezerweg 87a Rheeze, De Kolonie 1 Balkbrug en 't Lijntje 16 Bruchterveld | PAGINA 14
Artikel 5 5.1
Wonen - Besloten veenontginningslandschap
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Wonen - Besloten veenontginningslandschap' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen, met inbegrip van aan-huis-gebonden beroepen; b. tuinen en erven; met daaraan ondergeschikt: c. bed and breakfast; d. boerderijkamers; e. statische opslag in bestaande gebouwen; f. ontsluitingsvoorzieningen; 5.2
Bouwregels
5.2.1
Toegestane bouwwerken
Op de gronden als bedoeld in 5.1 mogen uitsluitend worden gebouwd; a. woningen; b. bijbehorende bouwwerken; c. andere bouwwerken. 5.2.2
Bouwen
Voor het bouwen van bouwwerken als bedoeld in 5.2.1 gelden de volgende bepalingen: a. de woningen mogen vrijstaand, dubbel of aaneengesloten worden gebouwd, overeenkomstig de bestaande vorm; b. het aantal woningen per bouwperceel bedraagt niet meer dan het bestaande aantal; c. bij herbouw, verbouw en uitbreiding van een woning mogen de gevels niet gesitueerd worden op een afstand van minder dan 200 meter van een agrarisch bouwvlak, indien de huidige gevels al zijn gelegen op een kortere afstand, dan mogen de gevels niet dichterbij een agrarisch bouwvlak gesitueerd worden dan de bestaande gevels; d. bij herbouw, verbouw en uitbreiding van een woning mogen de gevels niet gesitueerd worden op een afstand van minder dan 50 meter van de bestemming recreatie; indien de huidige gevels al zijn gelegen op een kortere afstand, dan mogen de gevels niet dichterbij de bestemming recreatie gesitueerd worden dan de huidige gevels; e. de inhoud van een woning mag niet meer bedragen dan 750 m3 of niet meer dan de bestaande inhoud indien deze meer dan 750 m3 bedraagt; f. de gezamenlijke oppervlakte van de bij de woning behorende bijgebouwen en overkappingen mag niet meer bedragen dan: 1. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - voorwaardelijke verplichting 1': 225 m2; 2.
ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - voorwaardelijke verplichting 2': 341 m2, waarbij geldt dat 210 m2 is toegestaan bij het perceel 't Lijntje 16 en 131 m2 bij het perceel 't lijntje 16a; g. bijgebouwen en overkappingen mogen uitsluitend worden gebouwd op ten minste 1 m achter het verlengde van de voorgevel van de betreffende woning, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding ‘bijgebouwen uitgesloten’ geen bijgebouwen en overkappingen zijn toegestaan’. h. voor de goothoogte, bouwhoogte en dakhelling van bouwwerken gelden de volgende bepalingen: Bouwwerken max. goothoogte max. bouwhoogte min. dakhelling woningen (1) 6m 10 m 30° bijgebouwen 3m 6m 18° overkappingen 3,5 m
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Rheezerweg 87a Rheeze, De Kolonie 1 Balkbrug en 't Lijntje 16 Bruchterveld | PAGINA 15
i.
j.
erf- of 2m perceelsafscheiding op ten minste 1 m achter de voorgevelrooilijn overige erf- of 1m perceelsafscheidinge n overige andere 10 m bouwwerken (1) met dien verstande dat de woning voor maximaal 30 m2 van een platte afdekking mag worden voorzien een bouwwerk dat afwijkt van het bepaalde onder e, g en h en op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van het bestemmingsplan aanwezig is of gebouwd kan worden krachtens een vergunning voor bouwen, en afwijkt van het bepaalde onder sublid 5.2.2, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, geheel of gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; in voorkomend geval artikel 11.1 (Afstanden tot wegen).
5.2.3
Bepalen inhoud bouwwerk
De inhoud van een bouwwerk waarvoor in Artikel 5 een maximale inhoudsmaat is vastgelegd, dient bepaald te worden overeenkomstig het bepaalde in artikel 2.5 5.3
Afwijken van de bouwregels
5.3.1
Herbouw - verbouw- uitbreiding woning
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 5.2.2 onder c en d, mits een voldoende woon- en leefklimaat gegarandeerd kan worden en de bedrijfsvoering van omliggende (agrarische) bedrijven of recreatiebestemmingen hierdoor niet wordt belemmerd. 5.3.2
Vergroten inhoud woning
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 5.2.2 onder e voor het vergroten van de inhoud van de woning tot 1.000 m3, mits de inpassing op het erf en in het landschap op zorgvuldige wijze plaats vindt, aan de hand van een ruimtelijke kwaliteitsplan. 5.3.3
Kleinere dakhelling gebouwen
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 5.2.2 onder h voor het toestaan van een kleinere dakhelling van gebouwen, mits: a. het oppervlak waarvoor een kleinere dakhelling voor bijgebouwen wordt toegestaan niet groter is dan 15% van het totale oppervlak van het gebouw; b. een kleinere dakhelling past binnen de aard, schaal en het beeld van het perceel. 5.4
Specifieke gebruiksregels
5.4.1
Strijdig gebruik
Onder strijdig gebruik met deze bestemming wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in ieder geval wordt begrepen: a. wonen in een woning, anders dan ten behoeve van een huishouding, met dien verstande dat een huishouden wel mag worden aangevuld met een huishouding in verband met dringende sociale, verzorgings- of sociaal-economische redenen; b. het gebruik van gronden en bouwwerken in combinatie met bedrijfsdoeleinden anders dan een aan-huis-gebonden beroep; c. het niet slopen van de in Bijlage 2 opgenomen sloopopgave, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - voorwaardelijke verplichting 1', met dien verstande dat de sloop binnen een jaar na het verlenen van de omgevingsvergunning voor de woning binnen de bestemming 'Wonen - Essen- en hoevenlandschap' dient te bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Rheezerweg 87a Rheeze, De Kolonie 1 Balkbrug en 't Lijntje 16 Bruchterveld | PAGINA 16
zijn afgerond. d. het niet slopen van de in Bijlage 3 opgenomen sloopopgave, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - voorwaardelijke verplichting 2', met dien verstande dat de sloop binnen een jaar na het verlenen van de omgevingsvergunning voor de woning binnen de bestemming 'Wonen - Essen- en hoevenlandschap' dient te zijn afgerond. 5.4.2
Voorwaardelijke verplichting - landschappelijke inpassing De Kolonie 1, Balkbrug
Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het niet aanleggen en het niet in stand houden van de landschapsmaatregelen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - voorwaardelijke verplichting 1' conform het in Bijlage 4 opgenomen Ruimtelijk kwaliteitsplan De Kolonie 1 teneinde te komen tot een goede landschappelijke inpassing. In afwijking hiervan wordt het niet aanleggen van de landschapsmaatregelen niet gezien als met de bestemming strijdig gebruik tot 18 maanden na het onherroepelijk worden van dit bestemmingsplan. 5.4.3 Voorwaardelijke verplichting - landschappelijke inpassing 't Lijntje 16 en 16a, Bruchterveld Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het niet aanleggen en het niet in stand houden van de landschapsmaatregelen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - voorwaardelijke verplichting 2' conform het in Bijlage 5 opgenomen Ruimtelijk kwaliteitsplan 't Lijntje 16 en 16a teneinde te komen tot een goede landschappelijke inpassing. In afwijking hiervan wordt het niet aanleggen van de landschapsmaatregelen niet gezien als met de bestemming strijdig gebruik tot 18 maanden na het onherroepelijk worden van dit bestemmingsplan. 5.4.4
Aan-huis-gebonden beroep
De uitoefening van aan huis gebonden beroepen is alleen toegestaan met inachtneming van de volgende bepalingen: a. de aan-huis-gebonden activiteiten voor het beroep mogen uitsluitend inpandig worden verricht; b. de vloeroppervlakte mag niet meer bedragen dan 100 m2 of niet meer dan de bestaande oppervlakte indien deze meer dan 100 m2 bedraagt; c. degene die de gebruiker is van de woning moet ook degene zijn die het aan-huis-gebonden beroep uitoefent; d. er mag geen detailhandel plaatsvinden, behoudens ondergeschikte verkoop, in direct verband met het aan-huis-gebonden beroep; e. het parkeren dient op eigen terrein plaats te vinden. 5.4.5
Bed and breakfast
Het gebruik voor bed and breakfast is alleen toegestaan met inachtneming van de volgende bepalingen: a. de bed and breakfast voorziening mag in de woning en in maximaal één bijgebouw worden gevestigd; b. de gezamenlijke vloeroppervlakte mag niet meer bedragen dan 100 m2 of niet meer dan de bestaande oppervlakte indien deze meer dan 100 m2 bedraagt; c. de bed and breakfast voorziening mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; d. het parkeren dient op eigen terrein plaats te vinden. 5.4.6
Boerderijkamers
Het gebruik van boerderijkamers is alleen toegestaan met inachtneming van de volgende bepalingen: a. de boerderijkamers mogen alleen worden gevestigd in een voormalige boerderij; b. de gezamenlijke vloeroppervlakte van de boerderijkamers mag niet meer bedragen dan 100 m2 of niet meer dan de bestaande oppervlakte indien deze meer dan 100 m2 bedraagt; c. de aanwezigheid van de boerderijkamers mag niet leiden tot een onevenredige bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Rheezerweg 87a Rheeze, De Kolonie 1 Balkbrug en 't Lijntje 16 Bruchterveld | PAGINA 17
aantasting van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; d. het aantal slaapplaatsen mag niet meer bedragen dan 15; e. vrijstaande appartementen/huisjes zijn niet toegestaan, er dienen meerdere boerderijkamers per gebouw gevestigd te zijn; f. het parkeren dient op eigen terrein plaats te vinden. 5.5
Afwijken van de gebruiksregels
5.5.1
Kleinschalige bedrijfsactiviteiten
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 5.1 en artikel 5.4 voor het gebruik van bestaande gebouwen voor een kleinschalige (bedrijfs)activiteit, met inachtneming van de volgende bepalingen: a. Toegestaan zijn: 1. bedrijfsactiviteiten die voorkomen in, of gelijk te stellen zijn met categorie 1 van Bijlage 6 Staat van bedrijfsactiviteiten 2. een koffie- en theeschenkerij; 3. eenvoudige dagrecreatieve voorzieningen; 4. een museum of galerie, of daarmee gelijk te stellen voorziening; 5. internetwinkels, al dan niet in combinatie met de opslag van goederen; 6. zorgfuncties zoals een zorgboerderij. b. maximaal 30% van het gezamenlijke vloeroppervlak van de gebouwen mag worden gebruikt voor de onder a genoemde activiteiten; c. in afwijking van het bepaalde onder b kan een groter percentage van het gezamenlijke vloeroppervlak van de gebouwen worden gebruikt voor de onder a genoemde activiteiten, mits passend binnen de aard, schaal en het beeld van het perceel en de omgeving; d. degene die de bewoner is van de woning moet ook degene zijn die de bedrijfsactiviteit uitoefent; e. er mag geen opslag van goederen in de openlucht plaatsvinden; f. er mag geen detailhandel plaatsvinden, behoudens een beperkte verkoop in het klein, in direct verband met de (bedrijfs)activiteit; g. het parkeren dient op eigen terrein plaats te vinden; h.
in vergelijking met de bij recht toegestane functies mag geen onevenredig grotere verkeersbelasting op aangrenzende wegen en paden plaatsvinden; i. de (bedrijfs)activiteiten moeten vanuit milieuoogpunt toelaatbaar zijn; j. het gebruik dient qua aard en schaal te passen bij de specifieke kwaliteiten en schaal van de omgeving, met name op het gebied van visuele aspecten, zoals reclame-uitingen en technische installaties.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Rheezerweg 87a Rheeze, De Kolonie 1 Balkbrug en 't Lijntje 16 Bruchterveld | PAGINA 18
Artikel 6 6.1
Waarde - Archeologie 4
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie 4' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en bescherming van de verwachte archeologische waarden. 6.2
Bouwregels
6.2.1
Omgevingsvergunning voor het bouwen
Voor het bouwen overeenkomstig de regels voor de andere op deze gronden voorkomende bestemmingen, dient de aanvrager van een omgevingsvergunning, voor een of meerdere bouwwerken waarbij grond geroerd wordt met een (gezamenlijk) geroerde oppervlakte groter dan 500 m² en een diepte van 50 cm of meer, een rapport te overleggen waarin de archeologische waarden van de gronden die volgens de aanvraag zullen worden verstoord, in voldoende mate zijn vastgesteld. Een dergelijke rapportage is niet noodzakelijk als aangetoond kan worden dat de betreffende gronden geroerd zijn en de trefkans op archeologische waarden gering is. 6.2.2
Voorschriften
Indien uit het in lid 6.2.1 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning zullen of kunnen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meerdere van de volgende voorschriften verbinden aan de omgevingsvergunning die de verplichting inhouden: a. tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. tot het doen van opgravingen; c. de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties. 6.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 6.3.1
Vergunningplicht
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden uit te voeren, of te laten uitvoeren: a. het ophogen van de bodem, wanneer de oppervlakte 500 m2 of meer bedraagt; b. het aanleggen, verbreden en/of verharden van wegen, paden, banen en/of parkeergelegenheden en/of het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen, wanneer de oppervlakte 500 m² of meer en een diepte van 50 cm of meer bedraagt; c. het aanleggen, verbreden en dempen van sloten, vijvers en andere wateren, wanneer de oppervlakte van deze werken en werkzaamheden 500 m² of meer bedraagt; d. het verlagen of het verhogen van het waterpeil over een oppervlakte van meer dan 500 m²; e. het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie-, telecommunicatie- of andere leidingen en de daarmee verband houdende constructies, wanneer de oppervlakte van deze werken en werkzaamheden 500 m² of meer en een diepte van 50 cm of meer bedraagt waarbij de breedte van deze werken tenminste 1,25 m bedraagt; f. het bebossen van gronden die op het tijdstip van de inwerkingtreding van dit plan niet als bos zijn bestemd, wanneer de oppervlakte van deze werken en werkzaamheden 500 m2 of meer en een diepte van 50 cm of meer bedraagt; g.
het rooien van bos of boomgaard, waarbij de stobben worden verwijderd, wanneer de oppervlakte van deze werken en werkzaamheden 500 m2 of meer en een diepte van 50 cm of meer bedraagt; h. het aanleggen van bos of boomgaard, wanneer de oppervlakte van deze werken en bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Rheezerweg 87a Rheeze, De Kolonie 1 Balkbrug en 't Lijntje 16 Bruchterveld | PAGINA 19
i.
werkzaamheden 500 m² of meer en een diepte van 50 cm of meer bedraagt; het uitvoeren van grondbewerkingen op een grotere diepte dan 50 cm, waartoe ook wordt gerekend woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, aanleggen van drainage en ontginnen, wanneer de oppervlakte van deze werken en werkzaamheden 500 m² of meer bedraagt.
6.3.2
Uitzonderingen
Het in lid 6.3.1 gestelde verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a. het normale onderhoud of gebruik betreffen; b. reeds in uitvoering zijn, dan wel volgens een verleende vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van de inwerkingtreding van dit plan; c. onderdeel zijn van werkzaamheden waarvoor reeds een omgevingsvergunning is verleend en in werking is; d. in het kader van archeologisch onderzoek en het doen van opgravingen, mits verricht door een ter zake deskundige; e. uitgevoerd worden op gronden waarvan aangetoond kan worden dat deze geroerd zijn en de trefkans op archeologische waarden gering is. 6.3.3
Toelaatbaarheid
De vergunning als bedoeld in lid 6.3.1 wordt verleend indien: a. op basis van een door de aanvrager van de vergunning bij de aanvraag te overleggen rapport van een archeologisch onderzoek waarin de archeologische waarde van het terrein dat volgens de aanvraag zal worden verstoord in voldoende mate is vastgesteld; en: b. is gebleken dat de in lid 6.3.1 genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden niet zullen leiden tot een verstoring van archeologisch materiaal. Indien is gebleken dat de in lid 6.3.1 genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden wel kunnen leiden tot een verstoring van archeologisch materiaal kan de vergunning worden verleend, indien aan de vergunning één of meerdere van de volgende voorschriften worden verbonden over of met betrekking tot: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen, of 3. de verplichting de oprichting van het bouwwerk te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties. 6.4
Wijzigingsbevoegdheid
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen door de bestemming 'Waarde - Archeologie 4' geheel of gedeeltelijk te doen vervallen, indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Rheezerweg 87a Rheeze, De Kolonie 1 Balkbrug en 't Lijntje 16 Bruchterveld | PAGINA 20
Artikel 7 7.1
Waarde - Archeologie 5
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie 5' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en bescherming van de verwachte archeologische waarden. 7.2
Bouwregels
7.2.1
Omgevingsvergunning voor het bouwen
Voor het bouwen overeenkomstig de regels voor de andere op deze gronden voorkomende bestemmingen, dient de aanvrager van een omgevingsvergunning, voor een of meerdere bouwwerken waarbij grond geroerd wordt met een (gezamenlijk) geroerde oppervlakte groter dan 2.500 m² en een diepte van 50 cm of meer, een rapport te overleggen waarin de archeologische waarden van de gronden die volgens de aanvraag zullen worden verstoord, in voldoende mate zijn vastgesteld. Een dergelijke rapportage is niet noodzakelijk als aangetoond kan worden dat de betreffende gronden geroerd zijn en de trefkans op archeologische waarden gering is. 7.2.2
Voorschriften
Indien uit het in lid 7.2.1 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning zullen of kunnen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meerdere van de volgende voorschriften verbinden aan de omgevingsvergunning die de verplichting inhouden: a. tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. tot het doen van opgravingen; c. de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties. 7.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 7.3.1
Vergunningplicht
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden uit te voeren, of te laten uitvoeren: a. het ophogen van de bodem, wanneer de oppervlakte 2.500 m2 of meer bedraagt; b. het aanleggen, verbreden en/of verharden van wegen, paden, banen en/of parkeergelegenheden en/of het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen, wanneer de oppervlakte 2.500 m² of meer en een diepte van 50 cm of meer bedraagt; c. het aanleggen, verbreden en dempen van sloten, vijvers en andere wateren, wanneer de oppervlakte van deze werken en werkzaamheden 2.500 m² of meer bedraagt; d. het verlagen of het verhogen van het waterpeil over een oppervlakte van meer dan 2.500 m²; e. het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie-, telecommunicatie- of andere leidingen en de daarmee verband houdende constructies, wanneer de oppervlakte van deze werken en werkzaamheden 2.500 m² of meer en een diepte van 50 cm of meer bedraagt waarbij de breedte van deze werken tenminste 1,25 m bedraagt; f. het bebossen van gronden die op het tijdstip van de inwerkingtreding van dit plan niet als bos zijn bestemd, wanneer de oppervlakte van deze werken en werkzaamheden 2.500 m2 of meer en een diepte van 50 cm of meer bedraagt; g.
het rooien van bos of boomgaard, waarbij de stobben worden verwijderd, wanneer de oppervlakte van deze werken en werkzaamheden 2.500 m2 of meer en een diepte van 50 cm of meer bedraagt; h. het aanleggen van bos of boomgaard, wanneer de oppervlakte van deze werken en bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Rheezerweg 87a Rheeze, De Kolonie 1 Balkbrug en 't Lijntje 16 Bruchterveld | PAGINA 21
i.
werkzaamheden 500 m² of meer en een diepte van 50 cm of meer bedraagt; het uitvoeren van grondbewerkingen op een grotere diepte dan 50 cm, waartoe ook wordt gerekend woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, aanleggen van drainage en ontginnen, wanneer de oppervlakte van deze werken en werkzaamheden 2.500 m² of meer bedraagt.
7.3.2
Uitzonderingen
Het in lid 7.3.1 gestelde verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a. het normale onderhoud of gebruik betreffen; b. reeds in uitvoering zijn, dan wel volgens een verleende vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van de inwerkingtreding van dit plan; c. onderdeel zijn van werkzaamheden waarvoor reeds een omgevingsvergunning is verleend en in werking is; d. in het kader van archeologisch onderzoek en het doen van opgravingen, mits verricht door een ter zake deskundige; e. uitgevoerd worden op gronden waarvan aangetoond kan worden dat deze geroerd zijn en de trefkans op archeologische waarden gering is. 7.3.3
Toelaatbaarheid
De vergunning als bedoeld in lid 7.3.1 wordt verleend indien: a. op basis van een door de aanvrager van de vergunning bij de aanvraag te overleggen rapport van een archeologisch onderzoek waarin de archeologische waarde van het terrein dat volgens de aanvraag zal worden verstoord in voldoende mate is vastgesteld; en: b. is gebleken dat de in lid 7.3.1 genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden niet zullen leiden tot een verstoring van archeologisch materiaal. Indien is gebleken dat de in lid 7.3.1 genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden wel kunnen leiden tot een verstoring van archeologisch materiaal kan de vergunning worden verleend, indien aan de vergunning één of meerdere van de volgende voorschriften worden verbonden over of met betrekking tot: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen, of 3. de verplichting de oprichting van het bouwwerk te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties. 7.4
Wijzigingsbevoegdheid
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen door de bestemming 'Waarde - Archeologie 5' geheel of gedeeltelijk te doen vervallen, indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Rheezerweg 87a Rheeze, De Kolonie 1 Balkbrug en 't Lijntje 16 Bruchterveld | PAGINA 22
Artikel 8 8.1
Waarde - Beschermd dorpsgezicht
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Beschermd dorpsgezicht' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het behoud en herstel van de cultuurhistorisch ruimtelijke structuur, het historische bebouwingsbeeld en overige ruimtelijke elementen, zoals omschreven in: het aanwijzingsbesluit en beslissing op bezwaar van het beschermde dorpsgezicht Ommerschans-Balkbrug welke respectievelijk zijn opgenomen als Bijlage 8 en Bijlage 9 van deze regels; De belangen van de dubbelbestemming 'Waarde - Beschermd dorpsgezicht' zijn primair ten opzichte van de belangen van de andere daar voorkomende bestemmingen. 8.2
Bouwregels
Voor het bouwen van gebouwen en andere bouwwerken geldt dat de gebouwen en andere bouwwerken uitsluitend in overeenstemming met het karakter van het beschermd dorpsgezicht mogen worden gebouwd, zoals beschreven in 8.1. 8.3
Nadere eisen
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen aan bouwwerken ter voorkoming van onevenredige aantasting van het beschermd dorpsgezicht en de beeldbepalende panden: a. voor wat betreft de overige (woon)bebouwing, daarbij behorende bouwwerken , en andere werken kunnen nadere eisen worden gesteld aan: 1. de situering van gebouwen, voor zover deze niet op een afstand van ten minste 3 m uit de perceelsgrens wordt gebouwd; 2. de goothoogte, hoogte, dakhelling en het aantal aaneen te bouwen woningen, dit in verband met de gewenste nadruk op een vrijstaande bouwwijze in één bouwlaag met een duidelijke kap; 3. de situering van bijbehorende bouwwerken, voor zover deze op een kleinere afstand dan 5 m ten opzichte van de voorgevel van het hoofdgebouw zijn gelegen; 4. de situering van gebouwen buiten het bouwvlak; 5. de hoogte van perceel- en erfafscheidingen. b. de nadere eisen met betrekking tot de bebouwing, bouwwerken en andere werken kunnen uitsluitend gesteld worden met het oog op: 1. de bevordering van de samenhang van het stedenbouwkundige en landschappelijk beeld; 2. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; de historische ruimtelijke waarden van de beschermde dorpsgezichten zoals omschreven in de toelichting op de aanwijzing tot beschermd dorpsgezicht die is opgenomen in Bijlage 8.
8.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 8.4.1
Vergunningplicht
Behoudens het bepaalde in 8.4.2 is het verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op en in de hierna aangegeven gronden de daarbij aangegeven werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden uit te voeren: a. aanleggen en verharden van wegen en paden en het aanleggen of aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; b. verlagen van de bodem en afgraven van gronden, tenzij daarvoor een vergunning is vereist volgens de Ontgrondingenwet, en het ophogen en egaliseren van de gronden; c. aanleggen en dempen van water; d. aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- en telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur; bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Rheezerweg 87a Rheeze, De Kolonie 1 Balkbrug en 't Lijntje 16 Bruchterveld | PAGINA 23
e. het graven, vergraven, dan wel verbreden of dempen van watergangen en poelen; f. bebossen of anderszins beplanten met houtopstanden; g. het vellen of rooien van bomen, houtsingels of houtwallen 8.4.2
Uitzondering vergunningplicht
Het in 8.4.1 vervatte verbod geldt niet voor het uitvoeren van de volgende werken en werkzaamheden: a. werken en werkzaamheden in het kader van het normale beheer en onderhoud; b. werken en werkzaamheden, waarmee rechtens is of mag worden begonnen ten tijde van de inwerkingtreding van het plan; c. werken en werkzaamheden die worden uitgevoerd ter ontwikkeling van de cultuurhistorisch ruimtelijke structuur en overige ruimtelijke kenmerken van het beschermd dorpsgezicht; d. werken en werkzaamheden op en in gronden binnen agrarische bouwvlakken; e. de aanleg van kavelpaden en in- of uitritten. f. werken en werkzaamheden die worden uitgevoerd in het kader van een door het bevoegd gezag vastgesteld ruimtelijk kwaliteitsplan. 8.4.3
Toelaatbaarheid werken en werkzaamheden
Werken en werkzaamheden als bedoeld in 8.4.1 zijn slechts toelaatbaar, indien door deze werken of werkzaamheden, dan wel de gevolgen daarvan, geen onevenredige aantasting ontstaat of kan ontstaan van de waarden van het beschermd dorpsgezicht.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Rheezerweg 87a Rheeze, De Kolonie 1 Balkbrug en 't Lijntje 16 Bruchterveld | PAGINA 24
Hoofdstuk 3 Artikel 9
Algemene regels Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Rheezerweg 87a Rheeze, De Kolonie 1 Balkbrug en 't Lijntje 16 Bruchterveld | PAGINA 25
Artikel 10 10.1
Algemene gebruiksregels
Uitsluiting besluit-m.e.r.-(beoordelings)plichtige activiteiten
Onder strijdig gebruik met de bestemmingen van het bestemmingsplan wordt in ieder geval begrepen: het gebruik van de gronden en/of bouwwerken voor activiteiten die voldoen aan de omschrijvingen in kolom 1 alsmede aan de bijbehorende omschrijvingen in kolom 2 van de onderdelen C en D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. 10.2
Gebruik gewasbeschermingsmiddelen
Het bestemmingsplan verzet zich tegen het gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen voor boomteelt en fruitteelt binnen 50 meter van: a. concentraties van woningen (in lintbebouwing, buurtschappen en bebouwde kom); b. Natuur Netwerk Nederland, zoals bepaald en begrensd in respectievelijk de artikelen 2.7.1 sub b en 2.7.2 onder 1 van de Omgevingsverordening Overijssel; c. recreatieve bestemmingen.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Rheezerweg 87a Rheeze, De Kolonie 1 Balkbrug en 't Lijntje 16 Bruchterveld | PAGINA 26