Regels bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Haarweg tussen 24 en 28 en Brinkweg 2/2a Bergentheim
Tekst van het document
Buitengebied Hardenberg, Haarweg tussen 24 en 28 en Brinkweg 2/2a Bergentheim
Inhoudsopgave
Regels
3
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
4 4 9
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8
Bestemmingsregels Agrarisch met waarden - Besloten heideontginningslandschap Agrarisch met waarden - Essen- en hoevenlandschap Wonen - Besloten heideontginningslandschap Wonen - Essen- en hoevenlandschap Waarde - Archeologie 4 Waarde - Archeologie 5
10 10 12 14 18 22 24
Hoofdstuk 3 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Overige regels
26 26 27 28 29 30 31
Hoofdstuk 4 Artikel 15 Artikel 16
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
33 33 34
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Haarw eg tussen 24 en 28 en Brinkw eg 2/2a Bergentheim | PAGINA 2
Regels
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Haarw eg tussen 24 en 28 en Brinkw eg 2/2a Bergentheim | PAGINA 3
Hoofdstuk 1 Artikel 1 1.1
Inleidende regels Begrippen
plan:
het bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Haarweg tussen 24 en 28 en Brinkweg 2/2a Bergentheim met identificatienummer NL.IMRO.0160.0000BP00392-VG01 van de gemeente Hardenberg; 1.2
bestemmingsplan:
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels (en eventuele bijlagen); 1.3
aan-huis-gebonden beroep:
administratieve, juridische, medische, therapeutische, kunstzinnige, ontwerptechnische en daarmee gelijk te stellen beroepen, die door hun beperkte omvang in een woning en daarbij behorende gebouwen, met behoud van de woonfunctie kunnen worden uitgeoefend en die een ruimtelijke uitwerking of uitstraling hebben die met de woonfunctie in overeenstemming is; 1.4
aanbouw:
een bouwwerk dat is gebouwd aan een bedrijfsgebouw; het bouwwerk onderscheidt zich van een bedrijfsgebouw door de vorm en is architectonisch ondergeschikt; 1.5
aanduiding:
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.6
aanduidingsgrens:
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.7
agrarisch bedrijf
een bedrijf, dat geheel of overwegend gericht is op het bedrijfsmatig voortbrengen van agrarische producten door het telen van gewassen waaronder begrepen tuinbouw en/of het houden van dieren, waaronder begrepen een productiegerichte paardenhouderij, inclusief pensionstal en productie van zonne-energie waarvan de geproduceerde elektriciteit in hoofdzaak aangewend wordt voor eigen gebruik. Bewerking en vergisting van mest en biomassa zijn activiteiten die onderdeel uitmaken van het agrarisch bedrijf, met dien verstande dat deze activiteiten plaatsvinden binnen het eigen bouwvlak, met bedrijfseigen producten en/of bedrijfseigen mest waarvan de geproduceerde elektriciteit en/of brandstof in hoofdzaak aangewend wordt voor eigen gebruik; 1.8
ander bouwwerk:
een bouwwerk, geen gebouw en geen windturbine zijnde; 1.9
archeologisch onderzoek:
in een schriftelijke rapportage vastgelegd bureau- en/of veldonderzoek naar de materiële neerslag van menselijke aanwezigheid en menselijk handelen in het verleden; 1.10
archeologische waarde:
de aan een gebied toegekende waarden in verband met de kennis en studie van de in dat gebied voorkomende overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteit in het verleden, ten minste ouder dan 50 jaar; bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Haarw eg tussen 24 en 28 en Brinkw eg 2/2a Bergentheim | PAGINA 4
1.11
bebouwing:
een of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde; 1.12
bebouwingspercentage:
de oppervlakte van de bebouwing binnen het bouwvlak of het bestemmingsvlak indien daarin geen bouwvlak voorkomt, uitgedrukt in een percentage van de oppervlakte van dat bouwvlak respectievelijk bestemmingsvlak; 1.13
bed and breakfast:
het tegen betaling aanbieden van toeristisch en kortdurend verblijf en ontbijt. Permanente bewoning van een bed and breakfast in een bijgebouw of bedrijfsgebouw is niet toegestaan; 1.14 bestaand(e) aantal, afmeting, afstand, bedrijf, bouwhoogte, bouwwerk, goothoogte, inhoud, inrichting, object, oppervlakte, plaats, situatie en vorm: aantal, afmeting, afstand, bedrijf, bouwhoogte, bouwwerk, goothoogte, inhoud, inrichting, object, oppervlakte, plaats, situatie of vorm, zoals dat of die rechtens bestaat op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van het plan, dan wel nadien krachtens een omgevingsverguning, waarvoor de aanvraag is ingediend voor dat tijdstip, kan worden gerealiseerd; 1.15
bestemmingsgrens:
de grens van een bestemmingsvlak; 1.16
bestemmingsvlak:
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.17
bijbehorend bouwwerk:
een uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of een ander bouwwerk, met een dak; 1.18
bijgebouw:
een gebouw dat in ruimtelijk opzicht ondergeschikt is aan een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw; 1.19
boerderijkamer:
(een deel van) een (voorheen) agrarisch gebruikt gebouw dat blijvend wordt gebruikt voor recreatief nachtverblijf in kamers, al dan niet in combinatie met een dagverblijf. De oppervlakte van een zelfstandige boerderijkamer mag niet meer bedragen dan 50 m2 en van de boerderijkamers in totaal niet meer dan 200 m2. Het aantal slaapplaatsen mag niet meer bedragen dan 15, vrijstaande appartementen c.q. huisjes zijn niet toegestaan; 1.20
bouwen:
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 1.21
bouwgrens:
de grens van een bouwvlak: 1.22
bouwperceel:
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.23
bouwperceelgrens:
de grens van een bouwperceel;
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Haarw eg tussen 24 en 28 en Brinkw eg 2/2a Bergentheim | PAGINA 5
1.24
bouwvlak:
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde, zijn toegestaan; 1.25
bouwwerk voor recreatief nachtverblijf:
een bouwwerk dat naar de aard en inrichting is bedoeld voor recreatief nachtverblijf, met een met de grond verbonden constructie van enige omvang en met een plaatsgebonden karakter, zoals een stacaravan, trekkershut of recreatiewoning; 1.26
bouwwerk:
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.27
brutovloeroppervlakte:
de vloeroppervlakte van alle voor mensen toegankelijke ruimten binnen een gebouw; 1.28
dagrecreatie:
activiteiten ter ontspanning in de vorm van sport, spel, toerisme en educatie, waarbij overnachting niet is toegestaan; 1.29
eenvoudige dagrecreatieve voorzieningen:
extensieve, kleinschalige vormen van vrijetijdsbesteding met een maximale duur van een dag, waarbij geen overnachting plaatsvindt; 1.30
erf:
al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw; 1.31
extensieve openluchtrecreatie:
vormen van recreatief medegebruik van het agrarisch of natuurgebied door middel van al dan niet aangelegde en aanwezige voorzieningen, waarbij de recreatie geen specifiek beslag legt op de ruime, zoals wandel-, ruiter- en fietspaden, vis- en picknickplaatsen; 1.32
gebouw:
elk bouwwerk, met uitzondering van windturbines, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.33
hoofdgebouw:
een gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is; 1.34
hoofdverblijf:
een gebouw of een gedeelte van een gebouw, dat naar constructie en inrichting geschikt is voor de permanente huisvesting van één persoon, een gezin of een hiermee gelijk te stellen groep personen; 1.35
huishouden:
één of meer personen die op hetzelfde adres wonen en een economisch-consumptieve eenheid vormen; 1.36
internetwinkel:
specifieke vorm van detailhandel, waarbij de transactie via internet (of postorder) tot stand komt en waarbij afhalen, tonen en afrekenen van goederen niet ter plaatse gebeurt;
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Haarw eg tussen 24 en 28 en Brinkw eg 2/2a Bergentheim | PAGINA 6
1.37
nevenactiviteit:
een activiteit die in ruimtelijk en functioneel opzicht duidelijk ondergeschikt is aan de volgens de bestemmingsomschrijving toegestane hoofdfunctie op het perceel; 1.38
omgevingsvergunning:
een vergunning als bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo); 1.39
onderkomen
een voor verblijf geschikt, al dan niet aan zijn bestemming onttrokken, vaar- of voertuig, ark of caravan, voor zover dat of die niet als een bouwwerk is aan te merken, alsook een tent; 1.40
opgraving:
archeologische maatregel waarbij een aangetroffen en gewaardeerde vindplaats ex situ wordt behouden; 1.41
overkapping:
een bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat dient ter overdekking en niet, of slechts met één wand is omgeven; 1.42
paardenbak:
een onverhard en omheind terrein, niet overdekt en met een andere ondergrond dan gras, ingericht voor het africhten, trainen en berijden van paarden en pony's en het anderszins beoefenen van de paardensport; 1.43
peil:
a. voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang direct aan een weg grenst: de hoogte van die weg ter plaatse van die hoofdtoegang; b. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de gemiddelde hoogte van het aan het bouwwerk aansluitende afgewerkte terrein; c. het peil zoals door of namens burgemeester en wethouders is bepaald; 1.44
ruimtelijk kwaliteitsplan:
een plan dat beschrijft op welke wijze het erf landschappelijk gezien is ingepast in zijn omgeving, hoe de sterke gebiedskenmerken worden doorvertaald in de inrichting van het erf en hoe de nieuwe ontwikkeling op het erf en waar nodig compenserende maatregelen elders, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit in de omgeving; voor het bepalen van de sterke gebiedskenmerken moet gebruik gemaakt worden van de tabellen in de Landschap Identiteit Kaarten (LIK's), waarin de sterke gebiedskenmerken per (deel)gebied zijn beschreven; de LIK's maken als bijlage onderdeel uit van de regels; 1.45
ruimtelijke kwaliteit:
het resultaat van menselijk handelen en natuurlijke processen dat de ruimte geschikt maakt en houdt voor wat voor mens, plant en dier belangrijk is. 1.46
schuilgelegenheid:
een gebouw met maximaal drie gesloten wanden, dat dient voor de beschutting van, al dan niet hobbymatig gehouden, dieren tegen weersinvloeden alsmede voor de opslag van het voor deze dieren bestemde voer; 1.47
seksinrichting:
een inrichting, bestaande uit een of meer voor publiek toegankelijke, besloten ruimten, waarin bedrijfsmatig of op een daarmee vergelijkbare wijze, seksuele handelingen worden verricht; onder een hiervoor bedoelde inrichting wordt in elk geval verstaan een bordeel en parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar;
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Haarw eg tussen 24 en 28 en Brinkw eg 2/2a Bergentheim | PAGINA 7
1.48
statische opslag:
opslag van goederen en producten die geen regelmatige verplaatsing behoeven, zonder dat deze ter plaatse bewerkt, verwerkt, gerepareerd of verhandeld worden; uitgezonderd de opslag van gevaarlijke stoffen; 1.49
streekeigen product
producten die zijn voortgebracht op ambachtelijke wijze op agrarische bedrijven; 1.50
technische installatie:
een voor de bedrijfsvoering benodigde installatie; 1.51
teeltondersteunende voorziening:
een verplaatsbare constructie, overtrokken met transparant materiaal anders dan glas, voor het kweken of beschermen van gewassen, uitsluitend aanwezig tijdens het teeltseizoen; 1.52
voorgevel:
de naar de weg gekeerde of aan de voorzijde van een gebouw gelegen gevel of, indien het een gebouw betreft met meerdere zodanige gevels, de gevel die kennelijk als zodanig moet worden aangemerkt; 1.53
voorgevelrooilijn:
de lijn die horizontaal loopt door het buitenwerks vlak van de voorgevel van het hoofdgebouw, tot aan de perceelsgrenzen. 1.54
waterpeil:
de hoogte (het niveau) van de waterspiegel gemeten naar NAP op het moment van aanvraag van de vergunning of bestemmingswijziging. Dit kan betrekking hebben op zowel oppervlaktewater als grondwater; 1.55
wonen:
het woonachtig zij in een hoofdverblijf; 1.56
woning:
een complex van ruimten volgens aard en indeling geschikt en bestemd voor de huisvesting van een afzonderlijk huishouden; 1.57
zonnecollectoren:
collectoren voor warmteopwekking of een paneel voor electriciteitsopwekking.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Haarw eg tussen 24 en 28 en Brinkw eg 2/2a Bergentheim | PAGINA 8
Artikel 2
Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1
Gebouwen en bouwwerken
2.1.1
De dakhelling:
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.1.2
De bouwhoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.1.3
De goothoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; ondergeschikte bouwdelen worden hierbij buiten beschouwing gelaten; 2.1.4
De inhoud van een bouwwerk:
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; Ruimten, zoals kelders en kruip- en soortgelijke ruimten, onder de onderzijde van de begane grondvloer en tussen de buitenzijde van de gevels en/of het hart van de scheidingsmuren - worden niet meegerekend bij de inhoud van een bouwwerk, tenzij: a. de onderzijde van de begane grondvloer op meer dan 0,3 meter boven peil is gelegen, of; b. de kelder aan de buitenzijde een directe toegang heeft. In bestaande situaties wordt een kelder waarvan de onderzijde van de begane grondvloer op meer dan 0,3 meter boven peil is gelegen of de kelder aan de buitenzijde een directe toegang heeft, niet meegerekend bij de inhoud van een bouwwerk. 2.1.5
De oppervlak te van een bouwwerk:
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.2
Ondergeschikte bouwdelen
Bij de toepassing van het bepaalde over het bouwen binnen bouwvlakken of bestemmingsvlakken worden ondergeschikte bouwdelen als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, erkers, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de bouw- of bestemmingsgrens dan wel rooilijn met niet meer dan 1 meter wordt overschreden. 2.3
Maatvoering
Alle maten zijn tenzij anders aangegeven: a. voor lengten in meters (m); b. voor oppervlakten in vierkante meters (m2); c. voor inhoudsmaten in kubieke meters (m3); d. voor verhouding in procenten (%); e. voor hoeken/hellingen in graden (°).
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Haarw eg tussen 24 en 28 en Brinkw eg 2/2a Bergentheim | PAGINA 9
Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1
Bestemmingsregels Agrarisch met waarden - Besloten heideontginningslandschap
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Agrarisch met waarden - Besloten heideontginningslandschap' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. de uitoefening van één agrarisch bedrijf, uitgezonderd glastuinbouw; agrarisch grondgebruik; b. de instandhouding van de sterke gebiedskenmerken van het besloten heideontginningslandschap, welke per (deel)gebied zijn beschreven in de tabellen van de Landschap Identiteit Kaarten (LIK's), die als bijlage onderdeel uitmaken van de regels; c. hobbymatige agrarische activiteiten; met daaraan ondergeschikt: d. voorzieningen voor extensieve openluchtrecreatie; en tevens voor: e. watergangen en waterpartijen, met bijbehorende waterhuishoudkundige voorzieningen; f. (aanpassingen aan) bestaande verkeersvoorzieningen en nutsvoorzieningen. 3.2
Bouwregels
3.2.1
Toegestane (bouw)werken buiten bouwvlakken
Op gronden als bedoeld in lid 3.1 mogen uitsluitend worden gebouwd: a. andere (bouw)werken, waaronder tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen, met uitzondering van bouwwerken voor de opslag van mest, kuilvoerplaten, sleufsilo's en zonnecollectoren. b. schuilgelegenheden tot een oppervlakte van maximaal 15 m² per schuilgelegenheid en met een maximum van 1 schuilgelegenheid per één hectare bij elkaar behorende grond Voor tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen gelden de volgende bepalingen: c. deze zijn alleen toegestaan tijdens de periode 1 maart t/m 30 november, voor een maximale duur van 7 maanden per kalenderjaar; d. de afstand tot aangrenzende woonbestemmingen dient mimimaal 10 m te bedragen, voor zover de teeltondersteunende voorziening hoger is dan 1,5 m. 3.2.2
Bouwen
Voor het bouwen van bouwwerken als bedoeld in artikel 3.2.1, gelden de volgende bepalingen: a. voor de goothoogte, bouwhoogte en dakhelling van bouwwerken gelden de volgende bepalingen: bouwwerken max. goothoogte erf- of perceelafscheidingen overige andere bouwwerken buiten bouwvlakken
max. bouwhoogte 1m
min. dakhelling
3m
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Haarw eg tussen 24 en 28 en Brinkw eg 2/2a Bergentheim | PAGINA 10
schuilgelegenheden 2,5 m 5m b. in voorkomend geval lid 10.2 (Afstanden tot wegen). 3.3
18o
Specifieke gebruiksregels
Onder strijdig gebruik met deze bestemming wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in ieder geval wordt begrepen: a. het gebruik van gronden en bouwwerken voor niet-agrarische bedrijfsactiviteiten, anders dan genoemd in de bestemmingsomschrijving; b. het gebruik van gronden buiten het bouwvlak als paardenbak. 3.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 3.4.1
Vergunningplicht
Behoudens het bepaalde in artikel 3.4.2, is het verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op en in de hierna aangegeven gronden de daarbij aangegeven werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden uit te voeren: a. aanleggen en dempen van water / wijken; b. aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- en telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur; c. bebossen of anderszins beplanten met houtopstanden. 3.4.2
Uitzonderingen vergunningplicht
Het in artikel 3.4.1 vervatte verbod geldt niet voor het uitvoeren van : werken en werkzaamheden in het kader van het normale beheer en onderhoud; a. werken en werkzaamheden, waarmee rechtens is of mag worden begonnen ten tijde van de inwerkingtreding van het plan; b. werken en werkzaamheden die worden uitgevoerd ter ontwikkeling van de aan het open veenontginningslandschap eigen gebiedskenmerken; c. werken en werkzaamheden op en in gronden binnen agrarische bouwvlakken; d. werken en werkzaamheden met minder dan 250 m³ grondverzet; e. kavelpaden, in- of uitritten en het verhogen en/of verlagen van de bodem ten behoeve van foliebassins, mestplaten, kuilvoerplaten en sleufsilo's; f. werken en werkzaamheden als bedoeld in artikel 3.4.1, onder a, voorzover het betreft het aanleggen van poelen; g. werken en werkzaamheden ten behoeve van de uitvoering van een door het bevoegd gezag vastgesteld Erfinrichtingsplan Brinkweg 2/2a, waaronder in ieder geval bijlage 1 wordt verstaan; 3.4.3
Toelaatbaarheid werken en werkzaamheden
Werken en werkzaamheden als bedoeld in artikel 3.4.1 zijn slechts toelaatbaar, indien door die werken of werkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen, een of meer waarden of functies van de in dit artikel bedoelde gronden, welke het plan beoogt te beschermen, niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van die waarden of functies niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Haarw eg tussen 24 en 28 en Brinkw eg 2/2a Bergentheim | PAGINA 11
Artikel 4 4.1
Agrarisch met waarden - Essen- en hoevenlandschap
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Agrarisch met waarden - Essen- en hoevenlandschap' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. de uitoefening van één agrarisch bedrijf, uitgezonderd glastuinbouw; agrarisch grondgebruik; b. de instandhouding van de sterke gebiedskenmerken van het besloten heideontginningslandschap, welke per (deel)gebied zijn beschreven in de tabellen van de Landschap Identiteit Kaarten (LIK's), die als bijlage onderdeel uitmaken van de regels; c. hobbymatige agrarische activiteiten; met daaraan ondergeschikt: d. voorzieningen voor extensieve openluchtrecreatie; en tevens voor: e. watergangen en waterpartijen, met bijbehorende waterhuishoudkundige voorzieningen; f. (aanpassingen aan) bestaande verkeersvoorzieningen en nutsvoorzieningen. 4.2
Bouwregels
4.2.1
Toegestane (bouw)werken buiten bouwvlakken
Op gronden als bedoeld in lid 4.1 mogen uitsluitend worden gebouwd: a. andere (bouw)werken, waaronder tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen, met uitzondering van bouwwerken voor de opslag van mest, kuilvoerplaten, sleufsilo's en zonnecollectoren; b. schuilgelegenheden tot een oppervlakte van maximaal 15 m² per schuilgelegenheid en met een maximum van 1 schuilgelegenheid per één hectare bij elkaar behorende grond;
Voor tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen gelden de volgende bepalingen: c. deze zijn alleen toegestaan tijdens de periode 1 maart t/m 30 november, voor een maximale duur van 7 maanden per kalenderjaar; d. de afstand tot aangrenzende woonbestemmingen dient mimimaal 10 m te bedragen, voor zover de teeltondersteunende voorziening hoger is dan 1,5 m. 4.2.2
Bouwen
Voor het bouwen van bouwwerken als bedoeld in artikel 4.2.1, gelden de volgende bepalingen: a. voor de goothoogte, bouwhoogte en dakhelling van bouwwerken gelden de volgende bepalingen: bouwwerken max. goothoogte erf- of perceelafscheidingen overige andere bouwwerken buiten bouwvlakken schuilgelegenheden 2,5 m
max. bouwhoogte 1m
min. dakhelling
3m
5m
18o
b. een bouwwerk dat afwijkt van het bepaalde onder b en op het tijdstip van de
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Haarw eg tussen 24 en 28 en Brinkw eg 2/2a Bergentheim | PAGINA 12
terinzagelegging van het ontwerp van het bestemmingsplan aanwezig is of gebouwd kan worden krachtens een vergunning voor bouwen, is toegestaan en mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, geheel of gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd, met dien verstande dat dit niet geldt voor de te slopen bebouwing zoals opgenomen in Bijlage 3; c. in voorkomend geval lid 10.2 (Afstanden tot wegen). 4.3
Specifieke gebruiksregels
Onder strijdig gebruik met deze bestemming wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in ieder geval wordt begrepen: a. het gebruik van gronden en bouwwerken voor niet-agrarische bedrijfsactiviteiten, anders dan genoemd in de bestemmingsomschrijving; b. het gebruik van gronden buiten het bouwvlak als paardenbak. 4.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 4.4.1
Vergunningplicht
Behoudens het bepaalde in artikel 4.4.2, is het verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op en in de hierna aangegeven gronden de daarbij aangegeven werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden uit te voeren: a. aanleggen en dempen van water / wijken; b. aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- en telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur; c. bebossen of anderszins beplanten met houtopstanden. 4.4.2
Uitzonderingen vergunningplicht
Het in artikel 4.4.1 vervatte verbod geldt niet voor het uitvoeren van : werken en werkzaamheden in het kader van het normale beheer en onderhoud; a. werken en werkzaamheden, waarmee rechtens is of mag worden begonnen ten tijde van de inwerkingtreding van het plan; b. werken en werkzaamheden die worden uitgevoerd ter ontwikkeling van de aan het open veenontginningslandschap eigen gebiedskenmerken; c. werken en werkzaamheden op en in gronden binnen agrarische bouwvlakken; d. werken en werkzaamheden met minder dan 250 m³ grondverzet; e. kavelpaden, in- of uitritten en het verhogen en/of verlagen van de bodem ten behoeve van foliebassins, mestplaten, kuilvoerplaten en sleufsilo's; f. werken en werkzaamheden als bedoeld in artikel 4.4.1, onder a, voorzover het betreft het aanleggen van poelen; g. werken en werkzaamheden ten behoeve van de uitvoering van een door het bevoegd gezag vastgesteld Erfinrichtingsplan Haarweg tussen 24-28, waaronder in ieder geval bijlage 2wordt verstaan. 4.4.3
Toelaatbaarheid werken en werkzaamheden
Werken en werkzaamheden als bedoeld in artikel 4.4.1 zijn slechts toelaatbaar, indien door die werken of werkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen, een of meer waarden of functies van de in dit artikel bedoelde gronden, welke het plan beoogt te beschermen, niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van die waarden of functies niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Haarw eg tussen 24 en 28 en Brinkw eg 2/2a Bergentheim | PAGINA 13
Artikel 5 5.1
Wonen - Besloten heideontginningslandschap
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Wonen - Besloten heideontginningslandschap' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen, met inbegrip van aan-huis-gebonden beroepen; b. tuinen en erven; Met daaraan ondergeschikt: c. bed and breakfast; d. boerderijkamers; e. statische opslag in bestaande gebouwen; f. landschappelijke inpassing. 5.2
Bouwregels
5.2.1
Toegestane bouwwerken
Op en in de gronden als bedoeld in lid 5.1, mogen uitsluitend worden gebouwd: a. woningen; b. bijbehorende bouwwerken; c. bijbehorende andere bouwwerken. 5.2.2
Bouwen
Voor het bouwen als bedoeld in sublid 5.2.1, gelden de volgende bepalingen: a. de woningen dienen vrijstaand binnen een bouwvlak te worden gebouwd, danwel overeenkomstig de bestaande vorm; b. het aantal woningen per bouwperceel bedraagt niet meer dan het ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' aangegeven aantal; c. bij herbouw, verbouw en uitbreiding van een woning mogen de gevels niet gesitueerd worden op een afstand van minder dan 200 meter van een agrarisch bouwvlak; indien de huidige gevels al zijn gelegen op een kortere afstand, dan mogen de gevels niet dichterbij een agrarisch bouwvlak gesitueerd worden dan de huidige gevels; d. bij herbouw, verbouw en uitbreiding van een woning mogen de gevels niet gesitueerd worden op een afstand van minder dan 50 meter van de bestemming recreatie; indien de huidige gevels al zijn gelegen op een kortere afstand, dan mogen de gevels niet dichterbij de bestemming recreatie gesitueerd worden dan de huidige gevels; e. de inhoud van een woning mag niet meer bedragen dan 750 m3 of niet meer dan bestaande inhoud indien deze meer dan 750 m3 bedraagt; f. de gezamenlijke oppervlakte van de bij de woning behorende bijgebouwen en overkappingen mag niet meer bedragen dan: 1. 100 m2 als de oppervlakte van de bij de woning behorende en aansluitend gelegen gronden minder dan 1 hectare bedraagt; 2.
150 m2 als de oppervlakte van de bij de woning behorende en aansluitend gelegen gronden meer dan 1 hectare bedraagt; 3. de bestaande oppervlakte indien deze meer bedraagt dan het onder 1 en 2 bepaalde met dien verstande dat de oppervlakte genoemd in de in Bijlage 1 opgenomen sloopopgave niet wordt meegerekend in de oppervlaktebepaling; g. bijgebouwen en overkappingen mogen uitsluitend worden gebouwd op ten minste 1 m achter het verlengde van de voorgevel van de betreffende woning'; h. voor de goothoogte, bouwhoogte en dakhelling van bouwwerken gelden de volgende bepalingen: Bouwwerken max. max. bouwhoogte min. goothoogte dakhelling Woningen (1) 3,5 m 10 m 30 o bijgebouwen 3m 6m 18 o overkappingen 3,5 m
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Haarw eg tussen 24 en 28 en Brinkw eg 2/2a Bergentheim | PAGINA 14
erf- of perceelafscheidingen op ten 2m minste 1m achter de voorgevelrooilijn overige erf- of perceelscheidingen 1m overige andere bouwwerken 10 m (1) met dien verstande dat de woning voor maximaal 30 m2 van een platte afdekking mag worden voorzien. i.
j.
een bouwwerk dat afwijkt van het bepaalde onder e, f, g en h en i en op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van het betemmingsplan aanwezig is of gebouwd kan worden krachtens een vergunning voor bouwen is toegestaan en mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, geheel of gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd, met dien verstande dat dit niet geldt voor de te slopen bebouwing zoals opgenomen in Bijlage 3; in voorkomend geval artikel 10.2 (Afstanden tot wegen).
5.2.3
Bepalen inhoud bouwwerk
De inhoud van een bouwwerk waarvoor in Artikel 5 een maximale inhoudsmaat is vastgelegd, dient bepaald te worden overeenkomstig het bepaalde in lid 2.3. 5.3
Afwijken van de bouwregels
5.3.1
Herbouw - verbouw - uitbreiding woning
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in sublid 5.2.2 onder c, mits een voldoende woon- en leefklimaat gegarandeerd kan worden en de bedrijfsvoering van omliggende (agrarische) bedrijven hierdoor niet onevenredig wordt belemmerd. 5.3.2
Vergroten inhoud woning
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in sublid 5.2.2 onder e, voor het vergroten van de inhoud van de woning tot 1.000 m3, mits de inpassing op het erf en in het landschap op zorgvuldige wijze plaats vindt, aan de hand van een ruimtelijke kwaliteitsplan; 5.3.3
Bouwen voor de voorgevel
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in sublid 5.2.2 onder g, voor het toestaan van een bijgebouw of overkapping voor de voorgevel van de betreffende woning, mits dit een schuurwoning betreft, en er sprake is van één bouwmassa, en dit vanuit stedenbouwkundig oogpunt niet tot onevenredige bezwaren leidt. 5.3.4
Kleinere dakhelling gebouwen
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in sublid 5.2.2 onder h voor het toestaan van een kleinere dakhelling van gebouwen mits: a. het oppervlak waarvoor een kleinere dakhelling voor bijgebouwen wordt toegestaan niet groter is dan 15% van het totale oppervlak van het gebouw; b. een kleinere dakhelling past binnen de aard, schaal en het beeld van het perceel. 5.4
Specifieke gebruiksregels
5.4.1
Strijdig gebruik
Onder strijdig gebruik met deze bestemming wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in ieder geval wordt begrepen: a. wonen in een woning, anders dan ten behoeve van een huishouding, met dien verstande dat een huishouden wel mag worden aangevuld met een huishouding ten behoeve van dringende sociale, verzorgings- of sociaaleconomische redenen; b. het gebruik van gronden en bouwwerken in combinatie met bedrijfsdoeleinden anders dan een aan-huis-gebonden beroep; c. het niet aanleggen en instandhouden van de landschapsmaatregelen zoals opgenomen in Bijlage 2 Erfinrichtingsplan Haarweg tussen 24-28 binnen 18 maanden na het
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Haarw eg tussen 24 en 28 en Brinkw eg 2/2a Bergentheim | PAGINA 15
onheroepelijk worden van het bestemmingsplan; d. het niet slopen van de in Bijlage 3 opgenomen sloopopgave binnen één jaar na onherroepelijk worden van het bestemmingsplan. 5.4.2
Aan-huis-gebonden beroep
De uitoefening van aan-huis-gebonden beroepen is alleen toegestaan met inachtneming van de volgende bepalingen: a. de aan-huis-gebonden activiteiten voor het beroep mogen uitsluitend inpandig worden verricht; b. de vloeroppervlakte mag niet meer bedragen dan 100 m2; of niet meer dan de bestaande oppervlakte, indien deze meer dan 100 m2 bedraagt; c. degene die de gebruiker is van de woning moet ook degene zijn die het aan-huis-gebonden beroep uitoefent; d. er mag geen detailhandel plaatsvinden, behoudens ondergeschikte verkoop, in direct verband met het aan huis gebonden beroep; e. het parkeren dient op eigen terrein plaats te vinden. 5.4.3
Bed and breakfast
Het gebruik voor bed and breakfast is alleen toegestaan met inachtneming van de volgende bepalingen: a. de bed and breakfast voorziening mag in de woning en in maximaal één bijgebouw worden gevestigd; b. de gezamenlijke vloeroppervlakte mag niet meer bedragen dan 100 m2 of niet meer dan de bestaande oppervlakte indien deze meer dan 100 m2 bedraagt; c. de bed and breakfast voorziening mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; d. het parkeren dient op eigen terrein plaats te vinden. 5.4.4
Boerderijkamers
Het gebruik van boerderijkamers is alleen toegestaan met inachtneming van de volgende bepalingen: a. de boerderijkamers mogen alleen worden gevestigd in een voormalige boerderij; b. de gezamenlijke vloeroppervlakte van de boerderijkamers mag niet meer bedragen dan 100 m2 of niet meer dan de bestaande oppervlakte indien deze meer dan 100 m2 bedraagt; c. de aanwezigheid van de boerderijkamers mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; d. het aantal slaapplaatsen mag niet meer bedragen dan 15; e. vrijstaande appartementen/huisjes zijn niet toegestaan, er dienen meerdere boerderijkamers per gebouw gevestigd te zijn; f. het parkeren dient op eigen terrein plaats te vinden. 5.5
Afwijken van de gebruiksregels
5.5.1
Kleinschalige bedrijfsactiviteiten
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 5.1 en lid 5.4 voor het gebruik van bestaande gebouwen voor een kleinschalige (bedrijfs)activiteit, met inachtneming van de volgende bepalingen: a. toegestaan zijn: 1. bedrijfsactiviteiten die voorkomen in, of gelijk te stellen zijn met categorie 1 van de Bijlage 6; 2. een koffie- en theeschenkerij; 3. eenvoudige dagrecreatieve voorzieningen; 4. een museum of galerie, of daarmee gelijk te stellen voorzieningen; 5. zorgfuncties zoals een zorgboerderij. b. maximaal 30% van het gezamenlijke vloeroppervlak van de gebouwen mag worden gebruikt voor de onder a genoemde activiteiten; c. in afwijking van het bepaalde onder b kan een groter percentage van het gezamenlijke bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Haarw eg tussen 24 en 28 en Brinkw eg 2/2a Bergentheim | PAGINA 16
d. e. f. g. h. i. j.
vloeroppervlak van de gebouwen worden gebruikt voor de onder a genoemde activiteiten, mits passend binnen de aard, schaal en het beeld van het perceel en de omgeving; degene die de gebruiker is van de woning moet ook degene zijn die de bedrijfsactiviteit uitoefent; er mag geen opslag van goederen in de openlucht plaatsvinden; er mag geen detailhandel plaatsvinden, behoudens een beperkte verkoop in het klein, in direct verband met de (bedrijfs)activiteit; het parkeren dient op eigen terrein plaats te vinden; in vergelijking met de bij recht toegestane functies mag geen onevenredig grotere verkeersbelasting op aangrenzende wegen en paden plaatsvinden; de (bedrijfs)activiteiten vanuit milieuoogpunt toelaatbaar zijn; het gebruik dient qua aard en schaal te passen bij de specifieke kwaliteiten en schaal van de omgeving, met name op het gebied van visuele aspecten, zoals reclame-uitingen en technische installaties.
5.5.2
Erfinrichting
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 5.4.1 sub c, indien in plaats van de landschapsmaatregelen andere landschapsmaatregelen wordt getroffen, met dien verstande dat: a. de landschapsmaatregelen minimaal gelijk zijn aan de in Bijlage 2 opgenomen landschapsmaatregelen en voorzien in een minimaal gelijk beschermingsniveau van de landschappelijke waarden; b. er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van in de omgeving aanwezige functies en waarden; c. er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de belangen van eigenaren en gebruikers van omliggende gronden.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Haarw eg tussen 24 en 28 en Brinkw eg 2/2a Bergentheim | PAGINA 17
Artikel 6 6.1
Wonen - Essen- en hoevenlandschap
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Wonen - Essen- en hoevenlandschap' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen, met inbegrip van aan-huis-gebonden beroepen; b. tuinen en erven; met daaraan ondergeschikt: c. bed and breakfast; d. statische opslag in bestaande gebouwen; e. Landschappelijke inpassing. 6.2
Bouwregels
6.2.1
Toegestane bouwwerken
Op en in de gronden als bedoeld in artikel 6.1 mogen uitsluitend worden gebouwd: a. woningen; b. bijbehorende bouwwerken; c. bijbehorende andere bouwwerken. 6.2.2
Bouwen
Voor het bouwen van bouwwerken als bedoeld in artikel 6.2.1 gelden de volgende bepalingen: a. woningen dienen vrijstaand te worden gebouwd; b. het aantal woningen per bouwperceel bedraagt niet meer dan het ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' aangegeven aantal; c. bij herbouw, verbouw en uitbreiding van een woning mogen de gevels niet gesitueerd worden op een afstand van minder dan 200 meter van een agrarisch bouwvlak; indien de huidige gevels al zijn gelegen op een kortere afstand, dan mogen de gevels niet dichterbij een agrarisch bouwvlak gesitueerd worden dan de huidige gevels; d. de inhoud van een woning mag niet meer bedragen dan 750 m3 of niet meer dan de bestaande inhoud indien deze meer dan 750 m3 bedraagt; e. de gezamenlijke oppervlakte van de bij de woning behorende bijgebouwen en overkappingen mag niet meer bedragen dan: 1. 100 m2 als de oppervlakte van de bij de woning behorende en aansluitend gelegen gronden minder dan 1 hectare bedraagt; 2. 150 m2 als de oppervlakte van de bij de woning behorende en aansluitend gelegen gronden meer dan 1 hectare bedraagt; 3. de bestaande oppervlakte indien deze meer bedraagt dan het onder 1 en 2 bepaalde met dien verstande dat de oppervlakte genoemd in de in Bijlage 4 opgenomen sloopopgave niet wordt meegerekend in de oppervlaktebepaling; 4.
in aanvulling op het bepaalde onder 1 tot en met 3, mag ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' maximaal 200 m2 aan bijgebouwen worden gerealiseerd; f. bijgebouwen en overkappingen mogen uitsluitend worden gebouwd op ten minste 1 m achter het verlengde van de voorgevel van de betreffende woning; g. voor de goothoogte, bouwhoogte en dakhelling van bouwwerken gelden de volgende bepalingen: bouwwerken max. max. min. goothoogte bouwhoogte dakhelling woningen(1) bijgebouwen overkappingen
3,5 m 3m
10 m 6m 3,5 m
30° 18°
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Haarw eg tussen 24 en 28 en Brinkw eg 2/2a Bergentheim | PAGINA 18
erf- of perceelafscheidingen op ten 2m minste 1 m achter de voorgevelrooilijn overige erf- of perceelafscheidingen 1m overige andere bouwwerken 10 m (1) met dien verstande dat de woning voor maximaal 30 m2 van een platte afdekking mag worden voorzien. h. een bouwwerk dat afwijkt van het bepaalde onder d, e, f en g en op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van het bestemmingsplan aanwezig is of gebouwd kan worden krachtens een vergunning voor bouwen is toegestaan en mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, geheel of gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd, met dien verstande dat dit niet geldt voor de te slopen bebouwing zoals opgenomen in Bijlage 4; i. in voorkomend geval artikel 10.2 (Afstanden tot wegen). 6.2.3
Bepalen inhoud bouwwerk
De inhoud van een bouwwerk waarvoor in artikel 6.2.2 een maximale inhoudsmaat is vastgelegd, dient bepaald te worden overeenkomstig het bepaalde in artikel 2.3. 6.3
Afwijken van de bouwregels
6.3.1
Herbouw - verbouw - uitbreiding woning
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 6.2.2 onder c, mits een voldoende woon- en leefklimaat gegarandeerd kan worden en de bedrijfsvoering van omliggende (agrarische) bedrijven hierdoor niet wordt belemmerd. 6.3.2
Vergroten inhoud woning
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 6.2.2 onder d voor het vergroten van de inhoud van de woning tot 1.000 m3, mits de inpassing op het erf en in het landschap op zorgvuldige wijze plaats vindt, aan de hand van een ruimtelijke kwaliteitsplan. 6.3.3
Kleinere dakhelling gebouwen
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 6.2.2 onder g voor het toestaan van een kleinere dakhelling van gebouwen, mits: a. het oppervlak waarvoor een kleinere dakhelling voor bijgebouwen wordt toegestaan niet groter is dan 15% van het totale oppervlak van het gebouw; b. een kleinere dakhelling past binnen de aard, schaal en het beeld van het perceel. 6.4
Specifieke gebruiksregels
6.4.1
Strijdig gebruik
Onder strijdig gebruik met deze bestemming wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in ieder geval wordt begrepen: a. wonen in een woning, anders dan ten behoeve van een huishouding, met dien verstande dat een huishouden wel mag worden aangevuld met een huishouding in verband met dringende sociale, verzorgings- of sociaaleconomische redenen; b. het gebruik van gronden en bouwwerken in combinatie met bedrijfsdoeleinden anders dan een aan-huis-gebonden beroep; c. het niet aanleggen en instandhouden van de landschapsmaatregelen zoals opgenomen in Bijlage 1 Erfinrichtingsplan Brinkweg 2/2a binnen 18 maanden na het onheroepelijk worden van het bestemmingsplan; d. het niet slopen van de in Bijlage 4 opgenomen sloopopgave binnen één jaar na bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Haarw eg tussen 24 en 28 en Brinkw eg 2/2a Bergentheim | PAGINA 19
onherroepelijk worden van het bestemmingsplan. 6.4.2
Aan-huis-gebonden beroep
De uitoefening van aan-huis-gebonden beroepen is alleen toegestaan met inachtneming van de volgende bepalingen: a. de aan-huis-gebonden activiteiten voor het beroep mogen uitsluitend inpandig worden verricht; b. de vloeroppervlakte mag niet meer bedragen dan 100 m²; of niet meer dan de bestaande oppervlakte, indien deze meer dan 100 m2 bedraagt; c. degene die de gebruiker is van de woning moet ook degene zijn die het aan-huis-gebonden beroep uitoefent; d. er mag geen detailhandel plaatsvinden, behoudens ondergeschikte verkoop, in direct verband met het aan huis gebonden beroep; e. het parkeren dient op eigen terrein plaats te vinden. 6.4.3
Bed and breakfast
Het gebruik voor bed and breakfast is alleen toegestaan met inachtneming van de volgende bepalingen: a. de bed and breakfast voorziening mag in de woning en in maximaal één bijgebouw worden gevestigd; b. de gezamenlijke vloeroppervlakte mag niet meer bedragen dan 100 m² of niet meer dan de bestaande oppervlakte indien deze meer dan 100 m² bedraagt; c. de bed and breakfast voorziening mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; d. het parkeren dient op eigen terrein plaats te vinden. 6.5
Afwijken van de gebruiksregels
6.5.1
Kleinschalige bedrijfsactiviteiten
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 6.1 en artikel 6.4 voor het gebruik van bestaande gebouwen voor een kleinschalige (bedrijfs)activiteit, met inachtneming van de volgende bepalingen: a. Toegestaan zijn: 1. bedrijfsactiviteiten die voorkomen in, of gelijk te stellen zijn met de bedrijfsactiviteiten onder categorie 1 van de in Bijlage 6 opgenomen Staat van bedrijfsactiviteiten; 2. een koffie- en theeschenkerij; 3. eenvoudige dagrecreatieve voorzieningen; 4. een museum of galerie, of daarmee gelijk te stellen voorziening; 5. internetwinkels, al dan niet in combinatie met de opslag van goederen; 6. zorgfuncties zoals een zorgboerderij. b. maximaal 30% van het gezamenlijke vloeroppervlak van de gebouwen mag worden gebruikt voor de onder a genoemde activiteiten; c. in afwijking van het bepaalde onder b kan een groter percentage van het gezamenlijke vloeroppervlak van de gebouwen worden gebruikt voor de onder a genoemde activiteiten, mits passend binnen de aard, schaal en het beeld van het perceel en de omgeving; d. degene die de gebruiker is van de woning moet ook degene zijn die de bedrijfsactiviteit uitoefent; e. er mag geen opslag van goederen in de openlucht plaatsvinden; f. er mag geen detailhandel plaatsvinden, behoudens een beperkte verkoop in het klein, in direct verband met de (bedrijfs)activiteit; g.
het parkeren dient op eigen terrein plaats te vinden; h. in vergelijking met de bij recht toegestane functies mag geen onevenredig grotere verkeersbelasting op aangrenzende wegen en paden plaatsvinden;
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Haarw eg tussen 24 en 28 en Brinkw eg 2/2a Bergentheim | PAGINA 20
i. j.
de (bedrijfs)activiteiten moeten vanuit milieuoogpunt toelaatbaar zijn; het gebruik dient qua aard en schaal te passen bij de specifieke kwaliteiten en schaal van de omgeving, met name op het gebied van visuele aspecten, zoals reclame-uitingen en technische installaties.
6.5.2
Erfinrichting
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 6.4.1 sub c, indien in plaats van de landschapsmaatregelen andere landschapsmaatregelen wordt getroffen, met dien verstande dat: a. de landschapsmaatregelen minimaal gelijk zijn aan de in Bijlage 1 opgenomen landschapsmaatregelen en voorzien in een minimaal gelijk beschermingsniveau van de landschappelijke waarden; b. er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van in de omgeving aanwezige functies en waarden; c. er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de belangen van eigenaren en gebruikers van omliggende gronden.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Haarw eg tussen 24 en 28 en Brinkw eg 2/2a Bergentheim | PAGINA 21
Artikel 7 7.1
Waarde - Archeologie 4
Bestemmingsomschrijving
De voor Waarde - Archeologie 4 aangewezen gronden zijn, derhalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en bescherming van de verwachte archeologische waarden. 7.2
Bouwregels
7.2.1
Omgevingsvergunning voor het bouwen
Voor het bouwen overeenkomstig de regels voor de andere op deze gronden voorkomende bestemmingen, dient de aanvrager van een omgevingsvergunning, voor een of meerdere bouwwerken waarbij grond geroerd wordt met een (gezamenlijk) geroerde oppervlakte groter dan 500 m² en een diepte van 50 cm of meer, een rapport te overleggen waarin de archeologische waarden van de gronden die volgens de aanvraag zullen worden verstoord, in voldoende mate zijn vastgesteld. Een dergelijke rapportage is niet noodzakelijk als aangetoond kan worden dat de betreffende gronden geroerd zijn en de trefkans op archeologische waarden gering is. 7.2.2
Voorschriften
Indien uit het in artikel 7.2.1 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning zullen of kunnen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meerdere van de volgende voorschriften verbinden aan de omgevingsvergunning die de verplichting inhouden: a. tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. tot het doen van opgravingen; c. de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties. 7.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 7.3.1
Vergunningplicht
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden uit te voeren, of te laten uitvoeren: a. het ophogen van de bodem; b. het aanleggen, verbreden en/of verharden van wegen, paden, banen en/of parkeergelegenheden en/of het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen, wanneer de oppervlakte 500 m2 of meer en een diepte van 50 cm of meer bedraagt; c. het aanleggen, verbreden en dempen van sloten, vijvers en andere wateren, wanneer de oppervlakte van deze werken en werkzaamheden 500 m2 of meer bedraagt; d. het verlagen of het verhogen van het waterpeil over een oppervlakte van meer dan 500 m2; e. het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie-, telecommunicatie- of andere leidingen en de daarmee verband houdende constructies, wanneer de oppervlakte van deze werken en werkzaamheden 500 m2 of meer en een diepte van 50 cm of meer bedraagt waarbij de breedte van deze werken tenminste 1,25 m bedraagt; f. het bebossen van gronden die op het tijdstip van de inwerkingtreding van dit plan niet als bos zijn bestemd, wanneer de oppervlakte van deze werken en werkzaamheden 500 m2 of meer en een diepte van 50 cm of meer bedraagt; g.
het rooien van bos of boomgaard, waarbij de stobben worden verwijderd, wanneer de oppervlakte van deze werken en werkzaamheden 500 m2 of meer en een diepte van 50 cm of meer bedraagt; h. het aanleggen van bos of boomgaard, wanneer de oppervlakte van deze werken en bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Haarw eg tussen 24 en 28 en Brinkw eg 2/2a Bergentheim | PAGINA 22
i.
werkzaamheden 500 m2 of meer en een diepte van 50 cm of meer bedraagt; het uitvoeren van grondbewerkingen op een grotere diepte dan 50 cm, waartoe ook wordt gerekend woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, aanleggen van drainage en ontginnen, wanneer de oppervlakte van deze werken en werkzaamheden 500 m2 of meer bedraagt.
7.3.2
Uitzonderingen
Het in artikel 7.3.1 gestelde verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a. het normale onderhoud of gebruik betreffen; b. reeds in uitvoering zijn, dan wel volgens een verleende vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van de inwerkingtreding van dit plan; c. onderdeel zijn van werkzaamheden waarvoor reeds een omgevingsvergunning is verleend en in werking is; d. in het kader van archeologisch onderzoek en het doen van opgravingen, mits verricht door een ter zake deskundige; e. uitgevoerd worden op gronden waarvan aangetoond kan worden dat deze geroerd zijn en de trefkans op archeologische waarden gering is. 7.3.3
Toelaatbaarheid
De vergunning als bedoeld in 7.3.1 wordt verleend indien: a. op basis van een door de aanvrager van de vergunning bij de aanvraag te overleggen rapport van een archeologisch onderzoek waarin de archeologische waarde van het terrein dat volgens de aanvraag zal worden verstoord in voldoende mate is vastgesteld; en: b. is gebleken dat de in artikel 7.3.1 genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden niet zullen leiden tot een verstoring van archeologisch materiaal. c. Indien is gebleken dat de in artikel 7.3.1 genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden wel kunnen leiden tot een verstoring van archeologisch materiaal kan de vergunning worden verleend, indien aan de vergunning één of meerdere van de volgende voorschriften worden verbonden over of met betrekking tot: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen, of 3. de verplichting de oprichting van het bouwwerk te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties. 7.4
Wijzigingsbevoegdheid
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen door de bestemming 'Waarde - Archeologie 4' geheel of gedeeltelijk te doen vervallen, indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Haarw eg tussen 24 en 28 en Brinkw eg 2/2a Bergentheim | PAGINA 23
Artikel 8 8.1
Waarde - Archeologie 5
Bestemmingsomschrijving
De voor Waarde - Archeologie 5 aangewezen gronden zijn, derhalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en bescherming van de verwachte archeologische waarden. 8.2
Bouwregels
8.2.1
Omgevingsvergunning voor het bouwen
Voor het bouwen overeenkomstig de regels voor de andere op deze gronden voorkomende bestemmingen, dient de aanvrager van een omgevingsvergunning, voor een of meerdere bouwwerken waarbij grond geroerd wordt met een (gezamenlijk) geroerde oppervlakte groter dan 2.500 m² en een diepte van 50 cm of meer, een rapport te overleggen waarin de archeologische waarden van de gronden die volgens de aanvraag zullen worden verstoord, in voldoende mate zijn vastgesteld. Een dergelijke rapportage is niet noodzakelijk als aangetoond kan worden dat de betreffende gronden geroerd zijn en de trefkans op archeologische waarden gering is. 8.2.2
Voorschriften
Indien uit het in artikel 8.2.1 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning zullen of kunnen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meerdere van de volgende voorschriften verbinden aan de omgevingsvergunning die de verplichting inhouden: a. tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. tot het doen van opgravingen; c. de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties. 8.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 8.3.1
Vergunningplicht
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden uit te voeren, of te laten uitvoeren: a. het ophogen van de bodem, wanneer de oppervlakte 2.500 m2 of meer bedraagt; b. het aanleggen, verbreden en/of verharden van wegen, paden, banen en/of parkeergelegenheden en/of het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen, wanneer de oppervlakte 2.500 m2 of meer en een diepte van 50 cm of meer bedraagt; c. het aanleggen, verbreden en dempen van sloten, vijvers en andere wateren, wanneer de oppervlakte van deze werken en werkzaamheden 2.500 m2 of meer bedraagt; d. het verlagen of het verhogen van het waterpeil over een oppervlakte van meer dan 2.500 m2; e. het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie-, telecommunicatie- of andere leidingen en de daarmee verband houdende constructies, wanneer de oppervlakte van deze werken en werkzaamheden 2.500 m2 of meer en een diepte van 50 cm of meer bedraagt waarbij de breedte van deze werken tenminste 1,25 m bedraagt; f. het bebossen van gronden die op het tijdstip van de inwerkingtreding van dit plan niet als bos zijn bestemd, wanneer de oppervlakte van deze werken en werkzaamheden 2.500 m2 of meer en een diepte van 50 cm of meer bedraagt; g.
het rooien van bos of boomgaard, waarbij de stobben worden verwijderd, wanneer de oppervlakte van deze werken en werkzaamheden 2.500 m2 of meer en een diepte van 50 cm of meer bedraagt; h. het aanleggen van bos of boomgaard, wanneer de oppervlakte van deze werken en bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Haarw eg tussen 24 en 28 en Brinkw eg 2/2a Bergentheim | PAGINA 24
i.
werkzaamheden 2.500 m2 of meer en een diepte van 50 cm of meer bedraagt; het uitvoeren van grondbewerkingen op een grotere diepte dan 50 cm, waartoe ook wordt gerekend woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, aanleggen van drainage en ontginnen, wanneer de oppervlakte van deze werken en werkzaamheden 2.500 m2 of meer bedraagt.
8.3.2
Uitzonderingen
Het in artikel 8.3.1 gestelde verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a. het normale onderhoud of gebruik betreffen; b. reeds in uitvoering zijn, dan wel volgens een verleende vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van de inwerkingtreding van dit plan; c. onderdeel zijn van werkzaamheden waarvoor reeds een omgevingsvergunning is verleend en in werking is; d. in het kader van archeologisch onderzoek en het doen van opgravingen, mits verricht door een ter zake deskundige; e. uitgevoerd worden op gronden waarvan aangetoond kan worden dat deze geroerd zijn en de trefkans op archeologische waarden gering is. 8.3.3
Toelaatbaarheid
De vergunning als bedoeld in 8.3.1 wordt verleend indien: a. op basis van een door de aanvrager van de vergunning bij de aanvraag te overleggen rapport van een archeologisch onderzoek waarin de archeologische waarde van het terrein dat volgens de aanvraag zal worden verstoord in voldoende mate is vastgesteld; en: b. is gebleken dat de in artikel 8.3.1 genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden niet zullen leiden tot een verstoring van archeologisch materiaal. c. Indien is gebleken dat de in artikel 8.3.1 genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden wel kunnen leiden tot een verstoring van archeologisch materiaal kan de vergunning worden verleend, indien aan de vergunning één of meerdere van de volgende voorschriften worden verbonden over of met betrekking tot: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen, of 3. de verplichting de oprichting van het bouwwerk te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties. 8.4
Wijzigingsbevoegdheid
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen door de bestemming 'Waarde - Archeologie 5' geheel of gedeeltelijk te doen vervallen, indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Haarw eg tussen 24 en 28 en Brinkw eg 2/2a Bergentheim | PAGINA 25
Hoofdstuk 3 Artikel 9
Algemene regels Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Haarw eg tussen 24 en 28 en Brinkw eg 2/2a Bergentheim | PAGINA 26
Artikel 10 10.1
Algemene bouwregels
Bestaande afmetingen en afstanden
a. In die gevallen dat de bestaande goothoogte, bouwhoogte, oppervlakte, inhoud of afstand tot enige grens van bouwwerken, die rechtens, in overeenstemming met het bepaalde in de Woningwet tot stand zijn gekomen, minder dan wel meer bedraagt dan in de bouwregels in Hoofdstuk 2 van deze regels is voorgeschreven respectievelijk toegestaan, geldt die goothoogte, bouwhoogte, oppervlakte, inhoud of afstand in afwijking daarvan als minimaal respectievelijk maximaal toegestaan; b. het bepaalde onder a geldt niet voor de te slopen bebouwing zoals weergegeven in Bijlage 3 en Bijlage 4. 10.2
Afstanden tot wegen
10.2.1 Afstand tot wegen Op en in gronden die grenzen aan de gronden als bestemd voor verkeer mogen op en in de gronden binnen een afstand van, loodrecht gemeten, 10 m uit de as van de weg uitsluitend andere bouwwerken worden gebouwd, tenzij de bestaande afstand reeds minder bedraagt.. 10.2.2 Afwijken omgevingsvergunning ten behoeve de afstand tot wegen Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning, na advies te hebben ingewonnen van de desbetreffende wegbeheerder omtrent de aanvaardbaarheid daarvan uit oogpunt van wegbeheer en verkeersveiligheid, afwijken van het bepaalde in 10.2.1 ten behoeve van het bouwen op een kleinere afstand tot de as van de weg.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Haarw eg tussen 24 en 28 en Brinkw eg 2/2a Bergentheim | PAGINA 27