Rapport evaluatie Erven met kwaliteit 2025 (geanonimiseerd)
Tekst van het document
Evaluatie Erven met kwaliteit
Hardenberg 20 juni 2025 ,
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1
Aanleiding
Hoofdstuk 2
Bespreekpunten
. . . . . . . .. . . . . . . .. . . . . . . .. . . . . . . . .. . . . . . . .. . . . . . . .. . . . . . . . .. . . . . . . .. . . . . . . .. . . . . . . . .. . . . . . . .. . . . . . . . .. . . . . . . .. . . . .
. . . . . .. . . . . . . .. . . . . . . . .. . . . . . . .. . . . . . . .. . . . . . . . .. . . . . . . .. . . . . . . .. . . . . . . . .. . . . . . . .. . . . . . . .. . . . . . . . .. . . . .
2. 1 Wat
hebben we met het beleid bereikt?
2. 2 Wat
zijn de gevolgen voor de landbouw?
2. 3 Wanneer is beperkte 2. 4
. . . .. . . . . . . .. . . . . . . .. . . . . . . . .. . . . . . . .. . . . . . . .. . . . . . . . .. . . . . . . .. . . . . . . . .. . . . . . . .. . . . .
. .. . . . . . . .. . . . . . . .. . . . . . . . .. . . . . . . .. . . . . . . .. . . . . . . . .. . . . . . . .. . . . . . . . .. . . . . . . .. . . . .
voortzetting van het agrarisch bedrijf mogelijk?
de ruimtelijke kwaliteitsplannen uitgevoerd?
2. 6 Willen we
4 4
6
. . . . . . . .. . . . . . . .. . . . . . . .. . . . . . . . .. . . . .
7
. .. . . . . . . .. . . . . . . .. . . . . . . . .. . . . . . . .. . . . . . . . .. . . . . . . .. . . . .
8
. . . . . . .. . . . . . . .. . . . . . . .. . . . . . . . .. . . . . . . .. . . . . . . .. . . . . . . . .. . . . .
9
Wordt voldoende ingespeeld op de stoppersregelingen?
2. 5 Worden
3
de bouw van woningen voor speciale doelgroepen stimuleren?
. .. . . . . . . .. . . . . . . .. . . . . . . . .. . .
11
. . . . . . . .. . . . . . . .. . . . . . . .. . . . . . . . .. . . . . . . .. . . . . . . .. . . . . . . . .. . . . . . . .. . . . . . . . .. . . . . . . .. . .
13
.. . . . . . . . .. . . . . . . .. . . . . . . .. . . . . . . . .. . . . . . . .. . . . . . . .. . . . . . . . .. . . . . . . .. . . . . . . .. . . . . . . . .. . . . . . . .. . . . . . . . .. . . . . . . .. . .
14
Hoofdstuk 3
Adviezen overlegpartners
Hoofdstuk 4
Conclusie
2
Hoofdstuk
1
Inleiding
januari 2020 heeft de gemeenteraad het beleid Erven met kwaliteit vastgesteld, met als doel de ruimtelijke kwaliteit in het buitengebied te verbeteren door de sloop van landschapsontsierende gebouwen te stimuleren. Het beleid is de opvolger van het roodvoor-rood beleid uit 2006 en is voor de gemeente een belangrijk instrument om het landelijk gebied van Hardenberg vitaal en aantrekkelijk te houden. Op
28
Omdat de
ontwikkelingen
het
om
nodig
eerste
in het
voortdurend
evaluatie heeft
te
buitengebied
en
vooral
in de landbouwsector
snel gaan, is
monitoren
plaatsgevonden
of het beleid nog voldoende “bij de tijd” is. De in het voorjaar van 2021 en de tweede evaluatie in
voorjaar van 2023. Naar aanleiding van de tweede evaluatie punten aangepast. Het gewijzigde beleid
is het beleid is door de
Erven
met
kwaliteit op
een
gemeenteraad vastgesteld op
het
aantal 16
juli
2024.
Bij de vaststelling is aan de gemeenteraad toegezegd dat het beleid nog tijdens de huidige raadsperiode (2022-2026) opnieuw zal worden geëvalueerd. Voor deze 1.
Wat
WN
Wat
Duk In deze
(3°) evaluatie zijn de volgende bespreekpunten geformuleerd. hebben
we
met
het beleid bereikt?
zijn de gevolgen voor de landbouw? is beperkte voortzetting van het agrarisch bedrijf mogelijk? Wordt voldoende ingespeeld op de stoppersregelingen? Worden de ruimtelijke kwaliteitsplannen uitgevoerd? Willen we de bouw van woningen voor speciale doelgroepen stimuleren? Wanneer
notitie worden
bespreekpunten uitgewerkt en wordt per punt bekeken of er aan te passen. Hierbij wordt wel opgemerkt dat deze evaluatie aanleiding snel volgt op de vaststelling van het gewijzigde beleid in juli 2024. Hierdoor is er nog niet zoveel ervaring opgedaan met de wijzigingen in beleid, waardoor het lastig is om dit te evalueren. In overleg met de portefeuillehouder wordt met de nieuwe gemeenteraad en de stakeholders een sessie georganiseerd om thema's op te halen voor een nieuwe evaluatie. is
om
de
het beleid
Bij de voorbereiding van deze evaluatie zijn de volgende partijen betrokken geweest: LTO Noord, afdeling Vechtdal, Stichting Vitaal Platteland Hardenberg en de erfcoach Overijssel,
(geanonimiseerd)
in
Hoofdstuk 2 2. 1 Wat hebben
Bespreekpunten we
met het beleid bereikt?
Toelichting Het beleid Erven met kwaliteit is de opvolger van het rood-voor-roodbeleid uit 2006. Het beleid is in de tussentijd een aantal keren geëvalueerd en geactualiseerd: in 2010 , 2020 , 2021 , en 2023. Maar de doelstelling is in al die jaren gelijk gebleven: de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit door de sloop van landschapsontsierende gebouwen. Het gaat daarbij overigens niet alleen om vrijkomend agrarisch vastgoed (dat is wel de hoofdmoot) maar ook om gebouwen die op een andere manier bedrijfsmatig in gebruik zijn geweest. Bij alle evaluaties is allereerst terug gekeken: hoe vaak is er van de regeling gebruik gemaakt (kwantitatief) en is het beoogde doel behaald (kwalitatief)?
Ook tijdens deze evaluatie staan we hier bij stil. Uitwerking
-
-
Allereerst constateren we dat het gaat om bestendig beleid. Het beleid voorziet al bijna 20 jaar in een behoefte en heeft mooie resultaten opgeleverd. EMK wordt in de Omgevingsvisie Landstad Hardenberg benoemd als hèt kader voor de goede landschappelijke inpassing van vrijkomende agrarische bebouwing. We focussen ons in deze evaluatie op woningbouw (rood voor rood). Het aantal sloopmeters dat is ingezet voor andere ontwikkelingen (schuur voor schuur) is verwaarloosbaar klein. Kwantitatief: In de periode 2007-2024 is 103, ha. aan landschapsontsierende gebouwen gesloopt. Dit zijn werkelijke vierkante meters , zowel met als zonder asbest. In ruil daarvoor zijn 105 woningen gebouwd waaronder 5 keer een 2/1 kapwoning (waarvoor per woning een lagere sloopnorm geldt). De gemiddelde sloopoppervlakte per woning komt daarmee uit op ruim 980 m2 , dat ligt iets boven de gemiddelde sloopoppervlakte uit eerdere evaluaties.
Afbeelding: Stobbenhaarweg 7 voor en na rood-voor rood
4
-
We hebben een overzichtskaart ontwikkeld waarop de sloop- en bouwlocaties zichtbaar zijn. Met als ondergrond de gebiedsindeling volgens de LIK’s , zodat de verschillende landschapstypen zichtbaar zijn. Hierdoor kunnen we goed zien in welk
gebied er meer gebouwd of gesloopt wordt dan een ander gebied. -
-
Kwalitatief: we beginnen met de leerpunten uit de evaluatie van het Oversticht (2020). Zie daarvoor de evaluatie uit 2021 (H 6) in de bijlage. In de evaluatie van 2023 is hier niet specifiek aandacht aan geschonken , daarom doen we dat nu wel. Dit heeft een relatie met bespreekpunt 5. De nieuwe provinciale routekaart VAB en erftransformatie biedt een gebiedsgerichte , samenhangende aanpak voor de vrijkomende agrarische bebouwing. De gemeente Hardenberg kent deze aanpak al sinds de vaststelling van de visienota Buitengebied , in 2006. Dit is daarna verder uitgewerkt in LIK’s , ontwikkelingsvisies en het beleid Erven met Kwaliteit. Goed om te zien dat gemeente en provincie op één lijn zitten.
Afbeelding: Havezateweg 2 voor en na rood-voor rood
Conclusie Geen aanpassing beleid nodig.
2. 2 Wat zijn de gevolgen
voor
de landbouw? 5
Toelichting Het beleid Erven met kwaliteit biedt vooral perspectief voor stoppende boeren. En in het bijzonder voor de stoppers die geen vervolgfunctie zien voor hun vrijkomende bedrijfsgebouwen. De mogelijkheid om deze gebouwen in te ruilen voor een woningbouwbouwkavel biedt hen de kans om deze “met gesloten beurs” te slopen en hun erf daarna opnieuw in te richten. Maar het beleid heeft ook gevolgen voor de boeren die hun bedrijf verder willen ontwikkelen. Zij nemen voor een groot deel van de gronden van de stoppers over. We zien dat deze gronden daarna vaker gebruikt worden voor akkerbouw. Deze gronden blijven daarmee hun agrarische functie behouden. Maar tegelijk zien zij meer woningen in het landelijk gebied verschijnen. Is dit een potentiële bedreiging voor hun bedrijfsvoering?
Uitwerking In het beleid Erven met kwaliteit wordt uitgegaan van een gebiedsgerichte benadering. In de open veen- en heideontginningslandschappen gaan we uit van de ‘nee , tenzij’-benadering. Dat wil zeggen dat in deze gebieden die primair zijn aangewezen voor de landbouw zeer terughoudend wordt omgegaan met de toepassing van rood voor rood. Hier kan de landschapsontsierende bebouwing wel worden gesloopt , maar zijn we zeer terughoudend in het bouwen van de compensatiewoningen , omdat we juist de landbouw hier zoveel mogelijk de mogelijkheid willen geven om zich te ontwikkelen. In de overige gebieden wordt de ‘ja ,
mits’-benadering toegepast. Verder gaan we bij alle gevallen uit van wat hier al over is gezegd tijdens de vaststelling van het gewijzigde beleid in 2024: bij de evenwichtige toedeling van functies aan locaties komen de gevolgen van toepassing van rood voor rood voor de omliggende agrarische gronden en bedrijven nadrukkelijk in beeld. Dit wordt uitgewerkt in de motivering die hoort bij het wijzigen van het omgevingsplan. Als hieruit blijkt dat er geen sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en er dus wel een belemmering is , dan gaat het plan niet door. Hierbij houden wij alle nieuwe ontwikkelingen voortdurende in de gaten.
Conclusie Geen aanpassing beleid nodig.
6
2. 3 Wanneer is beperkte voortzetting van het agrarisch bedrijf mogelijk? Toelichting Naar aanleiding van de evaluatie uit 2023 is aan het beleid de mogelijkheid toegevoegd om bij deelname aan de rood-voor-roodregeling het agrarisch bedrijf beperkt voort te zetten (par. 4. 5 van de beleidsnota). Hiervoor gelden de volgende voorwaarden: 1. Binnen de woonbestemming. 2. Uitsluitend met gebruik van bestaande gebouwen. 3. Waar mogelijk , verbetering van de ruimtelijke uitstraling van deze gebouwen. 4. De eigenaar van de woning moet ook degene zijn die de agrarische activiteit uitoefent. Deze mogelijkheid voorziet duidelijk in een behoefte. Maar bij concrete verzoeken blijkt de regeling vragen op te roepen , zoals: 1. Hoeveel dieren mogen er nog worden gehouden? 2. Mag er ook nieuw worden gebouwd voor de agrarische activiteiten (als bijvoorbeeld de bestaande gebouwen niet meer voldoen)? 3. Waar ligt de grens tussen de hoofdfunctie wonen en de hoofdfunctie agrarisch? Uitwerking -
-
Het beeld dat ontstaat is het volgende. Of er sprake is van een beperkte voortzetting kan worden beoordeeld aan de hand van: de bestaande omvang van het bedrijf (in
dieren en bedrijfsgebouwen) , de oppervlakte cultuurgrond , de normen voor het hobbymatig houden van dieren (opgeplust) en de eventuele bijdrage aan andere , maatschappelijke doelen. Het is een combinatie van factoren en altijd maatwerk. In elk geval moet er wel sprake zijn van een significante afname van de bedrijfsomvang en een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Anders kan Erven met kwaliteit niet worden toegepast. Om een helder afwegingskader hiervoor te hebben zijn wij voornemens om een handreiking vast te stellen , als leidraad voor planbehandelaars bij concrete gevallen. Dit helpt planbehandelaars om van geval tot geval een afweging te maken , waarbij de feitelijke omstandigheden altijd leidend Zijn.
Conclusie Geen aanpassing beleid nodig.
7
2. 4 Wordt voldoende ingespeeld
op
de stoppersregelingen?
Toelichting Naar aanleiding van de evaluatie uit 2023 is de rood-voor-roodregeling uitgebreid voor boeren die deelnemen aan de Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties (Lbv)regeling. Boeren die deelnemen aan de Lbv-regeling krijgen namelijk wel een subsidie voor het waardeverlies van de productiecapaciteit , maar niet voor de sloopkosten van de bedrijfsgebouwen. Om die kosten terug te verdienen kunnen ze rood-voor-rood toepassen. Boeren die deelnemen aan de Lbv+-regeling (de zogenaamde piekbelasters) vallen hierbuiten , omdat zij ook de sloopkosten van de bedrijfsgebouwen vergoed krijgen. In de gemeente Hardenberg hebben 9 bedrijven een positieve beschikking gekregen op hun aanvraag voor subsidie uit de Lbv-regeling. Deze bedrijven kunnen zich dus bij de gemeente melden voor deelname aan de rood-voor-roodregeling , als zij ervoor kiezen om hun
bedrijfsgebouwen te slopen. Hoewel deze mogelijkheid nog niet lang bestaat gaan de (politieke en juridische) ontwikkelingen op het gebied van de stikstofaanpak snel en is het goed om de vinger voortdurend aan de pols te houden. Uitwerking -
-
-
-
Het uitgangspunt is , dat het beleid EMK niet belemmerend mag werken voor stoppers. Dat betekent dat zij ook als zij mee doen aan een stoppersregeling , nog steeds hun sloopmeters in kunnen zetten voor het beleid Erven met kwaliteit. We gaan in op onze eerste ervaringen. Tot nu toe hebben 5 stoppers zich
daadwerkelijk bij de gemeente gemeld met een rood-voor-rood plan. Behalve de hogere sloopnorm lijkt er geen benoembaar verschil te zijn met de “reguliere” stoppers”. Wel zijn er locaties waar initiatiefnemers breder kijken dan woningbouw. In elk geval houden wij de vinger aan de pols en zullen ons bij de raad melden als aanpassing van het beleid op dit punt nodig is. Meer kunnen we op dit moment niet doen.
Conclusie Geen aanpassing beleid nodig.
8
2. 5 Worden de ruimtelijke kwaliteitsplannen uitgevoerd? Toelichting: Voor iedere ontwikkeling die met het beleid Erven met kwaliteit mogelijk wordt gemaakt , wordt een ruimtelijke kwaliteitsplan opgesteld. In dit plan wordt aangegeven: 1. hoe de nieuwe ontwikkeling landschappelijk wordt ingepast (basisinspanning) en 2. of er extra investeringen in ruimtelijke kwaliteit (KGO) worden gepleegd. De verplichting om het ruimtelijke kwaliteitsplan uit te voeren wordt vastgelegd in het omgevingsplan , of in de omgevingsvergunning die voor het project wordt verleend. In de periode 2020 -2024 zijn er ruim 50 bestemmingsplannen vastgesteld die op het beleid Erven met kwaliteit zijn gebaseerd. Dit zijn bijna allemaal rood-voor-roodplannen. In al deze plannen is voorgeschreven dat binnen een bepaalde termijn het ruimtelijke kwaliteitsplan moet zijn uitgevoerd en , indien van toepassing , de voormalige bedrijfsgebouwen moeten zijn gesloopt of een bodemsanering moet zijn uitgevoerd. Bij de toepassing van Erven met kwaliteit draait het in de eerste plaats om de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Daarom is het goed om te kijken naar de uitvoering van de
ruimtelijke kwaliteitsplannen. Wordt de beoogde verbetering van de ruimtelijke kwaliteit behaald of zijn extra maatregelen nodig?
Uitwerking -
-
-
Allereerst constateren we dat het hier feitelijk gaat over het DNA van het ruimtelijk beleid voor het Buitengebied: bij een ruimtelijke ontwikkeling van enige omvang moet initiatiefnemer aangeven hoe dat landschappelijk wordt ingepast en of er extra wordt geïnvesteerd in ruimtelijke kwaliteit. Uitgangspunt is het (kwalitatieve) onderzoek van het Oversticht uit 2020. Zie de evaluatie uit 2021 (H6) en wat hierover gezegd is bij het 1 e bespreekpunt. We willen benadrukken dat we het in het voortraject over de landschappelijke inpassing eigenlijk altijd eens worden met aanvragers. De daadwerkelijke uitvoering 9
-
-
-
daarna is een punt van aandacht. Dat komt voor een deel doordat de initiatiefnemer van het plan (de stoppende boer) lang niet altijd degene is die uiteindelijk de compensatiewoning(en) bouwt. Het toezicht op de uitvoering van de ruimtelijke kwaliteitsplannen is vooral een zaak van handhaving en valt daarmee onder de verantwoordelijkheid van het college van B&W. We hebben de plannen in beeld gebracht waarbij een ruimtelijke kwaliteitsplan is
vastgesteld en gaan daarop steekproefsgewijs toezicht houden en eventueel handhaven. Dit blijven wij ook doen met de nieuwe plannen. Het blijft belangrijk om te weten dat we goed toezien op de nakoming van de afspraken die met initiatiefnemers over de landschappelijke inpassing worden gemaakt. De handhaving hierop wordt aangescherpt en hierop wordt meer prioriteit gegeven. Hiervoor hoeft het beleid niet te worden aangepast.
Conclusie Geen aanpassing beleid nodig.
10
2. 6 Willen we de bouw van woningen
voor
speciale doelgroepen stimuleren?
Toelichting De ervaring leert dat de meeste rood voor roodplannen betrekking hebben op de bouw van gangbare en ruime vrijstaande woningen. Maar het beleid maakt ook de bouw van woningen voor speciale doelgroepen mogelijk (bijv. starters , ouderen) aangepast.
of van bijzondere woonconcepten , waarbij de sloopeis kan worden
Door de toepassing van rood voor rood op eigen erf is er een principebesluit genomen over een project voor de huisvesting van jongeren en ouderen in Venebrugge. Willen we dit soort projecten gericht gaan stimuleren , door bijv. een (nog) lagere sloopeis of andere partijen (bijv. Vechtdal Wonen , projectontwikkelaars) in te schakelen/te motiveren om hier werk van te maken?
Uitwerking -
Er is een principebesluit genomen voor een rood-voor-roodproject aan de Stobbenhaarweg 1a in Venebrugge. Hierbij is het de bedoeling om ca. 6. 000 m2 aan landschapsontsierende bebouwing te slopen en daarvoor 3 grotere volumes in een agrarisch silhouet terug te bouwen met daarin 20 woningen voor speciale doelgroepen (starters en ouderen). Een belangrijk onderdeel van deze ontwikkeling is dat er een mooie ruimtelijk kwaliteitsverbetering plaatsvindt. Het gehele perceel wordt hierbij landschappelijk ingepast , waarbij de Venebrugge Schans weer in ere
wordt hersteld. Bestaande situatie
11
Nieuwe situatie
-
-
-
-
-
-
Dit soort projecten komen moeilijker van de grond dan de standaard ruime vrijstaande woningen. Onze indruk is dat veel initiatiefnemers hier niet “op zitten te wachten”. Wij krijgen hierbij van de overlegpartners terug dat er veel meer risico aan dit soort projecten zit dan aan de standaard vrijstaande woningen. Vaak wordt er meer gevraagd aan beeldkwaliteit , gezamenlijke voorzieningen en ruimtelijk kwaliteit , wat dan kostenverhogend werkt , terwijl men wel betaalbare woningen wil bouwen. Minister Mona Keijzer heeft hier ook ideeën over (Sneller bouwen - mogelijkheden voor bewoning boerenerven). Gezien de huidige status van het kabinet is de vraag of
deze voorstellen doorgang vinden. Voor het provinciaal beleid: Zie Overijssels kader voor woningbouw (16-7-2024) voor algemeen beeld. Zie ook handreiking schuifrechten bij VAB’s (Stec groep): bouwrechten verschuiven naar kernrandzones. Ons beleid biedt hiervoor de ruimte , maar hier kleven juridisch veel haken en ogen aan. Ons eigen woonbeleid is vastgelegd in Omgevingsvisie Landstad Hardenberg , het Coalitieakkoord 2022-2026 en het programma wonen 2019-2025. De woningen die worden gebouwd op basis van Erven met Kwaliteit hebben daar een plek in , maar EMK is in dit opzicht niet leidend. Wij zijn bezig met het Volkshuisvestingsprogramma. Het voorstel is dan ook om de uitkomst hiervan af te wachten en daarna zo nodig het beleid EMK aan te passen (zodat dit ook op elkaar is afgestemd).
Conclusie Geen aanpassing van beleid. 12
Hoofdstuk
3
Adviezen
overlegpartners
Bij de voorbereiding van deze evaluatie zijn de volgende partijen betrokken geweest: LTO Noord, afdeling Vechtdal, Stichting Vitaal Platteland Hardenberg en de erfcoach Overijssel, de persoon van (geanonimiseerd) Door de overlegpartners zijn voorbeelden
aangedragen die zijn verwerkt
tekst. Over het
uit de voeten
het
algemeen kunnen zij goed
met
in
in de bovenstaande
het beleid. Verder geven
zij nog
volgende Bij de plannen wordt veel aan participatie gedaan. Hieruit komen vaak kleine opmerkingen van de omliggende bewoners, die gemakkelijk aan te passen zijn in de plannen. De buren vinden het prettig om een vroeg stadium over de plannen geïnformeerd te worden, dus dit werkt goed. Er worden weinig zienswijzen ingediend op plannen die met dit beleid mogelijk zijn gemaakt, wat ook een teken is dat het beleid goed werkt. Toezicht op de ruimtelijk kwaliteitsplannen is heel belangrijk (ook voor de geloofwaardigheid van de gemeente). Het voorstel is om de mensen te informeren dat er een steekproef aan komt en daarnaast een protocol op te stellen hoe de plannen structureel gehandhaafd worden. Er wordt gepleit voor een multidisciplinaire beoordeling van de plannen, die openbaar is en waar de initiatiefnemer met de adviseurs in gesprek kan gaan. mee:
Onze 1.
reactie op de laatste twee
onder de
punten
is als
volgt:
hebben we aangegeven dat we het toezicht op uitwerking paragraaf de ruimtelijke kwaliteitsplannen gaan aanscherpen. We gaan steekproefsgewijs toezicht houden op de vastgestelde plannen en blijven dit ook doen bij de nieuwe plannen. Er wordt dus meer prioriteit gegeven aan het toezicht op de ruimtelijke kwaliteitsplannen. Dit punt is bij de vorige evaluatie ook ingebracht. Zoals toen ook is aangegeven zien wij veel voordelen in de huidige manier van werken. Wij gaan bij het conceptverzoek 2.5
van
op locatiebezoek, waar de aanvrager en adviseur het verhaal over hun verzoek kunnen vertellen. De planbehandelaar neemt deze informatie vervolgens mee naar het RKT,
waar
vervolgens
(milieu, verkeer etc.)
een
advies uitkomt.
adviezen
integraal meegenomen wordt in de afweging. De aanspreekpunt (de planbehandelaar) en hij/zij zorgt voor een integrale advisering. Wij stellen daarom voor om de huidige manier van werken voort aanvrager heeft één te
zetten.
een
advies dat
Dit is net zoals alle andere
Hoofdstuk 4 Conclusie De evaluatie geeft geen reden tot aanpassing van het beleid Erven met kwaliteit. Het beleid functioneert goed. Hierbij wordt opgemerkt dat de tijd van de vaststelling van het beleid in 2024 tot nu kort is om de nieuw toegevoegde onderdelen goed te kunnen evalueren. Het is wel nodig om: • een handreiking van de beperkte voortzetting van een agrarisch bedrijf vast te laten •
• •
stellen door het college , de vinger aan de pols te houden of het beleid moet worden aangepast voor de agrariërs die meedoen met de stoppersregeling , toezicht op de uitvoering van de ruimtelijke kwaliteitsplannen goed uit te voeren , na het vaststellen van het Volkshuisvestingsprogramma het beleid Erven met kwaliteit hier zo nodig op aan te passen.
14
Toelichting grondslagen In dit document kunt u secties vinden die onleesbaar zijn gemaakt. Deze informatie is achterwege gelaten op basis van de Wet open overheid (Woo). De letter die hierbij is vermeld correspondeert met de bijbehorende grondslag in onderstaand overzicht.
J Art. 5.1 lid 2 sub e Het belang van de openbaarmaking van deze informatie weegt niet op tegen het belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van betrokkenen