Raadsbrief uitwerking meicirculaire 2022 gemeentefonds
Tekst van het document
_____________________ INGEKOMEN STUK 1 RAAD d.d. 12 juli 2022 _____________________ Postadres Postbus 500 7770 BA Hardenberg
Raad van de gemeente Hardenberg Postbus 500 7770 BA Hardenberg
Bezoekadres Stephanuspark 1 7772 HZ Hardenberg Internet www.hardenberg.nl Telefoon 14 0523
Zaaknummer
340436
Behandeld door:
Hubert van Ruth
Onderwerp
uitwerking meicirculaire 2022 gemeentefonds
Hardenberg, 14 juni 2022 VERZONDEN 15 juni 2022
Geachte raadsleden, De meicirculaire bevat informatie over de invoering per 1 januari 2023 van de nieuwe verdeling van het gemeentefonds en de actualisatie van het accres op basis van de Voorjaarsnota 2022. Via deze raadsbrief informeren wij u op hoofdlijnen over de financiële gevolgen, die wij zullen verwerken in de (meerjaren)begroting. Samenvatting Het netto resultaat van de meicirculaire 2022 is als volgt. Bedragen x € 1.000 Meicirculaire Begroot inclusief Kaderbrief 2023 Verschil
2022 116.658 112.844 3.814
Op te nemen stelposten Accres 2026 Afslag onderuitputting accres Compensatie jeugd Lagere uitgaven WMO Energietoeslag Loon- en prijscompensatie sociaal domein Uitvoering klimaatakkoord BOA’s Mantelzorg Totaal stelposten
-380 -40 -50 -2.521
Netto resultaat
1.293
2023 119.136 111.412 7.724
2024 118.093 113.388 4.705
2025 121.213 115.171 6.042
2026 112.733 113.947 -1.214
-627
-1.949
-2.635 3.488
-2.981 3.213 247
2.698 -1.778 2.207 251
-942 -482
-96
-98
-98
-100
-40
-40
-40
-40
-2.085
715
341
3.238
5.639
5.420
6.383
2.024
De belangrijkste onderwerpen in deze circulaire zijn: - De accressen zijn in alle jaren hoger dan wij in de Kaderbrief 2023 hadden aangekondigd. - In de jaren 2022 t/m 2025 wordt voor de bepaling van het accres (de jaarlijkse groei van het gemeentefonds) de normeringsmethodiek gehanteerd “trap op, trap af”. In 2026 wordt deze methodiek niet (meer) toegepast en is de gemeentefondsuitkering veel lager dan in 2025. - In 2023 wordt incidenteel compensatie voor de hogere kosten jeugdzorg aan het gemeentefonds toegevoegd. Dit is overeenkomstig de uitspraak van de arbitragecommissie van de zomer van vorig jaar. Op deze onderwerpen en nog een aantal andere zaken uit de meicirculaire 2022 geven wij hierna een toelichting. Maar eerst brengen wij hieronder in beeld wat de gevolgen van deze meicirculaire voor de begrote resultaten zijn. Gevolgen voor de begroting 2022-2026 Bedragen x € 1.000 2022
2023
2024
2025
2026
Structureel saldo na Kaderbrief 2023 Netto resultaat meicirculaire 2022 Bijgesteld begrotingsresultaat
9.674 1.293 10.967
6.291 5.639 11.930
8.488 5.420 13.908
9.999 6.383 16.382
7.315 2.024 9.339
Incidenteel saldo na Kaderbrief 2023
-6.473
-3.205
-1.051
0
0
Totaal saldo na Kaderbrief en verwerking netto resultaat meicirculaire 2021
4.494
8.725
12.857
16.382
9.339
Het netto resultaat van de meicirculaire in de jaren 2022 t/m 2026 bij elkaar opgeteld levert een voordeel op van rond € 20,8 miljoen. Dit betekent een verdere verbetering van onze algemene reserve. Uiteraard zijn wij tevreden over het feit dat de meicirculaire tot (nog) betere begrotingsresultaten leidt. We merken daarbij wel op dat dit financieel perspectief met de nodige risico’s en onzekerheden is omgeven. Dit geldt dan niet alleen voor de inkomsten uit het gemeentefonds, maar ook voor de gevolgen van o.a. de aanhoudend hoge energieprijzen en inflatie. In de Kaderbrief 2023 hebben wij hiervoor al uw aandacht gevraagd. Nadere toelichting uitkomsten meicirculaire 2021 Bedragen x € 1.000 Verklaring netto resultaat
(hogere) Accressen (hogere) Afslag onderuitputting Schrappen opschalingskorting Compensatie jeugdhulp Herverdeling Afrekening BCF 2021 WOZ waardering en aanpassing rekentarieven Diverse taakmutaties Overige
2022
2023
1.176 -235
2024
2025
2026
6.208 -1.400 -50 989 -637
7.408 -1.639 -73
8.444 -1.845 -101
2.760 -642
-637
-637
-637
455
460
466
471
Pm 74 5.639
Pm -99 5.420
Pm 56 6.383
Pm 72 2.024
374
Pm -22 1.293
Hogere accressen 2022-2026 Via de normeringsystematiek ‘samen trap op en samen de trap af’ wordt de algemene uitkering van het gemeentefonds geïndexeerd. Deze indexatie wordt ook wel, het accres genoemd. Het accres wordt door gemeenten primair ingezet ter compensatie van loon- en prijsstijgingen en de gevolgen van volumegroei. Met gevolgen volumegroei wordt gedoeld op een toename van de uitgaven voor bijvoorbeeld het beheer en onderhoud van het openbaar gebied of voor onderwijshuisvesting. Daarnaast kan het accres ook worden ingezet voor andere doeleinden, zoals voor de grote maatschappelijke opgaven als de klimaatadaptie, de energietransitie en de oplossing woningproblematiek. In de meicirculaire 2022 zijn de accressen vanaf 2022 bijgewerkt.. De accressen zijn hoger dan aangekondigd in voorgaande circulaires en ook hoger dan aangekondigd in de startnota van het kabinet. Daarbij merken wij op dat in 2023 tot en met 2025 jaarlijks € 250 miljoen op het accres in mindering is gebracht, als voeding voor de (nieuwe) specifieke uitkering Volkshuisvestingsfonds en Woningbouwimpuls. Het accres 2026 is aanmerkelijk lager dan de jaren daarvoor. In de Kaderbrief 2023 hebben wij u hierover al geïnformeerd. In antwoord op kamervragen heeft de minister van Binnenlandse Zaken, mede namens de staatssecretaris van Financiën, op 17 mei jl.
geantwoord, dat zij zich ervan bewust is dat gemeenten en provincies zorgen hebben over hun financiële ruimte in 2026 en verder. De komende periode zal zij met de koepels (VNG, het IPO en de Unie van Waterschappen) in een gezamenlijk proces bouwstenen in kaart brengen voor een nieuwe financieringssystematiek voor 2026 en verder. Hierbij zal ook gekeken worden naar oplossingen voor de korte en lange termijn. Zij heeft toegezegd om de Kamer hierover voor de zomer in een contourennota nader te informeren. Dit betekent dus dat er voor de zomer geen duidelijkheid zal komen. Bij de begroting 2023 zullen wij u een update geven. In de Kaderbrief 2023 stellen wij u voor het accres 2026 gelijk te houden aan het accres 2025 en hiervoor een inkomstenstelpost in de begroting op te nemen van € 2.698.000. Hogere afslag onderuitputting Conform ons advies in de Kaderbrief 2023 zullen we in de begroting 2023 en volgende rekening houden met een lager accres dan nu uit de meicirculaire volgt. Dit doen we door 20% van dit accres te reserveren in de vorm van een stelpost onderuitputting. Het accres is hoger dan waar we bij de Kaderbrief 2023 vanuit zijn gegaan. Dit leidt er toe dat we nu ook een hoger bedrag voor de “afslag onderuitputting” aanhouden. Schrappen opschalingskorting 2023-2025 De opschalingskorting is een oplopende bezuiniging op het Gemeentefonds en is in 2015 geïntroduceerd.
Deze bezuiniging is door het Rijk destijds gemotiveerd met de verwachting dat gemeenten efficiencyvoordelen kunnen realiseren door schaalvergroting (lees herindeling).
Gemeenten hebben zich de afgelopen jaar tegen deze bezuiniging verzet. De afgelopen twee jaren heeft dit verzet al effect gehad en het (b)lijkt dat ook dit Kabinet hiervoor gevoelig is. De oploop van de opschalingskorting is geschrapt voor de duur van de kabinetsperiode. Het Kabinet heeft echter niet besloten om de opschalingskorting structureel te schrappen. Zoals in de Kaderbrief vermeld zullen wij ons – bij monde van de VNG – blijvend protest aantekenen, tegen deze bezuinigingsmaatregel. Het voordeel uit het schrappen van de opschalingskorting valt iets lager uit dan in de Kaderbrief 2023 is vermeld. Compensatie jeugdhulp Conform de uitspraak van de arbitragecommissie c.q. Commissie van Wijzen, wordt in 2023 een compensatie van € 1.445 miljoen aan het Gemeentefonds toegevoegd. Dit komt voor Hardenberg neer op een bedrag van € 4.703.000. Dit is een meevaller ten opzichte van het bedrag waar we bij het opstellen van de meerjarenbegroting 2022-2025 vanuit zijn gegaan (€ 3.714.000). Wat ten opzichte van de begroting een “tegenvaller” is, dat het Kabinet nog geen uitspraak heeft gedaan over de compensatie voor de jaren daarna. In de meicirculaire zijn dan ook geen bedragen voor deze compensatie opgenomen.
Wij gaan er vanuit dat het meer een kwestie van uitstel dan afstel is en wellicht wordt verklaard uit het feit dat de onderhandelingen over de zogenaamde hervormingsagenda zijn opgeschort. Dit betekent dat wij op dit moment onvoldoende aanleiding zien om de voor 2024 en volgende jaren opgenomen ramingen te schrappen. Deze bedragen zijn gebaseerd op de uitspraak van de (arbitrage)commissie van Wijzen, waarbij om reden van voorzichtigheid een afslag van 25% is gehanteerd. Nieuwe verdeelstelsel per 1 januari 2023 Het nieuwe verdeelstelsel wordt met ingang van 2023 toegepast. Waar we in de Kaderbrief 2023 nog een voordeel noemen van € 680.000, blijkt nu uit de meicirculaire dat het voordeel voor onze gemeente € 43.000 bedraagt. Dat het voordeel nu lager uitvalt wordt verklaard uit het actualiseren van de zogenaamde maatstafgegevens. Ook hebben de fondsbeheerders nu de taakmutaties, die in de periode 2019-2022 hebben plaatsgevonden, verwerkt. Genoemde € 680.000 was nog gebaseerd op een vergelijking van de maatstaven peiljaar 2019. Afrekening BCF 2021 De afkorting BCF staat voor het BTW-compensatiefonds. Gemeenten kunnen bij dit fonds (een groot deel van) de betaalde BTW declareren. Indien er in enig jaar minder door gemeenten wordt gedeclareerd dan dat er in het fonds zit, dan wordt het verschil aan het gemeentefonds toegevoegd.
Wordt er meer gedeclareerd, dan volgt een uitname uit het gemeentefonds.
WOZ waardering en aanpassing rekentarieven Actualisering van de WOZ-waarden (landelijk) heeft geleid tot een bijstelling van de rekentarieven. Bij het bepalen van de middelen die gemeenten ontvangen uit het Gemeentefonds wordt rekening gehouden met de mogelijkheid voor gemeenten om eigen inkomsten te verkrijgen. Dit betekent concreet, dat de algemene uitkering wordt “gekort” voor de opbrengst OZB. Daarbij hanteren de beheerders van het gemeentefonds de WOZ-waarden als uitgangspunt en een tarief dat voor alle gemeenten gelijk is. De WOZ-waarden zijn (voor alle gemeenten) geactualiseerd. Verder is ook het rekentarief aangepast. Voor Hardenberg leiden deze aanpassingen de komende jaren tot een voordeel (c.q. een verlaging van de korting ten opzichte van eerdere ramingen). Diverse taakmutaties Voor de diverse taakmutaties hebben wij een p.m. raming opgenomen, omdat de extra ontvangen bedragen in de vorm van een stelpost worden gereserveerd. Daarmee zijn deze verder niet van invloed op het netto resultaat van deze meicirculaire. Hieronder volgt een toelichting op de diverse taakmutaties. Energietoeslag 2022 Op 15 maart 2022 is het wetsvoorstel eenmalige energietoeslag lage inkomens ingediend bij de Tweede Kamer.
Met het wetsvoorstel krijgen gemeenten de bevoegdheid om dit jaar een eenmalige tegemoetkoming voor de gestegen energieprijzen toe te kennen aan huishoudens met een laag inkomen. De bedragen van € 800 per huishouden zijn leidend. Met de 1e bestuursrapportage 2022 hebben wij al een “voorschot” op deze regeling genomen door uw raad om een budget van € 720.000 (voor 900 huishoudens) beschikbaar te stellen. Hardenberg ontvangt nu via deze meicirculaire € 1.662.000. Met de 2e bestuursrapportage zullen wij u verslag doen van de inzet van deze middelen en het aantal huishoudens aan wie wij de toeslag hebben verstrekt. Loon- en prijscompensatie sociaal domein In 2023 wordt een aantal integratie-uitkeringen overgeheveld naar de algemene uitkering. Daarop vooruitlopend worden de integratie-uitkeringen nog verhoogd met een compensatie voor loon- en prijscompensatie. Deze compensatie wordt conform het bestaande beleid toegevoegd aan de stelpost voor prijscompensatie. Eigen bijdrage huishoudelijke hulp WMO Het kabinet is voornemens om met ingang van 2025 de eigen bijdrage aan te passen. Dit zal voor gemeenten tot lagere lasten leiden en is vanaf 2025 een taakstellende besparing, d.w.z. uitname uit het Gemeentefonds opgevoerd van € 95 miljoen.
Voor Hardenberg leidt dit tot een “korting” van rond € 250.000. Zoals in de Kaderbrief 2023 als is voorgesteld, houden wij er rekening mee dat deze korting voor de gemeente budget neutraal gaat verlopen. Met andere woorden, tegenover de korting verwachten wij een besparing (tot hetzelfde bedrag). Integratie en decentralisatie-uitkeringen Voor de uitvoeringskosten van het klimaatakkoord ontvangt Hardenberg in 2022 een bedrag van € 380.000. Verder ontvangt Hardenberg met ingang van 2022 een structureel bedrag van € 40.000 voor uitbreiding van de capaciteit van BOA’s in de openbare ruimte. Vanuit het programma Langer Thuis werkt het ministerie van VWS samen met partijen in het veld aan betere zorg en ondersteuning voor ouderen thuis. Mantelzorgers spelen daar een cruciale rol bij. Aan het gemeentefonds wordt in totaal € 1,5 miljoen toegevoegd om de toegang tot lokale regelingen voor mantelzorgers te vereenvoudigen en de regellast voor mantelzorgers bij de aanvraag van deze voorzieningen te verminderen. Hardenberg ontvangt € 50.000. Burgemeester en wethouders van de gemeente Hardenberg, Secretaris,
Burgemeester,
I.A.A. Oostmeijer-Oosting
M.W. Offinga
Gemeentefonds
Meicirculaire 2022
de gemeentebesturen, ter attentie van de raden en de colleges van B&W
DGOBDR/ Bestuur, Financiën en Regio’s Turfmarkt 147 Den Haag Postbus 20011 2500 EA Den Haag www.rijksoverheid.nl Contactpersoon eventuele vragen per e-mail postbus.gf@minbzk.nl Datum 31 mei 2022 Kenmerk 2022-0000259109
Onderwerp Doelstelling Juridische grondslag Relaties met andere circulaires
Ingangsdatum Geldig tot
meicirculaire gemeentefonds 2022 bekendmaking van beleid en het geven van informatie decembercirculaire 2021 (2021-0000643235); septembercirculaire 2021 (2021-0000478671); meicirculaire 2021 (2021-0000287810) 31 mei 2022 1 juli 2023
Meicirculaire gemeentefonds 2022
Voorwoord
Voor u ligt de meicirculaire gemeentefonds 2022. Deze circulaire informeert u over de gemeentefondsuitkeringen voor 2022 en verder, gebaseerd op de voorjaarsbesluitvorming van het Rijk. In de eerste plaats wil ik mijn waardering uitspreken voor de verrichte inspanningen van gemeenten met betrekking tot de opvang van Oekraïners. De invoering van de nieuwe verdeling van het gemeentefonds zal plaatsvinden per 1 januari 2023. Deze circulaire geeft hierover aanvullende informatie. De politiek-bestuurlijke zaken worden in hoofdstuk 1 belicht. De circulaire is in belangrijke mate een financieel-technisch document. Vooral de latere hoofdstukken richten zich op de doelgroep van financieel specialisten. Ik wens u veel succes toe bij de uitvoering van uw taken. Mede namens de Staatssecretaris van Financiën – Fiscaliteit en Belastingdienst, De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
Hanke Bruins Slot
Meicirculaire gemeentefonds 2022
Meicirculaire gemeentefonds 2022
Inhoudsopgave 1
2
Hoofdpunten ..................................................................................................... 1 1.1
Inleiding ................................................................................................... 1
1.2
Algemene uitkering .................................................................................... 1
1.3
Nieuwe verdeling gemeentefonds per 2023 .................................................... 3
1.4
Vergoeding opvang ontheemden Oekraïne ..................................................... 4
1.5
Decentralisatie- en integratie-uitkeringen ...................................................... 5
Algemene uitkering ............................................................................................ 7 2.1
Inleiding ................................................................................................... 7
2.2
Wijzigingen in de omvang van de algemene uitkering ...................................... 7
1a. Accres......................................................................................................... 8 1b. Volkshuisvestingsfonds ................................................................................ 11 1c. Woningbouwimpuls ..................................................................................... 11 2.
Opschalingskorting (Coalitieakkoord) .......................................................... 11
3.
Plafond BTW-compensatiefonds .................................................................. 11
4.
Knelpunten verdeelsystematiek .................................................................. 12
5.
Financiering Nationale Inzet Krijgsmacht (FNIK) ........................................... 12
6.
Raadsledenvergoeding kleine gemeenten ..................................................... 13
7.
Permanente registratie kiezers buitenland .................................................... 13
8.
Energietoeslag ......................................................................................... 13
9.
Jeugdhulp: subsidieregeling continuïteitsregeling cruciale jeugdzorg ................ 14
10.
Toezicht en handhaving voor EPBD III ......................................................... 14
11.
Prenataal huisbezoek ................................................................................ 15
12.
Versterking dienstverlening gemeenten: Systeemleren .................................. 15
13.
Participatie .............................................................................................. 15
14.
Eigen bijdrage huishoudelijke hulp (Coalitieakkoord) ..................................... 16
15.
Overgangsrecht levenslang ........................................................................ 16
16.
Jeugdzorg (Coalitieakkoord) ...................................................................... 16
17.
Voogdij 18+: overheveling vanuit IU ........................................................... 17
18.
Inburgering: overheveling vanuit IU............................................................ 17
19.
Valpreventie bij ouderen (Coalitieakkoord) ................................................... 17
2.3
Verdeling mutaties algemene uitkering ........................................................ 17
2.4
Overige mededelingen algemene uitkering ................................................... 18
2.4.1
Bommenregeling .................................................................................. 18
2.4.2
Bevolkingsdaling ................................................................................... 19
2.4.3
Meerkosten corona 2022 – Wmo 2015 en Jeugdwet ................................... 20
2.5
Veranderingen in het verdeelstelsel............................................................. 20
2.5.1
Inleiding .............................................................................................. 20
2.5.2
Nieuwe verdeling gemeentefonds per 2023 ............................................... 20
2.5.3
Maatstaf ozb: WOZ-waardering en aanpassing rekentarieven ...................... 24
Meicirculaire gemeentefonds 2022
2.6 3
Maatstaven, gewichten, uitkeringsfactor en overige uitkeringsonderdelen ......... 24
Decentralisatie- en integratie-uitkeringen ............................................................ 29 3.1
Inleiding ................................................................................................. 29
3.2
Omvang en verdeling decentralisatie- en integratie-uitkeringen ...................... 29
1.
Voogdij 18+ ............................................................................................ 32
2.
Inburgering ............................................................................................. 33
3.
Participatie .............................................................................................. 34
4.
Raadsledenvergoeding kleine gemeenten ..................................................... 35
5.
Beschermd wonen .................................................................................... 35
6.
Inkomstenderving 2020 (covid-19) ............................................................. 36
7.
Uitvoeringskosten klimaatakkoord .............................................................. 37
8.
Brede Aanpak dak- en thuisloosheid............................................................ 38
9.
Crisisdienstverlening ................................................................................. 38
10.
Versterking dienstverlening gemeenten ....................................................... 39
10a. Vrouwenopvang (Kind- en gezinsbescherming) ................................................ 40 10b. Systeemleren .............................................................................................. 40 11.
Extra capaciteit BOA’s ............................................................................... 40
12.
Regionale Energie Strategieën (RES) ........................................................... 41
13.
Bodembescherming .................................................................................. 41
14.
Gezond in de Stad .................................................................................... 41
15.
Aanpak lerarentekort G4 ........................................................................... 42
16.
Einde lening inburgeringsplichtig (ELIP) ....................................................... 42
17.
Windpark N33.......................................................................................... 42
18.
Erfgoed Deal ........................................................................................... 43
19.
Mantelzorgbeleid ...................................................................................... 43
20.
Experiment gesloten coffeeshopketen ......................................................... 43
21.
Uitstapprogramma prostituees ................................................................... 44
22.
Centrale stemopneming ............................................................................ 44
23.
Veilige steden .......................................................................................... 44
24.
Handhaving quarantaine (covid-19) ............................................................ 45
25.
Duurzame Polder ..................................................................................... 45
26.
Online weerbaarheid ................................................................................. 45
27.
Informele scholing.................................................................................... 45
28.
Knelpunten verdeelsystematiek .................................................................. 46
29.
LHBTI-emancipatiebeleid ........................................................................... 46
3.3. Verdeling bestaande decentralisatie- en integratie-uitkeringen en overige mededelingen .................................................................................................... 46 3.3.1 Maatschappelijke opvang .......................................................................... 46 3.3.2 Armoedebestrijding kinderen ..................................................................... 47 3.3.3 Kinderen in een AZC................................................................................. 47 3.3.4 Basisregistratie Personen (BRP): centralisering inschrijving vergunninghouders . 47
Meicirculaire gemeentefonds 2022
3.3.5 Omgevingswet ........................................................................................ 48 3.3.6 Wet kwaliteitsborging bouwen.................................................................... 48 3.3.7 4
Voortzetting pleegzorg alleenstaande minderjarige vreemdelingen (AMV) ...... 48
Overige mededelingen .................................................................................... 49 4.1
Inleiding ................................................................................................. 49
4.2
Gemeentefondstotalen, bevoorschotting en nominale ontwikkelingen ............... 49
4.3
Voorstel Rijk vastzetten volumecomponent accres ......................................... 50
4.4
Beleidsdoorlichting Btw-compensatiefonds ................................................... 50
4.5
Advies raming ruimte onder het plafond BCF ................................................ 51
4.6
Integraal overzicht financiën gemeenten...................................................... 52
4.7
Analyse gemeentebegrotingen ................................................................... 52
4.8
Landelijk gemiddelde kengetal belastingcapaciteit ......................................... 52
4.9
Taskforce op het uitkeringsstelsel ............................................................... 53
4.10
Verfijning Iv3-taakvelden sociaal domein ..................................................... 54
4.11
Website gemeentefinanciën: www.findo.nl ................................................... 54
4.12
Redelijk peil 2023 .................................................................................... 54
Bijlagen ............................................................................................................... 55 Bijlage 2.1.1 Bedragen per eenheid en uitkeringsfactor 2022 .................................... 55 Bijlage 2.1.2 Bedragen per eenheid 2022 per cluster................................................ 59 Bijlage 2.1.3 Bedragen per eenheid en uitkeringsfactor 2023 .................................... 62 Bijlage 2.1.4 Bedragen per eenheid 2023 per cluster................................................ 65 Bijlage 2.2.1 Opbouw algemene uitkeringen 2022 – 2027 (huidige verdeelmodel) ........ 67 Bijlage 2.2.1 Opbouw algemene uitkeringen 2022 – 2027 (nieuwe verdeelmodel) ........ 69 Bijlage 2.2.2 Overzicht mutaties 2021 BTW-compensatiefonds .................................. 71 Bijlage 2.4.1 Suppletie-uitkering bommenregeling ................................................... 72 Bijlage 2.5.2a Ingroeipad nieuwe verdeling gemeentefonds per 2023 ......................... 74 Bijlage 2.5.2b Overzicht van (wijzigingen in) verdeelmaatstaven vanaf 2023 ............... 82 Bijlage 2.6.1 Aanvullende informatie uitkeringsfactor ............................................... 88 Bijlage 2.6.2 Volumina maatstaven 2023 – 2027 ..................................................... 90 Bijlage 3.2-4 Integratie-uitkering Raadsledenvergoeding kleine gemeenten .................
93 Bijlage 3.2-6 Decentralisatie-uitkering Inkomstenderving 2020 (covid-19) .................. 95 Bijlage 3.2-7 Decentralisatie-uitkering Uitvoeringskosten klimaatakkoord .................... 96 Bijlage 3.2-8 Decentralisatie-uitkering Brede aanpak dak- en thuisloosheid ............... 100 Bijlage 3.2-9 Decentralisatie-uitkering Crisisdienstverlening .................................... 101 Bijlage 3.2-11 Decentralisatie-uitkering Extra capaciteit BOA’s ................................. 102 Bijlage 3.2-12 Decentralisatie-uitkering Regionale Energie Strategieën (RES) ............ 106 Bijlage 3.2-13 Decentralisatie-uitkering Bodembescherming.................................... 107 Bijlage 3.2-14 Decentralisatie-uitkering Gezond in de stad ...................................... 108 Bijlage 3.2-16 Decentralisatie-uitkering Einde lening inburgeringsplichtig (ELIP) ........ 111 Bijlage 3.2-19 Decentralisatie-uitkering Mantelzorgbeleid ....................................... 115 Bijlage 3.2-20 Decentralisatie-uitkering Experiment gesloten coffeeshopketen ........... 116
Meicirculaire gemeentefonds 2022
Bijlage 3.2-21 Decentralisatie-uitkering Uitstapprogramma prostituees ..................... 117 Bijlage 3.2-22 Decentralisatie-uitkering Centrale stemopneming .............................. 118 Bijlage 3.2-23 Decentralisatie-uitkering Veilige steden............................................ 119 Bijlage 3.2-24 Decentralisatie-uitkering Handhaving quarantaine (covid-19) .............. 120 Bijlage 3.3.1 Decentralisatie-uitkering Maatschappelijke opvang .............................. 124 Bijlage 3.3.2 Decentralisatie-uitkering Armoedebestrijding kinderen ......................... 125 Bijlage 3.3.5 Indicatief bedrag decentralisatie-uitkering Omgevingswet..................... 131 Bijlage 3.3.6 Indicatief bedrag decentralisatie-uitkering Wet kwaliteitsborging bouwen (Wkb) ............................................................................................................. 135 Bijlage 4.11 Redelijk peil 2023 ............................................................................ 143
Meicirculaire gemeentefonds 2022
1
Hoofdpunten
1.1
Inleiding
Deze circulaire informeert gemeenten over de gemeentefondsuitkeringen. Het gemeentefonds is de grootste inkomstenbron van de gemeenten. Daarnaast bepalen factoren als belastingopbrengsten, gemeentelijke rentebaten, dividendopbrengsten en grondexploitatie mede de financiële ruimte van gemeenten. Zij vallen echter buiten het bestek van deze circulaire. Gemeenten ontvangen in principe op drie tijdstippen in het jaar informatie over de gemeentefondsuitkeringen: in mei op basis van de Voorjaarsnota, in september op basis van de Miljoenennota en in december, ter afronding van het lopende jaar, op basis van de Najaarsnota. De informatie is steeds onder het voorbehoud van parlementaire goedkeuring. De indeling van de circulaire is afgestemd op de soorten uitkeringen die het gemeentefonds kent: de algemene uitkering, de decentralisatie- en de integratie-uitkeringen.
1.2
Algemene uitkering
Accres De ontwikkeling van de algemene uitkering wordt voor een belangrijk deel bepaald door de ontwikkeling van de totale rijksuitgaven (accresrelevante uitgaven; ARU). Volgens de normeringssystematiek (trap-op-trap-af) hebben wijzigingen in de ARU direct invloed op de ontwikkeling van de algemene uitkering en daarmee op de omvang van het gemeentefonds. De jaarlijkse toe- of afname van het gemeentefonds, voortvloeiend uit de normeringssystematiek, wordt het accres genoemd. In deze circulaire is een nieuwe accresraming opgenomen voor het jaar 2022 en verder, berekend conform de systematiek zoals deze is vastgesteld in het Coalitieakkoord en de daaruit volgende Startnota. Voor 2022 tot en met 2025 wordt de bestaande normeringssystematiek toegepast. Vanaf 2026 is het accres vastgezet op een plus van in totaal 1 miljard euro bovenop de stand Miljoenennota 2022. Over de 1 miljard euro vindt nog wel indexatie plaats voor de loon- en prijsontwikkeling. Als gevolg hiervan is er voor alle jaren tot en met 2025 sprake van een jaar-op-jaar opwaartse bijstelling van het accres. In 2026 is er ten opzichte van het in de septembercirculaire opgenomen totaal cumulatief accres in dat jaar een stijging: zowel vanwege de plus van 1 miljard euro uit het Coalitieakkoord als vanwege de loon- en prijsbijstelling.
Ten opzichte van 2025 is er in 2026 sprake van een neerwaartse bijstelling van het accres doordat het accres vanaf 2026 is vastgezet op een plus van 1 miljard euro ten opzichte van de stand bij Miljoenennota 2022. Een toelichting op de accresontwikkelingen is opgenomen in paragraaf 2.2-2 en meer in detail in bijlage 8 van de Voorjaarsnota 2022.
Meicirculaire gemeentefonds 2022
1
Plafond BTW-compensatiefonds Verder informeert deze circulaire over de definitieve afrekening van de ruimte onder het plafond van het BTW-compensatiefonds (BCF) over 2021. Ten opzichte van de septembercirculaire 2021 is sprake van een opwaartse bijstelling van € 134,975 miljoen, waarvan het aandeel van de gemeenten € 119,490 miljoen bedraagt. Zoals gebruikelijk wordt de definitieve afrekening over 2021 verwerkt in uitkeringsjaar 2022. Financieringssystematiek medeoverheden Met de koepels wordt in een gezamenlijk proces met een onafhankelijk begeleider gewerkt om te komen tot een nieuwe financieringssystematiek voor 2026 en verder. Daarbij wordt ook gekeken naar de zorg die gemeenten en provincies ervaren over hun financiën in 2026 en verder. De opdracht is om te komen tot een analyse van de financiële gevolgen van het Coalitieakkoord voor gemeenten en provincies. Daarnaast zal naar oplossingen gezocht worden voor de korte en lange termijn. De Tweede Kamer zal voor de zomer worden geïnformeerd over de uitkomst en de vervolgstappen.
Gevolgen Coalitieakkoord De volgende reeksen uit het Coalitieakkoord zijn verwerkt: opschalingskorting, overige dossiers medeoverheden (Omgevingswet en Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (indicatieve reeksen)), Jeugdzorg (2023) en de negatieve reeksen als gevolg van de investering in valpreventie (per saldo een besparing van € 10 miljoen in 2023, oplopend naar € 16,667 structureel vanaf 2027) en Wmo als gevolg van de aanpassing van de eigen bijdrage voor de huishoudelijke hulp (de aanpassing dient vanaf 2025 te leiden tot een taakstellende besparing van € 95 miljoen). Energietoeslag Op 15 maart jl. is het wetsvoorstel eenmalige energietoeslag lage inkomens ingediend bij de Tweede Kamer.1 Met het wetsvoorstel krijgen gemeenten de bevoegdheid om dit jaar via categoriale bijzondere bijstand een eenmalige tegemoetkoming voor de gestegen energieprijzen toe te kennen aan huishoudens met een laag inkomen. Voor de uitvoering en uitgifte van de eenmalige aanvullende tegemoetkoming – voor huishoudens met een laag inkomen - heeft het kabinet in maart 2022 een eenmalig budget van € 679 miljoen beschikbaar gesteld. In de voorjaarsbesluitvorming is een aanvullend bedrag van € 175 miljoen beschikbaar gesteld, waardoor het totaal beschikbare bedrag uitkomt op € 854 miljoen. Deze middelen worden via de algemene uitkering aan gemeenten verstrekt.
Jeugdzorg Het kabinet stelt voor 2023 incidenteel € 1,454 miljard extra beschikbaar voor de jeugdzorg. Hierbij gaat het kabinet er vanuit dat gemeenten inzetten op besparingsmaatregelen voor een bedrag van € 374 miljoen op de jeugdzorguitgaven in 2023 (die ook onderdeel is van de reeks van de Commissie van Wijzen). Vanuit de € 1,454 miljard is, vooruitlopend op de nadere invulling van de hervormingsagenda, € 9 miljoen overgeheveld naar de begroting van het ministerie van VWS 1 Kamerstuk 36057, nr. 5: Wijziging van de Participatiewet in verband met het eenmalig categoriaal verstrekken van een energietoeslag aan huishoudens met een laag inkomen | Tweede Kamer der Staten-Generaal
Meicirculaire gemeentefonds 2022
2
ten behoeve van de uitvoering van de hervormingsagenda in 2023. De besteding van deze middelen vindt plaats in samenspraak met de VNG. Het overige deel (€ 1,445 miljard) is toegevoegd aan de algemene uitkering aan gemeenten ter compensatie van de tekorten in de jeugdzorg. Daarnaast gaat het kabinet de komende tijd met gemeenten en andere relevante partijen verder in gesprek over de Hervormingsagenda Jeugd, die moet bestaan uit een combinatie van een set van maatregelen en een financieel kader waarmee een structureel houdbaarder jeugdstelsel wordt gerealiseerd. Het kabinet zal bij het afsluiten van de Hervormingsagenda ook besluiten over de extra middelen voor 2024 en verder die aan gemeenten beschikbaar gesteld worden, waarbij het advies van de Commissie van Wijzen het uitgangspunt vormt. In het Coalitieakkoord is daarnaast een extra besparing in het jeugddomein opgenomen met een omvang van € 100 miljoen in 2024, oplopend naar € 500 miljoen in 2025 en 2026, en structureel € 511 miljoen vanaf 2027. Het kabinet heeft besloten dat deze besparing een Rijksverantwoordelijkheid is.2 Het is aan het Rijk de besparing in te vullen met (wettelijke) maatregelen waarvoor het Rijk aan zet is en die aanvullend zijn op de beoogde Hervormingsagenda.
Het gaat daarbij om maatregelen waardoor gemeenten minder middelen nodig hebben of waarbij alternatieve inkomsten gegenereerd worden door middel van de invoering van een eigen bijdrage. Ook draagt het Rijk het budgettaire risico ingeval (een deel van) deze maatregelen geen of niet tijdig doorgang vinden. Uiteraard is het noodzakelijk - en gaat het kabinet hiervan uit - dat gemeenten hun medewerking verlenen bij de uitwerking en uitvoering van deze maatregelen.
1.3
Nieuwe verdeling gemeentefonds per 2023
De afgelopen jaren hebben de fondsbeheerders samen met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), gemeenten en de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) gewerkt aan de nieuwe verdeling van het gemeentefonds. Op 6 april jl. zijn de Tweede Kamer en gemeenten door de fondsbeheerders geïnformeerd over de invoering van de nieuwe verdeling per 1 januari 2023.3 Gegeven de ontvangen adviezen van de ROB en de VNG en de reacties van gemeenten hebben de fondsbeheerders besloten het ingroeipad – het pad waarmee gemeenten naar de nieuwe verdeling ingroeien – te beperken tot 3 jaar. Het maximale effect is -/+ € 7,50 per inwoner in 2023 en -/+ € 15 per inwoner in 2024 en 2025. Daarmee komt het maximale effect op -/+ € 37,50 per inwoner in 2025. Voor gemeenten met een beperkte financiële draagkracht en een lage sociaal economische status geldt tot en met 2025 een aangepast ingroeipad. Dat geldt eveneens voor gemeenten die tot en met 2022 aanvullende middelen ontvangen vanwege bevolkingsdaling. Deze circulaire bevat informatie over welke gemeenten in aanmerking komen voor het aangepaste ingroeipad en de criteria die daarbij zijn gehanteerd (zie paragraaf 2.5.2 en bijlage 2.5.2a). Het maximale negatieve effect voor gemeenten met een aangepast ingroeipad is € 22,50 per inwoner: - € 5 per inwoner in 2023, - € 7,50 per inwoner in 2024 en - € 10 per inwoner in 2025.
Zie hiervoor de kamerbrief van 13 mei 2022 van VWS en JenV over hun visie op het stelsel van de jeugdzorg en de hervormingen die volgens de bewindspersonen nodig zijn. Kamerbrief over visie op stelsel jeugdzorg en noodzakelijke hervormingen | Kamerstuk | Rijksoverheid.nl 3 Invoering van de nieuwe verdeling van het gemeentefonds | Tweede Kamer der Staten-Generaal en Maartbrief 2022 aan gemeenten en provincies | Brief | Rijksoverheid.nl 2
Meicirculaire gemeentefonds 2022
3
De berekeningen op basis van de reeksen in het Coalitieakkoord (accres en opschalingskorting) tonen aan dat geen enkele gemeente er in de periode 2023-2025 financieel op achteruit zal gaan als gevolg van invoering van het nieuwe model. Het model is geen eindstation en zal continu onderhoud vragen. Zoals reeds in de brief van 7 december 20214 aan de VNG aangegeven omarmen de fondsbeheerders het advies van de ROB inclusief de door de ROB voorgestelde onderzoeksagenda. De fondsbeheerders geven hier graag in nauw overleg met de ROB, de VNG en de gemeenten nadere invulling en uitvoering aan. De Tweede Kamer zal nog voor de zomer nader worden geïnformeerd over de onderzoeksagenda. De invoering van het nieuwe model zal tijdig geëvalueerd worden en aan de hand van deze evaluatie zal besloten worden over het traject 2026 en verder. Deze circulaire geeft in paragraaf 2.5.2 aanvullende informatie over de invoering van het nieuwe verdeelmodel.
1.4
Vergoeding opvang ontheemden Oekraïne
Op dit moment werken gemeenten en veiligheidsregio’s aan het realiseren van opvangplekken. Gemeenten vangen ontheemden op in verschillende locaties door het hele land. Om gemeenten duidelijkheid te geven over wat zij ontheemden kunnen bieden en welke kosten vergoed worden door het Rijk, is een regeling voor een specifieke uitkering op basis van normbedragen opgesteld. De hoogte van de normbedragen zal worden gemonitord. Indien uit de monitoring blijkt dat de normbedragen lager zijn dan de werkelijke kosten, zal een opwaartse bijstelling van de norm plaatsvinden. Uitgangspunt is reële compensatie van de extra kosten die gemeenten als gevolg van de opvang van ontheemden uit Oekraïne maken. De hoogte en omvang daarvan vragen om een politiek bestuurlijke afweging, met als uitgangspunt dat gemeenten er als gevolg van de opvang van ontheemden uit Oekraïne niet slechter voor komen te staan dan daarvoor.5
Tijdelijke onderwijshuisvesting Door de instroom van Oekraïense leerlingen volstaat in sommige gemeenten de bestaande onderwijshuisvesting niet. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het realiseren van voldoende en adequate onderwijshuisvesting. OCW wil gemeenten hierbij ondersteunen en om die reden wordt € 136,3 miljoen gereserveerd voor de periode tot aan de zomervakantie. Daarna zal opnieuw worden bezien of de middelen nodig zijn en hoe deze verdeeld zullen worden. Het plan is om de middelen via een specifieke uitkering aan gemeenten te verstrekken. Uitgangspunt is dat gemeenten zelf de kosten voorschieten en achteraf vergoed krijgen op basis van gerealiseerde kosten (binnenkort meer informatie via www.rijksoverheid.nl/onderwijsvooroekraine).6
Tweede Kamer, vergaderjaar 2020-2021, 35 570 B, nr. 13 Leefgeld Oekraïners | Tweede Kamer der Staten-Generaal 6 Verzamelbrief Opvang ontheemden uit Oekraïne | Kamerstuk | Rijksoverheid.nl 4 5
Meicirculaire gemeentefonds 2022
4
Leerlingenvervoer Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het inrichten van leerlingenvervoer. Nieuwkomersonderwijs wordt zo veel als mogelijk centraal georganiseerd, waardoor de afstand tussen opvanglocaties en de onderwijsinstellingen kan toenemen. Daarom worden gemeenten gesteund in het organiseren van leerlingenvervoer voor nieuwkomersonderwijs. Dit betreft een eenmalige decentrale uitkering voor de periode 1 maart 2022 – 16 juli 2022 (exclusief schoolvakanties).7 Veiligheidsregio’ s en GGD’ en Voor de bedrijfsvoering en kosten voor GGD en veiligheidsregio’s en gemeenten met een coördinerende taak moet een systeem voor vergoeding worden opgericht. Om de 25 veiligheidsregio’s in de periode van 9,5 maanden (half maart t/m december) te kunnen ondersteunen is een bedrag van ca. € 500.000 per maand per regio geschat, de raming van het budgettair beslag is op basis hiervan € 119 miljoen. Onderuitputting vloeit terug naar de schatkist.8
Jeugdwet, Wmo, Basistakenpakket JGZ, Rijksvaccinatieprogramma en Prenataal Huisbezoek Voor Oekraïense ontheemden ligt de verantwoordelijkheid voor de zorg en ondersteuning vanuit de Wmo en de Jeugdwet, en de uitvoering van het basistakenpakket Jeugdgezondheidszorg, het Rijksvaccinatieprogramma en het prenataal huisbezoek uit de Wet publieke gezondheid bij gemeenten. Het aantal Oekraïense ontheemden is dusdanig groot in omvang dat dit niet als een onderdeel van gebruikelijke fluctuaties in de zorgvraag kan worden gezien. Bovendien is er sprake van een clustering van Oekraïense ontheemden in specifieke gemeenten, namelijk in die gemeenten waar opvanglocaties zijn gerealiseerd. Het kabinet heeft op 25 mei 20229 besloten om gemeenten te compenseren voor de extra kosten in het jaar 2022 die zij t.a.v. bovengenoemde taken maken. De compensatie wordt vastgesteld op basis van (een raming) van daadwerkelijke aantallen opgevangen Oekraïense ontheemden. In de decembercirculaire 2022 zal de compensatie worden verwerkt. De komende periode wordt de compensatie en verdeling, in overleg tussen het Rijk en VNG, nader uitgewerkt.
1.5
Decentralisatie- en integratie-uitkeringen
Hoofdstuk 3 van deze circulaire bevat voor uitkeringsjaar 2022 en verder ook een aantal wijzigingen in de decentralisatie- en integratie-uitkeringen. Het gaat zowel om de aanpassing van bestaande als om nieuwe uitkeringen. In hoofdstuk 3 is een compleet overzicht opgenomen. De belangrijke wijzigingen die in deze circulaire verwerkt zijn betreffen: -
De decentralisatie-uitkering Inkomstenderving 2020 ad € 151,794 miljoen. In de decembercirculaire 2021 is voor 282 gemeenten de volledige compensatie over de inkomstenderving 2020 afgerond. De compensatie van de resterende gemeenten vindt grotendeels in deze circulaire plaats;
Verzamelbrief Opvang ontheemden uit Oekraïne | Kamerstuk | Rijksoverheid.nl Verzamelbrief Opvang ontheemden uit Oekraïne | Kamerstuk | Rijksoverheid.nl 9 Detail 2022D21520 | Tweede Kamer der Staten-Generaal 7 8
Meicirculaire gemeentefonds 2022
5
-
De decentralisatie-uitkering Uitvoeringsmiddelen klimaatbeleid ad € 112,591 miljoen om de uitvoering van het bestaande klimaatbeleid in 2022 te kunnen voortzetten.
-
De integratie-uitkeringen Beschermd wonen, Participatie en Voogdij/18+ zijn geïndexeerd. In totaal is voor loon- en prijsbijstelling en volume-indexatie een bedrag van structureel ruim € 191 miljoen toegevoegd;
-
De integratie-uitkeringen Raadsledenvergoeding kleine gemeenten, Participatie (onderdelen Nieuw Wajong en Nieuw begeleiding (excl. beschut werk)), Voogdij/18+ en Inburgering worden met de ingang van het nieuwe verdeelmodel in 2023 toegevoegd aan de algemene uitkering. In 2023 is met de overhevelingen in totaal een bedrag gemoeid van ruim € 932 miljoen, wat in de jaren daarna verder oploopt.
Meicirculaire gemeentefonds 2022
6
2
Algemene uitkering
2.1
Inleiding
Binnen het gemeentefonds is de algemene uitkering de grootste component. Het bedrag aan algemene uitkering wordt verdeeld over de gemeenten via maatstaven, zoals het inwonertal en de oppervlakte van een gemeente, een aan de maatstaven gekoppeld gewicht (bedrag per eenheid) en de uitkeringsfactor (de voor alle gemeenten gelijke vermenigvuldigingsfactor). Die drie componenten zijn aan wijzigingen onderhevig. Dit hoofdstuk geeft informatie over de aanleiding voor die wijzigingen en over de uitwerking ervan. In paragraaf 2.2 worden de wijzigingen in de omvang van de algemene uitkering behandeld en in paragraaf 2.3 worden de consequenties daarvan voor de verdeling aangegeven. In paragraaf 2.4 volgen de overige mededelingen over de algemene uitkering en in paragraaf 2.5 zijn de mededelingen over de wijzigingen in het verdeelstelsel opgenomen. Paragraaf 2.6 informeert de gemeenten over een aantal gegevens voor de berekening van de algemene uitkering, te weten: maatstaven, gewichten en uitkeringsfactoren. Het totaal van alle wijzigingen vindt zijn neerslag in de bijlagen 2.1.1 tot en met 2.1.4, die overzichten bevatten van maatstaven, bedragen per eenheid en uitkeringsfactoren. De algemene uitkering is vrij besteedbaar voor gemeenten.
Eventuele opmerkingen die over de algemene uitkering in deze circulaire worden gemaakt, zijn niet meer dan voorbeelden die illustreren met welke kosten gemeenten geconfronteerd worden. Dit inzicht is ook van belang voor de Tweede Kamer. Met de betreffende teksten wordt niet beoogd het bestedingsdoel nader te omschrijven, of op welke wijze dan ook de middelen te oormerken.
2.2
Wijzigingen in de omvang van de algemene uitkering
Tabel 2.2.1 bevat de wijzigingen in de omvang van de algemene uitkering over de periode 2022 tot en met 2027 ten opzichte van de decembercirculaire 2021. Het betreft achtereenvolgens: 1.
Algemene mutaties Deze mutaties hebben betekenis voor de financiële ruimte van de gemeenten, zonder veranderingen in het takenpakket.
2.
Taakmutaties Deze mutaties hebben betrekking op taakmutaties bij gemeenten en hebben corresponderende gevolgen voor inkomsten of uitgaven. De mutaties zijn geordend volgens de clusterindeling van het gemeentefonds om gemeenten een overzicht te bieden per beleidsterrein. De clusterindeling, naar gelijksoortige gemeentelijke beleidsvelden, is een hulpmiddel bij het onderhoud van de verdeling. Het staat gemeenten vrij de indeling al dan niet voor eigen doeleinden te hanteren en de clusterindeling heeft geen gevolgen voor de bestedingsvrijheid van de algemene uitkering.
Tabel 2.2.1 geeft een totaalbeeld van de mutaties in de omvang van de algemene uitkering van circulaire op circulaire. De mutaties hebben betrekking op 2022 en verder en worden onder de
Meicirculaire gemeentefonds 2022
7
tabel toegelicht. In bijlage 2.2.1 zijn de mutaties uit tabel 2.2.1 samengenomen met de mutaties uit eerdere circulaires. Deze bijlage geeft een totaalbeeld van de mutaties van jaar op jaar. Tabel 2.2.1 Ontwikkeling algemene uitkering, mutaties ten opzichte van de decembercirculaire 2021 (in duizenden euro's) 2022 2023 2024 2025 stand decembercirculaire 2021 1a) 1b) 1c) 2) 3) 4) 5) 6a)
2026
2027
30.674.140 29.334.531 29.904.730 30.773.263 31.801.017 31.776.038
algemene mutaties Accres Volkshuisvestingsfonds Woningbouwimpuls Opschalingskorting (Coalitieakkoord) Plafond BTW-compensatiefonds Knelpunten verdeelsystematiek Financiering Nationale Inzet Krijgsmacht (FNIK) Raadsledenvergoeding kleine gemeenten
1.008.105
119.490
2.552.020 -150.000 -100.000 400.000
4.140.507 -150.000 -100.000 535.000
5.215.256 -150.000 -100.000 675.000
2.811.002
3.892.887
83 291
83 291
83 291
83 291
-97 83 291
83 291
taakmutaties 2022 7)
cluster Overig Permanente registratie kiezers buitenland
8)
cluster Inkomen en participatie Energietoeslag
9)
cluster Jeugd Jeugdhulp: subsidieregeling cointinuïteitsregeling cruciale jeugdzorg
-8.900
10)
cluster Infrastructuur en gebiedsontwikkeling Toezicht en handhaving voor EPBD III
1.797
11)
cluster Volksgezondheid Prenataal huisbezoek
-2.252
808 854.000
taakmutaties 2023 tot en met 2027 6b) 12)
cluster Bestuur en ondersteuning Raadsledenvergoeding kleine gemeenten: overheveling vanuit IU Versterking dienstverlening gemeenten: Systeemleren
9.776 5.000
9.776 5.000
9.776 5.000
9.776 5.000
9.776 5.000
13a) 13b)
cluster Participatie Participatie: Wajong overheveling vanuit IU Participatie: Regulier werk overheveling vanuit IU
56.175 53.384
57.327 56.371
58.374 61.228
59.892 65.400
70.976 80.336
14) 15)
cluster Individuele voorzieningen Wmo Eigen bijdrage huishoudelijke hulp (Coalitieakkoord) Overgangsrecht levenslang
-95.000
-95.000
-95.000 1.158
16) 17)
cluster Individuele voorzieningen Jeugd Jeugdzorg (Coalitieakkoord) Voogdij 18+: overheveling vanuit IU
1.445.000 736.676
736.676
736.676
736.676
736.676
18) 19)
cluster Sociale basisvoorzieningen Inburgering: overheveling vanuit IU Valpreventie bij ouderen (Coalitieakkoord)
76.571 -10.000
74.437 -15.000
72.067 -15.000
70.990 -15.833
70.567 -16.667
stand deze circulaire
32.647.562 34.409.507 35.255.198 37.247.014 35.449.294 36.532.024
Toelichting
1a. Accres Zoals toegelicht in het Coalitieakkoord en de daaruit volgende Startnota heeft het kabinet Rutte IV besloten twee belangrijke wijzigingen in de indexering van de algemene uitkering van de fondsen door te voeren. Allereerst is besloten dat tot en met 2025 het accres grotendeels op basis van bestaande afspraken berekend wordt. Nieuw zijn de uitzondering op de accresrelevante uitgaven (aru) voor een aantal investeringsfondsen. Over het vastzetten van het volumedeel van het accres voor de periode tot en met 2025 is het Rijk in gesprek met de koepels. De verschillende tranches in
Meicirculaire gemeentefonds 2022
8
tabel 2.2.3 tot en met 2.2.5 laten een stijgende lijn in de hoogte van het accres zien. Tabel 2.2.3 en 2.2.4 laten de actuele raming van de jaarlijkse accrestranches zien voor de jaren 2022-2025, zowel in duizenden euro’s als in procenten. In het Coalitieakkoord zijn middelen voor de woningbouwimpuls (10x100 miljoen) en volkshuisvesting (4x150 miljoen) opgenomen. Deze middelen worden voor de jaren 2023 tot en met 2025 onttrokken aan het voor die jaren gereserveerde accres. Tabel 2.2.3 Actuele raming accressen gemeentefonds 2022-2025 (in duizenden euro’s) 2022
2023
2024
2025
Stand mei- en septembercirculaire 2021
1.493.059
741.322
711.008
1.010.303
Mutatie jaarlijkse tranches
1.008.105
1.543915
1.588.487
1.074.749
Stand meicirculaire 2022
2.501.164
2.285.237
2.299.495
2.085.052
Cumulatief accres
2.501.164
4.786.401
7.085.896
9.170.948
Uitname woningbouwimpuls
-100.000
-200.000
-300.000
Uitname volkshuisvesting
-150.000
-300.000
-450.00
4.536.401
6.585.896
8.420.948
Cumulatief accres via gemeentefonds
2.501.164
Tabel 2.2.4 Actuele raming groei accres relevante uitgaven (ARU) 2022-2025 (in procenten)
Stand Miljoenennota 2022 Mutatie jaarlijkse tranches in Voorjaarsnota 2022 Stand Voorjaarsnota 2022
2022
2023
2024
2025
5,0%
2,4%
2,4%
3,3%
3,4%
4,3%
4,3%
2,6%
8,4%
6,7%
6,7%
5,9%
De jaarlijkse groei van de accres relevante uitgaven (ARU) bepaalt het accres percentage. De uitnames voor de Woningbouwimpuls en het Volkshuisvestingsfonds hebben geen invloed op de ARU en daarmee ook niet op het accres percentage. Tabel 2.2.5 maakt de mutaties van de accrestranches per jaar inzichtelijk. De totaalregel in de tabel correspondeert met de accresregel in tabel 2.2.1.
Meicirculaire gemeentefonds 2022
9
Tabel 2.2.5 Mutaties accres tranches gemeentefonds 2022-2025 ten opzichte van de septembercirculaire 2021 (jaartranches, in duizenden euro’s)
Tranche 2022
2022
2023
2024
2025
1.008.105
1.008.105
1.008.105
1.008.105
Tranche 2023
1.543.915
Tranche 2024
1.543.915
1.543.915
1.588.487
1.588.487
Tranche 2025
1074,749
Totaal gewijzigde tranches
1.008.105
2.552.020
4.140.507
5.215.256
Uitname woningbouwimpuls
-100.000
-200.000
-300.000
Uitname volkshuisvesting
-150.000
-300.000
-450.000
2.302.020
3.640.507
4.465.256
Totaal gewijzigde tranche via
1.008.105
gemeentefonds
Ten tweede is in het Coalitieakkoord besloten dat de fondsen vanaf 2026 niet langer via de normeringssystematiek geïndexeerd worden. Daarmee vervalt de koppeling aan de rijksuitgaven. Het gereserveerde accres wordt vanaf 2026 wel bijgesteld als gevolg van de jaarlijkse loon- en prijsontwikkeling zoals deze door het CPB wordt geraamd. De wijze van berekening voor deze jaren wordt getoond in tabel 2.2.6 en tabel 2.2.7 en meer in detail in bijlage 8 van de Voorjaarsnota 2022. In 2026 en 2027 is een opwaartse bijstelling van het accres te zien ten opzichte van de stand Miljoenennota 2022. Tabel 2.2.6 Bijstelling accres Gemeentefonds 2026-2027 als gevolg van CEP (in miljoenen euro, tenzij anders aangegeven) 2026
2027
A. Totale LPO-ontwikkeling vanaf 2022 in %
18,6%
22,3%
B. Oude lpo-ontwikkeling (stand MEV22)
3.589
4.368
C. Nieuwe lpo-ontwikkeling in euro (A*B)
5.560
6.642
D. Mutatie (C-B)
1.971
2.274
593
590
w.v agv lpo 2022
Tabel 2.2.7 Cumulatieve stand accres Gemeentefonds 2026-2027 (in miljoenen euro, tenzij anders aangegeven) 2026
2027
A. volume-accres
2.233
2.233
B. lpo-ontwikkeling
5.560
6.642
C. Totaal cumulatief accres (incl 2022, A+B)
7.793
8.875
w.v. al verwerkt in het Gemeentefonds
2.086
2.083
w.v. gereserveerd
5.708
6.792
Meicirculaire gemeentefonds 2022
10
1b. Volkshuisvestingsfonds In het Coalitieakkoord zijn middelen voor de volkshuisvesting (4 x € 150 miljoen) opgenomen. Deze middelen worden voor de jaren 2023 tot en met 2025 onttrokken aan het voor die jaren gereserveerde accres.
1c. Woningbouwimpuls In het Coalitieakkoord zijn middelen voor de woningbouwimpuls (10 x € 100 miljoen) opgenomen. Deze middelen worden voor de jaren 2023 tot en met 2025 onttrokken aan het voor die jaren gereserveerde accres.
2. Opschalingskorting (Coalitieakkoord) Het kabinet heeft besloten deze kabinetsperiode voor zowel gemeenten als provincies de oploop van de opschalingskorting te schrappen voor de periode 2022 tot en met 2025. Voor 2022 was de oploop van de opschalingskorting voor gemeenten al geschrapt (zie paragraaf 2.2-2 van de septembercirculaire 2021).
3. Plafond BTW-compensatiefonds De ontwikkeling van het BCF en het bijbehorende plafond leiden conform het Financieel Akkoord Rijk/VNG/IPO met ingang van 2015 tot een toename of afname van de algemene uitkering van de fondsen. Bij Miljoenennota 2022 werd de ruimte onder het plafond voor 2021 geraamd op € 243,168 miljoen Bij de definitieve afrekening blijkt deze ruimte te zijn toegenomen met € 134,975 miljoen. Dit overschot wordt toegevoegd aan het gemeentefonds en provinciefonds. Het aandeel van het gemeentefonds daarin bedraagt € 119,490 miljoen. Onderstaande tabel bevat een cijfermatig overzicht van de realisatie 2021: Tabel plafond BCF 2021 (bedragen x € 1.000) Stand mei 2022
Stand september 2021
Verschil
2021
2021
2021
Plafond
4.044.935
3.905.197
139.738
w.v. stand septembercirculaire 2021
3.905.197
4.763
w.v. overhevelingen i.v.m. taakmutaties
139.738
w.v. accres
-
Uitgaven
3.666.792
3.662.029
w.v. gemeenten
3.252.802
3.252.267
535
Ruimte onder plafond
378.143
243.168
134.975
w.v. gemeenten
335.449
215.959
119.490
Het plafond van het BCF is sinds 2015 gekoppeld aan de accrespercentages zoals die volgen uit de normeringssystematiek voor het gemeentefonds en provinciefonds. Het plafond wordt daarnaast aangepast voor taakmutaties (zoals decentralisaties) die gepaard gaan met toevoegingen of
Meicirculaire gemeentefonds 2022
11
onttrekkingen aan het BCF. Als het plafond overschreden wordt, komt het verschil ten laste van het gemeentefonds en het provinciefonds. Bij een realisatie lager dan het plafond komt het verschil ten gunste van het gemeentefonds en provinciefonds. De toevoeging of uitname wordt over het gemeentefonds en provinciefonds verdeeld conform de gerealiseerde aandelen van de gezamenlijke gemeenten en provincies in het BCF. Naar analogie van het accres is ook het plafond van het BCF voor de jaren 2020 en 2021 bevroren (zie paragraaf 2.2-1 van de meicirculaire 2020). Het plafond wordt alleen nog aangepast voor taakmutaties. Het plafond 2021 is ten opzichte van de septembercirculaire 2021 als gevolg van taakmutaties naar boven bijgesteld. In paragraaf 4.5 van deze circulaire is net als in de meicirculaire 2021 een advies opgenomen over de wijze van verwerking van de ruimte onder het plafond BCF voor de gemeentelijke meerjarenbegrotingen. Het advies is opgesteld door het ministerie van BZK in afstemming met de VNG en de provinciale toezichthouders. Bijlage 2.2.2 bevat zoals gebruikelijk een overzicht van alle mutaties van het plafond BCF die verband houden met taakverschuivingen tussen gemeenten en provincies enerzijds en het Rijk anderzijds voor 2021. Het gaat om alle overboekingen die betrekking hebben op het jaar 2021. De overboekingen zelf kunnen ook al eerder zijn verricht.
In overleg met de decentrale overheden is er een ondergrens gehanteerd van € 0,1 miljoen.
4. Knelpunten verdeelsystematiek De meerjarenraming strekt zich met ingang van deze circulaire uit tot en met het jaar 2027. Daardoor wordt in de tabel het onderwerp Knelpunten verdeelsystematiek voor het jaar 2027 zichtbaar met een bedrag van structureel € 0,097 miljoen. De middelen gaan over naar de decentralisatie-uitkering Knelpunten verdeelsystematiek. Deze decentralisatie-uitkering houdt verband met btw-aspecten ten aanzien van wegen die in beheer zijn van waterschappen. Gemeenten zijn op grond van de Wet herverdeling wegenbeheer verplicht om het onderhoud aan hun wegen te bekostigen. Doorgaans kunnen gemeenten de voor het onderhoud van de wegen afgedragen btw declareren bij het BCF. Als het beheer van de wegen is uitbesteed aan de waterschappen is dat echter niet mogelijk. De hogere kosten voor de gemeenten waar het onderhoud aan de wegen wordt verricht door waterschappen, worden met deze uitkering gecompenseerd (zie ook paragraaf 3.2-28).
5. Financiering Nationale Inzet Krijgsmacht (FNIK) De ministeries van Defensie, BZK en JenV hebben in 2010 het convenant Financiering Nationale Inzet Krijgsmacht (FNIK) afgesloten. Gemeenten kunnen in bijzondere omstandigheden een beroep doen op militaire bijstand. Conform het convenant vindt periodiek een evaluatie plaats, waarbij ook naar de verdeling van de totale kosten over de betrokken partijen wordt gekeken. Het totaal beschikbare budget voor FNIK blijft € 3,080 miljoen structureel. Op basis van de evaluatie wordt de bijdrage vanuit het gemeentefonds vanaf 2021 met € 0,083 miljoen naar beneden bijgesteld.
Meicirculaire gemeentefonds 2022
12
Doordat deze bijdrage omlaag gaat, neemt de algemene uitkering met ingang van 2021 met € 0,083 miljoen toe. Het bedrag voor 2021 is verwerkt in de decembercirculaire 2021 (paragraaf 2.2-1). In deze circulaire vindt de verwerking voor 2022 en verder plaats.
6. Raadsledenvergoeding kleine gemeenten 6a) De integratie-uitkering raadsledenvergoeding wordt jaarlijks geactualiseerd. De actualisatie komt ten gunste van de algemene uitkering. Het gaat om een bedrag van € 0,291 miljoen vanaf 2022. 6b) Zoals aangekondigd in paragraaf 3.2-17 van de meicirculaire 2021 wordt de integratieuitkering in het kader van de nieuwe verdeling van het gemeentefonds per 2023 overgeheveld naar de algemene uitkering. Voor 2023 en verder is de algemene uitkering daarom opgehoogd met het bedrag dat beschikbaar was voor de integratie-uitkering.
7. Permanente registratie kiezers buitenland De gemeente Den Haag is conform de Kieswet verantwoordelijk voor de permanente registratie van Nederlanders die in het buitenland wonen en mogen stemmen. De gemeente Den Haag maakt kosten voor de permanente registratie en voor de organisatie van de verkiezingen van de leden van de Tweede Kamer en de leden van het Europees Parlement voor de kiezers in het buitenland. De gemeente ontvangt hiervoor in 2022 in totaal € 0,808 miljoen bovenop op de reeds bestaande bijdrage via de algemene uitkering voor de landelijke taak “kiezers buitenland”.
8. Energietoeslag Op 15 maart jl. is het wetsvoorstel eenmalige energietoeslag lage inkomens (voorstel van wet houdende wijziging van de Participatiewet in verband met het eenmalig categoriaal verstrekken van een energietoeslag aan huishoudens met een laag inkomen) ingediend bij de Tweede Kamer.10 Met het wetsvoorstel krijgen gemeenten de bevoegdheid om dit jaar via categoriale bijzondere bijstand een eenmalige tegemoetkoming voor de gestegen energieprijzen toe te kennen aan huishoudens met een laag inkomen. Voor de uitvoering en uitgifte van de eenmalige aanvullende tegemoetkoming – voor huishoudens met een laag inkomen - heeft het kabinet in maart 2022 een eenmalig budget van € 679 miljoen beschikbaar gesteld. In de voorjaarsbesluitvorming is een aanvullend bedrag van € 175 miljoen beschikbaar gesteld, waardoor het totaal beschikbare bedrag uitkomt op € 854 miljoen. Deze middelen worden via de algemene uitkering aan gemeenten verstrekt. Zoals gemeld in de brief aan de Tweede Kamer van 15 maart jl. is het gemeenten toegestaan vooruitlopend op de inwerkingtreding van het wetsvoorstel al tot uitbetaling van de eenmalige energietoeslagen over te gaan. De VNG en gemeenten hebben hier ook om verzocht. Via de