Perspectiefnota 2026 - PPN versie raad
Tekst van het document
Perspectief nota 2026
Datum
27 mei 2025
1
Inhoudsopgave
Inleiding ............................................................................................................................................................................................. 3 Perspectief Hardenberg ......................................................................................................................................................... 4 Financieel Perspectief Hardenberg ................................................................................................................................. 14 1 Financiën ..................................................................................................................................................................................... 18 1.1 Financiële uitgangspunten .......................................................................................................................................... 18 1.2 Uitkomst begroting na meibrief ............................................................................................................................... 19 1.3 Uitkomst geactualiseerde begroting ...................................................................................................................... 19 1.4 Actualisatie Kansen- en investeringenagenda ....................................................................................................
20 1.5 Financiële soliditeit ........................................................................................................................................................ 24 2 Reëel begroten van Kansen en Investeringen agenda ............................................................................................. 27 2.1 Kansen en Investeringsoverzicht .............................................................................................................................. 27 2.2 Planning in relatie tot capaciteit ............................................................................................................................... 28 2.3 Circulariteit ........................................................................................................................................................................ 30
2
Inleiding
In de Financiële Verordening (art. 4) van de gemeente Hardenberg is opgenomen dat het college elk
jaar vóór 1 juli een perspectiefnota aan de raad stuurt. In deze nota doet het college een voorstel voor het beleid en voor de financiële kaders van de begroting voor het volgende begrotingsjaar en de
meerjarenbegroting. De raad geeft zijn algemene beschouwingen over het voorgestelde beleid en stelt de (financiële) uitgangspunten (kaders) voor de meerjarenbegroting vast.
Na de behandeling van de Perspectiefnota 2025 in de Raad, heeft het college als belangrijk
uitgangspunt voor de Begroting 2025 benadrukt: de uitvoering van onze basistaken op orde houden en financiële ruimte in de begroting behouden om voort te bouwen op onze ambities. Plus een
beperkte inzet van de algemene reserve om onze ambities te verwezenlijken. De perspectiefnota 2026 is gericht op een structureel (reëel) sluitende begroting.
Bij het opstellen van de Perspectiefnota 2026 hebben we gebruik gemaakt van de basis die vorig jaar
in de perspectiefnota 2025 gelegd is. Daarnaast heeft het collegeprogramma “oog voor elkaar, blik op de toekomst” als basis gediend. De kansen- en investeringsagenda en geformuleerde uitgangspunten zijn het vertrekpunt. De Perspectiefnota is het startdocument voor het opstellen van de
Programmabegroting 2026. In de Perspectiefnota worden de belangrijkste opgaven van de gemeente Hardenberg voor de komende jaren beschreven om te komen tot landstad Hardenberg.
Om de geschetste ontwikkelingen nog meer in verbinding te brengen met de visie op de
(middel)lange termijn en aandacht te hebben voor groei én bloei is in 2024 een kansen- en
investeringsagenda opgesteld. In de kansen- en investeringsagenda zijn ook de financiële gevolgen daarvan in beeld gebracht, waarmee de financiële transparantie van het meerjarenperspectief is
vergroot. Bij het opstellen van de Kansen- en investeringsagenda heeft het college de volgende afwegingscriteria benoemd voor het aanbrengen van een prioritering: 1. 2.
Toekomstbestendige investeringen Ambities, lange termijn
Met het toevoegen van de investeringen uit de kansen- en investeringsagenda aan de begroting is
vorig jaar het financieel meerjarenperspectief geactualiseerd. De kansen- en investeringsagenda moet
worden gezien als dynamisch document dat ieder jaar wordt aangepast aan de laatste stand van zaken. De uitkomst hiervan is beschreven in paragraaf 1.4.
In deze perspectiefnota schetsen we in de inleiding het perspectief van Hardenberg, het gewenste
toekomstbeeld waar we naar toewerken en de speerpunten daarin voor de komende periode. Ook de ontwikkelingen in onze omgeving en de invloed daarvan op onze gemeente en onze gemeentelijke organisatie worden hier beschreven. Het gaat nadrukkelijk om een perspectief op hoofdlijnen. De
investeringen die hieraan bijdragen zijn beschreven in de Kansen- en Investeringsagenda. De effecten op onze begrotingsprogramma’s worden nader uitgewerkt in de begroting 2026.
In hoofdstuk 1 wordt het financieel perspectief van de gemeente geschetst. Dat doen we aan de hand de uitkomsten van de meibrief, die als vertrekpunt wordt genomen. Daarna wordt achtereenvolgens de autonome ontwikkelingen, de knelpunten bestaand beleid en het nieuw beleid beschreven, wat uiteindelijk leidt tot een nieuw financieel perspectief.
3
Perspectief Hardenberg
Onze gemeente is een sterk en verbindend streekcentrum, met een verzorgingsgebied van 100.000 inwoners en bezoekers. Een groeiende grensgemeente gelegen tussen drie regio’s met ruimte als troefkaart. Onze economie is sterk en concurrerend.
In de bedrijfssectoren agro-food, innovatieve maakindustrie en onze bloeiende vrijetijdssector maakt onze gemeente (boven)regionaal het verschil. We investeren in een goed vestigingsklimaat.
We zijn economisch en als verkeersknooppunt van betekenis, sterk verbonden met de omliggende regio’s. Wij koersen op veilige en duurzame verbindingen naar Zwolle, Twente, Groningen
(Nedersaksenlijn) en Duitsland. Een aantrekkelijke Stationsomgeving in Hardenberg en goed ingerichte vervoersknoop-punten met mobiliteitshubs zorgen ervoor dat regionale bereikbaarheid aansluit op een bereikbaar platteland en leefbare kernen.
De driehoek wonen, werken en ons voorzieningenniveau ontwikkelen wij in balans. De transities
rondom energie, klimaat, platteland en binnensteden gebruiken we als kans om onze positie als streekcentrum te versterken.
In de grootste plaatsen Hardenberg en Dedemsvaart zijn stedelijke voorzieningen met een regionaal verzorgingsgebied. Wij realiseren bruisende en multifunctionele centra die ons visitekaartje zijn voor (nieuwe) inwoners, bezoekers en bedrijven. Ons theater gaat deel uitmaken van een aantrekkelijk
verblijfsgebied. Het centrum van Hardenberg is door het Vechtpark nauw verbonden met de Vecht.
Het gezondheidspark, het ziekenhuis en de sportboulevard versterken elkaar. Het station wordt een
regionaal knooppunt en het stationsgebied vormen we om naar een dynamisch woon- en werkgebied
met ruimte voor binnenstedelijke activiteiten, onderwijs en innovatief ondernemerschap. Het nieuwe centrum van Dedemsvaart heeft een prettig winkel- en ontmoetingsklimaat met de mooie vaart als blikvanger. Nieuwe woongebieden in Dedemsvaart bieden een woonomgeving dat het segment opvult tussen het stadse wonen in Zwolle en het landelijke wonen in kleinere dorpen. Verweven stad en land en voorzieningen op maat
Zoals beschreven in onze Omgevingsvisie is er sprake van een gelaagdheid in de voorzieningen voor de grotere stedelijke centra, de middelgrote centra en de kernen op het platteland. Hardenberg en Dedemsvaart hebben een regionale en bovenlokale functie en bijbehorende voorzieningen. Bergentheim, Balkbrug, Gramsbergen en Slagharen vormen een middengroep met vooral
basisvoorzieningen, soms aangevuld met specifieke voorzieningen. De andere 23 kernen hebben het karakter van plattelandskernen. Kwaliteit van leven en noaberschap staat in onze dorpen en
buurtschappen voorop. Goede bereikbaarheid garandeert de nabijheid van stedelijke voorzieningen die niet in de kern zelf aanwezig zijn. Vitale gemeenschappen
Onze samenleving is veerkrachtig. Ze bestaat uit sterke gemeenschappen waarin mensen zelf
verantwoordelijkheid nemen en omzien naar elkaar. In onze samenleving hebben inwoners zelf regie op hun fysieke gezondheid, hun mentale welbevinden en een betekenisvol bestaan. We werken aan een vitale samenleving waarin iedereen meedoet en de kans krijgt zich zo goed mogelijk te
ontwikkelen. Met activiteiten op het gebied van bijvoorbeeld sport, cultuur en welzijn die beoefend
4
worden in toekomstbestendige maatschappelijke accommodaties. Samen met maatschappelijke
organisaties en andere netwerkpartners, onze inwoners en ondernemers blijven we hieraan bouwen. Er is al veel bereikt
Vanuit onze bovenlokale positie is fors en langjarig geïnvesteerd in het versterken van onze
sociaaleconomische structuur, ons voorzieningenniveau en daarmee onze vitaliteit. De afgelopen jaren hebben we hierin al veel bereikt. Het tempo waarin we woningen bouwen is onderscheidend in de regio, onze economie is krachtig gegroeid, de arbeidsparticipatie is hoog en de werkloosheid ligt
onder het landelijke gemiddelde. Samen met inwoners en ondernemers hebben we hard gewerkt aan toekomstbestendige voorzieningen in onze kernen. Er is al veel geïnvesteerd in leefbaarheid,
maatschappelijke voorzieningen, het verenigingsleven, sport en onderwijs. Onze gemeente floreert en dit is van grote betekenis voor Noordoost- Overijssel. Mede dankzij onze succesvolle lobby voor de groei die we doormaken en het getoonde elan hebben we als partner een belangrijke positie
verworven in de regio. Tegelijk is de samenwerking met de regio Zwolle, Drenthe, Twente en Duitsland belangrijk voor de realisatie van de Hardenbergse ambities. Ook hebben we een ingang gecreëerd bij het rijk voor het realiseren van maatschappelijke opgaven. Als het gaat om aansprekende thema’s als ‘wonen’, de ‘ontwikkeling van werklocaties’, een ‘aantrekkelijke stationsomgeving’ en de beoogde Nedersaksenlijn staan we goed op de kaart in de regio, bij de provincie en het rijk. Samenspel tussen de opgaven
Ons toekomstbeeld staat als een huis. Bij ons DNA past dat we de komende periode met
ondernemerschap blijven toewerken aan de ambitieuze doelen van onze gemeente. Lef tonen en initiatief nemen om de streekfunctie voor ons verzorgingsgebied verder op de kaart te zetten.
Investeringen in het woon-, leef- en werkklimaat (groei) fungeren als vliegwiel voor brede welvaart
voor onze inwoners. Investeringen in onze fysieke leefomgeving vergroten de ontwikkelkansen van de samenleving. Onze inzet op ruimtelijke kwaliteit, duurzaamheid, en sociaaleconomische en
maatschappelijke vitaliteit zorgen voor groei en bloei. Deze zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. De groene en gezonde maatlat (GGM) die door de raad is ontwikkeld, is hierbij een belangrijk instrument.
5
De twaalf gerichte thema’s die opgenomen zijn in onze Kansen- en Investeringsagenda schragen de
krachtige ontwikkeldriehoek Wonen, Werken en Voorzieningen. De twaalf thema’s vertonen een sterke
onderlinge afhankelijkheid en samenhang. De komende jaren blijven we investeren in de woningbouw, werk, het bovenlokale voorzieningenniveau én de voorzieningen die aansluiten op de
maatschappelijke behoeften van de kernen. Vanwege de dynamische context waarin we als lokale overheid en samenwerkingspartner opereren, actualiseren we de Kansen- en Investeringsagenda
jaarlijks.
De groei vasthouden en doortrekken
Ondanks de complexe maatschappelijke context waarin we ons bevinden, doen wij aan het geschetste eindperspectief waar we naar toewerken geen concessies. Omdat hiermee het beste wordt bereikt
voor onze samenleving en voor de regio. Afhankelijk van externe omstandigheden en de ontwikkeling
van onze financiële en organisatorische capaciteit moet onze gemeente wel prioriteren in de ambities,
het ambitieniveau en de wijze waarop we onze plannen wegzetten in de tijd. Voor de komende periode onderscheiden we de volgende focuspunten voor onze transitie naar een krachtig streekcentrum, de ontwikkeling van onze kernen en de verwevenheid tussen beide. Transformatie stationsomgeving Hardenberg
In de stationsomgeving Hardenberg komen veel beoogde ontwikkelingen samen. Met name als het
gaat om zorg, wonen, onderwijs en (technisch) innovatief ondernemerschap. We creëren daarom op
deze plek een kloppend hart en bruisend verblijfsgebied waarin ondernemers hun krachten bundelen
in verbinding met het onderwijs, bedrijfsleven en overheden, een vitale broedplaats voor creativiteit en innovatie. Met een levendige mix van werken, voorzieningen en horeca. En een aantrekkelijk
woonmilieu voor nieuwe doelgroepen. Voor de ontwikkeling van onze streekfunctie en ons eigen voorzieningenniveau is de ontwikkeling van het station en de stationsomgeving Hardenberg van
6
cruciale betekenis. Het is een belangrijke spil in de transitie die we samen met onze partners
doormaken en waarvoor we vanuit verschillende organisaties de handen ineengeslagen hebben. De krachtige positieve doorwerking hiervan heeft een veel bredere uitstraling dan alleen het
stationsgebied zelf. De regio, maatschappelijke instellingen, inwoners en ondernemers in onze hele
gemeente profiteren van deze hoogwaardige mobiliteits- en verblijfs-hub, een multimodaal regionaal knooppunt voor vervoer en bezoekers en een belangrijke schakel tussen het centrumgebied, het
gezondheidspark en sportboulevard. De transformatie van de stationsomgeving is een belangrijke
randvoorwaarde voor de krachtige doorontwikkeling van onze gemeente en kansrijk als het gaat om het verwerven van externe middelen. Dit momentum willen we absoluut benutten. Het recente Rijksbesluit rondom de Nedersaksenlijn kan een vliegwieleffect hebben bij de realisatie van de stationsomgeving.
Investeren op maat in dorpen en buurtschappen
We houden goed oog voor de balans in de investeringen die we doen voor de stedelijke ontwikkeling én de investeringen voor het platteland. Onze kernen vormen vitale gemeenschappen waarin de
kwaliteit van leven en positieve gezondheid voorop staat. Onze inwoners hebben zorg voor elkaar. ‘Noaberschap’ spreekt vanzelf. Dat maakt wonen in onze gemeente zo aantrekkelijk. In sociale
netwerken kijken we naar elkaar om. Verenigingen, kerken en instellingen zorgen voor een sterke
onderlinge betrokkenheid. Daarbij komt de kracht van vrijwilligers, mantelzorgers en professionals in
zorg en ondersteuning. Deze netwerken ondersteunen elkaar. Samenkracht typeert onze samenleving. Dit koesteren we en versterken we.
Inwoners werken, vaak via een plaatselijke belangengroep, samen met verenigingen, ondernemers en
onze gemeente aan het aantrekkelijk houden van hun kern. Met de inzet van vrijwilligers worden vaak slimme oplossingen gevonden. Ons vastgestelde kernenbeleid ondersteunt dit. De dorpsvisies beschrijven wat er leeft en speelt, de keuzes die onze inwoners maken voor hun directe
woonomgeving, voor hun buurt of wijk. In de afspraken die we met de kernen maken, verbinden we
deze plannen waar dit kan met de activiteiten en opgaven van de gemeente en duiden we samen de gewenste ontwikkelroute.
We beschikken reeds over een goed voorzieningenniveau. Vanuit dit vertrekpunt leveren we maatwerk per kern. Rekening houdend met de bestaande schaal van de kernen. Niet alles kan overal. Wat eerder is gerealiseerd vormt niet de garantie dat dit elders op dezelfde wijze mogelijk is. Kernen kunnen ook complementair aan elkaar organiseren. Immers niet in elke kern is nog voldoende draagvlak voor en
draagkracht in de lokale gemeenschap voor de exploitatie en instandhouding van een basisschool, een bibliotheek, eigen buitensportaccommodatie of een winkelaanbod. Onze middelen zetten we daarom gericht in, passend bij de opgave en maatschappelijke behoefte van elke specifieke kern. Deze
investeringen willen we realistisch plannen en ramen, rekening houdend met een onderzoeks- en voorbereidingsfase voorafgaand aan de daadwerkelijke realisatie.
De exploitatie en/of bemensing van voorzieningen noodzaakt soms tot concentratie van
voorzieningen. Waar dit slim en logisch is faciliteren we de bundeling van functies. Dat vraagt soms om creativiteit. In de allerkleinste kernen kunnen maatschappelijke, commerciële, onderwijs-, zorgen/of sportvoorzieningen in een aantal gevallen samensmelten op één locatie. Bijvoorbeeld in een
7
‘huis van de wijk’. In de dorpshuizen vinden vaak preventieve activiteiten plaats die positief van invloed zijn op gezondheid en welzijn. Bijvoorbeeld dagbesteding en preventieve (welzijns-)activiteiten. Investeren in maatschappelijke voorzieningen
Ook met onze Integrale Huisvestingsplannen (IHP’s) geven wij mede vorm aan het gevraagde
maatwerk per kern. De IHP’s dragen bij aan de toegankelijkheid, ontwikkeling, verduurzaming en
renovatie van sport- en onderwijsaccommodaties. Bij sportaccommodaties hangt de wijze en mate van ondersteuning af van de maatschappelijke meerwaarde van de verenigingssport. Als keuzes gemaakt
moeten worden voor de besteding van beperkte financiële middelen, dan prioriteren we op basis van deze maatschappelijke meerwaarde. Als het gaat om onderwijshuisvesting staat er een flink aantal scholen op de planning in het kader van verbouw en nieuwbouw.
We zorgen ervoor dat kernen die aangewezen zijn op elkaars voorzieningen, goed met elkaar zijn
verbonden. De bereikbaarheid van voorzieningen is belangrijker dan de onmiddellijke nabijheid van voorzieningen in elke kern. Leefomgevingskwaliteit
Aan de ambities voor de leefomgeving, duurzaamheid, klimaat en energietransitie geven we op programmatische wijze invulling. De groene en gezonde maatlat, onze nieuwe standaard (in
ontwikkeling) voor de ruimtelijke inrichting van de gemeente Hardenberg, onderstreept deze inzet op de kwaliteit van de leefomgeving. Bij de ontwikkeling van woonwijken, bedrijventerreinen en de
inrichting van de openbare ruimte is aandacht voor thema’s als gezondheid, biodiversiteit, water en
klimaat. Zoals bij de ontwikkeling van de Stationsomgeving in Hardenberg waar een multifunctionele plek voor (stedelijk) wonen, werken en openbaar vervoer in een klimaatbestendige groene omgeving
ontstaat en bij de woningbouwplannen in Dedemsvaart, Balkbrug en Slagharen Noord. Ook leggen we met onze groene en gezonde maatlat expliciet de verbinding tussen de beoogde ontwikkeling en het omliggende gebied. Hiermee vergroten we de ruimtelijke en landschappelijke kwaliteit en
belevingswaarde. Verder zetten we de stap naar een duurzaam en toekomstbestendig energiesysteem in 2050. Een systeem dat klaar is voor de toekomst en waarbij er bijna geen CO-2 uitstoot meer is. In het recent vastgestelde Programma Energie staat wat we hiervoor gaan doen. We richten ons hierbij
onder andere op de gebouwde omgeving, bedrijventerreinen en industrie, mobiliteit en de opwek van elektriciteit en duurzaam gas. De programmatische en in de tijd flexibele inrichting van de budgetten, stelt ons mede in staat wendbaar te opereren in de samenwerking met onze partners. Cultuurvisie
In 2023 is de Cultuurvisie ‘De Culturele Blik op Hardenberg’ vastgesteld. In de visie zijn een aantal
programmalijnen uitgezet voor het cultuurbeleid 2024-2027. De budgetten voor de jaren 2024, 2025 en 2026 zijn incidenteel. Op basis van de uitkomsten van evaluaties zullen de benodigde budgetten voor 2027 en verder - inclusief dekkingsmogelijkheden - worden bepaald. Toekomstbestendige theaterfunctie de Voorveghter
Theater De Voorveghter heeft een regionale functie en biedt een breed scala aan activiteiten, variërend van professionele voorstellingen tot maatschappelijke en zakelijke activiteiten. Om uitvoering te geven aan de ambities die gesteld zijn in de Cultuurvisie hebben we een toekomstbestendig theater nodig. Dit biedt de mogelijkheden voor het programmeren van een aantrekkelijk professioneel
8
theateraanbod en biedt diverse lokale verenigingen en scholen een plek om hun voorstellingen te spelen. Daarnaast vergroot het de uitstraling van het centrum en draagt bij aan de omzet voor de
horeca en middenstand en in bredere zin aan een aantrekkelijk vestigingsklimaat binnen de gemeente Hardenberg. De toekomstige huisvesting van het theater heeft dan ook een relatie met de bredere beoogde ontwikkeling van het centrum. Voor de toekomstige huisvesting zijn inmiddels enkele
scenario’s ontwikkeld en met de raad besproken. De varianten ‘Renovatie’ en Nieuwbouw’ zullen de
komende periode nader worden onderzocht. In afwachting van dit onderzoek richten wij ons eerst op de instandhouding van het huidige theater. Wij nemen alvast meerjarig onderzoekskosten in onze begroting op.
Voortzetten versnellingsprogramma woningbouw
In Nederland, maar ook in onze regio is sprake van een groot woningtekort. Met ons
versnellingsprogramma woningbouw spelen we in op deze grote woningbehoefte voor diverse
doelgroepen. De opgave groeit tot 2031 door naar 400-450 woningen (vergunningen) per jaar. En de woonbehoefte zal volgens recente ramingen (PRIMOS) sneller én langer blijven groeien dan eerder voorzien, tot zeker 2040. We realiseren woningbouw zowel in de grote kernen Hardenberg en
Dedemsvaart als in de middelgrote kernen, zoals in Balkbrug. Daarnaast blijven wij het mogelijk maken dat er woningen worden gebouwd in de kleinere kernen. Door maatwerk en slimme programmering is er plaats voor jong en oud. We vinden het belangrijk dat mensen van alle leeftijden kunnen blijven
wonen in eigen dorp of stad. Ons eigen inwoneraantal groeit door naar circa 68.000 à 70.000 inwoners. Ook al neemt onze beroepsbevolking geleidelijk af door vergrijzing, we beïnvloeden deze trend positief door jonge gezinnen en startende huishoudens aan te trekken. Grootschalige uitbreiding werklocaties
Onze lokale economie liet de afgelopen jaren een sterke groei zien. Deze staat echter wel onder druk, onder andere door de congestie op het elektriciteitsnet en de beperkte beschikbaarheid van
bedrijfskavels. We zetten ons daarom in voor het vergroten van het aantal beschikbare werklocaties en voor de toekomstbestendigheid (inclusief energieoplossingen) van de bestaande bedrijventerreinen.
De uitbreiding van het bedrijventerrein Broeklanden heeft inmiddels met goed gevolg de ruimtelijke procedures doorlopen en de verkoop van kavels verloopt vlot. Als ontwikkelopgave uit de regionale
bedrijventerreinenprogrammering werken we de komende periode aan omgevingsplannen voor ruim
40 hectare nieuw bedrijventerrein. Het gaat onder andere om uitbreidingen van de bedrijventerreinen
Rollepaal te Dedemsvaart en de Heemserpoort in Hardenberg. Om de komende 15 jaar te voldoen aan de vraag van bedrijven uit Hardenberg en de regio Zwolle is het gewenst daarbovenop de komende
jaren nog circa 80 hectare aan nieuwe bedrijventerreinen toe te voegen. Dit alles vormt samen met de hiervoor benodigde infrastructuurmaatregelen en voorzieningen zelfs voor de grotere gemeenten in Overijssel een zeer grote en unieke opgave. Gunstige en duurzame bereikbaarheid
De groei van onze gemeente en onze streekfunctie hebben tot gevolg dat ook de mobiliteitssystemen
meegroeien. Bezoekers en inwoners profiteren van de verbetering van onze bereikbaarheid. Ook is een goede bereikbaarheid gunstig voor ons ondernemers- en vestigingsklimaat. Via gerichte lobby blijven
we ons de komende tijd inzetten voor goede, veilige en comfortabele verbindingen naar de regio’s om
ons heen. Vanwege onze functie als scharnierpunt voor Noordoost Nederland, werken we hard aan het verbeteren van onze bereikbaarheid over de weg en per spoor. Met verbindingen naar Twente,
9
Groningen en Duitsland. Met het bedrag dat het kabinet in de Voorjaarsnota 2025 heeft vrijgemaakt
voor de Nedersaksenlijn, komt de realisatie van deze belangrijke spoorlijn voor Noordoost Nederland weer een stap dichterbij.
Verder willen we de vitale as Zwolle – Hardenberg neerzetten als een sterk en herkenbaar onderdeel
van de Regio Zwolle. Aantrekkelijke en goed ingerichte vervoersknooppunten zorgen dat de regionale bereikbaarheid moeiteloos overgaat in een bereikbaar platteland met leefbare kernen. We willen voorzieningen vanuit iedere kern goed en duurzaam bereikbaar houden. Als onderdeel van de toenemende verwevenheid tussen platteland en stad. Een gezonde, vitale en veilige samenleving
De Investeringen die we doen in de fysieke leefomgeving, onze economie en maatschappelijke voorzieningen werken als vliegwiel voor het behoud en de versterking van de brede welvaart.
Gezondheid en veerkracht zijn voor onze inwoners sterk bepalend voor de kwaliteit van leven. In onze samenleving hebben inwoners zelf regie op hun fysieke gezondheid en een betekenisvol bestaan,
zodat zij actief mee kunnen doen in de samenleving, op de arbeidsmarkt of via een andere vorm van passende daginvulling. We willen dat kinderen opgroeien in een gezonde, veilige en kansrijke
omgeving. Ze krijgen alle ruimte om talenten te ontwikkelen, ook op sportief en cultureel gebied. We stimuleren nieuwe samenwerkingsvormen en strategische partnerschappen tussen onderwijs,
ondernemers en overheden. Vanuit de Regiodeal Zuidoost-Drenthe zetten we ons op het versterken van de brede welvaart. Hierbij hebben we zowel aandacht voor economische groei als sociale en
ecologische aspecten. De Hervormingsagenda Jeugd vertalen we naar de Hardenbergse situatie. En
vanuit de lokale Educatieve Agenda werken we met scholen en kinderopvangorganisaties aan goed
onderwijsbeleid en aan aanpalende thema’s als jeugdzorg, armoedebestrijding, welzijn en integratie.
Dit vertaalt zich in de warme overdracht van voorschool naar basisschool en aan de ontwikkeling van Integrale Kind Centra.
Inwoners kunnen goed waardig en vitaal ouder worden. Preventie en bevorderen van gezondheid pakken we integraal aan. Door er vroeg bij te zijn voorkomen we waar het kan ziekte en zorg. In
veerkrachtige sociale verbanden ondersteunen inwoners elkaar hierbij. Als hulp en ondersteuning
nodig is bieden we dit op de juiste plek, dicht bij de inwoner. Zo licht als mogelijk, zo zwaar als nodig. Vanuit het Integraal Zorgakkoord werken we samen met het medische domein en zetten we in op
preventie, welzijn en ondersteuning dichtbij huis. Preventieve activiteiten op bijvoorbeeld het gebied van bewegen, voeding en mentale gezondheid zetten we in vanuit de incidentele middelen van het Gezond en Actief Leven Akkoord. Vanuit het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord wordt onze
opgave nog groter bij het realiseren van een goede sociale basis, collectieve voorzieningen en de aansluiting van welzijn op zorg.
Onze leefomgeving beïnvloedt onze gezondheid. We realiseren een woonomgeving waar ruimte is voor ontmoeten, buitenspelen, bewegen en sport. Door te investeren in preventie en gezondheid werken we aan de gezonde generatie van 2040. Dit draagt bij aan het beschikbaar en betaalbaar
houden van de zorg voor iedereen. Belangrijk is dat iedereen in onze inclusieve samenleving mee kan doen. Dit versterkt de sociale contacten en (ervaren) gezondheid. Mee blijven doen is ook belangrijk wanneer het financieel even tegenzit. Met toepassing van het principe ‘genereus maar eenvoudig’ vergroten we de effectiviteit (en het bereik) van het bestaande aanbod aan minimaregelingen,
vereenvoudigen we (de toegang tot) het bestaande aanbod en verstevigen we de verbinding in de
10
keten van financiële dienstverlening onder andere door de inzet van een armoederegisseur (tijdelijk). We zijn gericht op preventie en vroeg signalering. Onze activiteiten op dit gebied hebben onder
andere een plek gekregen in ons gemeentelijk gezondheidsbeleid en ons beleid op het gebied van financiële bestaanszekerheid.
Toegang tot het sociaal domein
De toegang tot het sociaal domein is cruciaal voor het tijdig en passend ondersteunen van inwoners in kwetsbare en complexe situaties. Momenteel is de toegang voor Jeugdhulp en Wmo belegd bij Samen Doen en voor Werk en Inkomen bij de gemeente. Hoewel hiermee een basis is gelegd, vraagt de huidige maatschappelijke opgave om een volgende, stevigere ontwikkelstap. Vanuit landelijke ontwikkelingen zoals de Hervormingsagenda Jeugd, het Toekomstscenario Kind- en
Gezinsbescherming werken we aan structurele verbetering en de financiële houdbaarheid van hulp. Er wordt nadrukkelijk een beweging gevraagd richting goed toegeruste lokale teams die niet alleen toe
leiden naar hulp, maar ook zelf hulp bieden. We zetten in op normaliseren en meer collectieve en vrij toegankelijke voorzieningen. Daarnaast op snellere en passender toegang tot hulp met minder
bureaucratie. Het Richtinggevend kader voor de toegang tot het sociaal domein, dat mede in opdracht van VNG en ministerie is opgesteld, onderstreept dit en heeft een niet-vrijblijvend karakter. Het
beschrijft helder waaraan de toegang, lokale teams en integrale dienstverlening moeten voldoen om inwoners duurzaam te ondersteunen. Dit vraagt om een stevige en gezamenlijke ontwikkelopgave voor de komende jaren. De komende periode wordt concreter wat dit voor onze lokale praktijk
betekent. Wel is duidelijk: deze beweging raakt onze visie op de inrichting van het sociaal domein en
onze subsidierelaties. Het vraagt naast inhoudelijke verandering ook om passende financiële inzet om de gevraagde ontwikkeling mogelijk te maken. We beginnen met bouwen aan een goede
toegangsfunctie en stevige lokale teams die dichtbij en integraal werken, met oog voor het perspectief van de inwoner.
Financiële bestaanszekerheid
In het coalitieakkoord spreken we over een ‘genereus en eenvoudig’ armoedebeleid. In het
Hardenbergs model voor Ondersteuning staat bestaanszekerheid centraal. We borduren hierop voort in het Beleidsplan Financiële bestaanszekerheid en de Nota gezondheidsbeleid 2024-2028 ‘Gewoon
gezond Hardenberg’ die beide door de raad eind 2024 zijn vastgesteld. Het gemeentelijk
armoedebeleid bestaat uit meerdere regelingen. Een aantal hiervan is gebaseerd op de Participatiewet en is dus wettelijk verplicht. Dit zijn bijzondere bijstand, individuele inkomenstoeslag en individuele studietoeslag. De gemeentelijke beleidsvrijheid zit in meer of mindere mate in de hoogte van de bedragen en de reikwijdte van de regeling (inkomensgrenzen).
Met ‘genereus’ bedoelen we dat we dat we binnen ons armoedebeleid relatief hoge inkomensgrenzen hanteren bij de regelingen. Veel gemeenten gaan bij armoederegelingen uit van een inkomensgrens
van maximaal 120% van het sociaal minimum. Wij hanteren 130% en bij enkele regelingen zelfs hoger. Hierdoor komen meer huishoudens in aanmerking voor de regelingen. ‘Eenvoudig’ komt tot uiting in een overzichtelijk aantal regelingen, ambtshalve verstrekkingen daar waar dit praktisch en juridisch mogelijk is en laagdrempelige aanvraagprocedures. Hervormingsagenda Jeugd
Vanuit de Hervormingsagenda Jeugd werken het Rijk, gemeenten en cliëntorganisaties aan de
structurele verbetering en de financiële houdbaarheid van de jeugdhulp. Zorgpunten zijn dat steeds
11
meer kinderen steeds vaker zwaardere zorg krijgen, de grote variatie aan zorgvormen die geen goede
afbakening kennen, de personeelstekorten en de forse financiële tekorten bij gemeenten. We zetten in op normaliseren en meer collectieve en vrij toegankelijke voorzieningen. Daarnaast op snellere en passender toegang tot hulp en stevige lokale teams met minder bureaucratie. Opvang vluchtelingen
We zetten ons in om te voldoen aan de wettelijke opgaven om onderdak te bieden aan vluchtelingen. Dit geldt voor asielzoekers en Oekraïense ontheemden. Negen jaar hebben we asielzoekers
opgevangen in ons AZC aan de Jachthuisweg. Per maart 2026 sluit deze locatie. De raad heeft in april
2025 besloten om niet te zoeken naar nieuwe locaties voor de opvang van asielzoekers. Wat betreft de opvang van Oekraïense ontheemden lopen we onze achterstand in.
Met de huisvesting van statushouders lopen we net als andere gemeenten tegen het geringe betaalbare woningaanbod aan. Wij proberen hierop een passend antwoord te vinden. Complex speelveld vergt balans Van buiten naar binnen
We zijn ons er terdege van bewust dat er sprake is van een stapeling van opgaven en plannen in een
veranderde en complexer geworden context. We hebben te maken met belangrijke systeemtransities, onder andere op het gebied van mobiliteit, energie (waarbij we moeten inspelen op lagere energiebeschikbaarheid), klimaat en gezondheid.
Ook zijn de eisen landelijk aangescherpt als gevolg van het urgente woningtekort voor verschillende
doelgroepen. De betaalbaarheid van woningen staat onder druk. Extra belemmerend is dat het rijk en
provincie ingrijpende keuzes voor de inrichting van het landelijk en stedelijk gebied uitstellen, terwijl er sprake is van concurrentie in ruimtegebruik, stikstofproblematiek en de kwaliteit van de leefomgeving
onder druk staat. Dat heeft consequenties voor het beleid én de uitvoering van onze gemeente. Steeds meer taken, wetgeving en eisen komen op de gemeente af, ook in de uitvoering en bedrijfsvoering. Vaak met lange ‘aanlooptijd’ die leidt tot onzekerheid voor ons en onze partners en zonder bijbehorende ruimte in tijd, middelen of capaciteit. Verbinding
De opgaven en ambities staan met elkaar in verbinding of beïnvloeden elkaar. Een aantal majeure projecten die we nu al op de schop hebben zoals de aanpak van de stationsomgeving, de
centrumontwikkeling, projecten voor woningbouw en een aantal bedrijventerreinen hebben het
karakter van een integrale gebiedsontwikkeling. Binnen het maatschappelijk domein hebben we te
maken met de grote transformatie binnen jeugd (Hervormingsagenda) en de transitie van zorg naar gezondheid (Integraal Zorgakkoord, Gezond en Actief Leven Akkoord en Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord).
We opereren in een netwerksamenleving. In de aanpak van onze opgaven zijn we als (lokale) overheid allang niet meer in staat om zelfstandig de ambities die we voor Hardenberg hebben te bereiken
(mochten we dat al willen). Dat betekent dat we afhankelijk zijn van leveranciers, ketenpartners andere overheden, ontwikkelaars, verenigingen en andere maatschappelijke partners. Ook voor de
ontwikkeling van onze streek- en regiofunctie, willen we de opgaven in de regio’s in samenhang
beschouwen. Dat vraagt investering in onze relaties en regie voeren op de voor Hardenberg relevante
12
thema’s. In de planning van activiteiten en het behalen van onze ambities vergt dit in de voorbereiding en uitvoering zowel capaciteit als (klok-)tijd. Veranderende verhoudingen
De verhoudingen tussen samenleving, politiek en overheid veranderen. Het debat over de afweging
van verschillende belangen staat onder druk. Het belang van zorgvuldigheid en transparantie in onze
processen wordt daarmee nog groter. Inwoners verwachten een benaderbare overheid die meedenkt, uitlegt en samenwerkt. Inwoners- en ondernemersdienstverlening, kernenbeleid, inwonersparticipatie of juridische procedures zijn complex en kosten tijd. Zij kunnen leiden tot aanpassingen in de
oorspronkelijke ideeën en planning, en maken deze minder voorspelbaar. Het past bij de aanpak van buiten naar binnen en vraagt rolbewustzijn, zorgvuldige procesvoering, capaciteit en (klok-)tijd. Keuzes maken
Het streven naar een structureel sluitend meerjarenperspectief vraagt om het maken van keuzes. De ambities van de raad zijn groot. Dusdanig groot dat de laatste jaren al is gebleken dat niet alle
gewenste ambities uitgevoerd konden worden. De oorzaak van het niet uit kunnen voeren en/of
uitstellen van de projecten en investeringen ligt deels in de uitvoeringskracht binnen en buiten de organisatie. Maar ook in vertragende factoren zoals hiervoor benoemd.
Ook de financiën zijn, mede vanwege het uitgestelde ravijnjaar, vanaf 2028 fors minder. Niet alles kan en niet alles kan meteen. Het is aan de raad om prioriteiten te stellen en keuzes te maken in welke projecten en investeringen voorrang krijgen ten opzichte van andere. Bedrijfsvoering en digitale transitie
Op 1 januari 2025 zijn de laatste werkzaamheden voor de gemeente Ommen afgerond. Daarbij is er een definitief einde gekomen aan de ambtelijke samenwerking. Het blijven uitvoeren van
werkzaamheden na de bestuurlijke ontvlechting heeft tot gevolg gehad dat de ontwikkeling naar een goed ingerichte bedrijfsvoering – passend bij het ambitieniveau van Hardenberg – is achtergebleven op de groei. Onze plannings- en begrotingsmethodiek gaan we aanpassen zodat de bedrijfsvoering beter meebeweegt met de groei of krimp van de organisatie.
Onze samenleving is gedigitaliseerd. Door in te zetten op digitalisering kunnen diensten sneller en
toegankelijker worden aangeboden. Het verbetert onze processen, vermindert administratieve lasten en maakt informatie gestuurd werken en sturen mogelijk.
Om aan te blijven sluiten bij onze inwoners en ondernemers moeten we daarin blijven ontwikkelen. Ook in het beschermen van alle gegevens waar wij mee werken en die van (persoonlijke) betekenis zijn.
Aanbrengen balans tussen ambities, mens en organisatie
De complexiteit van dit speelveld vergt balans. Het is niet vanzelfsprekend dat we opgaven en plannen realiseren door er simpelweg middelen aan te koppelen. In de context van vandaag spreken we over uitvoeringskracht: een gezonde balans tussen inzet van mens en organisatie om de complexe
(bestuurlijke) ambities te realiseren zoals zichtbaar in de afbeelding. Andere factoren spelen ook een rol. De krappe arbeidsmarkt maakt het lastig om nieuwe medewerkers te vinden, maar ook te
behouden. Én als we ze niet kunnen vinden dan zijn we afhankelijk van (externe) leveranciers. Het kost
13
tijd om van A naar B te gaan en ook hier geldt dat we vaak afhankelijk zijn van de dynamiek in de omgeving, de onvoorspelbaarheid, en regels/ procedures die gelden. Organisatie
Onze organisatie kenmerkt zich door ‘gewoon doen’ collegialiteit en dienstbaarheid. Dat brengt ons veel, maar in de veeleisende context waarin we ons werk moeten doen en de veranderende
arbeidsmarkt leidt het inmiddels tot zorg1. De gemeentesecretaris heeft daarom de opdracht
gekregen om balans te brengen tussen de (bestuurlijke) opgave, onze medewerkers en de organisatie. De (bestuurlijke) opgave is de driehoek zoals gepresenteerd onder ‘Samenspel tussen de opgaven’ met alle achterliggende werkzaamheden uit de programmabegroting (dienstverlening, beheer, uitvoering).
Het kunnen vinden van de balans betekent dat we
helder moeten hebben wat we aankunnen, in de zin
van capaciteit en de benodigde vaardigheden, in de zin van de nodige (klok-)tijd voor participatie en
afstemming en in de zin van onze afhankelijkheden.
Het in onze advisering goed in beeld brengen hiervan en helder maken wat haalbaar is en wat niet, vraagt een ontwikkeling. In 2025 zijn er veel wisselingen
geweest in het concernmanagementteam. Er zal vanaf het derde kwartaal daarom een doorstart gemaakt
worden in de organisatieontwikkeling. Daarbij zijn de volgende thema’s omwille van de boven beschreven context essentieel. In deze Perspectiefnota vragen wij hiervoor tijd en middelen: -
Professionaliseren opdrachtgever- opdrachtnemerschap (ambtelijk-bestuurlijke samenspel,
-
Mensgerichte organisatie: investeren in vaardigheden (strategisch vermogen, digitalisering),
-
reëel begroten)
investeren in talentontwikkeling (HR)
In control: leiderschapsontwikkeling en bedrijfsvoering (digitalisering, processen, sturing)
Financieel Perspectief Hardenberg
De uitgangspunten met betrekking tot het opstellen van de begroting 2026 en de meerjarenraming 2027-2029 borduren voort op bestaand beleid.
Wij sturen op een meerjarig sluitend perspectief. Ten tijde van deze perspectiefnota is dat voor 2028 en 2029 nog niet het geval. Dat betekent dat wij de periode tussen perspectiefnota en begroting
benutten om met voorstellen te komen om ook het meerjarig perspectief sluitend te maken. Dit vraagt heroverwegingen binnen bestaande programma’s, temporiseren van investeringen, in beeld brengen
van bijdragen van derden. Aan de inkomstenkant is het nodig dat er duidelijkheid komt van dit kabinet over de bijdragen voor de komende jaren. De meicirculaire wordt begin juni verwacht.
Het financiële vertrekpunt van de Perspectiefnota 2026 vraagt om inhoudelijke keuzes om het
structureel tekort op te lossen. Het meerjarig saldo, na correctie provincie, is structureel negatief. Dit betekent dat wij gaan sturen op een meerjarig structureel sluitend perspectief. 1
BMC-rapport ‘Werk aan de Winkel’ 14
Deze strategie bestaat uit onderstaande onderdelen: 1. 2. 3.
Financieel strategisch beleid Reëel begroten Hervormingsagenda Jeugd
1. Financieel strategisch beleid – bouwstenen voor de Perspectiefnota
Wij staan voor een duurzaam financieel beleid. Met het financieel strategisch beleid maken we enerzijds een inschatting van de inkomsten vanuit het Rijk en anderzijds kijken we naar de
mogelijkheden voor de inzet van het eigen vermogen (algemene reserve) om met name het structurele tekort vanaf 2027 op te lossen. De structurele effecten van de jaarrekening zijn bij de meibrief
meegenomen. De bestemming van het jaarrekeningresultaat is (onder voorbehoud goedkeuring raad) verwerkt in de stand van de algemene reserve.
Ook Hardenberg heeft net als alle andere gemeenten in Nederland te maken met afnemende structurele middelen uit het gemeentefonds. In 20126 daalt de vergoeding van het Rijk aan
gemeenten met ongeveer € 2,4 miljard (voor Hardenberg is dit bijna € 8 miljoen). De voorjaarsnota van het Rijk is 18 april gepubliceerd en geeft een vooruitblik op de rijksbegroting voor de komende jaren. Over de gevolgen worden de gemeenten geïnformeerd via de meicirculaire 2025. Deze is op
moment van schrijven nog niet uitgebracht. Enkele actuele onderwerpen van de meicirculaire zijn het accres, Jeugd en Wmo. Accres
In de voorjaarsnota zijn structurele middelen opgenomen om de terugval van het gemeentefonds
enigszins te dempen in 2026. De terugval van € 2,4 miljard wordt in 2026 met € 400 miljoen gedempt
(€1,3 miljoen voor Hardenberg). Er blijft dus nog € 2 miljard aan ravijn over!
Het LPO-accres (loon en prijsaccres) gebruiken wij om de loon- en prijsstijgingen op te kunnen
vangen. De loon- en prijsstijgingen voor 2026 zijn nog niet verwerkt in deze perspectiefnota. Het
volume accres is bedoeld voor groei. Jeugd
De uitvoering van de jeugdzorg is jaren geleden bij de gemeenten neergelegd. Gemeenten krijgen hier geld voor maar jaar op jaar is al gebleken dat dit ontoereikend is. Een door het kabinet en de VNG onafhankelijke commissie - Van Ark heeft een zwaarwegend advies uitgebracht over de
hervormingsagenda jeugd "Groeipijn". Het kabinet heeft dit advies tot en met 2027 overgenomen. Het ingroeipad van de hervormingsagenda wordt voor de jaren 2026 en 2027 verzacht, voor Hardenberg met ongeveer € 4 miljoen. Vanaf 2028 moet de volledige besparing van de Hervormingsagenda dan zijn gerealiseerd. In 2028 komt de deskundigencommissie met het volgende advies. Om hier niet op vooruit te lopen heeft het kabinet geen extra middelen toegevoegd vanaf 2028. Er is dus nog geen
structurele oplossing. Er wordt een eigen bijdrage ingevoerd voor de jeugdzorg per 1 januari 2028. WMO
De invoering van de inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage wordt uitgesteld tot 1 januari 2027.
15
2. Reëel Begroten
De begrotingsruimte bleek in de begroting 2025 onvoldoende om het reguliere beleid inclusief alle ambities te kunnen realiseren. Daarom is vanaf 2026 een stelpost reëel begroten ingeboekt ten
bedrage van € 3,5 miljoen per jaar. Deze stelpost / taakstelling heeft als opdracht te zoeken naar ruimte in onze begroting door reëler te ramen. Investeringen
Met het toevoegen van de investeringen uit de kansen- en investeringsagenda aan de begroting is
vorig jaar het financieel meerjarenperspectief geactualiseerd. In dat financieel meerjarenperspectief is onderscheid gemaakt tussen investeringen met een structureel effect en investeringen met een incidenteel effect. Het grootste deel van de investeringsprojecten is vertaald in structurele
kapitaallasten en heeft daarmee een effect op de structurele begrotingsruimte. De financiële ruimte
die hiervoor nodig is, is voor het begrotingsjaar 2025 en bijbehorende meerjarenraming (2026-2028) ingepast door de kapitaallasten van alle investeringen uit de kansen- en investeringsagenda
structureel te dekken, startend met € 774.000 in 2026, oplopend naar € 3.341.000 in 2028. In 2029
komt daar nog eens € 3.187.000 bij, zodat de totale te verwachten kapitaallasten van de oude kansenen investeringsagenda uitkomen op € 6.528.000. Dit betekent voor het jaar 2029 nog eens ruim € 3 miljoen moet worden toegevoegd, als alle investeringen structureel worden gedekt.
In de bijlage "Reëel begroten van Kansen en Investeringen" is een nadere duiding gegeven van de actualisatie van de Kansen- en investeringsagenda en de financiële effecten daarvan. Bedrijfsvoering
Het aantrekken van personeel is vanwege de algehele krapte op de arbeidsmarkt voortdurend een
uitdaging. Op een aantal plekken in de organisatie gaat dat moeizaam. Naast het natuurlijk verloop de komende jaren door pensioen, is ook nog extra capaciteit nodig voor de opgaven wonen en
energietransitie. Dit vraagt om flexibiliteit van de organisatie om pieken op te vangen of moeilijk
vervulbare vacatures tijdelijk in te vullen, maar medewerkers toch een vast contract aan te bieden. De toename van personeel leidt ook tot toenemende overheadkosten. Voor de directe materiële
kosten die gekoppeld zijn aan groei of krimp van personeel komen wij met een voorstel om de toe- of afname van overheadkosten op te vangen. Dit is nodig voor ICT kosten als laptops, mobiele telefoons en licenties, facilitaire kosten, reiskosten, thuiswerkvergoeding, spaarverlof en arbeidsvoorwaarden. Stijging of daling van indirecte personele kosten (management, ondersteuning en bedrijfsvoering) wordt niet automatische gekoppeld aan personele groei of krimp. Bestemmingsreserves
Daarnaast willen wij door de inzet van bestemmingsreserves voorkomen dat wij jaarlijks onnodig veel budgetten overhevelen. Budgetten waarvan op voorhand al bekend is dat zij over meerdere jaarschijven lopen. Hiervoor richten wij bestemmingsreserves in.
16
3. Hervormingsagenda Jeugd
In de voorjaarsnota van het Rijk (april 2025) heeft het kabinet het zwaarwegende advies "Groeipijn" van de deskundigencommissie Van Ark overgenomen en middelen toegevoegd aan het
gemeentefonds voor de jaren 2025, 2026 en 2027. Daarmee is voor deze jaren de belangrijkste
financiële klem voor gemeenten weggenomen. Per 2028 wijzigt het financiële beeld. Het kabinet gaat ervan uit dat de maatregelen uit de Hervormingsagenda dan hun beoogde effect zullen hebben. Daarnaast wil het kabinet inzetten op extra maatregelen om de kosten van het stelsel verder te beheersen.
De nu bekende compensatie van het Rijk voor Jeugd is een tussenstap. We zijn er nog niet.
Er spelen nog belangrijke zaken waarvan er op dit moment nog overleg plaatsvindt tussen de VNG en het ministerie over de exacte invulling van de punten. •
Compensatie met terugwerkende kracht voor 2023 en 2024 Rijk en gemeenten hebben nog
geen overeenstemming over compensatie voor de uitgaven van gemeenten aan jeugdzorg in de jaren 2023 en 2024.
De deskundigencommissie heeft aangegeven dat gemeenten recht hebben op 50% van deze meerkosten. Dit betreft een (incidenteel) bedrag van € 728 miljoen •
Daarnaast is de afspraak gemaakt dat de deskundigencommissie Van Ark een jaar eerder, in
het eerste kwartaal van 2027, onder andere kijkt naar de uitgavenontwikkeling en hoe om te
gaan met afwijkingen, waarbij zowel terug (2025 t/m 2027) als vooruit (2028 en verder) wordt gekeken. Onderdeel van de afspraak is dat de besluitvorming hierover meeloopt met de voorjaarsbesluitvorming in 2027
•
Het nieuwe financieringsmodel Jeugd, waarbij (een nader uit te werken deel) van de
budgetten voor jeugdhulp niet meer via de algemene uitkering van het gemeentefonds lopen, moet per 1 januari 2029 in werking treden. De risicodeling en indexatie, voor ons belangrijke onderdelen, moeten passend gemaakt worden bij de inhoudelijke afspraken. Dit wordt meegenomen in de vormgeving van het financieringsmodel.
Gegeven deze onzekerheden brengt de VNG een begrotingsadvies uit om deze incidentele middelen
voor compensatie 2023 en 2024 te benutten om gaten in 2026 en 2027 te dichten of in te zetten in het
stelsel. "Gebruik de nog te verwachten middelen voor jeugd 2023 en 2024 ad. € 728 miljoen die ons op Prinsjesdag 2025 toekomen bij voorkeur om het jeugdstelsel te verbeteren: benut deze (compensatie van de eerdere kortingen) voor dekking kosten jeugd in 2026 en 2027 of voor de te realiseren
besparingen in de toekomst". Ter indicatie: €728 miljoen landelijk is voor Hardenberg ca. €2,3 miljoen.
17
1 Financiën
De financiën zijn de uitkomsten van de keuzes die gemaakt zijn om de doelstellingen van de gemeente te kunnen realiseren. In dit hoofdstuk wordt het financieel perspectief geschetst.
1.1 Financiële uitgangspunten Het financiële beleid
De uitgangspunten voor het financieel beleid zijn: • • •
de begroting dient structureel sluitend te zijn
de weerstandsratio dient zich te bevinden tussen 1 en 1,4.
de schuldpositie van de gemeente dient een houdbare schuld te zijn. Hiervan is sprake zolang de netto schuldquote niet meer bedraagt dan 130%
•
de belastingen en leges worden alleen met de inflatiecorrectie verhoogd.
Het percentage waarmee we indexeren is gebaseerd op de inflatieverwachting voor de sector overheid van het Centraal Planbureau (CPB) voor het eerstvolgend begrotingsjaar. Deze verwachting publiceert het CPB in het Centraal Economisch Plan (CEP) in maart als voorloper van de Voorjaarsnota van de rijksoverheid.
Voor loonkosten- en prijsstijgingen ontvangt de gemeente de genoemde compensatie in de algemene uitkering. Jaarlijks wordt hiervoor in de begroting een stelpost opgenomen waarbij het bedrag is
gebaseerd op de prijsontwikkeling Bruto Binnenlands Product voor prijzen en de loonontwikkeling op basis van de Loonvoet sector overheid. De begroting wordt hierdoor vertaald naar lopende prijzen. Uitgangspunten voor de meerjarenbegroting 2026 - 2029
In aanvulling op de hiervoor genoemde kernpunten van het financieel beleid worden bij het samenstellen van de begroting 2026-2029 de volgende uitgangspunten gehanteerd: a)
de begroting wordt samengesteld op basis van bestaand beleid, inclusief de raadsbesluiten tot en met de raad van 10 juni 2025.
b) de begroting geeft een reëel beeld van de te verwachten lasten en baten c)
voor de berekening van de gemeentefondsuitkering wordt rekening gehouden met de uitkomsten van de meicirculaire 2025 lopende prijzen
d) de bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen worden geraamd conform de begroting 2026 van deze verbonden partij
e)
de ramingen voor grondexploitaties (inclusief de raming voor plankosten) sluiten aan bij de nota grondexploitatie 2026 en verdere jaren
f)
de begroting 2026 wordt opgesteld tegen lopende prijzen, dat wil zeggen: •
voor ontwikkeling loonkosten 2026 wordt uitgegaan van de werkelijke loonkosten per 1 april 2025 verhoogd met de CAO stijging 2025. Dit betekent een indexatie van 3,6 % (incl. 0,45% nacalculatie)
•
voor inhuur derden wordt gerekend met een stijging van 3,6% (prijsindex bruto binnenlandsproduct)
•
voor zorgkosten (individuele voorzieningen) wordt een prijsstijging van 3% gehanteerd (20% NZA materieel en 80% NZA personeel)
voor overige prijsstijgingen 2026 wordt 2,7% gehanteerd.
•
Er wordt een inflatoire verhoging tarieven 2025 met 3,3% toegepast (50% loonvoet sector overheid, 50% index materiële overheidsconsumptie)
Bovenstaande is onder voorbehoud, definitieve indexen volgen uit de meicirculaire van het Rijk.
18
1.2 Uitkomst begroting na meibrief
Het begrotingssaldo na de meibrief 2025 is het vertrekpunt voor de perspectiefnota 2026. In de
onderstaande tabel is de veronderstelling dat de vorig jaar opgevoerde taakstelling van € 3,5 miljoen
ingevuld is. Het structureel saldo is in 2026 nog positief. De jaren daarna is er een structureel tekort van circa € 230.000.
Uitkomst begroting na meibrief
Bedragen x €1.000 *(-/- = nadeel) Omschrijving
2026
2027
2028
2029
Saldo uitkomst begroting na meibrief
-3.923
-2.715
-271
-271
waarvan structureel
892
-230
-226
-226
waarvan incidenteel
-4.815
-2.485
-45
-45
Na de meibrief hebben wij de actuele ontwikkelingen in kaart gebracht om alvast een doorkijk te geven richting de begroting. Door de onderdelen die van invloed zijn op het financiële beeld te
categoriseren naar autonome ontwikkelingen, knelpunten van het bestaande beleid en nieuw beleid wordt duidelijker waar we nog keuze mogelijkheden hebben richting de begroting. De onderdelen worden toegelicht in Bijlage 1 Toelichting ontwikkelingen. Dit zijn de eerste vooruitzichten.
1.3 Uitkomst geactualiseerde begroting
Als de hiervoor beschreven ontwikkelingen verwerkt worden zie het meerjarig perspectief voor de gemeente Hardenberg er als volgt uit: Geactualiseerde begroting Bedragen x €1.000 *(-/- = nadeel)
Omschrijving
2026
2027
2028
2029
Uitkomst begroting 2025-2028 na meibrief
Knelpunten bestaand beleid
-3.923 -875 70 -2.123
-2.715 -763 70 -523
-271 -754 70 -1.305
-271 -700 -2.527 -1.210
Nieuw Beleid
-1.682
-782
-602
-102
Saldo uitkomst begroting 2026
-8.533
-4.713
-2.862
-4.810
-394 -8.139
-1.542 -3.171
-1.722 -1.140
-4.265 -545
Autonome ontwikkelingen Kansen en investeringsagenda
waarvan structureel waarvan incidenteel
In bovenstaande tabel staat het begrotingssaldo van onze gemeente. Het structurele saldo is alle jaren negatief en loopt voor 2029 op naar negatief €4,3 miljoen. Het afnemende structurele saldo wordt veroorzaakt door minder inkomsten van het Rijk, maar zeker ook door het opnemen van al onze
ambities in de kansen en investeringsagenda. Dit negatieve beeld vraagt om het maken van keuzes, deze keuzes liggen bij u als gemeenteraad. Ontwikkelingen en (nieuw) beleid
Een eerste inschatting van de uitkomsten van de voorjaarsnota van het Rijk laat zien dat de
aangekondigde middelen nodig zijn om de programma's te compenseren voor inflatie (loon- en prijsindexen).
19
Voor de jaarschijf 2029 voorzien wij een structureel tekort van ruim €4 miljoen. Dit vraagt om
bestuurlijke keuzes. Wij zijn voornemens om de tijd tot de begroting te benutten om een structureel sluitende begroting 2026 te presenteren. We hebben hier nog keuzes en verdiepingsslagen in te maken.
Er zijn diverse (of combinaties van) oplossingsrichtingen denkbaar : •
Temporiseren van investeringen, sparen voor dekking, mogelijkheden voor bijdragen van derden.
•
Daarnaast vallen er kapitaallasten (afschrijving/rente) vrij als er investeringen volledig zijn
afgeschreven, als hier tegenover nieuwe investeringen staan moeten de kapitaallasten hiervan meegenomen worden (tenzij deze al zijn meegenomen in de K&I agenda).
•
De prijs- en loonontwikkelingen zijn nog niet doorgevoerd, evenals de meicirculaire (deze verwachten we eind mei).
• • •
Bestaande knelpunten worden nog heroverwogen binnen de programmagelden
Er zijn nog keuzes te maken in het nieuwe beleid
Een toegestane mogelijkheid om een sluitende begroting te presenteren is om een deel van de reserve in te zetten als dekking voor structurele lasten.
Kansen en investeringsagenda
Op verzoek van de gemeenteraad hebben wij de kansen en investeringsagenda opgenomen in onze begroting, ook de ambities die misschien nog niet uitgevoerd kunnen worden of die nog nader
onderzoek vereisen. Ook de gemeente Hardenberg is afhankelijk van de uitvoeringskracht van externe partijen en intern van het ambtenarenapparaat. Niet alles kan en niet alles kan tegelijk, dit wordt ook jaarlijks zichtbaar in de posten die aangeboden worden voor budgetoverheveling.
Door reëel te begroten, onder andere door reëel te plannen, te werken met voorbereidingskredieten en door de methodiek van eenmalige en structurele (kapitaal)lasten te inventariseren is er een
taakstelling van €3,5 miljoen in 2029 gerealiseerd. Dit betekent dat vanaf 2025 twee stelposten (2 x €3,5 miljoen), ‘lucht uit de begroting’ en ‘reëel begroten’ structureel zijn ingevuld.
Dit moet allemaal nog nader uitgewerkt worden richting de begroting. Hieruit blijkt dat het opstellen van een begroting een dynamisch proces is en afhankelijk van informatie van, bijvoorbeeld, het Rijk.
1.4 Actualisatie Kansen- en investeringenagenda Actualisatie
De Kansen en investeringsagenda is geactualiseerd en op basis van nieuwe inzichten herrekend. De resultaten per project zijn weergegeven in bijlage 1. Er is gekeken naar vier aspecten (zie onderdeel 2.1) waarvan de belangrijkste: 1.
Het plannen van projecten naar een meer realistisch tijdpad. Soms vallen de structurele lasten
2.
In de begroting 2025 en bijbehorende meerjarenraming zijn alle projecten met structurele
daardoor voorlopig buiten de meerjarenraming.
middelen gedekt. Voor welke projecten kan de algemene reserve worden aangewend, zodat deze geen beslag leggen op de structurele begrotingsruimte?
Ad. 1
Om te kunnen starten met het maken van plannen voor majeure projecten waarvan de uitvoering nog wel even op zicht laat wachten, kan het beschikbaar stellen van middelen voor de voorbereiding al
20
uitkomst bieden. Dit geeft tijd om te sparen of op zoek te gaan naar aanvullende financiering voor
bijvoorbeeld het theater, de MFA's en de ontwikkeling van het stationsgebied. Door voor deze drie
projecten gedurende enkele jaren in totaal € 1 miljoen uit de reserve in te zetten voor onderzoek en
ontwikkeling, vallen € 1,8 miljoen aan structurele kapitaallasten voor de uitvoering voorlopig buiten de meerjarenraming. Ad. 2
Niet in alle gevallen is het nodig om structurele begrotingsruimte aan te wenden voor investeringen. Dit is in principe alleen nodig als een investering volgens de BBV regels én onze eigen regels voor
waarderen en afschrijven verplicht over de gebruiksduur moet worden afgeschreven, én het object moet op termijn weer worden vervangen voor rekening van de gemeente. Hierover meer in de
volgende alinea. Door een groot aantal projecten met incidentele middelen te dekken wordt de begroting ontlast.
Dekking van investeringen
De investeringen uit de kansen en investeringsagenda zijn bij de begroting 2025 structureel ingepast. Dit doen we nu anders. Er zijn drie manieren om uitgaven voor investeringen te dekken: 1.
Afschrijven gedurende de levensduur, ten laste van de begroting. Dit geldt bijvoorbeeld voor
2.
Afschrijven gedurende de levensduur ten laste van incidentele middelen. Afschrijving
de schoolgebouwen, maar ook voor de Amaliabrug; deze moeten op termijn worden vervangen.
geschiedt via een dekkingsreserve, die we eenmalig voeden vanuit de algemene reserve. Dit
doen we als een investering volgens de regels in termijnen moet worden afgeschreven, maar als vervanging van die specifieke investering op termijn (grotendeels) niet nodig is.
Dit doen we voor verkeerskundige aanpassingen (bijv. drempels, fietsstroken, wegversmalling) waarbij vervanging te zijner tijd met de weg als geheel plaatsvindt, en initiële aanleg van civieltechnische werken voor het deel van de investering wat slechts eenmalig is (bijv.
aanleggen tracé nieuw fietspad, grondaankoop, bestemmingsplanwijziging, graven tunnel). 3.
Afschrijven Ineens ten laste van incidentele middelen. Dit kan gelden voor investeringen die wij volgens de regels niet in termijnen behoeven af te schrijven, bijvoorbeeld: •
Bijdragen in infrastructurele maatregelen door een derde partij, zoals de provincie of het Rijk (bijv. traversen N377, verkeersveiligheid N36, rotonde Uterwijckallee).
•
Bijdragen in maatschappelijk vastgoed of sportvoorzieningen in eigendom van een derde partij. Hiervoor moeten eerst uitgangspunten worden opgesteld die richting geven om te bepalen waar de gemeente een rol/taak heeft om te herinvesteren.
• •
Kosten voor onderzoek en ontwikkeling van een actief.
Investeringen beneden het omvangcriterium (drempel voor activeren). Zo bestaat
bijvoorbeeld het project Kotermeerstal uit grotendeels losse, kleinere investeringen. Om de andere werkwijze met betrekking tot het dekken van investeringen goed te verankeren in de
organisatie wordt de Nota waarderen en afschrijven aangepast. Zo zullen we daarin beschrijven welk type projecten in aanmerking kan komen voor dekking met incidentele middelen. Ook wordt