Overzicht was-wordt wijzigingen APV Hardenberg - december 2022
Tekst van het document
Voorgestelde wijzigingen Algemene plaatselijke verordening gemeente Hardenberg december 2022. Hieronder is aangegeven welke artikelen het betreft. Onder “was” staat de bestaande tekst, waarbij de woorden/leestekens die wijzigen cursief zijn aangegeven. Onder “wordt” staat de nieuwe tekst, waarbij de nieuwe woorden/leestekens in vet zijn aangegeven. Onder de wijzigingen staat een korte toelichting, soms voor een aantal artikelen samen.
WAS
WORDT
Intulé Gelet op de artikelen 149, 151a, 151b, 151c, 151d en 154a van de Gemeentewet, de artikelen 3 en 4 van de Wet openbare manifestaties, artikel 4 van de Drank- en Horecawet, artikel 30c van de Wet op de kansspelen, artikel 2.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, artikel 437 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2.21 en 3.148 van het Activiteitenbesluit mileubeheer;
Gelet op de artikelen 149, 151a, 151b, 151c, 151d en 154a van de Gemeentewet, de artikelen 3 en 4 van de Wet openbare manifestaties, artikel 4 van de Alcoholwet, artikel 30c van de Wet op de kansspelen, artikel 2.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, artikel 437 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2.21 en 3.148 van het Activiteitenbesluit mileubeheer;
Toelichting Technische wijziging
Artikel 2:34b Regulering paracommerciële rechtspersonen 1.Paracommerciële rechtspersonen verstrekken uitsluitend alcoholhoudende drank tijdens en tot uiterlijk één uur na de georganiseerde activiteiten die uitsluitend verband houden met de statutaire doelstellingen van de instelling tot maximaal 24.00 uur. 2.Het is paracommerciële rechtspersonen niet toegestaan om bijeenkomsten van persoonlijke aard en bijeenkomsten die gericht zijn op personen die niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon betrokken zijn te houden.
1.Paracommerciële rechtspersonen verstrekken uitsluitend alcoholhoudende drank tijdens en tot uiterlijk één uur na de georganiseerde activiteiten die uitsluitend verband houden met de statutaire doelstellingen van de instelling tot maximaal 24.00 uur. 2.Het is paracommerciële rechtspersonen niet toegestaan om bijeenkomsten van persoonlijke aard en bijeenkomsten die gericht zijn op personen die niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon betrokken zijn te houden.
3.In afwijking van lid 2 mag een paracommerciële rechtspersoon die staat genoemd in het aanwijzingsbesluit behorende bij deze verordening, met inachtneming van hetgeen in dit aanwijzingsbesluit is bepaald, alcoholhoudende drank verstrekken tijdens bijeenkomsten van persoonlijke aard en bijeenkomsten die gericht zijn op personen die niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon betrokken zijn.
3.In afwijking van lid 2 mag een paracommerciële rechtspersoon die staat genoemd in het aanwijzingsbesluit behorende bij deze verordening, met inachtneming van hetgeen in dit aanwijzingsbesluit is bepaald, alcoholhoudende drank verstrekken tijdens bijeenkomsten van persoonlijke aard en bijeenkomsten die gericht zijn op personen die niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon betrokken zijn. Wanneer er een situatie ontstaat
WAS
WORDT
Wanneer er een situatie ontstaat waardoor een paracommerciële rechtspersoon een nieuwe vergunning op grond van de Drank- en Horecawet moet aanvragen dan vervallen de aanspraken uit het aanwijzingsbesluit. 4.Op grond van artikel 4 lid 4 van de Drank- en Horecawet kan de burgemeester ontheffing verlenen van de schenktijden, de bijeenkomsten van persoonlijk aard en de bijeenkomsten die gericht zijn op personen die niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de rechtspersoon betrokken zijn, als:
waardoor een paracommerciële rechtspersoon een nieuwe vergunning op grond van de Alcoholwet moet aanvragen dan vervallen de aanspraken uit het aanwijzingsbesluit. 4.Op grond van artikel 4 lid 4 van de Alcoholwet kan de burgemeester ontheffing verlenen van de schenktijden, de bijeenkomsten van persoonlijk aard en de bijeenkomsten die gericht zijn op personen die niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de rechtspersoon betrokken zijn, als:
a. minimaal 4 weken voor de activiteit waarvoor ontheffing wordt aangevraagd er een complete aanvraag om ontheffing is ingediend; b. het maximum van 4 ontheffingen per jaar per paracommerciële instelling niet wordt overschreden; c. de eindtijd van de ontheffing van de schenktijd zal niet later zijn dan sluitingstijd; d. ontheffing van de schenktijd niet wordt verleend voor een jongerenactiviteit.
a. minimaal 4 weken voor de activiteit waarvoor ontheffing wordt aangevraagd er een complete aanvraag om ontheffing is ingediend; b. het maximum van 4 ontheffingen per jaar per paracommerciële instelling niet wordt overschreden; c. de eindtijd van de ontheffing van de schenktijd zal niet later zijn dan sluitingstijd; d. ontheffing van de schenktijd niet wordt verleend voor een jongerenactiviteit.
Toelichting Technische wijziging
Artikel 2:34g Proeverijen in slijtlokaliteiten
-
1. Slijtersbedrijven zijn vrijgesteld van het in artikel 3, eerste lid, en het in artikel 14, eerste lid, van de Alcoholwet vervatte verbod, ten behoeve van het tegen betaling organiseren van een proeverij in hun slijtlokaliteit. 2. De vrijstelling geldt buiten de dagen en tijden dat de slijtlokaliteit bij of krachtens de Winkeltijdenwet regulier is opengesteld
Toelichting op de wijziging van de artikelen 2:34g Artikel 25e van de Alcoholwet maakt het mogelijk om bij verordening vrijstelling te verlenen van het verbod om in een slijterij een proeverij te houden Dit maakt het mogelijk om betaalde proeverijen in slijtlokaliteiten toe te staan. Deze vrijstelling geldt voor alle slijters in de gemeente. Het nieuwe artikel 2:34g voorziet in die vrijstelling. Artikel 2:47a Verbod verspreiden hinderlijke rookgassen
WAS
WORDT
1. Het is verboden om op een openbare plaats, die deel uitmaakt van een door het college aangewezen gebied, hinderlijke rookgassen te verspreiden. 2. Een rechthebbende van een gebouw met een publieke/openbare functie kan een verzoek indienen bij het college tot het opnemen van een bepaald gebied in een aanwijzingsbesluit. 3. Bij toewijzing van het verzoek, als bedoeld in lid 2, draagt de rechthebbende zorg voor een juiste uitvoering daarvan. Toelichting Soms is het onmogelijk bepaalde openbare gebouwen te betreden zonder door een walm van rook te moeten gaan. Dit artikel maakt het voor het college mogelijk om, op verzoek van een rechthebbende op zo’n gebouw, een gebied (veelal: aansluitend aan het terrein van het gebouw) aan te wijzen waar het hinderlijk verspreiden van rookgassen verboden is. Naast tabaksrook kan het ook gaan om andere rookgassen, zoals als uitlaatgassen. Het gaat dus om gebouwen met een openbare/publieke functie (als scholen, bibliotheken, e.d.), dus niet bijvoorbeeld om woongebouwen. Lid 3 benadrukt dat bij de feitelijke handhaving (met name: kenbaar maken van en mensen aanspreken op het verbod) de rechthebbende op het gebouw het eerst aan zet is.
Artikel 2:60 Houden of voeren van hinderlijke of schadelijke dieren
1. Het is verboden op door het college ter voorkoming of opheffing van overlast of schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, bij dat aanwijzingsbesluit aangeduide dieren: a. aanwezig te hebben; b. aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door het college in het aanwijzingsbesluit gestelde regels; c. aanwezig te hebben in een groter aantal dan in die aanwijzing is aangegeven; of d. te voeren. 2. Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak gelegen binnen een plaats die krachtens het eerste lid is aangewezen, ontheffing verlenen van een of meer verboden bedoeld in het eerste lid. 3. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 5:12 Overlast van fietsen of bromfietsen
1. Het is verboden op door het college ter voorkoming of beëindiging van overlast of schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, bij dat aanwijzingsbesluit aangeduide dieren: a. aanwezig te hebben; b. aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door het college in het aanwijzingsbesluit gestelde regels; c. aanwezig te hebben in een groter aantal dan in die aanwijzing is aangegeven; of d.te voeren. 2. Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak gelegen binnen een plaats die krachtens het eerste lid is aangewezen, ontheffing verlenen van een of meer verboden bedoeld in het eerste lid. 3. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
WAS
WORDT
1. Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast, of ter voorkoming van schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten staan.
1. Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of beëindiging van overlast, of ter voorkoming van schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten staan.
2. Het college kan openbare (brom-)fietsstallingsgebieden aanwijzen waar het, in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast, of ter voorkoming van schade aan de openbare gezondheid, verboden is een fiets of bromfiets langer dan een door het college te bepalen periode onafgebroken te laten staan.
2. Het college kan openbare (brom-)fietsstallingsgebieden aanwijzen waar het, in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast, of ter voorkoming van schade aan de openbare gezondheid, verboden is een fiets of bromfiets langer dan een door het college te bepalen periode onafgebroken te laten staan
Toelichting op de wijziging van de artikelen 2:60 en 5:12 Het betreft een technische wijziging. Artikel 6:1 Sanctiebepaling 1. Overtreding van het bij of krachtens de volgende artikelen bepaalde en de op grond van artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie: artikel 2:1, 2:10, 2:11, 2:12, 2:15, 2:16, 2:18, 2:19, 2:21, 2:23, 2:25, 2:25a, 2:26, 2:28, 2:29, 2:31, 2:31a, 2:40, 2:41, 2:42, 2:44, 2:44a, 2:48, 2:48a, 2:50b, 2:59, 2:73a, 2:74, 2:74a, 2:80, 3:3, 3:5, 3:12, 3:13, 3:14, 3:17, 3:18, 3:19, 3:21, 3:22, 4:5, 4:5b, 4:5c, 4:5d, 4:5e, 4:5f, 4:6, 4:9, 4:15, 4:18, 5:2, 5:13, 5:15, 5:18, 5:19, 5:23, 5:24, 5:25, 5:26, 5:27, 5:28, 5:29, 5:30, 5:31, 5:31a, 5:32, 5:33, 5:34, 5:36, 5:37.
1. Overtreding van het bij of krachtens de volgende artikelen bepaalde en de op grond van artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie: artikel 2:1, 2:10, 2:11, 2:12, 2:15, 2:16, 2:18, 2:19, 2:21, 2:23, 2:25, 2:25a, 2:26, 2:28, 2:29, 2:31, 2:31a, 2:40, 2:41, 2:42, 2:44, 2:44a, 2:47a, 2:48, 2:48a, 2:50b, 2:59, 2:73a, 2:74, 2:74a, 2:80, 3:3, 3:5, 3:12, 3:13, 3:14, 3:17, 3:18, 3:19, 3:21, 3:22, 4:5, 4:5b, 4:5c, 4:5d, 4:5e, 4:5f, 4:6, 4:9, 4:15, 4:18, 5:2, 5:13, 5:15, 5:18, 5:19, 5:23, 5:24, 5:25, 5:26, 5:27, 5:28, 5:29, 5:30, 5:31, 5:31a, 5:32, 5:33, 5:34, 5:36, 5:37.
Toelichting: Toevoeging van het nieuwe artikel 2:47a aan de sanctiebepaling zorgt ervoor dat het verbod om in aangewezen gebieden hinderlijke rookgassen te verspreiden strafbaar is.