CConstaterende datHardenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

Oplegger en Bossenstrategie Overijssel

Raadsinformatiebijeenkomst 21 mei 2024, gemeente HardenbergBij agendapunt: Opening en vaststelling agenda - Didi Dorrestijn9.631 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

In de bijlage de Bossenstrategie van de provincie. Meer informatie hierover is te vinden op de site van de provincie Overijssel. Zie bijgaande link:

https://www.overijssel.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/bossenstrategie

Op pagina 18 van de Bossenstrategie Overijssel staat de zoekgebiedenkaart. Op basis van

landschapstypen wordt aangegeven waar vanuit de bossenstrategie de aanplant van bos of van landschapselementen (houtwallen, erfbosjes etc.) wordt ondersteund.

Voor het aanleggen van bossen en andere houtopstanden moet getoetst worden aan het bestemmingsplan Buitengebied, zodat de gemeente nog de afweging maakt waar wel of geen bos kan worden gerealiseerd.

Bossenstrategie Overijssel 16 juni 2022

Colofon Uitgave Provincie Overijssel EDO-registratiekenmerk 2022/0105222

Datum 16 juni 2022 Auteur Sander van Dijk / Frederike van Wijk Illustraties (inclusief cover) Joost Fluitsma Foto’s Piet Bremer en Henkjan Schutte

Adresgegevens Provincie Overijssel Luttenbergstraat 2 Postbus 10078 8000 GB Zwolle Telefoon 038 499 88 99 Fax 038 425 48 88 www.overijssel.nl postbus@overijssel.nl

Samenvatting Wij willen meer mooie en gezonde bossen in Overijssel. Meer bos is goed voor het vastleggen van CO2 en óók goed voor de biodiversiteit en de kwaliteit van onze leefomgeving. Bos en bomen gaan mensen aan het hart als zichtbare en tastbare elementen in het landschap of betekenisvolle link tussen heden, verleden en toekomst. Inwoners, maatschappelijke organisaties en medeoverheden tonen zich dan ook zeer betrokken bij bomen en bossen in Overijssel. Daarom willen wij de bossenstrategie samen met hen vormgeven en ruimte maken voor initiatieven vanuit de samenleving, óók als dat naar verhouding iets meer energie en tijd vraagt.

Eind 2020 stelden Rijk en provincies een landelijke bossenstrategie vast met een ambitie voor meer en meer vitaal bos. Ook willen zij investeren in meer bomen buiten het bos en duurzaam gebruik van bomen en bos stimuleren. Inmiddels is er een bestuurlijke afspraak over financiering van de aanleg van 1.400 ha bos buiten natuurgebieden, aan te leggen vóór 2030. Deze bosaanleg is bedoeld als compensatie van de uitgevoerde en nog uit te voeren kapwerkzaamheden in Natura 2000-gebieden. Naast de afspraken over boscompensatie sluiten wij aan bij de landelijke ambitie. Dit betekent 10% meer bos en 5% houtige elementen buiten het bos in 2030. Voor Overijssel betekent dit in totaal circa 3.900 ha bos extra. Kortom, een forse ambitie voor nieuwe bos. Daarnaast hebben we de ambitie om ons bos vitaal en klimaatbestendig te maken en houden. Aanvullende besluitvorming tussen Rijk en provincies over omvang en financiering van bovenstaande ambities moet nog plaatsvinden.

3

Waar? Op die plaatsen waar het passend is in het landschap Uiteraard leent het ene landschap zich beter voor bosaanleg dan het andere. Daarom geven wij in een zoekgebiedenkaart aan waar wat ons betreft aanleg van bos of landschapselementen1 mogelijk is. Ook geven wij daarbinnen aan welke typen en kwaliteiten aan bos daar vanuit het natuurlijke systeem passend zijn. Voor landschapselementen baseren wij ons voor wat betreft de wenselijk toe te voegen kwaliteiten op de rijke variatie in cultuurlandschappen van Overijssel.

Wat? Vitaal bos dat tegen een stootje kan Nieuw bos moet niet alleen passen binnen het landschap, het moet ook passen binnen het natuurlijk systeem. Op een ‘bostypenkaart’ hebben wij aangegeven waar in Overijssel welk type bos/ bomen het beste past. Wij willen daarnaast ook de vitaliteit van de bossen in Overijssel verbeteren. Wij laten onderzoek doen dat ons inzicht zal geven in wat nodig is voor vitaal en toekomstbestendig bos. Hoe? Snel waar het moet, integraal waar het kan • Bij bosaanleg past géén dwingend instrumentarium, dus het vindt plaats op vrijwillige basis. Voor het aanleggen van nieuwe bossen onderscheiden wij drie parallelle sporen: • Snel en sectoraal: snel bomen planten, in aansluiting op initiatieven uit de samenleving, voor zowel grotere oppervlakten als kleinschalige initiatieven zonder ruimtelijke belemmeringen. • Combineren: bosaanleg in combinatie met andere provinciale opgaven, zoals klimaat of waterkwaliteit. • Integraal, als onderdeel van gebiedsprocessen. Financiële ruimte voor aanleg van 170 ha nieuw bos Als gezegd: de opgave is fors en daarom zijn wij na het beschikbaar komen van de benodigde middelen direct gestart met de voorbereiding van de aanleg van de eerste 60 ha bos. Daarbij richten wij ons op uitvoering via het eerste en het tweede spoor.

Het nu al beschikbare budget voor boscompensatie biedt daarnaast ruimte voor de aanleg van nog eens 110 ha bos. Uitvoering hiervan krijgt de komende periode vorm via zowel. Wij bieden initiatiefnemers een vergoeding voor bosaanleg, vergelijkbaar met de Subsidieregeling Kwaliteitsimpuls Natuur en Landschap (SKNL). Deze vergoeding bestaat uit compensatie van de waardedaling van de grond en van de aanplant- en proceskosten. Grondeigenaren komen daarnaast ook voor een beheersubsidie in aanmerking als het nieuw aangelegde bos binnen de begrensde natuur (NNN) ligt. Ondertussen loopt ook de actie ‘Iedereen een boom’ gewoon door, de teller staat inmiddels op ruim 300.000 geplante bomen en loopt gestaag op.

1 Bijvoorbeeld singels, houtwallen, heggen, hegwallen, houtkanten, bomenrijen of combinaties hiervan.

4

Inhoudsopgave Colofon

2

Samenvatting

3

Inhoudsopgave

5

1. Aanleiding, context en leeswijzer

7

1.1. Mooie en gezonde bossen en bomen

7

1.2. De landelijke Bossenstrategie richt zich op CO2-vastlegging en biodiversiteit

8

1.3. Uitgangspunten voor onze bossenstrategie

10

1.4. We betrokken en betrekken medeoverheden en maatschappelijke partners

11

1.5. Leeswijzer

11

2. Meer bos en meer bomen buiten het bos

12

2.1. Wat zegt de landelijke bossenstrategie?

12

2.2. Wat is de situatie in Overijssel?

13

2.3. Wat zijn onze ambities en doelen?

14

2.4. Hoe pakken we het aan?

16

2.4.1.

Uitvoeringsstrategie

17

2.4.2.

Uitwerking realisatiesporen

20

2.4.3.

We gaan door op de ingeslagen weg

21

3. Hoofdlijnen overige sporen

22

3.1. Vitaal bos

22

3.1.1.

Wat zegt de landelijke bossenstrategie?

22

3.1.2.

Wat is de situatie in Overijssel?

22

3.1.3.

Wat zijn onze ambities en wat doen we al?

22

3.2. Duurzaam gebruik van bos

23

3.2.1.

Wat zegt de landelijke bossenstrategie?

23

3.2.2.

Wat zijn onze ambities en wat doen we al?

23

4. Doorkijk uitvoering en vervolg

24

4.1. Programmatische aanpak

24

4.2. Uitvoering eerste tranche boscompensatie

24

4.3. Vervolgstappen

24

Bijlage A: Koppelkansen

25

Bijlage B: Uitwerking Beleidskader

33

5

1. Aanleiding, context en leeswijzer 1.1. Mooie en gezonde bossen en bomen Overijssel is een prachtige provincie. Het landschap is gevarieerd: van de bossen en heide op de Sallandse Heuvelrug, het coulissenlandschap in Twente tot de IJsseldelta en de waterrijke Kop van Overijssel. Natuur ligt overal ‘om de hoek’. Mooie dorpen, landgoederen en karakteristieke boerderijen bepalen het beeld in het buitengebied en vertellen het verhaal van de rijke cultuurhistorie die Overijssel kenmerkt. Bossen en bomen maken hier een belangrijk onderdeel van uit. Ze zijn van betekenis voor het behoud en de bescherming van plant- en diersoorten (biodiversiteit). Daarnaast vormt hout een duurzaam bouwmateriaal. Maar ook voor de kwaliteit van onze leefomgeving, voor een goed vestigingsklimaat voor wonen en werken én voor de regionale economie in Overijssel (denk aan toerisme) zijn bossen en bomen van belang. Bos en bomen kunnen daarnaast een belangrijke rol vervullen in de oplossing van het klimaatprobleem. Ze nemen immers CO2 op. Meer bomen en een gezonde bosontwikkeling betekent dus: minder CO2 in de lucht. We willen daarom meer mooie en gezonde bossen en bomen in Overijssel. Dat is goed voor de biodiversiteit, de kwaliteit van de leefomgeving en de vastlegging van CO2.

Eeuwenoud bos Bomen en bossen zijn tegenwoordig niet meer weg te denken uit Overijssel. Tot ongeveer 10.000 v. Chr. was er echter nog nauwelijks begroeiing, doordat het klimaat koud en droog was. Toen het warmer werd ontstonden de eerste bossen: natte broekbossen in de dalen van rivieren als de Vecht en de Reest. Overijssel raakte vervolgens dicht begroeid. Rond het begin van onze jaartelling veranderde dit door bomenkap. Hout was nodig voor de bouw en als brandstof, en er waren steeds meer gronden nodig voor de landbouw. Vanaf de 19e eeuw begon men weer bomen aan te planten, vooral voor de houtproductie maar ook als afbakening van eigendommen en langs wegen en kanalen. De meeste van de huidige bossen en bomen stammen uit die tijd. Toch zijn er in Overijssel nog ruim 300 eeuwenoude bossen, vooral in Twente. Het gaat om bossen waarvan de meeste al bestonden in 1600, dus meer dan 400 jaar geleden. Bekende oude bossen zijn bijvoorbeeld het Braambos (Paasloo), Elbertsbosch (Delden) en het Hassinkhof (Beuningen). Een goed beheer en passende uitbreiding zijn belangrijk voor het behoud van deze bossen. Op die manier blijven deze bossen een zichtbare verbinding tussen verleden, heden en toekomst.

7

Boseigenaren, bewoners, maatschappelijke organisaties en medeoverheden zijn enorm betrokken bij de bossen en bomen in Overijssel. Dit merken we bijvoorbeeld bij het kappen van bomen wanneer dat nodig is in sommige N2000-gebieden. En ook bij de actieve deelname aan ons actieplan ‘Iedereen een boom.’ Werken aan meer mooie en gezonde bossen en bomen doen we daarom zoals we in Overijssel gewend zijn: samen met bewoners, ondernemers, terreinbeheerders, maatschappelijke organisaties, waterschappen en gemeenten. In deze Bossenstrategie Overijssel werken we onze ambities, plannen en ideeën verder uit. Niet als dichtgetimmerd plan, maar als vertrekpunt voor en om richting te geven aan een gezamenlijke uitvoering. De landelijke bossenstrategie die we medeondertekenden vormde hiervoor de directe aanleiding en lichten we in dit hoofdstuk daarom eerst toe. Daarna geven we aan welke uitgangspunten we hanteerden om tot een Overijsselse bossenstrategie te komen.

1.2. De landelijke Bossenstrategie richt zich op CO2-vastlegging en biodiversiteit In november 2020 stelden Rijk en provincies de landelijke Bossenstrategie ‘Bos voor de toekomst’ vast. Het Klimaatakkoord vormt de directe aanleiding voor deze landelijke strategie. In het Klimaatakkoord is de opgave voor 2030 in het domein bomen, bos en natuur (BBN) gesteld op 0,4 Mton CO22, waarvan 0,26 Mton CO2 via bomen en bos. Rijk en provincies willen, met andere overheden, maatschappelijke partners en burgers, de CO2 -vastlegging in bos en bomen dus verhogen. Daarnaast willen Rijk en provincies de biodiversiteit in bossen versterken, zoals vastgelegd in de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn.

De hoofdambitie van de landelijke Bossenstrategie is om bij te dragen aan gezonde, toekomstbestendige en maatschappelijk gewaardeerde bossen. Hiervoor is nodig: • • • •

Meer bos Vitaal bos Meer bomen buiten het bos Duurzaam gebruik van bomen en bos

Per pijler van de landelijke bossenstrategie is op hoofdlijnen afgesproken wie voor welke doelen en acties verantwoordelijk is. Onderstaande tabel bevat een samenvatting hiervan; de paragrafen 2.1 en 3.1 lichten een en ander nader toe.

2 Het streven voor 2030 is 0,8 Mton CO2.

8

Pijler

Ambitie

Meer bos

+ 37.000 ha (10%)

Budget

Trekker

Tijd Tot 2030

Compensatie bosomvorming N2000

3.400 ha

Vooralsnog: 210 mln

Uitvoering: provincies

1e tranche tot 2024 (+ 2 j. uitloop)

Binnen NNN

15.000 ha

Aanname budgetneutraal

Verdeling provincies: IPO

Besluit verdeling: medio 2022

Buiten NNN

19.000 ha

Nnb

Rijk

Tot 2030

Vitaal bos

Vitaler bos en 10% natuurbos

Nnb

Rijk

Tot 2030

Meer bomen buiten bos

Toename houtige elementen van 3,5 => 5%

Deels klimaatgelden, deels GLB

Rijk

Tot 2030

Duurzaam gebruik

Verminderen recreatiedruk

Nnb

Rijk

Tot 2030

Hoogwaardige toepassing hout

Rijk en provincies spraken af in ieder geval te zorgen voor 18.000 ha meer bos: 3.400 ha compensatie en 15.000ha bosuitbreiding binnen het NNN. Als provincie zijn we, binnen de financiële mogelijkheden, primair verantwoordelijk voor de uitvoering van de boscompensatie en ons aandeel aan meer bos binnen NNN. Voor de overige onderdelen van de bossenstrategie is nog een verdere uitwerking door het Rijk en/of de gezamenlijke provincies nodig. Het coalitieakkoord van het nieuwe kabinet bevat extra middelen voor klimaatbeleid en Nationaal Programma Landelijk Gebied. Op basis daarvan gaan we met het Rijk in gesprek over de financiële dekking van de verschillende onderdelen van de bossenstrategie. We verwachten dat de uitvoeringsopgave in de komende jaren dus nog flink zal toenemen. Deze bossenstrategie bevat voor de pijlers ‘Meer bos’ en ‘Meer bomen buiten bos’ keuzes die richting geven aan de uitvoering van de opgave: waar, wat en hoe. Voor de overige onderdelen bevat deze strategie uitgangspunten voor onze inzet in de nadere uitwerking en afspraken met het Rijk en de andere provincies. We geven antwoord op vragen als: Welke bijdrage kan en wil Overijssel leveren aan de landelijke doelstelling? Wat zijn daarbij leidende principes en randvoorwaarden? Welke maatregelen kunnen wij nemen en welke middelen zijn daarvoor nodig?

9

1.3. Uitgangspunten voor onze bossenstrategie

In deze Overijsselse Bossenstrategie nemen wij de huidige toestand van het bos, het bestaande natuurbeleid en de besluiten over het Fundament van de nieuwe Omgevingsvisie als uitgangspunt. We werkten de bossenstrategie daarom uit volgens de voorkeursvariant van ‘zelfbewust Overijssel’: het natuurlijk systeem is leidend voor het ‘waar’ en 'wat', en waar nodig voeren we als provincie regie op de uitvoering. Voor de omvang van de boscompensatie is de bosomvorming (bomenkap) die nodig is in het kader van de Ontwikkelopgave N2000 leidend: 1.400ha. We gaan die niet verminderen en gaan deze compenseren. Zoals in de landelijke Bossenstrategie staat, doen we dit zoveel mogelijk buiten het Natuurnetwerk Nederland (NNN). In Overijssel hebben wij te maken met diverse andere ruimtelijke opgaven. De beschikbare ruimte is beperkt en we willen de beschikbare middelen zo efficiënt mogelijk inzetten. Het liefst integraal als onderdeel van brede gebiedsprocessen en/of de uitwerking van het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG). Snelheid is echter ook belangrijk, want in 2030 willen we klaar zijn en bomen leggen naarmate ze ouder worden meer CO2 vast.

We zoeken daarom nadrukkelijk naar het combineren van de bossenstrategie met andere actuele opgaven, zoals de Gebiedsgerichte Aanpak Stikstof (GGA), groenblauwe dooradering, Kaderrichtlijn Water, klimaatadaptatie, energietransitie en de toekomst van de landbouw. Initiatieven vanuit de samenleving juichen wij toe. We geven hier bij de uitvoering van de bossenstrategie ruimte voor, ook als dat naar verhouding meer energie en tijd vraagt. We vinden het belangrijk dat we niet alleen bomen planten, maar dat ze ook blijven staan. We besteden daarom aandacht aan manieren om hierover voldoende zekerheid te krijgen. Tot slot waren we in Overijssel al gestart met het stimuleren van de aanplant van meer bomen, via de actie ‘Iedereen een boom'. Hier gaan we in het kader van de bossenstrategie onverminderd mee door.

10

1.4. We betrokken en betrekken medeoverheden en maatschappelijke partners We spraken in de afgelopen maanden met diverse organisaties en overheden over de Overijsselse bossenstrategie. Zo betrokken we gemeenten we via het VNG Platform Ruimtelijk Domein bij de totstandkoming van deze bossenstrategie. Alle medeoverheden en maatschappelijke partners in het landelijk gebied betrokken we via het overleg SamenWerktBeter. Hun opmerkingen en suggesties verwerkten we in de definitieve bossenstrategie. Ook voor de uitvoering zoeken we de samenwerking op. Vanuit de provincie hebben we middelen beschikbaar voor projecten die partners al dan niet in combinatie met andere doelen uitvoeren. Ook willen we intensief samenwerken met gemeenten, die vanuit het klimaatakkoord ook ambities hebben, over grondposities beschikken én een belangrijke rol hebben als verantwoordelijke voor bestemmingsplannen en vergunningen. Tot slot zullen we tijdens de uitvoeringsfase aandacht besteden aan de communicatie met omwonenden van gebieden waar we aan de slag gaan.

1.5. Leeswijzer Hoofdstuk 2 en 3 beginnen beide met een beschrijving van wat in de landelijke bossenstrategie is afgesproken. Hoofdstuk 2 bevat vervolgens de kern van onze bossenstrategie: een uitwerking van onze uitgangspunten en ambities voor de belangrijkste en meest uitgewerkte pijlers: ‘Meer bos' en ‘Meer bomen buiten het bos’. Hoofdstuk 3 beschrijft onze inzet in de nadere uitwerking en afspraken voor de overige pijlers. Tot slot geeft hoofdstuk 4 aan hoe we de uitvoering van de bossenstrategie ter hand nemen in de komende jaren.

11

2. Meer bos en meer bomen buiten het bos 2.1. Wat zegt de landelijke bossenstrategie? De ambitie uit de landelijke bossenstrategie voor de pijler ‘meer bos’ is dat er in Nederland in 2030 circa 10% meer bos is, ofwel 37.000ha extra. Deze 37.000ha bestaat uit drie onderdelen: boscompensatie, bosuitbreiding binnen NNN en bosuitbreiding buiten NNN. Compensatie bosomvorming in het kader van N2000: 3.400 ha Rijk en provincies spraken af om alle boskap in het kader van N2000 te compenseren. Het gaat landelijk om 3.400ha. Elke provincie is verantwoordelijk voor de compensatie van de N2000-bomenkap die in die provincie plaatsvindt; in Overijssel is dat ca. 1.400 ha. Het Rijk en provincies gaan er vooralsnog van uit dat deze compensatie voornamelijk buiten het NNN plaatsvindt. Hierdoor blijft ruimte beschikbaar voor bosuitbreiding binnen het NNN. Het Rijk heeft voor de boscompensatie indicatief 210 miljoen euro gereserveerd. Voor de eerste 170ha in Overijssel zijn de middelen ook al daadwerkelijk beschikbaar. Bosuitbreiding binnen het NNN: 15.000 ha Rijk en provincies verbinden zich aan de uitbreiding van het bosareaal binnen het NNN met 15.000ha door middel van omvorming van bestaande natuur. Het uitgangspunt daarbij is dat de omvorming passend moet zijn wat betreft biodiversiteit, natuurwaarde en de landschappelijke inpassing.

Provincies maken in 2022 afspraken over de onderlinge verdeling van deze hectares. De aanname bij het opstellen van de landelijke bossenstrategie was dat deze bosuitbreiding budgetneutraal gerealiseerd kan worden; er zijn dus (nog) geen financiële middelen voor gereserveerd. Extra bos buiten het NNN: 19.000 ha Rijk en provincies willen met andere partijen verkennen hoe buiten het NNN 19.000ha extra bos kan worden aangelegd. Een deel hiervan is mogelijk op Rijksgronden, waarvoor in het Klimaatakkoord 14,5 miljoen euro beschikbaar is gesteld. Voor het grootste deel wordt gedacht aan ‘slimme functiecombinaties’ (met woningbouw, energietransitie, landbouw en water) en publiek-private samenwerking. Er is (nog) geen aanvullend budget beschikbaar. Meer bomen buiten het bos De ambitie is dat ook buiten het bos meer bomen of ‘houtige landschapselementen’ komen in zowel het landelijke als het stedelijk gebied. Landschapselementen in het landelijk gebied dragen bij aan koolstofvastlegging, verhogen de biodiversiteit en de kwaliteit van het landschap. Bomen en struiken in en nabij steden en dorpen dragen naast koolstofvastlegging ook bij aan een gezondere leefomgeving.

Het Rijk stelde in samenwerking met partners van het Deltaplan Biodiversiteitsherstel een Aanvalsplan landschapselementen op en is van plan een regeling open te stellen voor het stimuleren van nietproductieve landschapselementen in agrarisch gebied. Het Rijk kijkt daarbij ook naar mogelijkheden binnen het nieuwe GLB. Het Rijk onderzoekt daarnaast mogelijkheden om financiële prikkels te creëren voor de ontwikkeling van agroforestry. Tot slot onderneemt het Rijk acties voor meer bomen in en bij steden en dorpen.

12

2.2. Wat is de situatie in Overijssel? Overijssel telt circa 39.000 ha bos, bomen en houtige landschapselementen. Zie voor de ligging onderstaande kaart. Hiervan ligt ruim 29.000 ha binnen het NNN en 10.000 ha daarbuiten. De landelijke ambitie is 10% meer bos in 2030; 10% meer bos in Overijssel zou dus circa 3.900 ha extra betekenen.

Afbeelding: Bos en houtopstanden in Overijssel

Van het bos in Overijssel is ca. 19% naaldbos, 40% loofbos en 42% gemengd bos. Bijna 7.700 ha ligt binnen een N2000-gebied; daarvan is bijna 20% als een specifiek bos-habitattype3 aangewezen.

3 Betreft de habitattypen Beuken-eikenbossen met hulst, Eiken-haagbeukbossen, Oude eikenbossen, Hoogveenbossen, Vochtige alluviale bossen en Droge hardhoutooibossen.

13

Onderstaande tabel geeft de verdeling aan tussen bos en (houtige) landschapselementen, en naar bosbeheertype (N14, N15, N16 en N17), grondeigenaar en ligging binnen / buiten NNN. Voor het beheer van 70% van de hectares binnen het NNN verleent de provincie een SNL-subsidie. TBOs4

Provincie

Overige overheden5

Particulieren en bedrijven

Totaal

248

40

353

507

1.149

5.143

1.464

8.818

12.912

28.336

Natuurbos (N14, N15)

2.754

599

2.865

4.898

11.116

Productiebos (N16)

2.265

857

5.891

7.678

16.691

Cultuurhistorische waarde (N17)

123

8

62

336

529

5.391

1.504

9.171

13.419

29.485

Landschapselementen

47

50

759

1.108

1.964

Bos

255

252

3.368

4.219

8.095

Natuurbos (N14, N15)

91

59

742

1.015

1.907

Productiebos (N16)

156

191

2.594

3.127

6.068

Cultuurhistorische waarde (N17)

7

2

33

77

120

Binnen NNN Landschapselementen Bos

Totaal binnen NNN Buiten NNN

Totaal buiten NNN

303

302

4.127

5.327

10.058

Afbeeldingen: Bomen en bos in Overijssel

2.3. Wat zijn onze ambities en doelen? Onze ambitie is 10% meer bomen / bos in Overijssel in 2030; de realisatie (in omvang en tijd) is afhankelijk van een aantal voorwaarden We sluiten aan bij de landelijke ambitie dus 10% meer bos en 5% houtige elementen buiten het bos in 2030. Voor Overijssel betekent dit 3.900 ha bos extra. Hiervoor zijn wel voldoende financiële middelen nodig. De uitvoering doen we op basis van vrijwilligheid en samenwerking. Hoeveel extra bos en bomen we kunnen realiseren en in welk tempo, hangt dus mede daarvan af. Om de kans op succes te vergroten zijn we voortvarend begonnen door al in juni 2021 te starten met de voorbereiding van de aanleg van de eerste 60 ha (GS-besluit d.d. 29 juni 2021).

4 Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer en Landschap Overijssel 5 Inclusief nutsbedrijven

14

We realiseren 1.400 ha boscompensatie, mits voldoende financiële middelen Wij voelen ons verantwoordelijk voor de compensatie van bos dat in het kader van de Ontwikkelopgave N2000 is gekapt ten behoeve van andere natuurwaarden. Hiervoor zijn echter voldoende financiële middelen vanuit het Rijk nodig. Vanwege de afwaardering van gronden is bosaanleg buiten het NNN duurder dan binnen het NNN. Uitgaande van ca. 100keuro/ha is bij compensatie buiten het NNN ca 140 Meuro nodig. Op dit moment heeft het rijk echter 210 Meuro gereserveerd voor 3400 hectare, wat zou neerkomen op ‘slechts’ 87Meuro voor Overijssel. Dit lijkt dus onvoldoende voor de hele opgave. Hierover gaan we in gesprek met het Rijk. We willen met de aanplant6 van bomen en landschapselementen echt iets toevoegen Niet elke boom of houtwal past overal. We willen dat de bossen en landschapselementen die we aanleggen ook echt iets toevoegen aan het bestaande systeem en/of landschap. Voor bos sluiten we daarbij vooral aan bij het natuurlijke systeem. Zo ligt het niet voor de hand om wilgen te planten op de Sallandse Heuvelrug, of dennen in een beekdal. Houtige landschapselementen moeten aansluiten bij de diversiteit van het agrarisch cultuurlandschap en deze zo mogelijk versterken. Zo kunnen esranden de kenmerkende vormen in een essenlandschap accentueren.

Bos en bomen buiten NNN zijn primair voor CO2, binnen NNN ook voor biodiversiteit Binnen het NNN moet extra bos ook bijdragen aan biodiversiteitsdoelstellingen. Het type bos / bomen moet dus passen bij de ecologische omstandigheden, potenties en/of doelen. Bomen en bos buiten het NNN planten we primair om bij te dragen aan de klimaatdoelstellingen. We kijken ook daar naar wat past bij het natuurlijk systeem, maar sturen minder strak op het type bos / boom. Hetzelfde geldt voor de genetische herkomst van het materiaal dat bij aanplant wordt gebruikt. Omvorming naar bos binnen NNN is afhankelijk van natuurwaarde We verbonden ons met het Rijk en de andere provincies aan de opgave om binnen het NNN extra bos aan te leggen. Voordat we daar concrete afspraken met het Rijk over maken, brengen we nu eerst in beeld welke gebieden hiervoor in principe geschikt zijn. Dat geeft een indicatie voor een haalbare provinciale opgave in hectares. ‘In principe geschikt’ betekent dat we op basis van ecologische waarden afwegen waar bos passend zou kunnen zijn ten opzichte van andere typen natuur. Het gaat dan met name om kruiden- en faunarijke graslanden die niet goed ontwikkeld zijn en daartoe ook een mindere potentie hebben. Bij de besluitvorming over de daadwerkelijke omvorming van specifieke gebieden nemen we ook andere overwegingen mee, zoals landschappelijke en cultuurhistorische waarden.

We maken dus eerst nadere afspraken met de andere provincies en het Rijk over de omvang van de omvorming naar bos binnen het NNN in Overijssel. Onderdeel van die afspraken is de financiering, omdat we nu denken dat bosomvorming binnen het NNN niet budgetneutraal kan en er dus aanvullende financiële middelen nodig zijn. Snel en daadkrachtig naast integraal waar het kan We willen snel starten met het planten van bomen. Tegelijkertijd zien we de bossenstrategie als één van de vele puzzelstukjes van de grote puzzel die we in de komende jaren in het landelijk gebied gaan leggen. In de uitwerking en uitvoering van de bossenstrategie zoeken we dus in ieder geval naar plaatsen waar bos andere belangen niet schaadt. Daarnaast zetten we in op meerdere sporen: snel en daadkrachtig naast integraal waar het kan. Als middenweg tussen sectoraal en (volledig) integraal zoeken we voor de korte termijn actief naar combinaties met andere opgaven.

6 Voor de leesbaarheid gebruiken we het woord ‘aanplant’; hieronder valt ook het waar mogelijk (uit-)zaaien of het spontaan ontstaan na afschrapen van de toplaag.

15

2.4. Hoe pakken we het aan? In het navolgende beleidskader geven we aan hoe we gaan zorgen voor meer bos en bomen, waar bos en houtige landschapselementen passend zijn, en welke kwaliteiten (‘wat’) we met bos en bomen willen toevoegen. Onderstaande afbeelding geeft de hoofdlijnen aan. De uitwerking daarvan voor Overijssel lichten we in de volgende subparagrafen toe en is opgenomen in bijlage B. Op weg naar de implementatie en uitvoering worden de kaarten en handreikingen bij voorkeur samen met gemeenten verder uitgewerkt.

Afbeelding: Hoofdlijnen Beleidskader

16

2.4.1.

Uitvoeringsstrategie

Snel en daadkrachtig naast integraal waar dat kan We geven de verdere uitwerking en uitvoering van de pijlers 'meer bos’ en ‘meer bomen buiten bos’ vorm langs drie parallelle realisatiesporen: snel en sectoraal, gecombineerd en integraal waar het kan. We verwachten dat het zwaartepunt in de tijd zal verschuiven van het eerste naar het derde spoor. De drie sporen zijn: 1) Snel en sectoraal: Bosaanleg stimuleren in aansluiting bij initiatieven vanuit de samenleving via: a. Regeling relatief grote stukken b. Pilot particuliere kleinschalige initiatieven 2) Combineren: Bosaanleg in combinatie met koppelkansen vanuit andere provinciale opgaven 3) Integraal: Bosaanleg als onderdeel van gebiedsprocessen In paragraaf 2.4.2 lichten we de sporen verder toe.

Uitvoering op basis van vrijwilligheid Omdat vrijwilligheid en draagvlak het uitgangspunt zijn, zetten we (alleen) de volgende instrumenten in: • • • • • • •

Realisatie op provinciale gronden Subsidies aan TBOs en grondeigenaren Subsidies aan agrariërs via het Agro&Food-programma Financiële bijdragen aan mede-overheden Grondverwerving op vrijwillige basis Realisatie bos op terrein van particulieren, landgoederen en bedrijven die dit zelf aanbieden Planologische wijzigingen om te borgen dat aangelegd bos ook bos blijft

We zullen dus geen dwingend instrumentarium inzetten vanuit het doel ‘bosaanleg’. Wel is het mogelijk dat we bos aanleggen op gronden die vanwege een andere opgave (zoals de Ontwikkelopgave N2000 of infrastructuur) in ons bezit zijn gekomen. De zoekgebiedenkaart geeft aan waar bos(structuren) passend zijn Bos of landschapsversterkende bosstructuren passen op de ene plek beter dan ergens anders. Dit heeft te maken met landschappelijke en ecologische kenmerken. De zoekgebiedenkaart (zie afbeelding) geeft aan waar wij bos en landschapsversterkende bosstructuren passend vinden vanuit het perspectief van het landschap. Het voornemen is deze zoekgebieden als attenderingskaart op te nemen in de Omgevingsvisie en te verwerken in de beoordelingscriteria voor subsidieverlening. De grenzen van deze kaart zijn niet ‘in beton gegoten’: het betreft nu een eerste versie die in het vervolg naar de implementatie en uitvoering bij voorkeur samen met gemeenten aangescherpt wordt. Overigens is bosaanleg ook buiten deze gebieden mogelijk, mits het bijdraagt aan andere doelen en landschappelijk goed is in te passen.

17

Afbeelding: Zoekgebiedenkaart

Bossen, bomen en landschapselementen die passen bij het natuurlijk systeem en/of het cultuurlandschap We vinden het belangrijk dat we met de aanleg van bos, bomen en houtige landschapselementen ook echt iets toevoegen aan onze mooie provincie. De bostypenkaart (zie volgende pagina) geeft daarom aan waar in Overijssel welk type bos/ bomen het best passend is, gelet op het natuurlijk systeem. Het is een handreiking die helpt om het juiste type bos / bomen te kiezen in een bepaald gebied. In de praktijk spelen ook locatiespecifieke factoren een rol, die kunnen leiden tot andere keuzes. Hierbij houden we ook rekening met de mogelijke noodzaak van nieuwe boomsoorten vanwege klimaatadaptatie. We hebben ook oog voor de genetische samenstelling van het plantmateriaal. We brengen in beeld wat nodig is zodat nieuwe aanplant waar dat belangrijk is aansluit bij het bestaande groene erfgoed in Overijssel. Voor houtige landschapselementen richt de handreiking zich op de landschappelijke inpassing: welke kwaliteiten en typen opgaande houtige elementen passen bij de diversiteit van het Overijssels cultuurlandschap? Vergelijkbare vergoeding als via S(K)NL Initiatiefnemers bieden we een vergoeding voor bosaanleg die vergelijkbaar is met de vergoedingen op basis van de Subsidieregeling Kwaliteitsimpuls Natuur en Landschap (SKNL).

Het gaat om een vergoeding van de waardedaling van de grond en van de aanplant- en proceskosten. Grondeigenaren (m.u.v. overheden) kunnen vervolgens voor het beheer SNL-subsidie aanvragen als de gronden binnen het NNN liggen.

18

Afbeelding: Handreiking Bostypenkaart op basis van Ecogram

Handreiking Landschapselementen

Legenda: houtachtige elementen per landschapstype

Afbeelding: Handreiking houtige landschapselementen op basis van het cultuurlandschap

19

2.4.2.

Uitwerking realisatiesporen

Spoor 1: Snel en sectoraal Binnen het eerste spoor realiseren we extra bos, bomen en houtige landschapselementen sec vanuit de bossenstrategie. Mogelijk geven we bij de nadere uitwerking van regelingen daarbinnen prioriteit aan de zogenoemde voorkeursgebieden. Dit betreft: • Gebieden binnen 3 km van een kaplocatie in een N2000-gebied (in geval van boscompensatie) • Overgangszones, zoals de zone ONW (voluit: Ondernemen met Natuur en Water) en potentiële verbindingen tussen delen van het NNN • Uitloopgebieden bij steden • Zones langs beek- en riviergebieden Voor deze nieuwe bossen is het geen voorwaarde dat er ook specifieke andere provinciale doelen mee worden gediend. Onder dit spoor valt onder andere de uitwerking en uitvoering van de eerste 60ha waartoe wij in juni 2021 besloten. Voor realisatie op korte termijn is daarbij van belang dat er geen belemmeringen zijn vanuit het bestemmingsplan, vanwege de doorlooptijd van een bestemmingsplanwijziging. In de praktijk verwachten we daarom dat grotere stukken bos (> 3 - 5 ha) makkelijker te realiseren zijn. Voor kleinere, particuliere initiatieven starten we met een of meerdere gemeenten een pilot om ervaring op te doen hoe we ook die initiatieven kunnen stimuleren en honoreren.

Spoor 2: Bos in combinatie met andere opgaven We zoeken actief naar synergie met andere opgaven zodat de aanleg van bos niet alleen het vastleggen van CO2 realiseert, maar ook bijdraagt aan andere majeure opgaven in Overijssel. De meeste andere opgaven zijn ruimtelijk bepaald en geven dan aan ‘waar’ zij voor hun opgave meerwaarde zien van bosaanleg. De keuze voor een locatie wordt dus niet alleen door de wens tot bosaanleg bepaald, maar (ook) door de mogelijkheid om doelen te combineren. Per opgave verkenden we hoe die koppelkansen ruimtelijk en/of beleidsmatig liggen, en of deze kansen zich naar verwachting op de korte, middellange of lange termijn voordoen (zie bijlage A). Onder korte termijn verstaan we: locatie vastgelegd en uitvoeringsbesluit genomen uiterlijk in 2023, zodat (co-) financiering vanuit de eerste reeds toegekende Rijksbijdrage7 mogelijk is. Omdat we op voorhand geen verdeling maken tussen de opgaven, nemen we steeds per casus een besluit over concrete kansen die zich op korte termijn voordoen.

Een windbos als voorbeeld van spoor 2 De energietransitie is één van de opgaven waar koppelkansen liggen met de bossenstrategie. Hoe werkt dat dan in de praktijk? Stel: een initiatiefnemer wil op basis van de Regionale EnergieStrategie op een bepaalde locatie windmolens plaatsen. Hij/zij raadpleegt de zoekgebiedenkaart en ziet dat een combinatie met bos/ bomen daar passend lijkt. Dit betekent dat cofinanciering van een windbos vanuit de bossenstrategie in principe mogelijk is. De initiatiefnemer maakt een plan en maakt daarbij gebruik van de bostypenkaart om te bepalen welk type bomen/ bos op die locatie past. Voor de verschillende typen locaties en gebieden kunnen dus heel verschillende maatwerk oplossingen worden gemaakt. Op een natte locatie kan een elzenbroekbos in combinatie met windmolens passend zijn. Maar ook de combinatie met een wintereiken-beukenbos met productiefunctie of een multifunctioneel berkenzomereikenbos met recreatie behoort tot de mogelijkheden. GS nemen op basis van dit plan een besluit over cofinanciering van het windbos vanuit de bossenstrategie.

Oorspronkelijke situatie

Plan

Uitvoering: Windbos

7 Deze is beschikbaar via een SPUK: Specifieke UitKering.

20

Spoor 3: Als onderdeel van een integrale gebiedsaanpak Als provincie vinden we een integrale, gebiedsgerichte aanpak belangrijk om meerdere opgaven in samenhang aan te pakken. In het kader van het Nationaal Programma Landelijk Gebied gaan we daarom een Provinciaal Programma Landelijk Gebied (PPLG) opstellen. De klimaatopgave voor de sector landbouw en landgebruik, en dus voor de bossenstrategie, nemen we mee in de eerste, verkennende fase. Voor de middellange en lange termijn zien we de verdere uitwerking en uitvoering van de bossenstrategie dus mede als onderdeel van een gebiedsgerichte aanpak (GGA). We kunnen hiertoe per gebied een indicatieve ‘bosopgave’ bepalen.

2.4.3.

We gaan door op de ingeslagen weg

Via de actie ‘Iedereen een boom’ zijn we sinds 2020 al actief bezig met ‘meer bomen buiten het bos’. Alle korte termijn acties uit het actieplan lopen: we verbinden initiatieven en grondeigenaren via een online platform 8, stelden 44 ha provinciale grond beschikbaar voor initiatieven en financierden en stimuleerden boomaanplant via campagnes. Dit leidde tot nu toe tot ruim 300.000 geplante bomen en veel betrokkenheid vanuit de samenleving. Ook zijn we bezig met het uitwerken van de groen-blauwe dooradering. We hebben in beeld welke landschapselementen waar passen (zie handreiking houtige landschapselementen op p.20). We dringen bij het Rijk aan op aanvullende middelen omdat het GLB-budget ontoereikend zal zijn voor de landelijke ambitie. Zodra financiële middelen beschikbaar komen kunnen we hier concreet invulling en uitvoering aan geven. Tot slot onderzoeken we de mogelijkheid, wenselijkheid en haalbaarheid om de aanplant van bomen te verwerken in de voorwaarden voor bijvoorbeeld woningbouw, bedrijventerreinen e.d.

8 www.iedereeneenboom.nl

21

3. Hoofdlijnen overige sporen 3.1. Vitaal bos 3.1.1.

Wat zegt de landelijke bossenstrategie?

De ambitie uit de landelijke bossenstrategie is om vitaal bos met (al) zijn functies door te geven aan toekomstige generaties. Het bosbeheer moet zich naast de bestaande functies zoals houtproductie, meer gaan richten op biodiversiteit, klimaatadaptatie en klimaatmitigatie. Het bos moet completer en diverser worden en het areaal natuurbos9 moet toenemen. Voor de korte termijn is het belangrijk dat bos beter bestand is tegen klimaatverandering. Voor de langere termijn gaat het daarnaast om het verhogen van de biodiversiteit. De aanpak voor vitaal bos bestaat uit drie onderdelen: omgevingsfactoren verbeteren, een kwaliteitsimpuls en structurele aanpassingen in het beheer. Deze zijn uitgewerkt in tien acties met het Rijk, provincies, Landschappen en/of SNK als trekker. Provincies zijn verantwoordelijk voor de acties bosverjonging in faunabeheerplannen, boscompensatie inzetten voor verbindingen, verkenning kwaliteitsimpuls klimaatbestendig bos en verkenning aanpassing SNL t.b.v. meer natuurbos en kleinschalig klimaatslim beheer.

3.1.2.

Wat is de situatie in Overijssel?

In het kader van de Ontwikkelopgave N2000 werken we al enkele jaren aan het verbeteren van de kwaliteit van bossen die van belang zijn in het kader van de Vogel- of Habitatrichtlijn. Daarnaast verlenen we SNL-subsidie voor het beheer van bos (en andere natuur) binnen het NNN. Circa 13.000 ha van het bos in Overijssel valt onder de beheertypen N14 of N15 (natuurbos). Om beter inzicht te krijgen in de vitaliteit van álle bossen in Overijssel, voeren we een onderzoek uit naar de kwaliteit van het bestaande bos en de noodzaak tot maatregelen voor vitaal, toekomstbestendig bos. Het gaat dus om de huidige kwaliteit maar ook om mate waarin de bossen bestand zijn tegen klimaatverandering. Die gaat immers sneller dan dat bossen zich daar zelf aan kunnen aanpassen. De resultaten van het onderzoek verwachten we in de zomer van 2022.

3.1.3.

Wat zijn onze ambities en wat doen we al?

Ambitie: Kwaliteitsimpuls bestaand bos en 10% meer natuurbos mits voldoende middelen We willen de vitaliteit van Overijsselse bossen verbeteren. We voeren een onderzoek uit om in beeld te brengen hoe het op dit moment met onze bossen gaat. Ook geeft het onderzoek inzicht in maatregelen die nodig zijn voor vitaal en toekomstbestendig bos. Het gaat zowel om structurele maatregelen (gericht op omgevingsfactoren en/of beheer) als incidentele maatregelen (voor een kwaliteitsimpuls). Op basis van het onderzoek gaan we in gesprek met het Rijk over de financiering van de maatregelen en maken we een uitvoeringsplan. In lijn met de landelijke bossenstrategie hebben we als ambitie 10% meer natuurbos, wat voor Overijssel 1.300 ha extra10 betekent. Hiervoor is wel een landelijke aanpassing van het SNL nodig. We brengen alvast in beeld waar meer natuurbos mogelijk / wenselijk is. We gaan door met wat we al deden Het is natuurlijk belangrijk om bestaand bos te behouden dan wel bij noodzakelijke kap te compenseren. Voor de kap in bestaande bossen zien we daarom toe op de wettelijke herplantplicht en vragen gemeenten dat te doen voor de bomen vallend onder de gemeentelijke kapverordening. Daarnaast voeren we vanuit het programma Natuur voor Elkaar een pilot bosrandenbeheer uit.

Deze loopt tot 2027 en richt zich op het vergroten van kennis ten aanzien van de omvorming van bosranden tot mantel- en zoomvegetatie met een hogere biodiversiteit. De resultaten van deze pilot en de kennis

9 Bos waarin het beheer primair is gericht op biodiversiteit. Dit betreft de beheertypen N01, N14 en N15. 10 In 2021 bedroeg het areaal ‘natuurbos’ (gedefinieerd als beheertypen N14+N15) ca 13.000 ha, waarvan ca 11.000 ha binnen het NNN.

22

die het oplevert m.b.t. ecologie, wetgeving en proces betrekken we bij de uitvoering van de bossenstrategie.

3.2. Duurzaam gebruik van bos 3.2.1.

Wat zegt de landelijke bossenstrategie?

Bossen vervullen veelal meerdere functies, waartussen soms spanning bestaat. Een van de ambities is dan ook om de recreatiemogelijkheden te verbeteren en de recreatiedruk te spreiden. Zo blijft bos zijn functie vervullen voor ontspanning en recreatie, zonder dat dat ten koste gaat van de biodiversiteit. Een andere ambitie betreft het duurzaam gebruik van hout uit bossen. Het gaat dan om een hoogwaardige toepassing van hout en lichte toename van de houtoogst. Het Rijk is verantwoordelijk voor het verkennen van manieren waarop dit gestimuleerd kan worden.

3.2.2.

Wat zijn onze ambities en wat doen we al?

We vinden een goede balans tussen biodiversiteit en recreatie belangrijk en willen onze bijdrage leveren aan de uitwerking van deze pijler door het Rijk. We verwachten dat het aanplanten van bos / bomen bij stedelijke uitloopgebieden zal bijdragen aan het verminderen van de recreatiedruk in bestaande bossen. Eerder (in 2017) sloten we al een groen convenant. Hierdoor kunnen toezichthouders makkelijker op elkaars terrein toezicht houden en handhaven. Dit draagt bij aan de bescherming van bos inclusief flora en fauna tegen ongeoorloofde activiteiten.

23

4. Doorkijk uitvoering en vervolg In de komende maanden en jaren starten we met de uitvoering van de eerste hectares en maken we nadere afspraken met het Rijk en de andere provincies over de resterende opgaven.

4.1. Programmatische aanpak De verdere uitwerking en uitvoering van de bossenstrategie bestaat uit meerdere sporen en vraagt dus om een programmatische aanpak. We werken deze in de komende tijd verder uit.

4.2. Uitvoering eerste tranche boscompensatie We ontvingen van het ministerie van LNV een subsidiebeschikking (SPUK) van bijna 17 miljoen euro voor de uitvoering van de eerste tranche van 170 ha boscompensatie in de komende drie jaar. We zijn gestart met de voorbereiding van de eerste 60 ha uit deze tranche. Naast een daadkrachtige invulling van de opgave tot bosuitbreiding doen we hiermee ervaring op voor de resterende compensatie-opgave. De eerste 60 ha voeren we als volgt uit: • 20 ha op provinciale gronden die voor of na de bosaanleg verkocht zullen worden • 20 ha op gronden in eigendommen van TBOs (inclusief leden van OPG en Bosgroepen) • 20 ha via landschapsversterkende bosstructuren (houtwallen en kleine landschapsbosjes) in agrarisch gebied De daadwerkelijke bosaanleg vindt naar verwachting plaats vanaf het eerstkomende plantseizoen (najaar / eind 2022). Ook starten we met de uitvoering van de resterende 110 ha uit de eerste tranche. We bieden deze via zowel het eerste als tweede realisatiespoor (zie paragraaf 2.4) actief aan. Een jaar na het besluit tot ‘openstelling’ van deze hectares willen we duidelijkheid over de locaties en de (termijn van) uitvoering, zodat de aanleg binnen de SPUK-termijn wordt afgerond. Daarna halen we het net op voor zowel de uitvoering van de eerste 60ha als de vorderingen van de resterende 110ha om onze aanpak waar nodig bij te stellen.

4.3. Vervolgstappen De inzichten en ervaringen die we opdoen werken we uit naar handvatten voor de uitvoering (bijvoorbeeld via een subsidieregeling), ook met het oog op het vervolg na de eerste tranche. Met gemeenten starten we een proces om belemmeringen op het gebied van bestemmingsplannen te ondervangen. Hierdoor wordt bosaanleg en zekerheid over behoud van dat bos op meer plekken mogelijk. Naast de uitvoering van de eerste tranche zetten we ons actief in om de (overige) ambities uit de bossenstrategie handen en voeten te kunnen geven. Dit gebeurt veelal in afstemming met andere provincies en het Rijk. Zo zijn we actief betrokken bij de landelijke uitwerking en (afspraken over) financiering van landschapselementen. Ook zetten we ons in om de ambities uit en uitvoering van de bossenstrategie op te nemen in het Nationaal Programma Landelijk Gebied. Dat bevordert een integrale aanpak.

24

Bijlage A: Koppelkansen Klimaatmitigatie (energietransitie: NEO en RESsen) Zowel de bossenstrategie als de energietransitie zijn onderdeel van het Klimaatakkoord en dragen bij aan de vermindering van de netto-uitstoot van broeikasgassen en daarmee het verminderen van de opwarming van de aarde. Hoewel de doelen elkaar versterken betreft het parallelle sporen: vanuit het Klimaatakkoord is de opgave namelijk sectoraal (en niet geografisch) uitgewerkt en verdeeld. In de uitvoering zijn er wel degelijk koppelkansen, omdat een zorgvuldige en ‘groene’ ruimtelijke inpassing van wind- en zonne-energie van belang is. Op basis van de Zonneladder en de Kwaliteitsimpuls zonnevelden moet bij de aanleg van zonnevelden al 20% van het oppervlakte uit groen en/of water bestaan. Door cofinanciering vanuit de bossenstrategie is een extra impuls in kwaliteit en/of omvang mogelijk. De aanleg van windbossen, een combinatie van windmolens en bos, kan helpen bij het vergroten van het draagvlak voor windenergie in Overijssel. Ook uit financieel oogpunt kan dit voordelen bieden door het stapelen van (publieke en private) budgetten. Cofinanciering is hierbij noodzakelijk: het vrijwel volledig financieren van bosaanleg uit energiebudgetten lijkt weinig kansrijk11. Uit een verkenning naar het concept van windbossen kwamen verschillende ontwerpmogelijkheden naar voren.

Ook vanuit de verkenningen naar realisatie van windenergie ligt er een goede kans om het concept windbos in praktijk uit te voeren. Het tijdpad van de verkenning voor windenergie is hierin leidend: zodra concrete locaties voor windenergie in beeld zijn, kan bosaanleg in de uitwerking meegenomen worden. Waterkwaliteit (Kaderrichtlijn Water en Nitraatactieprogramma) We werken in Overijssel aan een betere kwaliteit van zowel oppervlakte- als grondwater, onder andere op grond van de Kaderrichtlijn Water en het Nitraatactieprogramma. De aanleg van bos / bomen kan 1op-1 bijdragen aan KRW-doelen door het verhogen van de beschaduwing en aanwezigheid van substraat in beekdalen en Waardevolle Kleine Wateren (in 2011 door PS vastgesteld). Het betreft vaak bovenstroomse wateren waarvan de waterkwaliteit bijdraagt aan de waterkwaliteit in de benedenstrooms gelegen KRW-waterlichamen en dus het bereiken van de KRW-doelstellingen. Met de waterschappen hebben we een selectie gemaakt van de meest prioritaire wateren en waar die liggen in het zoekgebied voor bos in Overijssel. We zien volop koppelkansen aangezien, vooral in het gebied van waterschap Vechtromen, de prioritaire wateropgaven binnen het zoekgebied voor bos of landschapselementen liggen.

Bij de nadere uitwerking en voorbereiding van de uitvoering moet met maatwerk een goede afweging worden gemaakt of en hoe dit landschappelijk goed is in te passen. De waterschappen zijn leidend voor de uitwerking tot concrete voorstellen.

11 Dit heeft te maken met de beschikbaarheid van (eigen) grond en de mate van participatie / meedelen in de grondopbrengst door de omgeving van de windmolens.

25

Ook is er een directe link tussen de bossenstrategie en de ambitie binnen de Programmatische Aanpak Grote Wateren (PAGW) van het Rijk om ooibossen aan te leggen langs grote rivieren (waaronder hardhout ooibos in de IJssel-Vechtdelta). Vanuit het PAGW volgt in 2022 een verdere uitwerking waarna we in beeld brengen op welke locaties er concrete kansen liggen. Vanuit het 6 e Nitraatactieprogramma werken we met circa 100 agrariërs in het project ‘boeren voor drinkwater’ in zes kwetsbare drinkwatergebieden aan de vermindering van uitspoeling naar het grondwater door extensiever landgebruik. De link is hier indirect: bos kan een gewenste vorm van landgebruik zijn en de middelen uit de bossenstrategie kunnen helpen een nieuw verdienmodel met extensiever landgebruik rond te krijgen. Tot slot is het 7e Nitraatactieprogramma inmiddels in voorbereiding. Dat leidt naar verwachting tot bindende doelstellingen die nopen tot de aanleg van mest- en uitspoelingsvrije bufferstroken langs watergangen. Ook daar zouden (financiële middelen voor) bos en houtige landschapselementen bij kunnen dragen aan de omvorming van het landgebruik. Klimaatadaptatie (wateroverlast, waterbeschikbaarheid en hittestress) Veel koppelkansen met waterveiligheid, wateroverlast en waterbeschikbaarheid Met waterschappen en gemeenten werken we in vier werkregio’s aan het programma Ruimtelijke Adaptatie.

Daarbij ligt de focus op dit moment vooral op waterveiligheid, wateroverlast en waterbeschikbaarheid, waarbij diverse koppelingen met de bossenstrategie mogelijk zijn. Op gebiedsniveau kan bos bijdragen aan het vasthouden van water doordat het een hoger waterpeil mogelijk maakt dan bij agrarisch landgebruik. Daarnaast verminderen bomen in hoger gelegen gebieden de snelle afspoeling van water en kunnen daarmee bijdragen aan het afvlakken van piekafvoeren. Bij het verruimen van beken en rivieren bestaat de koppelkans uit de aanleg van beekbegeleidend bos, met name in de bovenlopen. Dit kan bovendien gecombineerd worden met doelstellingen vanuit de KRW. Ook zou bosaanleg een plek kunnen krijgen in overstroomgebieden. Met de waterschappen brengen we komend jaar in beeld bij welke projecten het meekoppelen van bosaanleg daadwerkelijk wenselijk en uitvoerbaar is. Dit gebeurt onder andere binnen het programma Haarvaten op Orde (HOP) dat onderdeel is van het programma Zoetwatervoorziening Oost-Nederland (ZON). In 2022 brengen we per HOPfocusgebied in beeld waar concrete koppelkansen liggen. Bomen verminderen hittestress Bomen kunnen ook een bijdrage leveren aan een ander aspect van klimaatadaptatie, namelijk het verminderen van hittestress. Dit speelt meer (maar niet alleen) in stedelijk gebied en komt terug onder het kopje stedelijke ontwikkeling en wonen.

In het landelijk gebied kunnen landschapselementen bijdragen aan beschaduwing en daarmee de vermindering van hittestress en droogteschade. Binnen de werkregio’s Ruimtelijke Adaptatie zijn met name gemeenten verantwoordelijk voor maatregelen ter vermindering van hittestress. Bos als harmoniërende functie bij drinkwatergebieden Enigszins gekoppeld aan klimaatadaptatie is de beschikbaarheid van water voor de drinkwatervoorziening. In de Omgevingsvisie zijn gebieden gereserveerd waarin nieuwe drinkwaterwinningen kunnen worden gerealiseerd. Mocht dat daadwerkelijk aan de orde zijn, dan moeten gronden worden aangekocht en het landgebruik gewijzigd. Bos en natuur worden gezien als ‘harmoniërende functie’, dus de (financiële middelen ten behoeve van) de aanleg en/of ontwikkeling van bos kan een goede invulling zijn van het aan te passen landgebruik. Ditzelfde geldt voor de op de langere termijn gerichte verkenningen naar (grootschalige) alternatieve bronnen voor drinkwater. Natuur en biodiversiteit (N2000, Ontwikkelopgave, Natuurbeheerplan en Natuur voor Elkaar) Concrete kansen en aandachtspunten in de uitvoering Het versterken van de biodiversiteit, onder andere op grond van de Vogel- en Habitatrichtlijn, is één van de hoofddoelen van de landelijke en Overijsselse bossenstrategie.

De overlap in doelstellingen ligt zowel op het vlak van meer bomen / bos (vooral binnen maar ook buiten het NNN) als op de vitaliteit en kwaliteit van het bestaande bos. Het natuurbeleid zoals dat is vastgelegd in het landelijke Doelendocument N2000, de aanwijzingsbesluiten N2000, het Nationaal Netwerk Natuur (NNN), de Beheer- en inrichtingsplannen voor de N2000-gebieden en het Natuurbeheerplan Overijssel vormt het kader voor de uitwerking en uitvoering van de bossenstrategie. We gaan nu dus uit van de doelen en begrenzingen zoals die zijn vastgelegd en stellen die niet ter discussie. Kansen brengen we in beeld, bijvoorbeeld locaties waar de aanleg van eikenbos en hakhoutsingels/ houtwallen nabij N2000-gebieden kan bijdragen aan het instandhoudingsdoel voor het vliegend hert. Maar in beginsel laten we bij de zoektocht naar ruimte voor meer bos, de N2000-gebieden en de hydrologische uitwerkingsgebieden rond die N2000-gebieden vooralsnog buiten beschouwing. Dit om de gebiedsprocessen in het kader van de Ontwikkelopgave en het soms broze draagvlak niet te verstoren.

26

Daarnaast is er een link tussen de bossenstrategie en de pilot bosrandenbeheer vanuit het programma Natuur voor Elkaar. Deze pilot loopt tot 2027 en richt zich op het vergroten van kennis ten aanzien van de omvorming van bosranden tot mantel- en zoomvegetatie met een hogere biodiversiteit. De resultaten van die pilot en de kennis die het opleveren m.b.t. ecologie, wetgeving en proces betrekken we bij de uitvoering van de bossenstrategie. Beleidsmatige samenhang Het natuurbeleid wordt intussen geactualiseerd. Er vindt een landelijke actualisatie van de doelensystematiek N2000 plaats die effect zal hebben op de N2000-opgave in Overijssel, zowel binnen als buiten de N2000-gebieden. Wat dit precies gaat betekenen is naar verwachting eind 2022 bekend als het zogenaamde Nationaal Strategisch Plan (NSP) wordt vastgesteld. We weten echter dat de vijf boshabitattypen12 die in Overijssel voorkomen, landelijk in een zeer ongunstige staat van instandhouding verkeren. Deze notie betrekken we bij de verkenning naar mogelijkheden voor meer bos (binnen en buiten het NNN) en de verkenning van maatregelen voor een kwaliteitsimpuls van bestaand bos. Daarnaast betrekken we bij deze verkenningen de ambitiekaart natuur die in het kader van het Natuurbeheerplan is opgesteld.

De ambitiekaart geeft aan welke natuurpotenties Overijssel binnen het NNN heeft en is na vaststelling richtinggevend voor verdere uitvoering van het beleid. Op basis daarvan brengen we de mogelijkheden voor meer bos binnen het NNN in beeld. De uitkomsten zijn inbreng in de landelijke verdeling van de ambitie voor meer bos binnen het natuurnetwerk en een nadere uitwerking daarvan binnen de provincie. Gebiedsgerichte Aanpak Stikstof (GGA) Onderdeel van het N2000-beleid is ook de vermindering van de stikstofdepositie. Na het wegvallen van het PAS geven we dit in Overijssel vorm via de Gebiedsgerichte Aanpak (GGA). Er liggen koppelkansen waar de zoekgebieden vanuit de bossenstrategie overlappen met gebieden waar maatregelen nodig zijn voor een daling van de stikstofemissie en/of -depositie. De aanleg van bos is immers één van de mogelijkheden voor extensiever landgebruik met een lagere stikstofemissie. De mogelijkheden voor bosaanleg kunnen worden meegenomen bij het opstellen van de Gebiedsagenda’s in de eerste helft van 2022. Daarnaast zijn er kansen voor de aanleg van bomen/ bos op percelen die vanuit de GGA worden aangekocht in het kader van de Maatregel Gerichte Opkoop (MGO).

Tot slot liggen er in de toekomst mogelijk kansen voor verlaging van de stikstofdepositie op N2000-gebieden door de aanleg van 50 – 250 meter brede zones met landschapselementen/ (loof-) bomen rond agrarische bedrijven13. In alle gevallen geldt dat bij de uitwerking van concrete kansen afstemming met en draagvlak bij partners en directe omgeving noodzakelijk is. Wonen en stedelijke ontwikkeling Er ligt een directe link tussen bossenstrategie en wonen / stedelijke ontwikkeling om een deel van het nieuwe bos aan te leggen in stedelijke uitloopgebieden. Daarmee stimuleren we het gebruik van recreatief bos en vermindert de recreatiedruk op de kwetsbare bossen met hoge natuurdoelen. Er is in Overijssel een grote opgave voor woningbouw, waarbij we als provincie ook door middel van een (vooralsnog ambtelijk) stimuleringskader inzetten op de kwaliteit van de woonomgeving bij nieuwe woningbouwplannen. Bomen kunnen bijdragen aan een aantrekkelijke woonomgeving, in de vorm van bos als uitloopgebied en als bomen in de straat voor onder andere het verminderen van hittestress. We brachten in beeld waar de huidige ‘zachte en harde’ plannen voor woningbouw liggen ten opzichte van de zoekgebieden voor bos (zie onderstaande kaart). Het gaat dan vooral om de uitbreidingslocaties (nieuwe woningen buiten bestaand bebouwd gebied).

12 Betreft de habitattypen (met daarbinnen nog subtypen): Beuken-eikenbossen met hulst, Eiken-haagbeukbossen, Oude eikenbossen, Hoogveenbossen, Vochtige alluviale bossen en Droge hardhoutooibossen. 13 Zie proeftuinnatura2000, effecten van landschapselementen op de ammoniakdepositie

27

Bos als stedelijke uitloop is hier een heel goede aanvulling en kans. De kaartbeelden leveren concrete kansrijke projecten op waar het gesprek over aanplant van bos gevoerd kan/gaat worden, mede op basis van het stimuleringskader. Bij de ‘harde plannen’ zijn afspraken al vergevorderd maar zijn er waarschijnlijk op korte termijn wel mogelijkheden vanuit de compensatieopgave, aangezien de financiën voor het bos al gedekt zijn. Op de (middel-) lange termijn kan bos bij de nu nog ‘zachte plannen’ een integraal onderdeel vormen van de verdere uitwerking. Komend jaar verkennen we ook waar bosaanleg kan aansluiten bij de groen- en/of recreatievisies van gemeenten. Voor de iets langere termijn verkennen we of we de ontwikkeling van groen en bos in relatie tot nieuwe woningbouwplannen een nog wat concretere invulling kunnen geven. Tot slot onderzochten we de mogelijkheden voor bos in relatie tot tijdelijk en flexibel wonen (tiny houses), maar dit lijkt vooralsnog lastig te realiseren.

28

Landbouw Voor de korte termijn legden we al een koppeling met het programma Agro&Food: 20 ha uit de 1 e tranche boscompensatie realiseren we in de vorm van landschapversterkende bosstructuren binnen het project ecosysteemdiensten. Voor de middellange termijn verkennen we de mogelijkheid om agroforestry en voedselbossen (als ecosysteem opzet) binnen de boscompensatie op te kunnen pakken indien de bestemming ‘bos’ wordt. Voor vruchtbomen op grond die de bestemming landbouw behouden is de juridische borging dat de bomen er blijven staan (langdurige CO2 vastlegging) nog een onopgelost aandachtspunt. Dit valt onder het spoor ‘Gebruik van bos’ waarvoor het Rijk aan de lat staat. Tot slot werkt Overijssel aan een perspectief op de landbouw voor de langere termijn, mede in relatie tot het nieuwe GLB. Dit perspectief is nog niet vastgesteld, maar zal zich onder andere richten op verduurzaming en extensivering van de landbouw in combinatie met een duurzaam verdienmodel. Hierbij zijn ook de KPIs relevant die sturing geven aan de bijdrage van agrarische bedrijven aan maatschappelijke opgaven. Houtige landschapselementen en bos kunnen bijdragen aan verduurzaming van agrarische bedrijven en het bereiken van KPIs op gebied van klimaat en biodiversiteit. De manier waarop kan / moet nader onderzocht worden in pilots.

Landschap: Groen Blauwe dooradering en Cultuurhistorie De realisatie van de groen blauwe dooradering van het agrarisch cultuurlandschap (GBDA) is onderdeel van de samenhangende aanpak in het landelijk gebied die we uitwerken in de nieuwe Omgevingsvisie. Uit biodiversiteitsperspectief is het streven te komen tot ca. 10% GBDA van de landschapstypen in Overijssel. Vanuit de bossenstrategie bepaalden we in afstemming met het traject groen-blauwe dooradering (GBDA), per regio en landschapstype een passende vorm en kwaliteit van landschapselementen. Concreet betreft het met name landschap versterkende bosstructuren. Op basis van de (geografische) match met de voorkeursgebieden van de bossenstrategie is het mogelijk om tot een kwaliteitsslag voor GBDA en biodiversiteit te komen. Ook is er een link met het (streekeigen) landschapsbeheer en lijken er kansen te liggen voor landgoederen. In de komende periode werken we dit verder uit. Als er dan via het nieuwe GLB en/of GBDA middelen beschikbaar komen weten we waar en wat we zouden willen met betrekking tot landschapselementen. Hierbij is ook afstemming nodig met / in verband met de reeds lopende regelingen binnen Natuur voor Elkaar. Bestaande bomen en bos hebben vaak een belangrijke ‘gevoelswaarde’ als onderdeel van het landschap.

Het versterken en/of herstellen daarvan kan dus bijdragen aan zowel de bossenstrategie als cultuurhistorische waarden en draagvlak. We hebben in beeld gebracht waar in Overijssel nog eeuwenoude bossen aanwezig zijn en verkennen of we die kunnen versterken (groter maken) en/of bos of boomstructuren op historische plaatsen kunnen herstellen. Ook werken we het concept van de historische erfbosjes uit.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14200174/3