Onderzoeksrapport inwonersonderzoek afval voorjaar 2023
Tekst van het document
Afvalonderzoek gemeente Hardenberg voorjaar 2023
Maart-april 2023, onderzoek uitgevoerd door Marintel onderzoek & advies
Inhoudsopgave
Hoofdstuk 1. Verantwoording.
3
Hoofdstuk 2. Onderzoeksresultaten
11
Hoofdstuk 3. Conclusies en adviezen
21
Hoofdstuk 4: Extra: algemene gedragswetenschappelijke adviezen over afvalcommunicatie
26
Bijlage 1: vragenlijst bijlage twee: open antwoorden (excel)
Afvalonderzoek gemeente Hardenberg | voorjaar 2023 | pagina 2
Hoofdstuk 1. Verantwoording onderzoek
Afvalonderzoek gemeente Hardenberg | voorjaar 2023 | pagina 3
1.1 Achtergrond De gemeente Hardenberg heeft besloten om in 2023 een nieuw integraal Gemeentelijk Grondstoffen Plan te ontwikkelen dat breed verankerd is in de maatschappelijke context. Deze keuze is gemaakt vanuit de behoefte aan een samenhangend pakket c.q. een routekaart in de richting van een circulaire economie zonder verspilling waarin de doelstellingen van het landelijk programma Van Afval Naar Grondstoffen onderschreven worden. De lange termijn doelstelling in dit landelijke programma is 0 kilogram restafval in 2050. Hierbij wordt ingezet op: • • • •
Afval meer en beter scheiden zodat het gerecycled kan worden; Minder spullen gebruiken; Producten langer gebruiken; Producten hergebruiken en repareren.
Een samenleving zonder verspilling van grondstoffen nog steeds het doel. Voor gemeenten in Nederland, en dus ook voor de gemeente Hardenberg, is het de uitdaging om toe te werken naar de vermindering van het huishoudelijk restafval, maar tegelijk ook de kwaliteit van de gescheiden ingezamelde grondstoffen te borgen zodat deze goed en in grote mate herbruikbaar en recyclebaar zijn. De gemeente heeft de beschikking over de volgende beleidsinstrumenten: 1. Service: het beschikbaar stellen van voorzieningen voor grondstoffen en restafval. Door service op grondstoffen te verhogen en op restafval te verlagen zou het scheiden van afval verbeterd kunnen worden. 2. Prijs. Het bieden van een prijsprikkel (diftar) is een instrument om het aanbiedgedrag van afval te sturen. 3. Communicatie: communicatie op instructieniveau, voorlichting over nut en noodzaak en daarnaast ook motiverende communicatietrajecten. 4. Handhaving.
Afvalonderzoek gemeente Hardenberg | voorjaar 2023 | pagina 4
Uiteindelijk is het goed scheiden van afval het resutaat van de samenwerking van de gemeente en haar inwoners. Om die reden heeft de gemeente Hardenberg gekozen voor een uitgebreid participatietraject op dit onderwerp. In dit onderzoeksrapport vindt u de uitkomsten uit de eerste fase van dit participatietraject: een breed inventariserend inwonersonderzoek. 1.2 Doelen Doelen in dit onderzoek zijn: • Inzicht in hoe inwoners van Hardenberg op dit moment omgaan met scheiden van afval en het aanbieden of wegbrengen van het restafval en de grondstoffen; • Een inventarisatie van ideeën, obstakels en ervaringen van diverse subdoelgroepen (leeftijdscategorieën, gezinsgrootte, type woning, woonplaats, en specifieke afvalsoorten die bij sommige inwoners meer en bij andere inwoners minder of niet aanwezig zijn in het huishouden); • Redenen om bepaalde grondstoffen al dan niet te scheiden; • Tevredenheid over de huidige afvalinzameling, verbeterpunten in de huidige inzameling; • Een eerste indruk van draagvlak voor mogelijkheden om de afvalscheiding verder te verbeteren.
1.3 Onderzoeksmethodiek: combinatie van internet en persoonlijk afgeven en ophalen van schriftelijke vragenlijsten 1.3.1 Ontwikkeling vragenlijst Voor het onderzoek is een vragenlijst ontwikkeld door een onderzoeker met uitgebreide ervaring in de uitvoering van afvalonderzoek in gemeenten. De vragenlijst is verder ontwikkeld in overleg met afvalexperts van binnen en buiten de gemeente Hardenberg. Gedurende de ontwikkeling van de vragenlijst vonden meerdere feedbackrondes en testmomenten plaats, waarin de begrijpelijkheid, eenduidigheid en logische opbouw van de vragenlijst centraal stonden. 1.3.2 Werving respondenten De vragenlijst is online gepubliceerd van 15 maart 2023 tot en met 1 april 2023. De gemeente Hardenberg heeft inwoners via diverse kanalen uitgenodigd om het onderzoek in te vullen: via sociale media, de gemeentelijke website, de gemeentepagina in het huis-aan-huisblad en via de sociale media van de gemeente. De berichten via sociale media zijn door 26.389 mensen gezien. Naast de werving voor de internetvragenlijst is een schriftelijke vragenlijst persoonlijk uitgedeeld bij 255 adressen in de woonplaatsen Hardenberg, Dedemsvaart, De Krim, Lutten, Sibculo en in het buitengebied. 1.3.3 Schriftelijke vragenlijst uitdelen en ophalen Vooraf is een selectie gemaakt van 300 adressen in grotere en kleinere woonkernen van de gemeente Hardenberg en in het buitengebied.
Hierbij zijn ook 40 hoogbouwwoningen geselecteerd. Een team van drie enquêteurs heeft de geselecteerde adressen bezocht. Na aanbellen is een korte toelichting over het doel van het onderzoek gegeven en verzocht of inwoners de schriftelijke vragenlijst wilden invullen. 85% van de betreffende inwoners (255 adressen) was daartoe bereid. Met hen is afgesproken dat de ingevulde vragenlijst aan het einde van de dag weer werd opgehaald. Op deze wijze hebben we 245 vragenlijsten opgehaald. Acht vragenlijsten zijn op verzoek van de inwoners op een later moment ingevuld en alsnog opgestuurd naar een antwoordnummer. In totaal hebben we dus 253 schriftelijke vragenlijsten in het onderzoek opgenomen. Afvalonderzoek gemeente Hardenberg | voorjaar 2023 | pagina 5
1.3.4 Hoe voeren wij digitaal onderzoek uit? Voor een goede digitale toegankelijkheid van internetvragenlijsten hanteren we de volgende richtlijnen: • De vragenlijst past zich automatisch aan, aan eerder gegeven antwoorden. Zo stelden wij de vraag “Hoe vaak zet u uw container met restafval aan de straat? “ alleen aan inwoners die ook over deze container beschikken (routering door de vragenlijst). • Er is gekozen voor grote grafische elementen zoals bijvoorbeeldde knop “VOLGENDE” zodat ook mensen met een beperktere handfunctie die de vragenlijst op de telefoon invullen, niet “misklikken”. • Wij kiezen voor voldoende grote letters en gebruik van contrasterende kleuren (dus geen blauwe letters tegen een grijze achtergrond). • Wij gebruiken software die rekening houdt met verschillende beeldschermen en daar de vragen op aanpast (telefoon versus tablet en groter beeldscherm), de software is “responsief”. • We gebruiken iconen niet ter vervanging, maar ter verduidelijking van de tekst. In dit specifieke onderzoek zijn geen iconen gebruikt. • Er is gekozen voor korte en duidelijke vragen en niet te veel leeswerk, eenvoudig en algemeen taalgebruik (B1). • Wij gebruiken geen vakjargon of Engelse termen. • Als je op een antwoord wil klikken (“eroverheen hovert met je muis”), licht het antwoord op zodat je zeker weet dat je goed klikt.
• De vragenlijst is getest door een kleine groep kritische testers, waaronder drie ouderen (75+) , twee testers met Nederlands als tweede taal en een jonge gezin. • Gedurende de looptijd van een onderzoek controleren wij altijd de antwoorden om te zien of alles helder is en de vragenlijst goed ingevuld wordt.
Kwaliteitscontrole De vragenlijst is zo ingericht dat de vanaf ieder IP-adres maximaal één keer ingevuld kon worden. Wij controleren de antwoorden van respondenten op logische inconsistenties en indien nodig worden hierin correcties uitgevoerd. Gesloten (multiple choice) vragen zijn in grafieken omgezet, open vragen turven wij en de meest genoemde antwoorden nemen we op in het rapport. Een overzicht van alle open vragen vindt u in bijlage twee bij het rapport. 1.4 Beschrijving van de respondenten 1.4.1. Gezinsgrootte Om na te gaan of de deelnemers aan het onderzoek alle inwoners van de gemeente Hardenberg representeren is gevraagd naar de gezinsgrootte, leeftijd en de woonplaats van de respondenten. De grootte van het gezin kan van belang zijn omdat grote gezinnen meer afval hebben en daarom wellicht andere behoeften en uitdagingen hebben dan kleinere huishoudens. In dit onderzoek is steeds getoetst of dat zo is. Uit een vergelijking met gegevens van het CBS is in dit onderzoek het aantal eenpersoonshuishoudens ondervertegenwoordigd. In Hardenberg bestaat 29% van de huishoudens uit één persoon; in dit onderzoek was dat slechts 11%. 1.4.2. Leeftijd In de tweede grafiek is de leeftijd van de respondenten weergegeven. Kinderen en jongeren onder de 20 jaar zijn niet vertegenwoordigd in dit onderzoek.
Een reden hiervoor is dat het vaak de ouders zijn die post van de gemeente open maken en dan ook de vragenlijst invullen. Zij zijn ook vaak degenen die verantwoordelijk zijn voor hoe er in het gezin met afval wordt omgegaan. De leeftijd van de respondent kan van belang zijn omdat er sprake kan zijn van een generatie-effect in het gedrag, houding en wensen van inwoners wat betreft het afval. In dit onderzoek hebben we dit steeds getoetst.
Afvalonderzoek gemeente Hardenberg | voorjaar 2023 | pagina 6
1.4.3. Gebruik inzamelmiddelen Rolcontainers Aan de respondenten is gevraagd of zij een grijze container met oranje deksel voor PMD en een groene container voor GFT in gebruik hebben. In feite zouden alle bewoners van woonhuizen deze container in gebruik hebben (en bewoners van een bovenwoning of appartement niet). Uit de antwoorden blijkt dat 93% van de inwoners een PMD container gebruikt en 92% een groene container. Dit verschil kan verklaard worden doordat sommige grondgebonden hoogbouwwoningen een PMD container uitgereikt hebben gekregen, al dan niet voor gezamenlijk gebruik, terwijl niet helemaal duidelijk is of er in de gemeente op enig moment bewoners van hoogbouw met tuin op aanvraag een groene container gekregen hebben. Een tiental inwoners zegt wel een PMD-container in gebruik te hebben, maar geen groene container voor GFT.
Afvalonderzoek gemeente Hardenberg | voorjaar 2023 | pagina 7
Papier Aan de respondenten gevraagd of het oud papier wordt opgehaald of dat zij het wegbrengen. Iets meer dan de helft (53%) brengt het oud papier weg, bij 45% wordt het opgehaald. 1% van de inwoners zegt het oud papier bij het restafval te gooien en 1% geeft een antwoord in de categorie “anders”. Deze inwoners geven aan dat het oud papier wordt opgehaald en dat zij het daarnaast soms wegbrengen, bijvoorbeeld wanneer het te veel is.
1.4.4. Woonplaats Om na te gaan of de deelnemers aan het onderzoek alle inwoners van de gemeente Hardenberg representeren is gevraagd naar de leeftijd en de woonplaats van de respondenten. Het percentage respondenten per woonplaats in dit onderzoek komt goed overeen met de gehele populatie huishoudens in de gemeente. De optie “buitengebied” is later toegevoegd aan de internetvragenlijst. Op dat moment was de vragenlijst al door de eerste 200 inwoners ingevuld die deze antwoordoptie niet gezien hebben. Mogelijk hebben er dus meer bewoners van het buitengebied deelgenomen aan het onderzoek. In de categorie “anders” zijn de volgende toelichtingen het vaakst gegeven: • Schuinesloot (22 maal) • Mariënberg (16 maal) • Radewijk (12 maal) Een overzicht van alle open antwoorden is beschikbaar als bijlage twee bij dit rapport (in excel). 1.4.5. Laagbouw en hoogbouw Bewoners van niet grondgebonden woningen (flats en bovenwoningen) beschikken over andere afvalinzamelmiddelen van bewoners van woonhuizen. In Hardenberg geldt dat alleen voor flatbewoners van niet-grondgebonden woningen. Bewoners van een appartementencomplex met tuin (op de begane grond) hebben in sommige gevallen wél de beschikking over rolcontainers. Aan dit onderzoek hebbern 159 inwoners deelgenomen die niet beschikken over een groene container voor GFT. Dat is 8% van alle respondenten.
In de gemeente Hardenberg woont 12,6% van de inwoners in een flat of bovenwoning. Het is niet duidelijk hoeveel van deze inwoners een tuin hebben en of er individuele gevallen zijn waarin men een groene container heeft aangevraagd. Het kan dus zijn dat het aantal bewoners van hoogbouw in dit onderzoek iets hoger ligt dan 8% maar dat deze bewoners toch over een container voor GFT beschikken. Het aantal van 159 is niet voldoende voor een representatief inzicht in 3.277 huishoudens in Hardenberg die in een flat- of bovenwoning. Wel geeft het een eerste indruk. Voor een representatief beeld zou nader onderzoek nodig zijn. Afvalonderzoek gemeente Hardenberg | voorjaar 2023 | pagina 8
1.5 Representativiteit van dit onderzoek 1.717 respondenten hebben de vragenlijst via internet ingevuld en 253 respondenten hebben de schriftelijke vragenlijst ingevuld. Samen geeft dat 1.970 respondenten. In de gemeente Hardenberg wonen ca 62.000 inwoners, verdeeld over 25.400 huishoudens (bron). De antwoorden van 1.970 respondenten zijn geanalyseerd in dit onderzoek. Bij een betrouwbaarheidsniveau van 95% geeft deze steekproefgrootte een nauwkeurigheidsmarge van 2,1. Dat betekent dat wanneer 33% van de inwoners in Hardenberg de rolcontainer met restafval iedere vier weken aan de straat zet, het werkelijke percentage – waanneer uit alle huishoudens een inwoners zou hebben meegedaan aan dit onderzoek – tussen de 30,9% en 35,1% zou ligt. In de gedragswetenschappen wordt een nauwkeurigheidsmarge kleiner dan 5,0 de Gouden Standaard genoemd, in dit onderzoek was deze marge dus nog kleiner (2,1). Het aantal respondenten volstaat dus ruimschoots voor een representatief onderzoek. Door de grotere steekproef kunnen we nu ook verschillende subdoelgroepen met elkaar vergelijken, bijvoorbeeld inwoners die zeggen veel restafval te hebben met inwoners die zeggen weinig afval te hebben.
Gezien de combinatie van de twee onderzoeksmethodieken (schriftelijk en via internet) – waardoor ook inwoners die minder handig zijn met de computer ook hebben kunnen deelnemen aan het onderzoek, èn gezien de verdeling over de woonkernen en de variatie in leeftijd en gezinsgrootte, kan gesteld worden dat dit onderzoek voldoende representatief is voor alle huishoudens van de gemeente Hardenberg. Omdat eenpersoonshuishoudens ondervertegenwoordgd zijn in dit onderzoek is voor de algemene onderzoeksresultaten een kleine statistische correctie uitgevoerd. Indien de gemeente Hardenberg specifiek wil weten wat de mening is van inwoners jonger dan 20 jaar, bewoners van het buitengebied of bewoners van hoogbouw, dan adviseren wij nader onderzoek onder deze specifieke doelgroepen. De aantallen respondenten in dit onderzoek uit deze subdoelgroepen zijn te laag om uitspraken te doen over alle leden uit die groepen.
Afvalonderzoek gemeente Hardenberg | voorjaar 2023 | pagina 9
1.6 Leeswijzer Meervoudige en enkelvoudige vragen Soms kunnen antwoorden optellen tot 99% of tot 101%. Dit zijn afrondingsverschillen die in deze rapportage niet zijn gecorrigeerd. Bij vragen waarbij meer antwoorden mogelijk zijn, tellen de antwoorden logischerwijs op tot meer dan 100%. Vragen op maat Niet alle vragen zijn aan alle inwoners gesteld omdat deze niet voor iedereen relevant zijn. Dat kan betekenen dat het aantal inwoners per vraag anders is. Indien dit zo is, is dit in de tekst vermeld. Wat was de letterlijke vraag? Voor de leesbaarheid van grafieken is ervoor gekozen om antwoordmogelijkheden af te korten. De letterlijke antwoordmogelijkheden vindt u in bijlage één bij dit rapport (de vragenlijst). Ook is in de tekst nader omschreven wat de antwoordmogelijkheid was die inwoners hebben kunnen aankruisen. Samenhangen en causaliteit In het rapport is een groot aantal samenhangen opgenomen, bijvoorbeeld tussen hoeveel herbruikbare grondstoffen inwoners scheiden van het restafval en hoe tevreden zij zijn over de afvalinzameling in de gemeente Hardenberg. Causaliteit, dus oorzaak en gevolg, kan niet worden vastgesteld door de statistiek. Er kan dus niet geconcludeerd worden dat als inwoners tevreden zijn over de afvalinzameling, zij de grondstoffen beter scheiden.
Andersom kan ook niet worden vastgesteld dat wanneer inwoners grondstoffen beter scheiden, zij meer tevreden zijn over de afvalinzameling in de gemeente Hardenberg. Er kan ook een andere verklaring zijn voor deze samenhang.
Afvalonderzoek gemeente Hardenberg | voorjaar 2023 | pagina 10
Van alle in de database aanwezige variabelen is getoetst in hoeverre zij samenhangen met een andere variabele. Indien een samenhang niet opgenomen is in de tekst, mag u ervanuit gaan dat deze niet aanwezig is. Hierbij gingen wij steeds uit van een significantieniveau van P<0.05, wat gebruikelijk is in gedragsonderzoek. Spreiding binnen een subgroep (bijvoorbeeld binnen de leeftijdscategorie 51-60 jaar), de verschillen tussen de gemiddelden èn aantallen respondenten die een vraag beantwoorden, hebben invloed op of een gevonden verschil tussen twee groepen statistisch significant is. In dat geval mogen we ervan uitgaan dat het verschil ook in werkelijkheid, wanneer alle leden van die subgroep ondervraagd worden, bestaat. En dus niet kan worden toegeschreven aan het toeval. De subdoelgroepen “buitengebied” en “hoogbouw” zijn in dit onderzoek te klein om uitspraken te kunnen doen over alle bewoners van het buitengebied of hoogbouw. Open antwoorden en toelichtingen Bij verschillende vragen is de inwoners de mogelijkheid geboden om hun antwoord toe te lichten. De meest genoemde antwoorden zijn opgenomen in dit hoofdstuk. Een overzicht van alle toelichtingen is bijgevoegd bij dit rapport in een bijlage (bijlage twee).
Hoofdstuk 2. Onderzoeksresultaten
Afvalonderzoek gemeente Hardenberg | voorjaar 2023 | pagina 11
2.1 Afvalgedrag in Hardenberg 2.1.1 Hoe gaan inwoners die geen GFT-container hebben hiermee om? Aan de respondenten die geen GFT-container hebben is gevraagd wat zij dan met het GFT doen. De meesten van deze respondenten (56%) gooien dit bij het restafval. 28% zegt het GFT te composteren, een wormenbak te gebruiken of iets dergelijks. 5% van deze respondenten brengt het GFT naar de milieustraat. De overige respondenten doen iets anders met het GFT. De meesten geven aan dat zij het GFT in de ondergrondse container deponeren, veelal is dit een ondergrondse container voor restafval. 2.1.2 Welk deel van de herbruikbare grondstoffen scheidt men? Aan alle inwoners is gevraagd wel deel van de diverse herbruikbare grondstoffen zij scheiden. Oud papier wordt het beste gescheiden, gevolgd door PMD. Ook van glas en tuinafval wordt door meer dan acht van de tien inwoners “veel” tot “alles” gescheiden. Textiel, voedsel dat over datum is, schillen/klokhuizen en etensresten wordt door ongeveer een kwart van de inwoners niet altijd gescheiden. Deze inwoners geven aan de helft tot helemaal niets van deze afvalsoorten te scheiden. 12% van de inwoners heeft als het gaat om textiel “nvt / ik heb deze afvalsoort nooit” ingevuld. Zij hebben dit antwoord niet toegelicht. Naarmate men ouder is, worden de meeste afvalsoorten beter gescheiden.
Inwoners die geen container voor GFT tot hun beschikking hebben scheiden het keukenafval niet of nauwelijks. Gezinsgrootte heeft geen effect op het scheidingsgedrag. Nota bene: uit sorteeranalyses blijkt dat er toch nog meer grondstoffen in het restafval is dan we op basis van de antwoorden van de inwoners van Hardenberg zouden mogen verwachten.
Afvalonderzoek gemeente Hardenberg | voorjaar 2023 | pagina 12
2.2 Containers aan de straat zetten 2.2.1. Aanbiedfrequentie Bijna de helft (47%) van de inwoners van Hardenberg die beschikken over een rolcontainer voor restafval, zet deze (meestal) iedere vier weken aan de straat. Iets minder dan een kwart zet deze container iedere 8 weken aan de straat en drie op de tien zet deze container nog minder vaak aan de straat. Meestal is dat dan drie à vier maal per jaar (zie bijlage twee met open antwoorden en toelichtingen). Onder de inwoners met een lagere aanbiedfrequentie bevinden zich relatief veel eenpersoonshuishoudens. Naarmate de gezinnen groter zijn, wordt de container voor restafval vaker aangeboden. 2.2.2. Gevuldheid container Voor de containers voor PMD en restafval geldt voor acht op de tien inwoners dat deze helemaal vol zijn wanneer ze aan de straat worden gezet. De container voor Gft-afval is helemaal vol bij ongeveer een derde en meer dan halfvol bij nog eens een derde van de inwoners. Naarmate de gezinnen groter zijn, zijn de containers voor oud papier, PMD en restafval voller. Ook is er een samenhang tussen het scheidingsgedrag van de verschillende afvalsoorten en hoe vol de container is wanneer deze aan straat gezet wordt: deze zijn voller wanneer inwoners eerder aangegeven hebben alles of het merendeel van de herbruikbare grondstoffen te scheiden.
2.2.3 Gewenste ophaalfrequentie Aan inwoners is gevraagd hoe vaak het voor hun gezin nodig is om GFT, PMD en papier op te halen. Voor zes op de tien inwoners is de ophaalfrequentie van GFT precies goed en voor de helft van de inwoners is de ophaalfrequentie van PMD precies goed. Voor de inwoners bij het het oud papier wordt opgehaald geldt dat voor tweederde van de inwoners. PMD mag voor vier op de tien inwoners vaker opgehaald worden. Dit geldt vooral voor grotere gezinnen. Ook het scheidingsgedrag speelt een rol: naarmate men eerder aangaf een groter deel van de grondstoffen te scheiden, wil men dat het oud papier en PMD vaker wordt opgehaald. Afvalonderzoek gemeente Hardenberg | voorjaar 2023 | pagina 13
2.3 Redenen om afval te scheiden Aan inwoners is een aantal uitspraken voorgelegd met de vraag in hoeverre zij zich in die uitspraak herkennen. Meer dan acht op de tien inwoners zijn het (helemaal) eens met de uitspraken “Afval scheiden is normaal / een gewoonte” en “Het hoort zo”. Dit geldt met name voor oudere inwoners van Hardenberg. Ongeveer driekwart van de inwoners scheidt afval omdat dat duurzaam is. Tweederde scheidt afval omdat men dan kosten bespaart op de afvalstoffenheffing. Ongeveer de helft van de inwoners vindt dat afval scheiden vanzelf moet gaan en dat men bij te veel moeite afhaakt. Iets meer inwoners zijn het (helemaal) eens met dat afval scheiden een sport / een leuke uitdaging is. Het minst herkent men zich in de uitspraak dat men wel beter wil scheiden maar dat het niet lukt. Hierbij is in de vragenlijst de toelichting gegeven “bijvoorbeeld omdat u in een appartement woont en weinig opslagmogelijkheden heeft”. Uit statistische analyses blijkt dat de inwoners die afval scheiden omdat dat voor hen normaal of een gewoonte het grootste deel van de herbruikbare grondstoffen scheiden. Ook de redenen duurzaamheid, dat het zo hoort en dat het een leuke uitdaging is hangen positief samen met het afvalscheidingsgedrag. Dat afval scheiden kosten bespaart hangt minder samen met het scheiden van de diverse grondstoffen.
Dat afval scheiden vanzelf moet gaan hangt negatief samen met het afvalscheidingsgedrag, wat betekent dat naarmate inwoners het meer eens zijn met deze uitspraak, zij de diverse grondstoffen minder goed scheiden. Eenzelfde negatieve samenhang is nog sterker aanwezig met de reden “wil beter scheiden, maar het lukt niet”.
Nota bene: Gezien het verschil tussen hoe inwoners zelf zeggen dat zij de grondstoffen scheiden en wat objectief gemeten is in Hardenberg, kunnen uit de gevonden samenhangen geen uitspraken gedaan worden over welke redenen om afval te scheiden de meeste bijdrage leveren aan het scheidingsgedrag van inwoners. Afvalonderzoek gemeente Hardenberg | voorjaar 2023 | pagina 14
2.4 Afvalbrengstation Rheezerveen 2.4.1 Bezoekfrequentie De meeste inwoners, ongeveer een derde, bezoeken het afvalbrengstation één à tweemaal per jaar. De helft van de inwoners van Hardenberg bezoekt het afvalbrengstation minder vaak dan eens per jaar, de helft van deze inwoners (25% van alle inwoners) bezoekt het afvalbrengstation nooit. 7% van de inwoners bezoekt het afvalbrengstation nooit. Naarmate gezinnen groter zijn, bezoeken inwoners het afvalbrengstation vaker. 2.4.2. Redenen het afvalbrengstation niet te bezoeken Aan de inwoners die het afvalbrengstation minder dan eenmaal per jaar of nooit bezoeken is gevraagd waarom zij het afvalbrengstation niet vaker bezoeken. De vaakst genoemde reden (genoemd door 40%) is omdat de inwoners niet meer grof afval hebben. Drie op de tien brengt het grof afval naar een kringloopbedrijf. Een vijfde van deze inwoners vindt het gemakkelijker om grof afval – wanneer dat past – in de container voor restafval te doen. Inwoners lichten toe dat ze het grof afval naar de Rollepaal in Dedemsvaart of Van Werven in Balkbrug brengen. Andere toelichtingen zijn dat mensen vinden dat de kosten voor grof afval te hoog zijn en / of dat het afvalbrengstation te ver is om weg te brengen. In bijlage twee vindt u alle toelichtingen van de inwoners op hun antwoord op deze vraag. 2.4.3.
Voorkeur openingstijden Aan de inwoners is gevraagd welke openingstijden zij prettiger vinden: de huidige openingstijden (op maandag t/m vrijdag: 07.45 - 12.30 uur en 13.00 - 16.15 uur en op zaterdag: 09.00 - 13.00 uur) of juist op andere tijden. Tweederde kiest dan voor de huidige openingstijden. Eén op de vijf inwoners zou het prettiger vinden als het afvalbrengstation op zaterdagmiddag open was en dan één of twee ochtenden dicht. Eén op de tien zou liever zien dat het afvalbrengstation in de late middag en vroege avond open zou zijn en dan één of twee ochtenden dicht.
Afvalonderzoek gemeente Hardenberg | voorjaar 2023 | pagina 15
2.5 Inwonerstevredenheid 2.5.1. Algemene tevredenheid over de inzameling van afval Aan de inwoners is gevraagd hoe tevreden zij zijn over hoe het afval in de gemeente ingezameld wordt.. Gemiddeld geven de inwoners een 7,3. 12% geeft een rapportcijfer 5 of lager. De meeste inwoners, namelijk 31% geven een rapportcijfer 8.
2.5.2. Verbeterpunten Aan de inwoners is gevraagd: “Als u nou één ding zou mogen veranderen aan de afvalinzameling waardoor het rapportcijfer dat u net gaf hoger zou worden, wat zou dat dan zijn?” 1.120 inwoners hebben deze vraag beantwoord. De vaakst genoemde antwoorden zijn: • PMD vaker ophalen / de mogelijkheid om een extra PMD-container aan te vragen (272 maal genoemd) • Oud papier aan huis ophalen / een rolcontainer voor oud papier (159 maal genoemd) • Het restafval vaker ophalen (132 maal genoemd) • De ophaalfrequentie van GFT aanpassen aan het seizoen: in de zomer en/of het snoeiseizoen vaker, in de winter minder vaak (84 maal genoemd) • Een mogelijkheid inrichten voor luiers en incontinentiemateriaal (71 maal genoemd) • De containers zorgvuldiger ledigen / beter terugzetten / vuilniswagens minder hard door de straten rijden / geen containers over het hoofd zien tijdens de ophaalroutes (68 maal genoemd) • Lagere kosten / in andere gemeenten betaalt men (veel) minder afvalstoffenheffing (36 maal genoemd) • lagere tarieven voor het wegbrengen van grof afval / periodiek grof afval aan huis ophalen / meer brengpunten voor grof afval dichter bij huis (34 maal genoemd) • Meer logica in het ophaalschema, zoals ophalen op vaste dagen en minder wijzigingen in het ophaalschema (28 maal genoemd).
Een overzicht van alle antwoorden op deze open vraag is opgenomen in bijlage twee bij dit onderzoeksrapport.
Afvalonderzoek gemeente Hardenberg | voorjaar 2023 | pagina 16
2.5.3. Tevredenheid over de afvalinzameling van de diverse groepen inwoners. Onderzocht is welke factoren samenhangen met de tevredenheid van inwoners. Statistisch significante afwijkingen van het gemiddelde zijn: • • • • • • • • • • •
Geen PMD-container in gebruik: gemiddelde rapportcijfer 6,7 Geen GFT-container in gebruik: gemiddelde rapportcijfer 6,6 Inwoners bij wie het oud papier niet wordt opgehaald en het oud papier bij het restafval doen: 5,5 Inwoners van de Krim: 6,7; Gramsbergen; 6,8; Bruchterveld: 7,7. Naarmate men de container voor restafval minder vaak aan de straat zet, is men meer tevreden (iedere vier weken: 6,4, oplopend tot minder vaak: 7,9) Naarmate gezinnen groter zijn, is de tevredenheid lager. Naarmate de inwoners ouder zijn, zijn zij meer tevreden over de afvalinzameling. Inwoners die luiers hebben in het gezin; 6,5; inwoners die incontinentiemateriaal hebben in het gezin: 6,9; inwoners met medisch afval: 6,8; inwoners met een fysieke beperking: 6,6 Naarmate inwoners meer herbruikbare grondstoffen scheiden, zijn zij meer tevreden over de afvalinzameling Inwoners die afval scheiden omdat het duurzaam is, omdat het een gewoonte is, omdat het zo hoort of omdat het een leuke uitdaging of sport is, zijn gemiddeld meer tevreden. Inwoners die vinden dat afval scheiden vanzelf moet gaan zijn minder dan gemiddeld tevreden. Inwoners bij wie rolcontainers voor PMD, restafval of GFT “helemaal vol” of juist “helemaal leeg” zijn wanneer deze aan de straat worden gezet, zijn gemiddeld minder tevreden over de afvalinzameling.
Inwoners die vinden dat het PMD, restafval, GFT op papier vaker opgehaald zou moeten worden, zijn gemiddeld minder tevreden over de afvalinzameling.
2.5.4. Verbeterpunten genoemd door diverse groepen inwoners Kijkende naar de verbeterpunten die ervoor zouden zorgen dat de tevredenheid toeneemt, valt bij een analyse van de inwoners die een onvoldoende geven het volgende op: • Zij noemen veel vaker dan de overige inwoners dat zij voorstander zijn van het nascheiden van (al) het afval • Deze inwoners willen veel vaker dan inwoners die een rapportcijfer 6 of hoger geven, dat het restafval vaker opgehaald wordt • Veel van deze inwoners vinden dat de kosten omlaag moeten en/of dat het wegbrengen van grof afval gratis / veel goedkoper zou moeten zijn • Veel van deze inwoners vinden dat het PMD vaker opgehaald moet worden Niet voldoende bewoners van hoogbouw en het buitengebied hebben verbeterpunten genoemd, om die reden is het niet mogelijk om voor deze specifieke doelgroepen vast te stellen in hoeverre zij andere verbeterpunten noemen dan andere inwoners van de gemeente Hardenberg.
Afvalonderzoek gemeente Hardenberg | voorjaar 2023 | pagina 17
2.6 Verminderen van restafval in Hardenberg In de vragenlijst is toegelicht: In Hardenberg halen we gemiddeld 93 kilo restafval per inwoner per jaar op. Hiervan bestaat ongeveer driekwart (74 kilo) uit grondstoffen zoals GFT, textiel of PMD. We kunnen dit afval nog scheiden. Sommige gemeenten in Nederland die vergelijkbaar zijn met Hardenberg halen maar 20 kilo restafval per inwoners per jaar op. Daar scheiden de inwoners meer herbruikbaar afval dan in Hardenberg. Nu volgen een aantal ideeën waardoor andere gemeenten minder restafval ophalen. We horen graag wat u van deze ideeën vindt. 2.6.1 Afvalstoffenheffing wijzigen: vaste deel verlagen en variabele deel verhogen. Iets meer dan de helft, namelijk 52% van de inwoners, vindt het een goed idee om het vaste tarief voor de afvalinzameling te verlagen en het variabele tarief (per aanbieding restafval) te verhogen om zo mensen met weinig restafval extra te belonen. 18% vindt het geen goed idee. Inwoners die het geen goed idee vinden om de afvalstoffenheffing op deze wijze te wijzigen, hebben grotere gezinnen en meer restafval dan inwoners die het wel een goed idee vinden. Inwoners die het wijzigen van de heffing een goed idee vinden, zijn ook meer tevreden over de afvalinzameling in Hardenberg (gemiddeld 7,5) en zeggen een groter deel van de herbruikbare afvalsoorten te scheiden. 2.6.2.
Mening over extra container voor oud papier Aan de inwoners die nu al beschikken over een container voor PMD en GFT is gevraagd wat zij ervan zouden vinden om een extra container te krijgen voor papier die dan thuis wordt opgehaald. 42% vindt dit een goed idee, 36% vindt het een slecht idee en 32% heeft geen mening. Inwoners die het papier nu bij het restafval gooien vinden een extra container voor oud papier nagenoeg allemaal een goed idee. Inwoners die het oud papier nu nog wegbrengen vinden dit vaker een goed idee dan inwoners bij wie het papier al wordt opgehaald (respectievelijk 45% en 37%).Van deze laatste groep vindt ook een groter deel het een slecht idee om voor het oud papier een container in gebruik te nemen (42%). Inwoners die een extra container voor papier een goed idee vinden zijn gemiddeld minder tevreden over de afvalinzameling (gemiddeld 6,9). Afvalonderzoek gemeente Hardenberg | voorjaar 2023 | pagina 18
2.6.3. Verbeteren van afval scheiden bij hoogbouw Aan 153 bewoners die niet beschikken over een rolcontainer voor PMD of GFT is gevraagd wat hen zou helpen het afval beter te scheiden. Niet alle inwoners hebben deze vraag beantwoord. De meesten van deze inwoners noemen een brengvoorziening voor GFT in de buurt van waar zij wonen. Nascheiden wordt door 30 bewoners van hoogbouw genoemd. In de vragenlijst is bij de vraag toegelicht dat nascheiden van afval op dit moment (nog) minder nauwkeurig is dan wanneer inwoners zelf het afval scheiden. 17 inwoners zouden graag een opslagmiddel voor woning of balkon in gebruik willen nemen om het afval een paar dagen op te slaan in de woning of op het balkon. Het aantal bewoners van hoogbouw in dit onderzoek is te laag om een beeld te geven van alle bewoners van hoogbouw in Hardenberg.
Afvalonderzoek gemeente Hardenberg | voorjaar 2023 | pagina 19
2.6.4. Ideeën van inwoners over het verbeteren van afvalscheiding Aan de inwoners is de open vraag gesteld wat er volgens hen nodig om de hoeveelheid restafval per inwoner te verminderen. Wat hebben zij nodig om grondstoffen zoals GFT, textiel of PMD niet bij het restafval te gooien? 970 geven een antwoord op deze laatste vraag in de vragenlijst. De vaakst genoemde antwoorden zijn: • 301 maal genoemd: Ik heb niets nodig / ik scheid het afval al optimaal / ik kan niets bedenken. • 161 maal genoemd: Het PMD vaker ophalen / een extra container voor PMD. Inwoners lichten toe dat zij niet uitkomen met de huidige ophaalfrequentie van PMD, sommigen geven aan dat zij het overschot van het PMD bij het restafval gooien omdat zij het niet kwijt kunnen in de container voor PMD. • 70 maal genoemd: het GFT vaker ophalen, met name tijdens het snoeiseizoen omdat men het dan niet kwijt kan of juist in de zomer omdat men dan te veel last heeft van stank en ongedierte. Bewoners van hoogbouw geven aan dat zij graag het GFT zouden willen scheiden. • 53 maal genoemd: een mogelijkheid om luiers en/of incontinentiemateriaal apart te houden van het restafval. • 52 maal genoemd: meer brengvoorzieningen voor textiel dichter bij huis. Inwoners geven ook aan dat zij textiel dat vuil of kapot is niet wegbrengen maar bij het restafval gooien.
• 49 maal genoemd: minder verpakkingen / andere verpakkingen (van andere materialen). • 45 maal genoemd: meer voorlichting over de afvalscheidingsregels. Voorbeelden van afvalsoorten waarvan men niet goed weet wat ermee te doen zijn PMD en textiel. Ook zou men meer informatie willen over de locaties van de brengvoorzieningen (met name voor textiel). • 26 maal genoemd: een container voor papier of het aan huis ophalen van papier. • 24 maal genoemd: een duidelijkere prijsprikkel / prestatiebonus. • 23 maal genoemd: meer bewustwording bij inwoners.. • 16 maal genoemd: meer mogelijkheden voor het grof afval, zoals bijvoorbeeld het periodiek aan huis ophalen van grof afval of het inrichten van een (mobiel) brengstation voor afval.
Afvalonderzoek gemeente Hardenberg | voorjaar 2023 | pagina 20
Hoofdstuk 3. Conclusies en advies Doel van dit onderzoek is inzicht verkrijgen in hoe inwoners van de gemeente Hardenberg in het voorjaar van 2023 met afval omgaan en hoe tevreden zij zijn over hoe het afval wordt ingezameld. Daarnaast is geïnventariseerd welke redenen men heeft het afval al dan niet te scheiden en hoe de afvalscheiding kan worden verbeterd. Ook is een aantal vragen gesteld over het bezoek van het afvalbrengstation en wensen over de openingstijden van dit afvalbrengstation. In dit hoofdstuk zijn de conclusies uit het onderzoek weergegeven, gevolgd door advies op basis van gedragswetenschappelijke inzichten over afval scheiden en de wensen van de inwoners van de gemeente Hardenberg.
Afvalonderzoek gemeente Hardenberg | voorjaar 2023 | pagina 21
Afvalbrengstation Rheezerveen De meeste inwoners, ongeveer een derde, bezoeken het afvalbrengstation één à tweemaal per jaar. De helft van de inwoners van Hardenberg bezoekt het afvalbrengstation minder vaak dan eens per jaar, de helft van deze inwoners (25% van alle inwoners) bezoekt het afvalbrengstation nooit. Inwoners bezoeken dit afvalbrengstation niet omdat zij geen grof afval hebben of zij bezoeken een kringloopbedrijf. Een vijfde van de inwoners die het afvalbrengstation eens per jaar of minder vaak bezoeken, vindt het gemakkelijker om grof afval wanneer dat past bij het restafval te doen. Tweederde van de inwoners vindt de huidige openingstijden van het afvalbrengstation prima. Eenvijfde van de inwoners zou graag zien dat het afvalbrengstation ook op zaterdagmiddag open is. Advies Uit antwoorden van de respondenten blijkt dat zij het grof afval nog naar andere locaties brengen dan het afvalbrengstation in Rheezerveen. Toch zeggen nog vier op de tien inwoners die het afvalbrengstation in Rheezerveen nooit bezoeken, dat zij nooit grof afval hebben. Dat zou dan toch nog een tiende van alle inwoners van de gemeente Hardenberg zijn. Nader onderzoek naar of dit inderdaad het geval is of dat inwoners wellicht niet voldoende op de hoogte zijn van wat grof afval is zou hierover meer duidelijkheid kunnen geven.
Tevredenheid over de afvalinzameling Aan de inwoners is gevraagd hoe tevreden zij zijn over hoe het afval in de gemeente ingezameld wordt. Gemiddeld geven de inwoners een 7,3. 12% geeft een rapportcijfer 5 of lager. De meeste inwoners, namelijk 31% geven een rapportcijfer 8. Advies • Verhoog de inzamelfrequentie van PMD, aangezien dat het de vaakst genoemde verbeterpunt is dat inwoners noemen • Haal oud papier en karton op bij alle huishoudens in de gemeente Hardenberg. Reik hiervoor een rolcontainer voor papier uit met de mogelijkheid voor inwoners om deze na een gewenningsperiode van zes maanden, weer in te leveren. Zorg ervoor dat voor de inwoners die de rolcontainer na zes maanden inleveren (en voor hoogbouw) brengvoorzieningen voor papier beschikbaar blijven. • Overweeg de ophaalfrequentie van GFT aan te passen aan het seizoen, overweeg daarnaast om in het snoeiseizoen extra mogelijkheden te bieden aan inwoners voor het wegbrengen van dit afval. Bijvoorbeeld door het inrichten van mobiele brengstations. • Richt een mogelijkheid in voor het scheiden van luiers en incontinentiemateriaal. • Vergeleken met andere onderzoeken die wij uitvoeren over de afvalinzameling, hebben opvallend veel inwoners in de gemeente Hardenberg opmerkingen over de wijze waarop de container worden geleegd en teruggezet en het rijgedrag van chauffeurs. Onderzoek of optimalisatie mogelijk is.
Afvalonderzoek gemeente Hardenberg | voorjaar 2023 | pagina 22
Ophaalfrequentie De ophaalfrequentie van GFT is voor zes op de tien inwoners prima. Iets meer dan een kwart vindt dat de ophaalfrequentie lager zou mogen en iets meer dan een tiende zou juist willen dat het GFT vaker wordt opgehaald. Uit de toelichtingen van de inwoners blijkt dat een seizoensgebonden inzameling van het GFT passend zou kunnen zijn: vaker in de zomer dan in de winter vanwege stank en ongedierte en daarnaast vaker wanneer men veel snoeiafval heeft. De huidige ophaalfrequentie van PMD schiet voor vier op de tien inwoners tekort. Voor de helft is de huidige ophaalfrequentie prima. Wanneer de container voor PMD vol is, vullen inwoners de container voor restafval aan met PMD. De huidige ophaalfrequentie van papier en karton is voor tweederde van de inwoners waar dit opgehaald wordt prima, een kwart van deze inwoners zou graag zien dat het oud papier vaker opgehaald wordt. Advies: • Verhoog de ophaalfrequentie van PMD zodat dit afval niet onnodig bij het restafval wordt. • Overweeg om inwoners die dat willen een extra container voor PMD en GFT uit te reiken zodat onvoldoende ruimte in deze containers geen reden meer is om deze herbruikbare afvalsoorten bij het restafval te gooien.
• Overweeg om de ophaalfrequentie van GFT af te stemmen op seizoensinvloeden en daarnaast in het voorjaar en najaar extra mogelijkheden in te richten voor het dicht bij huis wegbrengen van snoeiafval of het snoeiafval aan huis op te halen. Huidige afvalscheidingsgedrag Volgens de inwoners van Hardenberg scheiden zij het afval best goed: oud papier, PMD, glas en tuinafval zou door ongeveer acht tot negen van de tien inwoners zo goed als altijd gescheiden worden. Keukenafval blijft iets achter en wordt door ongeveer tweederde tot driekwart van de inwoners (nagenoeg) altijd gescheiden, ongeveer de helft van de inwoners scheidt al het keukenafval. Minder dan de helft van de inwoners scheidt al het textiel. Een tiende van de inwoners zegt geen textielafval te hebben. Wanneer alle grondstoffen gescheiden zouden worden, zouden inwoners nog één à twee container restafval per persoon per jaar aanbieden. Ondanks dat men het afval goed zegt te scheiden, zet toch nog bijna de helft van de inwoners (meestal) vierwekelijks de container voor restafval aan de straat en dan is deze nagenoeg vol. Bijna een kwart van de inwoners zet de container meestal eens per acht weken aan de straat, drie op de tien inwoners doet dit minder vaak. Daarnaast blijkt uit de sorteeranalyses in Hardenberg dat er toch nog veel herbruikbare grondstoffen niet gescheiden worden.
Advies: • Overweeg de container voor restafval te bestickeren met voorbeelden van afvalsoorten die hier wel of niet thuis horen om inwoners zo meer bewust te maken van welke grondstoffen zij eventueel nog kunnen scheiden omdat die níet in de container voor restafval horen. Keukenafval en textiel bijvoorbeeld. • Zoek – eventueel samen met inwoners - naar oplossingen voor afvalsoorten die in sommige huishoudens de hoeveelheid restafval kunnen doen toenemen zoals luiers. Afvalonderzoek gemeente Hardenberg | voorjaar 2023 | pagina 23
Redenen om afval te scheiden Voor meer dan acht op de tien inwoners is afval scheiden normaal of een gewoonte en hoort het zo. Daarnaast zegt driekwart van de inwoners het afval te scheiden omdat dat duurzaam is. Tweederde zegt afval te scheiden omdat het kosten bespaart en meer dan de helft vindt afval scheiden een leuke uitdaging of sport. Advies: Sluit aan op de sociale norm “het hoort zo” en de milieuvoordelen van afvalscheiding. Houdt er daarnaast ook rekening mee dat het scheiden van afval voor de meeste inwoners een gewoonte is. Het doorbreken van deze gewoonte, bijvoorbeeld door een andere inzamelsystematiek, kan tijdelijk leiden tot weerstand tegen verandering en een afname van de tevredenheid over de inzameling van afval. Hoe afvalscheiding bevorderen Inwoners geven aan de meeste grondstoffen te scheiden terwijl uit sorteeranalyses alsook uit de hoeveelheden restafval die zij overhouden geconcludeerd kan worden dat een optimalisatie toch zeker nog mogelijk is. Geconcludeerd kan dus worden dat het moeilijk is voor inwoners om objectief te beoordelen hoe zij hun afval scheiden en wat hierin mogelijk is. Hierin speelt de menselijke neiging om zichzelf positief te evalueren (sociaal wenselijkheid) wellicht een rol.
Hier kan ook sprake zijn van een “projection bias”: wanneer mensen gevraagd wordt om zich voor te stellen hoe iets er in theorie of in de toekomst kan gaan uitzien, zij sterk redeneren vanuit het “nu” en niet altijd rekening kunnen houden met veranderende omstandigheden, gewoonten en voorkeuren. Ongeveer de helft van de inwoners vindt het wijzigen van de afvalstoffenheffing, waarbij het vaste tarief verlaagd wordt en het variabele tarief hoger wordt waardoor mensen die door afval scheiden weinig restafval overhouden, een goed idee en een vijfde vindt dit geen goed idee. Over het uitreiken van een extra rolcontainer voor papier zijn de meningen verdeeld, een derde vindt dit een slecht idee. Dat betekent dat beide maatregelen bij een groep inwoners weerstand zouden kunnen oproepen. Inwoners geven zelf aan dat het verhogen van de inzamelfrequentie van PMD alsook het GFT (met name in de seizoenen waarin GFTinzameling in de knel komt vanwege het volume van snoeiafval of vanwege stank en ongedierte) de hoeveelheid restafval zou verlagen. Opnieuw noemen zij ook de behoefte aan een oplossing voor luiers en continentiemateriaal. Daarnaast zou ook een optimalisatie van de brengvoorzieningen voor textiel, ook als dat kapot is, het restafval kunnen verminderen.
Afvalonderzoek gemeente Hardenberg | voorjaar 2023 | pagina 24
Advies In veel gemeenten richt voorlichting zich op de grondstoffen. Overweeg om juist ook misverstanden over wat restafval is weg te nemen. Welke voorbeelden van restafval kan men noemen? Hoeveel stofzuigerzakken en kapot klein huisraad hebben inwoners per maand of jaar? Overweeg daarnaast – al dan niet op proef – om de inzamelfrequentie van PMD te verhogen om zo te voorkomen dat deze overloopt en de container voor restafval afgevuld wordt. Ook het inrichten van extra brengvoorzieningen voor textiel, luiers of een mobiel brengstation (bijvoorbeeld voor snoeiafval) zou de afvalscheiding kunnen bevorderen. Sluit aan bij redenen die inwoners zelf hebben om afval te scheiden (“het hoort zo”) en gebruik ervaringen van inwoners die nu al weinig restafval hebben omdat zij goed scheiden, om andere inwoners te overtuigen (sociale norm). Kies voor normatieve communicatie omdat deze effectiever is dan prescriptieve communicatie: “Veel mensen in deze straat hebben nog maar eens per acht weken een volle restafvalcontainer, waarom ik eigenlijk niet?” werkt beter dan “De gemeente dat ik mijn afval beter moet scheiden”.
Afvalonderzoek gemeente Hardenberg | voorjaar 2023 | pagina 25
Hoofdstuk 4. Extra: algemene gedragswetenschappelijke adviezen over afvalcommunicatie
Afvalonderzoek gemeente Hardenberg | voorjaar 2023 | pagina 26
Sociaal wenselijkheid Vanwege de natuurlijke neiging van mensen om zichzelf positief te evalueren (sociaal wenselijkheid) en wanneer het mis gaat de oorzaak buiten zichzelf te zoeken (fundementele attributiefout) is het lastig om in gesprek te gaan over het scheidingsgedrag van mensen. Afvalgedrag vindt ook (deels) onbewust plaats: vraag aan iemand wat het laatste afval is dat hij of zij weggegooid heeft en deze persoon zal geen antwoord kunnen geven op de vraag, laat staan dat men in staat is om een objectieve beoordeling te geven van het eigen afvalscheidingsgedrag. De inwonersonderzoeken die wij in de afgelopen 20 jaar hebben uitgevoerd wijzen uit dat veel inwoners zichzelf zien als mensen die het afval goed scheiden. Toch blijkt ook in dit onderzoek dat men nog meer restafval overhoudt dan dat het geval zou zijn wanneer echt alle grondstoffen gescheiden zouden worden. Uit 100-100-100 projecten is ook gebleken dat de hoeveelheid restafval nog sterk beperkt kon worden, ook door gezinnen die dachten het afval al heel goed te scheiden.
Dus… scheidt men het afval wel écht zo goed? En in hoeverre voelen burgers zich dan aangesproken door campagnes die – op welke wijze dan ook – erop aandringen om meer grondstoffen te scheiden als zij denken al heel goed bezig te zijn? Wanneer de gemeente het scheidingsgedrag van inwoners verder wil verbeteren is een adequate communicatie zeer van belang. Het visueel maken van de huidige scheidingspercentages en vertellen dat dit beter kan, kan een averechts effect hebben: burgers denken al snel dat zij het afval beter scheiden dan gemiddeld en voelen zich vervolgens niet gestimuleerd om één en ander te verbeteren. Beter laat u zien wat mogelijk is (een klein zakje per maand), zoals in de afbeelding is getoond (campagne in de gemeente Alphen aan den Rijn).
Afvalonderzoek gemeente Hardenberg | voorjaar 2023 | pagina 27
Cognitieve inertie Een mogelijke wijziging in de afvalinzameling, wat deze ook is, roept negatieve reacties bij mensen op. Deze reacties kunnen verklaard worden aan de hand van de theorie van cognitieve inertie, een begrip uit de sociaalpsychologische theorie. Cognitieve inertie is een vorm van weerstand tegen verandering; mensen willen graag de status quo behouden en zullen verandering dus afwijzen. Hoe lang cognitieve inertie een rol speelt in bijvoorbeeld de tevredenheid over de inzameling van afval, ook nadat de inzameling veranderd is, is moeilijk te voorspellen. Eén en ander hangt af van de adaptieve vermogens van de burgers, hun persoonlijke situatie, alsook de wijze waarop het nieuwe inzamelsysteem bij de burgers is geïntroduceerd (het communicatietraject, kinderziektes etcetera). Weerstand kan meerdere oorzaken hebben. Veranderingen kunnen een gevoel van onzekerheid geven; een inspirerende visie en duidelijke stappen en instructies nemen deze weg. Ook kan men het gevoel hebben te moeten inleveren op autonomie (“De gemeente beslist dit en ik heb me maar aan te passen”). Mensen een keuze geven kan hierin een positief effect hebben. Availability heuristics Volgens deze theorie overschatten mensen de ernst of omvang van – voornamelijk - negatieve persoonlijke ervaringen.
Bijvoorbeeld: mensen associëren het scheiden van GFT met maden en vliegjes, terwijl deze overlast gedurende een groot deel van het jaar zeer beperkt is. Toch is het goed om problemen in de afvalinzameling zoals stank en vliegjes te valideren. Soms is stank echt een probleem en veel vliegjes ook. Voorlichting over hoe dit tegengegaan kan worden of het bieden van oplossingen zoals een filter in het deksel van de GFT-container kan dan helpen. Not In My Back Yard De Nimby-theorie gaat in op een specifieke weerstandsreflex die optreedt bij mensen. Men wil gebruik maken van voorzieningen, maar er geen hinder van ondervinden. Voorbeelden uit het afvaldomein zijn dat men niet te ver wil lopen om afval zoals glas weg te brengen, maar de containers mogen ook weer niet te dichtbij geplaatst worden omdat zij dan geluidsoverlast kunnen geven. Een manier om hiermee om te gaan is om in gesprek te gaan met inwoners en hen de keuze geven uit enkele locaties.
Afvalonderzoek gemeente Hardenberg | voorjaar 2023 | pagina 28
Gedragswetenschappelijk bewijs voor succesvol communiceren Naast service, prijs en handhaving is communicatie een belangrijk beleidsinstrument in het afvalbeleid. Onderdelen van de communicatie zijn onder andere voorlichting, (communicatie van de afvalregels, informeren over hoe afvalstromen verwerkt worden), communicatie rondom de implementatie van nieuw beleid en communicatie die bewustwording tot doel heeft en inwoners blijft motiveren het afval te scheiden. Uit wetenschappelijk onderzoek zijn hierin de volgende regels van belang: • Positieve feedback op gedrag leidt altijd tot een bestendiging en – zelfs – verbetering van dat gedrag. • Normatieve communicatie werkt. Straal dus uit dat afvalscheiding de norm is en dat veel restafval wellicht niet langer sociaal acceptabel is (Goal Framing). • Maak gebruik van de theorie van Sociaal Bewijs. Deze theorie stelt dat mensen de meerderheid van de groep volgen en zich spiegelen aan wat die doet. Het gedrag dat anderen in een groep vertonen, wordt gezien als het “juiste” gedrag en vormt de leidraad voor het eigen gedrag. • Kondig wijzigingen aan, plant zaadjes, consulteer bewoners zodat zij zich niet overvallen voelen. • Teveel wijzigingen maakt oncomfortabel en kan leiden tot verwarring en desoriëntatie. Focus in eerste instantie op de belangrijkste wijzigingen.
• Houd rekening met sentimenten uit het verleden, bijvoorbeeld na een gemeentelijke herindeling of omdat men negatieve ervaringen heeft met de inzamelorganisatie. • Mensen hebben de neiging zichzelf onder een bepaalde minderheid te schalen - bijvoorbeeld ouderen, buitengebied, hoogbouw, een kleine kern – om vervolgens te redeneren dat deze minderheid benadeeld wordt. Twee vormen van normatieve communicatie Bij sociale beïnvloeding is het onderscheid tussen prescriptieve en descriptieve normen van belang. De prescriptieve norm is wat moreel wordt ‘voorgeschreven’. Ofwel, wat de overheid, de meeste mensen of een relevant persoon goedkeuren. Prescriptieve normen maken duidelijk wat iemand zou moeten doen of laten. Deze normen worden vaak gebruikt voor het stimuleren van gewenst gedrag; gewenst vanuit maatschappelijk oogpunt, zoals duurzaam of milieubewust gedrag. De descriptieve / sociale norm stelt centraal wat de meeste mensen doen. Een descriptieve norm is wat ‘normaal’ gedrag is (in de zin van: wat de meeste mensen doen of wat een rolmodel doet), of dit gedrag nu maatschappelijk gewenst is of niet. Bijvoorbeeld: als iedereen door rood licht fietst, lijkt het alsof de samenleving dit gedrag niet problematisch vindt en is dit daarmee de descriptieve norm. Vaak wordt gedacht dat de prescriptieve norm het meeste effect heeft op gedrag.
In de praktijk is het effect van de descriptieve norm echter groter. Een descriptieve communicitaievorm zal dus meer effecht hebben. Literatuur: Cialdini, 2001& 2005; Cialdini et al., 1990; Cialdini & Goldstein, 2002; Gavetti & Levinthal, 2000; Joly, Stapel & Lindenberg, 2008; Han et al, 2011; Lindenberg & Steg, 2009; Mikalef et al, 2018; Pitz 1969; Schwarz, Bless, Strack, Klumpp, Ritternauer – Schatka & Simons, 1991; Tversky & Kahneman, 1974 en onderzoeksrapporten van Marintel onderzoek & advies (2003 – 2023). Afvalonderzoek gemeente Hardenberg | voorjaar 2023 | pagina 29