Ondertekend raadsbesluit van 21 december 2021 inzake vestigen WVG gronden gelegen te Dedemsvaart tussen Stegerensallee en Van Rooijens Hoofdwijk
Tekst van het document
Raadsvoorstel Zaaknummer: Behandelaar: E-mail:
258177 Resi Engwegen Resi.Engwegen@hardenberg.nl
College:
23 november 2021
Raad:
21 december 2021
Onderwerp: Vestigen WVG gronden gelegen te Dedemsvaart tussen Stegerensallee en Van Rooijens Hoofdwijk
DE GEMEENTERAAD WORDT VOORGESTELD TE BESLUITEN OM: 1. Kennis te nemen van het collegebesluit d.d. 28 september 2021 inhoudende een besluit tot voorlopige aanwijzing van gronden op grond van artikel 6 van de Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg). 2. In te stemmen met de voorgestelde wijze van afhandeling van de ingediende zienswijzen. 3. Op basis van artikel 2 juncto 5 Wvg de gronden gelegen in Dedemsvaart tussen Stegerensallee en Van Rooijens Hoofdwijk zoals vermeld op de bij dit besluit behorende en daarvan onderdeel uitmakende en als zodanig gewaarmerkte kadastrale kaart en perceellijst, met daarop vermeld de kadastrale aanduiding van de aan te wijzen gronden, de grootte daarvan, alsmede de namen van de eigenaren en de beperkt gerechtigden, één en ander volgens de openbare registers van het Kadaster naar de stand van 20 december 2021, (definitief) aan te wijzen voor de duur van maximaal drie jaren als gronden waarop de artikelen 10 tot en met 15, 24 en 26 van de Wvg van toepassing zijn. De hiervoor bedoelde gronden zijn niet eerder aangewezen op grond van de Wvg en zijn thans in gebruik conform de vigerende overwegend agrarische bestemming. De (niet-agrarische) toegedachte bestemming is wonen met daarbij behorende functies waaronder infrastructuur en groen en wijkt derhalve af van het huidige gebruik.
Deze toegedachte bestemmingen zullen eerst nader worden uitgewerkt in een structuurvisie (omgevingsvisie onder de Omgevingswet) en vervolgens in een bestemmingsplan (omgevingsplan onder de Omgevingswet). Deze aanwijzing vervalt van rechtswege drie jaar na datum van dit raadsbesluit, tenzij voor dat tijdstip een structuurvisie, bestemmingsplan of inpassingsplan (onder de Omgevingswet: omgevingsvisie, omgevingsplan resp. programma) wordt vastgesteld. 4. Dit besluit te nemen ter bestendiging van de rechtsgevolgen van het besluit d.d. 28 september 2021 van het college. 5. Voor de gronden die met dit besluit zijn aangewezen binnen drie jaar een structuurvisie dan wel omgevingsvisie en vervolgens een bestemmingsplan dan wel omgevingsplan vast te stellen waarmee de ontwikkeling van het gebied nader vormgegeven wordt. 6.
Burgemeester en wethouders op te dragen de uitvoering en bekendmaking van dit besluit op de in de Wvg voorgeschreven wijze door het besluit bekend te maken in het Gemeenteblad, in de plaatselijke krant (De Toren), op de website van de gemeente, op de gebruikelijke wijze ter inzage te leggen in het gemeentehuis, binnen vier dagen ter inschrijving in de openbare registers aan te bieden aan de Dienst voor het kadaster en de openbare registers en bovendien de eigenaren en beperkt gerechtigden per aangetekende brief in kennis te stellen van dit besluit en de gevolgen daarvan.
1
Inleiding Op 28 september 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders besloten om de gronden (zoals aangeduid op bijgevoegde kaart en perceellijst) voorlopig aan te wijzen als gronden waarop een gemeentelijk voorkeursrecht als bedoeld in artikel 6 Wvg van toepassing is. Deze voorlopige aanwijzing heeft een geldigheidsduur van maximaal drie maanden. Om het voorkeursrecht te handhaven en te bestendigen, is een besluit van uw raad nodig. Met onderhavig raadsvoorstel wordt voorgesteld om het voorkeursrecht te handhaven en te bestendigen op grond van artikel 2 juncto 5 Wvg, ingevolge welke bepalingen de gemeenteraad gronden (definitief) kan aanwijzen die nog niet zijn opgenomen in een bestemmingsplan, inpassingsplan of structuurvisie, maar waaraan een niet-agrarische bestemming wordt toegedacht en waarvan het huidige gebruik afwijkt van die toegedachte bestemming. Daarvan is hier sprake. Afgelopen decennium heeft de woningbouw vertraging opgelopen ten opzichte van de behoefte in heel Nederland. De autonome groei van het aantal huishoudens is vanwege de economische crisis tussen 2008 en 2015 onvoldoende opgevangen. Daarom is (ook) de gemeente Hardenberg bezig met een inhaalslag op dat gebied en zal zij de komende jaren fors investeren in het beschikbaar maken van benodigde extra woonruimte.
Alle mogelijkheden worden benut om ervoor te zorgen dat de groei van huishoudens wordt opgevangen door de bouw van extra woningen. De hoeveelheid beschikbare woningbouwlocaties is op dit moment echter beperkter dan de verwachte huishoudensgroei. Om ook na 2026 de verwachte huishoudensgroei te kunnen faciliteren met voldoende woningen, dient extra grond voor woningbouw beschikbaar te komen. Tegen deze achtergrond heeft de gemeente voor het buitengebied van Dedemsvaart tussen Stegerensallee en Van Rooijens Hoofdwijk een andere bestemming voor ogen, te weten wonen met daarbij behorende functies zoals infrastructuur en groenvoorzieningen. De gemeente wil de gronden graag in eigendom verwerven om de beoogde ontwikkeling te kunnen realiseren. Het gebied is thans overwegend agrarisch in gebruik. De toegedachte (woon)bestemming wijkt derhalve af van het huidige gebruik. Om haar regierol bij deze ruimtelijke ontwikkeling te versterken, haar onderhandelingspositie bij de grondverwerving te verbeteren en grondspeculatie zoveel mogelijk te voorkomen, wordt de gemeenteraad voorgesteld om de gronden in dit gebied aan te wijzen op grond van de Wvg zodat daarop een gemeentelijk voorkeursrecht blijft rusten.
Dat betekent dat een eigenaar of beperkt gerechtigde van een onroerende zaak niet tot vervreemding van zijn rechten mag overgaan, zonder dat (dat recht op) de desbetreffende onroerende zaak eerst aan de gemeente ter verwerving is aangeboden. Deze bestemmingen zullen eerst nader worden uitgewerkt in een structuurvisie dan wel omgevingsvisie en vervolgens in een bestemmingsplan dan wel omgevingsplan. De percelen zijn niet eerder aangewezen als gronden waarop de Wvg van toepassing is. Beoogd effect De voorlopige aanwijzing van burgemeester en wethouders bij besluit van 28 september 2021 heeft een geldigheidsduur van maximaal drie maanden. Om het voorkeursrecht te bestendigen en te voorkomen dat het van rechtswege vervalt, is binnen genoemde termijn onderhavig besluit van de gemeenteraad nodig.
2
De vestiging van een voorkeursrecht (aanwijzing) op grond van de Wvg houdt in dat de eigenaren en beperkt gerechtigden van de onroerende zaken binnen het aangewezen gebied, wanneer zij hun recht op de onroerende zaak willen vervreemden, dat recht eerst aan de gemeente te koop moeten aanbieden. Een aantal rechtshandelingen is uitgezonderd van deze verplichting, zoals verkoop aan bepaalde familieleden of executieverkoop (artikel 10 lid 2 Wvg). De aanwijzing betekent dus niet dat de rechthebbenden verplicht worden om hun rechten op de onroerende zaken aan de gemeente over te dragen. Alleen indien een rechthebbende zijn eigendom of beperkt recht voornemens is over te dragen, is hij/zij verplicht om dat recht eerst aan de gemeente aan te bieden. De notaris heeft een controlerende functie. Rechtshandelingen die de kennelijke strekking hebben afbreuk te doen aan de voorkeurspositie van de gemeente kunnen worden aangetast door de nietigheid daarvan in te roepen. Na een aanbod tot vervreemding aan de gemeente moet het college binnen zes weken besluiten of de gemeente in beginsel (tegen nader overeen te komen prijs en voorwaarden) wil overgaan tot aankoop.
Ziet het college van de aankoop af of beslist zij buiten de genoemde termijn (en dus te laat) om in beginsel tot aankoop over te gaan, dan is de rechthebbende vrij om zijn recht onder dezelfde voorwaarden aan een derde te verkopen gedurende een periode van drie jaar. Indien het college wel tijdig een beginselbesluit tot aankoop neemt, treedt de gemeente vervolgens in onderhandeling daarover met de rechthebbende. Kunnen partijen niet minnelijk tot overeenstemming komen of vindt de rechthebbende het onderhandelingsproces te lang duren, dan heeft de rechthebbende de mogelijkheid om het college te vragen om binnen vier weken de rechter te verzoeken een oordeel over de prijs (de werkelijke waarde) te geven. Indien het college niet of niet tijdig een verzoekschrift bij de rechtbank indient, of dat verzoek weer intrekt voordat de rechtbank een beschikking over de prijs heeft gewezen, is de rechthebbende gedurende drie jaren vrij om de onroerende zaak aan een derde te vervreemden. Indien de gemeente wel tijdig een verzoek tot prijsvaststelling indient, benoemt de rechtbank een of meer deskundigen die een advies over de prijs geven. Binnen zes maanden na het verzoek dient de rechtbank de prijs vast te stellen in een beschikking, maar dat betreft een termijn van orde die vaak niet gehaald wordt.
Vervolgens is het aan de rechthebbende om te beslissen of hij wil vervreemden tegen de door de rechtbank bepaalde prijs. Daarvoor heeft hij/zij drie maanden de tijd. Argumenten Door vestiging en bestendiging van een voorkeursrecht kan de gemeente de eigendomsverhoudingen in een gebied dus in feite bevriezen en zo ongewenste transacties tegengaan. Zo verkrijgt zij grip op de eigendomsverhoudingen in het (toekomstige) plangebied en kan voorkomen worden dat derde partijen (meestal ontwikkelaars) zich een grondpositie verschaffen die de (voortvarende) ontwikkeling van het plangebied in de weg kan staan en bovendien kan leiden tot prijsopdrijving in het gebied. De gemeente verschaft zich door een voorkeursrecht dus een betere uitgangspositie op de grondmarkt voor de uitvoering van de ruimtelijke ontwikkelingen en behoudt haar vrijheid ten aanzien van de invulling van haar regierol. Risico's en kanttekeningen Het belangrijkste ‘risico’ van het voorkeursrecht is dat de gemeente in een bepaald stadium verplicht kan worden aan te kopen tegen een door de rechtbank te bepalen prijs. Dat is in principe niet eerder dan nadat de rechtbank de prijs bij beschikking heeft vastgesteld. De gemeente is na het onherroepelijk worden van die beschikking gedurende drie maanden verplicht om op verzoek van de rechthebbende mee te werken aan vervreemding tegen de door de rechtbank bepaalde prijs.
3
De rechthebbende kan de gemeente zo dwingen (zijn recht op) de onroerende zaak te verwerven, maar daarvoor is dus wel vereist dat de prijsvaststellingsprocedure geheel is doorlopen. Andersom kan de gemeente de rechthebbende in geen geval dwingen tot vervreemding over te gaan. De gemeente heeft tot het moment van rechterlijke prijsvaststelling de mogelijkheid het verzoek in te trekken. Onder bijzondere omstandigheden kan ook een aankoopplicht ontstaan zonder dat de prijsvaststellingsprocedure geheel is doorlopen. Indien het college een beginselbesluit tot aankoop heeft genomen en de rechthebbende heeft verzocht om een prijsvaststellingsprocedure, maar het niettemin niet komt tot een rechterlijk prijsoordeel (bijv. doordat het college het verzoek niet indient of intrekt), kan de rechthebbende de rechtbank vragen te bepalen dat vanwege zijn bijzondere persoonlijke omstandigheden de gemeente verplicht is medewerking te verlenen aan de eigendomsoverdracht tegen een door de rechtbank vast te stellen prijs. Van dergelijke bijzondere persoonlijke omstandigheden is niet snel sprake. De rechthebbende zou van verkoop kunnen afzien nadat de prijsvaststellingsprocedure (geheel of gedeeltelijk) is doorlopen. De gemeente is in beginsel gehouden de kosten van de procedure te vergoeden, ook indien de rechthebbende uiteindelijk van verkoop afziet.
Financiën De vestiging en bestendiging van een voorkeursrecht heeft op zichzelf geen financiële consequenties. Dat kan veranderen als aangewezen gronden aan de gemeente worden aangeboden. Alsdan dient binnen zes weken te worden beslist of de gemeente de gronden in beginsel wil aankopen (tegen nader te bepalen voorwaarden). Dit besluit kan wel financiële consequenties hebben, zoals hiervoor reeds is toegelicht. De grondaankopen worden gefinancierd uit een nader bij uw raad aan te vragen krediet. Verwerking persoonsgegevens N.v.t. Communicatie Met belanghebbenden (de eigenaren) zijn of worden gesprekken gevoerd om toe te lichten waarom de gemeente dit voorkeursrecht wil vestigen. De eerste gesprekken hebben al plaatsgevonden. Niet-belanghebbenden (o.a. omwonenden) die een zienswijze of bezwaar hebben ingediend, worden per brief geïnformeerd over de ingediende zienswijze of bezwaar. Het besluit wordt bekendgemaakt in het Gemeenteblad, de plaatselijke krant (De Toren), op de website van de gemeente, op de gebruikelijke wijze ter inzage gelegd in het gemeentehuis en binnen vier dagen ter inschrijving in de openbare registers aangeboden aan de Dienst voor het kadaster en de openbare registers. Bovendien moeten de eigenaren en beperkt gerechtigden per aangetekende brief in kennis gesteld worden van dit besluit en de gevolgen daarvan.
Uitvoering Vestigingsprocedure De gronden zijn reeds voorlopig aangewezen bij besluit van het college van 28 september 2021 op basis van artikel 6 Wvg. Deze aanwijzing vervalt van rechtswege drie maanden na dagtekening, tenzij de raad vóór die tijd besluit de gronden aan te wijzen op basis van artikel 2 juncto 5 Wvg. Om het voorkeursrecht te bestendigen/verlengen dient derhalve binnen voornoemde termijn van drie maanden aanwijzing door de raad op basis van artikel 2 juncto 5 Wvg plaats te vinden. Die aanwijzing vervalt vervolgens na drie jaar van rechtswege, tenzij vóór die tijd een structuurvisie/omgevingsvisie of bestemmingsplan/omgevingsplan is vastgesteld.
4
Het is de bedoeling om voor deze locatie eerst een structuurvisie (of omgevingsvisie onder de Omgevingswet) vast te stellen en daarna een bestemmingsplan (of omgevingsplan onder de Omgevingswet). Met de vaststelling van de structuurvisie/omgevingsvisie wordt de duur van het voorkeursrecht met drie jaar verlengd. Binnen die termijn moet het bestemmingsplan/omgevingsplan worden vastgesteld om het voorkeursrecht met (maximaal) tien jaar te verlengen. Zienswijzen De Awb biedt de mogelijkheid om onder omstandigheden het bieden van de mogelijkheid tot indiening van zienswijzen tegen een voorgenomen besluit achterwege te laten. Het gaat dan om situaties waarbij of de vereiste spoed zich er tegen verzet of het met de beschikking beoogde doel slechts kan worden bereikt indien de belanghebbende daarvan niet reeds tevoren in kennis is gesteld. Anders dan voor het collegebesluit tot voorlopige aanwijzing, geldt dat niet voor onderhavige aanwijzing door de raad. Belanghebbenden, waaronder de eigenaren en beperkt gerechtigden van gronden in het (toekomstige) plangebied, hebben de gelegenheid om schriftelijk en/of mondeling zienswijzen bij de raad naar voren te brengen in het kader van het onderhavige voorgenomen raadsbesluit tot (definitieve) aanwijzing van de gronden ingevolge art. 2 juncto 5 Wvg. Er zijn gedurende de zienswijzen termijn 2 zienswijzen ingediend.
Geen van de indieners is belanghebbende bij het voorgenomen raadsbesluit. Derhalve zijn alle indieners niet-ontvankelijk in hun zienswijze. Ten overvloede wordt opgemerkt dat de geuite bezwaren ook inhoudelijk geen aanleiding geven om af te zien van (bestendiging van de) aanwijzing van de gronden op grond van de Wvg of tot wijziging van het besluit (ten opzichte van het ontwerpbesluit). De inhoudelijke bezwaren zijn planologisch van aard. Aspecten van planologische aard staan in het kader van deze procedure niet ter beoordeling. Het voorkeursrecht heeft immers geen consequenties voor de planologische invulling van het gebied, maar geeft de gemeente alleen een eerste recht van koop. De ingediende zienswijzen kunnen dus, ook als de indieners wél ontvankelijk zouden zijn geweest, ook om die reden niet aan bestendiging van het voorkeursrecht in de weg staan. Wel kunnen de indieners (en met hen eventuele andere belanghebbenden) bij een toekomstige wijziging van het bestemmingsplan hun visie daaromtrent kenbaar maken in het planologische traject, waarvoor een apart besluitvormingstraject wordt doorlopen. Bezwaar en beroep Tegen het onderhavige raadsbesluit kan bezwaar worden gemaakt. Het besluit met de daarbij behorende bijlagen wordt voor een ieder ter inzage gelegd in het gemeentehuis.
Het besluit treedt in werking de dag na dagtekening in het Gemeenteblad waarin het is bekendgemaakt. De eigenaar en eventuele beperkt gerechtigden kunnen binnen zes weken, te rekenen vanaf het moment van terinzagelegging, bezwaar maken tegen het besluit. Tegen de beslissing op een bezwaarschrift kan de belanghebbende beroep instellen bij de rechtbank. Vervolgens staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Voorts bestaat de mogelijkheid om tegen het opvolgende raadsbesluit bezwaar te maken en (hoger) beroep in te stellen. Indien al bezwaar of beroep aanhangig is tegen het collegebesluit tot voorlopige aanwijzing, wordt het bezwaar of beroep mede geacht te zijn gericht tegen dit raadsbesluit. Degene die een bezwaarschrift heeft ingediend kan – bij een spoedeisend belang – tevens een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening indienen bij de voorzieningenrechter. Inschrijving Het aanwijzingsbesluit geldt als een beperkingenbesluit, dat op grond van artikel 15 Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken (Wkpb) binnen vier dagen na bekendmaking ter inschrijving in de openbare registers aangeboden moet worden aan de Dienst voor het kadaster en de openbare registers.
5
Eerdere aanwijzing De percelen zijn niet eerder betrokken in een aanwijzing tot toepassing van de Wet voorkeursrecht gemeenten.
Burgemeester en wethouders van de gemeente Hardenberg, Secretaris,
Burgemeester,
I.A.A. Oostmeijer-Oosting
M.W. Offinga
Bijlagen 1. Collegebesluit tot voorlopige aanwijzing van gronden ingevolge art. 6 Wvg; 2. Lijst van betrokken percelen; 3. Kaart van betrokken percelen; 4. Publicatie tekst; 5. Memo zienswijzen 6. Conceptbrief aan rechthebbenden met toelichting
6
Raadsbesluit Zaaknummer:
258177
Onderwerp: Vestigen WVG gronden gelegen te Dedemsvaart tussen Stegerensallee en Van Rooijens Hoofdwijk
De raad van de gemeente Hardenberg; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 23 november 2021;
Besluit:
1. Kennis te nemen van het collegebesluit d.d. 28 september 2021 inhoudende een besluit tot voorlopige aanwijzing van gronden op grond van artikel 6 van de Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg). 2. In te stemmen met de voorgestelde wijze van afhandeling van de ingediende zienswijzen. 3. Op basis van artikel 2 juncto 5 Wvg de gronden gelegen in Dedemsvaart tussen Stegerensallee en Van Rooijens Hoofdwijk zoals vermeld op de bij dit besluit behorende en daarvan onderdeel uitmakende en als zodanig gewaarmerkte kadastrale kaart en perceellijst, met daarop vermeld de kadastrale aanduiding van de aan te wijzen gronden, de grootte daarvan, alsmede de namen van de eigenaren en de beperkt gerechtigden, één en ander volgens de openbare registers van het Kadaster naar de stand van 20 december 2021, (definitief) aan te wijzen voor de duur van maximaal drie jaren als gronden waarop de artikelen 10 tot en met 15, 24 en 26 van de Wvg van toepassing zijn. De hiervoor bedoelde gronden zijn niet eerder aangewezen op grond van de Wvg en zijn thans in gebruik conform de vigerende overwegend agrarische bestemming. De (niet-agrarische) toegedachte bestemming is wonen met daarbij behorende functies waaronder infrastructuur en groen en wijkt derhalve af van het huidige gebruik.
Deze toegedachte bestemmingen zullen eerst nader worden uitgewerkt in een structuurvisie (omgevingsvisie onder de Omgevingswet) en vervolgens in een bestemmingsplan (omgevingsplan onder de Omgevingswet). Deze aanwijzing vervalt van rechtswege drie jaar na datum van dit raadsbesluit, tenzij voor dat tijdstip een structuurvisie, bestemmingsplan of inpassingsplan (onder de Omgevingswet: omgevingsvisie, omgevingsplan resp. programma) wordt vastgesteld. 4. Dit besluit te nemen ter bestendiging van de rechtsgevolgen van het besluit d.d. 28 september 2021 van het college. 5. Voor de gronden die met dit besluit zijn aangewezen binnen drie jaar een structuurvisie dan wel omgevingsvisie en vervolgens een bestemmingsplan dan wel omgevingsplan vast te stellen waarmee de ontwikkeling van het gebied nader vormgegeven wordt.
7
6. Burgemeester en wethouders op te dragen de uitvoering en bekendmaking van dit besluit op de in de Wvg voorgeschreven wijze door het besluit bekend te maken in het Gemeenteblad, in de plaatselijke krant (De Toren), op de website van de gemeente, op de gebruikelijke wijze ter inzage te leggen in het gemeentehuis, binnen vier dagen ter inschrijving in de openbare registers aan te bieden aan de Dienst voor het kadaster en de openbare registers en bovendien de eigenaren en beperkt gerechtigden per aangetekende brief in kennis te stellen van dit besluit en de gevolgen daarvan.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Hardenberg van 21 december 2021. De raad voornoemd,
de griffier,
de voorzitter,
F.G.S. Droste
M.W. Offinga
8