CConstaterende datHardenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

Kaderbrief 2023

gemeenteraad 21 juni 2022, gemeente HardenbergBij agendapunt: Kaderbrief 20236.457 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Kaderbrief 2023

1

Inhoud kaderbrief 2023 Onderwerpen 1. Inleiding 2. Doel en proces uitwerking coalitieakkoord 3. Actuele ontwikkelingen 4. Meerjarenbegrotingssaldi 2022-2026 - uitkomsten na 1e bestuursrapportage 2022 - gemeentefonds 2026 (jaarschijf plus arbitragecommissie Wijzen) - dividend COGAS 2026 - bijdrage verbonden partijen - Civieltechnische kunstwerken - Verbeteren wegbermen buitengebied 5. uitwerking regeerakkoord/startnota - duiding accressen 2023-2025 Startnota - accres jaarschijf 2026 - opschalingskorting 2026 - herverdeling gemeentefonds - korting jeugdhulp - WMO - Woning- en klimaatfonds 6. uitgangspunten begroting 2023 e.v.

2

1.

Inleiding

Hierbij bieden wij u de Kaderbrief 2023 aan. In deze Kaderbrief worden de kaders en uitgangspunten vastgesteld voor de begroting 2023. Ook bieden wij u een actueel financieel inzicht en noemen wij verwachte financiële ontwikkelingen.

2.

Doel/Proces uitwerking coalitieakkoord

Het begrotingsproces start normaliter met de Kadernota, waarbij de raad de kaders voor de begroting voor het komende jaar vaststelt. Dit betreft dan zowel de beleidsmatige als financiële kaders. Eén keer in de vier jaar, in het jaar van de gemeenteraadsverkiezingen, wordt geen Kadernota maar een Kaderbrief samengesteld. Het doel van beide documenten is hetzelfde als het gaat om de financiële kaderstelling. In afwijking van een Kadernota bevat de Kaderbrief geen voorstellen nieuw beleid. Op het moment van het opstellen van deze kaderbrief is er nog geen coalitieakkoord. De ambities die zijn opgenomen in het nieuwe coalitieakkoord betrekken wij bij de opstelling van de meerjarenbegroting 20232026. Dit betekent dat wij in gesprek gaan met de organisatie om samen te bepalen hoe we de ambities/doelstellingen uit het coalitieakkoord kunnen vertalen in concrete plannen. Wij streven er naar om u de uitwerking hiervan bij de begroting 2023 aan te kunnen bieden, doch uiterlijk bij de Kadernota 2024.

3.

Actuele ontwikkelingen

We presenteren u deze Kaderbrief met de kennis van nu. Het zijn echter onzekere tijden. Voor ons als gemeente, maar ook voor onze inwoners. De sterk gestegen energieprijzen zijn van invloed op onze begroting. De financiële positie van Hardenberg is voldoende robuust om de gevolgen hiervan op te kunnen vangen. Dit is voor onze inwoners niet vanzelfsprekend. Voor de kwetsbare groepen is een compensatieregeling in voorbereiding. Het kabinet heeft bij monde van minister Schouten laten weten, dat de kosten die de gemeente hiervoor moet maken, door het rijk worden vergoed. Het zijn echter niet alleen de energieprijzen die zijn gestegen. Ook de kosten van levensonderhoud zijn gestegen. Dit raakt ons allemaal, de kwetsbare groepen, maar ook de middeninkomens (waaronder kleine zelfstandigen en ZZP-ers). We verwachten dan ook een toename van het beroep op de (bijzondere) bijstand en de schuldhulpverlening. Verder noemen we hier de oorlog in Oekraïne en de humanitaire ramp die zich hier voltrekt. Door het rijk is aan gemeenten de oproep gedaan om voor huisvesting van de vluchtelingen uit Oekraïne te zorgen. Deze oproep is kracht bij gezet door het uitvaardigen van een noodwet, waardoor gemeenten verplicht worden om huisvesting van vluchtelingen uit Oekraïne te regelen.

3

In onze gemeente worden Oekraïners opgevangen in het voormalig ING kantoor in Hardenberg en de voormalige basisschool Het Talent in Dedemsvaart. Uiteraard zorgen wij niet alleen voor huisvesting, maar ook voor het levensonderhoud en bieden aan hun kinderen de mogelijkheid om hier onderwijs te volgen. In financiële zin heeft het Rijk toegezegd dat zij de extra kosten die gemeenten maken, zal compenseren.

Maatschappelijke en bestuurlijke opgaven en de ambtelijke organisatie Wij hebben te maken met maatschappelijke ontwikkelingen, zoals versnelling van de woningbouw, de energietransitie en de klimaatadaptatie. Daarnaast zijn er bestuurlijke ambities, waartoe al is besloten (denk bijvoorbeeld aan de omgevingsvisie Landstad Hardenberg). Daarbij komen de ambities die zijn opgenomen in het coalitieakkoord voor de komende periode. Hardenberg heeft een sterke streekfunctie. De omgevingsvisie beschrijft op strategisch niveau hoe wij als gemeente nog aantrekkelijker en krachtiger willen worden. En hoe wij onze positie van streekcentrum verder uit willen uitbouwen. Vier uitgangspunten staan daarbij voorop. 1. De groei in bevolking en economie vasthouden en doortrekken. 2. Kwaliteiten toevoegen wordt nog belangrijker. 3. Ruimte als troefkaart. 4. Bereikbaarheid en samenwerking als randvoorwaarden. In lijn hiermee is er het belang van de opgaven voor wonen en werken. We willen de woningbouwproductie uitbreiden en versnellen naar gemiddeld 400 woningen per jaar. Daarmee kunnen we in onze autonome behoefte voorzien alsmede in een deel van de groeiopgave voor de Regio Zwolle. Dat is ook belangrijk voor het in stand houden van het voorzieningenniveau en het aantrekken van nieuwe inwoners en (daarmee) de benodigde werknemers voor onze bedrijven.

In de energietransitie heeft de gemeente een belangrijke rol in het informeren, adviseren en bieden van handelingsperspectief aan inwoners die de eigen woning willen verduurzamen. Hardenberg heeft de ambitie de inwoners goed te faciliteren bij de duurzaamheidsmaatregelen die zij in hun woning kunnen doorvoeren. Tegelijk met de invulling van ontwikkelingen en ambities zal de komende jaren de afbouw van de werkzaamheden voor Ommen personele capaciteit en extra investeringen vragen. Voor de realisatie van die ontwikkelingen en ambities is de vraag aan de orde welke ambtelijke organisatie daar in kwantitatieve en kwalitatieve zin passen bij is. Daarbij is het goed om te beseffen dat de huidige ambtelijke organisatie van de gemeente Hardenberg uit een samenwerkingsconstructie met de gemeente Ommen komt: de Bestuursdienst Ommen-Hardenberg (BOH). Bij de vorming in 2012 van de BOH is een efficiencytaakstelling toegepast op de ambtelijke organisatie. Bij de ontvlechting van de BOH in 2019 is een integrale ingroeitaakstelling van 25% toegepast op de ambtelijke organisatie, die geëffectueerd wordt gedurende de afbouw van de uitvoering van resterende werkzaamheden voor de gemeente Ommen. Wij hebben de indruk dat de huidige personele capaciteit onder druk staat en gaan hierover in gesprek met de directie van onze organisatie.

We willen onderzoek doen naar de benodigde personele capaciteit en benodigde investeringen voor de ontwikkelingen, de ambities en de afbouw van de dienstverlening aan Ommen. Wij streven er naar om u tegelijk met de aanbieding van de begroting 2023 voorstellen te kunnen doen over de benodigde formatie en de benodigde financiële middelen.

4

Kostenontwikkeling sociaal domein Voor de drie decentralisatie binnen het sociaal domein (WMO, Jeugdzorg en Participatie) zijn er ontwikkelingen waardoor de huidige begrotingsopzet onvoldoende aansluit. De afgelopen periode constateren we de volgende ontwikkelingen. • In de huidige begroting wordt nog geen rekening gehouden met trendmatige groei door o.a. autonome ontwikkelingen. • Stijgende kostprijzen door salarisontwikkelingen. • De toedeling van de rijksmiddelen voor het sociale domein gaan via de algemene uitkeringen en hiervoor wordt een rekenmodel op macro niveau gebruikt. Hierdoor is niet meer 100% inzichtelijk wat gemeenten als uitkering voor het sociale domein van het rijk ontvangt. • De taakstelling uit het programma Samen Door. Hierdoor ontstaat een scheef (onrealistisch) beeld van de te verwachten kosten in de meerjarenprognose. Ook dwingt het ons om de vergelijking van de rijksmiddelen los te laten en over te gaan naar een kostenanalyse gebaseerd op P*Q en (autonome) ontwikkelingen. Om een goed beeld te krijgen van de kosten met betrekking tot trends, is het wenselijk dat we een begroting maken die hiermee rekening houdt. Er is gestart met kostenanalyse voor 2023 waarmee de begroting voor de WMO opnieuw wordt opgebouwd. Hierdoor ontstaat er een begroting voor 2023 die aansluit bij de nieuwe ontwikkelingen en zijn we beter in staat om een kostenanalyse te maken.

Regeerakkoord/Startnota In deze kaderbrief geven wij een interpretatie van de gevolgen van het regeerakkoord/de startnota. Het betreft een interpretatie die uw raad kan betrekken bij de algemene beschouwingen rondom deze Kaderbrief. De uitwerking van het regeerakkoord/starnota is een momentopname met vele onzekerheden. Door de oorlog tussen Rusland en Oekraïne zijn de financiële onzekerheden toegenomen. De energieprijzen zijn (nog meer) gestegen, de kans op een economische recessie wordt hoger ingeschat en misschien worden de huidige kabinetsplannen bijgesteld. Het Kabinet is geconfronteerd met tegenvallers, die nopen tot bijstelling van haar ambities en of bezuinigingen. Uiteindelijk heeft dit ook effect op de financiële situatie van de gemeenten. Op dit moment is niet te becijferen hoe groot dit is. Tegen deze achtergrond stellen wij u voor om bij het opstellen van de begroting 2023 uit te gaan van het scenario behoedzaam, dat wil zeggen: - het accres (groei gemeentefonds) voor 2026 gelijk te houden aan het accres 2025 - een afslag voor onderuitputting op het accres toe te passen van 20% - er van uit te gaan dat: - de zogenaamde opschalingskorting met ingang van 2026 door het rijk wordt toegepast - de herziening verdeelsleutel gemeentefonds in 2023 wordt ingevoerd - niet wordt geanticipeerd op nieuwe rijksbezuinigingen nu de korting op de jeugdzorg van de baan is.

- de gevolgen invoering eigen bijdrage jeugdzorg voor de gemeente budget neutraal gaat verlopen - de uitname uit het gemeentefonds in verband met de invoering van het inkomensafhankelijke tarief WMO gecompenseerd wordt door een lager beroep op c.q. lagere uitgaven WMO

Daarbij merken wij nog op dat de beheerders van het gemeentefonds in de maartbrief opmerken, dat zij zich er zeer bewust van zijn, dat gemeenten en provincies onzekerheid ervaren over de financiële ruimte voor het jaar 2026 en daarna. Daarom hebben de beheerders van het gemeentefonds met de VNG, het IPO en de Unie

5

van Waterschappen afgesproken een traject tot opstellen van een contourennota in te richten. De verwachting is de eerste resultaten in juni 2022 te kunnen delen. Indien deze “contourennota” tot andere inzichten leidt, dan zullen wij deze in de begroting 2023 doorvoeren en uiteraard toelichten.

4. Meerjarenbegrotingssaldi 2023-2026 Gelijktijdig met deze Kaderbrief presenteren wij u de 1e bestuursrapportage 2022. In deze bestuursrapportage worden voorstellen gedaan tot bijstelling van de budgetten voor het lopende jaar. Daarbij is aangegeven, wat het effect van deze bijstellingen voor de meerjarenbegroting 2022-2025. In deze Kaderbrief vullen wij dit meerjarenperspectief aan met een aantal ontwikkelingen, dat met ingang van de komende planperiode 2023-2026 zijn beslag zal krijgen. Bedragen x € 1.000 Omschrijving 2022 2023 2024 2025 2026 Structureel saldo na 1e bestuursrapportage 2022 Dividend Cogas 2026

8.106

5.097

5.087

5.711

5.713 -650

Algemene uitkering 2026

450

Bijdrage aan verbonden partijen - GGD - Omgevingsdienst - Veiligheidsregio Taakstelling Veiligheidsregio

-59 -269 -16 -43

-59 -269 -16 -43

-59 -269 -16 -43

-59 -269 -16 -43

Civieltechnische kunstwerken: exploitatie kapitaallasten Verbeteren wegbermen buitengebied

-55 -8 Pm

-55 -32

-55 -163 Pm

-55 -435 Pm

4.189

6.420

7.438

5.225

-2.545

-2.545

-2.545

-2.545

Pm

Pm

Pm

Pm

Pm

Uitwerking regeerakkoord (scenario behoedzaam) Loon- en prijsontwikkelingen (zie uitgangspunten) Coalitieakkoord 2022-2026

1.568

Structureel saldo geactualiseerd

9.674

6.291

8.488

9.999

7.315

Incidenteel saldo na 1e bestuursrapportage 2022 Project Energie en Duurzaamheid

-6.473

-3.142

-1.051

0

0

Pm

Pm

Pm

Pm

-63

Coalitieakkoord 2022-2026 Incidenteel saldo geactualiseerd

-6.473

-3.205

-1.051

0

0

Eindtotaal

3.201

3.086

7.437

9.999

7.315

Ook na verwerking van de bijstellingen in deze Kaderbrief schrijven we nog “zwarte cijfers”. Een bijzondere uitgangssituatie in een bijzondere tijd. Wij merken daarbij op dat wij er naar streven om een reële begroting te presenteren. In deze bijzondere tijd met grote risico’s en onzekerheden moeten we er wel bij aantekenen dat reëel begroten in dit tijdsbeeld bijna niet realistisch is. We presenteren bovenstaand perspectief met de kennis van nu. Dit najaar – bij de begroting 2023 – volgt dan een update.

6

Alvorens in te gaan op de hiervoor genoemde bijstellingen, wordt hieronder ingegaan op de gevolgen voor de algemene reserve.

Algemene reserve Op grond van bovenstaande actualisatie van de meerjarenbegroting wordt hieronder het verloop van de algemene reserve weergegeven. Bedragen x € 1.000 Algemene reserve stand 1-1-2022

59.446

resultaatbestemming 2020

-75

onttrekking WMO

-502

energiefonds

-100

onttrekking budgetoverheveling 2021

-1.369

rekeningresultaat 2021

15.796

resultaatbestemming 2021

-2.937

Sustainable goals begrotingssaldo 2022

-50 3.201

stand 31-12-2022

73.410

resultaatbestemming 2021

-740

budgetoverheveling 2021

-507

begrotingssaldo 2023

3.086

stand 31-12-2023

75.249

resultaatbestemming 2021

-330

begrotingssaldo 2024

7.437

stand 31-12-2024 begrotingssaldo 2025

82.356 9.999

stand 31-12-2025 begrotingssaldo 2026 stand 31-12-2026

92.355 7.315 99.670

Voor de benodigde omvang van de algemene reserve hanteren wij de norm van 1,4 x de som van de risico’s, minus € 1 miljoen (vrije belastingcapaciteit). De som van de risico’s is berekend op € 21,9 miljoen (jaarrekening 2021). Dit betekent dat de benodigde omvang van de algemene reserve € 29,7 miljoen is. De financiële ruimte in de algemene reserve boven dit normbedrag kan worden ingezet voor nieuwe ambities c.q. wij gaan er vanuit dat – in ieder geval – een deel van dit surplus een bestemming zal krijgen in het nieuwe coalitieakkoord. Zoals in de inleiding opgemerkt, komen wij hier bij de begroting 2023 op terug.

7

Toelichting bijstellingen meerjarenbegroting 2023-2026 Dividend Cogas 2026 Eind 2020 heeft de aandeelhoudersvergadering Cogas ingestemd met de verkoop van haar aandeel in Cogas Kabel NV. De verkoop heeft voor de aandeelhoudende gemeenten geleid tot een incidentele extra dividenduitkering. Verder is een deel van de opbrengst in reserve gehouden om vervolgens in 5 jaar tijd te worden uitgekeerd. Met de aanvulling vanuit dit dividendafbouwfonds wordt door COGAS tot en met 2025 een dividend van € 2.000 per aandeel uitgekeerd. Vanaf 2026 is het dividendafbouwfonds uitgeput en valt het jaarlijks dividend terug naar € 1.000 per aandeel. Deze halvering leidt voor Hardenberg tot een structureel nadeel met ingang van 2026 van € 650.000. Gemeentefonds 2026 Op grond van de septembercirculaire 2021 kan de gemeentefondsuitkering 2026 worden verhoogd met € 1.455.000. De verhoging is vooral een gevolg van het verwerken van het accres. In de meerjarenbegroting was nog geen rekening gehouden met de verlaging van de compensatie jeugdhulp vanaf 2026. Een verlaging die verband houden met de mogelijke besparingen door de implementatie hervormingsagenda jeugd. De compensatie 2026 is berekend op € 2.297.000. Dit is rond € 1.005.000 minder dan in 2025. Per saldo kan de raming van de uitkering uit het gemeentefonds voor 2026 worden verhoogd met € 450.000 naar € 107.560.000.

Overigens merken wij hierbij op dat er geen overeenstemming bestaat tussen gemeenten en rijk over de hervormingsagenda. Bijdrage verbonden partijen Conform de uitgangspunten voor de begroting (zie hierna) wordt de raming voor de bijdrage aan verbonden partijen gebaseerd op de begroting van de verbonden partij. Hardenberg is deelnemer aan de gemeenschappelijke regelingen: - Gemeenschappelijke Gezondheid Dienst IJsselland (GGD) - Omgevingsdienst IJsselland (OD) - Veiligheidsregio IJsselland (VR) Financiën De begrotingen van de gemeenschappelijke regelingen worden jaarlijks aangepast voor loon- en prijsstijgingen. Uitgangspunt voor de begroting van het komende jaar is, dat de gevolgen van deze loon- en prijsontwikkelingen voor de hoogte van de gemeentelijke bijdrage, kunnen worden gedekt uit het accres gemeentefonds en de opbrengst inflatoire verhoging tarieven. Overige posten/ontwikkelingen zullen wel van invloed zijn op het begrotingsresultaat.

GGD Het bestuur van de GGD IJsselland heeft recent het voornemen uitgesproken om de begroting vanaf 2023 via de gemeentelijke bijdrage te verhogen met €495.000: - Het grootste deel van deze verhoging (€ 443.000) is volgens de GGD nodig om goed te kunnen blijven anticiperen op een veranderende omgeving en blijvend voor alle inwoners een goede bijdrage te leveren aan een gezonde en veilige leefomgeving en risico’s voor zover mogelijk te mitigeren. Deze ambitie wordt ingevuld door extra te investeren op kwetsbare plekken in de organisatie, zoals in informatiebeveiliging, privacybescherming, doorontwikkeling als netwerkorganisatie en toekomstbestendig maken van de bedrijfsvoering.

8

-

Verder wil de GGD de regierol rond suïcide preventie borgen binnen de GGD-organisatie. Hiervoor is € 52.000 nodig.

De gemeentelijke bijdrage 2023 Hardenberg wordt begroot op € 2.555.000. Ten opzichte van de bijdrage 2022 is dit een stijging van € 129.000. Hiervan heeft € 44.000 betrekking op de gevolgen loon- en prijsstijgingen en € 26.000 op de overheveling van de middelen Rijksvaccinatieprogramma (RVP) van het Rijk naar het Gemeentefonds. Het Rijk hevelt per 2023 voor een tweetal structureel in het RVP opgenomen vaccinaties de middelen over naar het Gemeentefonds. De GGD gaat er vanuit dat de middelen die gemeenten hierdoor extra ontvangen uit het Gemeentefonds door gemeenten weer beschikbaar worden gesteld aan de GGD. Daarmee verloopt deze “transitie” voor zowel GGD als gemeenten budgettair neutraal. Exclusief de gevolgen van de indexering van de gemeentelijke bijdrage en de gewijzigde financiering van het RVP komt de verhoging van de gemeentelijke bijdrage voor Hardenberg neer op een verhoging met € 59.000. Omgevingsdienst IJsselland De uitvoeringskosten van de Omgevingsdienst IJsselland stijgen door de uitvoering van een intern verbeteren ontwikkeltraject. Daarnaast stijgen per 2023 de uitvoeringskosten doordat er een gezamenlijke risicoanalyse moet worden vastgesteld, wat ook gevolgen heeft voor de bezoekfrequentie voor een bedrijf. Dat zal hoger zijn dan op dit moment in Hardenberg het geval is.

Het niveau in Hardenberg was gebaseerd op naleefprofielen per bedrijf waardoor het toezicht anders kon worden uitgevoerd. Verder is besloten om met ingang van 2023 de financieringsmethodiek te wijzigen. Voor de berekening van de gemeentelijke bijdrage werd tot nu nog uitgegaan van een verdeelsleutel, gebaseerd op de oorspronkelijke ingebrachte budgetten gebaseerd op uren. In de praktijk van de afgelopen jaren bleek dat de werkelijke ureninzet in sommige gevallen fors afweek van de uren, waarop een gemeente – op basis van de oorspronkelijke ureninbreng – recht had. Met ingang van 2023 wordt afgerekend op basis van de werkelijke uren. Hardenberg behoort tot een van de gemeenten die meer uren afneemt en na de wijziging van de financieringsmethodiek ook meer gaat betalen. De uitvoeringskosten voor de Omgevingsdienst IJsselland zijn – na de 1e bestuursrapportage 2022 – begroot op € 1.211.000. De uitvoeringskosten voor 2023 en volgende jaren stijgen met € 269.000 naar € 1.480.000 per jaar. Dit is dan het bedrag exclusief gevolgen loon- en prijsontwikkelingen (€ 33.000). Verder voert de OD voor ons ook het project Energie en Duurzaamheid uit. Voor 2023 raamt de OD een incidentele bijdrage van € 63.000. De bijdragen van onze gemeente zijn in 2021 en 2022 nog ten laste van de projectmiddelen Duurzaam gedekt.

Veiligheidsregio IJsselland De Veiligheidsregio (VR) begroot de bijdrage van Hardenberg voor 2023 op € 4.212.000. Dit betekent een stijging ten opzichte van het in de gemeentebegroting opgenomen bedrag met € 161.000, wat de uitkomst is van : - loon- en prijsstijgingen € 102.000 - bezuinigingen - 57.000 - vervallen stelpost verlaging bijdrage € 100.000 - bijdrage in kosten meldkamer € 17.000 - wijziging verdeelsleutel - 1.000 De bijdrage aan de VR 2023 neemt toe met € 59.000 (exclusief de gevolgen loon- en prijsontwikkelingen).

9

Na een eerdere bezuinigingsronde van € 1 miljoen is de VR in staat gebleken om nog een extra bezuinigingsslag door te voeren. In totaal leidt deze tot een extra besparing van ruim € 0,5 miljoen. Het aandeel van Hardenberg hierin is € 57.000. In de gemeentebegroting hadden we rekening gehouden met een mogelijke verlaging van de bijdrage aan de VR met € 100.000 structureel. Zoals hiervoor opgemerkt is dit voor ruim de helft gerealiseerd. Wij stellen voor om het restant van de “taakstelling” (ad € 43.000) te schrappen. Het is opportuun om aan te nemen, dat er nog aanvullende bezuinigingen door de VR worden doorgevoerd. Dit mede tegen de achtergrond dat de VR aangeeft dat een aantal ontwikkelingen (o.a. informatieveiligheid en invoering Omgevingswet) niet uit de(ze) begroting gefinancierd kunnen worden. Dit geldt ook voor de meerkosten taakdifferentiatie – verscherping onderscheid beroeps- en vrijwillige brandweer - in het geval het rijk deze niet compenseert. Bij de start van de VR is gekozen voor een financieringsmethodiek, waarbij de gemeentelijke bijdrage voor 75% historisch (oorspronkelijke inbreng middelen) wordt bepaald en voor 25% gebaseerd is op de middelen die gemeente ontvangt via het Gemeentefonds voor brandweer en rampenbestrijding.

Daarbij is afgesproken dat deze methodiek na een aantal jaren wordt geëvalueerd en zo mogelijk verder zal opschuiven richting een objectief model. Dit jaar is ingestemd met een aanpassing, waardoor de bijdrage nog voor de helft gebaseerd is op de oorspronkelijke inbreng en de andere helft op basis van het gemeentefonds. Deze aanpassing heeft voor Hardenberg nagenoeg geen financieel effect.

Civieltechnische kunstwerken De update van het beleidsplan civieltechnische kunstwerken is in concept gereed en wordt binnenkort voorgelegd aan de gemeenteraad. Het MeerJaren OnderhoudsBegroting (MJOB) is geactualiseerd. Deze financiële planning voor de komende jaren bestaat uit het investeringsopgaven voor groot onderhoud en vervanging. Ten aanzien van de investeringen staan voor de komende periode op programma de ingrijpende aanpak van de Prins Bernhardbrug, het groot onderhoud aan de Amaliabrug, brug Koehierdersteeg, brug Blankvoortallee, brug Schoutenhof en vervanging van 4 (fiets)bruggen. Daarnaast bestaat dit plan uit het jaarlijks terugkerend vaste onderhoud. De investeringen zijn noodzakelijk om de veiligheid te borgen en het advies is daarom de volgende bedragen te reserveren in de komende begroting: 2023 € 527.000 2024 € 408.000 2025 € 7.900.000 2026 € 600.000 De kapitaallasten van deze investeringen zijn in de geactualiseerde meerjarenbegroting 2023-2026 verwerkt. Om te blijven voldoen aan het in 2017 overeengekomen onderhoudsscenario van “Heel en Veilig” en bij onderhoud invulling te geven aan circulariteit en inclusiviteit stellen wij voor het jaarlijks budget voor vast onderhoud te verhogen met € 55.000.

Verbeten wegbermen buitengebied Januari jl. is raadsbreed een motie aangenomen ter verbetering van de wegbermen in het buitengebied. Er ligt inmiddels een inventarisatie en een plan met een financiële onderbouwing voor het verbeteren van wegbermen. Gezien de impact ligt het voor de hand, dit met een apart raadsvoorstel binnenkort (rond de zomer) met de raad te bespreken. Het raadsbesluit kan dan verwerkt worden in de begroting 203 e.v. jaren.

10

5. Uitwerking regeerakkoord/startnota De 'maartbrief' die het Rijk had toegezegd over de doorwerking van het regeerakkoord op het gemeentefonds, is op 6 april verschenen. Aan de hand hiervan en een eerdere uitwerking door de 100.000+ gemeenten geven wij u onderstaande interpretatie. In deze uitwerking is een aantal beslispunten opgenomen, dat van belang is voor de op te stellen begroting 2023. Deze beslispunten/adviezen zijn richtinggevend voor de begroting 2023 en hoe daarin op een verantwoorde manier kan worden omgegaan met de onzekerheden aan de batenkant. Begin dit jaar is het nieuwe kabinet Rutte IV aangetreden en is het coalitieakkoord van het Rijk financieel vertaald in de Startnota. Op basis daarvan kunnen gemeenten berekenen wat de financiële gevolgen van het nieuwe kabinet voor hen zijn. Er zitten echter nogal wat onzekerheden in de bedragen uit de Startnota. Op een 9-tal onderwerpen zijn uitgangspunten/adviezen voor de ramingen geformuleerd. Onderstaand zijn de financiële gevolgen hiervan voor Hardenberg in beeld gebracht. Daarbij is er vanuit gegaan dat: - een toevoeging aan c.q. een uitname uit het gemeentefonds van € 18 miljoen leidt tot een wijziging van de zogenaamde uitkeringsfactor met 1 punt - 1 punt wijziging leidt voor Hardenberg tot een voor-/nadeel van € 59.000.

Bedragen x € 1.000 Regeerakkoord 2022 2023 2024 2025 2026 Accressen startnota 2022-2025 Accres 2026 Opschalingskorting Herverdeling gemeentefonds Korting jeugdzorg Invoering eigen bijdrage jeugdzorg Inkomensafhankelijke bijdrage huishoudelijke hulp Fonds woningbouw Klimaatfonds Totaal

1.960

1.960

2.747

4.982

5.681

1.311 680

33

1.754 680 Pm Pm 33

2.213 680 Pm Pm -262

2.698 0 680 Pm Pm -262

4.771

7.449

8.312

3.116

Hierna geven wij een toelichting op deze punten en een advies/voorstel hoe met deze ontwikkelingen kan worden omgegaan richting de op te stellen begroting 2023. 1) Accressen 2022-2025 Gemeenten krijgen in 2022 tot en met 2025 veel extra middelen via het gemeentefonds, maar nauwelijks in 2026. Het accres van het gemeentefonds stijgt in 2022 ongeveer € 0,6 miljard, in 2023 ongeveer € 0,8 miljard, in 2024 € 1,5 miljard en in 2025 € 1,7 miljard (cumulatief), maar valt in 2026 terug naar € 0,8 miljard. Het Centraal Planbureau waarschuwt voor onderuitputting. De arbeidsmarkt is momenteel erg krap. Vraag is dan ook of er voldoende arbeidskrachten zijn om alle plannen uit te kunnen voeren. Daarnaast staan veel rijksuitgaven nog op de zogeheten ‘aanvullende post’ in afwachting om toebedeeld te worden aan een ministerie om uit te kunnen geven. Die bedragen tellen op voorhand wel mee in de accressen, maar als ze niet toebedeeld en uitgegeven worden, heeft ook dat een dempend effect op het gemeentefondsaccres. Advies. Wij stellen voor om behoedzaam te zijn in het ramen van de accressen voor de komende jaren. Concreet stellen wij voor om voor 2022 en volgende jaren rekening te houden met een afslag van 20%.

11

2) Accres jaarschijf 2026 In de Startnota daalt het accres voor de jaarschijf 2026 sterk. Als motivatie geldt het feit dat het kabinet kijkt naar een andere bekostigingssystematiek voor gemeenten en een verruiming van het lokale belastinggebied. Voor de gemeentebegroting betekent dit dat de ruimte in 2026 sterk daalt (t.o.v. 2025) en de jaren ervoor voor een groot deel van de financiële ruimte als incidenteel aangemerkt moet worden. Dat is niet logisch. De structureel beschikbare financiële ruimte kan hoger liggen dan de kale accrescijfers voor 2026 nu laten zien. Het nadeel uit het lagere accres kan immers wordt gecompenseerd door een verruiming van het lokale belastinggebied. In de maartbrief wordt opgemerkt dat de beheerders van het gemeentefonds zich er zeer van bewust zijn, dat gemeenten en provincies onzekerheid ervaren over de financiële ruimte voor het jaar 2026 en daarna. Daarom hebben de beheerders van het gemeentefonds met de VNG, het IPO en de Unie van Waterschappen afgesproken een traject tot opstellen van een contourennota in te richten. De verwachting is de eerste resultaten in juni 2022 te kunnen delen. Met deze contourennota wordt beoogd duidelijkheid te geven over de hoofdrichting, zodat de verdere uitwerking van een toekomstbestendige en stabiele financieringssystematiek zorgvuldig kan worden ingevuld. Advies.

We stellen voor om de accressen uit 2025 door te trekken naar 2026. Het is immers maar de vraag of de andere bekostigingssystematiek c.q. de verruiming van het belastinggebied al in 2026 kan worden ingevoerd. 3) Opschalingskorting 2026 De opschalingskorting is tot en met 2025 bevroren. Dat wil zeggen dat de eerder geraamde oploop in de kortingen op het gemeentefonds, niet doorgaan. In de jaarschijf 2026 staat de opschalingskorting echter wel weer opgenomen, voor het volledige en vanaf dat moment ook structurele bedrag. Een deugdelijke onderbouwing van de opschalingskorting ontbreekt. Toch kiest het Kabinet er voor om de korting nu niet te schrappen, maar slechts op te schorten. Advies. We stellen u – zekerheidshalve – voor om er bij het opstellen van de meerjarenbegroting 2023-2026 van uit te gaan dat de opschalingskorting in 2026 weer zal worden toegepast. Daarbij merken wij op dat wij u dit advies ook kunnen voorleggen, gelet op onze goede financiële uitgangspositie. Uiteraard zullen wij – via de VNG – blijvend protest aantekenen tegen deze korting. 4) Herijking gemeentefonds Uit de maartbrief blijkt dat de gemeentefondsbeheerders hebben besloten om het nieuwe verdeelmodel per 1 januari 2023 in te laten gaan. Hardenberg behoort tot de voordeelgemeenten.

Op basis van de vergelijking van de uitkomsten 2019 van het nieuwe verdeelmodel met het bestaande model zou het voordeel voor Hardenberg rond € 680.000 bedragen. Bij de meicirculaire 2022 volgt dan een update. Advies. Wij stellen voor om met ingang van de begroting 2023 te rekenen met een structureel voordeel uit de invoering nieuwe verdeelmodel van € 680.000. 5) Korting Jeugdhulp Uit de Startnota blijkt dat het Rijk een “extra” korting wil doorvoeren op jeugdzorg. € 100 miljoen in 2024 en € 500 miljoen structureel met ingang van 2025. Deze korting komt dan bovenop de te verwachten besparingen als gevolg van de hervormingsagenda Jeugd. Recent heeft het Kabinet – onder druk van de eerste Kamer – besloten om de korting jeugdhulp niet door te zetten.

12

Nu de korting jeugdhulp van de baan is, zal het Kabinet op zoek moeten naar alternatieve bezuinigingen. Wij kunnen niet uitsluiten dat dit ook gevolgen zal hebben voor het Gemeentefonds c.q. tot lagere inkomsten voor de gemeente zal gaan leiden. Op dit moment vullen we hier geen bedrag voor in en wachten de nieuwe kabinetsvoorstellen af. Dit najaar zal er meer duidelijk zijn en zo mogelijk/nodig zullen wij dit ook betrekken bij het opstellen van de begroting 2023. Advies. Wij stellen voor om in de meerjarenbegroting 2023-2026 geen bedragen op te nemen voor nieuwe rijksbezuinigingen, als alternatief voor het vervallen van de korting jeugdzorg. 6) invoering eigen bijdrage jeugdzorg Het Kabinet gaat onderzoeken of de invoering van een eigen bijdrage tot verlaging van de kosten gaat leiden. Advies. Ten aanzien van het mogelijk nadeel als gevolg van de eventuele uitname uit het gemeentefonds stellen wij voor om er van uit te gaan dat dit nadeel wordt gecompenseerd door lagere uitgaven jeugdhulp c.q. geen gevolgen heeft voor het begrotingsresultaat. 7) Maatschappelijke ontwikkeling/huishoudelijke hulp Het stijgend gebruik van de huishoudelijke hulp zet de beschikbaarheid van de WMO voorzieningen onder druk. Het Rijk wil daarom werken aan een eerlijkere eigen bijdrage voor huishoudelijke hulp. De uitkomst is nog niet bekend.

Wel blijkt uit een doorrekening van het regeerakkoord door het CPB dat het Rijk de eigen bijdrage voor huishoudelijke hulp voor hoge inkomens wil verhogen en dat de rijksbijdrage aan gemeenten hiervoor taakstellend verlaagd wordt vanaf 2025 met € 95 mln. Advies. Wij stellen voor om genoemde korting budgettair neutraal te verwerken c.q. er van uit te gaan dat de korting wordt goedgemaakt door een lager beroep op de voorzieningen WMO (als gevolg van de invoering van de hogere eigen bijdrage). 8) Woningbouw In de nieuwe kabinetsplannen is een woningbouwimpuls en een volkshuisvestingsfonds opgenomen. Deze middelen worden onttrokken aan het gemeentefonds. Deze uitname is reeds verwerkt in bovenstaande opgave van de accressen 2022-2025. Waarschijnlijk kunnen gemeenten een beroep doen op deze middelen in specifieke gevallen en worden de middelen onder voorwaarden verstrekt. Het is nog onduidelijk welke gemeenten aanspraak kunnen maken op deze middelen en hoe (cofinanciering of niet). Advies. Wij stellen voor om in de meerjarenbegroting geen inkomsten uit dit fonds te begroten. 9) Klimaat Er is een apart fonds gecreëerd op de rijksbegroting voor klimaat en stikstof. Het is nog onduidelijk welke gemeenten aanspraak kunnen maken op deze middelen en hoe (cofinanciering of niet). Advies. Wij stellen voor om in de meerjarenbegroting geen inkomsten uit dit fonds te begroten.

13

Resumerend stellen wij u voor om voor de begroting 2023 uit te gaan van het hiervoor geschetste behoedzame scenario, dat wil zeggen: - Het accres 2026 wordt gelijk gehouden aan het accres 2025 c.q. het nadeel van het lagere accres wordt gecompenseerd door de verruiming lokale belastinggebied m.i.v. 2026; - Voor 2022-2026 wordt uitgegaan van een “afslag” van 20% op de accressen 2022-2026 in verband met de te verwachten onderuitputting rijksbegroting - De herziening verdeelsleutel gemeentefonds in 2023 wordt ingevoerd - Niet wordt geanticipeerd op nieuwe rijksbezuinigingen nu de korting jeugdzorg van de baan is. - De eventuele invoering eigen bijdrage jeugdzorg verloopt voor de gemeente budgettair neutraal - De invoering van de inkomensafhankelijke bijdrage WMO verloopt voor de gemeente budgettair neutraal Bovenstaand scenario leidt tot onderstaande uitkomsten: Behoedzaam Accressen regeerakkoord/startnota Afslag onderuitputting Opschalingskorting Herverdeling gemeentefonds Eigen bijdrage jeugdzorg Lager beroep op WMO Totaal

2022

2023 1.960 -392

1.568

2024 2.747 -549 1.311 680 Pm 4.189

2025 4.982 -996 1.754 680 Pm Pm 6.420

2026 5.681 -1.136 2.213 680 Pm Pm 7.438

5.681 -1.136 0 680 Pm Pm 5.225

14

6. Uitgangspunten begroting 2023 e.v. Het financiële beleid De uitgangspunten voor het financieel beleid zijn: • de (meerjaren)begroting dient structureel sluitend te zijn • de algemene reserve dient op niveau te zijn • de schuldpositie van de gemeente dient een houdbare schuld te zijn. Hiervan is sprake zolang de netto schuldquote niet meer bedraagt dan 130% • de belastingen en leges worden met de inflatieontwikkeling verhoogd. Uitgangspunten voor de meerjarenbegroting 2023 - 2026 In aanvulling op de hiervoor genoemde kernpunten van het financieel beleid zijn bij het samenstellen van de begroting 2023-2026 de volgende uitgangspunten gehanteerd: a) de begroting wordt samengesteld op basis van bestaand beleid, inclusief de raadsbesluiten tot en met de 1e bestuursrapportage 2022 b) de (financiële) gevolgen van de ambities in het coalitieakkoord worden afzonderlijk in beeld gebracht en meegenomen in het proces van de begroting 2023.

c) de begroting geeft een reëel beeld van de te verwachten lasten en baten d) voor de berekening van de gemeentefondsuitkering wordt rekening gehouden met de uitkomsten van de meicirculaire 2022 e) de bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen worden geraamd conform de begroting 2023 van deze verbonden partij f) de ramingen voor grondexploitaties (inclusief de raming voor plankosten) sluiten aan bij de nota grondexploitatie 2023 en verdere jaren g) de begroting 2023 wordt opgesteld tegen lopende prijzen, dat wil zeggen: a. voor ontwikkeling loonkosten 2023 wordt uitgegaan van de werkelijke loonkosten per 1 april 2022 te verhogen met 4,3% b. voor inhuur derden wordt gerekend met een prijsstijging van 3,3% c. voor overige prijsstijgingen 2023 wordt 2,3% gehanteerd h) er wordt een inflatoire verhoging tarieven 2023 met 3,0% toegepast i) de ramingen 2024 en volgende worden opgesteld tegen constante prijzen j) rente nieuw aan te trekken geldleningen 2,0% k) rente door te berekenen in de grondexploitaties 2,25% l) rente door te berekenen aan bestaande investeringen 2,0% (rente-omslag) m) rente nieuwe investeringen 2,0%

Dit zijn de uitgangspunten die we willen hanteren voor de begroting 2023. Wij merken daarbij op dat – indien actuele ontwikkelingen hiertoe noodzaken – we voor de begroting 2023 mogelijk andere percentages hanteren. Uiteraard zullen wij bij de aanbieding van de begroting 2023 de redenen van bijstelling toelichten en de financiële gevolgen in beeld brengen.

15

Toelichting op uitgangspunten Nieuw beleid De (financiële) gevolgen van de ambities in het coalitieakkoord worden afzonderlijk in beeld gebracht en meegenomen in het proces van de begroting 2023. Zoals in de inleiding gesteld, doen wij via deze Kaderbrief geen voorstellen voor nieuw beleid. Wel benoemen wij hier een aantal zaken, dat nog een beslag gaat krijgen in de begroting 2023. Zo is er gewerkt aan de actualisering van bestaand beleid en beheerplannen. Verder wijzen wij u er op dat in de bestaande meerjarenbegroting bepaalde maatregelen – met een kennelijk structurele financieringsbehoefte – nu met incidentele middelen zijn belegd. Voorbeelden hiervan zijn de maatregelen/impulsen economie beleid, binnenstedelijke vernieuwing of de proces coördinator jeugd. Indien deze middelen niet of deels beschikbaar worden gesteld in de nieuwe raadsperiode, dan heeft dit gevolgen voor het ingezette beleid op deze onderwerpen. Ook hierop zullen wij bij de begroting 2023 terug komen. Prijzen Met name de prijsontwikkeling 2022 is hoger dan waar wij op gerekend hadden. De verwachting is dat die lijn van hogere prijzen (gevolgd door hogere lonen) zich doorzet in 2023. Dat blijkt ook uit de ramingen van het Centraal Economisch Plan (CEP).

Op basis van het CEP raamt het CPB de volgende cijfers: Inflatie (consumentenprijsindex): Prijs materiële overheidsconsumptie: Prijs overheidsconsumptie, beloning werknemers

2022 5,2% 4,1% 4,8%

2023 2,4% 2,3% 3,3%

1% prijsverhoging komt overeen rond € 750.000 Hierbij wordt opgemerkt dat de gevolgen van de prijsstijging (grotendeels) kunnen worden gedekt uit het accres (jaarlijkse groei van het) gemeentefonds en de opbrengst uit de inflatoire verhoging van de (belasting)tarieven. Op dit moment is nog niet bekend wat het gemeentefonds de komende jaren gaat doen c.q. in de nu voorliggende berekeningen is nog geen rekening gehouden met de hogere inflatie. Wanneer de rijksuitgaven daardoor stijgen, neemt ook het (nominale) accres toe. De meicirculaire zal hier meer helderheid over geven. We stellen voor om voor inhuur derden aan te sluiten bij het percentage voor loonstijgingen. Dit op grond van het feit dat wij genoodzaakt zijn om voor inhuur derden te kiezen in plaats van invullen vacatures met eigen personeel. De keuze voor inhuur is ingegeven door de noodzaak om te anticiperen op de beëindiging dienstverlening Ommen (2025) en de uitgaven zo flexibel mogelijk te maken. Lonen De huidige CAO loopt nog tot en met 2022. De onderhandelingen voor de periode daarna moeten nog worden opgestart. Genoemd percentage is gebaseerd op de hiervoor genoemde raming van het CPB en een opslag van 1% voor periodieke verhogingen. Dit percentage is gebaseerd op ervaringsgegevens.

1% stijging loonkosten komt overeen met rond € 400.000 Wat hiervoor is opgemerkt over de dekking gevolgen prijsstijging geldt ook voor de dekking stijging loonkosten. In beginsel zou deze kostenstijging moeten kunnen worden opgevangen binnen het accres gemeentefonds en de opbrengst inflatoire verhoging (belasting)tarieven. Inflatiecorrectie In voorgaande jaren hanteerden wij hiervoor het percentage prijsstijging. Wij stellen voor, voor de berekening van de inflatiecorrectie voortaan uit te gaan van een mix van de verwachte loon- en prijsstijging. Dat wil zeggen een mix van het algemene percentage prijsstijging materiele overheidsconsumptie en het percentage overheidsconsumptie, beloning werknemers.

16

Dit kan op een enkelvoudige manier, namelijk door het gemiddeld van beide percentages te nemen of een gewogen gemiddelde te nemen waarbij ook wordt gekeken naar de loon- en prijsgevoeligheid van de begroting. Bij de enkelvoudige methode komen we uit op een inflatoire verhoging met 3,3%, namelijk 2,3% plus 4,3% is 3,3% 2 Bij een gewogen gemiddelde komen we uit op 2,3 x 1% prijsstijging (= € 750.000) + 4,3 x 1% loonstijging (=€ 400.000) 1% prijs- + 1% loonstijging (= totaal 1.150.000)

is 3,0 % (afgerond)

Wij stellen voor om voor de gewogen methode te kiezen c.q. de inflatoire correctie voor 2023 te bepalen op 3,0 % Dit percentage is van toepassing op de (algemene) belastingen en de gebruikersvergoedingen. Wellicht ten overvloede wordt hierbij opgemerkt dat dit percentage niet van toepassing is op activiteiten waarbij wordt uitgegaan van het principe van 10o% kostendekking als afval en riool. 1% komt overeen met rond € 300.000. Per saldo effect loon- en prijsontwikkelingen Bovenstaande percentages leiden per saldo tot een uitzetting van de begroting met: - 4,3% loonstijging -> € 1.720.000 - 2,3% prijsstijging -> € 1.725.000 Totaal LPO € 3.445.000 Dekking: - opbrengst inflatiecorrectie 3% € 900.000 Rest een bedrag van € 2.545.000 ten laste van het accres/algemene dekkingsmiddelen.

Rente Voor de begroting 2022 zijn we nog uitgegaan van 1,5% voor nieuwe vaste geldleningen en 0,25% voor kortlopende leningen. Wij constateren dat de rente op de kapitaalmarkt de afgelopen periode is toegenomen. De risico’s voor onze gemeente zijn beperkt. Wij voeren een risicomijdend beleid. De rentes van onze huidige leningportefeuille liggen voor het grootste deel voor langere tijd vast en dat is positief nu de verwachting is dat de rente met de toegenomen inflatie de komende tijd zal stijgen. Op dit moment is het rentepercentage voor een 20 jarige lening rond 2,0 procent. Wij stellen voor om voor 2023 uit te gaan van 2% voor nieuwe vaste geldleningen en 0,5% voor kortlopende leningen. Deze stijging werkt ook door in het percentage dat wordt gehanteerd voor het zogenaamde renteomslagpercentage. Deze wordt 2,0% (was 1,75%). Het rentepercentage voor de grondexploitatie blijft ongewijzigd ten opzichte van vorig jaar (2,25%). Daarbij merken wij op dat voor de berekening van dit percentage een landelijk voorgeschreven model geldt. Het percentage voor nieuwe investeringen houden we gelijk aan het percentage voor nieuwe vaste geldleningen.

17

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11522511/2