Integraal HuisvestingsPlan (IHP) incl. bijlagen
Tekst van het document
Integraal HuisvestingsPlan (IHP)
Binnensportaccommodaties Gemeente Hardenberg 2025 - 2030
I
l
Gemeente Hardenberg oktober 2024
1
Samenvatting De gemeente Hardenberg heeft verschillende binnensportaccommodaties, zoals sporthallen en gymzalen. De gemeenteraad en het college willen een beter beleid voor investeringen in deze sportfaciliteiten, daarom maken ze een plan, het Integraal HuisvestingsPlan (IHP) voor binnensport. Niet alle accommodaties in dit IHP zijn van de gemeente. Ongeveer de helft is van scholen, stichtingen en verenigingen. De gemeente werkt samen met de andere eigenaren aan het IHP. Ook de gebruikers van de accommodaties zijn betrokken. Er is een onderzoek uitgevoerd naar de binnensportaccommodaties in de gemeente. Belangrijke punten zijn de demografische ontwikkelingen en de technische staat van de gebouwen. Maar ook de input van gebruikers en eigenaren, die is verzameld door enquêtes en interviews. Dit onderzoek helpt bij het maken van een IHP. De gemeente maakt in het IHP keuzes op basis van beleid, financiële middelen en ontwikkelingen. De gemeente wil goede binnensportaccommodaties die voldoen aan de wensen van verschillende doelgroepen en aansluiten bij ontwikkelingen in kernen. En die betaalbaar zijn. Het college heeft daarom haar eigen keuzes gemaakt en vastgelegd in het IHP. Hiermee houden we rekening met onze eigen beleidslijnen en het maatschappelijk belang van de specifieke lokale situaties.
Onderdeel van het IHP is een meerjareninvesteringsplan dat prioriteiten en een uitvoeringsplanning bevat. Het IHP wordt jaarlijks geactualiseerd en elke vier jaar geheel vernieuwd. Het IHP houdt rekening met uitgangspunten die onder meer zijn vastgelegd in het Coalitieakkoord, het Sporten Beweegakkoord, de nota Vastgoed en de Omgevingsvisie. Alleen waar dat nodig is zijn in dit IHP aanvullende uitgangspunten beschreven. Dit IHP geeft inzicht in de noodzakelijke investeringen voor de komende 6 jaar met een doorkijk tot aan 2043. Op onderdelen is aanvullend onderzoek en afstemming nodig voordat definitieve keuzes gemaakt kunnen worden. In het IHP worden maatregelen geprioriteerd in vier categorieën: 1. Noodzakelijk (met budget). 2. Noodzakelijk, maar nog zonder voldoende financiële dekking. 3. Bestuurlijke keuzes (zinvol, maar nog geen budget). 4. Geen uitvoering gepland in de komende 6 jaar. Met “IHP” bedoelen we dit document. Maar we bedoelen er ook de manier van werken mee, waarbij investeringen gedaan worden op basis van plannen. Hierdoor ontstaat samenhang tussen de verschillende investeringen. Het IHP wordt regelmatig getoetst aan nieuwe ontwikkelingen., zodat het plan bij de tijd blijft. Dit doen we samen met belanghebbenden. Met deze werkwijze streven we een langjarige, planmatige aanpak na.
2
Inhoudsopgave Samenvatting ...................................................................................................................................................................................2 Inhoudsopgave ...............................................................................................................................................................................3 1
Inleiding ...................................................................................................................................................................................4
2
De binnensportaccommodaties .....................................................................................................................................5
3
Betrokken Partijen ...............................................................................................................................................................7 3.1 3.1.1
Gemeente ..............................................................................................................................................................7
3.1.2
Externe eigenaren ..............................................................................................................................................7
3.1.3
Verenigingen en gebruikers...........................................................................................................................7
3.2 4
5
6
7
Wie zijn de spelers...................................................................................................................................................7
Betrokken partijen en het Integraal Huisvestingsplan ..............................................................................8
De totstandkoming van het IHP: het proces .............................................................................................................9 4.1
Van onderzoek naar IHP .......................................................................................................................................9
4.2
Fase 1 onderzoek .....................................................................................................................................................9
4.3
Fase 2 het verzamelen van input voor het IHP ......................................................................................... 10
4.4
Fase 3 besluitvorming ......................................................................................................................................... 11
4.5
Fase 4 evaluatie en actualisatie ....................................................................................................................... 11
Doelen en afspraken ........................................................................................................................................................ 12 5.1
Ambitie...................................................................................................................................................................... 12
5.2
Beleid ......................................................................................................................................................................... 12
Meerjareninvesteringsplanning................................................................................................................................... 17 6.1
Inleiding .................................................................................................................................................................... 17
6.2
Meerjareninvesteringsplan in relatie tot beschikbaarheid van budget........................................... 17
6.3
Maatregelen categorie 1: noodzakelijk – passend binnen financiële kaders ............................... 20
6.4
Maatregelen categorie 2: noodzakelijk – onvoldoende financiële dekking .................................. 21
6.5
Maatregelen categorie 3 – bestuurlijke keuze .......................................................................................... 21
6.6
Maatregelen categorie 4 – maatregelen die gepland zijn vanaf 2031 ............................................ 21
Evaluatie en actualisatie van het IHP ........................................................................................................................ 22
Bijlagen............................................................................................................................................................................................ 22
3
1 Inleiding
De gemeente Hardenberg heeft een oppervlakte van bijna 32.000 hectare. Daarmee is de gemeente Hardenberg één van de grootste gemeenten van de provincie Overijssel. Er wonen ongeveer 63.000 inwoners, verspreid over bijna dertig kernen. De stad Hardenberg (18.000 inwoners) en Dedemsvaart (12.000 inwoners) zijn de grootste kernen. De gemeente Hardenberg heeft verschillende(gemeentelijke en niet-gemeentelijke) sporthallen, sportzalen en gymzalen. Daarin kunnen scholen, sportverenigingen en andere gebruikers sporten. De gemeenteraad en het college willen een meer samenhangend beleid voor de investeringen in sportaccommodaties. Daarom gaan ze planmatig werken. Dat betekent dat er vooraf plannen worden gemaakt voor de investeringen voor de binnen- en buitensport. Dat noemen we Integrale HuisvestingsPlannen (IHP’s). In dit ‘IHP binnensportaccommodaties’ (verder IHP genoemd) is bekeken hoe het aanbod aan sportvoorzieningen kan (blijven) voldoen aan de vraag. Daarbij wordt gekeken naar de staat van onderhoud. Naar trends en ontwikkelingen. En naar nieuwe investeringen die aansluiten bij de groei en ontwikkeling van onze gemeente. Doel hiervan is om grip op de opgave te krijgen, zodat sportfaciliteiten aansluiten bij de huidige en toekomstige vraag. Dit plan geeft een samenhangend beeld van de noodzakelijke investeringen in de binnensportaccommodaties.
Het gaat hier om accommodaties die eigendom zijn van de gemeente. En om accommodaties die eigendom zijn van externe partijen (onderwijsinstellingen en stichtingen) (hoofdstuk 2). Buitensportaccommodaties en zwembaden zijn geen onderdeel van dit IHP. Hiervoor zijn aanvullende IHP’s in voorbereiding. De gemeente maakt het IHP. En werkt daarbij samen met alle belanghebbenden (hoofdstuk 3). Een onderzoek maakte de huidige kwaliteit en capaciteit van binnensportaccommodaties inzichtelijk. Onderzocht is welke ontwikkelingen zijn te verwachten. En welke maatregelen nodig zijn voor de verschillende accommodaties (hoofdstuk 4). Het onderzoek is gebruikt als input voor het IHP. De ambities en hieruit volgende beleidsuitgangspunten zijn de basis voor keuzes die we maken in het IHP (hoofdstuk 5). Op basis van deze uitgangspunten, geïnventariseerde ontwikkelingen en de input van het onderzoek is het meerjareninvesteringsplan opgesteld (hoofdstuk 6). In dit meerjareninvesteringsplan staat welke maatregelen voorrang hebben. En is een planning gemaakt voor de uitvoering. Hierbij houden we rekening met de bedragen die zijn opgenomen in de begroting en de perspectiefnota (hoofdstuk 6). Het IHP is geen product maar een proces. We stellen daarom voor om het plan elk jaar te evalueren en actualiseren. En om elke vier jaar de uitgangspunten opnieuw te bepalen. (hoofdstuk 7).
4
2 De binnensportaccommodaties
De gemeente Hardenberg heeft verschillende binnensportaccommodaties. Ongeveer de helft daarvan (13) is van de gemeente. De andere gymnastieklokalen en sporthallen (11) zijn van schoolbesturen en exploitatiestichtingen. Enkele accommodaties zijn van verenigingen zelf en worden alleen ingezet voor de verenigingssport. Wij hebben de eigenaren van de niet-gemeentelijke binnensportaccommodaties gevraagd of zij samen met de gemeente wilden werken aan een IHP. Dat wilden ze allemaal. Daarmee was de basis gelegd voor een gemeentebreed huisvestingsplan. In tabel 2.1 zijn de binnensportaccommodaties weergegeven. Enkele sporten worden zowel binnen als buiten beoefend. Voorbeelden hiervan zijn tennis, padel en paardensport. Waar dit geldt zijn deze accommodaties opgenomen in het ‘IHP buitensport’.
5
Tabel 2.1: overzicht binnensportaccommodaties
6
3 Betrokken Partijen 3.1
Wie zijn de spelers
De eigenaren van de binnensportaccommodaties in de gemeente Hardenberg kunnen we indelen in drie groepen. Naast de gemeente Hardenberg zelf zijn er enkele stichtingen die een sporthal te exploiteren. Dit is het geval bij de sporthallen in Bergentheim, De Krim en Slagharen. Een aantal schoolbesturen (meestal ook stichtingen) heeft eveneens gymnastieklokalen in eigendom. Tot slot zijn er enkele verenigingen die zelf een accommodatie in eigendom hebben of hebben gehuurd. Naast de eigenaren hebben natuurlijk ook de gebruikers belang bij het IHP-proces.
3.1.1 Gemeente
De gemeente is eigenaar van iets meer dan de helft van de binnensportaccommodaties die dienen voor bewegingsonderwijs. De gemeente onderhoudt deze gebouwen en houdt ze in stand. De gemeente moet volgens de wettelijke kaders zorgen voor de onderwijshuisvesting. Ook de huisvesting van het gymnastiekonderwijs valt hier onder. Deze plicht geldt alleen voor het basisonderwijs, het speciaal onderwijs en het voortgezet onderwijs. En niet voor het MBO De gemeente vult de zorgplicht in op meerdere manieren: - Door te investeren in gymnastieklokalen bij scholen; - Door basisscholen een vergoeding te geven voor het exploiteren van een gymnastieklokaal. Of voor het huren van een gymnastieklokaal van een derde. (Scholen voor voortgezet onderwijs krijgen van het Rijk een vergoeding voor de exploitatie van een gymnastieklokaal); - Door scholen gebruik te laten maken van gemeentelijke accommodaties. De gemeente is verantwoordelijk voor het dagelijks beheer van de eigen accommodaties. Bij sporthallen wordt het dagelijkse beheer (namens de gemeente) uitgevoerd door verenigingen of een externe beheerder.
3.1.2
Externe eigenaren
In onderstaande wordt ingegaan op de externe eigenaren in relatie tot binnensport. Onderwijs Meerdere binnensportaccommodaties zijn eigendom van onderwijsinstellingen. De onderwijsinstellingen zorgen zelf voor dagelijks beheer, onderhoud en instandhouding van deze gebouwen. De onderwijswetten en de ‘Verordening voor de onderwijshuisvesting’ bepalen onder welke voorwaarden de gemeente kan investeren in deze accommodaties. Stichtingen die een sporthal in eigendom hebben Meerdere sporthallen zijn eigendom van stichtingen. De stichtingen zorgen zelf voor dagelijks beheer, onderhoud en instandhouding van deze gebouwen. De basisscholen die deze sporthallen huren voor het gymnastiekonderwijs, krijgen hiervoor een vergoeding van de gemeente. De gemeente betaalt deze vergoeding rechtstreeks aan de stichtingen. Het onderwijsgebruik is daarmee een vaste inkomstenbron voor de stichtingen. Afgelopen jaren hebben meerdere stichtingen gevraagd om financiële ondersteuning voor verduurzaming en renovatie van de sporthallen. Verenigingen met een eigen accommodatie Enkele binnensportverenigingen beschikken over een eigen accommodatie of huren deze van een derde partij. Deze gebouwen worden alleen gebruikt voor de uitoefening van de verenigingssport.
3.1.3 Verenigingen en gebruikers
Verenigingen (en overige gebruikers) maken gebruik van de binnensportaccommodaties. Zij betalen hiervoor zaalhuur aan de eigenaar van het gebouw.
7
3.2
Betrokken partijen en het Integraal Huisvestingsplan
De gemeente is verantwoordelijk voor de totstandkoming van het IHP.
Het onderzoek binnensportaccommodaties (zie hoofdstuk 4) is in opdracht van de gemeente uitgevoerd. De eigenaren van de niet-gemeentelijke accommodaties werkten hieraan mee. De basis voor het IHP is daarmee breder dan alleen de gemeentelijke binnensportaccommodaties.
Verenigingen, onderwijs en overige gebruikers zijn betrokken bij de uitvoering van het onderzoek binnensportaccommodaties. Zij konden ideeën en opmerkingen aanleveren. Dit draagt bij aan de kwaliteit van het IHP en het draagvlak voor het IHP.
Voor een goede samenwerking tussen gemeente en andere eigenaren is het belangrijk dat ze het zoveel mogelijk met elkaar eens zijn. De instandhouding van een passend bestand aan binnensportaccommodaties is ook een gemeenschappelijk belang. Op punten waar het niet lukt om tot overeenstemming te komen, nemen college en raad een gemotiveerd besluit.
De gemeente stelt het IHP op. In dit IHP staat welke maatregelen voorrang hebben. En een voorstel voor de begroting. Verdere afstemming met eigenaren en gebruikers vindt plaats na vaststelling van het IHP.
Als deze afstemming leidt tot andere inzichten, dan biedt het voorgestelde proces voor actualisatie van het IHP hiervoor voldoende ruimte (zie hoofdstuk7). De eigenaar van de accommodatie is verantwoordelijk voor de uitvoering van de maatregelen.
Voor binnensportaccommodaties waarvan de gemeente geen eigenaar is betaalt de gemeente (onder voorwaarden) mee aan de uitvoering van maatregelen. In hoofdstuk 5 staan de uitgangspunten die hierbij gelden.
8
4 De totstandkoming van het IHP: het proces 4.1
Van onderzoek naar IHP
Het voorbereiden en opstellen van een IHP voor de binnensport is een omvangrijk traject. Met de vaststelling van het IHP zetten we een grote stap in de goede richting. In het onderstaande schema staat het proces dat is gevolgd bij het opstellen van het IHP. Er zijn vier fases. Elke fase heeft een eigen kleur.
Schema 4.1: het proces dat is gevolgd bij het opstellen van het IHP In onderstaande paragrafen leggen we de stappen uit.
4.2
Fase 1 onderzoek
Er is gestart met een onderzoek door Tien Organisatie-advies. In bijlage 1 leggen we uit welk proces is gevolgd. En wat belangrijke uitgangspunten waren bij het onderzoek. Zoals bijvoorbeeld het bepalen van de ontwikkeling van de bevolking. We verwachten een groei van het gebruik van binnensportaccommodaties met 4%. Ook leggen we in bijlage 1 uit dat we de bezetting van sportaccommodaties hebben geïnventariseerd.
De bezettingscijfers geven een indruk van de intensiteit van het gebruik, maar moeten altijd met de nodige voorzichtigheid gebruikt worden (wat is de werkelijkheid achter de cijfers). De broninformatie die nodig is voor het bepalen van de bezetting was niet altijd aanwezig of volledig. Ook leiden seizoensinvloeden tot pieken in bezetting die niet in de bezettingscijfers zijn terug te zien. We kunnen dus niet alle uitgangspunten met harde cijfers onderbouwen. Soms zijn daarom inschattingen gedaan. Bij de periodieke herijking van het IHP kijken we of er veranderingen zijn in demografische ontwikkelingen, benodigde capaciteit aan binnensportaccommodaties en bezetting. Als het nodig is kunnen we dan andere keuzes maken in het IHP. In bijlage 2 is het onderzoeksrapport opgenomen. Het IHP is gebaseerd op de vakkennis van de onderzoekers. En op de volgende vier bronnen: -
IHP basisonderwijs Er is een directe relatie tussen het gymnastiekonderwijs en de beschikbare binnensportaccommodaties. Om goede keuzes te maken voor de binnensport is het noodzakelijk om te kijken naar de ontwikkelingen in de onderwijshuisvesting.
-
De ontwikkeling van de bevolking (demografische ontwikkeling)
9
De demografische ontwikkelingen die een rol spelen bij de scholenbouw hebben ook rechtstreeks gevolgen voor de deelname aan sport. De ontwikkeling van de bevolking heeft invloed op het gebruik van de binnensportaccommodaties via het onderwijs. Maar er is ook een direct effect via het ledenaantal van de sportverenigingen. -
Technische staat gebouwen De kwaliteit van de gebouwen, de installaties en de inventaris zijn in het onderzoek meegewogen. Om zo tot een advies te komen welke maatregelen passend zijn. Hierbij is ook gekeken naar de maatregelen voor verduurzaming van de accommodaties.
-
Input belanghebbenden Eigenaren en gebruikers zijn ervaringsdeskundigen; zij weten uit eerste hand wat goed functioneert. En wat er mist bij de binnensportaccommodaties. Via vragenlijsten, interviews en bijeenkomsten droegen zij bij aan het onderzoek.
4.3
Fase 2 het verzamelen van input voor het IHP
-
Onderzoek binnensportaccommodaties In het onderzoek binnensportaccommodaties is een advies opgenomen voor maatregelen. Dit beperkt zich (terecht) tot het belang van de accommodaties voor de diverse gebruikers. De afweging die de gemeente moet maken over de investeringen in de binnensport is echter breder. Daarom is het onderzoek alleen gebruikt als input voor het IHP. En zijn er, naast dit onderzoek, ook andere onderdelen gebruikt als input voor het IHP. De belangrijkste staan hieronder.
-
Wetgeving en beleidsuitgangspunten Naast algemene wetgeving heeft de gemeente Hardenberg haar eigen beleid en uitgangspunten voor investeringen in de sportaccommodaties (zie hoofdstuk 5). Dit beleid gebruiken we voor de keuzes en de volgorde daarvan.
-
Begroting In de Perspectiefnota is € 10 miljoen opgenomen voor de binnensportaccommodaties. De totale omvang van de beschikbare dekkingsmiddelen (inclusief de Perspectiefnota) is wat groter. Dat komt omdat geld dat al eerder is begroot soms niet meer (helemaal) nodig is. Bijvoorbeeld omdat in het IHP een andere keuze wordt gemaakt. Sportzaal de Kamp is onderdeel van een mogelijke ontwikkeling van een MFA in de wijk Baalder. Maatregelen aan sportzaal de Kamp worden niet gedekt uit het programmabudget IHP binnensport, maar uit financiële middelen voor de ontwikkeling van MFA’s zoals aangekondigd in de perspectiefnota. Om totaaloverzicht over de sportaccommodaties te houden is de sportzaal wel opgenomen in de overzichten voor maatregelen vanuit het programma IHP binnensport, maar deze drukt dus financieel niet op het programmabudget. Ook kunnen sommige investeringen in de accommodaties positief zijn voor het gebruik van deze accommodaties. Bijvoorbeeld omdat de energie slimmer wordt gebruikt. Bij de volgorde en planning van uitvoeringsprojecten binnen het IHP is rekening gehouden met de financiële meerjarenplanning volgens uitgangspunten van de Perspectiefnota.
-
Prioritering Het IHP wil bijdragen aan een goede verdeling van het geld binnen de gemeentebegroting. Binnen de begroting en de perspectiefnota is de komende jaren veel mogelijk. Maar niet alles kan. En alles kan ook niet tegelijk. Vandaar dat we aangeven welke investeringen eerst nodig zijn. We gebruiken daarbij vier categorieën: 1. Noodzakelijk Dit zijn maatregelen die in de komende planperiode van 6 jaar uitgevoerd moeten worden. Dit past financieel binnen het aangevraagd budget volgens de perspectiefnota.
10
Redenen voor urgentie kunnen zijn wettelijke verplichting, capaciteitstekort en/of technische staat. 2. Noodzakelijk, maar (nog) onvoldoende financiële dekking Deze maatregelen moeten naar verwachting binnen de komende planperiode van 6 jaar uitgevoerd worden. Maar hier is nog niet (genoeg) geld voor. 3. Situaties waarin bestuurlijke keuzes gemaakt kunnen worden Deze maatregelen zijn zinvol volgens de gemeentelijke beleidsdoelen. Het gemeentebestuur kan kiezen om deze maatregelen voorrang te geven. Er is nog geen geld om dat te doen. 4. Geen uitvoering gepland in de komende planperiode van 6 jaar We verwachten dat deze maatregelen na 2030 uitgevoerd worden.
In de meeste categorieën zijn meerdere maatregelen opgenomen. De volgorde en planning van uitvoering van maatregelen binnen een categorie wordt nader bepaald. Hiervoor kijken we naar urgentie en onderlinge samenhang tussen maatregelen. En naar andere lopende ontwikkelingen die invloed hebben. Ook de voorbereidingstijd die nodig is voordat iets uitgevoerd kan worden, telt mee. -
Ontwikkelingen Voor verschillende gebouwen in categorie 1 (noodzakelijk) spelen verschillende ontwikkelingen. De uitkomst van deze ontwikkelingen telt mee bij de definitieve keuze voor het voorkeursscenario dat voor die accommodatie in het IHP wordt opgenomen. Bij het bepalen van de geschatte kosten gaan we uit van het meest waarschijnlijke scenario. In hoofdstuk 6 worden ontwikkelingen kort toegelicht.
4.4
Fase 3 besluitvorming
4.5
Fase 4 evaluatie en actualisatie
De voorgestelde maatregelen uit het onderzoek binnensportaccommodaties worden afgewogen tegen (beleidsmatige) ontwikkelingen en de beschikbaarheid van financiële middelen. Op basis hiervan worden keuzes gemaakt en wordt de volgorde bepaald. Hiermee ontstaat een complete afweging, die in dit IHP staat.
Een IHP is een product, maar vooral ook een proces. De vaststelling van dit IHP is de basis. Het is wenselijk en ook nodig om het IHP elk jaar te evalueren en actualiseren. En elke vier jaar de uitgangspunten opnieuw te bepalen (herijken). Om zo in te kunnen spelen op ontwikkelingen. Via de reguliere P&C cyclus worden voortgang en afwijkingen gerapporteerd.
11
5 Doelen en afspraken 5.1
Ambitie
We willen dat onze binnensportaccommodaties van goede kwaliteit zijn. Het aantal moet zo groot zijn dat er ook op lange termijn genoeg geld in de begroting en perspectiefnota is voor het onderhoud in de instandhouding. De ontwikkeling van ons accommodatiebestand sluit aan bij de wensen en behoeften van de verschillende doelgroepen. En sluit aan bij de doelen in de Omgevingsvisie, het coalitieakkoord en het Sport- en Beweegakkoord. Dit betekent bijvoorbeeld:
5.2
1.
Dat wij blijven investeren in sport. En in de sociaal-maatschappelijke rol van sportvoorzieningen.
2.
Bijna alle dorpen hebben goede sportvoorzieningen. Zoals sportvelden, een gymzaal, sportzaal of sporthal. We zetten in op het behouden en spreiden van accommodaties.
3.
Voor de exploitatie en/of bemensing van voorzieningen is het soms nodig om ze bij elkaar te plaatsen. Dat vraagt creativiteit. In de allerkleinste kernen kunnen maatschappelijke, commerciële, onderwijs- en zorg en/of sportvoorzieningen samensmelten op één plek.
4.
Niet in elke kern is voldoende draagvlak voor een basisschool, een bibliotheek, eigen buitensportaccommodaties of een dorpshuis. Het is daarom belangrijker dat deze voorzieningen voor iedereen te bereiken zijn, dan dat er in elke kern een voorziening dichtbij is.
5.
Als het kan zetten we in op een grotere rol van inwoners en verenigingen bij de instandhouding en het (dagelijks) beheer van accommodaties.
6.
Wij ondersteunen nieuwe ideeën voor nieuwe doelgroepen, die helpen om gezond te leven. Zoals zorgtoerisme, welness en sport voor vitale ouderen.
Beleid
Algemeen In onderstaande hoofdstukken gaan we in op de wettelijke kaders en het beleid van de gemeente voor binnensportaccommodaties. Veel uitgangspunten liggen daarin al vast. En zijn vertaald naar uitgangspunten voor de (financiële) ondersteuning van onderwijsinstellingen, sportverenigingen en andere belanghebbenden. Alleen waar dat nodig is zijn in dit IHP aanvullende uitgangspunten beschreven. Binnen- en buitensportverenigingen krijgen dezelfde steun van de gemeente. Daarbij houden we wel rekening met het verschillende karakter van de verschillende sporten. Onderstaande geldt voor binnensportaccommodaties binnen de gemeente. Voor buitensportaccommodaties en zwembaden maken we een apart IHP. Bestaande beleidslijnen – de omvang en spreiding van het accommodatiebestand 1.
Verplichting beschikbaarheid accommodaties voor bewegingsonderwijs. De omvang, de locatie en het voorzieningenniveau van een binnensportaccommodatie wordt in de eerste plaats bepaald door de wettelijke plicht om het bewegingsonderwijs (primair en voortgezet onderwijs) mogelijk te maken. Deze plicht geldt niet voor het MBO en HBO.
12
Het ‘IHP basisonderwijs’ beschrijft de (ontwikkeling van) huisvestingsbehoefte voor het basisonderwijs binnen de gemeente. En geeft daarmee kaders voor de minimale omvang en spreiding van het accommodatiebestand. Er komt ook een ‘IHP voortgezet onderwijs’. Daarin staat de ontwikkeling van huisvestingsbehoefte voor voortgezet onderwijs. Dit geeft aanvullende grenzen voor het IHP binnensport. 2.
De Omgevingsvisie, het coalitieakkoord en het Sport- en Beweegakkoord geven belangrijke uitgangspunten voor de omvang en de spreiding van het accommodatiebestand. We willen blijven investeren in sport en in de sociaal-maatschappelijke rol van sportvoorzieningen: a) We proberen om de spreiding en het aantal sportaccommodaties op het huidige peil te houden. b) De gemeente Hardenberg is een plattelandsgemeente met veel kernen. Het is daarom logisch we meer binnensportaccommodaties hebben dan gemiddeld in Nederland. Deze accommodaties zijn belangrijk voor het sociale leven. Daarom accepteren we dit. Ook als de accommodatie minder vaak gebruikt wordt. We onderzoeken dan samen met verenigingen en inwonersvertegenwoordigingen hoe we de maatschappelijke waarde van de accommodatie groter kunnen maken. c) De gemeente stimuleert (waar het kan) het samenvoegen van sport- en onderwijs- en andere maatschappelijke voorzieningen. En het multifunctioneel gebruiken van sportaccommodaties. We zoeken bij het opstellen en actualiseren van het IHP daarom naar manieren om de maatschappelijke waarde van onze accommodaties groter te maken. Dat doen we samen met inwoners en gebruikers. Ook bij de uitvoering van maatregelen uit het IHP werken we actief met hen samen. d) Soms is er niet meer genoeg draagvlak om een accommodatie in een kern te behouden.
Dan is het belangrijker dat voorzieningen voor iedereen te bereiken zijn, dan dat er in elke kern een voorziening dichtbij is. Bij het beoordelen van plannen voor nieuwbouw van accommodaties wegen we de maatschappelijke meerwaarde af tegen de kosten. We kijken hierbij hoe nodig bewegingsonderwijs is. En of er echt een maatschappelijke meerwaarde is. Ook kijken we of er een financieel verantwoorde realisatie en exploitatie is. En naar de stichtingsnormen volgens NOC*NSF (Nederlands Olympisch Comité, Nederlandse Sport Federatie) en de VSG (Vereniging Sport en Gemeenten).
3.
Minimaal eens per vier jaar herijken we het IHP. Ontwikkelingen volgen elkaar in sneltreinvaart op. De herijking van het IHP is een goed moment om keuzes over renovatie, nieuwbouw en sloop opnieuw af te wegen.
Bestaande beleidslijnen - financiële ondersteuning voor eigenaren van accommodaties 4.
Wij dragen bij aan de instandhouding van binnensport accommodaties in eigendom van derden In het IHP staan gemeentelijke en niet-gemeentelijke accommodaties. De gemeente ondersteunt de maatschappelijke waarde van de accommodaties en draagt bij aan de instandhouding. Dit doen wij als volgt: a) Gymzalen in eigendom van onderwijsinstellingen primair onderwijs en voortgezet onderwijs Nieuwbouw: verdeling investeringskosten maatregelen IHP: 100% gemeente – 0% eigenaar Renovatie: verdeling investeringskosten maatregelen IHP: 50% gemeente – 50% eigenaar Volgens de onderwijswetten betaalt de gemeente de kosten van nieuwbouw van gymnastieklokalen voor het (basis-, speciaal en voortgezet) onderwijs. 13
Bij renovatie geldt een andere kostenverdeling. De scholen krijgen namelijk van het Rijk geld voor het (groot) onderhoud van hun gebouwen. Het ligt dus voor de hand dat ze bijdragen aan een renovatie. Bij renovaties van reguliere schoolgebouwen gaan we in het ‘IHP basisonderwijs’ uit van een 50/50 kostenverdeling. Deze lijn voor reguliere schoolgebouwen is als basis al opgenomen in het ‘IHP basisonderwijs’ en geldt ook voor gymnastiekaccommodaties. Bovenstaande verdeling zal voor bijvoorbeeld kleine instellingen met weinig geld niet haalbaar zijn. We zoeken dan een oplossing op maat. Bijvoorbeeld met een subsidie die is gekoppeld aan een uitvoeringsplan. Het college moet dat plan goedkeuren b) Sporthallen in eigendom van stichtingen Nieuwbouw: verdeling investeringskosten maatregelen IHP: 100% gemeente – 0% eigenaar Renovatie: verdeling investeringskosten maatregelen IHP: 100% gemeente – 0% eigenaar Enkele sporthallen zijn eigendom van exploitatiestichtingen. Deze hebben over het algemeen als inkomsten alleen de tarieven die de gebruikers betalen. Verhoging van de tarieven is maar
beperkt mogelijk binnen de doelstelling van een laagdrempelig sportaanbod, net als bij de gemeentelijke accommodaties.
In de kleinere kernen, waar deze sporthallen zich bevinden, is een goede bezetting (en daarmee inkomsten) lastig. De stichtingsbesturen geven dan ook aan dat het moeilijk is om genoeg geld binnen te krijgen. Zeker voor grote onderhoudsuitgaven en verduurzaming is vaak geen geld. Het is daarmee reëel (en onontkoombaar) dat de gemeente de kosten voor renovatie en eventuele vervangende nieuwbouw betaalt. We geven hiervoor een subsidie die is gekoppeld aan een uitvoeringsplan. Het college moet dat plan goedkeuren We kiezen hiermee dus voor een andere aanpak dan voor buitensportaccommodaties. Daar gaan we vooral voor privatisering en zelfredzaamheid van verenigingen. Binnensportaccommodaties zijn nodig om te kunnen voldoen aan de gemeentelijke verplichting dat er genoeg accommodaties voor bewegingsonderwijs zijn. Daarmee heeft de gemeente voor deze accommodaties een andere (grotere) verantwoordelijkheid. c)
Sportaccommodaties in eigendom van verenigingen Enkele NOC*NSF verenigingen hebben een eigen accommodatie. Deze accommodaties worden niet gebruikt voor bewegingsonderwijs. De gemeente streeft naar zelfred- en zelfwerkzaamheid en stimuleert verenigingen om verantwoordelijkheid te nemen voor ‘hun’ accommodatie. De gemeente betaalt daarom 25% van de investeringskosten voor kleine bouwkundige voorzieningen in de accommodatiesfeer. Hierbij geldt een maximaal bedrag (plafond). Hoe de gemeente helpt en de voorwaarden die gelden staan in de subsidieregeling voor sportaccommodaties.
d) De financiering van de sporttechnische inrichting Voor de binnensportaccommodaties die gebruikt worden voor bewegingsonderwijs en die eigendom zijn van de gemeente, zorgt de gemeente voor de basis sporttechnische inrichting. Daarbij gebruiken we de uitgangspunten van de Koninklijke Vereniging voor Lichamelijke Opvoeding (KVLO). Dit geldt niet voor accommodaties die eigendom zijn van onderwijsinstellingen en stichtingen. De bijdrage is dan al op een andere manier geregeld, volgens de ‘Verordening onderwijshuisvesting’. Speciale sporttechnische inrichting die maar een enkele gebruikersgroep gebruikt, valt niet onder deze basisinrichting. De vereniging moet deze kosten voor aanschaf en onderhoud zelf betalen. Dit is hoe het nu ook gaat.
14
Bestaande beleidslijnen – eigendom en beheer van sportaccommodaties 5.
We blijven inzetten op een grotere rol voor verenigingen en inwonersvertegenwoordigingen bij de instandhouding en het beheer van accommodaties. De meest vergaande maatregel is de overdracht van eigendom (zoals bij enkele sporthallen). Een minder vergaande vorm is de overdracht van het dagelijkse beheer (zoals bij sporthal De Meet). Samen met verenigingen en inwonersvertegenwoordigingen zoeken we naar mogelijkheden. Daarbij houden we oog voor de specifieke situatie bij de verschillende accommodaties. En de draagkracht van betrokken partijen (maatwerk).
6.
(Commerciële) initiatieven kunnen maatschappelijke waarde creëren. Wij zien de meerwaarde van (commerciële) initiatieven voor nieuwe doelgroepen die bijdragen aan gezond leven. Als deze initiatieven gericht zijn op binnensportaccommodaties, gaan wij in gesprek met initiatiefnemers. En onderzoeken we samen of inbreng van de gemeente wenselijk en nodig is. En welke inbreng dat moet zijn.
Bestaande beleidslijnen - de kwaliteit van accommodaties en sporttechnische inrichting 7.
Renovatie en nieuwbouw grijpen we aan om te verduurzamen. We kiezen voor ’verstandig investeren’. Dit betekent in een aantal gevallen dat we enkele verduurzamingsmaatregelen op een later, natuurlijk, moment uitvoeren. We isoleren bijvoorbeeld een dak pas als de dakbedekking aan vervanging toe is. Zo gaan we efficiënter om met de beschikbare middelen. Het klimaatakkoord geeft wettelijke kaders voor de (snelheid van) verduurzaming van ons gemeentelijke vastgoed. In het ‘Energieprogramma Hardenberg’ staat hoe de gemeente de doelstellingen in het klimaatakkoord en gemeentelijke verduurzamingsambities wil halen. Ook voor gemeentelijke gebouwen zijn hiervoor uitgangspunten en maatregelen beschreven. Het energieprogramma geeft daarmee de uitgangspunten voor snelheid en aanpak van verduurzaming van de binnensportaccommodaties. Op het moment dat het IHP wordt vastgesteld, is het ‘Energieprogramma Hardenberg’ nog in ontwikkeling. Vaststelling vindt naar verwachting eind 2024 plaats.
8.
De kwaliteit en functionaliteit van accommodaties en sporttechnische inrichting De minimale kwaliteit van binnensportaccommodaties en sporttechnische inrichting wordt bepaald door algemeen geldende wet- en regelgeving voor nieuwbouw en beheer. Aanvullend hierop gelden normen van NOC*NSF en het handboek bewegingsonderwijs voor de functionaliteit en kwaliteit van binnensportaccommodaties op zich. Maar ook voor de sporttechnische inrichting van binnensportaccommodaties. In situaties waar we nu nog niet voldoen aan deze normen, streven we ernaar om op natuurlijke momenten de kwaliteit te verbeteren. Hierbij kijken we per situatie naar noodzaak en haalbaarheid.
9.
Wettelijke kaders voor realisatie en beheer van accommodaties en sporttechnische inrichting. Algemeen geldende wettelijke kaders voor nieuwbouw, renovatie en beheer van accommodaties en sporttechnische inrichting zijn van toepassing.
15
Andere kaders en randvoorwaarden 10. Besluit begroting en verantwoording (BBV) De financiering van het IHP dient minimaal te voldoen aan eisen conform de BBV. We streven hierbij naar een planmatig en transparant proces. Gemaakte keuzes dienen passend te zijn binnen de financiële mogelijkheden in begroting en perspectiefnota. Ook op lange termijn. 11. Nota vastgoedmanagement In de nota vastgoedmanagement is afgesproken dat voor ieder gemeentelijk gebouw een vastgoedstrategie wordt opgesteld. Daarbij wordt ook op verduurzaming ingegaan. Het ‘IHP binnensport’ geeft hieraan invulling.
16
6 Meerjareninvesteringsplanning 6.1
Inleiding
6.2
Meerjareninvesteringsplan in relatie tot beschikbaarheid van budget
De voorgestelde maatregelen uit het onderzoek binnensportaccommodaties zijn afgewogen tegen beleidsmatige uitgangspunten, ontwikkelingen en de beschikbaarheid van financiële middelen. Op basis hiervan heeft prioritering plaatsgevonden en is de meerjareninvesteringsplanning inclusief dekkingsvoorstel opgesteld.
De komende jaren zullen, in verband met noodzakelijke investeringen voor instandhouding en verduurzaming extra investeringen in sportvoorzieningen wenselijk zijn. Dit IHP geeft inzicht in de indicatieve financiële opgave voor de komende 6 jaar met een doorkijk tot aan 2043. Op onderdelen is aanvullend onderzoek en afstemming nodig voordat definitieve keuzes gemaakt kunnen worden. Dit IHP presenteert een indicatieve opgave van € 47 miljoen voor de periode tot 2043. De meerjareninvesteringsplanning is weergegeven in onderstaande tabel 6.1. Voor de komende 6 jaar (2025 tm 2030) is de totale indicatieve opgave € 22,3 miljoen. Hiervan kan circa 15,5 miljoen worden gedekt binnen de bestaande middelen en een bijdrage van onderwijsinstellingen. Aangevuld met financiële voorspellingen die in de perspectiefnota zijn aangekondigd. En die zijn opgenomen in de begroting 2025 (categorie 1, zie toelichting in paragraaf 7.3) Niet alle maatregelen kunnen gedekt worden binnen de beschikbare middelen (categorie 2). Het gaat hier om een indicatieve opgave van 13,6 miljoen. Voor deze maatregelen is 1 miljoen gedekt binnen de bestaande begroting (onderhoudsplannen). Voor een bedrag van 12,6 miljoen zijn nog geen financiële middelen beschikbaar. Komende jaren worden hiervoor aanvullende voorstellen gedaan via de perspectiefnotie en de begrotingscyclus (categorie 2, zie toelichting in paragraaf 7.4).
Er zijn ook situaties waarin bestuurlijke keuzes gemaakt kunnen worden. Het gaat hier om maatregelen die zinvol zijn vanuit gemeentelijke beleidsdoelen. Financiële middelen voor deze maatregelen zijn nog niet beschikbaar. Aanvullende voorstellen worden ter besluitvorming voorgelegd (categorie 3, zie toelichting in paragraaf 7.5). De kosten voor uitvoering van maatregelen vanaf 2031 ramen wij op € 18,2 miljoen. Wij gaan uit van een bijdrage van circa 3,9 miljoen door onderwijsinstellingen. In totaal moet de gemeente dan ongeveer 14,3 miljoen drag. Ongeveer 2,9 miljoen daarvan is al begroot in onderhoudsplannen.
17
categorie uitvoeringsperiode / eigendom / accommodatie
Advies
uitvoering Dekking uit Dekking elders in perspectiefnota IHP
uitvoeringsperiode 2025 tm 2030 1
1
Eigendom externe partij (niet Hardenberg) Sporthal Noorderslag Slagharen: tijdelijke maatregelen Sporthal Mollinckslag Bergentheim: verduurzaming Gymzaal de Regenboog Gymzaal de Wegwijzer Sporthal Noorderslag Slagharen: renovatie/verduurzaming
renovatie ondersteuning renovatie renovatie renovatie
2024 2025 2027 2027 2028
Eigendom gem Hardenberg Gymzaal Balk & Brug Sporttechnische inrichting (4 accommodaties) Gymzaal Kloosterhaar Sporthal de Beek: renovatie en uitbreiding kleedkamers Sporthal de Meet (nieuwe gevel) Gymzaal Buizerdweg vervangen door sportzaal Sportzaal de Kamp (renovatie of vervangende nieuwbouw)
renovatie inrichting renovatie renovatie renovatie nieuwbouw ntb
2025 2025 2026 2026 2026 2028 2029
2
Eigendom externe partij (niet Hardenberg)
2
Eigendom gem Hardenberg Sporthal Marslanden (nieuwbouw) Gymzaal Heemse (icm sloop Frits de Zw/Hazenbos) Sporthal de Citadel - verduurzaming installaties/ventilatie
nieuwbouw nieuwbouw renovatie
Eigendom gem Hardenberg Turnhal: onderzoek naar de haalbaarheid
nieuwbouw
3
4
22.355.000 €
6.808.000
€
3.846.500 €
916.500
€
5.904.500 €
4.895.500
€
-
€
12.604.000 €
996.000
€
-
-
€
11.375.500 €
6.843.500
€
3.945.000 €
3.945.000
€
7.430.500 €
2.898.500
€
33.730.500 €
13.651.500
€
-
2028 2028 2029
uitvoeringsperiode 2031 tm 2044 4
€
Eigendom externe partij (niet Hardenberg) Gymzaal de Vonder Sporthal Mollincksslag Bergentheim Gymzaal Windesheim Vechtdal College (5 st) Gymzaal de Fontein Gymzaal de Oase Gymzaal Heujmansbelt Sporthal de Beuk
renovatie renovatie renovatie renovatie renovatie renovatie renovatie renovatie
2032 2035 2037 2040 2043 2043 2043 2043
Eigendom gem Hardenberg Sporthal de Citadel Sporthal de Balk Sporthal de Binder Gymzalen de Matrix (2 st) Sporthal de Slag
renovatie renovatie renovatie renovatie renovatie
2031 2032 2035 2040 2043
Totaal periode 2025 tot en met 2044
€
Tabel 6.1 Meerjareninvesteringsplan IHP binnensportaccommodaties In de kolom “dekking uit perspectiefnota IHP” is weergegeven welke kosten we willen dekken door de financiële raming van onderwerp “IHP binnensportaccommodaties” uit perspectiefnota te vertalen naar de begroting 2025. Dit betreft een financiële raming van € 10 miljoen. In de kolom “dekking elders” is aangegeven welke kosten worden gedekt uit reeds beschikbare financiële middelen (meerjarenonderhoudsplan). Hierin zijn ook de beoogde kostenbijdrage door onderwijsinstellingen opgenomen.
18
Sportzaal de Kamp is onderdeel van een mogelijke ontwikkeling van een MFA in de wijk Baalder. Maatregelen aan de sportzaal worden niet gedekt uit het programmabudget IHP binnensport, maar uit financiële middelen voor de ontwikkeling van MFA’s zoals aangekondigd in de perspectiefnota. Om totaaloverzicht over de sportaccommodaties te houden is de sportzaal wel opgenomen in tabel 6.1. In de volgende paragrafen worden de maatregelen per categorie toegelicht.
19
6.3
Maatregelen categorie 1: noodzakelijk – passend binnen financiële kaders
Dit zijn noodzakelijke maatregelen in 2025-2030 die vanuit de financiële middelen in de begroting en perspectiefnota gedekt kunnen worden. Sporthal Noorderslag moet gerenoveerd worden. In 2024 is budget beschikbaar gesteld voor de meest dringende maatregelen. Aanvullende maatregelen in het kader van renovatie en verduurzaming zijn noodzakelijk. Samen met inwonersvertegenwoordigingen uit Slagharen wordt nog in 2024 onderzocht hoe de sporthal (of vervangend gebouw) een bijdrage kan leveren aan het voorzieningenniveau in Slagharen op de lange termijn. Hierbij kijken we ook naar centralisatie van maatschappelijke functies en/of de realisatie van een MFA. Mede op basis van de resultaten van dit onderzoek kan een definitieve keuze gemaakt worden voor sporthal Noorderslag. Voor nu is financieel rekening gehouden met een renovatie. Sporthal Mollinckslag heeft een verzoek tot ondersteuning van de gewenste verduurzaming van de sporthal ingediend. Dit willen we toekennen. We houden rekening met renovatie van gymzalen de Wegwijzer en de Regenboog. De gymzalen zijn eigendom van onderwijsinstellingen. We houden rekening met een bijdrage van de gemeente van 50% in de investeringskosten. We gaan er vanuit dat de schoolbesturen de andere 50% van de kosten dragen. Nadere afstemming met de schoolbesturen hierover is nodig.
Geconstateerd is dat de sporttechnische inrichting in meerdere accommodaties ondermaats is. We zijn van plan dit op korte termijn te herstellen. Gymzalen Kloosterhaar en Buizerdweg zijn sterk verouderd. Maatregelen zijn noodzakelijk. Samen met inwonersvertegenwoordingen uit Kloosterhaar wordt momenteel een verkenning uitgevoerd naar de haalbaarheid van een MFA. De gymzaal maakt onderdeel uit van deze verkenning. De resultaten van de verkenning geven input voor een definitieve keuze voor de gymzaal. Voor nu is financieel rekening gehouden met renovatie en verduurzaming van de gymzaal Kloosterhaar. Voor gymzaal Buizerdweg wordt uitgegaan van vervangende nieuwbouw door een sportzaal. Deze capaciteitsuitbreiding is nodig omdat er nu te weinig ruimte is in Dedemsvaart. Ook voor de toekomst verwachten we geen afname in benodigde ruimte . Sporthal De Beek is verouderd en heeft te weinig kleedruimte. We gaan uit van renovatie en verduurzaming van deze sporthal en maken twee extra kleedkamers. De afgelopen jaren is fors geïnvesteerd in de renovatie en verduurzaming van Sporthal De Meet. De laatste stap is de renovatie en verduurzaming van de gevel. Sportzaal De Kamp is sterk verouderd. Een keuze voor maatregel is nog niet gemaakt, meerdere opties zijn mogelijk. De bouw van een nieuwe sporthal Marslanden leidt waarschijnlijk tot een lagere bezetting voor sportzaal De Kamp.
Dan zou vervangende nieuwbouw door een gymzaal voldoende zijn. Keuze voor een gymzaal heeft gevolgen voor het voorzieningenniveau in de wijk Baalder Samen met de wijkvereniging Baalder is een onderzoek opgestart naar de mogelijkheden voor versterking van het voorzieningenniveau in de wijk. Hierbij wordt onder onderzocht of een MFA haalbaar is. Een binnensportaccommodatie kan daar onderdeel van zijn. Een definitieve keuze voor sportzaal De Kamp wordt daarom uitgesteld tot de uitkomsten van dit onderzoek bekend zijn.
20
6.4
Maatregelen categorie 2: noodzakelijk – onvoldoende financiële dekking
Dit zijn maatregelen die nodig zijn in 2025-2030, maar waarvoor onvoldoende financiële middelen beschikbaar zijn. De groei van de wijk Marslanden leidt tot de behoefte aan extra capaciteit voor het basisonderwijs. Dit betekent dat op termijn ook meer behoeft is aan accommodatie voor bewegingsonderwijs in de wijk. Om hieraan te voldoen wordt voorgesteld een nieuwe sporthal in de wijk te realiseren. Met een nieuwe sporthal kan ook de groei van behoefte aan binnensportactiviteit opgevangen worden. Bovenstaande heeft effecten voor binnensportaccommodaties in Heemse. Nieuwbouw van een sporthal in Marslanden leidt naar verwachting tot een afname van bezetting van de gymzalen Frits de Zwerver en Hazenbos. Ook zijn effecten te verwachten voor de bezetting van sportzaal De Kamp. Een nader voorstel wordt uitgewerkt voor een nieuwe sporthal in Marslanden. Effecten voor andere binnensportaccommodaties worden hierbij inzichtelijk gemaakt. Het onderzoek naar het voorzieningenniveau in de wijk Baalder wordt als input meegenomen. Gymzalen Frits de Zwerver en Hazenbos zijn sterk verouderd. Maatregelen zijn noodzakelijk. Het ‘IHP basisonderwijs’ verwacht minder leerlingen op basisscholen in de buurt van de gymzalen. Met vertegenwoordigers van de basisscholen is enige jaren geleden al afgesproken om in de loop van 2025 te evalueren hoede leerlingenaantallen zich ontwikkelen.
En wat dit betekent voor de behoefte aan accommodatie voor bewegingsonderwijs. Op basis hiervan maken we een definitieve keuze. Voor nu gaan we uit van sloop van beide gymzalen in combinatie met vervangende nieuwbouw door één gymzaal. Renovatie van sporthal de Citadel is gepland in de periode na 2030. Uit het oogpunt van verduurzaming is het wenselijk om al op kortere termijn te investeren in verduurzaming van met name de ventilatiesystemen. We kijken of dit sneller kan doordat er dan minder energiekosten zijn (terugverdieneffect).
6.5
Maatregelen categorie 3 – bestuurlijke keuze
Dit zijn maatregelen die zinvol zijn gelet op gemeentelijke beleidsdoelen. Op basis van bestuurlijke keuzes kan besloten worden om maatregelen te prioriteren. Financiële dekking is nog niet beschikbaar. Het betreft hier de realisatie van een turnhal voor TSH. We onderzoeken de haalbaarheid van verschillende scenario’s. Op basis hiervan wordt een apart voorstel ter besluitvorming ingediend.
6.6
Maatregelen categorie 4 – maatregelen die gepland zijn vanaf 2031
In deze categorie zijn maatregelen opgenomen waarvan uitvoering gepland is vanaf 2031. Via het proces van evaluatie en actualisatie wordt gemonitord of bijstelling van prioritering nodig is. Dit wordt via de P&C cyclus gerapporteerd.
21
7 Evaluatie en actualisatie van het IHP
Een IHP is een product, maar vooral ook een proces. Dat betekent dat de investeringsplanning regelmatig wordt getoetst aan nieuwe ontwikkelingen. Dit wordt afgestemd met belanghebbenden. Een goede balans is hierbij van groot belang; is er te weinig oog voor herijking, dan verliest het IHP aan realiteitswaarde. Maar als er te vaak aan een IHP wordt gesleuteld, dan verliest het zijn planmatige karakter. Met deze werkwijze streven we een langjarige, planmatige aanpak na. Het gevolg hiervan is ook dat beperkt ruimte geboden wordt voor behandeling van ad-hoc verzoeken van eigenaren en gebruikers van de accommodaties. We stellen het volgende voor, gelijk aan het proces ‘IHP basisonderwijs’: a) In het IHP zijn momenten voor renovatie en nieuwbouw voor de binnensportaccommodaties vastgelegd. b) De planperiode is 6 jaar. In deze planperiode zijn specifieke projecten geprioriteerd om uit te voeren. c) Voor uitvoering van de projecten in deze periode stellen we een programmabudget beschikbaar. Eventuele onderschrijdingen op projectniveau blijven beschikbaar binnen het programma. Eventuele overschrijdingen op projectniveau worden in basis binnen het programma opgevangen. Waar dit niet mogelijk is melden we dit via de reguliere P&C-cyclus en doen een voorstel voor te treffen maatregelen. d) Het programmabudget wordt verwerkt in het meerjarenperspectief van de begroting.
Jaarlijks komen de geraamde middelen van de betreffende jaarschijf beschikbaar bij de vaststelling van de begroting. e) Herijking van het IHP vindt minimaal één keer per vier jaar plaats. We stellen dan opnieuw de basisuitgangspunten van het IHP vast. Zoals beleidsmatige ontwikkelingen, de verwachte bezetting, demografische ontwikkelingen, ontwikkelingen IHP basisonderwijs en ontwikkelingen in onze kernen. Op basis hiervan actualiseren we de meerjareninvesteringsplanning en evalueren we de beschikbaarheid van financiële middelen. Dit leidt tot een bijgesteld IHP met bijbehorend voorstel voor programmabudget voor de nieuwe planperiode van zes jaar. Dit wordt ter besluitvorming aan college en gemeenteraad aangeboden, waarna verwerking in de perspectiefnota en begroting kan plaatsvinden. f) Geprioriteerde projecten worden via een collegevoorstel definitief goedgekeurd voordat gestart kan worden met uitvoering. Via de P&C-cyclus rapporteren wij de voortgang aan de gemeenteraad. g) Tussentijdse ad-hoc verzoeken nemen we niet apart in behandeling. Deze worden als onderdeel van de jaarlijkse P&C-cyclus in behandeling genomen. In uitzonderlijke gevallen vindt een incidentele afhandeling plaats. Of het IHP wordt vervroegd herijkt (normaal eens per vier jaar).
Bijlagen
1. 2.
Uitvoeringsproces van het onderzoek binnensportaccommodaties Onderzoek binnensportaccommodaties
22
Bijlage 1 IHP binnensport: uitvoeringsproces van het onderzoek In deze bijlage wordt uitgelegd hoe het onderzoek door Tien Organisatieadvies is aangepakt. De resultaten van dit onderzoek zijn gebruikt voor het IHP. Ook beleid, ontwikkelingen in kernen en beschikbare financiële zijn input voor het IHP. Het college heeft haar eigen keuzes gemaakt en vastgelegd in het IHP. Hiermee houden we rekening met onze eigen beleidslijnen en het maatschappelijk belang van de specifieke lokale situaties.
Aanpak van het onderzoek
De wensen van sportverenigingen, het onderwijs en andere gebruikers voor binnensportaccommodaties zijn in beeld gebracht. En ook hoe deze behoefte zich naar verwachting zal ontwikkelen. Er zijn enquêtes gehouden en gesprekken met gebruikers geweest. Daarna is inzichtelijk gemaakt in hoeverre de bestaande accommodaties qua locatie, capaciteit en kwaliteit aan deze behoefte kunnen voldoen. Zo wordt duidelijk welke investeringen de komende jaren nodig zijn, om tegemoet te kunnen komen aan de vraag. De onderzoeksrapportage is opgenomen in bijlage 2.
Figuur B1.1 Plan van aanpak onderzoek binnensportaccommodaties Het onderzoek bestaat uit twee onderdelen: een behoefte- en capaciteitsonderzoek en een huisvestingsplan binnensportaccommodaties. Behoefte- en capaciteitsonderzoek In dit deel is per accommodatie inzicht gegeven in: 1. de huidige aanwezige capaciteit en de (over- of onder-) benutting, zowel totaal per week als gespecificeerd per tijdsblok; 2. te verwachten wijzigingen in benodigde capaciteit. Hierbij is rekening gehouden met ontwikkelingen in het IHP basisonderwijs, woningbouwplannen van de gemeente Hardenberg en demografische ontwikkelingen. En met landelijke ontwikkelingen van sportbeleving in verenigingsverband en wettelijke eisen voor het verplicht aantal uren gymonderwijs; 1
Bijlage 1 IHP binnensport: uitvoeringsproces van het onderzoek 3. 4. 5. 6.
de door de huidige gebruikers ervaren kwaliteit van de accommodatie; verwachtingen voor de toekomstige ontwikkeling in ledenaantallen. En kansen voor de verenigingen en functionele wensen van verenigingen; gesignaleerde knelpunten; gesignaleerde kansen, waaronder ook voor bredere (maatschappelijke) inzet van de sportaccommodaties.
Huisvestingsplan In dit deel zijn de resultaten van het behoefte- en capaciteitsonderzoek afgezet tegen de aanwezige accommodaties. Daarbij is ingegaan op het volgende: 1. De mate waarin de huidige accommodaties voldoen aan (wettelijke) eisen en wensen, zowel technisch als functioneel. 2. Vertaling van de resultaten van het behoefte- en capaciteitsonderzoek naar gevolgen voor de binnensportaccommodaties. Per kern / wijk is de situatie bondig omschreven. Daarbij is onder andere ingegaan op de verwachting voor toekomstig gebruik (groei/krimp), kansen voor extra activiteiten (andere functies onderbrengen in de accommodatie) en bedreigingen voor het behoud van de accommodatie. 3. Analyse van scenario’s per gebouw. 4. Factsheet van 1 A4 per gebouw met een samenvatting van resultaten en bevindingen over bouwjaar, oppervlakte, aantal zalen, energielabel, totale kosten MJOP 10 jaar, technische conditie installaties, technische conditie gebouw, bezettingsgraad, rapportcijfer gebruikers, rapportcijfer functionaliteit, aangevuld met onderstaande informatie. 5. Welk van de vier scenario’s zijn reëel en haalbaar (sloop/afstoten, renovatie/verduurzaming (en eventueel beperkte uitbreiding), vervangende nieuwbouw, geen maatregelen (nieuw gebouw). 6. Voor ieder reëel scenario een inschatting van de initiële investering op basis van beschikbaar gestelde informatie (MJOP) en kengetallen. 7.
Welk scenario de voorkeur heeft. 8. Samenhang met andere ontwikkelingen (bijv. wijkvisie, nieuwbouw onderwijs). 9. Urgentie. 10. Wenselijk en haalbaar jaar van uitvoering van het scenario.
Uitgangspunten van het onderzoek
In onderstaande worden enkele uitgangspunten van het onderzoek nader toegelicht.
Demografische ontwikkeling in relatie tot gebruik van binnensportaccommodaties
De te verwachten benodigde toekomstige capaciteit aan binnensportaccommodaties hangt ook af van demografische ontwikkelingen. Groeit het aantal inwoners in de gemeente? En wat zijn de effecten van ontgroening (minder jongeren) en vergrijzing (meer ouderen)? Deze ontwikkelingen zijn vertaald naar gevolgen voor benodigde capaciteit aan binnensportaccommodaties. Hierbij is de rekensystematiek gebruikt die ook wordt gebuikt voor leerlingprognoses in het basisonderwijs. Deze prognoses zijn input voor het IHP basisonderwijs.
2
Bijlage 1 IHP binnensport: uitvoeringsproces van het onderzoek De gemeente Hardenberg beschikt over bevolkings- en leerlingenprognoses. Deze zijn opgesteld door een prognosemaker, die daarbij de eisen van de VNG in acht neemt. Hardenberg heeft hiervoor de nodige data aangeleverd uit de gemeentelijke administratie. Daarnaast wordt ook gebruik gemaakt van CBS-gegevens als input voor berekening van de prognoses. Op basis van de prognoses verwachten we voor de gemeente Hardenberg de komende 20 jaar een bevolkingsgroei van circa 7%. Dit cijfer kan echter niet zonder meer gebruikt worden om de groei van de behoefte aan binnensportaccommodaties in te schatten. Dat heeft te maken met het volgende: 1. Niet alleen de omvang van de bevolking verandert, ook de samenstelling wordt anders. Er
komen minder jongeren (ontgroening) en meer ouderen (vergrijzing ). Te verwachten is dat de groei van de behoefte aan binnensportaccommodaties lager zal zijn dan bevolkingsgroei van 7%.
2. Het aantal basisschoolleerlingen zal in dezelfde periode met ongeveer 6,7% afnemen
(ontgroening). Ook het aantal voortgezet onderwijs-leerlingen zal krimpen, maar omdat
leerlingenstromen in het voortgezet onderwijs gemeentegrensoverschrijdend zijn, is het effect op de voortgezet onderwijs scholen in gemeente Hardenberg niet eenduidig te bepalen.
3. De demografische ontwikkeling is niet de enige factor die de behoefte aan
binnensportaccommodaties verklaart. Ook de belangstelling voor de binnensport kan in de tijd veranderen: minder (of meer) inwoners beoefenen een binnensporten. In het IHP gaan we uit van een gelijk blijvende belangstelling voor beoefening van binnensporten.
Al met al verwachten we dat de toename van het gebruik van binnensportaccommodaties lager zal zijn dan de geprognosticeerde bevolkingsgroei van 7%. We gaan uit van een toename van gebruik met 4%. Deze inschatting is niet gebaseerd op harde cijfers (die zijn er niet), maar op inschattingen van mensen uit het vakgebied. Bij de periodieke herijking van het IHP kijken we of dit uitgangspunt moet worden bijgesteld.
Bepalen bezettingsgraad
De bezettingsgraad van een binnensportaccommodatie geeft een indicatie over het gebruik van de accommodatie en de maatschappelijke waarde van de accommodatie. Een lage bezettingsgraad betekent niet automatisch dat een accommodatie niet waardevol is. De binnensportaccommodaties in de gemeente kennen een zeer diverse bezettingsgraad. In een gemeente zoals Hardenberg, met een weinig stedelijk karakter en veel kernen, is dat goed te verklaren. We moeten voorzichtig zijn om grote waarde toe te kennen aan de berekende bezettingsgraad. Specifieke situaties komen soms onvoldoende tot uiting in de bezettingsgraad. De gebruikswaarde van bezettingsgraad wordt bepaald door betrouwbaarheid van de gegevens op basis waarvan de bezettingsgraad is berekend.
3
Bijlage 1 IHP binnensport: uitvoeringsproces van het onderzoek De bezettingsgraad dient dan ook als een eerste indicatie van het gebruik van een accommodatie. Een lage bezettingsgraad geeft aanleiding voor nadere analyse van oorzaken (verklaring) en mogelijkheden tot het vergroten van de maatschappelijke waarde van de accommodatie. Een hoge bezettingsgraad daarentegen geeft aanleiding om te onderzoeken of (tijdelijke) extra capaciteit gezocht moet worden. De uitgangspunten voor het bepalen van de bezetting van gymzalen en sportzalen/sporthallen zijn verschillend. Dat komt omdat gymzalen voor trainingen en wedstrijden van de verenigingssport beperkt of helemaal niet geschikt zijn. Ze worden vooral gebruikt voor het bewegingsonderwijs door basisscholen. Sportzalen en sporthallen zijn wel geschikt voor bewegingsonderwijs én voor verenigingssport. En worden daardoor in de praktijk intensiever benut dan gymzalen. Vanwege dit verschil is de bezetting van de binnensportaccommodaties als volgt beoordeeld (in klokuren per jaar): - Sporthal; gering ± 1.800 of minder; gemiddeld ± 2.200; intensief ± 2.600 of meer. - Sportzaal; gering ± 1.600 of minder; gemiddeld ± 2.000; intensief ± 2.400 of meer. - Gymzaal; gering ± 800 of minder; gemiddeld ± 1.200; intensief ± 1.600 of meer.
Sporthallen met een (zeer) geringe jaarbenutting kunnen desondanks een ondercapaciteit hebben op vooral weekavonden in de winterperiode wanneer buitensportverenigingen zoals voetbal, hockey, korfbal, handbal en atletiek tijdelijk willen binnensporten. De inventarisatie is uitgevoerd aan de hand van de gebruiksroosters, die de gemeente zelf opstelt (reserveringsplanning) of die ter beschikking zijn gesteld door de eigenaren van de nietgemeentelijke accommodaties. Het betreft dan activiteiten als bewegingsonderwijs, verenigingssport en andere activiteiten. Vaak zijn activiteiten dagelijks of wekelijks. Soms ook incidenteel (evenement). Voor iedere accommodatie is daarmee inzichtelijk gemaakt hoeveel uren de accommodatie wordt gebruikt, onderverdeeld naar tijdblokken in de week. Hierbij zijn de volgende tijdblokken geïnventariseerd: Werkdagen tussen 8.30 – 15.30 Werkdagen tussen 15.30 – 22.00 Zaterdag tussen 8.30 – 22.00 Zondag tussen 8.30 – 22.00 De resultaten van de inventarisatie zijn opgenomen in het onderzoeksrapport in bijlage 2. Hier zijn ook de uitgangspunten voor de berekening van de bezettingsgraad nader toegelicht. Opgemerkt wordt dat voor sommige accommodaties geen volledig overzicht aanwezig was van de activiteiten die in de accommodatie plaatsvinden. Vooral incidentele reserveringen worden niet altijd of onvolledig geregistreerd.