Herziening 2022 beleidsplan kunstwerken Hardenberg v2.1
Tekst van het document
fgrte
2018-2032Herziening
2022-
2032
Beleidsplan Civieltechnische Kunstwerken
concept
opgesteld:
afdeling Openbaar Gebied
d.d.:
20-12-2017 herziening januari 2022
versie:
2.1
Inhoudsopgave Inhoudsopgave............................................................................................................................... 1 1. HERZIENING VAN HET BELEIDSPLAN............................................................................................... 2 1.1. Aanleiding................................................................................................................................ 2 1.2. Doel en resultaat..................................................................................................................... 2 1.3. Leeswijzer................................................................................................................................ 3 2. HUIDIGE SITUATIE........................................................................................................................... 4 2.1. Scope....................................................................................................................................... 4 2.2. Omvang van het areaal............................................................................................................ 4 2.3. Mutaties scope........................................................................................................................ 5 2.4.
Huidige onderhoudstoestand areaal........................................................................................ 5 2.5. Urgentie................................................................................................................................... 6 2.6. De algemene onderhoudstoestand.......................................................................................... 6 2.7. Constructieve veiligheid........................................................................................................... 7 3. FINANCIEN SCENARIO HEEL EN VEILIG............................................................................................ 9 3.1. Jaarlijkse lasten onderhoud komende jaren scenario Heel en Veilig......................................10 3.2. Jaarlijkse lasten vervanging en Levensduur verlengende maatregelen komende jaren scenario Heel en Veilig................................................................................................................. 10 4. DUURZAAMHEID EN INNOVATIES................................................................................................. 11 5. CONCLUSIE...................................................................................................................................
12 Bijlage 1 - Begrippen in dit document............................................................................................... 14 Bijlage 2 – Overzicht onderhoudsscenarios...................................................................................... 16
1
1. HERZIENING VAN HET BELEIDSPLAN 1.1.
Aanleiding
Gemeente Hardenberg beschikt over diverse civieltechnische kunstwerken, zoals bruggen, tunnels, kades, damwanden, steigers en duikers. De gemeente onderkent het belang van goed onderhouden kunstwerken. Het borgt daarmee de bereikbaarheid van tal van lokale en regionale voorzieningen. De wijze waarop dat gebeurd staat beschreven in het beleidsplan Civieltechnische Kunstwerken. Het beleidsplan is in 2018 vastgesteld en vervolgens zijn de uitgangspunten uitgewerkt in uitvoeringsplannen. Hierdoor is er meer bekend over de kunstwerken en is een actualisatie van het beleidsplan in 2022 opgesteld. Deze herziening beleidsplan civieltechnische kunstwerken is opgesteld omdat De Raad op 9 januari 2018 het Beleidsplan 2018-2032 heeft vastgesteld en verzocht om deze elke 5 jaar te evalueren.
1.2. Doel en resultaat De herziening van dit beleidsplan in januari 2022 geeft antwoord op de vraag wat we de afgelopen jaren hebben gedaan en hoe we de kunstwerken de komende jaren duurzaam in stand willen houden. overeenkomstig het in de raad vastgestelde onderhoudsscenario van “Heel en Veilig”. Subdoelstellingen van deze herziening zijn: • Terugblik met betrekking tot de gerealiseerde onderhoudsopgave; Inzicht in de mutaties t.a.v. omvang areaal; • Inzicht in de huidige staat van het areaal; •
Inzicht geven t.a.v. de invulling duurzaamheid- en innovatiedoelstellingen; • Inzicht geven in het financiële beheer en onderhoud van de kunstwerken; •
In een cyclus van 5 jaar vindt er een technische en financiële evaluatie van het beleidsplan plaats wat wordt vastgelegd in de herziening beleidsplan civieltechnische kunstwerken. De hoofdstukken 3. WETTELIJKE KADERS EN DEFINITIES, 4. BELEID en 5. UITVOERING uit het in 2018 vastgestelde plan zijn niet in deze herziening meegenomen omdat dit het uitgangspunt voor het beleid is geweest in 2018 en dat blijft ongewijzigd. Voor deze informatie wordt verwezen naar het in 2018 vastgestelde beleidsplan kunstwerken.
2
1.3.
Leeswijzer
De rapportage behandelt achtereenvolgens, per hoofdstuk: • De huidige situatie, de kenmerken en de onderhoudstoestand van de objecten. • De beheeropgave, werkzaamheden voor de instandhouding. •
De benodigde middelen voor de beheeropgave.
In bijlage 1 is een begrippenlijst opgenomen ter toelichting op de vakterminologie en in bijlage 2 worden de verschillende onderhoudsscenarios toegelicht.
3
2.
HUIDIGE SITUATIE
2.1.
Scope
In dit beleidsplan zijn de objecten opgenomen zoals die in hoofdstuk 2.2 worden beschreven. Hieronder vallen alle bruggen, tunnels, viaducten, duikers, steigers, stuwen en kademuren in eigendom van de gemeente. Buiten het bereik van het beleidsplan vallen de volgende soorten objecten: •
kleine duikers en/of duikers in dammen welke geen permanente watervoerende functie hebben (vallen onder weg- of rioolbeheer). Wanneer in dit beleidsplan over duikers wordt gesproken dan betreft dit (grote) watervoerende duikers;
•
beschoeiingen, oevers, grondkerende constructies (vallen onder waterbeheer);
2.2.
Omvang van het areaal
De civiele kunstwerken vormen een integraal onderdeel van een weg. Er zijn 214 kunstwerken binnen de grenzen van de gemeente aanwezig. Het areaal is als volgt onder te verdelen per type kunstwerken in de categorie DROOG (geen relatie met waterbeheer) en NAT (relatie met waterbeheer):
9
3
Bruggen Tunnels Viaduct
143
Figuur 1: Verdeling naar de soorten civiele kunstwerken DROOG.
4
1
4
Duikers Steigers
17
Stuw 37
Kademuren
Figuur 2: Verdeling naar de soorten civiele kunstwerken NAT.
2.3.
Mutaties scope
Sinds de publicatie van het beleidsplan kunstwerken in 2018 is er een aantal van 60 kunstwerk toegevoegd aan het areaal. Hieronder de mutaties per soort; Bruggen +26 Tunnels -3 Duikers +23 Steigers +9 Stuw = Viaduct +1 Kademuren +4 Deze mutaties zijn voornamelijk het gevolg van: Nieuwbouw t.g.v. projecten Areaal inventarisaties in het kader van ‘data op orde’ Wijziging van beheer en onderhoud (bijvoorbeeld overgenomen van het Waterschap) De volgende mutaties scope zijn nog in onderzoek: • 5 bruggen overgedragen van het Waterschap naar de Gemeente Hardenberg • Van grotere watervoerende duikers (circa 15) wordt het beheer bepaald i.o.m. het Waterschap. Over de ontwikkelingen van deze twee mutaties met het Waterschap wordt u separaat op de hoogte gehouden.
2.4.
Huidige onderhoudstoestand areaal
De onderhoudstoestand van het areaal is eerder al geïnspecteerd. Daarnaast is er in 2016 een constructieve risicoscan uitgevoerd op alle objecten. Vervolgens zijn er 2018 5
en 2021 conditieonderzoeken gedaan en zijn de betreffende kunstwerken voorzien van risicoprofielen.
2.5.
Urgentie
De grootste groep kunstwerken in Hardenberg is gebouwd in de periode 1950 tot 1970. Het gaat hier met name om betonnen kunstwerken. Uit de inspecties is duidelijk geworden dat voor deze groep kunstwerken groot onderhoud noodzakelijk is zodat de levensduur verlengd kan worden. Het moment van onderhoud wordt zichtbaar gemaakt in de planning van het meerjaren onderhoud kunstwerken. Een ander deel van de kunstwerken in ons areaal bestaat uit houten fiets- en voetgangersbruggen. Deze houten bruggen zijn gemiddeld tussen de 20 en 30 jaar oud en bereiken daarmee het einde van de levensduur. In veel gevallen betekent het dat deze kunstwerken volledig vervangen dienen te worden. Ook deze kunstwerken staan in de planning.
2.6.
De algemene onderhoudstoestand
Uit de resultaten blijkt dat de kunstwerken gemiddeld gezien in een redelijke staat verkeren (definitie conform NEN2767-4 ). Een aantal bereikt einde levensduur wat inhoudt dat de constructieve veiligheid op termijn niet meer gegarandeerd kan worden zonder uitvoeren van grootschalige reconstructie of vervanging. Er is sprake van een toenemende vraag op het groot onderhoud aan de betonnen kunstwerken in ons areaal. Dit heeft met name te maken met de wijze waarop de kunstwerken bij aanvang ontworpen zijn, zoals de betonsamenstelling en onvoldoende toegepaste betondekking. Opvallend voor het areaal is dat er nagenoeg geen verzakkingen voorkomen (goede grondslag), maar objecten wel duidelijke verouderingsverschijnselen vertonen wat niet ongebruikelijk is gezien de leeftijd van deze objecten of onderdelen daarvan. Bijvoorbeeld defecte slijtlagen en schampkanten, zie foto’s hieronder.
6
Figuur 3: B119 Van Goghstraat Dedemsvaart – degradatie slijtlaag
Figuur 4: B099 Olsmansdijk tpv Radewijkerbeek - degradatie schampkanten
Zoals in het eerste beleidsplan is aangegeven hebben we de afgelopen periode bij een 11-tal beton bruggen nader gedetailleerd onderzoek gedaan naar de onderhoudstoestand. Hiermee is meer inzicht verkregen in het moment dat onderhoud nodig is en ook de kosten die daarmee gemoeid zijn. Bij diverse kunstwerken dient klein onderhoud uitgevoerd te worden. Daarnaast zijn er enkele kunstwerken welke op korte termijn in aanmerking komen voor meer ingrijpende onderhoudswerkzaamheden. Hierbij moet men denken aan het vervangen van leuningwerken, vervangen van hemelwaterafvoeren, opnieuw aanbrengen van slijtlagen, betonreparaties en/of het vervangen van verfsystemen.
2.7.
Constructieve veiligheid
Afgelopen periode zijn er aanvullende risicoscans uitgevoerd op constructieve gebreken, hiermee is onderstaande tabel geactualiseerd. Omdat dit in cycli van 3 en 5 jaar wordt gedaan is nog niet voor alle kunstwerken de risicofactor bepaald. Deze tabel gebruiken we om te adviseren in de prioriteitsvolgorde van het uit te voeren constructief onderhoud voor hetgeen wat bekend is. In de resultaten wordt onderscheid gemaakt in een 5-tal risicoklassen welke conform bijlage 2 uit het beleidsplan zijn gecomprimeerd tot 3 risicoklassen. Dit onderhoud is opgenomen in de meerjaren programmering met de hoogste prioriteit voor klasse 4 en 5. Hierbij is ten opzichte van het beleidsplan 2018 een alternatieve matrix gehanteerd om meer aansluiting te vinden bij de terminologie uit de NEN2767-4 en de hierbij behorende tabel uit bijlage 2. Risicoklasse 1, 2 en 3 voldoet minimaal aan het overeengekomen
7
niveau van heel en veilig. Risicoklasse 4 en 5 voldoet momenteel niet aan het overeengekomen niveau van heel en veilig. Risicoklasse
1 en 2
3
4 en 5
Beton
Staal
Hout
Beton
Staal
Hout
Beton
Staal
Hout
Metsel
Bruggen
88
13
27
10
5
3
1
0
3
0
Tunnels
12
Duiker
16
10
5
3
1
0
Steiger
14
Kademuur Totaal
2 43
116
13
3
0
Tabel 1 resultaten constructieve risicoscan De volgende objecten zijn voor een deel betrokken bij herstel of vervanging en staan voor de komende jaren voor groot onderhoud of vervanging in de planning. Het betreft dan voornamelijk kunstwerken uit risicoklasse 3, waarbij levensduur verlengend onderhoud uitgevoerd wordt om te voorkomen dat deze op korte termijn in risicoklasse 4 of 5 komen. Hiermee worden onveilige situaties voorkomen en voldaan aan het overeengekomen niveau van Heel en Veilig.
Brug A. Scheitzerplein Duiker Hardenbergerweg Brug JC Kellerlaan Brug Lambertsdijk B041 Koehierdersteeg/tpv van Kouwenborchstraat B062 Nieuwe Burgerkampweg/tpv Radewijkerbeek B063 Paasberg ter plaatse van Singel 2 B025 Zestiende wijk/tpv watergang B021 Hasenkampbrug B073 Verlengde van Korte Waand/tpv Waterloop B040 Prinses Amaliabrug B046 Fietspad Beekberg ter plaatse van Singel B049 Blanckvoortallee/tpv Boessemeer B067 Schoutenhof-Coeverdenstraat B068 De Lhee ter plaatse van waterpartij B075 Loozermars-Noord ter plaatse van Waterloop 2 B127 Brug Burchterweg B018 Moerheimstraat/tpv Dedemsvaart Monumentale draaibrug B102 Kalseboompad Stuwdijk/tpv Vecht B048 Beekweg/tpv De Spinhoek B101 Kalseboompad Stuwdijk/tpv Molengoot B011 Dedemsvaart/tpv Lijsterstraat B013 Langejacht/tpv Ommerkanaal B086 Posthoornweg/tpv Lutter Hoofdwijk 2 ST002 Vlonder Wisseling
8
T004 N340/tpv Hessenweg T007 Verlengede Korte Steeg/tpv J.C. Kellerlaan D011 Hardenbergerweg B119 Van Goghstraat 04 B122 Kotermeerstal 01
Prins Bernhardbrug Ten aanzien van constructieve veiligheid is de Prins Bernhardbrug (B052) bouwjaar ca. 1962 een belangrijk object onder aandacht. Er zijn in de afgelopen periode de nodige onderzoeken geweest en hieruit blijkt dat de constructieve veiligheid van de brug op middellange termijn niet gegarandeerd kan worden. De conclusie van de diverse onderzoeken is dat de brug het einde levensduur nadert. Door tijdelijke beheersmaatregelen (monitoring) wordt getracht het schadeverloop nauwkeurig te volgen. Aan de hand hiervan kan het object veilig worden gebruikt in de komende periode. Voor de definitieve oplossing welke gepland staat in 2025 ligt er momenteel een concept plan van aanpak ter beoordeling. Hierbij wordt geïnventariseerd of het mogelijk is elementen van de brug te upgraden en te hergebruiken (bijvoorbeeld fundering). Overig omvangrijk herstel Relatief omvangrijke betreft het herstel van de bruggen Marslanden route gepland in 2024 (groot onderhoud, conservering en vervangen dekconstructie). Interval is 15 a 20 jaar en daarbinnen valt deze onderhoudsopgave. Het betreft de objecten; Koehierdersteeg (B041), Amaliabrug (B040), Blanckvoortallee/t.p.v. Boessemeer (B049) en Schoutenhof-Coeverdenstraat (B067).
3. FINANCIEN SCENARIO HEEL EN VEILIG Als onderdeel van het beleidsplan is een MeerJaren OnderhoudsBegroting (MJOB) opgesteld (directe kosten). De financiële planning bestaat uit standaardmaatregelen met vaste onderhouds- en vervangingsintervallen en uit eenheidsprijzen. Deze begroting is geactualiseerd o.b.v. de laatst beschikbare resultaten vanuit het aanvullend onderzoek en vervolgens aangevuld met indirecte kosten. De eenheidsprijzen in de MJOB zijn marktconform, waarbij wel een opslagpercentage is toegepast voor sterk toegenomen (materiaal)prijzen. De duikers (watersysteem) maken onderdeel uit van dit beheerplan qua planning en uitvoering maar worden vanuit de financiële middelen van het VGRP bekostigd. Het doel van deze begroting is om inzicht te geven in de vereiste middelen voor de instandhouding t/m 2026. Van de opgestelde onderhoudsplannen zijn per object voor de komende jaren de kosten uitgewerkt. 9
In verband met de bijgestelde budgetten (budget afgedragen aan het programma Ruimte voor ambitie) is in de afgelopen jaren minder klein onderhoud uitgevoerd dan aanvankelijk geprogrammeerd. In de komende jaren willen wij hiermee een inhaalslag maken.
3.1.
Jaarlijkse lasten onderhoud komende jaren scenario Heel en Veilig
Uit de MJOB blijkt dat de jaarlast de komende 4 jaar voor groot en klein onderhoud gemiddeld uitkomt op c.a. € 350.000,-. De onderhoudsvraag voor de komende jaren is hiermee gemiddeld groter dan het beschikbare budget van € 255.000,- op kostenplaats 4210300000 en € 40.000,- welke uit de flexschil wordt benut. De voornaamste redenen van het tekort zijn; • De gemiddelde leeftijd van objecten neemt toe en daarom vraagt het onderhoud navenant aandacht; • Toevoeging van extra/nieuwe civieltechnische kunstwerken welke in de onderhoudsplanning zijn opgenomen. Het is een optie de onderhoudsvraag behorende bij het scenario Heel en Veilig over de komende jaren uit te stellen en het beschikbare budget taakstellend te maken en onderhoud te plegen volgens het scenario Veilig. Zoals toegelicht in het beleidsplan is uitvoeren van het scenario Veilig voor de langere termijn echter ongewenst. Wij adviseren het scenario Heel en Veilig te volgen. Op basis van de huidige ramingen uit de MJOB komt desalniettemin naar voren dat het bedrag voor klein- en groot onderhoud van civiele kunstwerken structureel te laag is om te voldoen aan het scenario Heel en Veilig. Wij adviseren vanaf 2023 het budget op te hogen, zodat aan het scenario Heel en Veilig kan worden voldaan.
Rekening houdend met sterke prijsstijgingen in grondstoffen zoals in 2021 het geval was, wordt geadviseerd voor de komende jaren elke jaar € 55.000,- extra te reserveren voor onderhoud.
3.2.
Jaarlijkse lasten vervanging en Levensduur verlengende maatregelen komende jaren scenario Heel en Veilig
De investeringen voor de komende jaren behorend bij het scenario Heel en Veilig bedraagt in totaal € 9.451.000,- bestemd voor de Prins Bernhardbrug, conserveringswerkzaamheden aan 4 bruggen en de vervanging van 8 (fiets- en voetgangers-)bruggen. Onderstaand zijn de budgetramingen per jaar daarvan opgenomen met prijspeil 2022 inclusief een indexering van 10% over 2023. De
10
bedragen in de jaren 2024 t/m 2026 worden bij de jaarlijkse actualisatie van de vervangingsinvesteringen bij de begroting geïndexeerd. 2023
2024
2025
(prijspeil ’22)
investering Kapitaallasten
2026
2027
(prijspeil ’22) (prijspeil ’22) (prijspeil ’22)
€ 580.000 € 408.000 € 30.000
€ 7.900.000
€ 600.000
€ 49.000
€ 369.000
€ 399.000
Tabel 3 budgetraming investeringen 2023-2027 Het betreft de volgende objecten: 2023:
B046 - Fietspad_Beekberg-tpv_Singel_(040231-11) B052 - Prins_Bernhardbrug_(040324-08) constructieonderzoek, PVA en voorbereidingskosten B068 - De_Lhee-tpv_waterpartij_(050006-03) B075 - Loozermars-Noord-tpv_Waterloop_2_(050102-07) Bruggen route Marslanden (Amaliabrug, Koehierdersteeg, Blankvoortallee, Schoutenhof)
2024:
B052 - Prins_Bernhardbrug_(040324-08) constructieonderzoek, PVA en voorbereidingskosten Bruggen route Marslanden (Amaliabrug, Koehierdersteeg, Blankvoortallee, Schoutenhof)
2025:
B048 - Beekweg-tpv_De_Spinhoek_(040232-05) B052 - Prins_Bernhardbrug_(040324-08)
2026:
B011 - Hoofdvaart-tpv_Lijsterstraat_(010550-04) B016 - Moerheimstraat-tpv_Beethovenstraat_(011040-07) B062 - Nieuwe_Burgerkampweg-tpv_Radewijkerbeek_(040541-08) B063 - Paasberg-tpv_Singel_2_(040564-18)
Het vervangen van civiele kunstwerken wordt beschouwd als een investering volgens het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten (BBV) en valt dan ook niet onder de jaarlijkse budgetten, maar hiervoor zal separaat krediet worden aangevraagd. Voorstellen tot vervanging worden separaat aan de raad voorgelegd.
4. DUURZAAMHEID EN INNOVATIES Middels het in 2022 op te stellen handboek Openbare Ruimte stellen we voor duurzaamheid een meer structurele en prominente plek in het proces te geven. De 11
Aanpak Duurzaam GWW is een praktische werkwijze om duurzaamheid in gemeentelijke projecten een plaats te geven en te koppelen aan de eigenorganisatiedoelen. Op dit moment wordt op basis van de volgende pijlers invulling gegeven aan duurzaamheid:
Het meenemen van het thema duurzaamheid in alle fases van de onderhoudscyclus naast technische maatregelen, veiligheidsaspecten en financiële afweging. Circulariteit door inzet van reeds gebruikte materialen Het gebruik van alternatieve grondstoffen met de lage CO2-footprint Meenemen van schone mobiliteitsaspecten bij onderhoud Instellen van het thema duurzaamheid als “zware” wegingsfactor binnen aanbestedingen en opdrachten. Inclusiviteit door betrokkenheid vanuit omgeving en rekening te houden met specifieke doelgroepen. Bijvoorbeeld rolstoeltoegankelijkheid en zichtbaarheid.
Onder andere de volgende twee initiatieven zijn op basis van deze pijlers tot stand gekomen; In 2021 is de Toeslagweg op een innovatieve wijze versterkt door het aanbrengen van een kunststof rijdek op de bestaande betonconstructie. Dit initiatief is uniek in Nederland en draagt o.a. bij aan hinderbeperking, kostenreductie en beperkt gebruik van grondstoffen. In 2021 zijn in Gramsbergen 3 houten fietsbruggen vervangen door duikerbruggen met leuning. Hierdoor zijn grondstoffen en kosten bespaard maar door de leuning heeft het wel de uitstraling van een brug behouden.
5. CONCLUSIE De kunstwerken worden onderhouden overeenkomstig de kwaliteit welke in 2018 is vastgesteld. De gemiddelde leeftijd van objecten neemt toe en daarom vraagt het onderhoud navenant aandacht. In verband met het bereiken van einde levensduur van meerdere objecten is aanvullend onderhoud noodzakelijk om zodoende de levensduur te verlengen. Door (meer) invulling te geven aan circulariteit en inclusiviteit wordt ook bij beheer en onderhoud van civieltechnische kunstwerken aan de organisatiedoelstellingen voldaan ten aanzien van de Sustainable Development Goals. 12
Deze uitbreiding in opgave en de prijsverhogingen in de sector zorgen voor een financieel te kort. Om in de komende jaren te blijven voldoen aan het vastgestelde scenario Heel en Veilig zal adviseren wij het budget voor vast onderhoud structureel te verhogen met € 55.000,- jaar en voor de komende jaren € 9.451.000,- te reserveren voor vervanging/investeringen. De herziening van dit plan past in de aanpak voor de komende jaren en sluit aan bij de doelstellingen.
13
Bijlage 1 - Begrippen in dit document De volgende begrippen en definities zijn relevant binnen het kader van dit beleidsplan. Civiel kunstwerk
Een (civiel technisch) kunstwerk in bouwkundige zin is een door mensenhanden gemaakt uniek bouwwerk. Daarom ook wel civiel kunstwerk geheten. Meestal is de term voorbehouden aan onderdelen van de fysieke infrastructuur. Voorbeelden zijn bruggen, tunnels, viaducten, sluizen, duikers, kades, damwanden, steigers, etc.
Beheergrens
De beheergrens geeft aan welke onderdelen tot het civiele kunstwerk behoren en welke niet. Het uitgangspunt voor een brug en tunnel is dat de dilatatievoegen en uitkragende leuningen, uitgezonderd de asfaltverharding, onderdeel is van het object. De asfaltverharding valt onder het beheer van de wegen. De beschoeiing onder de brug maakt geen onderdeel uit van het kunstwerk, tenzij deze onderdeel uitmaakt van het landhoofd.
Klein onderhoud
Onderhoud dat gericht is op het borgen van de veiligheid en de aansluiting op de gebiedskwaliteit. Dit wordt uit de jaarlijkse budgetten, lopende begroting, bekostigd.
Groot onderhoud
Onderhoud dat gericht is op het langdurig borgen van veilig functioneren van het object (in stand houden). De bekostiging hiervan komt ten laste van de jaarbudget voor vast onderhoud.
Vast onderhoud
Herhaaldelijk, regelmatig onderhoud, zoals het (jaarlijks) schoonmaken en smeren van bewegingswerken en reiniging van brugkelders.
Constructieve veiligheid
Een civiel kunstwerk heeft als hoofdfunctie krachten over te dragen aan de bodem. Constructieve veiligheid is de mate waarin het civiele kunstwerk aan de hoofdfunctie voldoet.
Grondkerende constructie
Een grondkerende constructie is de oplossing om hoogteverschillen in het maaiveld te overbruggen als er geen ruimte is voor een natuurlijk talud.
Risicoscan
Op basis van de bureaustudie, inspectie en analyse wordt de hoogte van het risico t.a.v. de constructieve veiligheid bepaald. Men ziet welke kunstwerken de grootste risico’s lopen en voor welke onderdelen nadere onderzoeken en of berekeningen nodig zijn.
Investering/ vervanging
Is gericht op het verhogen van het langdurig en veilig borgen van de functie van het object of het aanpassen van de functie van een object. In het geval dat vervanging nodig is ten gevolge van verval terwijl de functie gelijk blijft, dan komt de bekostiging hiervan ten laste van de jaarrekening. Is de vervanging ten gevolge van het wijzingen van een functie, dan komen de kosten ten laste van kredieten/investeringen.
Toestandsafhankelijk onderhoud
Een onderhoudsstrategie waarbij het onderhoud aan het object geïnitieerd wordt op basis van een toestand, de staat van het object. Hierbij is vooraf bepaald wat de minimale kwaliteit is, waarna overgegaan wordt tot onderhoudsmaatregelen. Dit is een preventieve strategie omdat op deze wijze verdere vervolgschade en vroegtijdig falen wordt voorkomen. Een voorbeeld hiervan is het volgen van de mate van roestvorming om op grond daarvan het moment van conserveren te bepalen.
Zorgplicht
Zie hoofdstuk 3.6. Burgerlijk Wetboek 6 Artikel 174: 1. De bezitter van een opstal die niet voldoet aan de eisen die men daaraan in de gegeven omstandigheden mag stellen, en daardoor gevaar voor personen of zaken oplevert, is, wanneer dit gevaar zich verwezenlijkt, aansprakelijk, tenzij aansprakelijkheid op grond van de vorige afdeling zou hebben ontbroken indien hij dit gevaar op het tijdstip van het ontstaan ervan zou hebben gekend. 4. Onder opstal in dit artikel worden verstaan gebouwen en werken, die duurzaam met de grond zijn verenigd, hetzij rechtstreeks, hetzij door vereniging met andere gebouwen of werken. 6. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder openbare weg mede begrepen het weglichaam, alsmede de weguitrusting.
14
Voorziening
Een middel, om in een behoefte te voorzien. In dit geval geldelijke middelen, een pot, van waaruit het onderhoud kan worden bekostigd. Een grootboekrekening waarop (periodiek) bedragen worden gestort met als oogmerk het saldo op enig moment in de toekomst aan te wenden voor het doel waar de voorziening oorspronkelijk voor gevormd werd, bijvoorbeeld groot onderhoud of vervangingen.
Schouwen
Een visuele inspectie die in deze situatie gericht is op de veiligheid en het vaststellen in welke mate het object nog voldoet aan de gebiedskwaliteitseisen.
Functionele inspectie
Een visuele inspectie die gericht is op het vaststellen of het object nog (veilig) functioneert in relatie tot de daaraan gestelde eisen.
Toestandsinspectie
De toestandsinspectie is een opname die gericht is op het vaststellen van de toestand, de conditie van het object. Deze inspectie bestaat uit gedetailleerde visuele opnames maar daar waar mogelijk ook uit metingen en bepalingen zoals houtrot, corrosie, weerstanden van motoren en kabels, zettingen, deformaties, wapeningsdekking, chloridegehaltes, carbonatatie en olieanalyses. Vooraf worden de mate van gedetailleerdheid en de relevantie van metingen en bepalingen vastgesteld. Dat is de minimaal vereiste kwaliteit aan eigenschappen die een object moet hebben. Bij onderschrijding wordt overgegaan tot onderhoudsmaatregelen, de interventie. Per object kan afhankelijk van het beleid de minimale kwaliteit verschillen. Bijvoorbeeld in het stadscentrum wordt een beperkte mate van esthetische verfdefecten geaccepteerd, maar in het buitengebied worden hieraan geen eisen gesteld.
Minimale kwaliteit interventieniveau
CROW beeldkwaliteit systematiek
Gebiedskwaliteit
Conditieopname NEN 2767
Maatregelen
Een door de CROW (Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Water- en Wegenbouw en de Verkeerstechniek) ontwikkelde en gepubliceerde landelijke standaard/waarderingsmethode (kwaliteitscatalogus openbare ruimte) om de beeldkwaliteit voor onderhoudsniveaus van de openbare ruimte vast te stellen in 5 klassen van A+ tot D. De door de gemeente gedefinieerde classificatie om de minimale beeldkwaliteitseisen per gebied vast te stellen. Deze kent drie niveaus, te weten top, normaal en sober. Een Nederlandse norm om op een objectieve methode de conditie van bouwwerken en installaties vast te stellen, met als doel de prioriteit van het onderhoud inzichtelijk en meetbaar te maken. Deze norm kent een conditiescore van 1 tot 6, waarbij 1 gelijk is aan nieuwbouwkwaliteit en 6 aan sloop. Recent is deze norm aangevuld met een specifiek hoofdstuk voor kunstwerken. NEN begeleidt en stimuleert de ontwikkeling van normen. Normen zijn afspraken die marktpartijen vrijwillig met elkaar maken over de kwaliteit en veiligheid van hun producten, diensten en processen. Een onderhoudsactiviteit die gericht is op herstel. Bijvoorbeeld houten delen vervangen of conserveren.
Programmering
Het plannen van onderhoudsmaatregelen voor een betreffende periode.
Jaarplan
Een plan waarin alle uit te voeren onderhoudsmaatregelen voor een bepaald jaar zijn opgenomen en gebudgetteerd.
MJOB
Meerjarenonderhoudsbegroting. Dit is een plan waarin de verwachte kosten voor de uit te voeren onderhoudsmaatregelen (en vervangingen) zijn opgenomen en uitgezet in een bepaalde tijd, meestal 5, 10 of 15 jaar. Het doel van dit plan is om op deze wijze inzicht te verkrijgen in de redelijk te verwachten (planmatige) kosten op grond van voorgenomen of vereiste activiteiten en daarmee de redelijkerwijs benodigde reserveringen te onderbouwen. De benoemde maatregelen en de planning daarvan in het plan zijn derhalve niet leidend, maar richtinggevend en dienen ter onderbouwing van de totale reservering.
15
Bijlage 2 – Overzicht onderhoudsscenarios Koppeling beleid en onderhoud - Interventieniveau kunstwerken gemeente Hardenberg
Kwaliteitsniveau
Heel, Veilig en Schoon Kwaliteit A - Top
Heel en Veilig Kwaliteit B - Basis
Veilig Kwaliteit C - Sober
Het geheel is veilig, functioneert goed, is heel en schoon, heeft een goede uitstraling en veroudering is licht zichtbaar.
Het geheel is veilig, functioneert goed, is heel, heeft een matige uitstraling en veroudering is zichtbaar.
Het geheel is veilig en functioneert, er worden geen esthetische eisen gesteld en de veroudering is goed zichtbaar.
A+ Zeer goed Volgens CROW catalogus publicatie 288
A Goed
B Voldoende
C Matig
D Slecht
Nagenoeg ongeschonden
Mooi en comfortabel
Functioneel
Kapitaalvernietiging , uitlokking van Onrustig beeld, vernieling, functie-, discomfort of enige verlies, jurische aansprakelijkheid of vorm van hinder sociale onveiligheid
Conditiescore 1
Conditiescore 2
Conditiescore 3
Conditiescore 4-5 Conditiescore 6
Uitstekende conditie
Goede conditie
Redelijke conditie
Geen of zeer beperkt gebreken
Beginnende veroudering
Veroudering is op gang gekomen
Volgens NEN2767
Woongebied Recreatiegebied Bedrijvengebied Centrumgebied Buitengebied
Gebiedskwaliteite n
16
Matige en slechte conditie Het verouderingsproces heeft het object in zijn greep en is onomkeerbaar geworden
Zeer slechte conditie
Maximaal gebrekenbeeld