CConstaterende datHardenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

Getekend raadsvoorstel/besluit

gemeenteraad 12 maart 2024, gemeente HardenbergBij agendapunt: Vaststelling herstelbesluit bestemmingsplan 'Rollepaal, Langewijk 135 Dedemsvaart' naar aanleiding van de tussenuitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en gewijzigd vaststellen bestemmingsplan4.646 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvoorstel Zaaknummer: Behandelaar: E-mail:

588587 Remko Schlepers Remko.schlepers@hardenberg.nl

College:

13 februari 2024

Raad:

12 maart 2024

Onderwerp: Vaststelling herstelbesluit bestemmingsplan "Rollepaal, Langewijk 135 Dedemsvaart" naar aanleiding van de tussenuitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en gewijzigd vaststellen bestemmingsplan WIJ STELLEN DE GEMEENTERAAD VOOR OM TE BESLUITEN: 1. Overeenkomstig de tussenuitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 15 november 2023 een herstelbesluit te nemen zoals verwoord in bijgevoegd Herstelbesluit. 2. Het bestemmingsplan Rollepaal, Langewijk 135 Dedemsvaart gewijzigd vast te stellen, een en ander overeenkomstig de bij dit besluit behorende verbeelding, regels en toelichting en overeenkomstig de elektronische versie (NL.IMRO.0160.0000BP00267-VG02). Inleiding De gemeenteraad heeft op 23 maart 2021 het bestemmingsplan ‘Rollepaal, Langewijk 135 Dedemsvaart’ (gewijzigd) vastgesteld. Het raadsbesluit van 23 maart 2021 is als Bijlage 1 bij dit raadsvoorstel bijgevoegd. Het bestemmingsplan heeft betrekking op het perceel Langewijk 135 te (7701 AD) Dedemsvaart en het naastgelegen terrein en maakt de uitbreiding van pluimveeslachterij Plukon Dedemsvaart B.V. (hierna: ‘Plukon’) mogelijk.

Daarnaast heeft het college van burgemeester en wethouders bij besluit van 30 maart 2021 aan Plukon een omgevingsvergunning verleend voor de vergroting van de productiecapaciteit (activiteit ‘milieu’) en voor het bouwen van een geluidsscherm (activiteit ‘bouwen’) aan de Langewijk 135. Vanwege geconstateerde omissies ten aanzien van de in de omgevingsvergunning opgenomen geluidsvoorschriften, heeft het college van burgemeester en wethouders verder bij besluit van 22 maart 2022 (hierna: ‘herstelbesluit’) de omgevingsvergunning 30 maart 2021 op een aantal punten hersteld. Tegen bovengenoemde besluiten hebben verschillende omwonenden beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: ‘de Afdeling’). De Afdeling heeft op 15 november 2023 (ECLI:NL:RVS:2023:4251) een tussenuitspraak gedaan over het bestemmingsplan ‘Rollepaal, Langewijk 135 Dedemsvaart’, de omgevingsvergunning van 30 maart 2021 en het herstelbesluit van 22 maart 2022. Alhoewel de Afdeling in de tussenuitspraak ten aanzien van de meeste beroepsgronden heeft geoordeeld dat deze niet slagen, heeft de Afdeling ten aanzien van het bestemmingsplan wel een aantal gebreken geconstateerd. De Afdeling is ten eerste van oordeel dat onvoldoende onderzoek is gedaan naar de cumulatieve geurhinder in relatie tot het vereiste van een goede ruimtelijke ordening.

Ten tweede vindt de Afdeling dat de artikelen 3.4.2 en 3.4.3 van de planregels, waarin geur- en geluidnormen zijn opgenomen, onvoldoende rechtszeker zijn. In de tussenuitspraak heeft de Afdeling daarom een herstelopdracht aan de gemeenteraad gegeven ten aanzien van deze punten. De tussenuitspraak van 15 november 2023 is als Bijlage 2 bij dit raadsvoorstel

1

bijgevoegd. Door middel van het onderstaande voorstel wordt aan de herstelopdracht voldaan en wordt het bestemmingsplan ‘gerepareerd’. Daarbij wordt vooraf opgemerkt dat op grond van artikel 4.6 lid 3 van de Invoeringswet Omgevingswet het oude recht (Wet ruimtelijke ordening zoals dat gold voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet) van toepassing is. Toelichting op het raadsvoorstel In de tussenuitspraak van 15 november 2023 heeft de Afdeling de meeste beroepsgronden ongegrond verklaard. Ten aanzien van het bestemmingsplan heeft de Afdeling een aantal gebreken geconstateerd en heeft de raad ten aanzien van die punten daarom een herstelopdracht gegeven. Hieronder worden de door de Afdeling geconstateerde gebreken nader besproken en wordt onderbouwd hoe met het herstelbesluit invulling wordt gegeven aan de herstelopdracht van de Afdeling. Artikel 3.4.2 en artikel 3.4.3 van de planregels; geur- en geluidnormen In rechtsoverweging 21.1 van de tussenuitspraak oordeelt de Afdeling dat artikel 3.4.2 en artikel 3.4.3 van de planregels geen stand kunnen houden.

Artikel 3.4.2 van de planregels gaat over geur en luidt als volgt: “Het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een pluimveeslachterij inclusief het verwerken en verpakken van vlees, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijventerrein pluimveeslachterij, met een productiecapaciteit van meer dan 225.000 en maximaal 360.000 kippen per dag, is uitsluitend toegestaan indien de geurbelasting niet meer dan 0,55 OUe/m3 bedraagt.” Artikel 3.4.2 van de planregels beoogt geuroverlast vanuit Plukon te voorkomen, waarbij is aangesloten bij de norm van 0,55 OUe/m3 uit de onherroepelijke omgevingsvergunning milieu 2009. Artikel 3.4.3 van de planregels gaat over geluid en luidt als volgt: “Het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een pluimveeslachterij inclusief het verwerken en verpakken van vlees, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijventerrein pluimveeslachterij, met een productiecapaciteit van meer dan 225.000 en maximaal 360.000 kippen per dag, is uitsluitend toegestaan indien industrielawaai niet meer bedraagt dan is toegestaan overeenkomstig een onherroepelijke omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid onder e Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.” Artikel 3.4.3 van de planregels beoogt geluidsoverlast vanuit Plukon te voorkomen.

Daarbij is aangesloten bij de geluidnormering die conform de onherroepelijke omgevingsvergunning milieu 2009 is toegestaan. De Afdeling oordeelt in de tussenuitspraak over beide planregels dat het opnemen van milieuvoorschriften in de planregels onder meer onduidelijkheid creëert wanneer de planregels gelden en wat de daarin vermelde begrippen betekenen. De planregels zijn volgens de Afdeling daarom in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel (rechtsoverweging 21.1). De Afdeling draagt de gemeenteraad in dat kader ook op om te onderzoeken of het opnemen van de artikelen 3.4.2 en 3.4.3 van de planregel met een aangepaste formulering wel noodzakelijk is. Ook gelet op de omstandigheid dat de geurnorm en geluidsgrenswaarden al zijn opgenomen in de verleende omgevingsvergunningen (rechtsoverweging 28).

2

Artikel 3.4.3: geluid; invulling herstelopdracht Met het herstelbesluit wordt artikel 3.4.3 van de planregels geherformuleerd. Met de herformulering van artikel 3.4.3 van de planregels wordt voldaan aan de herstelopdracht van de Afdeling. Overeenkomstig de tussenuitspraak van de Afdeling is de bepaling immers verduidelijkt. In het herstelde artikel 3.4.3 van de planregels wordt niet meer verwezen naar ‘een onherroepelijke omgevingsvergunning’, maar wordt concreet verwezen naar de relevante beoordelingspunten en de daarvoor geldende geluidsvoorschriften. Die geluidsvoorschriften komen overeen met de vergunde geluidwaarden in de milieuvergunning van 9 december 2009. Door in Bijlage 2 bij de planregels ook een kaart op te nemen waarop de 5 beoordelingspunten worden weergegeven, is ook duidelijk om welke beoordelingspunten het precies gaat en waar deze precies liggen. Verder is met de herformulering van artikel 3.4.3 ook verduidelijkt dat de bepaling uitsluitend geldt voor het gebruik van gronden en bouwwerken voor een pluimveeslachterij, voor zover het gaat om een uitbreiding van de productiecapaciteit ten opzichte van hetgeen planologisch voorafgaand aan het bestemmingsplan ‘Rollepaal, Langewijk 135 Dedemsvaart’ was toegestaan en ook feitelijk aanwezig was.

Dit betekent dat de bepaling niét geldt voor het gebruik van gronden en bouwwerken voor een pluimveeslachterij met een productiecapaciteit die ook al was toegestaan en feitelijk aanwezig was vóór vaststelling van het bestemmingsplan ‘Rollepaal, Langewijk 135 Dedemsvaart’. Zo wordt voorkomen dat sprake is van een gebodsbepaling (dat mag niet op grond van de Wro). Tot slot geldt dat het ook noodzakelijk is om (een geherformuleerd) artikel 3.4.2 in de planregels op te nemen. Wij lichten dat hieronder toe. In het voorbereidingsproces van de besluitvorming voor de uitbreiding van Plukon, zijn afspraken gemaakt met omwonenden. Met omwonenden is afgesproken dat de uitbreiding van de productiecapaciteit van Plukon voor wat betreft het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau niet mag leiden tot een toename van de geluidbelasting ten opzichte van de met de omgevingsvergunning milieu van 9 december 2009 vergunde geluidbelasting op de beoordelingspunten. In de omgevingsvergunning van 9 december 2009 zijn voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau ten aanzien van 5 beoordelingspunten geluidsvoorschriften opgenomen. Dit betreffen beoordelingspunten aan de Langewijk 151 (nummer 12), de Langewijk 430 (nummer 13), de Langewijk 380 (nummer 14), de Langewijk 404 (nummer 17) en de Langewijk 390 (nummer 18) in Dedemsvaart.

Zie het betreffende voorschrift uit de omgevingsvergunning van 9 december 2009 hieronder:

3

Uit de verschillende akoestische onderzoeken die aan het bestemmingsplan, de omgevingsvergunning van 30 maart 2021 en het herstelbesluit van 22 maart 2022 ten grondslag liggen, volgt dat conform de afspraak met de omwonenden de geluidbelasting voor wat betreft het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau op de betreffende vijf beoordelingspunten niet toe zal nemen. Conform de afspraak met omwonenden is dat ook in de omgevingsvergunning van 30 maart 2021, zoals hersteld bij besluit van 22 maart 2022, geborgd, door in de geluidsvoorschriften voor de betreffende 5 beoordelingspunten dezelfde geluidwaarden op te nemen als in de omgevingsvergunning van 9 december 2009. Alleen ten aanzien van beoordelingspunt Langewijk 380 (014) is voor de dagperiode een geluidwaarde opgenomen die 1 dB(A) strenger is dan vergund in 2009 (42 dB(A) in plaats van 43 dB(A)). Reden daarvoor is dat uit het geluidrapport volgt dat onder de 42 dB(A) wordt gebleven. Zie hieronder het betreffende geluidsvoorschrift uit het herstelbesluit van 22 maart 2022:

4

Planologisch is hiermee echter niet uitgesloten dat de geluidbelasting op de 5 beoordelingspunten toe kan nemen ten opzichte van de in 2009 vergunde geluidbelasting. Plukon ligt namelijk op een geluidgezoneerd industrieterrein. De maximaal toegestane geluidbelasting door industrielawaai op de omliggende woningen wordt op grond van de Wet geluidhinder bepaald door de ligging van de zonegrens en de vastgestelde Maximaal Toelaatbare Geluidbelasting (MTG’s) en Hogere Waarden (Hw’s). Uit de akoestische onderzoeken en de zonetoetsen van de Omgevingsdienst IJsselland (ODIJ) volgt dat op de betreffende 5 beoordelingspunten gelet op de geluidzone meer geluidruimte beschikbaar is dan nu aan alle bedrijven gezamenlijk is vergund. Om die reden is het noodzakelijk om de maximaal toegestane geluidwaarden voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau voor Plukon, zoals volgt uit de omgevingsvergunning van 9 december 2009, ook in de planregels te borgen. Anders is het immers niet uitgesloten dat het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau met een nieuwe omgevingsvergunning voor Plukon toch toe kan nemen ten opzichte van de geluidruimte die is vergund in 2009.

Dit volgt ook uit het ‘Advies milieu herstelbesluit Plukon voor V2017-1049-01’ van de Omgevingsdienst IJsselland van 27 januari 2022 (pagina 5), het DGMR-rapport ‘Plukon Dedemsvaart B.V., Akoestisch onderzoek geactualiseerd eindscenario’ van 19 juli 2022 (pagina 5 en pagina 10) en het herstelbesluit van 22 maart 2022 (pagina 4). Voor de 3 beoordelingspunten uit het herstelbesluit van 22 maart 2022 die ten opzichte van de omgevingsvergunning van 9 december 2009 zijn toegevoegd (aan de Rollepaal 36 (nummer 10), de Langewijk 163 (nummer 11) en de Moerheimstraat 182 (nummer 20) geldt de afspraak met de omwonenden niet. Voor die beoordelingspunten is het daarom niet noodzakelijk om de geluidwaarden in de planregels te borgen.

5

Artikel 3.4.2: geur; invulling herstelopdracht Met het herstelbesluit wordt artikel 3.4.2 van de planregels geherformuleerd. In artikel 3.4.2 van de planregels wordt geregeld dat de uitbreiding van Plukon alleen is toegestaan indien de geurbelasting op de (bestaande) omliggende woningen niet meer bedraagt dan 0,55 OUe/m3 als 98-percentielwaarde. Deze geurnorm sluit aan bij de geurbelasting die ook volgt uit de onherroepelijke milieuvergunning uit 2009. Met de herformulering van artikel 3.4.2 van de planregels wordt voldaan aan de herstelopdracht van de Afdeling. Overeenkomstig de tussenuitspraak van de Afdeling is de bepaling immers verduidelijkt. In het geherformuleerde artikel 3.4.2 is verduidelijkt dat de bepaling uitsluitend geldt voor het gebruik van gronden en bouwwerken voor een pluimveeslachterij, voor zover het gaat om een uitbreiding van de productiecapaciteit ten opzichte van hetgeen planologisch voorafgaand aan de vaststelling van het bestemmingsplan ‘Rollepaal, Langewijk 135 Dedemsvaart’ was toegestaan en ook feitelijk aanwezig was. Dit betekent dat de bepaling niet geldt voor het gebruik van gronden en bouwwerken voor een pluimveeslachterij met een productiecapaciteit die ook al was toegestaan en feitelijk aanwezig was vóór vaststelling van het bestemmingsplan ‘Rollepaal, Langewijk 135 Dedemsvaart’ en dus dat geen sprake is van een gebodsbepaling.

Verder is ook concreet gemaakt ten opzichte waarvan de maximale geurbelasting geldt. Namelijk ten opzichte van omliggende bestaande woningen van derden. Er is gekozen om de norm van 0,55 OUe/m3 als 98-percentielwaarde in artikel 3.4.2 van de planregels op te nemen vanwege de afspraken die zijn gemaakt met omwonenden dat de uitbreiding van de productiecapaciteit van Plukon niet leidt tot een toename van de geurbelasting ten opzichte van de in 2009 vergunde situatie. Op basis van de vergunning uit 2009 is een geurbelasting van 0,55 OUe/m3 als 98-percentielwaarde toegestaan. Om planologisch zeker te stellen dat ook in de toekomst de geurbelasting door Plukon gelet op de gemaakte afspraken nimmer hoger is dan 0,55 OUe/m3 als 98percentielwaarde is ervoor gekozen om deze norm als absolute grenswaarde in de planregels te borgen. De norm is afkomstig uit de ‘Bijzondere regeling B5’ voor de vleesindustrie uit de voormalige NeR (Nederlandse emissierichtlijn lucht), waarin emissiefactoren en hinderniveaus waren opgenomen op basis van het Brancheonderzoek voor de vleesindustrie. Daaruit volgt een ondergrens van 0,55 OUe/m3 als 98-percentielwaarde, waaronder het optreden van geurhinder zeer onwaarschijnlijk is. Gelet hierop is deze norm dus ook ruimtelijk aanvaardbaar. Zie in dit kader meer uitgebreid ook de toelichting in Bijlage A bij het nader geurrapport van Olfasense 29 december 2023.

Cumulatieve geurhinder en goede ruimtelijke ordening In rechtsoverweging 19 tot en met 19.2.1 van de tussenuitspraak gaat de Afdeling in op de cumulatieve geurhinder. In rechtsoverweging 19.2.1 oordeelt de Afdeling dat de gemeenteraad in het kader van de vaststelling van het bestemmingsplan had moeten beoordelen of sprake is van een goede ruimtelijke ordening, gelet op de cumulatieve geurhinder. Volgens de Afdeling kon de gemeenteraad niet volstaan met een beoordeling van de vraag of aan de geurnorm uit de vergunning van 9 december 2009 (0,55 OUe/m3 als 98-percentielwaarde) kon worden voldaan. De Afdeling draagt de gemeenteraad daarom op om te motiveren of ondanks mogelijke cumulatieve geurhinder, sprake is van een goede ruimtelijke ordening (rechtsoverweging 28 van de tussenuitspraak). Naar aanleiding van de herstelopdracht van de Afdeling heeft Olfasense B.V. in opdracht van Plukon een (nader) onderzoek uitgevoerd naar de (aanvaardbaarheid van de) cumulatieve geurbelasting. De resultaten van dit onderzoek zijn neergelegd in het rapport ‘Onderzoek naar cumulatie van geur rondom Plukon Dedemsvaart BV’ van 29 december 2023. Hierin is onderzoek gedaan naar allereerst de cumulatie van geur rekening houdend met alleen bronnen op het industrieterrein. Daarnaast is aanvullend een cumulatieve verspreidingsberekening verricht waarin ook de relevante veehouderijen zijn betrokken.

6

Wanneer alleen rekening wordt gehouden met bronnen op het industrieterrein is de conclusie dat de bijdrage van andere bedrijven dan Plukon op de voor Plukon relevante woningen verwaarloosbaar is. De geurbelasting inclusief de overige geurrelevante bedrijven resulteert niet in een toename van de vergunde geurbelasting vanwege Plukon. Geconcludeerd kan worden dat geen sprake is van een relevante cumulatie van geurbronnen op het industrieterrein. Er is in ieder geval sprake van een aanvaardbaar geurhinderniveau wanneer de cumulatieve geurbelasting ligt tussen de 0,5 en 0,55 OUe/m3 als 98-percentielwaarde (zie ook pagina 17 en Bijlage A van het geurrapport van Olfasense). De totale (cumulatieve) geurbelasting blijft daaronder. Er is daarmee sprake van een aanvaardbaar cumulatief geurhinderniveau. Wanneer naast de bronnen op het industrieterrein ook rekening wordt gehouden met omliggende (relevante) veehouderijen, is de conclusie dat de veehouderijen een veel grotere bijdrage leveren aan de geurbelasting dan de bronnen op het industrieterrein. Toch is de conclusie dat op de geurgevoelige bestemmingen de geurbelasting niet hoger is dan de waarden die zijn vastgesteld in de geurverordening van de gemeente Hardenberg. Ook in zoverre is sprake van een aanvaardbaar cumulatief geurhinderniveau.

Gelet op het vorenstaande is de conclusie dat ook ten aanzien van de cumulatieve geurbelasting sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor omwonenden is in zoverre dan ook gegarandeerd.” Doelen Het in planologische zin mogelijk maken dat de gewenste bedrijfsactiviteiten uitgevoerd kunnen worden en dat de gewenste bouwwerken gebouwd kunnen worden. Argumenten Met deze vaststelling wordt invulling gegeven aan de herstelopdracht van de Raad van State. Risico's en kanttekeningen De gebruikelijke risico's (na vaststelling door uw raad dient de Afdeling een besluit op het beroepschrift te nemen). Werelddoelen van de Verenigde Naties (SDG) Dit voorstel draagt bij aan de volgende werelddoelen: - Eerlijk werk en economische groei Toelichting werelddoelen VN Uitbreiding van Plukon draagt bij aan de groei van werkgelegenheid. Financiën De initiatiefnemer heeft de kosten voor de planologische procedure betaald. Verwerking persoonsgegevens N.v.t.

7

Communicatie De Afdeling en overige betrokkenen worden schriftelijk geïnformeerd over het herstelbesluit. Uitvoering De Afdeling zal na inzenden van het herstelbesluit definitief uitspraak doen.

Burgemeester en wethouders van de gemeente Hardenberg, Secretaris,

Burgemeester,

I.A.A. Oostmeijer-Oosting

M.W. Offinga

Bijlagen - Herstelbesluit - Bijlage 1: raadsvoorstel 23 maart 2021 - Bijlage 2: tussenuitspraak Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 15 november 2023 - Gewijzigd bestemmingsplan "Rollepaal, Langewijk 135 Dedemsvaart"

8

Raadsbesluit Zaaknummer:

588587

Onderwerp: Vaststelling herstelbesluit bestemmingsplan "Rollepaal, Langewijk 135 Dedemsvaart" naar aanleiding van de tussenuitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en gewijzigd vaststellen bestemmingsplan De raad van de gemeente Hardenberg; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 13 februari 2024; gelet op de tussenuitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 15 november 2023 (ECLI:NL:RVS:2023:4251); Besluit: 1. Overeenkomstig de tussenuitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 15 november 2023 een herstelbesluit te nemen zoals verwoord in bijgevoegd Herstelbesluit. 2. Het bestemmingsplan Rollepaal, Langewijk 135 Dedemsvaart gewijzigd vast te stellen, een en ander overeenkomstig de bij dit besluit behorende verbeelding, regels en toelichting en overeenkomstig de elektronische versie (NL.IMRO.0160.0000BP00267-VG02). Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Hardenberg van 12 maart 2024. De raad voornoemd, de griffier,

de voorzitter,

F.G.S. Droste

M.W. Offinga

9

H E R ST E L B E S L U IT

De raad van de gemeente Hardenberg; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 13 februari 2024; Besluit: Een herstelbesluit te nemen voor het bestemmingsplan "Rollepaal, Langewijk 135 Dedemsvaart", in de zin dat: 1. Artikel 3.4.3 van de planregels als volgt wordt geherformuleerd: “Het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een pluimveeslachterij, inclusief het verwerken en verpakken van vlees, ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijventerrein – pluimveeslachterij’, is, voor zover de productiecapaciteit toeneemt ten opzichte van de feitelijk bestaande én planologisch legale situatie voorafgaand aan de vaststelling van het plan (met identificatienummer NL.IMRO.0160.0000BP00267-VG01), uitsluitend toegestaan indien het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau als gevolg van de pluimveeslachterij ter plaatse van de in Bijlage 2 bij de planregels weergegeven beoordelingspunten ‘012 Langewijk 151’, ‘013 Langewijk 430’, ‘014 Langewijk 380’, ‘017 Langewijk 404’ en ‘018 Langewijk 390’, de in de onderstaande tabel weergegeven geluidniveaus niet overschrijdt.

1

2. De volgende afbeelding als Bijlage 2 bij de planregels wordt gevoegd.

3. Artikel 1.37 aan de planregels wordt toegevoegd, die als volgt luidt: "1.37 Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau het gemiddelde van de afwisselende niveaus van het ter plaatse optredende geluid, gemeten in een bepaalde periode en vastgesteld en beoordeeld overeenkomstig de ‘Handleiding meten en rekenen industrielawaai (1999)’, uitgedrukt in dB(A).” 4. Artikel 3.4.2 van de planregels als volgt wordt geherformuleerd: “Het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een pluimveeslachterij, inclusief het verwerken en verpakken van vlees, ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijventerrein – pluimveeslachterij’, is, voor zover de productiecapaciteit toeneemt ten opzichte van de feitelijke, legale situatie voorafgaand aan de vaststelling van het plan (met identificatienummer NL.IMRO.0160.0000BP00267-VG01), uitsluitend toegestaan indien de geurbelasting als gevolg van de pluimveeslachterij ter plaatse van ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan bestaande woningen van derden niet meer dan 0,55 OUe/m3 als 98percentielwaarde bedraagt. Ter toetsing of wordt voldaan aan de norm van 0,55 OUe/m3 als 98percentielwaarde, wordt gemeten en berekend conform de NTA9065.” 5. Artikel 1.38 aan de planregels wordt toegevoegd, die als volgt luidt: “NTA9065 De Nederlandse Technische Afspraak, NTA 9065, Luchtkwaliteit – Geurmetingen – Meten en rekenen Geur.

ICS 13.040.99, december 2012.” 6. In paragraaf 5.4 van de plantoelichting onderaan de tekst onder het kopje ‘Industrielawaai’ de volgende tekst wordt toegevoegd:

1

“In artikel 3.4.3 is geregeld dat gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een pluimveeslachterij, voor zover de productiecapaciteit toeneemt ten opzichte van de feitelijke (en legale) situatie voorafgaand aan de vaststelling van het plan, uitsluitend is toegestaan indien het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau ter plaatse van de beoordelingspunten bij de woningen aan de Langewijk 151, 430, 380, 404 en 390, de in de onderstaande tabel weergegeven geluidniveaus niet overschrijdt.

Deze ten hoogste toelaatbare geluidwaarden komen overeen met de geluidwaarden die in de milieuvergunning van 9 december 2009 zijn vastgelegd. Er is gekozen om artikel 3.4.3 in de planregels op te nemen vanwege de afspraken die zijn gemaakt met omwonenden. Met omwonenden is namelijk afgesproken dat de uitbreiding van de productiecapaciteit van Plukon voor wat betreft het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau niet leidt tot een toename van de geluidbelasting ten opzichte van de met de omgevingsvergunning milieu van 9 december 2009 vergunde geluidbelasting. In de omgevingsvergunning van 9 december 2009 zijn voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau ten aanzien van 5 beoordelingspunten geluidsvoorschriften opgenomen. Dit betreffen beoordelingspunten aan de Langewijk 151 (nummer 12), de Langewijk 430 (nummer 13), de Langewijk 380 (nummer 14), de Langewijk 404 (nummer 17) en de Langewijk 390 (nummer 18) in Dedemsvaart. Het geluidvoorschrift uit de omgevingsvergunning van 9 december 2009 wordt hieronder weergegeven.

1

Uit de verschillende akoestische onderzoeken die aan het bestemmingsplan, de omgevingsvergunning van 30 maart 2021 en het herstelbesluit van 22 maart 2022 ten grondslag liggen, volgt dat conform de afspraak met de omwonenden de geluidbelasting voor wat betreft het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau op de betreffende vijf beoordelingspunten niet toe zal nemen. Conform de afspraak met omwonenden is dat ook in de omgevingsvergunning van 30 maart 2021, zoals hersteld bij besluit van 22 maart 2022, geborgd, door in de geluidsvoorschriften voor de betreffende 5 beoordelingspunten dezelfde geluidwaarden op te nemen als in de omgevingsvergunning van 9 december 2009. Alleen ten aanzien van beoordelingspunt Langewijk 380 (014) is voor de dagperiode een geluidwaarde opgenomen die 1 dB(A) strenger is dan vergund in 2009 (42 dB(A) in plaats van 43 dB(A)). Reden daarvoor is dat uit het geluidrapport volgt dat onder de 42 dB(A) wordt gebleven. Zie hieronder het betreffende geluidsvoorschrift uit het herstelbesluit van 22 maart 2022:

1

Planologisch is hiermee echter niet uitgesloten dat de geluidbelasting op de 5 beoordelingspunten toe kan nemen ten opzichte van de in 2009 vergunde geluidbelasting. Plukon ligt namelijk op een geluidgezoneerd industrieterrein. De maximaal toegestane geluidbelasting door industrielawaai op de omliggende woningen wordt op grond van de Wet geluidhinder bepaald door de ligging van de zonegrens en de vastgestelde Maximaal Toelaatbare Geluidbelasting (MTG’s) en Hogere Waarden (Hw’s). Uit de akoestische onderzoeken en de zonetoetsen van de Omgevingsdienst IJsselland (ODIJ) volgt dat op de betreffende 5 beoordelingspunten gelet op de geluidzone meer geluidruimte beschikbaar is dan nu aan alle bedrijven gezamenlijk is vergund. Om die reden is het noodzakelijk om de maximaal toegestane geluidwaarden voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau voor Plukon, zoals volgt uit de omgevingsvergunning van 9 december 2009, ook in de planregels te borgen. Anders is het immers niet uitgesloten dat het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau met een nieuwe omgevingsvergunning voor Plukon toch toe kan nemen ten opzichte van de geluidruimte die is vergund in 2009.

Dit volgt ook uit het ‘Advies milieu herstelbesluit Plukon voor V2017-1049-01’ van de Omgevingsdienst IJsselland van 27 januari 2022 (pagina 5), het DGMRrapport ‘Plukon Dedemsvaart B.V., Akoestisch onderzoek geactualiseerd eindscenario’ van 19 juli 2022 (pagina 5 en pagina 10) en het herstelbesluit van 22 maart 2022 (pagina 4). Voor de 3 beoordelingspunten uit het herstelbesluit van 22 maart 2022 die ten opzichte van de omgevingsvergunning van 9 december 2009 zijn toegevoegd (de Rollepaal 36 (nummer 10), de Langewijk 163 (nummer 11) en de Moerheimstraat 182 (nummer 20)) geldt de afspraak met de omwonenden niet. Voor die beoordelingspunten is het daarom niet noodzakelijk om de geluidwaarden in de planregels te borgen.” 7. Onderaan paragraaf 5.5 van de plantoelichting wordt de volgende tekst toegevoegd: “Er is gekozen om de norm van 0,55 OUe/m3 als 98-percentielwaarde in artikel 3.4.2 van de planregels op te nemen vanwege de afspraken die zijn gemaakt met omwonenden. Met omwonenden is namelijk afgesproken dat de uitbreiding van de productiecapaciteit van Plukon niet leidt tot een toename van de geurbelasting ten opzichte van de in 2009 vergunde situatie. Zoals hierboven reeds is toegelicht mag de geurbelasting op basis van die vergunning maximaal

1

0,55 OUe/m3 als 98-percentielwaarde bedragen. Om planologisch zeker te stellen dat ook in de toekomst de geurbelasting door Plukon gelet op de gemaakte afspraken nimmer hoger is dan 0,55 OUe/m3 als 98-percentielwaarde, is ervoor gekozen om deze norm als absolute grenswaarde in de planregels te borgen. De norm is afkomstig uit de ‘Bijzondere regeling B5’ voor de vleesindustrie uit de voormalige NeR (Nederlandse emissierichtlijn lucht), waarin emissiefactoren en hinderniveaus waren opgenomen op basis van het Brancheonderzoek voor de vleesindustrie. Daaruit volgt een ondergrens van 0,55 OUe/m3 als 98-percentielwaarde, waaronder het optreden van geurhinder zeer onwaarschijnlijk is. Deze norm is om die reden ook ruimtelijk aanvaardbaar. Een aanvaardbaar woon- en leefklimaat is in zoverre geborgd. Zie in dit kader meer uitgebreid ook de toelichting in Bijlage A bij het nader geurrapport van Olfasense 29 december 2023. Ter toetsing of wordt voldaan aan de norm van 0,55 OUe/m3 moet worden berekend conform de NTA9065. Cumulatieve geurbelasting Door Olfasense B.V. is verder (nader) onderzoek uitgevoerd naar de (aanvaardbaarheid van de) cumulatieve geurbelasting. De resultaten van dit onderzoek zijn neergelegd in het rapport ‘Onderzoek naar cumulatie van geur rondom Plukon Dedemsvaart BV’ van 29 december 2023.

Hierin is onderzoek gedaan naar allereerst de cumulatie van geur rekening houdend met alleen bronnen op het industrieterrein. Daarnaast is aanvullend een cumulatieve verspreidingsberekening verricht waarin ook de relevante veehouderijen zijn betrokken. In dit onderzoek is in paragraaf 2.9 ook een beoordelingskader opgenomen om de cumulatie van geurhinder te toetsen. Voor de vaststelling van dit bestemmingsplan wordt – bij gebreke van wettelijke normen waaraan getoetst moet worden – bij dat beoordelingskader aangesloten. Wanneer alleen rekening wordt gehouden met bronnen op het industrieterrein is de conclusie dat de bijdrage van andere bedrijven dan Plukon op de voor Plukon relevante woningen verwaarloosbaar is. De geurbelasting inclusief de overige geurrelevante bedrijven resulteert niet in een toename van de vergunde geurbelasting vanwege Plukon. Geconcludeerd kan worden dat geen sprake is van een relevante cumulatie van geurbronnen op het industrieterrein. Er is in ieder geval sprake van een aanvaardbaar geurhinderniveau wanneer de cumulatieve geurbelasting ligt tussen de 0,5 en 0,55 OUe/m3 als 98-percentielwaarde (zie ook pagina 17 en Bijlage A van het geurrapport van Olfasense). De totale (cumulatieve) geurbelasting blijft daaronder. Er is daarmee sprake van een aanvaardbaar cumulatief geurhinderniveau.

Wanneer naast de bronnen op het industrieterrein ook rekening wordt gehouden met omliggende (relevante) veehouderijen, is de conclusie dat de veehouderijen een veel grotere bijdrage leveren aan de geurbelasting dan de bronnen op het industrieterrein. Toch is de conclusie dat op de geurgevoelige bestemmingen de geurbelasting niet hoger is dan de waarden die zijn vastgesteld in de geurverordening van de gemeente Hardenberg. Ook in zoverre is sprake van een aanvaardbaar cumulatief geurhinderniveau. Gelet op het vorenstaande is de conclusie dat ook ten aanzien van de cumulatieve geurbelasting sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor omwonenden is in zoverre dan ook gegarandeerd.”

1

8. Het rapport ‘Onderzoek naar cumulatie van geur rondom Plukon Dedemsvaart BV’ van Olfasense B.V. van 29 december 2023 als Bijlage 3 bij de plantoelichting wordt gevoegd. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Hardenberg van 12 maart 2024. De raad voornoemd, de griffier,

de voorzitter,

F.G.S. Droste

M.W. Offinga

1

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13930998/1