(GEAMENDEERD) Getekend raadsvoorstel/besluit
Tekst van het document
Raadsvoorstel Zaaknummer: Behandelaar: E-mail:
284898 Gerlof van Ittersum Gerlof.vanIttersum@hardenberg.nl
College:
10 mei 2022
Raad:
21 juni 2022
Onderwerp: Vaststellen bestemmingsplan “Buitengebied Hardenberg, Kleine Windturbines Bij Agrarische Bedrijven” DE GEMEENTERAAD WORDT VOORGESTELD TE BESLUITEN OM: 1. In te stemmen met het zienswijzenverslag met betrekking tot ingekomen zienswijzen op het ontwerpbestemmingsplan “Buitengebied Hardenberg, Kleine Windturbines Bij Agrarische Bedrijven”. 2. Het bestemmingsplan “Buitengebied Hardenberg, Kleine Windturbines Bij Agrarische Bedrijven” ten opzichte van het ontwerp gewijzigd vast te stellen in die zin dat: I.
Het toepassingsbereik van dit bestemmingsplan wordt uitgebreid met dien verstande dat de afwijkingsbevoegdheid voor kleine windturbines voor niet agrarische bestemmingen van toepassing wordt verklaard waarbij lid b. als volgt wordt gewijzigd: Lid b. “Windturbines zijn niet toegestaan binnen: a. 20 meter vanaf de bestemming Leiding-Gas die is opgenomen in de geldende bestemmingsplannen zoals genoemd in bijlage 1, tenzij de netbeheerder instemt met een korte afstand’. b. Ten minste de maximale werpafstand bij tweemaal het nominaal toerental van de windturbine vanaf de bestemming ‘Leiding-Hoogspanning, die is opgenomen in de geldende bestemmingsplannen zoals genoemd in bijlage 1, tenzij de netbeheerder instemt met een kortere afstand.
II.
De bij onderdeel 2 onder I. bij lid a en b genoemde formulering ook wordt toegepast voor de afwijkingsbevoegdheid voor agrarische bedrijven bij de algemene regels in de artikelen 4.1.1.b, 4.2.1.b., 4.3.1.b en wordt verwerkt in de bestemmingsregels bij 5.2.d en 6.1.f.
III. artikel 6.1.f wordt aangevuld met de volgende wijziging: Op een afstand van 7,85 meter plus een halve rotordiameter vanaf de bestemming Verkeer-Railverkeer die is opgenomen in de geldende bestemmingsplannen zoals genoemd in bijlage 1, met een minimum van 30 meter. IV. De artikelen 5.2 en 6.1. worden aangevuld met de voorwaarde dat windturbines niet zijn toegestaan in het beschermd stads en dorpsgezicht; een en ander overeenkomstig de bij dit besluit behorende verbeelding, regels en toelichting met als elektronische versie NL.IMRO.0160.0000BP00381-VG01 en als ondergrond O_NL.IMRO.0160.0000BP00381.dwg. 3. Geen exploitatieplan vast te stellen.
Inleiding In de raadsvergadering van 1 december 2020 is het besluit genomen waarin u als raad ons college de opdracht heeft verleend om: 1. De bouwmogelijkheden voor kleine windturbines bij agrarische bedrijven te verruimen. 2. Het mogelijk te maken dat binnen het agrarische bouwvlak bij recht windturbines kunnen worden gebouwd met een maximale tiphoogte van 25 m; 3. Het mogelijk te maken dat, onder voorwaarden, windturbines kunnen worden gebouwd met een maximale ashoogte van 25 m en tot een afstand van maximaal 25 m buiten het agrarische bouwvlak. Bovenstaande opdracht is geformuleerd met als doel dat het een verruiming inhoud van het geldende beleid omtrent kleine windturbines bij agrarische bedrijven die met hun bouwvlak zijn gelegen in de veen- en heide ontginningslandschappen. Het beleid voor deze agrarische bedrijven wordt verruimd als u instemt met dit bestemmingsplan. Zij kunnen dan bij recht een reguliere omgevingsvergunning aanvragen voor maximaal 2 kleine windturbines, met een tiphoogte van maximaal 25 m, binnen hun agrarisch bouwvlak of ze kunnen gebruik maken van de “nieuwe” afwijkingsbevoegdheid om onder voorwaarden maximaal twee windturbines te bouwen met een ashoogte van 25 m, tot maximaal 25 m buiten het agrarisch bouwvlak.
Op 30 november 2021 hebben wij als college ingestemd met het ontwerpbestemmingsplan “Buitengebied Hardenberg, Kleine Windturbines Bij Agrarische Bedrijven” en met het starten van de planologische procedure door het bekendmaken en ter inzage leggen van het ontwerpbestemmingsplan. Het ontwerpbestemmingsplan lag vanaf donderdag 2 december 2021 gedurende 6 weken ter inzage waarbij iedereen in de gelegenheid is gesteld om een reactie dan wel een zienswijze te geven op het plan. Er zijn 4 zienswijzen ingediend en de volgende stap is dat u als raad de gemeentelijke reactie op de zienswijze (zienswijzenverslag) en het bestemmingsplan vaststelt. Beoogd effect Uitvoering geven aan de beleidsopgave om meer planologische mogelijkheden te geven voor een kleine windturbine bij agrarische bedrijven. Argumenten 1.1. Voorgesteld wordt de zienswijze over het toestaan van kleine windturbines in de essen- en hoevenlandschappen niet over te nemen. Twee agrariërs en van Westreenen vragen of de bouw van kleine windturbines óók in het essen en hoevenlandschap mogelijk gemaakt kan worden door de afwijkingsbevoegdheid ook voor dit landschapstype van toepassing te verklaren. Aan uw raad wordt voorgesteld hiermee terughoudend te zijn. De beleidslijn tot op heden is dat kleine windturbines niet in zijn algemeenheid mogelijk gemaakt worden in de essen- en hoevenlandschappen en de beekdallandschappen.
Bij de vaststelling van de moederplannen van het buitengebied is besloten om geen windturbines mogelijk te maken in de essen- en hoevenlandschappen en de beekdallandschappen. Vanwege de diversiteit aan landschappelijke waarden vond u het niet verantwoord om hier in algemene zin de bouw van kleine windturbines toe te staan. Dit argument geldt volgens ons nog steeds.
Het ene essen- en hoevenlandschap is het andere niet, per gebied (bijvoorbeeld het Reestdal, Vechtdal, de Lutteres en de Holthoneres) verschillen de landschapskenmerken. Er zijn locaties denkbaar waar een kleine windturbine geen afbreuk doet aan het landschapsbeeld, maar ook locaties waar dit wel het geval is. Materiaalgebruik en uitstraling van de windturbine zijn daarbij van belang, meer dan in de andere landschapstypen. Dit valt niet in algemene regels (afwijkingsbevoegdheid) te vatten. Maatwerk is nodig, een afweging per locatie moet uitwijzen of de bouw van een windturbine landschappelijk inpasbaar is. Een vergunning met toepassing van een buitenplanse afwijkingsbevoegdheid is daarom voor de bedrijven in de beekdalen en de essen- en hoevenlandschappen de aangewezen weg. Hiervoor geldt de uitgebreide procedure, maar die biedt meer ruimte voor een juiste belangenafweging. Daarom stellen wij voor om niet mee te gaan in het verzoek van de indieners om kleine windturbines in zijn algemeenheid mogelijk te maken in de essen- en hoevenlandschappen. 1.2. Voorgesteld wordt de zienswijze over de herformulering van de afstandsbepaling omtrent de hoofspanningsinfrastructuur over te nemen.
TenneT heeft een zienswijze ingediend over de veiligheidsaspecten en stelt voor om de 20 meter afstandsbepaling tussen de windturbine en de bestemming Leiding – Hoogspanning af te laten hangen van het type windturbine wat wordt gebruikt. Het verzoek houdt een herformulering in van een bestaande voorwaarde. Omdat wettelijk is bepaald dat TenneT verantwoordelijk is voor een ongehinderde levering van stroom wordt de zienswijze overgenomen. In de volgende paragraaf wordt dit nader toegelicht. 2.1. Het bestemmingsplan wordt gewijzigd vastgesteld. Wijzigingen I. en II. Het toepassingsbereik wordt aangevuld met twee soorten afwijkingsbevoegdheden. In het ontwerpbestemmingsplan wordt de algemene afwijkingsbevoegdheid voor kleine windturbines zoals genoemd in de moederplannen “Buitengebied Hardenberg” en “Buitengebied Hardenberg, Reestdal en Bergentheim-Zuid” alleen herzien voor percelen die een agrarische bestemming hebben en liggen in de heide- en veenontginningslandschappen. In bijlage 1 van de regels worden de moederplannen en enkele postzegelplannen met een agrarische bestemming genoemd waarop dat van toepassing is. De zienswijze van TenneT is de aanleiding geweest om het toepassingsbereik van deze herziening aan te passen.
Het was namelijk onduidelijk of een algemene afwijkingsbevoegdheid alleen voor agrarische bestemmingen herzien kan worden en voor de niet agrarische bestemmingen ongewijzigd kan blijven, terwijl een algemene afwijkingsbevoegdheid onderdeel uitmaakt van de algemene regels van het moederplan en dus voor meerdere bestemmingen kan gelden. De wens is dat de huidige afwijkingsbevoegdheid voor windturbines in zijn totaliteit wordt herzien en herschreven wordt in twee afwijkingsbevoegdheden: 1 voor niet agrarische bestemmingen en 1 voor agrarische bestemmingen, waarbij de verruiming zoals omschreven in de opdracht van uw raad uiteraard geldt voor agrarische bedrijven met een agrarisch bouwvlak die zijn gelegen in de heide en veenontginningslandschappen. TenneT heeft ook nog gevraagd om de afstandsbepaling ten aanzien van de hoogspanningsinfrastructuur te wijzigen. Voorgesteld wordt dit te doen voor beide afwijkingsbevoegdheden vanwege het maatschappelijke belang, zie paragraaf 1.2. Het betreft een bestaande voorwaarde die opnieuw geformuleerd wordt. In bijlage 1 van de regels worden de moederplannen met de bijbehorende wijzigingsplannen genoemd waarvoor de nieuwe afwijkingsbevoegdheid gaat gelden. Voor de niet agrarische bestemmingen waarop de afwijkingsbevoegdheid van toepassing is, verandert, op de herschreven voorwaarde van TenneT na, niets.
Wijzigingen III. en IV. Aanpassing bestemmingsregels van de agrarische bestemming. In de bestemmingsregels voor de agrarische bestemming is de afstandsbepaling omtrent hoogspanning ook verwerkt in de artikelen 5.2.d en 6.1.f. Zie verder het zienswijzenverslag voor de tekstuele uitwerking. De overige ambtshalve wijzigingen zijn dat bij artikel 5.2.a is toegevoegd dat windturbines niet zijn toegestaan in de beschermde stads en dorpsgezichten en dat bij artikel 6.1.f. een aanvulling is gekomen op de bepaling omtrent de afstand tussen de windturbine en de spoorinfrastructuur. Er wordt ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan gemeten vanaf de bestemming Verkeer- Railverkeer in plaats van de hartlijn van de spoorlijn. 2.2. De vooroverlegpartners zijn geïnformeerd over het ontwerpbestemmingsplan. De plannen zijn in het kader van het vooroverleg voorgelegd aan de waterschappen Drents Overijsselse Delta en Vechtstromen, de provincie Overijssel en het LTO. Aan deze partijen is ook de kennisgeving verstuurd omtrent het ontwerpbestemmingsplan. De provincie Overijssel en het waterschap Drents Overijsselse Delta hebben aangegeven akkoord te zijn. Van het LTO en het waterschap Vechtstromen is geen reactie ontvangen. Aangenomen wordt dat zij geen reden hebben gehad om een zienswijze in te dienen.
Risico's en kanttekeningen Belanghebbenden kunnen in dit stadium beroep in stellen bij de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Financiën 3.1. Er hoeft geen exploitatieplan te worden vastgesteld. De kosten van de bestemmingsplanherziening zullen door de gemeente worden betaald en worden gedekt uit de kostenplaats 4810200000 best.plannen (leges), kostensoort 4343806 (adviezen derden alg. dienst). Verwerking persoonsgegevens Er zijn persoonsgegevens verwerkt van degene die een zienswijze hebben ingediend. De gegevens van degene die een zienswijze hebben ingediend zijn opgeslagen in het zaaksysteem en zijn gebruikt om: 1. te kunnen bepalen wie een zienswijze heeft ingediend; 2. op welke locatie de zienswijze betrekking heeft. In het kader van de AVG zijn de toegevoegde zienswijzen op de raadspagina geanonimiseerd voor wat betreft persoonlijke gegevens zoals telefoonnummers, e-mailadressen en namen. Communicatie 1. Degene die een zienswijze hebben ingediend worden per brief geïnformeerd over uw besluit en krijgen het definitieve zienswijzenverslag toegezonden. 2. Alvorens het gewijzigde bestemmingsplan wordt bekendgemaakt zal het bestemmingsplan eerst aan de provincie Overijssel worden toegezonden voor goedkeuring.
Uitvoering De ter inzage legging van het bestemmingsplan wordt in huis-aan-huisblad De Toren, het Gemeenteblad en op ruimtelijkeplannen.nl bekend gemaakt. Hierbij wordt bekendgemaakt dat het plan zes weken ter inzage ligt waarbij belanghebbenden in beroep kunnen bij de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Burgemeester en wethouders van de gemeente Hardenberg, Secretaris,
Burgemeester,
I.A.A. Oostmeijer-Oosting
M.W. Offinga
Bijlagen Bijlagen 1-1b - Ingediende zienswijzen Bijlage 2 - Zienswijzenverslag Bijlagen 3-3d - Bestemmingsplan met bijbehorende stukken
Raadsbesluit Zaaknummer:
284898
Onderwerp: Vaststellen bestemmingsplan “Buitengebied Hardenberg, Kleine Windturbines Bij Agrarische Bedrijven” De raad van de gemeente Hardenberg; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 10 mei 2022; Besluit: 1. Het zienswijzenverslag gewijzigd vast te stellen, in die zin dat de twee zienswijzen van Van Westreenen B.V. te Barneveld en van het agrarisch bedrijf Lutten Oever 8 te Balkbrug worden overgenomen. 2. Het bestemmingsplan “Buitengebied Hardenberg, Kleine Windturbines Bij Agrarische Bedrijven” ten opzichte van het ontwerp gewijzigd vast te stellen in die zin dat: I.
Het toepassingsbereik van dit bestemmingsplan wordt uitgebreid met dien verstande dat de afwijkingsbevoegdheid voor kleine windturbines voor niet agrarische bestemmingen van toepassing wordt verklaard waarbij lid b. als volgt wordt gewijzigd: Lid b. “Windturbines zijn niet toegestaan binnen: a. 20 meter vanaf de bestemming Leiding-Gas die is opgenomen in de geldende bestemmingsplannen zoals genoemd in bijlage 1, tenzij de netbeheerder instemt met een korte afstand’. b. Ten minste de maximale werpafstand bij tweemaal het nominaal toerental van de windturbine vanaf de bestemming ‘Leiding-Hoogspanning, die is opgenomen in de geldende bestemmingsplannen zoals genoemd in bijlage 1, tenzij de netbeheerder instemt met een kortere afstand.
II.
De bij onderdeel 2 onder I. bij lid a en b genoemde formulering ook wordt toegepast voor de afwijkingsbevoegdheid voor agrarische bedrijven bij de algemene regels in de artikelen 4.1.1.b, 4.2.1.b., 4.3.1.b en wordt verwerkt in de bestemmingsregels bij 5.2.d en 6.1.f.
III. Artikel 6.1.f wordt aangevuld met de volgende wijziging: Op een afstand van 7,85 meter plus een halve rotordiameter vanaf de bestemming Verkeer-Railverkeer die is opgenomen in de geldende bestemmingsplannen zoals genoemd in bijlage 1, met een minimum van 30 meter.
IV. De artikelen 5.2 en 6.1. worden aangevuld met de voorwaarde dat windturbines niet zijn toegestaan in het beschermd stads en dorpsgezicht; een en ander overeenkomstig de bij dit besluit behorende verbeelding, regels en toelichting met als elektronische versie NL.IMRO.0160.0000BP00381-VG01 en als ondergrond O_NL.IMRO.0160.0000BP00381.dwg. V.
Artikel 5.1 wordt aangevuld, zodat dit artikel alleen betrekking heeft op agrarische bedrijven in de open en besloten heide- en veenontginningslandschappen.
VI. De aanhef van artikel 6.1. wordt gewijzigd zodat deze afwijkingsbevoegdheid zowel geldt voor windturbines binnen het agrarisch bouwvlak als buiten het agrarisch bouwvlak met een ashoogte van maximaal 25 m. VII. De verbeelding en bijlagen 1 en 2 bij de regels worden aangepast, zodat ook de agrarische bedrijven binnen de bestemmingen "Agrarisch met waarden - Beekdallandschap" en "Agrarisch met waarden - Essen- en hoevenlandschap" onder de werking van de afwijkingsbevoegdheid uit artikel 6.1 komen te vallen. 3. Geen exploitatieplan vast te stellen. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Hardenberg van 21 juni 2022. De raad voornoemd, de loco-griffier,
G.J. Jansonius
de voorzitter,
M.W. Offinga