Eindrapportage maatlat
Tekst van het document
2.
De wijze waarop bewegen wordt gestimuleerd door de aanleg van fiets- en wandelpaden in een wijk. Door bij het ontwerp van een wijk het STOMP-principe toe te passen (en zo langzaam verkeer voorrang te geven boven het snelverkeer en daarmee bij te dragen aan de verkeersveiligheid), worden belangrijke onderdelen van de maatlatambities gerealiseerd. Hierbij is het van belang dat er al op locatiekeuze niveau aansluiting wordt gezocht met de omgeving (buiten het plangebied) en het grote belang van de nabijheid van voorzieningen..
3.
De functie parkeren is een belangrijke draaiknop waarmee de maatlatambities in meer of mindere mate gerealiseerd kunnen worden. Door anders om te gaan met de parkeernormen en door de wijze waarop parkeren wordt vormgegeven in een wijk (bijv. meer geconcentreerd parkeren), kan zowel fysiek als figuurlijk meer ruimte geboden worden aan de realisatie van de maatlatambities.
26
4.
Het stimuleren van gemeenschapszin, is essentieel voor het bevorderen van de (positieve) gezondheid van mensen. Door het creëren van collectieve woonvormen, meer diverse woonprogramma’s en door collectieve groenvoorzieningen ontstaan leefbare wijken waarin mensen elkaar ontmoeten.
5.
De mate van en wijze waarop vergroening in het plangebied wordt gerealiseerd, geldt als belangrijke en eigenlijk als cruciale drager voor de realisatie van zowel de biodiversiteit, de klimaatambities en positieve gezondheid. Ook draagt het bij aan een stijging van de woningwaarde.
7.2 Aanbevelingen op niveau van beleid en kaderstelling 1.
Formaliseer de maatlat als beleid bij de actualisatie van de omgevingsvisie
De maatlat als beleid is een aanvulling op en uitwerking van de huidige omgevingsvisie. Het advies is om bij een actualisatieronde van de omgevingsvisie, dit maatlatbeleid op de drie thema’s natuur en biodiversiteit, klimaatadaptie en positieve gezondheid op te nemen in de omgevingsvisie, zodat het een stevig en juridisch kader vormt voor onderliggende programma’s. 2.
Maak werk van een strategisch ruimtelijk kader als nadere vertaling omgevingsvisie
Gedurende het maatlatproces werd duidelijk dat de ruimtelijke ontwikkeling in Hardenberg, zich in hoofdzaak richt op het (sectoraal) realiseren van woningbouw en bedrijventerreinlocaties. Dit zijn de dominante opgaven voor het werken aan het versterken van de leefomgeving. Duidelijk werd ook dat deze opgaven voornamelijk projectgericht worden opgepakt en uitgevoerd. In de besprekingen van de casussen kwamen veel strategische vragen naar voren die gaan over de visie op ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente en de wijze van versterking van de kernen daarbinnen. De verbinding tussen het projectniveau en de omgevingsvisie ‘Landstad Hardenberg’ lijkt zeer globaal. De omgevingsvisie werd daarbij kennelijk niet gezien als stevig en concreet handvat voor handelen. Er lijkt behoefte aan een meer samenhangende beleidsinhoudelijke en procesmatige sturing op (locatiekeuze van) ruimtelijke ontwikkelingen. Dat kan op verschillende manieren, zoals bijvoorbeeld het formuleren van (thematische) uitgangspunten per gebied (bijv. centrum/stationsomgeving of kernen) die in samenhang richting geven aan de ruimtelijke ontwikkeling. De ontbrekende verbinding tussen visie en projecten wordt in de literatuur ook wel het tactische gat genoemd. Het verdient aanbeveling om over dit thema nader het gesprek te voeren tussen college en raad. a.
Stel een groen- en blauw structuurplan op De maatlat maakt zichtbaar dat op het meest strategische niveau, er een groen-blauw uitgangspunt ontbreekt als uitwerking op de omgevingsvisie. Een groen-blauwe structuur, als basis voor een robuust watersysteem en groen netwerk, kan als ruimtelijk raamwerk functioneren waar projecten op kunnen aansluiten. Doordat momenteel een dergelijk raamwerk ontbreekt, is het in 27
projecten lastig om aan te sluiten bij een groen-blauwe hoofdstructuur en ook aan te tonen hoe een maatregel in een project bijdraagt aan de grotere ruimtelijke structuur. Het advies is om een visie op de groenblauwe hoofdstructuur voor het grondgebied van de gemeente te ontwikkelen. 3.
Incorporeer de maatlat bij de ontwikkeling van nieuwe beleidskaders a. Ontwikkeling volkshuisvestingsprogramma
De maatlat bevat een aantal indicatoren die iets zeggen over de manier van bouwen en ontwikkelen. Zo wordt aangegeven dat het mogelijk moet zijn om een wooncarrière te maken binnen de eigen kern en om woonvormen te ontwikkelen die zorgen voor meer sociale cohesie, zowel in termen van collectief opdrachtgeverschap, waardoor eigenaarschap en groepsvorming ontstaat als in de sfeer van meer collectieve woonvormen. Dat vraagt wellicht om doordenking van het standaard aanbod. Voor de casus Balkbrug is in dat verband een alternatief raamwerk ontwikkeld, waarin met nieuwe woonvormen en de groene ambities van de maatlat out of the box inspiratie is opgedaan. In het proces voor de ontwikkeling van het volkshuisvestingsplan is het advies opnieuw na te denken over de randvoorwaarden en kaders die worden meegegeven vanuit het woonbeleid voor een concreet plan, omdat de les is dat deze beperkend kunnen werken voor de realisatie van de ambities van de maatlat. Voor de ontwikkeling van het volkshuisvestingsplan is inmiddels een raadswerkgroep ingesteld. Het advies is dat deze werkgroep de ervaringen en lessen van de Maatlat betrekt bij de vormgeving van het nieuwe woonbeleid. b. Ontwikkeling groenbeheerplan en bomenbeleidsplan De maatlat zet stevig in op een andere manier van inrichting van de openbare ruimte, met meer (multifunctioneel) kwalitatief groen.
Deze andere inrichting heeft ook effect op de manier van beheren. Momenteel wordt er gewerkt aan de ontwikkeling van een groenbeheerplan en bomenbeleidsplan, waarin het beleid van de maatlat verder wordt uitgewerkt. In deze beide beleidsdocumenten kunnen de effecten van de maatlat verder worden uitgewerkt. Het gaat hierbij om effecten als: vroegtijdig nadenken over de wijze van beheer, benodigde aanpassing van de uitvoering van beheerwerkzaamheden, opleiding en begeleiding van personeel en eventuele financiële effecten.
28
8
Besluiten
De gemeenteraad wordt voorgesteld te besluiten: 1.
Kennis te nemen van de eindrapportage van het maatlaatproces en de eerste versie van de groene en gezonde maatlat, met daarin 1) de maatlat als beleid, 2) de maatlat als instrument, 3) impactanalyse, vast te stellen en deze beschikbaar te stellen voor de uitvoering.
2.
De periode zomer 2025 tot eind 2026 in te stellen als leerperiode om ervaring op te doen met het toepassen van de maatlat en deze ook verder te ontwikkelen te verbeteren via begeleiding en voortdurende evaluatie.
3.
Voor het bereiken van de condities voor effectieve uitvoering uit deze eindrapportage en voor de begeleiding van de invoering en toepassing van de maatlat een begeleidingsgroep in te stellen, bestaande uit een afvaardiging vanuit de raad, college en ambtelijke organisatie.
4.
De aanbevelingen uit de eindrapportage over te nemen en het college te vragen deze verder uitvoering te geven gedurende de leerperiode.
5.
Voor de uitvoering, doorontwikkeling en toepassing van de maatlat, gedurende de leerperiode een bedrag van € 150.000,- beschikbaar te stellen en hiervan € 50.000,- te verwerken in de Novemberbrief 2025 en € 100.000,- in de Perspectiefnota 2026.
6.
Voor het realiseren van fysieke GGM-maatregelen in bestaand gebied (waarvoor geen alternatieve dekking is), een budget van € 150.000,- beschikbaar te stellen en hiervan € 50.000,- te verwerken in de Novemberbrief 2025 en € 100.000,- in de Perspectiefnota 2026.
29
9
Bijlagen
Bijlage 1: De maatlat als beleid Bijlage 2: De maatlat als instrument Bijlage 3: Impact-inventarisatie (Lysias advies) Bijlage 4: Toepassing van de maatlat in concrete casussen
30
Bijlage 4 Toepassing van de maatlat in concrete casussen Gedurende het maatlatproces is op basis van het inhoudelijk fundament van de maatlat, zoveel mogelijk al inhoudelijk geadviseerd richting projecten. In de lopende projecten is dan ook vooruitlopend op de definitieve maatlat, ervaring opgedaan. De ervaring van deze praktijkcasussen laat zich presenteren in een aantal lessen die per casus zijn weergegeven. Per thema is indicatief aangegeven (d.m.v. bolletjes) in welke mate het thema een plek krijgt in het huidige ontwerp:
Balkbrug Deze casus niet alleen getoetst aan de GGM maar er is ook een alternatief ontwerp ontwikkeld op basis van de GGM. Naar aanleiding hiervan zijn er verbeterpunten naar voren gekomen zoals het versterken van de groenblauwe structuren, verdere clustering van parkeerruimte voor minder verharding en versterken van sociale cohesie door gezamenlijke groene ruimtes en alternatieve woonvormen. Biodiversiteit ◍◍◐○○ Het huidige ontwerp richt zich op het versterken van bestaande groenblauwe netwerken, maar voegt zelf weinig nieuwe ecologische structuren toe. Dit beperkt de verbetering van de biodiversiteit binnen het plangebied. Het plan verbindt bestaande groenstructuren, maar er ontbreekt gedetailleerde informatie over vegetatie en bloeiperioden. Ecologische kwaliteit blijft daardoor een aandachtspunt. Klimaatbestendigheid ◍◍◍◐○ De toevoeging van waterstructuren draagt bij aan klimaatadaptatie, maar het ontbreken van natuurlijke overgangen en voldoende schaduwrijke plekken kan de effectiviteit beperken. Hoewel waterstructuren worden toegevoegd die passen binnen het bestaande systeem, ontbreekt specifieke informatie over natuurvriendelijke oevers en watergangen. Daarnaast vormt de bodemkwaliteit een aandachtspunt door een lage waterbergende capaciteit en risico op droogte.
Positieve Gezondheid ◍◍◍○○ Hoewel het plan autoluwe zones en ontmoetingsplekken bevat, is er nog te weinig nadruk op langzaam verkeer en verblijfsruimtes die uitnodigen tot gezond bewegen. Het plan bevat geclusterd parkeren, maar mist een duidelijke integratie van langzaam verkeer met groenstructuren. Hierdoor blijft de stimulering van actief en gezond transport beperkt . De sociale cohesie wordt bevorderd door de toevoeging van collectieve ontmoetingsplekken per wooncluster. Echter, de invulling en programmering van deze plekken is nog niet uitgewerkt, wat hun effectiviteit als sociale verbindingspunten beperkt. Daarnaast ontbreekt een centrale ontmoetingsruimte, wat het moeilijker maakt om een gemeenschappelijk hart binnen de wijk te 31
vormen. Dit betekent dat sociale interactie vooral afhankelijk blijft van kleinschalige initiatieven binnen de woonclusters. Lessen uit casus Balkbrug: •
Het verbinden van bestaande structuren is waardevol, maar extra ecologische ingrepen zouden de biodiversiteit verder kunnen versterken.
•
De inrichting van het watersysteem kan beter worden afgestemd op natuurvriendelijke oplossingen om waterberging en infiltratie te optimaliseren.
•
De relatie tussen mobiliteit en groen kan sterker, zodat langzaam verkeer beter wordt geïntegreerd in een gezonde leefomgeving.
•
Het versterken van sociale cohesie vraagt om een duidelijke programmering van ontmoetingsplekken en een centrale plek binnen het ontwerp.
Fietsroute Heemse De fietsroute tussen Heemse en het centrum van Hardenberg wordt verbeterd om veiligheid en comfort voor fietsers en voetgangers te vergroten. Het project combineert infrastructuur met ecologische en klimaatadaptieve maatregelen. Rondom de route wordt circa 75% van de bestaande verharding verwijderd en vervangen door natuurlijke inrichting met regionale flora. Biodiversiteit ◍◍◍◍○ De fietsroute fungeert als een ecologische verbinding, waarbij inheemse beplanting en kruidenrijk gras zorgen voor een rijkere biodiversiteit. Klimaatbestendigheid ◍◍◍◐○ Doordat het project veel van de verharding vermindert draagt het bij aan het verbeteren van de waterhuishouding. Ook is in het plan berging van het regenwater opgenomen in de berm of in wadi’s wat een verbetering is ten opzichte van de huidige verouderde riolering. Daarnaast wordt voorkeur gegeven aan planten, heesters en bomen die door verdamping en waterretentie bijdragen aan het verlagen van de omgevingstemperatuur. Positieve Gezondheid◍◍◍◍○ De autoluwe en groene route stimuleert gezond bewegen en maakt buitenactiviteiten aantrekkelijk voor bewoners en bezoekers, met comfortabele schaduwrijke verblijfsplekken langs het traject. Lessen uit casus Fietsroute Heemse: •
Integratie van biodiversiteit en klimaatadaptieve maatregelen verbetert de aantrekkelijkheid en functionaliteit van infrastructuurprojecten.
•
Veiligheid en comfort zijn essentieel om actief gebruik van fiets- en wandelroutes te stimuleren. 32
•
Multifunctionele inrichting van openbare ruimte versterkt positieve gezondheidseffecten.
•
Financiële dekking voor fysieke maatregelen in het kader van biodiversiteit, hitte en positieve gezondheid ontbreken. Voor klimaatadaptatie (watersysteem gerelateerd) zijn wel middelen.
Slagharen Noord De nieuwe woonwijk Slagharen Noord wordt ontwikkeld met een sterke focus op duurzaamheid, waarbij klimaatadaptatie, biodiversiteit en gezondheid centraal staan. Het stedenbouwkundig ontwerp maakt gebruik van de karakteristieke landschapsstructuren van het gebied, zoals de strokenverkaveling en dekzandruggen, en combineert deze met een groene en waterrijke inrichting. Biodiversiteit◍◍◍◍○ Slagharen Noord wordt ontwikkeld met een dragende groenstructuur die de biodiversiteit versterkt. Het plan voorziet in sterke groene verbindingen met de omliggende natuur, het behoud en versterking van bestaande beplanting, en een diversiteit aan inheemse plantensoorten. Daarnaast wordt aandacht besteed aan ecologische voorzieningen zoals nestkasten en groene erfafscheidingen. Klimaatbestendigheid ◍◍◍◍○ Het gebied wordt klimaatadaptief ingericht met een robuust watersysteem dat wateroverlast en droogte minimaliseert. Wadi’s en waterbergingen zorgen voor infiltratie en buffering van regenwater. Daarnaast draagt de groene inrichting bij aan het beperken van hittestress door middel van schaduwrijke plekken en natuurlijke ventilatie. Positieve Gezondheid ◍◍◍◍○ De wijk wordt ingericht met autoluwe zones en een goede fiets- en wandelinfrastructuur om gezond bewegen te stimuleren.
Daarnaast worden ontmoetingsplekken en groene verblijfsruimtes opgenomen om sociale interactie en mentale gezondheid te bevorderen. De nabijheid van natuur en een rustige, groene omgeving draagt verder bij aan een gezonde leefomgeving. Lessen uit casus Slagharen Noord: •
Het behoud en versterken van bestaande groenstructuren draagt sterk bij aan biodiversiteit en klimaatadaptatie.
•
Een robuust watersysteem met wadi’s en infiltratievoorzieningen helpt om extreme weersomstandigheden op te vangen.
•
Een autoluwe en natuurrijke inrichting stimuleert gezond gedrag en verhoogt de leefkwaliteit van bewoners. Daarnaast dragen de geïntegreerde ontmoetingsplekken bij aan de sociale cohesie. 33
Rollepaal De uitbreiding van bedrijventerrein Rollepaal Oost is gericht op de vestiging van bedrijven met een zwaardere milieucategorie (tot en met 4.2 ). De uitbreiding is gericht op niet alleen het aantrekkelijk maken van het gebied maar ook het toekomstbestendig maken. Waar ruimte voor ondernemen samengaat met duurzaamheid. Biodiversiteit◍◍◍○○ Hoewel het bedrijventerrein wordt ontworpen met een robuuste groenstructuur ligt de nadruk vooral op functionele landschappelijke inpassing en minder op ecologische versterking. Er is beperkt ruimte voor biodiversiteit verhogende maatregelen zoals natuurinclusieve inrichting van bedrijfskavels of ecologische zones. Klimaatbestendigheid ◍◍◍○○ Het plan zet sterk in op klimaatadaptatie met maatregelen zoals waterberging, wadi’s en een robuust watersysteem om wateroverlast en droogte tegen te gaan. Er is aandacht voor hittebestendigheid door groenstroken en schaduwrijke plekken, maar de mate waarin dit daadwerkelijk hittestress voorkomt, is afhankelijk van de invulling van de bedrijfskavels. Positieve Gezondheid ◍◍◍◍○ De wijk wordt ingericht met autoluwe zones en een goede fiets- en wandelinfrastructuur om gezond bewegen te stimuleren. Daarnaast worden ontmoetingsplekken en groene verblijfsruimtes opgenomen om sociale interactie en mentale gezondheid te bevorderen.
De nabijheid van natuur en een rustige, groene omgeving draagt verder bij aan een gezonde leefomgeving. Lessen uit Rollepaal: •
De integratie van natuur en biodiversiteit kan sterker worden uitgewerkt door aanvullende ecologische maatregelen.
•
De klimaatadaptatie hangt af van de invulling van de kavels.
Dedemsvaart De ontwikkeling van de kern Dedemsvaart kent verschillende fasen die zich andere fases van ontwikkeling bevinden. Een belangrijk onderdeel hiervan is de woningbouwontwikkeling in de wijk Bransveen. Biodiversiteit◍◍◍◍○ In de plannen wordt ingezet op een groene hoofdstructuur met behoud van bestaande landschapselementen. Er is ruimte voor inheemse beplanting en biodivers groen rondom de 34
woonclusters. Ook de keuze voor verschillende woningtypen met groene erfafscheidingen draagt hieraan bij. Klimaatbestendigheid ◍◍◍◍○ Groene buffers en waterbergelementen zijn opgenomen in het ontwerp van Bransveen en verdere ontwikkelingen. Hiermee wordt er voor extreme neerslag geanticipeerd. Verhard oppervlakte is beperkt en het ruime aantal bomen verminderen de hittestress. Positieve Gezondheid ◍◍◍◐○ In Dedemsvaart wordt ingezet op langzaam verkeer, autoluwe straten en ontmoetingsplekken. De ontwerpen voor Bransveen bevatten verschillende woningtypen waarin levensloop bestendige woningen en sociale huur specifiek voor ouderen mee worden genomen. Ook wordt aangesloten op bestaande wandelstructuren wat uitnodigt tot bewegen en ontmoeting. Er is nog geen specifiek gedeeld groen meegenomen in de plannen Lessen uit Dedemsvaart: •
Door natuur inclusieve principes vroeg mee te nemen in de plannen is het makkelijker om goed te storen op alle aspecten en wordt biodiversiteit in en rondom nieuwe wijken versterkt..
•
Het combineren van sociale woningbouw met kwalitatieve openbare ruimte bevordert inclusiviteit en gezondheid, gemeenschappelijk groen kan hier nog een schepje bovenop doen.
35