CConstaterende datHardenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

Brochure Grondstoffenbeleidsplan Hardenberg

gemeenteraad 2 juli 2024, gemeente HardenbergBij agendapunt: Gemeentelijk Grondstoffenbeleidsplan (GGP) Hardenberg13.909 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

17

150 Een volledige overgang naar minicontainers is een optie voor de toekomst. De overgang zou dan geleidelijk kunnen 100 plaatsvinden met betrokkenheid van verenigingen en rekening houden met de inkomsten die zij nu genereren bij het inzamelen van OPK. 50 4.2.4 Maatregel 7: Omgekeerd inzamelen Met omgekeerd inzamelen wordt bedoeld dat restafval door 0 inwoners in laagbouw moet worden weggebracht naar een verzamelcontainer. Inwoners kunnen restafval dan wegbrengen wanneer zij dit willen (in plaats van 1 keer per vier weken aan huis ophalen). Hierdoor ontstaat ook meer ruimte voor grondstoffencontainers die aan huis worden opgehaald. ROVA heeft ervaring met verschillende vormen van omgekeerd inzamelen en kan adviseren op basis van deze ervaringen. Deze maatregel moet worden afgestemd op andere initiatieven, zoals communicatieprogramma’s. Voorwaarden en condities Het wordt aanbevolen om deze maatregel pas te implementeren wanneer duidelijk wordt dat, ondanks de inzet van andere maatregelen, het streefdoel van 50 kg restafval niet wordt behaald. Deze maatregel heeft aanzienlijke impact op inwoners, maar blijkt wel effectief in het verminderen van restafval. In de huidige situatie wordt het restafval met minicontainers 0 4 weken 10 aan 20huis opgehaald.

30 40 Met 50omgekeerd 60 70 1x per inzamelen wordt bedoeld dat de service op het aanbieden van 30 restafval geleidelijk wordt verminderd, en tegelijk de service op het gescheiden aanbieden van recyclebare grondstoffen 25 vergroot. wordt Deze 20 maatregel wordt gefaseerd in twee stappen ingevoerd. In stap 1 wordt de inzamelfrequentie voor restafval met minicontainers verlaagd. Deze stap is van toepassing op alle huishou15 dens in laagbouw, waar restafval met een minicontainer aan huis wordt opgehaald. Stap 2 wordt gezet na evaluatie van de 10 effecten en ervaringen met stap 1 en na een daartoe te nemen besluit. Dit wordt in het vervolg van deze maatregel verder toegelicht. 5 Verdeling aantal aanbiedingen minicontainer restafval per0jaar (Hardenberg 2023) 15% 12% 9,7%

9%

1x per 6 weken 12,7% inzamelen is nu al voor 66% huishoudens voldoende

1x per 6 weken inzamelen voor 55% huishoudens voldoende 8,7% 7,5%

8,2%

7,6%

7%

6%

6,5%

7,1%

6,1% 4,8%

18

0

1

2

3

4

5

6

7

8

4,3% 4,1% 4,5%

9

10

11

12

Stap 1 verlaging van de inzamelfrequentie voor restafval In stap 1 wordt de inzamelfrequentie van de huisaanhuis inzameling van het restafval in de gehele gemeente (dus ook buitengebied) verlaagd. Dit gebeurt stapsgewijs. Bij aanvang in 2025 naar 1x per 6 weken. Na één of twee jaar (na evaluatie en besluit) naar 1x per 8 weken. Deze aanpak betekent dat inwoners niet meteen al hun restafval elders moeten brengen. Er blijft nog steeds huisaanhuis inzameling beschikbaar. Zoals gezegd moet er voor de huishoudens die met een lagere frequentie zo nu en dan niet uitkomen een alternatief worden geboden. De huishoudens waar het restafval aan huis wordt opgehaald krijgen daarom ook de mogelijkheid om restafval weg te brengen naar al in de gemeente aanwezige ondergrondse verzamelcontainers voor restafval. In 2023 zijn er 58 ondergrondse containers beschikbaar. Deze containers zijn toegankelijk met de milieupas. Ervaring in ander gemeenten leert dat inwoners gebruik blijven maken van de restafvalcontainer bij huis en dat daarnaast een klein deel van de inwoners ook af en toe restafval naar een ondergrondse verzamelcontainer brengt (overloopvoorziening). Tegelijkertijd wordt met de andere maatregelen in het grondstoffenbeleidsplan het scheiden van recyclebare grondstoffen verder gestimuleerd en gefaciliteerd.

Investering en effect Het verlagen van de inzamelfrequentie vergt geen extra investeringen en de inzamelkosten blijven gelijk. Een lagere inzamelfrequentie leidt namelijk ook tot een verhoging van het aantal minicontainers dat op een inzameldag wordt aangeboden. Het milieueffect (vermindering van het restafval) wordt geschat op 10% bij een inzamelfrequentie van 1x per 6 weken. Dit is per saldo een kostenverlaging van € 4 per huishouden per jaar. Bij een inzamelfrequentie van 1x per 8 weken wordt een reductie van 15% restafval geprognosticeerd. Per saldo circa € 5 lagere kosten per huishouden. Voorwaarden en flankerend beleid Het verlagen van de inzamelfrequentie vergt een goede uitleg en communicatie richting de inwoners. Het is van belang om de effecten en ervaringen zeker in de beginperiode goed te monitoren.

3% 0%

In de huidige situatie wordt restafval 1x per 4 weken aan huis ingezameld. De volgende grafiek toont dat twee derde (66%) van alle huishoudens in Hardenberg waar restafval aan huis wordt ingezameld, dit slechts 8 keer per jaar aanbieden. Voor hen is een frequentie van 1x per 6 weken dus nu al voldoende. In voor 55% van de huishoudens is 1x per 8 weken al genoeg. Door het aanbieden van restafval wat meer te ontmoedigen, worden inwoners gestimuleerd om zo veel mogelijk afval te scheiden. Maar voor huishoudens die met een lagere inzamelfrequentie niet uitkomen moet natuurlijk wel een alternatief geboden worden.

13

“Extra containers in de buurt plaatsen. Zodat mensen hun afval daarin kunnen gooien als hun bak te vol is”

Voor huishoudens die niet (of nog niet) uitkomen met de lage inzamelfrequentie wordt een alternatief geboden. Zij kunnen gebruik maken van de al aanwezige ondergrondse containers. Eventueel wordt op enkele strategische plekken een extra ondergrondse containers voor restafval geplaatst. Met de hiermee gemoeide investering is in stap 1 nog geen rekening gehouden. Met het eventueel plaatsen van een of enkele ondergrondse restafvalcontainers kan een brug worden geslagen met stap 2. Na vaststelling van het grondstoffenbeleidsplan wordt onderzocht op welke locaties in de gemeente een extra ondergrondse container gewenst is. Voor huishoudens in het buitengebied die niet uitkomen met de verlaging van de inzamelfrequentie worde de mogelijkheid geboden om een extra minicontainer aan te vragen. Stap 2 omgekeerd inzamelen In stap 2 gaat de inzameling van restafval in de kernen van de gemeente Hardenberg van een haalsysteem naar een brengsysteem. De huisaanhuis inzameling van restafval met minicontainers wordt gestopt en daarvoor in de plaats krijgen de inwoners in de kernen een milieupas om het restafval weg te brengen naar ondergrondse verzamelsystemen in hun nabijheid. Hiervoor worden nieuwe ondergrondse containers voor restafval in de wijken en buurten geplaatst. Zoals gezegd wordt stap 2 alleen in de kernen uitgerold.

Bij huishoudens in het buitengebied of waarvoor de afstand tot een ondergrondse container te groot wordt, blijft de inzameling aan huis. Investering en effect Er wordt uitgegaan van het plaatsen van 153 extra ondergrondse containers. Inclusief de al aanwezige ondergrondse containers zijn dit er in totaal 211. Dit betekent dat ongeveer 100 huishoudens gebruik maken van 1 ondergrondse container. De investering voor de aanschaf en plaatsing van de nieuwe ondergrondse containers wordt door de inzamelorganisatie ROVA gedaan waarbij de jaarlijkse kosten voor rente, afschrijving en onderhoud bij de gemeente in rekening worden gebracht. De kosten voor de inzamelmiddelen en de logistieke kosten (het legen van de containers) worden geschat op € 10,25 per huishouden. Daar staan tegenover de lagere verwerkingskosten voor het restafval. Het milieueffect (vermindering van het restafval) wordt geschat op 35% reductie van het restafval (ten opzichte van de huidige situatie). Per saldo wordt een kostenverlaging geschat van € 3,80 per huishouden. Voorwaarden en condities Zoals gezegd wordt stap 2 pas gezet na evaluatie van de effecten en ervaringen met stap 1 en na een daartoe te nemen besluit. Met het doorontwikkelen naar omgekeerd inzamelen worden de condities gecreëerd waarmee de gewenst trendbreuk richting nog maximaal 50 kg restafval per huishouden kan worden bewerkstelligd.

4.2.5 Maatregel 8: Optimalisatie milieustraat Deze maatregel streeft naar verdere optimalisatie van het milieubrengstation. De grondstofmonitoranalyse bevestigt de potentie van het beter en meer gescheiden inzamelen van grofvuil. Onderdeel hiervan is al het lopende traject rondom het onderzoek naar de mogelijkheden van een circulair ambachtscentrum, een multifunctionele ruimte die een milieustraat, sorteerhal, kringloopwinkel, reparatiewerkplaats en educatieruimte omvat. Dit onderzoek, mede gefinancierd door een subsidie van Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, wordt uitgevoerd in de periode 2024-2025.

Inzet van de GRIPwagen Uit de enquête blijkt dat 65% van de inwoners tevreden is over het “afvalbrengstation” of “milieubrengstation.” Om extra service te bieden en meer grondstoffen lokaal in te zamelen, wordt er een mobiele milieustraat ingezet, bekend als de “GRIPwagen” (Grondstoffen Inleverpunt). Deze maatregel is ook besproken tijdens de passanteninterviews. Het merendeel van de respondenten gaf aan dat ze geholpen zouden zijn met deze maatregel. Deze vervangt de huidige inzameling van Klein Chemisch Afval (KCA) en kan ook negen hoofdstromen van gescheiden grofvuil inzamelen, alles passend in een grote boodschappentas. Dit vergemakkelijkt het voor inwoners om hun afval te scheiden en in te leveren, met minimale overlast. De verwachte opbrengst van afval per inwoner is ongeveer 1,5 kg. Hoewel dit op het eerste gezicht bescheiden lijkt, is de impact op bewustwording en gedragsverandering aanzienlijk. Het massaeffect van dergelijke voorzieningen is in verhouding beperkt, maar de communicatieve waarde kan juist zeer groot zijn. De voorziening straalt uit dat de gemeente Hardenberg alle mogelijkheden biedt om grondstoffen zo veel als mogelijk gescheiden aan te bieden, om daarmee bij te dragen aan een samenleving zonder verspillingen. Investering Met de inzet van de GRIPwagen zijn voor de gemeente Hardenberg geen investeringen gemoeid.

ROVA beschikt over dergelijke voorzieningen, die direct kunnen worden ingezet in de gemeente Hardenberg. De additionele kosten per huishouden bedragen €1 per huishouden per jaar, uitgaande van het volgende schema (ter illustratie) van halteplaatsen, frequenties en tijden. De exacte halteplaatsen, tijden en frequentie worden in de uitvoeringsfase nader bepaald. 19

Plaats Frequentie Hardenberg 1 x per week Dedemsvaart 1 x per week Balkbrug 1 x per 2 weken Slagharen 1 x per 2 weken Bergentheim 1 x per 2 weken Gramsbergen 1 x per 2 weken

Uren op standplaats 2,5 uur 2,5 uur 2,5 uur 2,5 uur 2,5 uur 2,5 uur

4.2.6 Maatregel 9:  Gescheiden inzameling van luiers Deze maatregel focust op het verbeterpunt van gescheiden inzameling van luiers en incontinentiemateriaal in Hardenberg, aangezien er momenteel geen specifieke inzamelvoorzieningen voor luiers zijn. Hoewel niet alle inwoners van Hardenberg dit afval produceren, wordt het als een belangrijk aandachtspunt gezien naast de regeling voor medisch afval. Verder bevat het restafval 9,5 kg/inw. luiers. Uitkomsten bewoners enquête Inwoners met luiers en/of incontinentiemateriaal zijn over het algemeen minder tevreden, wat aangeeft dat dit een veelgenoemd verbeterpunt is. Hoewel niet iedereen deze afvalsoort heeft, is er een sterke wens voor gescheiden inzameling, zoals blijkt uit de enquête. Van de totaal 1.120 respondenten hebben 71 als wens genoemd de mogelijkheid voor gescheiden inzameling van luiers en incontinentiemateriaal. Hoewel dit slechts 6% van de respondenten betreft, moet worden opgemerkt dat het 9% van de huishoudens in Nederland kinderen van jonger dan 5 jaar heeft11. Aandachtspunten Hoewel er een wens is voor gescheiden inzameling van luiers zijn er wel een tweetal aandachtspunten: • Momenteel ontbreekt het landelijk aan verwerkingscapaciteit, en het verbranden van gescheiden ingezamelde luiers met restafval wordt als onwenselijk beschouwd vanwege de beeldvorming.

• Er wordt gewerkt aan een producentenverantwoordelijkheid (UPV) voor luiers, waarbij zowel inzameling als verwerking door producenten wordt overgenomen. In het recent verschenen rapport ‘Onderzoek naar invoering van uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voor luiers en incontinentiemateriaal’ van Tauw en Rebel wordt geadviseerd om een minimaal inzamelpercentage (van 30%) van het eenmalige luier en incontinentieafval bij het invoeren van de UPV op 1 januari 2026, dat in de jaren daarna telkens geleidelijk op gaat lopen. Het lijkt er dus op dat er vanaf 2026 gescheiden luierinzameling vanuit de producenten op gang zal komen. Het is nog de vraag hoe deze eruit gaat zien en in hoeverre op dat moment bestaande gemeentelijke luierinzamelingen daarin worden meegenomen.

11) CBS Statline: 762.000 gezinnen met kinderen 0-5 jaar. Totaal aantal huishoudens Nederland 8,3 miljoen.

20

Investering en effect Voor het inzamelen van luiers zal de investeringsopgave en het bruto exploitatie-effect per huishouden neerkomen op €2,90. Dit omvat het aanbieden van ongeveer 5 kg luiers per inwoner voor recycling, verspreid over 40 bovengrondse containers van 3 m3 (op basis van 1500 inwoners per container). Deze berekening is inclusief vermeden kosten, inzamelmiddelen, inzamelen, aftransport en verwerking, maar houdt nog geen rekening met kosten voor overslag en communicatie. Op basis van een generieke ‘luier tool’ wordt een indicatie gegeven van de investering en het te verwachten effect. Bij deze berekening is geen rekening gehouden met de inzamelvergoeding die door producenten aan gemeenten verstrekt zal gaan worden in verband met de UPV voor luiers. Een inzamelvergoeding in het kader van een UPV is erop gericht om de door de gemeente gemaakte kosten volledig te dekken. Voorwaarden Alles overwegend wordt geadviseerd om vooralsnog om geen gescheiden luierinzameling in te richten, gezien de huidige onzekerheid over voldoende capaciteit voor luierrecycling en de uitvoering van de producentenverantwoordelijkheid (UPV) met de daarin opgenomen doelstellingen.

Deze ontwikkelingen worden gevolgd, en op het moment dat er voldoende recyclingcapaciteit voor duurzame verwerking van luiers en incontinentiemateriaal beschikbaar is, zal een voorstel voor gescheiden inzameling van luiers in de gemeente Hardenberg worden opgesteld.

4.2.7 Maatregel 10: Optimalisatie inzameling textiel Optimalisatie van de inzameling van textiel met mogelijke uitbreiding of herplaatsing van containers naar beter bereikbare/zichtbare locaties. Ook wordt genoemd dat inwoners niet goed lijken te weten wat er in de textielbak mag. Er zijn momenteel 17 textielcontainers in Hardenberg. Dit zijn 3.500 inwoner per container, terwijl de norm 2.000 – 2.500 inwoners per container is (en in ieder geval bij een supermarkt). Het plaatsen van 5 extra containers (2.700 inwoners per container) op strategische goed bereikbare plekken kan bijdragen aan meer en beter scheiding van textiel.

Textiel containers in gemeente Hardenberg, 2024 In totaal 17 textiel containers.

Bron: Sympany (2024), Rova (2024)- Gecreëerd met Datawrapper

De gemeente Hardenberg heeft de verwerking en inzameling ondergebracht bij Sympany. Dit zit niet in de DVO van ROVA. Hierop is één uitzondering, namelijk de ondergrondse verzamelcontainers voor textiel. Deze zijn van ROVA en zitten in de DVO met ROVA. Het gaat daarbij om alleen de voorziening zelf, de inzameling vanuit deze voorzieningen wordt door Sympany gedaan. En alleen om de ondergrondse voorzieningen. De bovengrondse voorzieningen zijn van Sympany. Uitkomsten bewonersenquête Uit de enquête en de textielquiz op het participatieplatform blijkt dat inwoners niet goed op de hoogte zijn van wat er in de textielbak mag. Het is van belang dat duidelijker wordt gemaakt wat wel en niet in de textiel container gedeponeerd mag worden. Meer containers zorgen daarnaast ook voor meer zichtbaarheid.

“De lokale containers dichterbij zetten en er ook meer neerzetten, zodat de meeste mensen niet meer zo ver moeten rijden.”

Investeringsopgave en effect Een investering van 5 extra containers (2 BC + 3 OC) op strategische plekken kost jaarlijks € 0,20 per huishouden. Hiervan is uitgegaan van 2x een bovengrondse container (jaarlijkse kosten: € 600) en 3x een ondergrondse container (jaarlijkse kosten: € 4.500). Communicatie hierover wordt onderdeel van het communicatieprogramma op basis van door ROVA ter beschikking gestelde content.

4.3

Prijsprikkel/ diftar

4.3.1 Maatregel 11: Verhouding vast en variabel deel afvalstoffenheffing Deze maatregel gaat in op de verhouding tussen het vaste en variabele deel van de afvalstoffenheffing. De verhouding tussen het vaste deel en het variabele deel van de afvalkosten is een belangrijk aspect van het afvalbeheerbeleid. De variabele prijsprikkel geeft een extra stimulans voor preventie en meer afvalscheiding en een bewustere omgang met afval. Huishoudens worden gestimuleerd om minder restafval te produceren en meer te scheiden, wat uiteindelijk leidt tot een vermindering van de belasting van het milieu en lagere verwerkingskosten. Een te hoge financiële prikkel kan bijvoorbeeld leiden tot ongewenst ontwijkgedrag en veel minder aanbiedingen dan geprognosticeerd. In de praktijk blijkt een verhouding van 75-25% vaak goed werkbaar te zijn, maar ook enigszins risico-avers. Dit is de situatie in Hardenberg en betekent dat 75% van de kosten als vast deel wordt berekend, waardoor er zekerheid is dat een groot deel van de baten daadwerkelijk wordt ontvangen. Uiteraard zijn hierbij uitzonderingen zoals kwijtscheldingen voor bepaalde huishoudens en niet-betalende gebruikers. Als we kijken naar de gemiddelde verhoudingen in Nederland op basis van volume en frequentie, ligt deze rond de 65-35%. Wanneer we kijken naar het gewicht, is de verhouding ongeveer 55-45%.

Uitkomsten enquête Uit de inwonersenquête is gebleken dat meer dan 50% van de respondenten het gewenst vindt om de verhouding tussen het variabele en vaste deel aan te passen. 30% staat hier neutraal tegenover, terwijl 18% dit idee niet steunt. Verhouding van 70-30% hanteren (in plaats van 75–25%) Op basis van deze evindingen en het streven naar een betere afvalscheiding en bewustzijn, wordt de verhouding aangepast naar 70-30%. Dit geeft een goede balans tussen het vaste deel, dat zorgt voor stabiliteit en zekerheid in inkomsten, en het variabele deel, dat als stimulans dient voor huishoudens om actief bij te dragen aan beter afvalscheiden.

4.3.2 Maatregel 12: Optimalisatie inzet afvalapp Deze maatregel streeft naar de optimalisatie van de afvalapp door extra informatieprikkels toe te voegen, gericht op het gewenste scheidingsgedrag van inwoners. Dit betreft onder andere feedback aan inwoners over het eigen aanbod van afval. ROVA is al bezig met het implementeren van deze functionaliteit in de ROVAapp, en deze wordt naar verwachting medio 2024 beschikbaar voor de gemeente Hardenberg. Deze app behoudt de bestaande functionaliteiten en voegt nieuwe functies toe, zoals: • Downloaden van inzamelkalender in pdf-formaat. • Vereenvoudiging van het maken van afspraken en meldingen. • Scheidingswijzer met geüpdatete tips voor inwoners op het dashboard. • Inzicht in aanbiedgedrag: Inwoners kunnen hun eigen aanbiedingen van afval in de toekomst bekijken. 21

4.4

Techniek en innovatie

4.4.1 Maatregel 13: Inzet van techniek en innovatie bij be- en verwerking

De functionaliteit voor inzicht in het eigen aanbiedgedrag is ontwikkeld, maar is niet al direct vanaf de lancering voor de inwoners van de gemeente Hardenberg beschikbaar. Instellen hiervan gebeurt op verzoek van de gemeente en vergt onder andere het nodige inregelen en inbedding in bijvoorbeeld de afvalstoffenverordening. Het gaat immers om privacygevoelige informatie. Qua planning wordt ingezet op ontsluiten van deze functionaliteit zo snel als mogelijk in 2025, tegelijk met het verlagen van de inzamelfrequentie van restafval naar 1x per 6 weken. Investering en voorwaarden Aan deze maatregel zijn voor de gemeente Hardenberg geen investeringen verbonden omdat dit onderdeel is van de dienstverlening van ROVA. Wel is het belangrijk dat de afvalapp gepromoot wordt onder inwoners.

Deze maatregel omvat de inzet van techniek en innovatie bij be- en verwerking. Toekomstige ontwikkelingen kunnen ervoor zorgen dat er (andere) keuzes gemaakt worden in het afvalbeleid onder het mom van duurzaamheid, effectiviteit of financieel. Denk aan de inzameling en verwerking van luiers die al op kleine schaal plaatsvindt en naar waarschijnlijkheid binnen enkele jaren landelijk zal worden uitgerold. Of het technisch (na)bewerken van ingezamelde afval en grondstoffen. Dit betreft het ‘opwerken’ van ingezamelde stromen, waarmee de kwaliteit wordt verbeterd voor een hoogwaardige toepassing. Dit is primair een activiteit bij het (strategisch) contract en grondstoffenmanagement bij het aanbesteden van be- en verwerking. Daarvoor wordt een relatie gelegd met CirkelWaarde waarin ROVA, Circulus en AVU samenwerken. Onderdeel van CirkelWaarde is het handelshuis, dat zorg draagt voor het strategisch contract en grondstoffenmanagement. CirkelWaarde is samenwerkingsverband van ROVA, Circulus en AVU (allen overheidsorganisaties met gemeenten als deelnemer) en vertegenwoordigen (de afval en grondstoffen van) circa 1,5 miljoen inwoners. CirkelWaarde draagt zorg voor de aanbesteding van de verwerking en recycling van alle inzamelde afval en grondstoffen van deze 1,5 miljoen huishoudens.

Daarmee wordt voldoende schaal (en countervailing power) gegenereerd om gunstige condities en contractvoorwaarden te behalen. Door de grote schaal beschikt de organisatie over veel expertise, middelen en professionaliteit om dit op een gedegen wijze te doen. Bij het aanbesteden van de verwerking en recycling van alle ingezamelde afval en grondstofstromen door Cirkelwaarde staat het stimuleren en benutten van innovatieve technieken door verwerkers centraal. Met het doel meer hoogwaardige recycling en beheersbare kosten. De CO2-heffing op het verbranden van restafval zal in de komende jaren – boven op de al bestaande Afvalstoffenbelasting – tot nog hogere kosten leiden, wat de noodzaak vergroot om grondstoffen te scheiden en hoogwaardig te recyclen. Als er niets wordt gedaan, gaat ook de afvalstoffenheffing stijgen. Het wordt dus steeds belangrijker en financieel gunstiger om te investeren in het scheiden van grondstoffen (en te focussen op preventie), waardoor er minder restafval overblijft. Deze maatregel als onderdeel van het gemeentelijk grondstoffenplan is daarom in principe geen keuze. CirkelWaarde is een vast onderdeel van de dienstverlening en samenwerking met ROVA.

Het beleid en de strategie van CirkelWaarde is erop gericht dat met de gekozen be- en verwerkingsroutes voor de ingezameld afval en grondstoffen wordt bijgedragen aan de betaalbaarheid van het huishoudelijk afvalbeheer (efficiënte inkoop), aan de transitie naar een circulaire economie, en rekening wordt gehouden met de impact op klimaat, leefomgeving en de (regionale) economie.

22

5 Een samenhangend pakket beleidsmaatregelen 5.1 Een integraal samenhangend pakket van maatregelen Het streven is om tegen 2030 de hoeveelheid restafval per inwoner te verlagen tot maxi-maal 50 kg, onder andere door te zorgen dat inwoners goed geïnformeerd zijn, gemoti-veerd zijn en de mogelijkheden hebben om afval te scheiden. Hiervoor is een uitgebreid pakket aan maatregelen ontwikkeld, gericht op het aanpakken van deze aspecten en het harmoniseren ervan. Daarnaast wordt er actief ingezet op het voorkomen van afval. De volgende tabel presenteert de voorgestelde maatregelen de daarbij te verwachten kosten. Tegenover deze kosten staat een kostenverlaging van be- en verwerkingskosten. Advies niet invoeren Geadviseerd wordt om maatregel 5 (verhogen inzamelfrequentie PMD) en 6 (inzamelen OPK met minicontainers aan huis) niet uit te voeren. Zie voor de toelichting paragrafen 4.2.2. en 4.2.3. Gefaseerde invoering Met betrekking tot maatregelen 7 (omgekeerd inzamelen) en 9 (gescheiden inzameling luiers) wordt geadviseerd om deze op een later moment te overwegen en in te voeren.

Verwacht wordt dat met het nu voorgestelde pakket van maatregelen zonder het volledig invoeren van de maatregelen ‘omgekeerd inzamelen’ en ‘inzameling luiers’ circa 70% van het gestelde doel (reductie restafval richting 50 kg/inw) behaald kan worden. Dit betekent een financieel effect (verlaging kosten be- en verwerking) van circa € 9,30 per huishouden. De hoeveelheid restafval kan daarbij (door preventie en beter scheiding) dalen tot circa 67 kg/inw. per jaar. Hierbij moet rekening worden gehouden met een ingroeieffect. Het ingroei-effect betreft de tijd waarin het gedragseffect (en de gewijzigde samenwerkstelling van het afvalaanbod) maximaal is. Er wordt rekening gehouden met een oplopend effect waarbij het gedragseffect voor een deel in het eerste jaar (zeg 50%) en volledig in het tweede jaar gerealiseerd zal zijn. De te verwachten verlaging van kosten bedraagt zodoende € 4,70 in het eerste en € 9,30 in het tweede jaar. In de volgende tabel gaan we ervan uit dat omstreeks 2027 de overgang naar omgekeerd inzamelen zijn beslag zal krijgen. En tevens dat de inzet op monitoring en controle op de kwaliteit van grondstoffen van maximaal op een basisniveau wordt uitgevoerd. De additionele exploitatiekosten bedragen zodoende € 16 per huishouden.

Bij omgekeerd inzamelen wordt geadviseerd om de inzamelfrequentie van restafval in twee stappen te verlagen (van 1x4 weken naar 1x per 6 en daarna 1x per 8 weken) en op basis van evaluatie en een te nemen besluit over te stappen op het model ‘omgekeerd inzamelen’ waarbij inwoners het restafval moeten wegbrengen naar een verzamelcontainer. Op basis van een tussenevaluatie in 2026 kan dan worden overwogen om omgekeerd inzamelen vanaf 2027 toe te gaan passen.

Verder moet rekening worden gehouden met de (jaarlijkse) verhoging van de Afvalstoffenbelasting (WBM). Er is uitgegaan van 7% per jaar. Ook is vanaf 2026 sprake van een CO2-heffing op het verbranden van huishoudelijk restafval, waarbij het tarief jaarlijks stijgt. De volgende tabel toont de diverse kosten- en opbrengsten met in totaal het te verwachten effect (additionele kosten) op de afvalstoffenheffing per huishouden.

Voor de gescheiden inzameling van luiers wordt geadviseerd om de ontwikkeling van de UPV en de totstandkoming van recyclingcapaciteit goed te volgen in de komende jaren. Op basis van de UPV zullen producenten een financiële vergoeding beschikbaar stellen aan gemeenten voor het gescheiden inzamelen van luiers. En het gescheiden inzamelen van luiers heeft pas zin als er voldoende recyclingcapaciteit beschikbaar is. Verwacht wordt dat dit rond 2026-2027 het geval zal zijn.

Uitvoering beleidsplan 2024 - 2030

2024

2025

2026

2027

2028

2029

2030

Hoeveelheid restafval kg/inw.

108

87,7

67,4

50

50

50

50

5.2 Financiën en gevolgen voor de afvalstoffenheffing Uit het financieel perspectief, zoals beschreven in paragraaf 2.3 blijkt dat de beoogde reductie van restafval door preventie en betere scheiding kan leiden tot een besparing op de be- en verwerkingskosten van circa € 13 per huishouden. Met het uitvoeren van dit integraal pakket van maatregelen wordt toegewerkt naar de gestelde ambities en doelstellingen.

Kosten uitvoering beleidsmaatregelen (+)

€-

€ 11,60

€ 11,60

€ 16,00

€ 16,00

€ 16,00

€ 16,00

Kostenreductie verwerkingskosten (-)

€-

€ 4,66

€ 9,31

€ 13,30

€ 13,30

€ 13,30

€ 13,30

Additionele kosten Afvalstoffenbelasting (+)

€-

€ 0,49

€ 0,78

€ 0,89

€ 1,22

€ 1,57

€ 1,95

Addtionele kosten CO2-heffing (+)

€-

€-

€ 0,48

€ 0,83

€ 1,54

€ 2,25

€ 3,08

Effect op afvalstoffenheffingmet uitvoering GGP 2024 - 2030

€-

€ 7,43

€ 3,55

€ 4,42

€ 5,46

€ 6,53

€ 7,73

In totaal bedragen de additionele begrote exploitatiekosten van de gekozen maatregelen in de eerste twee jaren circa € 11,60 per huishouden per jaar. Indien omstreeks 2027 ook omgekeerd inzamelen wordt ingevoerd (plaatsing van ondergrondse containers voor restafval) en het monitoren van de kwaliteit van grondstoffen op een lager peil wordt 23

gebracht, bedragen de additionele jaarkosten € 16 per huishouden. De kostenreductie voor be- en verwerking van afval- en grondstoffen neemt als gevolg van deze maatregelen in de loop van de jaren toe tot circa € 13,30 per huishouden. En rekening houdend met de stijgende Afvalstoffenbelasting én invoering van de CO2-heffing wordt per saldo rekening gehouden met een verhoging van de afvalstoffenheffing van € 4 tot € 8 per huishouden in de komende jaren. Deze uitkomst moet worden afgezet tegen de situatie waarin de gemeente Hardenberg geen beleidsmaatregelen treft, waarbij de milieuprestatie het stabiele niveau van de afgelopen (5) jaren volgt. De hoeveelheid huishoudelijk restafval blijft dan circa 108 kg/inw. per jaar. De volgende tabel toont het daarmee samenhangende effect op de af-valstoffenheffing, indien rekening wordt gehouden met de hiervoor geschetste ontwikkeling van de fiscale maatregelen omtrent de Afvalstoffenbelasting en CO2-heffing. Omdat zonder beleidsmaatregelen de hoeveelheid restafval relatief groot blijft, en de fiscale maatregelen juist gericht zijn op het restafval, wordt rekening gehouden met een oplopend hogere afvalstoffenheffing van € 6 tot € 22 per jaar.

De volgende grafiek toont de geprognosticeerde verhoging van de afvalstoffenheffing (additioneel ten opzichte van het huidige niveau) met en zonder uitvoering van de maatregelen in het grondstoffenbeleidsplan.

24

In beide situaties moet rekening worden gehouden met een hoger wordende afvalstoffenheffing. Echter als gevolg van de maatregelen in het grondstoffenbeleidsplan wordt deze verhoging behoorlijk in toom gehouden. Circa € 14 lagere kosten per huishouden per jaar.

Overigens, met of zonder beleidsmaatregelen moet sowieso rekening worden gehouden met factoren die van invloed zijn op de hoogte van de afvalstoffenheffing. Dit zijn grotendeels factoren die niet direct door de gemeente of door de uitvoeringsorganisatie te beïnvloeden zijn. Zoals de jaarlijkse inflatie, de ontwikkeling op de afval- en grondstoffenmarkten en daarmee samenhangende van be- en verwerkingskosten, fluctuerende vergoedingen die door producenten (Afvalfonds/ Verpact) aan gemeenten beschikbaar worden gesteld, et cetera.

Maatregel

Wat gaan we doen?

Wanneer?

N.t.b.

Additionele kosten per hh (excl lagere verwerkingskosten)

Preventie en bewustwording 1 Stevig communicatieprogramma

N.v.t.

Intensivering communicatieprogramma. Gericht op duidelijke en positieve boodschap richting inwoners.

Per 2025.

€ 1,00

Kernelementenaanpak en afvalscheidingscoaches waarbij we de kwaliteit van ingezamelde stromen willen verbeteren.

Per 2025.

€ 4,40

2 Preventie OPK: ‘Ja/Ja sticker’

Met of zonder een ‘Ja/Ja sticker’ op de brievenbus ontvangen inwoners wel/geen ongeadresseerd reclamedrukwerk. Weekbladen ontvangt men altijd, tenzij een ‘Nee/Nee sticker’.

Voorbereiden in Q3-4 2024. Invoeren per 2025.

3 Stimuleren van producthergebruik

Stimuleren/opzetten van initiatieven zoals ruilmarkten, tweedehandswinkels etc.

Voorbereiden in uitvoering in 2025.

€ 0,00

€ 5,00

nihil

€ 0,00

Service en inzamelvoorzieningen 4 Inzameling gft hoogbouw

We gaan GFT inzamelvoorzieningen plaatsen bij hoogbouwlocaties (ca. 3.200 huishoudens). Minicontainers in een beugel of in een cocon.

Voorbereiden in Q3-4 2024. Invoeren per 2025.

Gft-bakjes voor op het aanrecht

Flankerend beleid. Huishoudens kunnen GFT-bakje voor aanrecht aanvragen.

Bakjes worden beschikbaar gesteld. Inwoners kunnen aanvragen.

€ 5,00

5 Hogere inzamelfrequentie PMD

Niet van toepassing.

Deze maatregel wordt afgeraden c.q. niet uitgevoerd.

€ 5,30

6 Inzameling OPK met minicontainers aan huis gemeentedekkend

Niet van toepassing.

Deze maatregel wordt afgeraden. We gaan door met de huidige inzamelmethode met vrijwilligers zo lang als het kan.

€ 13,00

7 Omgekeerd inzamelen (gefaseerde aanpak met beslismomenten)”

Stap 1. Inzamelfrequentie restafval van 1x per 4 weken naar 1x per 6 weken. Inwoners kunnen indien nodig gebruik maken van bestaande ondergrondse restafvalcontainers (OC).

Invoeren per 2025.

Flankerend beleid: plaatsing van extra OC’s waar dat nodig is.

Onderzoek Q3-4 2024 + extra gewenste ondergrondse containers beschikbaar per 2025.

Flankerend beleid: huishoudens in buitengebied die niet uitkomen met deze frequentie kunnen tweede minicontainer voor restafval aanvragen.

Per 2025.

Stap 2. Evaluatie Q1 2026. Eventuele verlaging van de frequentie eind 2026 / begin 2027.

€ 0,00

Stap 3. Evaluatie 2028 en besluitvorming. Indien daartoe wordt besloten implementatie in 2029. 8 Optimalisatie milieustraat (brengvoorziening grofvuil)

Optimalisatie van onze milieustraat wordt nader onderzocht.

Uitvoering onderzoek optimalisatie milieustraat 2024-2025.

De inzet van de GRIP-wagen om meer grondstoffen in te zamelen buiten de milieustraat. Vervanging voor huidige KCA inzameling.

GRIP-wagen per 2025.

9 Gescheiden inzameling van luiers

 r is in onze regio nog onvoldoende recyclingcapaciteit. E Zodra voldoende recyclingmogelijheden zijn, gaan we inzameling van luiers onderzoeken en voorleggen voor besluitvorming.

Planning nog niet bekend. Afhankelijk van beschikbaarheid recyclingcapaciteit.

10 Optimalisatie inzameling textiel

“ We gaan het aantal inzamelontainers uitbreiden (5 extra) en plaatsen op goed bereikbare/zichtbare locaties. Flankerend beleid: informeren wat wel/niet in de textielbak mag.”

Onderzoek en plaatsing in 2025.

€ 0,20

11 V  erhouding vast en variabel deel afvalstoffenheffing

Het variabele deel van de afvalstoffenheffing verhogen en vaste deel verlagen (75-25%).

Onderdeel besluitvorming afvalstoffenheffing najaar 2024 of 2025.

€ 0,00

12 O  ptimalisatie inzet afval-app

Optimalisatie van de afval-app door extra informatieprikkels toe te voegen, gericht op het gewenste scheidingsgedrag van inwoners.

De uitbreiding van de afval-app medio 2025 beschikbaar.

€ 0,00

CirkelWaarde (onderdeel ROVA) draagt zorg voor effectieve en duurzame verwerking en recycling ingezamelde afval- en grondstoffen.

Vigerende praktijk.

€ 0,00

GRIPwagen per 2025

€ 1,00

Prijsprikkel / diftar

Techniek en innovatie 13 Inzet van techniek en innovatie bij be- en verwerking

Maximaal te verwachten kostenreductie be- en verwerken

Deze tabel weergeeft alle 13 maatregelen, met daarbij ‘wat gaan we doen’, ‘per wanneer’ en de kosten daarvan.

25

Bijlagen bijlage 1

Benchmark kostenefficiëntie en marktconformiteit ROVA

Bron: Presentatie klankbordgroep gemeenteraad Hardenberg, 18 september 2023.

26

bijlage 2

Afvalonderzoek voorjaar 2023 (enquête)

Het rapport (Afvalonderzoek gemeente Hardenberg voorjaar 2023) is separaat bijgevoegd bij het gemeentelijk grondstoffenbeleidsplan. Dit rapport presenteert de resultaten van de uitgevoerde enquête.

27

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14268498/2