CConstaterende datHardenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagen behorende bij toelichting bestemmingsplan 'Hardenberg, Marslanden II, schoolgebouw en sportvelden'

gemeenteraad 21 februari 2023, gemeente HardenbergBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan 'Hardenberg, Marslanden II, schoolgebouw en sportvelden'30.810 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

BESTEMMINGSPLAN HARDENBERG, MARSLANDEN II, SCHOOLGEBOUW EN SPORTVELDEN

VASTGESTELD

Opdrachtgever Contactpersoon Coördinatie ontwerp en bestemmingsplan Projectleiding Gemeente Hardenberg Projectnummer

Hardenberg, Marslanden II, schoolgebouw en sportvelden

Inhoudsopgave

Bijlagen toelichting

3

Bijlage 1

Notitie beeldkwaliteit

4

Bijlage 2

Bodemonderzoek

11

Bijlage 3

Advies Omgevingsdienst

97

Bijlage 4

Beknopte natuurtoets

100

Bijlage 5

AERIUS-berekening

109

Bijlage 6

Rekentool verkeersgeneratie & parkeren

139

Bijlage 7

Watertoets

143

bestemmingsplan Hardenberg, Marslanden II, schoolgebouw en sportvelden | PAGINA 2

Bijlagen toelichting

bestemmingsplan Hardenberg, Marslanden II, schoolgebouw en sportvelden | PAGINA 3

Bijlage 1

Notitie beeldkwaliteit

bestemmingsplan Hardenberg, Marslanden II, schoolgebouw en sportvelden | PAGINA 4

Memo Opdrachtgever: gemeente Hardenberg Van:

BügelHajema Adviseurs

Datum:

03-10-2022

projectnummer: P000345

De gemeentelijke welstandsnota voorziet niet in beleidsregels voor het uiterlijk van gebouwen op deze locatie. Deze notitie wordt na vaststelling door de raad onderdeel van de welstandsnota en biedt hiermee

voor

de

Welstandscommissie

het

toetsingskader

voor

de

bouwaanvragen

voor

de

gebaseerd

op

de

toelichting

locatie. De

in

deze

notitie

opgenomen

eisen

zijn

in

de

van het bestemmingsplan opgenomen planopzet en bebouwing. De welstandscriteria voor de bebouwing zijn in samenhang met bouwregels uit dit bestemmingsplan opgesteld. Het schoolgebouw grenst aan alle zijden aan de openbare ruimte en is vanaf de hoofdroutes overal goed te zien (zie figuur 1). Het schoolgebouw dient daarom een representatieve uitstraling1 te krijgen met een alzijdige oriëntatie1 (zie figuur 2). De gebouwen van de sportvoorzieningen grenzen ook aan alle zijden aan de openbare ruimte en vereisen ook een alzijdige oriëntatie.

1

Een definitie van de termen ‘representatieve uitstraling’ en ‘alzijdige oriëntatie’ is te vinden op p. 5 van deze notitie.

Figuur 1. Lange open zichtlijn vanaf de school tot het stadscentrum

datum 03-10-2022

projectnummer P000345

2

Figuur 2. Alzijdige en representatieve oriëntatie schoolgebouw en alzijdige oriëntatie sportgebouwen

Belangrijke begrippen in de welstandsregels over de nieuwe gebouwen zijn ‘representatief’ en ‘alzijdig’ . Hieronder volgt een toelichting op beide begrippen. Representatief; er zijn verschillende factoren die bijdragen aan een representatief karakter, zoals: - een opvallende situering in samenhang met de omgeving; - een herkenbare, heldere hoofdvorm; - harmonie tussen vorm en materiaal- en kleurgebruik; - een uitgekiende en een verfijnde detaillering; - een evenwichtige verhouding tussen bebouwde en onbebouwde ruimte; - goed ontworpen overgangen tussen de bebouwing, de open ruimte en het openbaar gebied.

datum 03-10-2022

projectnummer P000345

3

Alzijdig; Een alzijdig gebouw is een gebouw die aan alle zijden een zorgvuldig ontworpen gevel heeft. Geen enkele zijde van het gebouw geeft het beeld van een achterkant. Dit komt ook tot uitdrukking in de terreininrichting. Kortom het beeld wordt nergens gedomineerd door blinde muren, schuttingen, hekken, bergingen, opslag, of een monotoon parkeerterrein. Rondom toont het gebouw en de inrichting een representatief karakter. WELSTANDSREGELS Plaatsing -

De plaatsing van de gebouwen is binnen het bouwvlak, zoals aangegeven op de verbeelding van het bestemmingsplan.

-

De gebouwen zijn gericht op de openbare ruimte en de buitenspeel- of buitensportruimtes.

-

Het schoolgebouw is prominent geplaatst in de lange zichtlijn vanaf de school tot het stadscentrum.

-

Het schoolgebouw heeft een alzijdige en representatieve oriëntatie op de buitenruimtes. De sportgebouwen hebben eveneens een alzijdige oriëntatie op de buitenruimtes.

-

De gebouwzijden van het schoolgebouw die liggen aan de hoofdfietsroutes, de Havermarsweg en de Plaggemarsweg hebben een herkenbaar en eenduidig karakter.

-

De entrees van de gebouwen zijn goed vindbaar geplaatst, het is direct herkenbaar waar de entree is.

Hoofdvorm -

Het schoolgebouw is over de lange zichtlijn van de Koehierdesteeg een oriëntatiepunt in de wijk, de hoofdvorm van het gebouw blijft over deze afstand goed herkenbaar. Het schoolgebouw is hier bij voorkeur twee bouwlagen hoog.

-

De school en de kinderopvang zijn in één bouwvolume ondergebracht, dit bouwvolume kan geleed zijn.

-

De sportgebouwen in de strook tussen de sportvelden kunnen samengevoegd zijn in één bouwvolume, maar kunnen ook apart worden ondergebracht in meerdere bouwvolumes.

-

De hoofdvorm van de sportgebouwen in de strook tussen de sportvelden kan onderling verschillend zijn.

Gevels Het schoolgebouw heeft een alzijdige en representatieve oriëntatie op de buitenruimtes. De sportgebouwen hebben een meerzijdige oriëntatie op de buitenruimtes. Het karakter en de sfeer van de aangrenzende buitenruimtes is niet overal hetzelfde; de sfeer en uitstraling van de gevel kan hierop aansluiten:

datum 03-10-2022

projectnummer P000345

4

-

De schoolgevel op het einde van de lange zichtlijn over de Koehierdesteeg heeft op grote afstand een herkenbaar beeld. Ontwerp en detaillering versterken de herkenbare hoofdvorm. De gevel is bijzonder representatief;

-

De schoolgevels langs de Havermarsweg, de Plaggemarsweg en aan de schoolpleinen hebben een representatief karakter en zijn gericht op deze buitenruimtes;

-

De gevels die grenzen en georiënteerd zijn op de parkeerruimte en de sportvelden kunnen een iets informeler karakter krijgen. Het is voor de sociale veiligheid belangrijk dat er goed zicht is op de sportvelden en op de parkeerplaatsen;

-

De entrees zijn goed herkenbaar in het gevelbeeld.

Detaillering en materialisatie -

Duurzaam materiaalgebruik, inferieure materialen die snel verouderen of verkleuren moeten worden vermeden. Vergrijzing of oxidatie van natuurlijke materialen, bijvoorbeeld koper, hout of cortenstaal, valt hier niet onder;

-

Detaillering is passend bij de gekozen vormtaal en architectuur.

Erfafscheidingen -

De erfafscheiding rondom de schoollocatie en de sportvelden is bij voorkeur een heg.

-

De sportgebouwen in de strook tussen de sportvelden hebben geen 'eigen' erfafscheiding.

figuur 3, herkenbare, heldere hoofdvorm

datum 03-10-2022

projectnummer P000345

5

figuur 4, alzijdige oriëntatie

figuur 5, schoolgevels gericht op buitenruimtes

figuur 6, vindbare entree

datum 03-10-2022

projectnummer P000345

6

Bijlage 2

Bodemonderzoek

bestemmingsplan Hardenberg, Marslanden II, schoolgebouw en sportvelden | PAGINA 11

Sigma Bouw & Milieu Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen Tel. (0591) 65 91 28 www.sigma-bm.nl E-mail info@sigma-bm.nl

januari ’22

Onderwerp:

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN 5740+A1 Havermarsweg / Plaggenmarsweg percelen sectie O nrs. 2341 en 2343 te Hardenberg

Projectnummer:

21-M10146

Opdrachtgever:

Bügel Hajema

Datum:

10 januari 2022

0

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Havermarsweg / Plaggenmarsweg percelen sectie O nrs. 2341 en 2343 te Hardenberg

onderwerp

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN 5740+A1 Havermarsweg / Plaggenmarsweg percelen sectie O nrs. 2341 en 2343 te Hardenberg

datum

10 januari 2022

projectnummer

21-M10146

in opdracht van

Bügel Hajema Adviseurs Vaart NZ 50 9401 GN Assen

uitgevoerd door

Sigma Bouw & Milieu Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen tel: (0591) 659128 fax:(0591) 659325

Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens de norm NEN-EN-ISO 9001:2015, het uitvoeren van milieukundige bodemonderzoeken en geotechnische onderzoeken Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Monsterneming Bouwstoffenbesluit SIKB 1000 protocol 1001: Monsterneming grond voor partijkeuringen”

Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek SIKB 2000 protocollen 2001, 2002 en 2018”

(het onderhavige onderzoek heeft uitsluitend betrekking op de beoordelingsrichtlijn BRL SIKB 2000, protocol 2001 en 2002)

Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar worden gemaakt door middels van druk, fotokopie, microfilm of anderszins zonder voorafgaande, schriftelijke toestemming van de opdrachtgever of Sigma Bouw & Milieu.

januari ’22

1

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Havermarsweg / Plaggenmarsweg percelen sectie O nrs. 2341 en 2343 te Hardenberg

Inhoudsopgave 1

2

INLEIDING ....................................................................................................................................... 3 1.1

Algemeen................................................................................................................................. 3

1.2

Aanleiding van het bodemonderzoek ...................................................................................... 3

1.3

Doel van het onderzoek ........................................................................................................... 3

1.4

Referentiekader van het onderzoek ........................................................................................ 4

1.5

Opbouw van het rapport .......................................................................................................... 4

VOORONDERZOEK ........................................................................................................................ 5 2.1

3

4

Hypothese en onderzoeksstrategie ....................................................................................... 12

VELDONDERZOEK ....................................................................................................................... 13 3.1

Uitvoering van het veldonderzoek ......................................................................................... 13

3.2

Resultaten van het veldonderzoek ........................................................................................ 14

CHEMISCH-ANALYTISCH ONDERZOEK .................................................................................... 16 4.1

Onderzoeksprogramma chemisch-analytisch onderzoek ..................................................... 16

4.2

Toetsingscriteria .................................................................................................................... 18

4.3

Analyseresultaten en interpretatie ......................................................................................... 19

4.3.1

Milieuhygiënische kwaliteit grond ...................................................................................... 19

4.3.2

Milieuhygiënische kwaliteit grondwater ............................................................................. 26

5

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN .......................................................................................... 31

6

LITERTUURLIJST .......................................................................................................................... 37

7

COLOFON ...................................................................................................................................... 38

Bijlagen 1. Topografisch overzicht 1A.Historisch topografisch overzicht 2. Onderzoekslocatie met boorplan (1:2.000) 3. Beschrijvingen inspectiegaten/boringen/foto’s 4. Analysecertificaten 5. Onafhankelijkheidsverklaring

januari ’22

2

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Havermarsweg / Plaggenmarsweg percelen sectie O nrs. 2341 en 2343 te Hardenberg

1

INLEIDING

1.1

Algemeen

In opdracht van Bügel Hajema is in november / december 2021 door Sigma Bouw & Milieu een verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 uitgevoerd op een deel van de percelen sectie O nrs. 2341 en 2343, gelegen aan de Havermarsweg / Plaggenmarsweg te Hardenberg (gemeente Hardenberg). De plaats en situering van de onderzoekslocatie is weergegeven in bijlage 1 en 2. In dit onderzoek worden allereerst de locatiegegevens, de historische gegevens ofwel het bodemgebruik in het verleden evenals de resultaten van eventuele voorgaande bodemonderzoeken besproken. Vervolgens wordt de bodemopbouw, geologie en geohydrologie besproken. Op basis van de resultaten van het vooronderzoek is een onderzoekshypothese opgesteld. Het verdere onderzoek is op basis van deze hypothese uitgevoerd. De onderzoeksresultaten worden geïnterpreteerd. Aan de hand van de interpretatie van de onderzoeksresultaten wordt een eindconclusie geformuleerd. kwaliteitsborging: Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens de norm NEN-EN-ISO 9001:2015. Het verkennend milieukundig bodemonderzoek is uitgevoerd volgens de richtlijnen uit het besluit uitvoeringskwaliteit Bodembeheer (KWALIBO). Zo is de gehanteerde onderzoeksstrategie opgesteld volgens de normen NEN-5725 en NEN-5740 en zijn de veld- en laboratoriumwerkzaamheden uitgevoerd volgens geldende beoordelingsrichtlijnen en accreditatieschema’s.

De veldwerkzaamheden van Sigma Bouw & Milieu zijn verricht onder het procescertificaat BRL SIKB 2000 (Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek) waarvoor Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd en erkend door het ministerie van I&W. In het kader van het onderhavige onderzoek zijn de protocollen 2001 (plaatsen van handboringen en peilbuizen t.b.v. het nemen van grond- en grondwatermonsters) en 2002 (het nemen van grondwatermonsters) van toepassing. Sigma Bouw & Milieu verklaart bij deze volledig onafhankelijk te zijn in de uitvoering van het onderzoek en op geen enkele wijze gerelateerd te zijn aan de eigenaar van het te onderzoeken terrein.

1.2

Aanleiding van het bodemonderzoek

Aanleiding tot de uitvoering van dit verkennend milieukundig bodemonderzoek vormt de geplande nieuwbouw van een sportcomplex en school op de onderzoekslocatie.

1.3

Doel van het onderzoek

Het verkennend bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 heeft tot doel inzicht te verkrijgen in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en vast te stellen of er sprake is van bodemverontreiniging. Aan de hand van dit onderzoek wordt inzicht verkregen in hoeverre het bodemgebruik van de locatie heeft geleid tot verontreiniging. Op basis van de onderzoeksresultaten kan een milieuhygiënische beoordeling worden gegeven ten aanzien van de beoogde c.q. de toekomstige gebruiksmogelijkheden van de locatie. Indien uit de onderzoeksresultaten blijkt dat er sprake is van bodemverontreiniging zal worden beoordeeld of vervolgonderzoek noodzakelijk geacht wordt.

januari ’22

3

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Havermarsweg / Plaggenmarsweg percelen sectie O nrs. 2341 en 2343 te Hardenberg

1.4

Referentiekader van het onderzoek

Teneinde de kwaliteit van de grond op de onderhavige locatie juist in te schatten is de onderzoeksopzet van het bodemonderzoek gebaseerd op de onderzoeksstrategie voor verkennend bodemonderzoek, onderzoeksnorm NEN 5740+A1 (literatuur 1). 1.5

Opbouw van het rapport

In het voorliggende rapport komen de volgende aspecten aan de orde:  vooronderzoek, (hoofdstuk 2)  veldonderzoek, (hoofdstuk 3)  chemisch-analytisch onderzoek, (hoofdstuk 4)  conclusies en aanbevelingen, (hoofdstuk 5).

januari ’22

4

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Havermarsweg / Plaggenmarsweg percelen sectie O nrs. 2341 en 2343 te Hardenberg

2

VOORONDERZOEK

Het vooronderzoek wordt voorafgaand aan het feitelijke onderzoek (veld- en chemisch-analytisch onderzoek) uitgevoerd. Het vooronderzoek omvat het verzamelen van informatie over het vroegere en huidige gebruik van de onderzoekslocatie en de omgeving, onder meer gericht op het vinden van mogelijke bronnen van bodembelasting. De uitwerking van het vooronderzoek is gebaseerd op de onderzoeksnorm NEN 5725, strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek (literatuur 9). In de NEN-5725 (2017) zijn zeven aanleidingen tot vooronderzoek naar landbodems geformuleerd. Voor elke afzonderlijke aanleiding tot vooronderzoek dienen verschillende onderzoeksvragen te worden beantwoord. De verplicht te onderzoeken aspecten zijn per aanleiding omschreven in tabel 1. tabel 1: onderzoeksaspecten milieuhygiënisch vooronderzoek Onderzoeksaspecten 1. Locatiegegevens

Aanleiding tot vooronderzoek

Eigendomssituatie

A 0

B 0

C

D

Bodemopbouw Antropogene lagen in de bodem Geohydrologie

3. Verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit

Geval van ernstige bodemverontreiniging? Kwaliteit o.b.v. BKK O.b.v. uitgevoerde bodemonderzoeken

4. Gebruik en beïnvloeding van de locatie, verdachte situatie, activiteiten, ongewoon voorval

F

G

✓

Hoogteligging 2. Bodemopbouw en geohydrologie

E

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓ ✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓ ✓

0

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

0

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

0 ✓

✓

Voormalig Huidig Toekomstig Asbestverdacht?

✓

✓

✓

✓

✓

5. Terreinverkenning ✓ Verplicht onderzoeksaspect. Indien dit onderzoeksaspect niet van toepassing is, behoort dit in het rapport te worden vermeld en gemotiveerd 0 Optioneel

januari ’22

5

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Havermarsweg / Plaggenmarsweg percelen sectie O nrs. 2341 en 2343 te Hardenberg

aanleiding vooronderzoek Het onderhavige bodemonderzoek betreft een verkennend bodemonderzoek in het kader van de geplande nieuwbouw van een sportcomplex en school op de onderzoekslocatie. Het vooronderzoek is uitgevoerd op basis van aanleiding A, conform paragraaf 6.2.1 “opstellen hypothese bodemkwaliteit ten behoeve van een bodemonderzoek” uit de NEN-5725 (2017). geraadpleegde bronnen in het kader van het vooronderzoek Voor het vooronderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • informatie verstrekt door de opdrachtgever/eigenaar; • informatie van de gemeente Hardenberg (email d.d. 14-10-2021); • informatie van de bodeminformatiekaart van de provincie Overijssel; • Bodemloket.nl; • Topotijdreis.nl; • Kadaster/BAG Viewer; • grondwaterkaart van Nederland; • AHN.nl; • Dinoloket.nl; • handelsbestand van de Kamer van Koophandel; • terreininspectie voorafgaand aan de veldwerkzaamheden . Het uitgevoerde vooronderzoek heeft betrekking tot de onderhavige onderzoekslocatie alsmede de aangrenzende percelen binnen een straal van 25 meter. De onderzoeksvragen voor het opstellen van de onderzoekshypothese en de gekozen onderzoeksstrategie zijn, voor zover relevant, in de onderstaande paragrafen nader uitgewerkt. locatiegegevens In tabel 2 is een overzicht van de basisinformatie/locatiegegevens weergegeven.

tabel 2: overzicht basisinformatie Adres Plaats Gemeente Topografisch overzicht Coördinaten Kadastrale aanduiding Eigendomssituatie Oppervlakte onderzoekslocatie (plangebied) Algemene omschrijving

Havermarsweg, percelen sectie O nrs. 2341 en 2343 Hardenberg Hardenberg Zie bijlage 1 X = 237,837 Y= 511,718 Gemeente Ambt-Hardenberg, percelen sectie O nrs. 2341 en 2343 Niet nagegaan. Ca. 66.330 m2 De onderzoekslocatie betreft de percelen kadastrale gemeente AmbtHardenberg sectie O nrs. 2341 en 2343, gelegen aan de Havermarsweg te Hardenberg. De onderzoekslocatie betreft een onbebouwd en onverhard perceel dat in gebruik is als agrarische grond (zie figuur 1). Tussen de percelen O 2341 en 2343 loopt een sloot/greppel. Ook rondom de onderzoekslocatie lopen sloten. De slootbodem/waterbodem en de het slib in de sloten is in dit onderzoek niet onderzocht. De opdrachtgever is voornemens om op de locatie een sportcomplex en school te realiseren. Het onderhavige onderzoek heeft betrekking op het terreindeel zoals opgenomen in bijlage 2.

januari ’22

6

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Havermarsweg / Plaggenmarsweg percelen sectie O nrs. 2341 en 2343 te Hardenberg

figuur 1: onderzochte terreindeel (plangebied) Bebouwing en bouwjaar (Kadaster BAG) Terreinverharding Ondergrondse infrastructuur

De onderzoekslocatie is onbebouwd.

Archeologische waarden

De locatie heeft op basis van de archeologische waardenkaart (IKAW) de vermelding “lage trefkans”. Nieuwbouw van een school en sportcomplex.

Geplande herinrichting bijzonderheden: -

De onderzoekslocatie is onverhard. Geen informatie, bij grondwerk dient een KLIC-melding gedaan te worden.

afbakening onderzoekslocatie Het onderhavige onderzoek, het geografisch besluitvormingsgebied, betreft het onderzochte perceel zoals weergegeven in bijlage 2. bodemgebruik op basis van topografische kaarten In de onderstaande tabel 3 is de beschikbare informatie weergegeven over het historisch, huidig en toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie en de directe omgeving. tabel 3: beschrijving bodemgebruik Omschrijving

Gebruik

Potentieel bodembedreigende activiteiten en situaties

Onderzoekslocatie Historisch (op basis van topografische kaarten, Topotijdreis)

Huidig

Op basis van de topografische kaarten is te herkennen dat op perceel O 2341 tussen 1904 en 1929 een gebouw stond (vermoedelijk een schuur). Voor het overige is de onderzoekslocatie in het verleden voor zover te beoordelen niet eerder bebouwd geweest. Op topografische kaarten tussen 1850 en 1902 is over de onderzoekslocatie een pad te herkennen. De onderzoekslocatie betreft de percelen kadastrale gemeente Ambt-Hardenberg sectie O nrs. 2341 en 2343, gelegen aan de Havermarsweg te Hardenberg. De onderzoekslocatie betreft een onbebouwd en onverhard perceel dat in gebruik is als agrarische grond (zie figuur 1).

Geen.

Geen.

Tussen de percelen O 2341 en 2343 loopt een sloot/greppel. Ook rondom de onderzoekslocatie lopen sloten. De slootbodem/waterbodem en de het slib in de sloten is in dit onderzoek niet onderzocht.

januari ’22

7

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Havermarsweg / Plaggenmarsweg percelen sectie O nrs. 2341 en 2343 te Hardenberg

Toekomstig

De opdrachtgever is voornemens om op de locatie een nieuw sportcomplex en schoolgebouw te realiseren. Het onderhavige onderzoek heeft betrekking op het terreindeel zoals opgenomen in bijlage 2. Directe omgeving (<25 m) Historisch (op Op topografische kaarten vanaf ca. 1904 is in de omgeving basis van van de onderzoekslocatie voor het eerst enige bebouwing te topografische herkennen. Deze bebouwing is in de loop der jaren verder kaarten, uitgebreid c.q. gewijzigd. Topotijdreis) Huidig en In de directe omgeving van de onderzoekslocatie bevinden toekomstig zich agrarische percelen / woonwijken. Noord- en oostzijde: agrarische percelen; Zuidzijde: Havermarsweg en verderop gelegen woonwijk; Westzijde: Plaggenmarsweg en verderop gelegen woonwijk.

Geen.

Geen.

Het is op voorhand onbekend of activiteiten in de directe omgeving negatieve invloed hebben (gehad) op de bodemkwaliteit t.p.v. de onderhavige onderzoekslocatie.

bedrijfsmatige activiteiten, bodembedreigende activiteiten en calamiteiten In tabel 4 staat een overzicht weergegeven van de potentieel bodembedreigende activiteiten en calamiteiten op basis van de beschikbare informatie. tabel 4: overzicht potentieel bodembedreigende activiteiten en calamiteiten Gebruik

De onderzoekslocatie betreft de percelen kadastrale gemeente Ambt-Hardenberg sectie O nrs. 2341 en 2343, gelegen aan de Havermarsweg te Hardenberg. De onderzoekslocatie betreft een onbebouwd en onverhard perceel dat in gebruik is als agrarische grond (zie figuur 1). Tussen de percelen O 2341 en 2343 loopt een sloot/greppel. Ook rondom de onderzoekslocatie lopen sloten. De slootbodem/waterbodem en de het slib in de sloten is in dit onderzoek niet onderzocht. Voor zover na te gaan is de locatie reeds lange tijd in gebruik als weiland / agrarische grond. Op basis van de topografische kaarten is te herkennen dat op perceel O 2341 tussen 1904 en 1929 een gebouw stond (vermoedelijk een schuur). Voor het overige is de onderzoekslocatie in het verleden voor zover te beoordelen niet eerder bebouwd geweest. Op topografische kaarten tussen 1850 en 1902 is over de onderzoekslocatie een pad te herkennen. De opdrachtgever is voornemens om op de locatie een sportcomplex en school te realiseren. Het onderhavige onderzoek heeft betrekking op het terreindeel zoals opgenomen in bijlage 2.

Bouwvergunning

Er is geen informatie beschikbaar omtrent evt. (voormalige) potentieel bodembedreigende activiteiten/calamiteiten (verbranding afval, opslag van gevaarlijke stoffen etc.) op de onderzoekslocatie. Niet bekend.

Milieuvergunning

Niet bekend.

Handelsregister

De locatie wordt in het handelsregister van de Kamer van Koophandel niet vermeld.

januari ’22

8

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Havermarsweg / Plaggenmarsweg percelen sectie O nrs. 2341 en 2343 te Hardenberg

Aanwezigheid brandstoftanks

Aanwezigheid asbest

Er is geen informatie omtrent de eventuele aanwezigheid of voormalige aanwezigheid van boven- of ondergrondse brandstoftanks op de onderzoekslocatie. Er bestaat altijd de mogelijkheid dat boven- en ondergrondse brandstoftanks in het verleden geplaatst zijn zonder melding, de aanwezigheid van dergelijke tanks blijkt niet uit de verkregen informatie. De onderzoekslocatie is onbebouwd.

figuur 2: asbestdakenkaart provincie Overijssel

Ophogingen/dempingen/stortingen

Niet gesprongen explosieven

PFAS-verdachtheid

januari ’22

Er is geen informatie bekend omtrent de evt. aanwezigheid van asbest in de bodem t.p.v. het plangebied. Er bestaat altijd de mogelijkheid dat asbest (afval/puin) ed. is begraven. Op voorhand is hiervan geen informatie bekend. Er is geen informatie omtrent evt. met bodemvreemd materiaal gedempte watergangen/ sloten t.p.v. de onderzoekslocatie (binnen het onderzochte terreindeel). Er is geen informatie omtrent evt. opgebrachte gebiedsvreemde grond (ophogingen), verhardingsmateriaal, puinmateriaal en/of afval op de onderzoekslocatie. Geen informatie, in Nederland zijn er niet gesprongen explosieven (NGE) uit de Tweede Wereldoorlog in de grond achtergebleven. De (potentiële) aanwezigheid van niet gesprongen explosieven kan een bedreiging inhouden bij grondroerende werkzaamheden en kan tot vertraging leiden bij planvorming en uitvoering van werkzaamheden. NGE's worden met name aangetroffen ter plaatse van 'strategische doelen' zoals binnensteden, verbindingswegen, spoorwegen, bruggen en havens. De gemeente is op basis van regelgeving verantwoordelijk voor het opsporen en ruimen va niet gesprongen explosieven uit de Tweede Wereldoorlog. Voor aanvullende informatie wordt verwezen naar de gemeente. Op of nabij de onderzoekslocatie bevinden zich geen locaties die de bodem verdacht maken voor PFAS en GenX verbindingen als gevolg van puntbronnen.

De kans op verontreiniging met PFAS in de grond t.p.v. de onderzoekslocatie t.g.v. puntbronnen wordt gering geacht. De bovengrond, diepere geroerde bodemlagen en de waterbodem zijn op basis van het Tijdelijk Handelingskader PFAS in heel Nederland verdacht op het diffuus voorkomen van PFAS als gevolg van atmosferische depositie. Verwacht wordt dat de bodem van de onderzoekslocatie diffuus onverdacht is voor PFAS en onverdacht is op GenX.

9

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Havermarsweg / Plaggenmarsweg percelen sectie O nrs. 2341 en 2343 te Hardenberg

Calamiteiten

Verdachte activiteiten < 25 m

Voor zover bekend is er geen informatie over evt. calamiteiten die hebben plaatsgevonden waarbij de bodem verontreinigd kan zijn geraakt. Het is op voorhand onbekend of activiteiten in de directe omgeving negatieve invloed hebben (gehad) op de bodemkwaliteit t.p.v. de onderhavige onderzoekslocatie.

voorgaande bodemonderzoeken In tabel 5 is een overzicht van voorgaande bodemonderzoeken en informatie van de bodemkwaliteitskaart weergegeven. tabel 5: overzicht voorgaande bodemonderzoeken en bodemkwaliteitskaart

voorgaande bodemonderzoeken Onderzoekslocatie Omgeving <25 m

► Plaggemarsweg Collendoorn: verkennend onderzoek NEN 5740 Plaggemarsweg Collendoorn d.d. 23-06-2005, Royal Haskoning, ref. 9R3373.01. conclusies: voldoende onderzocht. ► Havermarsweg percelen O 2193-2195, Hardenberg: verkennend bodemonderzoek NEN 5740 d.d. 04-05-2017, Sigma Bouw & Milieu, ref. nr. 17-M8034. conclusies: • zintuiglijk geen verontreiniging, visueel geen asbest; • bovengrond < AW; • ondergrond < AW; • grondwater: barium en lokaal naftaleen > S; • milieuhygiënisch: geen belemmering voor bestemming wonen met tuin. • status asbest: onverdacht op basis van historisch onderzoek, vooronderzoek asbest. Vervolg WBB: voldoende onderzocht. ► Havezatheweg en Havermarsweg, Hardenberg: verkennend bodemonderzoek NEN 5740 d.d. 19-01-2018, Terra Agribusiness, ref. nr. 2017-143. conclusies: • zintuiglijk geen verontreinigingen; visueel geen asbest; • bovengrond < AW; • ondergrond < AW; • grondwater lokaal Ni > T, na herbemonstering < S, overig grondwater barium en lokaal zink > S; • milieuhygiënisch: geen belemmering woonbestemming. • status asbest: onverdacht op basis van historisch onderzoek, vooronderzoek asbest. Vervolg WBB: voldoende onderzocht. ► Marslanden bedrijfspercelen (Allemansweg Collendoorn): ▪ verkennend onderzoek NVN 5740 d.d. 26-04-1994, Marslanden CBB; ▪ verkennend onderzoek NVN 5740 d.d.

31-10-1994, Allemansweg Collendoorn CBB; ▪ verkennend onderzoek NVN 5740 d.d. 31-10-1994, Havenweg/ CBB; 15-11-1996 Verkennend onderzoek NVN 5740 d.d. 15-11-1996, Marslanden CBB; ▪ indicatief onderzoek Marslanden Fase 1 d.d. 13-01-1997, CBB; 22-01-1997 Historisch onderzoek Marslanden d.d. 22-01-1997, CBB; 10-12-2008 ▪ verkennend onderzoek NEN 5740 d.d. 10-12-2008, Marslanden Bedrijfspercelen, OranjeWoud; verkennend onderzoek NEN 5740 d.d. 13-10-2020, De Schans

januari ’22

10

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Havermarsweg / Plaggenmarsweg percelen sectie O nrs. 2341 en 2343 te Hardenberg

▪ Blanckfoortallee Hardenberg, Kruse Milieu B.V., ref. nr. Z2021-00008793. conclusies: • gehele terrein onderzocht; ten tijde van het onderzoek braakliggend/gras. Zintuiglijk geen verontreiniging; visueel geen asbest; geen bodemvreemd materiaal. • bovengrond lokaal PAK > AW; • ondergrond < AW; • grondwater Ba > S. • geen belemmering ontwikkeling locatie.

Vermoeden van (een geval van ernstige) bodemverontreiniging op de locatie of een deel daarvan informatie bodemkwaliteitskaart

► Marslanden: verkennend onderzoek NVN 5740 d.d. 16-12-1997, Marslanden CBB. Vervolg WBB: voldoende onderzocht. Niet bekend.

De locatie bevindt zich in de zone buitengebied.

bodemopbouw, geohydrologie en antropogene beïnvloeding De ondiepe geologie in het onderzoeksgebied is afgeleid van de Grondwaterkaart van Nederland (Dienst grondwaterverkenning TNO/DGGV) en ontleend aan het dinoloket (www.dinoloket.nl). De bovenste laag, de deklaag, heeft een hoogte van ca. 7-10 m+NAP. In tabel 6 staat de geohydrologische opbouw weergegeven. tabel 6: geohydrologische opbouw diepte m-mv 0-7 7-14 14-17

beschrijving

formatie

zandige eenheid, bestaande uit midden en fijn zand, weinig zandige klei en grof zand en een spoor klei, veen en grind zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en grof zand, weinig zandige klei, fijn zand en grind en een spoor klei en veen kleiige eenheid, bestaande uit zandige klei en klei en een weinig veen, fijn, midden en grof zand

Boxtel Kreftenheye Kreftenheye, laagpakket van Zutphen

De stromingsrichting van het ondiepe grondwater van het eerste watervoerend is in het kader van dit onderzoek niet vastgesteld. Opgemerkt dient te worden dat de stromingsrichting van het grondwater beïnvloed kan worden door drainagepatroon, ligging van sloten, riolering, kabels, leidingen en funderingen. (financieel-) juridische situatie In tabel 7 zijn de financieel- juridische aspecten weergegeven. tabel 7: financieel/juridische aspecten kadastrale gegevens opdrachtgever/ belanghebbende rechtspersonen

Gemeente Ambt-Hardenberg, percelen sectie O nrs. 2341 en 2343 Niet nagegaan

In het kader van onderhavig bodemonderzoek is behoudens de opgenomen kadastrale gegevens geen nadere financieel juridische informatie verzameld. Het uitvoeren van een daadwerkelijke juridische toets maakt geen deel uit van onderhavig bodemonderzoek.

januari ’22

11

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Havermarsweg / Plaggenmarsweg percelen sectie O nrs. 2341 en 2343 te Hardenberg

2.1

Hypothese en onderzoeksstrategie

Volgens de onderzoeksnorm NEN 5740 dient, m.b.t. de aanwezigheid van eventuele bodemverontreiniging, vooraf een onderzoekshypothese te worden opgesteld. De hypothese kan worden opgesteld op basis van bekende (historische) gegevens, uit de betrokken informatie kan blijken dat de onderzoekslocatie, vooraf, als “verdacht” of “onverdacht” wordt aangemerkt. Op basis van de historische informatie uit het vooronderzoek blijkt dat op de onderzoekslocatie reeds lange tijd als agrarische grond in gebruik is. Op basis van de topografische kaarten is te herkennen dat op perceel O 2341 tussen 1904 en 1929 een gebouw stond (vermoedelijk een schuur). Voor het overige is de onderzoekslocatie in het verleden voor zover te beoordelen niet eerder bebouwd geweest. Op topografische kaarten tussen 1850 en 1902 is over de onderzoekslocatie een pad te herkennen. Er is geen informatie beschikbaar omtrent evt. (voormalige) potentieel bodembedreigende activiteiten/calamiteiten (verbranding afval, opslag van gevaarlijke stoffen etc.) op de onderzoekslocatie. De onderzoekslocatie is in eerste aanleg als milieuhygiënisch "onverdacht" aangemerkt. Op basis van deze hypothese is het bodemonderzoek t.p.v. de onderzoekslocatie uitgevoerd conform de onderzoeksstrategie, volgens NEN 5740+A1, paragraaf 5.2, strategie voor grootschalige onverdachte locaties (ONV-GR-NL) (literatuur 1).

Door het plangebied loopt een sloot. Ook rondom de onderzoekslocatie lopen sloten. De slootbodems (waterbodem) vallen buiten de scope van dit verkennend bodemonderzoek dat volgens NEN-5740 is uitgevoerd. In dit onderzoek is t.p.v. de bestaande sloten geen waterbodemonderzoek volgens NEN5720 en protocol 2003 uitgevoerd. In tabel 8 is de gehanteerde onderzoeksstrategie weergegeven. tabel 8: gehanteerde onderzoeksstrategie

(deel)locatie NEN-5740+A1 onderzoeksgebied (plangebied) (ca. 66.330 m2.)

mogelijke verontreiniging Grond

grondwater

onderzoeksstrategie

-

-

ONV-GR- NL

Op basis van bekende informatie zijn geen gegevens bekend dat op de locatie sprake zou kunnen zijn van een bodemverontreiniging met asbest. Op voorhand is geen concrete informatie bekend waaruit blijkt dat t.p.v. de onderzoekslocatie asbesthoudend materiaal in de bodem aanwezig is. Er is in dit onderzoek vooralsnog geen onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in grond uitgevoerd. Het opgeboorde monstermateriaal op de onderzoekslocatie is in dit onderzoek visueel beoordeeld op de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal. Opgemerkt dient te worden dat asbestanalyses geen deel uitmaken van uitgevoerde analyses in het kader van de NEN-5740+A1. Onderhavig onderzoek betreft geen asbest onderzoek in bodem volgens NEN-5707+C2 of NEN-5897+C2. Er bestaat echter altijd de mogelijkheid dat asbest (afval/puin) ed. in de bodem terecht gekomen is of is begraven. Alleen een verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707+C2 of onderzoek asbest in puin volgens NEN-5897+C2 kan een uitspraak doen over de evt. aanwezigheid van asbest in de bodem. Tevens dient opgemerkt te worden dat aanwezig puinmateriaal en/of (half)verhardingsmaterialen niet chemisch-analytisch zijn onderzocht.

januari ’22

12

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Havermarsweg / Plaggenmarsweg percelen sectie O nrs. 2341 en 2343 te Hardenberg

3

VELDONDERZOEK

In dit hoofdstuk wordt het uitgevoerde veldwerkonderzoeksprogramma beschreven. Daarnaast worden de resultaten van het veldonderzoek weergegeven. 3.1

Uitvoering van het veldonderzoek

Het veldonderzoek is uitgevoerd onder procescertificaat BRL SIKB 2000 en conform de eisen uit de protocollen 2001 en 2002. Het onderzoeksprogramma is ruimtelijk weergegeven in bijlage 2. In deze bijlage zijn alle geplaatste boringen geprojecteerd. De monstername van grondmonsters t.b.v. PFAS onderzoek is uitgevoerd volgens de handreiking voor het bemonsteren van PFAS-verbindingen (Expertisecentrum PFAS, VVMA en VKB.) In tabel 9 zijn de uitvoeringaspecten opgenomen. tabel 9: uitvoeringsaspecten

onderdeel:

uitgevoerd door:

datum:

bijzonderheden:

uitvoeren van boringen, het plaatsen van de peilbuis en het nemen van grondmonsters (protocol 2001)

dhr. A.D.M. van Wuykhuyse 15-11-2021 en (erkend en geregistreerd) 14-12-2021

geen bijzonderheden

nemen van grondwatermonsters (protocol 2002)

dhr. A.D.M. van Wuykhuyse 21-12-2021 (erkend en geregistreerd)

geen bijzonderheden

locatie-inspectie

dhr. A.D.M. van Wuykhuyse 15-11-2021 en (erkend en geregistreerd) 14-12-2021

geen bijzonderheden

Bedrijfs- en persoonerkenningen zijn weergegeven op de internetsite van Bodem+ (https://www.bodemplus.nl/aanvragen/erkenningen/zoekmenu). Een onafhankelijkheidsverklaring is opgenomen in bijlage 5. Alle geplaatste boringen zijn zodanig ruimtelijk verspreid over de onderzoekslocatie dat een zo representatief mogelijke indruk van de onderzoekslocatie wordt verkregen. De positionering van alle boringen is weergegeven in bijlage 2. Het veldwerkprogramma staat weergegeven in tabel 10. tabel 10: veldwerkprogramma Onderdeel

Aantal

Diepte (m-mv)

Nummers

28

Ca.0.5

13 t/m 40

4

Ca 2.0

9+10+11+12

8

Max. ca. 2.4

1 t/m 8

Onderzoekslocatie (ca. 66.330 m2) Boringen Peilbuis

De geplaatste peilbuizen zijn opgebouwd uit 1 meter HDPE peilfilter omstort met filtergrind. Het filtergrind zorgt voor een goede instroming van het grondwater in het filter, daarnaast voorkomt het dat het filter dichtslibt. De peilfilters bevinden zich 0.5 meter beneden het grondwaterniveau. Boven de peilfilters bevindt zich blinde HDPE opzetbuis, omstort met bentoniet (zwelklei). De zwelklei dient ervoor te zorgen dat toestroming vanuit de bovengrond wordt voorkomen. De peilbuizen zijn geplaatst conform de eisen uit het protocol 2001.

januari ’22

13

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Havermarsweg / Plaggenmarsweg percelen sectie O nrs. 2341 en 2343 te Hardenberg

monstername grond Het vrijkomende bodemmateriaal is zintuiglijk beoordeeld op bodemkundige eigenschappen, o.a. de korrelgrootteverdeling (textuur), kleur en eventueel aanwezige verontreinigingskenmerken. Na de zintuiglijke beoordeling is het bodemmateriaal in trajecten van 0,5 meter of per afwijkende bodemlaag bemonsterd. Grondmonsters t.b.v. analyse op vluchtige aromaten zijn m.b.v. een steekbus bemonsterd. Grondmonsters zijn genomen conform de eisen uit het protocol 2001. monstername grondwater Om representatieve grondwatermonsters te verkrijgen zijn de peilbuizen, na plaatsing en voor monstername, grondig (3 maal de inhoud van het peilfilter) afgepompt. Voorafgaand aan de bemonstering is de grondwaterstand t.o.v. het maaiveld ingemeten. Grondwatermonsters zijn genomen conform de eisen uit het protocol 2002 en NEN-5744 (literatuur 11). Tijdens de monstername van het grondwater is in het veld de zuurgraad (pH) en de elektrische geleidbaarheid (EGV) bepaald. 3.2

Resultaten van het veldonderzoek

bodemopbouw De boorprofielbeschrijvingen van alle verrichte boringen met bijbehorende zintuiglijke waarnemingen zijn grafisch uitgewerkt en opgenomen in bijlage 3. In tabel 11 is op basis van de waarnemingen de lokale bodemopbouw beschreven. tabel 11: lokale bodemopbouw bodemlaag m-mv 0.0-0.5 0.5-0.9 0.9-2.4

hoofdbestanddeel

toevoeging

kleur

zand, matig fijn zand, matig fijn zand, matig fijn

zwak siltig zwak siltig, plaatselijk leemlagen zwak siltig

bruin/oranje geel/grijs grijs

veldmetingen grondwater De resultaten van de veldwaarnemingen van het grondwater zijn weergegeven in tabel 12. tabel 12: veldwaarnemingen grondwater Peilbuis

EGV troebelheid geleidingsvermogen (NTU) µS/cm 1 1.4-2.4 0.88 5 6.6 370 8 2 1.3-2.3 0.76 5 6.3 330 22 3 1.3-2.3 0.78 5 6.5 340 17 4 1.3-2.3 0.69 5 5.9 280 24 5 1.3-2.3 0.77 5 6.3 380 9 6 1.4-2.4 0.74 5 5.9 420 6 7 1.3-2.3 0.76 5 6.4 290 12 8 1.3-2.3 0.74 5 6.1 360 18 In de genomen grondwatermonsters is plaatselijk een hogere troebelheid gemeten dan voor natuurlijke troebelheid verwacht wordt (≥10 NTU). De peilbuizen hebben voldoende rusttijd gehad na plaatsing (minimaal een week). Ook zijn de peilbuizen zorgvuldig en met een voldoende laag debiet afgepompt zodat de grondwaterstand in de peilbuis slechts gering is gedaald tijdens afpompen (< 50 cm). Daarom wordt aangenomen dat er geen sprake is geweest van een verstoord bodemevenwicht tijdens monsterneming, en dat de gemeten waarde voor troebelheid een natuurlijke oorzaak hebben (zwevende stoffen als lutum of silt in het grondwater). Zwevende delen kunnen leiden tot verhoogde meetwaarden in het grondwater als gevolg van matrixstoringen bij de analyse en ab- en adsorptie organische verbindingen en zware metalen aan deze zwevende delen

januari ’22

filtertraject m-mv

grondwaterstand m-mv

voorpompen liter

pH

14

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Havermarsweg / Plaggenmarsweg percelen sectie O nrs. 2341 en 2343 te Hardenberg

zintuiglijke waarnemingen grond Het bij de boringen vrijkomende bodemmateriaal is zintuiglijk beoordeeld op eventuele afwijkingen. De zintuiglijke waarnemingen zijn omschreven en grafisch weergegeven in bijlage 3. Op basis van zintuiglijke waarnemingen zijn in het opgeboorde bodemmateriaal geen bijzonderheden waargenomen. grondwater Het bemonsterde grondwater bevatte geen zintuiglijk waarneembare afwijkingen. asbest Tijdens de locatie-inspectie is aandacht geschonken aan de aanwezigheid van asbest op het maaiveld, hierbij is op het maaiveld geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Het opgeboorde monstermateriaal (grond) is zintuiglijk beoordeeld op de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal. Op basis van zintuiglijke waarnemingen van het opgeboorde monstermateriaal is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen (indicatieve waarneming). Hierbij wordt opgemerkt dat in dit onderzoek handboringen zijn uitgevoerd met een 5 cm edelman boor de trefkans op het aantreffen van asbesthoudend materiaal (t.g.v. verdringing van materiaal) is kleiner dan bij het graven van inspectiegaten volgens NEN-5707+C2. Bij het graven van proefgaten of proefsleuven ontstaat een beter beeld van eventueel aanwezig bodemvreemd materiaal.

Met nadruk wordt vermeld dat onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in de bodem/puin geen onderdeel uitmaakt van het onderhavige onderzoek dat volgens NEN-5740+A1 is uitgevoerd. Het onderhavige onderzoek kan daarom geen uitspraak doen over de aan- of afwezigheid van asbest in de bodem op de onderhavige locatie. Opgemerkt dient te worden dat geen asbestanalyses van grond en/of puin e.d. hebben plaatsgevonden. Asbestanalyses maken geen deel uit van verkennend bodemonderzoek in het kader van de NEN-5740+A1. Tevens wordt opgemerkt dat de zintuiglijke beoordeling op asbest en de locatie-inspectie niet opgevat dient te worden als een onderzoek uitgevoerd op basis van NEN-5707+C2 (asbestonderzoek in grond) en/of NEN-5897+C2 (monsterneming en analyse van asbest in onbewerkt bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat). Alleen een asbestonderzoek volgens NEN-5707+C2 / NEN-5897+C2 geeft meer zekerheid over de aanwezigheid van asbest in de bodem resp. puin. De chemische samenstelling van eventueel aanwezig verhardingsmateriaal is niet in dit onderzoek onderzocht.

januari ’22

15

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Havermarsweg / Plaggenmarsweg percelen sectie O nrs. 2341 en 2343 te Hardenberg

4

CHEMISCH-ANALYTISCH ONDERZOEK

In dit hoofdstuk worden de uitvoering, het toetsingskader en de resultaten van de chemische analyses besproken. Vervolgens worden de resultaten van het chemisch-analytisch onderzoek geïnterpreteerd Het chemisch onderzoek van grond is uitgevoerd door het NEN-EN-ISO 17025 geaccrediteerde milieulaboratorium van Omegam. Alle analyses zijn geanalyseerd volgens het accreditatieschema AS3000 “laboratoriumanalyses voor milieuhygiënisch bodemonderzoek”, waarvoor Omegam is geaccrediteerd en erkend door het ministerie van I&W. De conservering van grond- en grondwatermonsters is uitgevoerd conform SIKB protocol 3001 “conserveringsmethoden en conserveringstermijnen voor milieumonsters”. 4.1

Onderzoeksprogramma chemisch-analytisch onderzoek

grond Teneinde in het kader van het verkennend bodemonderzoek een indruk te krijgen van de algemene kwaliteit van de grond zijn de grondmonsters, welke tijdens het veldonderzoek zijn genomen, in het laboratorium met elkaar gemengd tot grondmengmonsters. grondwater Uit de geplaatste peilbuizen zijn grondwatermonsters genomen en geanalyseerd. In onderstaande tabel 13 wordt de samenstelling van de grondmengmonsters, grondwatermonsters, de monsternamediepte en de uitgevoerde analyses weergegeven. tabel 13: analyseschema Monstercode

boringnummer(s)

diepte (m-mv)

zintuiglijke analysepakket waarnemingen

MM1

3+4+10+20 t/m 22+24 t/m 26

0.0-0.5

-

MM2

5+6+11+27 t/m 30+32+33

0.0-0.5

-

MM3

1+2+9+13 t/m 16+18+19

0.0-0.5

-

MM4

7+8+12+34 t/m 36+38 t/m 40

0.0-0.5

-

MM5

3+4+10

0.5-2.0

-

NEN-grond(*) +PFAS 28 handelingskader+AS3000 NEN-grond(*) +PFAS 28 handelingskader+AS3000 NEN-grond(*) +PFAS 28 handelingskader+AS3000 NEN-grond(*) +PFAS 28 handelingskader+AS3000 NEN-grond(*)+AS3000

MM6

5+6+11

0.5-2.0

-

NEN-grond(*)+AS3000

MM7

1+2+9

0.5-2.0

-

NEN-grond(*)+AS3000

MM8

7+8+12

0.5-2.0

-

NEN-grond(*)+AS3000

grond

verklaring van de gebruikte afkortingen en codes:(1) * NEN-grond = Standaard Pakket Grond omvat AS3000 voorbehandeling, 9 zware metalen, PAK (10-VROM), minerale olie (GC), PBC’s, droge stof, organische stof en lutum; **NEN-water = Standaard Pakket Grondwater omvat AS3000 voorbehandeling zware metalen, vluchtige aromaten (incl. naftaleen), chloorhoudende oplosmiddelen, chloorbenzenen, minerale olie, styreen en bromoform; Zware metalen = barium (Ba)/cadmium (Cd)/Cobalt(Co)/koper (Cu)/lood (Pb)/nikkel (Ni)/zink (Zn)/Molybdeen (Mo)/kwik(Hg); Vluchtige aromaten = Benzeen (B), Tolueen (T), Ethylbenzeen (E), Xylenen (X), Naftaleen (N) Styreen (S) (BTEXNS); PCB = Polychloorbifenylen; PAK = Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen; VOH = Vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen. Bromoform = Tribroommethaan

januari ’22

16

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Havermarsweg / Plaggenmarsweg percelen sectie O nrs. 2341 en 2343 te Hardenberg

vervolg tabel 13: analyseschema Monstercode

boringnummer(s)

diepte (m-mv)

zintuiglijke analysepakket waarnemingen

1 (peilbuis)

1

1.4-2.4

-

NEN-grondwater(**)

2 (peilbuis)

2

1.3-2.3

-

NEN-grondwater(**)

3 (peilbuis)

3

1.3-2.3

NEN-grondwater(**)

4 (peilbuis)

4

1.3-2.3

NEN-grondwater(**)

5 (peilbuis)

5

1.3-2.3

NEN-grondwater(**)

6 (peilbuis)

6

1.4-2.4

NEN-grondwater(**)

7 (peilbuis)

7

1.3-2.3

NEN-grondwater(**)

8 (peilbuis)

8

1.3-2.3

NEN-grondwater(**)

grondwater

verklaring van de gebruikte afkortingen en codes:(1) * NEN-grond = Standaard Pakket Grond omvat AS3000 voorbehandeling, 9 zware metalen, PAK (10-VROM), minerale olie (GC), PBC’s, droge stof, organische stof en lutum; **NEN-water = Standaard Pakket Grondwater omvat AS3000 voorbehandeling zware metalen, vluchtige aromaten (incl. naftaleen), chloorhoudende oplosmiddelen, chloorbenzenen, minerale olie, styreen en bromoform; Zware metalen = barium (Ba)/cadmium (Cd)/Cobalt(Co)/koper (Cu)/lood (Pb)/nikkel (Ni)/zink (Zn)/Molybdeen (Mo)/kwik(Hg); Vluchtige aromaten = Benzeen (B), Tolueen (T), Ethylbenzeen (E), Xylenen (X), Naftaleen (N) Styreen (S) (BTEXNS); PCB = Polychloorbifenylen; PAK = Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen; VOH = Vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen. Bromoform = Tribroommethaan

januari ’22

17

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Havermarsweg / Plaggenmarsweg percelen sectie O nrs. 2341 en 2343 te Hardenberg

4.2

Toetsingscriteria

Om de kwaliteit van de bodem en de mate van verontreiniging te kunnen beoordelen, zijn de analyseresultaten van grondmonsters getoetst aan de geldende toetsingswaarden; 1) de achtergrondwaarde (AW-2000) zoals opgenomen in bijlage B van “de Regeling Bodemkwaliteit” 2) de interventiewaarde zoals opgenomen in tabel 1 van “de Circulaire Bodemsanering”, De toetsing van de meetresultaten is uitgevoerd middels BoToVa, de Bodem Toets Validatie Service van de overheid voor grond, grondwater en waterbodem, waarbij de toetsmodules T12 en T13 zijn gehanteerd. BoTova gaat uit van het wettelijk kader dat per 1 juli 2013 van kracht is. In de BoToVa toetsing worden de meetwaarden gecorrigeerd/teruggerekend voor de “standaard bodem” (humus=10% en lutum=25%). Generiek toetsingskader Voor de beoordeling van de analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters wordt gebruik gemaakt van de achtergrondwaarden grond zoals opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit, de streefwaarden grondwater en interventiewaarden grond en grondwater zoals opgenomen in de Circulaire bodemsanering. Achtergrondwaarde (AW-2000): De achtergrondwaarde (AW-2000) geeft de kwaliteit weer die 'van nature' voorkomt in de bodem van natuur- en landbouwgronden waarvoor geldt dat er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen.

De achtergrondwaarden zijn opgenomen in het Besluit Bodemkwaliteit en zijn gebaseerd op het onderzoek ‘Achtergrondwaarden 2000’. Hierin zijn gehalten vastgesteld van een groot aantal stoffen in bodem van natuur- en landbouwgronden in Nederland. De achtergrondwaarde (AW-2000) geeft het niveau aan waarbij sprake is van duurzame bodemkwaliteit. Bij overschrijding van de achtergrondwaarde is er sprake van bodemverontreiniging. Tussenwaarde/bodemindex-waarde >0,5: De gemiddelde waarde van de achtergrondwaarde en de interventiewaarde (S+I)/2, hierna te noemen 'tussenwaarde'(T), wordt gehanteerd om aan te geven dat bij overschrijding de kans aanwezig is dat er sprake is van een ernstige verontreiniging, ofwel dat nader onderzoek noodzakelijk is. De tussenwaarde heeft geen wettelijke status maar is een indicatieniveau voor het uitvoeren van aanvullend onderzoek. De tussenwaarde geeft het concentratieniveau aan waarboven onder bepaalde omstandigheden risico’s voor mens en milieu aan de orde kunnen zijn. De tussenwaarde is zodoende een indicatiewaarde voor nader onderzoek. Bij overschrijding van de T-waarde of bodemindex waarde (>0,5) dient aanvullend/nader bodemonderzoek in overweging genomen te worden. Een nader onderzoek wordt uitgevoerd indien er een vermoeden bestaat dat er sprake is van een ernstig geval van bodemverontreiniging.

Interventiewaarde: De interventiewaarde (I) geeft aan dat bij overschrijding van deze waarde de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, plant en dier ernstig zijn verminderd of dreigen te worden verminderd. Is er sprake van een ernstige bodemverontreiniging en wordt de interventiewaarde in meer dan 25 m3 grond of 100 m3 grondwater (bodemvolume) overschreden, dan kan er noodzaak zijn tot sanering. De saneringsurgentie wordt bepaald door blootstellingsrisico's van mens, dier en plant en de verspreidingsrisico's van de betreffende stoffen (actuele risico’s). De interventiewaarden zijn gebaseerd op de risico's voor de volksgezondheid en het milieu (onderzoek RIVM). Bij de beoordeling van bodemverontreiniging aan de hand van de genoemde toetsingswaarden spelen nog een aantal aspecten een rol. Rekening dient te worden gehouden met het feit dat de mobiliteit van stoffen in de bodem en daardoor de verspreiding van stoffen afhankelijk is van diverse bodemkenmerken. Daarnaast speelt de bestemming en het gebruik van de locatie in de huidige situatie alsmede de toekomstige situatie, een grote rol bij de beoordeling van de risico's voor het milieu.

januari ’22

18

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Havermarsweg / Plaggenmarsweg percelen sectie O nrs. 2341 en 2343 te Hardenberg

4.3

Analyseresultaten en interpretatie

In deze paragraaf zijn de resultaten van de chemische analyses van de grond- en grondwatermonsters, gerelateerd aan toetsingswaarden, weergegeven in tabelvorm. Na elke tabel worden de onderzoeksresultaten besproken. In bijlage 4 zijn van alle uitgevoerde analyses de analysecertificaten van Omegam opgenomen. 4.3.1

Milieuhygiënische kwaliteit grond

boven- en ondergrond (0.0-2.0 m-mv) In tabel 14 t/m 17 wordt een volledig overzicht weergegeven van de analyseresultaten getoetst aan de toetsingswaarde. tabel 14: gemeten gehaltes (mg/kg d.s.) in grond met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Project Certificaten Toetsing Toetsversie

OPID 59817893#21-M10146-Havermarsweg/Plaggenmarsweg O nrs.2341 en 2343 te Hardenberg 1275481 T.12 - Beoordeling kwaliteit van grond volgens Wbb BoToVa 3-1-2000 Toetsdatum: 23 december 2021 15:08

Parameters

Toetsing

Analyse Eenheid AW T Lutum/Humus Organische stof % (m/m ds) Lutum % (m/m ds) Droogrest droge stof % Metalen ICP-AES barium (Ba) mg/kg ds 190 555 cadmium (Cd) mg/kg ds 0,6 6,8 kobalt (Co) mg/kg ds 15 102,5 koper (Cu) mg/kg ds 40 115 kwik (Hg) (niet vluchtig) mg/kg ds 0,15 18,075 lood (Pb) mg/kg ds 50 290 molybdeen (Mo) mg/kg ds 1,5 95,75 nikkel (Ni) mg/kg ds 35 67,5 zink (Zn) mg/kg ds 140 430 Minerale olie minerale olie (florisil clean-up) mg/kg ds 190 2595 Polycyclische koolwaterstoffen naftaleen mg/kg ds fenantreen mg/kg ds anthraceen mg/kg ds fluoranteen mg/kg ds benzo(a)antraceen mg/kg ds chryseen mg/kg ds benzo(k)fluoranteen mg/kg ds benzo(a)pyreen mg/kg ds benzo(ghi)peryleen mg/kg ds indeno(1,2,3-cd)pyreen mg/kg ds Sommaties som PAK (10) mg/kg ds 1,5 20,75 Polychloorbifenylen PCB - 28 mg/kg ds PCB - 52 mg/kg ds PCB - 101 mg/kg ds PCB - 118 mg/kg ds PCB - 138 mg/kg ds PCB - 153 mg/kg ds PCB - 180 mg/kg ds Sommaties som PCBs (7) mg/kg ds 0,02 0,51 Perfluorcarbonzuren perfluorbutaanzuur (PFBA) µg/kg ds perfluorpentaanzuur (PFPeA) µg/kg ds perfluorhexaanzuur (PFHxA)µg/kg ds perfluorheptaanzuur (PFHpA) µg/kg ds perfluoroctaanzuur (PFOA) lineair µg/kg ds perfluoroctaanzuur (PFOA) vertakt µg/kg ds perfluornonaanzuur (PFNA) µg/kg ds perfluordecaanzuur (PFDeA)µg/kg ds perfluorundecaanzuur (PFUnDA) µg/kg ds perfluordodecaanzuur (PFDoDA) µg/kg ds perfluortridecaanzuur (PFTrDA) µg/kg

ds perfluortetradecaanzuur (PFTeDA) µg/kg ds perfluorhexadecaanzuur (PFHxDA) µg/kg ds perfluoroctadecaanzuur (PFODA) µg/kg ds Perfluorsulfonzuren perfluorbutaansulfonzuur (PFBS) µg/kg ds perfluorpentaansulfonzuur µg/kg (PFPeS) ds perfluorhexaansulfonzuur (PFHxS) µg/kg ds perfluorheptaansulfonzuur(PFHpS) µg/kg ds perfluoroctaansulfonzuur (PFOS) µg/kglineair ds perfluoroctaansulfonzuur (PFOS) µg/kgvertakt ds perfluordecaansulfonzuur (PFDS) µg/kg ds Perfluorverbindingen - precursors 4:2 fluortelomeer sulfonzuur µg/kg (4:2 ds FTS) 6:2 fluortelomeer sulfonzuur µg/kg (6:2 ds FTS) 8:2 fluortelomeer sulfonzuur µg/kg (8:2 ds FTS) 10:2 fluortelomeer sulfonzuur µg/kg (10:2 ds FTS) Perfluorverbindingen - overig N-methylperfluoroctaansulfonamide µg/kg ds acetaat (MeFOSAA N-methylperfluoroctaansulfonamide µg/kg ds (MeFOSA) N-ethylperfluoroctaansulfonamide µg/kg dsacetaat (EtFOSAA) perfluoroctaansulfonamideµg/kg (PFOSA) ds 8:2 polyfluoralkyl fosfaat diester µg/kg (8:2 ds diPAP) Perfluorverbindingen - sommaties som PFOA µg/kg ds som PFOS µg/kg ds

januari ’22

I

Monster 6955536 Monster 6955537 Monster 6955538 MM1, 03: 0-50, 04: 0-40, 10: 0-50, 20: 0-50, 21: 0-50, 22:MM2, 0-50, 05: 24: 0-40, 0-50, 06: 25: 0-40, 0-50, 11: 26: 0-50, 0-50 27: 0-50, 28: 0-50, 29:MM5, 0-50, 03: 30: 50-100, 0-50, 32:03: 0-50, 100-150, 33: 0-50 03: 150-200, 04: 50-100, 04: 100-150, 04: 150-200, 10: 100-150 Max. Bodemindex 0,002 Max. Bodemindex 0 Max. Bodemindex 0,004 Toetsoordeel Voldoet aan Achtergrondwaarde Toetsoordeel Voldoet aan Achtergrondwaarde Toetsoordeel Voldoet aan Achtergrondwaarde Ana.Res. Std.Res. T.Oordeel B.Index Ana.Res. Std.Res. T.Oordeel B.Index Ana.Res. Std.Res. T.Oordeel B.Index 2,2 4,1

10 25

0 0

3,2 5,7

10 25

0 0

0,2 1

10 25

0 0

85,1

85,1

@

0

84

84

@

0

83,5

83,5

@

0

920 13 190 190 36 530 190 100 720

27 < 0.2 <3 <5 < 0.05 < 10 < 1.5 <4 < 20

83 < 0.23 < 6.0 < 6.7 < 0.05 < 11 < 1.0 <7 < 30

@ -

0 0 0 0 0 0 0 0 0

31 < 0.2 <3 <5 0,06 11 < 1.5 <4 < 20

82 < 0.22 < 5.3 < 6.2 0,08 16 < 1.0 <6 < 27

@ -

0 0 0 0 0 0 0 0 0

< 20 < 0.2 <3 <5 < 0.05 < 10 < 1.5 <4 < 20

< 54 < 0.24 < 7.4 < 7.2 < 0.05 < 11 < 1.0 <8 < 33

@ -

0 0 0 0 0 0 0 0 0

5000

< 35

< 110

-

0

< 35

< 77

-

0

< 35

< 120

-

0

< 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05

< 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035

0 0 0 0 0 0 0 0 0 0

< 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05

< 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035

0 0 0 0 0 0 0 0 0 0

< 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05

< 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035

0,35

< 0.35

0

0,35

< 0.35

0

0,35

< 0.35

< 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001

< 0.0032 < 0.0032 < 0.0032 < 0.0032 < 0.0032 < 0.0032 < 0.0032

0 0 0 0 0 0 0

< 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001

< 0.0022 < 0.0022 < 0.0022 < 0.0022 < 0.0022 < 0.0022 < 0.0022

0 0 0 0 0 0 0

< 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001

< 0.0035 < 0.0035 < 0.0035 < 0.0035 < 0.0035 < 0.0035 < 0.0035

0,005

< 0.022

-

0,002

0,005

< 0.015

-

0

0,005

< 0.024

< 0.1 < 0.1 < 0.1 < 0.1 0,2 < 0.1 < 0.1 < 0.1 < 0.1 < 0.1 < 0.1 < 0.1 < 0.1 < 0.1

0,07 0,07 0,07 0,07 0,2 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07

@ @ @ @ @ @ @ @ @ @ @ @ @ @

0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0

< 0.1 < 0.1 < 0.1 < 0.1 0,2 < 0.1 < 0.1 < 0.1 < 0.1 < 0.1 < 0.1 < 0.1 < 0.1 < 0.1

0,07 0,07 0,07 0,07 0,2 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07

@ @ @ @ @ @ @ @ @ @ @ @ @ @

0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0

< 0.1 < 0.1 < 0.1 < 0.1 0,2 < 0.1 < 0.1

0,07 0,07 0,07 0,07 0,2 0,07 0,07

@ @ @ @ @ @ @

0 0 0 0 0 0 0

< 0.1 < 0.1 < 0.1 < 0.1 0,1 < 0.1 < 0.1

0,07 0,07 0,07 0,07 0,1 0,07 0,07

@ @ @ @ @ @ @

0 0 0 0 0 0 0

< 0.1 < 0.1 < 0.1 < 0.1

0,07 0,07 0,07 0,07

@ @ @ @

0 0 0 0

< 0.1 < 0.1 < 0.1 < 0.1

0,07 0,07 0,07 0,07

@ @ @ @

0 0 0 0

< 0.1 < 0.1 < 0.1 < 0.1 < 0.1

0,07 0,07 0,07 0,07 0,07

@ @ @ @ @

0 0 0 0 0

< 0.1 < 0.1 < 0.1 < 0.1 < 0.1

0,07 0,07 0,07 0,07 0,07

@ @ @ @ @

0 0 0 0 0

0,3 0,3

0,27 0,27

@ @

0 0

0,3 0,2

0,27 0,17

@ @

0 0

40

1

-

-

0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 -

0 0 0 0 0 0 0 0

-

0,004

19

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Havermarsweg / Plaggenmarsweg percelen sectie O nrs. 2341 en 2343 te Hardenberg

tabel 15: gemeten gehaltes (mg/kg d.s.) in grond met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Parameters

Toetsing

Analyse Eenheid Lutum/Humus Organische stof % (m/m ds) Lutum % (m/m ds) Droogrest droge stof % Metalen ICP-AES barium (Ba) mg/kg ds cadmium (Cd) mg/kg ds kobalt (Co) mg/kg ds koper (Cu) mg/kg ds kwik (Hg) (niet vluchtig) mg/kg ds lood (Pb) mg/kg ds molybdeen (Mo) mg/kg ds nikkel (Ni) mg/kg ds zink (Zn) mg/kg ds Minerale olie minerale olie (florisil clean-up) mg/kg ds Polycyclische koolwaterstoffen naftaleen mg/kg ds fenantreen mg/kg ds anthraceen mg/kg ds fluoranteen mg/kg ds benzo(a)antraceen mg/kg ds chryseen mg/kg ds benzo(k)fluoranteen mg/kg ds benzo(a)pyreen mg/kg ds benzo(ghi)peryleen mg/kg ds indeno(1,2,3-cd)pyreen mg/kg ds Sommaties som PAK (10) mg/kg ds Polychloorbifenylen PCB - 28 mg/kg ds PCB - 52 mg/kg ds PCB - 101 mg/kg ds PCB - 118 mg/kg ds PCB - 138 mg/kg ds PCB - 153 mg/kg ds PCB - 180 mg/kg ds Sommaties som PCBs (7) mg/kg ds

AW

Legenda @ N.B.

januari ’22

T

I

Monster 6955539 MM6, 05: 50-100, 05: 100-150, 05: 150-200, 06: 100-150, 06: 150-200, 11: 50 Max. Bodemindex 0 Toetsoordeel Voldoet aan Achtergrondwaarde Ana.Res. Std.Res. T.Oordeel B.Index 2,4 1,2

10 25

83,3

83,3

@

0

0 0

190 0,6 15 40 0,15 50 1,5 35 140

555 6,8 102,5 115 18,075 290 95,75 67,5 430

920 13 190 190 36 530 190 100 720

< 20 < 0.2 <3 <5 < 0.05 < 10 < 1.5 <4 < 20

< 54 < 0.24 < 7.4 < 7.1 < 0.05 < 11 < 1.0 <8 < 33

@ -

0 0 0 0 0 0 0 0 0

190

2595

5000

< 35

< 100

-

0

< 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05

< 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035

0,35

< 0.35

< 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001

< 0.0029 < 0.0029 < 0.0029 < 0.0029 < 0.0029 < 0.0029 < 0.0029

0,005

< 0.020

1,5

0,02

20,75

0,51

40

1

0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 -

0 0 0 0 0 0 0 0

-

0

Geen toetsoordeel mogelijk <= Achtergrondwaarde De vermelde tussenwaarde is door MijnLab berekend en is niet afkomstig uit BoToVa

20

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Havermarsweg / Plaggenmarsweg percelen sectie O nrs. 2341 en 2343 te Hardenberg

tabel 16: gemeten gehaltes (mg/kg d.s.) in grond met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Project OPID 91835126#21-M10146-Havermarsweg/Plaggenmarsweg O nrs.2341 en 2343 te Hardenberg Certificaten 1288984 Toetsing T.12 - Beoordeling kwaliteit van grond volgens Wbb Toetsversie BoToVa 3-1-2000 Toetsdatum: 23 december 2021 15:10 Parameters

Toetsing

Analyse Eenheid AW T Lutum/Humus Organische stof % (m/m ds) Lutum % (m/m ds) Droogrest droge stof % Metalen ICP-AES barium (Ba) mg/kg ds 190 555 cadmium (Cd) mg/kg ds 0,6 6,8 kobalt (Co) mg/kg ds 15 102,5 koper (Cu) mg/kg ds 40 115 kwik (Hg) (niet vluchtig) mg/kg ds 0,15 18,075 lood (Pb) mg/kg ds 50 290 molybdeen (Mo) mg/kg ds 1,5 95,75 nikkel (Ni) mg/kg ds 35 67,5 zink (Zn) mg/kg ds 140 430 Minerale olie minerale olie (florisil clean-up) mg/kg ds 190 2595 Polycyclische koolwaterstoffen naftaleen mg/kg ds fenantreen mg/kg ds anthraceen mg/kg ds fluoranteen mg/kg ds benzo(a)antraceen mg/kg ds chryseen mg/kg ds benzo(k)fluoranteen mg/kg ds benzo(a)pyreen mg/kg ds benzo(ghi)peryleen mg/kg ds indeno(1,2,3-cd)pyreen mg/kg ds Sommaties som PAK (10) mg/kg ds 1,5 20,75 Polychloorbifenylen PCB - 28 mg/kg ds PCB - 52 mg/kg ds PCB - 101 mg/kg ds PCB - 118 mg/kg ds PCB - 138 mg/kg ds PCB - 153 mg/kg ds PCB - 180 mg/kg ds Sommaties som PCBs (7) mg/kg ds 0,02 0,51 Perfluorcarbonzuren perfluorbutaanzuur (PFBA) µg/kg ds perfluorpentaanzuur (PFPeA) µg/kg ds perfluorhexaanzuur (PFHxA)µg/kg ds perfluorheptaanzuur (PFHpA) µg/kg ds perfluoroctaanzuur (PFOA) lineair µg/kg ds perfluoroctaanzuur (PFOA) vertakt µg/kg ds perfluornonaanzuur (PFNA) µg/kg ds perfluordecaanzuur (PFDeA)µg/kg ds perfluorundecaanzuur (PFUnDA) µg/kg ds perfluordodecaanzuur (PFDoDA) µg/kg ds perfluortridecaanzuur (PFTrDA) µg/kg

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12347160/3