Bijlagen behorende bij toelichting bestemmingsplan 'Buitengebied Hardenberg, Bruine Kuilenweg 1, Ane'
Tekst van het document
Buitengebied Hardenberg, Bruine Kuilenweg 1 Ane
Inhoudsopgave
Bijlagen bij de toelichting
3
Bijlage 1
Ruimtelijk Kwaliteitsplan
4
Bijlage 2
Verkennend en nader bodemonderzoek
26
Bijlage 3
Kaart Verordening geurhinder en veehouderij
125
Bijlage 4
Geuronderzoek
127
Bijlage 5
Quickscan flora en fauna
146
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Bruine Kuilenw eg 1 Ane | PAGINA 2
Bijlagen bij de toelichting
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Bruine Kuilenw eg 1 Ane | PAGINA 3
Bijlage 1
Ruimtelijk Kwaliteitsplan
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Bruine Kuilenw eg 1 Ane | PAGINA 4
ruimtelijk kwaliteitsplan Bruine Kuilenweg 1 Ane
Door:
dé Erfontwikkelaar b.v. Radewijkerweg 9 7791 RJ Radewijk
Telefoonnummer E-mail Internet Project Auteur Datum laatst gewijzigd Bestandsnaam Aantal pagina’s
06 24 88 38 28 herbert@erfontwikkelaar.nl www.erfontwikkelaar.nl 1829 H. Oldehinkel 28 februari 2022 1610-RKP-02.indd 16
Niets uit dit document mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en/of dé Erfontwikkelaar b.v.
INHOUDSOPGAVE 1 INTRODUCTIE
1
2 VIGEREND BELEID
4
2.1.
omgevingsvisie overijssel
4
2.2.
gemeente hardenberg
4
3 B E S TA A N D E S I T U AT I E
6
3.1.
6
beeldkwaliteit
4 RU I MT EL I J K K WA L I T EI T S P L A N
8
4.1.
ruimtelijk onderbouwing
8
4.2.
samenvatting maatregelen
8
4.3.
kwaliteitsimpuls groene omgeving
12
5 B EEL D K WA L I T EI T S P L A N
14
5.1.
14
compensatiewoning
1 INTRODUCTIE dé Erfontwikkelaar is gevraagd een visie te geven op de inrichting als onderdeel van een ontwikkeling aan de Bruine Kuilenweg 1 te Ane. Op dit perceel was een varkenshouderij actief. Het bedrijf is reeds gestaakt waarmee het overgrote deel van de stallen geen gebruikswaarde meer kennen. Middels de beleidsnotitie ‘Erven met kwaliteit’ worden de landschapsontsierende bebouwing gesloopt waarmee ter compensatie twee woningen op het erf gebouwd kunnen worden. Een bestaande stal blijft behouden voor kleinschalige bedrijfsactiviteiten aan huis. Het doel is dat de ruimtelijke kwaliteit versterkt wordt. Deels wordt dit bereikt door de sloop van landschapsontsierende bebouwing en deels door het landschappelijk goed inpassen van het erf. Ten grondslag van dit Ruimtelijk kwaliteitsplan ligt de visienota buitengebied Hardenberg en de LandschapsIdentiteitsKaarten Slagharen-de krim- (Oud Lutten). Naast het beleid zijn ook de wensen en de randvoorwaarden van opdrachtgever verwerkt in een plan.
1
lo catie plangebie d
mestsilo saneren
zoekgebied compensatiewoning 1
schuur behouden
te slopen schuur
Op het erf staat in totaal aan 2.181 m2 aan bestaande boerderij behouden
zoekgebied compensatiewoning 1
landschapsontsierende bebouwing. Een bestaande stal is recent gebouwd en zal behouden blijven. In overeenstemming met de gemeente Hardenberg wordt er aan de noord- en oostzijde een compensatiekavel ontwikkeld.
2
plangebied en omgeving rond 1900
plangebied en omgeving rond 1950
plangebied en omgeving rond 2020
3
2 VIGEREND BELEID
flanken met erven en esdorpen, kleinschalige natte laagtes met beken en - voormalige - grote open heidevelden. De ordening
2.1.
OMGEVINGSVISIE OVERIJSSEL
van het landschap volgt de natuurlijke ondergrond van hoog
De Provincie Overijssel heeft het Streekplan, het verkeer- en
en laag en nat en droog en is als een spinnenwebstructuur
vervoerplan, het waterhuishoudingsplan en het milieube-
gegroeid vanuit de nederzettingen.
leidsplan samengevoegd tot de Omgevingsvisie. Het vormt het provinciale beleidsplan voor de fysieke leefomgeving van
2.2.
Overijssel. De Provincie Overijssel stuurt op ruimtelijke kwali-
Visienota Buitengebied Hardenberg
teit en duurzaamheid. Bestaande kwaliteiten moeten worden
De Visienota Buitengebied van de gemeente Hardenberg (2006)
beschermd en er moeten verbindingen worden gelegd tussen
is een ruimtelijke visie voor het buitengebied van de gemeente
deze bestaande kwaliteiten en nieuwe ontwikkelingen. Dat wil
Hardenberg. Het perceel valt in gebied Vechtdal.
GEMEENTE HARDENBERG
dekzand
zeggen dat nieuwe ontwikkelingen moeten bijdragen aan de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Voor het behoud en
In de Visienota Buitengebied worden, op hoger niveau, gebieds-
het versterken van de ruimtelijke kwaliteit vormen essentiële
kenmerken beschreven en ontwikkelingsrichtingen aangegeven.
gebiedskenmerken het uitgangspunt.
Dit is in LIK’s en de Ontwikkelingsvisie verder uitgewerkt.
Gebiedskenmerken
Gebiedskenmerken Landschapstype: Essen- en hoevenlandschap Landschapsbeeld: kleinschalig Huidige functies: landbouw en wonen
Middels een verdeling in 4 lagen zijn de gebiedskenmerken binnen de Omgevingsvisie toegelicht: De natuurlijke laag De laag van het agrarisch-cultuur landschap De stedelijke laag De laag van de beleving Toelichting: Hoogveen als natuurlijke laag en essenlandschap Het gebied ligt in de natuurlijke laag hoogveen met het essen-
Landschapskenmerken: Kleinschalig landschap; eikenbomen – singels; kronkelend patroon van wegen; licht glooiend landschap; verspreid bebouwingspatroon; grootschalig reliëf bij Oud-Lutten (Lutteres).
landschap als agrarisch cultuurlandschap. De ontwikkelingspersectief is mixlandschap met wonen, werken en recreeren als goede buur.
natuurlijke laag
essenlandschap Huidige functies Kleinere) boerenbedrijven; wonen; bedrijvigheid.
Het samenhangend systeem van open essen, kleinschalige 4
agrarisch cultuurlandschap
Landschapsidentiteitskaarten: In de LIK worden de specifieke kenmerken en kwaliteiten van het deelgebied vastgelegd, welke de basis vormen van zowel het bestemmingplan als de structuurvisie en het landschapsontwikkelingsplan. ESSEN- EN HOEVENLANDSCHAP Sterk: Boerderijen gelegen aan de flank van de es; Saksische boerderijen in Oud Lutten en Holthone; kronkelig wegenpatroon; grootschalige verkaveling van de essen; eenmansessen; houtwallen; wegbeplanting; open ruimten op de Lutter es; massa geclusterd op erven en perceelgrenzen. Kansen: Nieuwe bebouwing qua architectuur laten passen bij de gebiedskenmerken; uitvoering achterstallig onderhoud en herstel landschapselementen; versterking groenblauw netwerk en verhoging biodiversiteit door herstel en onderhoud kleine landschapselementen.
Boerderijen die u het gevoel geven dat de tijd heeft stilgestaan. De houtwallen en singels, bosjes en bomen langs deze weg geven het landschap een toegankelijk en open karakter. meer info: www.mijnlandschapid.nl
5
3 B E S TA A N D E S I T U AT I E 3.1.
BEELDKWALITEIT
Het erf bestaat uit een groot oppervlakte varkensstallen die achter de boerderij staan. Van oorsprong is er om het bedrijf een houtsingel aangeplant die het bedrijf grotendeels afschermde. Buiten deze houtsingel, aan de noordzijde, staat een mestopslag. Het erf is sober en functioneel ingericht. Er is een duidelijke scheiding tussen het ‘voor’ erf met fruitbomen, beukenhagen en enige sierbeplanting en het achtererf dat veel functioneler is ingericht met veel verharding. De erven in de omgeving kenmerken zich door de sterke relatie met het landschap. Vaak lopen bomenrijen of houtwallen langs of over het erf. Daarmee zijn de erven verweven met het landschap. In de nabije omgeving komen veel bossen voor. Het contrast met de meer open essen is waardevol. De erven kennen geen harde overgangen naar het landschap en worden niet geheel afgeschermd. Het erf aan de Bruine Kuilenweg kent geen relatie met de omgeving en ligt meer als een groen eiland in een open gebied. Belangrijkste ruimtelijke kenmerken: de boerderij is het hoofdgebouw op het erf en vormt met de te behouden schuur een ensemble het erf sluit qua opbouw meer aan op erven in het besloten heideontginningslandschap; de te behouden schuur staat op een logische plek en past in het landschap veel gebiedseigen hagen op het erf; karakteristieke en waardevolle peer op het voorerf; het erf kent meerdere inritten. 6
de boerderij met de schuur vormt een passend ensemble
tin
g
lutteres
w
eg be pl
an
opstrekkende verkaveling
ep
e k
uil
geb
uin
en
plangebied
we
g
we
br
la
nt
ing
openheid
opstrekkende verkaveling
weg
dedemvaartse
7
veenontginning het erf in het landschap
4 RUIMTELIJK
worden uitgevoerd als schuurwoning om daarmee de rela-
dan niet voorzien van enkele grote bomen, hagen of stru-
tie met de bestaande boerderij te behouden. Tevens wordt
weel. Richting de weg zijn de tuinen open en er is zicht op
lintbebouwing voorkomen maar blijft de ontwikkeling wel
de bebouwing. De erven in het essenlandschap kennen een
binnen de contour van het oorspronkelijke erf. De wonin-
duidelijke cluster en worden veelal ontsloten door meerdere
gen worden getoetst aan de welstandsnota en moeten een
inritten. Op het erf zullen de bestaande inritten behouden
ingetogen landelijke uitstraling kennen.
blijven (één inrit wordt verlegd). Er wordt zo voorkomen dat
Één bestaande schuur kan behouden blijven. Deze is bouw-
er onnodig veel verharding aangelegd hoeft te worden. Om
kundig in goede staat, heeft geen asbestdak, en kent nog
het voorerf en het hoofdgebouw extra te accentueren blijft de
een goede vervolgfunctie (kleinschalige bedrijfsactiviteiten
beukenhaag rondom de tuin behouden. Ook een karakteristie-
aan huis). De schuur staat relatief dicht bij de boerderij
ke perenboom blijft behouden. De randen van het erf bestaan
Uitgangspunten gemeente:
waarbij het een passend ensemble blijft. Daarnaast past de
uit uitgewassen beplanting. Het is beter deze te rooien en
sloop alle landschapsontsierende bebouwing landschappelijk goed inpassen van het gehele erf; enkel gebruik streekeigen beplanting; aansluiten op de gebiedskenmerken van het essenlandschap zoals is omschreven in de LandschapsIdentiteitsKaarten.
schuur qua verschijning in het landschap en bij de woon-
te vervangen door een bomenrij. (zwarte els en ruwe berk).
bestemming. Deze bestaat grotendeels uit donkere platen
Hiermee zal het erf beter te zien zijn vanuit de omgeving. Aan
met enkel aan de zijkant metselwerk. Het dak is asbestvrij
de oostzijde van de bestaande boerderij wordt op de erfgrens
en er liggen zonnepanelen op. Bij verbouw moet er gewerkt
een beukenhaag voorzien. Dit is een passende afscherming en
worden met materialen in een gedekte kleurstelling aanslui-
geeft de tweede compensatiewoning de gewenste privacy. In
tend op de bestaande materialisatie van de schuur.
de tuin is ruimte voor een grote solitaire bomen (Hollandse
K WA L I T EI T S P L A N Uitgangspunten initiatiefnemer: sloop varkensstallen (1950 m2) sloop mestsilo (231 m2) herbestemmen bestaande schuur naar statische opslag; twee compensatiewoningen; behouden boerderij.
Uitgangspunten provincie: het erf moet aansluiten op de gebiedskenmerken (essenlandschap) volgens de Omgevingsvisie Overijssel; de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving is van toepassing en wordt in hoofdstuk 4.2 nader toegelicht.
Linde) en hoogstamfruitbomen. De gebouwen op de erven
Groenstructuur en inrichting erf:
blijven in de omgeving deels zichtbaar. Dit is een kwaliteit van
Vanuit de landschapsidentiteitskaarten is het gewenst om in
het landschap. De erven kennen geen harde begrenzing, er is
het essen- en hoevenlandschap de diversiteit in richtingen
daarom gekozen enkel daar hagen toe te passen waar enige
te versterken en te herstellen. Het oorspronkelijke erf kent
beschutting wenselijk is.
RUIMTELIJK ONDERBOUWING
deze typische opbouw niet. Waarschijnlijk omdat het om een
Een belangrijke ruimtelijke voorwaarde is dat dit erf zich
relatief nieuw erf gaat in een nat gebied dat laat ontgonnen is
Schuttingen en hoge opgaande exoten moeten in het buiten-
als eenheid in het landschap moet blijven presenteren. Dat
(en toen al planmatiger). Qua indeling past het erf beter bij de
gebied voorkomen worden.
wordt deels bereikt door een compacte positionering op
kenmerken van het besloten heideontginningslandschap. Bij
het erf en daar te (her) bouwen waar al wat stond.
de uitwerking is er een goede ballans tussen het oorspronkelij-
4.1.
ke erf en de gebiedskenmerken gevonden..
In samenspraak met de gemeente Hardenberg is er voor
8
gekozen om één nieuwe compensatiewoning naast de
Het erf ligt als een groen eiland in een relatief open landschap.
bestaande boerderij te realiseren en één compenatiewo-
Vanaf de Dedemsvaartseweg is het goed te zien. De erven
ning ‘achter’ de te behouden schuur. Deze woning dient te
in de nabije omgeving bestaan uit half open erfensembles, al
4.2. SAMENVATTING MAATREGELEN sloop landschapsontsierende gebouwen; het erf blijft zich als eenheid in het landschap presenteren door één woning aan de weg en één woning achter de bestaande bebouwing te situeren; bestaande beplanting op voorerf blijft behouden; aanplant streekeigen beplanting.
Bestaande peer
5.
Beukenhaag
6.
Bomenrij (zonder beplanting verwijderen)
7.
Boomgroep van berk
8.
Erfpad van halfverharding in een natuurlijke uitstraling
9.
Compensatiewoning 1 (schuurwoning)
project
4.
28 okt. 2021
Bestaande inrit enkel voor privé
datum
3.
1 2
14
a3
Bestaand woning
formaat
2.
1 (3)
Bestaand bijgebouw met zonnenpanelen
tekeningno
1.
1610
14
Legenda
9
15
10. Compensatiewoning 2
7 14
11. Fruitbomen 8
12. Bestaande bomenrij 13. Inrit
1
14. Te slopen landschapsontsierende bebouwing
14
15. Aanplant bomenrij 16. Bestaande lindes 17. Bestaande walnoot 18. Bestaande zomereiken 18
14 2
17
5
6
3
16 4
11 5
9
10
het erfinrichtingsplan
5 13
compensatiewoning 1 schuurwoning
bestaande schuur
bestaande boerderij
compensatiewoning 2
10
visualisatie erf
11
visualisatie erf
4.3.
KWALITEITSIMPULS GROENE OMGEVING
bedrijven en wonen.(mixlandschap). In voorliggend geval is
Met de kwaliteitsimpuls Groene Omgeving biedt de provin-
dan ook sprake van een gebiedseigen functie. Tevens draagt
cie Overijssel beleidsruimte aan gemeenten voor ontwikke-
het initiatief bij aan het sociaal en economisch vitaal houden
lingen in de groene ruimte. Nieuwe ontwikkelingen moeten
van het buitengebied..
mogelijk zijn onder voorwaarde dat ze bijdragen aan de kwaliteit van de leefomgeving. In het buitengebied is ruimte
Schaal en impact op de omgeving
voor grootschalige uitbreidingen en nieuwe ontwikkelingen
De activiteiten zullen plaatsvinden aansluitend op een
mits die gelijk opgaan met verbeteringen van de ruimtelijke
bestaand erf. De schuren aan de Bruine Kuilenweg zijn niet
kwaliteit.
meer in gebruik en zijn daarmee als landschapsontsierend aangemerkt. Het totale bebouwde oppervlakte in het buiten-
Ruimtelijke kwaliteit wordt gerealiseerd door naast bescher-
gebied van Hardenberg neemt af. De schaal van de ontwik-
ming vooral in te zetten op het verbinden van bestaande
keling is klein, mede door de positionering van de gebouwen
gebiedskwaliteiten en nieuwe ontwikkelingen, waarbij
middels de één erfgedachte. De impact op de omgeving is
bestaande kwaliteiten worden beschermd en versterkt en
hiermee beperkt en kan zelfs als positief ervaren worden
nieuwe kwaliteiten worden toegevoegd.
door het opruimen van oude stallen.
De methodiek voor het bepalen van de balans tussen ont-
Eigen belang en maatschappelijk belang
wikkelingsruimte en de gevraagde investering in de groene
Er is sprake van een eigen belang. Het vergroot het woonge-
omgeving, is gericht op het volgende: hoe meer de ontwik-
not en er kunnen gelden gegenereerd worden voor de sloop
keling als gebiedsvreemd te beschouwen is en /of hoe groter
van de opstallen. Ook is er een maatschappelijk belang. Op
de schaal en impact op de ruimtelijke kwaliteit is, des te
het erf aan de Bruine Kuilenweg 1 staan landschapsontsie-
zwaarder weegt dat aan de ontwikkelingskant van de balans
rende bebouwing met asbest. Middels de sloop van het ge-
en hoe hoger de aanvullende kwaliteitsprestaties dan dienen
heel en het opruimen van veel verharding zal de ruimtelijke
te zijn. Als het gaat om een gebiedsvreemde ontwikkeling
kwaliteit van het gehele buitengebied verbeteren. Dit is goed
van een grote schaal en met een grote impact op de omge-
voor de leefomgeving en het landschap.
ving, dan zal een forse investering in het landschap nodig zijn. Om te beoordelen of medewerking kan worden verleend
Tegenprestatie
aan het verzoek, wordt het volgende model gevolgd:
Al met al worden er boven op de basisinspanning aanvullende kwaliteitspretaties gevraagd, die bijdragen aan de
Gebiedseigen ontwikkeling
versterking van de gebiedskenmerken uit het landschapsont-
Het ontwikkelingsperspectief voor het plangebied voorziet
wikkelingsplan en de ontwikkelingsrichting uit de ontwikke-
primair in het bieden van ruimte aan (verbrede) agrarische 12
lingsvisie.
Deze tegenprestatie zal bestaan door het slopen van minimaal 1950 m2 landschapsontsierende bebouwing, het opruimen van de mestsilo 231 m2 en het realiseren van een kwalitatief hoogwaardig erfensemble met gebouwen die passen in het landschap. Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving (KGO) saneren 1950 m2 landschapsontsierende bebouwing en het saneren van een mestsilo 231 m2
Aanplant zwarte els - Alnus glutinosa Aanplantmaat 12-14 met een onderlinge plantafstand van 6-8 (m) Totaal 7 stuks
6
1610
1610-eip-1.vwx herbert
door
1 : 500 1.0
6.
www.erfontwikkelaar.nl telnr: 06 24 88 38 28
Bestaande bomenrij behouden
3
schaal
5.
3
versie
Aan te planten hoogstam fruitbomen Malus/Pyrus/Prunus HO Aanplantmaat 12-14 met een onderlinge afstand van 6 (m) Totaal 8 stuks
Landschaspmaatregelen Bruine Kuilenweg 1 Ane
4.
28 okt. 2021
Aanplant ruwe berk - betula pubescens Aanplantmaat 12-14 met onderlinge plantafstand van 6-10 (m) Totaal 10 stuks
3 datum
3.
5
a3
Nieuw aan te planten beuk - Fagus sylvatica Aanplantmaat 80-100 met 5 st/m1 Eindbeeld is een geschoren haag van max. 1(m) hoog
formaat
2.
1 (3)
Beeldbepalende peer behouden
tekeningno
1.
project
Legenda
bestand
3
3
4 4
4
2 4
4 2
6
1
4 2
4
4
2
13
laat je erf groeien!
de beplanting staat gesitueerd op de landschapsmaatregelen in de bijlage bomen met 2 boompalen en band; bomen in gras ook met 2 maaipalen 30cm; indien beplanting grenst aan terreinen die worden beweid door vee of waar men met voertuigen rijdt, dient deze beplanting te worden beschermd tegen vraatschade/ aanrijschade/verdichting van de wortelzone.
5 B EEL D K WA L I T EI T S P L A N 5.1.
SCHUURWONING
Op de inrichtingstekening (pag 9) worden structuren duidelijk. In hoofdlijnen staan wegen, groen en kavelgrenzen vast. De compensatiewoning zal afzonderlijk van de Welstandsnota getoetst worden aan het beeldkwaliteitsplan. Hiermee is de hierarchie tussen de bebouwing, dat een essentieëel onderdeel van de beeldkwaliteit is, geborgd. Binnen het kader is er voldoende ruimte om een eigen ontwerp van de schuurwoning te ontwikkelen. Om de eenheid in het gebied te bewaken zijn er wel randvoorwaarden opgesteld voor vormgeving, materialisatie, en beplanting. Positionering op de kavel en inhoud woning: De grote van de schuurwoning is maximaal 750 m3. (met een binnenplanse ontheffing kan dit max. 900 m3) worden. Daarbij is er ruimte om onder architectuur de woning vorm te geven. De voorkomende schuren op de erven in dit deel van het Vechtdal zullen als inspiratie moeten dienen. Dit beeldkwaliteitsplan vormt na vaststelling het toetsingskader voor een bouwplan van de schuurwoning met een architectuurstijl passend bij het erf. Vorm De woning heeft een eenvoudige en duidelijk herkenbare hoofdvorm en een rechthoekig grondvlak; het dak dient te bestaan uit een zadeldak met een helling van 35-50 graden; de nokrichting in de lengte van het gebouw.
14
Detaillering en materiaalgebruik:
Detaillering en materiaalgebruik te behouden schuur
De detaillering van de compensatiewoning dient sober te zijn, duidelijk soberder dan die van de boerderijen en landelijke woningen die in de nabije omgeving staan; de dakgoot is subtiel vormgegeven, bijvoorbeeld door een mastgoot. Het vormt een geïntegreerd onderdeel van de hele dakconstructie, geen goot is ook mogelijk; de materialen zijn niet glimmend en passen qua oppervlakte en structuur goed in de omgeving eenduidig materiaalgebruik zoals bakstenen, rabatdelen/ gepotdekseld hout en keiwerk. in alle gevels van de compensatiewoning worden dezelfde hierboven omschreven materialen gebruikt ;
De detaillering van de schuur dient sober te zijn, opvallende kleuren of elementen zijn niet toegestaan; de dakgoot is subtiel vormgegeven, bijvoorbeeld door een mastgoot vormt een geïntegreerd onderdeel van de hele dakconstructie, geen goot is ook mogelijk; de materialen zijn niet glimmend en passen qua oppervlakte en structuur goed in de omgeving traditionele materialen zoals bakstenen, rabatdelen/ gepotdekseld hout die mooi verouderen; zonnepanelen vormen een onderdeel van het gebouw, ze worden uitgelijnd en aaneengesloten geplaatst op het dak. De schuurwoning wordt modern en sober, en past in de exten-
Vernieuwende architectuur
sieve omgeving van het Vechtdal. Het wordt aangemoedigd dat
Het wordt aangemoedigd dat de architectuur op een vernieuwende manier omgaat met de criteria, zolang deze recht doet aan een beeldbepalend dakvlak en een rustige uitstraling; de schuurwoning heeft een langwerpige hoofdvorm, de kap bestaat uit een zadeldak; de kap kan twee ongelijke kanten bevatten (verschil in goothoogte/dakhelling); de gevels naar de erfzijde en openbare weg zijn zo veel mogelijk gesloten; er mag af worden geweken van de kenmerkende symmetrie van stalgebouwen indien de hoofdvorm eenduidig blijft; de dakbedekking bestaat uit een pannendak, niet glimmend plaatmateriaal of een vegetatiedak; het dak kan voorzien zijn van (grote) dakramen en lichtstraten; gevels kunnen geheel van glas zijn of (deels) grote raampartijen/stroken hebben; de compositie van de gevels en het dak is sober in opzet en heeft een robuuste uitstraling; het kleurgebruik is gedekt (natuurlijke tinten, geen felle kleuren).
de architectuur op een vernieuwende manier omgaat met de criteria, zolang deze recht doet aan een beeldbepalend dakvlak en een rustige uitstraling. Op de volgende pagina zijn referentiebeelden opgenomen:
referentiebeelden voor de schuurwoning
15
Erfpad van halfverharding in een natuurlijke uitstraling
9.
Compensatiewoning 1 (schuurwoning)
formaat tekeningno
15
10. Compensatiewoning 2
1610-eip-1.vwx
8.
9
herbert
Boomgroep van berk
1 : 500
7.
1.0
Bomenrij (zonder beplanting verwijderen)
www.erfontwikkelaar.nl telnr: 06 24 88 38 28
6.
bestand
Beukenhaag
door
5.
14
28 okt. 2021
Bestaande peer
schaal
4.
a3
Bestaande inrit enkel voor privé
versie
3.
1 2
1 (3)
Bestaand woning
Erfinrichtingsplan Bruine Kuilenweg 1 Ane
2.
project
Bestaand bijgebouw met zonnenpanelen
datum
1.
1610
14
Legenda
7 14
11. Fruitbomen
8
12. Bestaande bomenrij 13. Inrit
1
14. Te slopen landschapsontsierende bebouwing 15. Aanplant bomenrij
14
16. Bestaande lindes 17. Bestaande walnoot 18. Bestaande zomereiken
18
14 2
17
5
6
3
16 4
11 5
10
5 13
laat je erf groeien!
6.
Aanplant zwarte els - Alnus glutinosa Aanplantmaat 12-14 met een onderlinge plantafstand van 6-8 (m) Totaal 7 stuks
6
1610
bestand
herbert
door
28 okt. 2021
1 : 500 1.0
Bestaande bomenrij behouden
3
www.erfontwikkelaar.nl telnr: 06 24 88 38 28
5.
3
schaal
Aan te planten hoogstam fruitbomen Malus/Pyrus/Prunus HO Aanplantmaat 12-14 met een onderlinge afstand van 6 (m) Totaal 8 stuks
a3
4.
versie
Aanplant ruwe berk - betula pubescens Aanplantmaat 12-14 met onderlinge plantafstand van 6-10 (m) Totaal 10 stuks
3
1 (3)
3.
5
Landschaspmaatregelen Bruine Kuilenweg 1 Ane
Nieuw aan te planten beuk - Fagus sylvatica Aanplantmaat 80-100 met 5 st/m1 Eindbeeld is een geschoren haag van max. 1(m) hoog
datum
2.
formaat
Beeldbepalende peer behouden
tekeningno
1.
project
Legenda
1610-eip-1.vwx
3
3
4 4
4
2 4
4 2
6
1
4 2
4
4
2
laat je erf groeien!
Bijlage 2
Verkennend en nader bodemonderzoek
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Bruine Kuilenw eg 1 Ane | PAGINA 26
Verkennend- en nader Bodemonderzoek
Project:
2021-126
Locatie:
Bruine Kuilenweg 1 te Ane
Opdrachtgever:
BJZ.nu Twentepoort Oost 16a 7609 RG Almelo
Datum:
7 januari 2022
Verkennend- en nader bodemonderzoek Bruine Kuilenweg 1 te Ane
Verkennend- en nader Bodemonderzoek Bruine Kuilenweg 1 te Ane
Opdrachtgever:
BJZ.nu Twentepoort Oost 16a 7609 RG Almelo
Adviesbureau:
Dumea Milieu Bornsestraat 24 7597 NE Saasveld
Status: Versie: Datum versie: Projectnummer:
Definitief 3 7 januari 2022 2021-126
Auteur:
Joost Stevelink*
Paraaf:
Kwaliteitscontrole:
Niek Hesselink*
Paraaf:
Veldwerkers:
Joost Stevelink, Mark Morsink (in opleiding)*
*De vermelde personen zijn akkoord met de openbaring van zijn of haar persoonsgegevens in het kader van de AVG-privacy wetgeving.
2021-126
7-1-22
Pagina 2 van 25
Verkennend- en nader bodemonderzoek Bruine Kuilenweg 1 te Ane
Inhoudsopgave Pagina 1
Inleiding
4
2
Vooronderzoek
5
3
4
5
6
2.1 Locatie gegevens
5
2.2 Algemene informatie locatie
5
2.3 Directe omgeving locatie
6
2.4 Eerder uitgevoerd bodemonderzoek
6
2.5 Regionale bodemopbouw en geohydrologie
6
2.6 Vooronderzoek PFAS
7
2.7 Vooronderzoek 5707 Asbest
7
2.8 Visuele inspectie bodemoppervlak op asbest
7
Onderzoeksprogramma
8
3.1 Hypothesestelling
8
3.2 Onderzoeksopzet
8
3.3 Analysestrategie
9
Onderzoeksresultaten
10
4.1 Bodemopbouw en zintuiglijke waarnemingen
10
4.2 Analyseresultaten
12
4.3 Toetsing van de hypothese
13
4.4 Toetsing aan de noodzaak tot vervolgonderzoek
13
Nader asbestonderzoek
14
5.1 Onderzoeksstrategie
14
5.2 Asbestanalyses
14
5.3 Onderzoeksresultaten
15
5.4 Toetsing aan de noodzaak tot vervolgonderzoek
16
Samenvatting en conclusie
BIJLAGE I: BIJLAGE II: BIJLAGE III: BIJLAGE IV: BIJLAGE V: BIJLAGE VI:
2021-126
17
Situering van de locatie Situering van de locatie (schaal 1: 2000) Overzichtstekening boorpunten Boorstaten Analysecertificaten en Overschrijdingstabellen Foto's
7-1-22
Pagina 3 van 25
Verkennend- en nader bodemonderzoek Bruine Kuilenweg 1 te Ane
1 Inleiding In opdracht van BJZ.nu heeft Dumea Milieu een verkennend- en nader bodemonderzoek uitgevoerd op de locatie Bruine Kuilenweg 1 te Ane. De regionale ligging van de locatie is weergegeven in bijlage I. In onderhavig onderzoek is het verkennend bodemonderzoek uitgebreid met een asbest in grondonderzoek. Aanleiding van het onderzoek is ten behoeve van de voorgenomen bestemmingswijziging. Doel van het onderzoek is het door middel van een steekproef conform het soort bodemonderzoek, nagaan van de huidige kwaliteit van de grond op de locatie. Het doel van het nader onderzoek is om een zo goed mogelijk beeld te verkrijgen van de aangetroffen verontreinigingen uit het verkennend onderzoek. De hoofdstukken 1, 2, 3, en 4 betreffen het verkennend onderzoek uit juni 2021 (versie 1) en hoofdstuk 5 het nader bodemonderzoek uit januari 2022 (versie 2) van het rapport. Versie 2 van het rapport vervangt versie 1. Tijdens de veldwerkzaamheden van het nader onderzoek is het projectnummer 2021-346 gebruikt. De analyses bevatten dit projectnummer, maar zijn in dit project (2021-126) verwerkt.
Het verkennend onderzoek is uitgevoerd conform de richtlijnen: - NEN 5725 Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek (NEN5725:2017); - NEN 5740 Bodem - Landbodem - strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond (NEN5740:2009+A1:2016); - NEN 5707 Bodem – Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem. (NEN 5707+C2:2017) - VKB Protocol 2001 “Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen” - VKB Protocol 2002 “Het nemen van grondwatermonsters” - VKB Protocol 2018 “Locatie inspectie en monsterneming van asbest in bodem"
Dumea Milieu is een handelsnaam van Terra Agribusiness. Het procescertificaat van Terra Agribusiness en het hierbij behorende keurmerk (BRL SIKB 2000) zijn van toepassing op de activiteiten inzake het milieukundig veldwerk, inclusief de daarbij behorende veldwerkregistratie, en de overdracht van de monsters aan een erkend laboratorium. Om de onafhankelijkheid van het onderzoek te waarborgen, verklaart Terra Agribusiness op geen enkele wijze gelieerd te zijn aan de te onderzoeken projectlocatie, zowel in juridische, financiële of personele sfeer. De opbouw van dit rapport wordt als volgt weergegeven: - vooronderzoek naar historie en bodemgesteldheid; - opstellen van een hypothese; - opstellen van een onderzoeksstrategie; - resultaten van het veld- en laboratoriumonderzoek; - conclusies, aanbevelingen en samenvatting. In geval van klachten kan de opdrachtgever zich wenden tot Terra-Agribusiness BV en zo nodig tot de certificerende-instelling (Normec). 2021-126
7-1-22
Pagina 4 van 25
Verkennend- en nader bodemonderzoek Bruine Kuilenweg 1 te Ane
2 Vooronderzoek Conform het onderzoeksprotocol NEN 5725 is ten behoeve van de onderzoeksstrategie op de locatie een vooronderzoek uitgevoerd. De onderstaande informatie is afkomstig uit:
Tabel 1 Bronnen vooronderzoek Bron
Omschrijving
www.ahn.nl
AHN (Algemeen Hoogtebestand Nederland)
www.bodemloket.nl
Bodemloket van Nederland
www.topotijdreis.nl
Historische kaarten
www.dinoloket.nl
Ondergrond gegevens van Nederland
BAG viewer
Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG)
Gemeente Hardenberg
Historische informatie van de locatie
Bodematlas Provincie Overijssel
Bodem gerelateerde informatie van de Provincie Overijssel
Informatie Opdrachtgever
BJZ.nu
Inspectie onderzoekslocatie
Visueel inspectie van de locatie
2.1 Locatie gegevens Gegevens over de locatie zijn weergegeven in onderstaande tabel
Tabel 2 Locatiegegevens Kadastrale gemeente
Bruine Kuilenweg 1 te Ane Gramsbergen
Sectie
G
Percelen
516
Oppervlakte van de onderzoekslocatie
<5000 m2
Eigenaar / gebruiker
-
Korte beschrijving van de onderzoekslocatie
De onderzoekslocatie bestaat uit een erf met opstallen
Bebouwing
Op de onderzoekslocatie staan meerdere opstallen
Verharding
De onderzoekslocatie is gedeeltelijk verhard met klinkers en beton
Adres onderzoekslocatie
2.2 Algemene informatie locatie De onderzoekslocatie bevindt zich aan de Bruine Kuilenweg 1 te Ane. De onderzoekslocatie bestaat uit een voormalig agrarisch bedrijf met meerdere opstallen. De opdrachtgever is voornemens de opstallen te slopen en middels de rood-voor-rood regeling twee woningen te realiseren op de locatie. De opstallen bestaan uit een boerderijwoning met aangebouwde schuur en een vijftal varkensschuren en een werktuigenberging. Op historische kaarten is vanaf 1931 bebouwing op de locatie te zien. Volgens het BAG-register is de huidige boerderijwoning gebouwd in 1950. De varkensschuren zijn gebouwd in 1950 en 1992. De werktuigenberging is gebouwd in 2007. Deze berging valt buiten de huidige onderzoekslocatie. De daken van de opstallen bevatten (deels) asbesthoudende dakbedekking. In het kader van het vooronderzoek is op 11 mei 2021 een verzoek gericht aan de Omgevingsdienst IJsselland voor het aanleveren van historische bodeminformatie. Tot heden is niets vernomen. Er is verder geen bodemrelevante informatie van de onderzoekslocatie bekend bij de geraadpleegde bronnen.
2021-126
7-1-22
Pagina 5 van 25
Verkennend- en nader bodemonderzoek Bruine Kuilenweg 1 te Ane
2.3 Directe omgeving locatie De onderzoekslocatie is gelegen in het buitengebied van Ane. De omgeving bestaat voornamelijk uit woonhuizen, agrarische bedrijven en percelen. De omgeving werd op historische kaarten aangeduid als "Bruine Veen" en tegenwoordig als "'t Haantje". Er is geen bodemrelevante informatie van de directe omgeving van de onderzoekslocatie bekend welke mogelijk invloed heeft gehad op de bodemkwaliteit ter plaatse van onderzoekslocatie. 2.4 Eerder uitgevoerd bodemonderzoek Voor zover bekend zijn er in het verleden op de locatie geen bodemonderzoeken uitgevoerd. 2.5 Regionale bodemopbouw en geohydrologie De regionale geohydrologische bodemopbouw is weergegeven in onderstaande figuur.
Figuur 1 Geologisch opbouw landelijk model DGM v2.2
De boorlocatie bevindt zich circa 8 meter boven NAP. De regionale grondwaterstroming is noordwestelijk.
2021-126
7-1-22
Pagina 6 van 25
Verkennend- en nader bodemonderzoek Bruine Kuilenweg 1 te Ane
2.6 Vooronderzoek PFAS PFAS komt op verschillende manieren in het grond- en grondwatersysteem in Nederland terecht. Bij lokaal gebruik en calamiteiten leidt dit tot het 'klassieke' bron-grondwaterpluim beeld. Het meest verdacht voor PFAS in het milieu zijn die locaties waar PFAS worden geproduceerd. Ook brandweer-oefen-plaatsen waar met grote regelmaat brandblusschuim is toegepast, zijn verdacht. Er zijn echter ook vele andere toepassingen van PFAS die kunnen leiden tot een grondof grondwaterverontreiniging. In het handelingskader van het Expertisecentrum PFAS zijn alle bedrijfsactiviteiten en toepassingen beschreven waar PFAS wordt gebruikt en de kans dat daarbij PFAS in het milieu vrijkomt. Uit historisch onderzoek van onderhavig onderzoekslocatie blijkt dat geen van de beschreven toepassingen uit het handelingskader plaats heeft gevonden op of nabij de onderzoekslocatie. Op basis van de verkregen informatie kan gesteld worden dat de onderzoekslocatie als onverdacht gedefinieerd kan worden met betrekking tot PFAS in de bodem. 2.7 Vooronderzoek 5707 Asbest Uit de verkregen historische informatie blijkt dat vanaf circa 1931 bebouwing op de locatie aanwezig is. Het is aannemelijk dat tijdens (ver)bouwwerkzaamheden asbest in de gebouwen verwerkt is. De daken van de schuren bevatten (deels) asbesthoudende dakbedekking.
Er zijn vier druppelzones waar het lekwater van de asbesthoudende dakbedekking rechtstreeks in de onbeschermde bodem terechtkomt. Door het (jarenlange) gebruik als agrarisch erf wordt de locatie als verdacht beschouwd met betrekking tot de aanwezigheid van asbest in de bodem. 2.8 Visuele inspectie bodemoppervlak op asbest Op 15 juni 2021 is de locatie visueel geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbest. De maaiveldinspectie is uitgevoerd conform de NEN 5707. Het maaiveld van de onderzoekslocatie is verdeeld in stroken van ongeveer 1m breed en is strook voor strook in 2 richtingen haaks op elkaar geïnspecteerd. In onderstaande tabel zijn de resultaten van de maaiveldinspectie beknopt weergegeven.
Tabel 3 Maaiveldinspectie NEN 5707 Aandachtsgebied
Opmerking
Oppervlakte geïnspecteerde locatie
<5000
Conditie toplaag
Droog
Beperkingen van de inspectie
Neerslag: geen, >25% vegetatie, >25% verharding
Weersomstandigheden
Zicht: > 50m
Asbestverdacht materiaal op maaiveld aangetroffen?
Ja
Opmerking
De maaiveldinspectie werd beperkt door de ruige vegetatie en de verharding. <50%, de waarde van de inspectie is onvoldoende om het verdachte gebied in te perken en een kwantitatieve uitspraak te doen over het asbestgehalte in de toplaag.
Inspectie-efficiëntie:
Resultaat maaiveld inspectie Ter plaatse van de onderzoekslocatie is asbestverdacht materiaal op het maaiveld aangetroffen.
2021-126
7-1-22
Pagina 7 van 25
Verkennend- en nader bodemonderzoek Bruine Kuilenweg 1 te Ane
3
Onderzoeksprogramma
3.1
Hypothesestelling
Verkennend bodemonderzoek NEN 5740 Op basis van de resultaten van het vooronderzoek zijn voor de locatie één of meer hypotheses geformuleerd ten aanzien van grond en grondwaterverontreiniging. De volgende deellocaties en hypotheses worden aangehouden:
Tabel 4 Deellocaties en hypothese NEN5740 Locatie Gehele locatie
Hypothese
Verdachte stoffen
Opmerking
Verdacht (VED-HE)
Zware metalen, PAK
-
Verkennend bodemonderzoek NEN 5707 Het asbest in grondonderzoek heeft tot doel het globaal vaststellen van het gemiddelde asbestgehalte van de deellocatie (ruimtelijke eenheid) en het vaststellen van de globale omvang van een eventueel aanwezige asbestverontreiniging.
Tabel 5 Deellocaties en hypothese NEN5707 Locatie Gehele locatie Druppelzone 1 Druppelzone 2 Druppelzone 3 Druppelzone 4
Hypothese
Verdachte stoffen
Opmerking
Verdacht (VED-HE) Verdacht (VED-HE) Verdacht (VED-HE) Verdacht (VED-HE) Verdacht (VED-HE)
Asbest in grond Asbest in grond Asbest in grond Asbest in grond Asbest in grond
-
3.2 Onderzoeksopzet De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd op 15 juni 2021 (plaatsing peilbuizen en monstername grond), en 25 juni 2021 (monstername grondwater). De positie van de boorlocaties zijn weergegeven in bijlage III.
Tabel 6 Onderzoeksopzet NEN 5740 Locatie
Ondiepe boringen1
Gehele locatie
14
Diepe boringen2
Peilbuizen
3
1
Analyses grond
Analyses water
3x st. grond AS3000
1x st. grondwater AS3000
1
Ondiepe boringen standaard tot 0,5 m-mv. 2 Diepe boringen tot de grondwaterstand met een minimum van1,0 m-mv en een maximum van 2,0 m-mv.
Tabel 7 Onderzoeksopzet NEN 5707 Locatie Gehele locatie Druppelzone 1 Druppelzone 2 Druppelzone 3 Druppelzone 4
Lengte druppelzones in meters
Proefgaten ondiep1
Proefgaten met diepe boring2
Analyses asbest in grond3
26 30 16 26
14 2* 2* 2* 2*
3 -
3 1 1 1 1
1
Ondiep proefgat standaard 0,3m x 0,3m x 0,5m (lxbxh). Standaard proefgat van 0,3m x 0,3m x 0,5m (lxbxh) diep doorgeboord met edelmanboor Ø 12cm. Analyse conform NEN5898; aantal analyses asbest in materiaal op basis van zintuiglijke waarnemingen in het veld. * Druppelzones standaard 2,0m x 0,30m x 0,10 (lxbxh). 2 3
2021-126
7-1-22
Pagina 8 van 25
Verkennend- en nader bodemonderzoek Bruine Kuilenweg 1 te Ane
3.3 Analysestrategie Ten behoeve van het analytisch onderzoek zijn op het laboratorium mengmonsters samengesteld. In de onderstaande tabel is de samenstelling van de monsters verwerkt.
Tabel 8 Analyse onderzochte monsters NEN 5740 BM1
Traject (m-mv) 0,00 - 0,50
BM2
0,00 - 0,50
BM3
0,00 - 0,50
Analyse monster
Analyse monster PB1 WM1
Traject (m-mv) 2,70 -3,70
Deelmonsters
Analyse
4 (0,00 - 0,50) 6 (0,00 - 0,50) 7 (0,00 - 0,50) 8 (0,00 - 0,50) 10 (0,00 - 0,50) 11 (0,00 - 0,50) 12 (0,00 - 0,50) 13 (0,00 - 0,50) 14 (0,00 - 0,50) 15 (0,00 - 0,50) 16 (0,00 - 0,50) 9 (0,00 - 0,50)
AS3000 NEN 5740 Standaard incl struct excl voorb
AS3000 NEN 5740 Standaard incl struct excl voorb
AS3000 NEN 5740 Standaard incl struct excl voorb
Analyse NEN 5740gw standaardpakket (AS3000)
Alle monsters ten behoeve van de NEN 5740 zijn geanalyseerd door AL-West Agrolab BV. Alle analyses zijn AS3000 erkende verrichtingen.
Toetsing homogeniteit Gezien de zintuiglijke waarnemingen kan gesteld worden dat de homogeniteit van de verschillende inspectiegaten die in een mengmonster gemengd zijn voldoende aanwezig is.
Tabel 9 Analyse onderzochte monsters NEN 5707 Analyse monster MM1
Traject (m-mv) 0,00 - 0,50
MM2
0,00 - 0,50
MM3
0,00 - 0,50
MM4
0,00 - 0,50
DZ1
0,00 - 0,10
DZ2
0,00 - 0,10
DZ3
0,00 - 0,10
DZ4
0,00 - 0,10
MVM MV
Deelmonster
Analyse
4 (0,00 - 0,50) 6 (0,00 - 0,50) 7 (0,00 - 0,50) 8 (0,00 - 0,50) 10 (0,00 - 0,50) 11 (0,00 - 0,50) 12 (0,00 - 0,50) 13 (0,00 - 0,50) 14 (0,00 - 0,50) 15 (0,00 - 0,50) 16 (0,00 - 0,50) 9 (0,00 - 0,50) 17 (0,00 - 0,25) 17 (0,00 - 0,25) 18 (0,00 - 0,50) 18 (0,00 - 0,50) 19 (0,00 - 0,10) 20 (0,00 - 0,10) 21 (0,00 - 0,10) 22 (0,00 - 0,10) 23 (0,00 - 0,10) 24 (0,00 - 0,10) 25 (0,00 - 0,10) 26 (0,00 - 0,10) MVM mv (0,00 - 0,00)
Asbest NEN5898 (10 kg)
Asbest NEN5898 (10 kg)
Asbest NEN5898 (10 kg)
Asbest NEN5898 (25 kg)
Asbest NEN5898 (10 kg) Asbest NEN5898 (10 kg) Asbest NEN5898 (10 kg) Asbest NEN5898 (10 kg) Asbest mat.verzamelm.NEN5896
Alle monsters ten behoeve van de NEN 5707 zijn geanalyseerd door ACMAA Laboratorium te Deurningen.
Gezien de zintuiglijke waarnemingen kan gesteld worden dat de homogeniteit van de verschillende inspectiegaten voldoende aanwezig is.
2021-126
7-1-22
Pagina 9 van 25
Verkennend- en nader bodemonderzoek Bruine Kuilenweg 1 te Ane
4
Onderzoeksresultaten
4.1 Bodemopbouw en zintuiglijke waarnemingen In bijlage V zijn de visuele waarnemingen in de vorm van boorprofielen weergegeven. Veldwaarnemingen De bovengrond bestaat uit matig fijn zand, plaatselijk zwak humeus. De ondergrond bestaat eveneens uit matig fijn zand. In de onderstaande tabel zijn de zintuiglijk waargenomen bijzonderheden weergegeven:
Tabel 10 Zintuiglijk waargenomen bijzonderheden Boring/Gat 1
2 4 5 6
Diepte boring (m -mv) 3,70
0,50 0,50 0,50 2,00
Traject (m -mv) 0,00 - 0,50 0,50 - 1,00
Grondsoort
Waargenomen bijzonderheden
Zand Zand
zwak leemhoudend zwak leemhoudend
1,00 - 1,50
Zand
zwak leemhoudend
1,50 - 2,00
Zand
sterk leemhoudend
0,05 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,50 - 1,00
Zand Zand Zand Zand Zand
straatzand zintuiglijk schoon sporen puin sporen puin sporen puin zwak leemhoudend
1,00 - 2,00
Zand
sterk leemhoudend
0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,50 - 1,00
Zand Zand Zand Zand
sporen puin sporen puin sporen puin zwak leemhoudend
7 8 9
0,50 0,50 2,00
1,00 - 2,00
Zand
sterk leemhoudend
10 11 12
0,50 0,50 0,50
0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50
Zand Zand Zand
13
2,00
0,00 - 0,50 0,50 - 1,00
Zand Zand
sporen puin sporen puin sporen puin, zwak wortelhoudend, zwak leemhoudend sporen puin, zwak wortelhoudend zwak leemhoudend
1,00 - 2,00
Zand
sterk leemhoudend
Zand Zand Zand
sporen puin, zwak leemhoudend sporen puin, zwak leemhoudend sporen puin, zwak leemhoudend, zwak wortelhoudend volledig puin
14 15 16
0,50 0,50 0,50
0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50
17
0,50
0,00 - 0,25 0,25 - 0,33 0,33 - 0,50
volledig stenen, Klinker Zand
18
0,50
0,00 - 0,50
19 20 21 22 23
0,10 0,10 0,10 0,10 0,10
0,00 - 0,10 0,00 - 0,10 0,00 - 0,10 0,00 - 0,10 0,00 - 0,10
Zand Zand Zand Zand Zand
24
0,10
0,00 - 0,10
Zand
25 26
0,10 0,10
0,00 - 0,10 0,00 - 0,10
Zand Zand
straatzand zintuiglijk schoon volledig puin zwak leemhoudend, zwak puinhoudend zwak leemhoudend, zwak puinhoudend zwak leemhoudend, zwak puinhoudend zwak leemhoudend, zwak puinhoudend zwak leemhoudend, zwak puinhoudend, zwak wortelhoudend zwak leemhoudend, zwak puinhoudend, zwak wortelhoudend zwak leemhoudend, zwak puinhoudend zwak leemhoudend, zwak puinhoudend
Zuidoostelijk van de onderzoekslocatie zijn op het maaiveld enkele asbestverdachte materialen aangetroffen (zie bijlage III). De maaiveldinspectie werd beperkt door de ruige vegetatie en verharding. Over de locatie loopt een pad van de weg naar de achterzijde van het perceel. Dit pad loopt deels door de onderzoekslocatie. Het pad is van oorsprong een klinkerweg. Door het vele vrachtverkeer is deze 'kapotgereden', waardoor vervolgens een laag menggranulaat is toegepast over de klinkerverharding.
2021-126
7-1-22
Pagina 10 van 25
Verkennend- en nader bodemonderzoek Bruine Kuilenweg 1 te Ane
Een deel van de aangetroffen asbestverdachte materialen lag op het pad. Van deze puinlaag is separaat een monster genomen. In de gegraven inspectiegaten is zintuiglijk geen asbest aangetroffen. De puinlaag valt niet onder de Wet bodembescherming. Op de achterzijde van het perceel (deels op de onderzoekslocatie) ligt een depot met puin (zie bijlage III). Dit puin is waarschijnlijk afkomstig van de schuren waar reeds is begonnen met de sloop. Tevens liggen er twee depots met grond, waarschijnlijk ook afkomstig van de sloop (zie bijlage III). In deze partijen grond zitten ook bijmengingen in de vorm van puin. Plaatselijk zijn in enkele inspectiegaten laagjes straatzand aangetroffen. Deze laagjes zijn dusdanig gering van omvang en in zwakke mate aanwezig dat hier geen separate laag van onderscheiden kan worden. De mengmonsters BM1 en MM1 zijn samengesteld uit de individuele licht puinhoudende grondmonsters van de bovengrond noordelijk van de onderzoekslocatie. De mengmonsters BM2 en MM2 zijn samengesteld uit de individuele licht puinhoudende grondmonsters van de bovengrond zuidelijk van de onderzoekslocatie. De mengmonsters BM3 en MM3 zijn samengesteld uit de individuele licht puinhoudende grondmonsters van de bovengrond zuidelijk van de onderzoekslocatie. Het mengmonster MM4 is samengesteld uit de individuele monsters van de puinlaag.
Het materiaalmonster MVM mv bevat de aangetroffen asbestverdachte materialen op het maaiveld. DZ1 betreft de druppelzone van de westelijke varkensschuur, noordzijde. DZ2 betreft de druppelzone van de noordelijke varkensschuur, noordzijde. DZ3 betreft de druppelzone van de middelste varkensschuur, zuidzijde. DZ4 betreft de druppelzone van de zuidelijke varkensschuur, zuidzijde. Grondwater De filterbuis wordt minimaal een halve meter beneden de grondwaterspiegel geplaatst, waarna de dichte buis tot iets boven maaiveld wordt gemonteerd en afgedicht met bentoniet om instroom van oppervlaktewater te voorkomen. In onderstaande tabel zijn de gegevens betreffende de grondwaterbemonstering opgenomen:
Tabel 11 Metingen grondwater Peilbuis Pb1wm1
Filterdiepte (m -mv) 2,70 - 3,70
Grondwater-stand (m -mv) 1,30
pH (-) 7,2
EC (µS/cm) 1010
Troebelheid (NTU) 0,1
Geen van de gemeten waarden wijkt duidelijk af van de waarde, welke gezien de natuurlijke omstandigheden verwacht kan worden.
2021-126
7-1-22
Pagina 11 van 25
Verkennend- en nader bodemonderzoek Bruine Kuilenweg 1 te Ane
4.2 Analyseresultaten De resultaten van de chemische analyses zijn weergegeven in bijlage V. Alle monsters ten behoeve van de NEN 5740 zijn geanalyseerd door AL-West Agrolab. Deze analyses zijn allen AS3000 erkende verrichtingen. Alle monsters ten behoeve van de NEN 5707 zijn geanalyseerd door ACMAA Laboratorium te Deurningen.
Tabel 12 Toetsingskader Wbb Concentratie ≤ AW-waarde (of < detectielimiet)* > AW-waarde ≤ T-waarde > T-waarde ≤ I-waarde
Betekenis Niet verontreinigd Licht verontreinigd Matig verontreinigd
> I-waarde
Sterk verontreinigd
Opmerking Geen aanvullend onderzoek nodig Geen aanvullend onderzoek nodig Mogelijk nader bodemonderzoek noodzakelijk Nader bodemonderzoek noodzakelijk; mogelijk sprake van ernstige bodemverontreiniging
Code * ** ***
* Voor grondwater geldt de streefwaarde Toelichting: De AW-waarden zijn achtergrondwaarden en zijn referentiewaarden voor een multifunctionele bodem. De halve som van de AW- en I-waarden ((AW+I)/2 = T-waarde) is een toetsingswaarde waarboven er een vermoeden is van ernstige bodemverontreiniging. Door middel van aanvullend onderzoek moet dit vermoeden worden getoetst. De I-waarden zijn de ‘interventiewaarden’. Als de I-waarde voor een stof wordt overschreden in meer dan 25 m3 grond of in meer dan 100 m3 grondwater (bodemvolume), dan wordt gesproken van een geval van ernstige bodemverontreiniging.
Tabel 13 Analyseresultaten NEN 5740 Monster
Traject (m-mv)
BM1
0,00 - 0,50
BM2
0,00 - 0,50
BM3
0,00 - 0,50
PB1 WM1
2,70 -3,70
Samenstelling 4 (0,00 - 0,50) 6 (0,00 - 0,50) 7 (0,00 - 0,50) 8 (0,00 - 0,50) 10 (0,00 - 0,50) 11 (0,00 - 0,50) 12 (0,00 - 0,50) 13 (0,00 - 0,50) 14 (0,00 - 0,50) 15 (0,00 - 0,50) 16 (0,00 - 0,50) 9 (0,00 - 0,50) PB1
Verhogingen -
-
-
Mo*, Ba*
* verhoging groter dan streefwaarde ** verhoging groter dan tussenwaarde *** verhoging groter dan interventiewaarde
2021-126
7-1-22
Pagina 12 van 25
Verkennend- en nader bodemonderzoek Bruine Kuilenweg 1 te Ane
Tabel 14 Analyseresultaten NEN 5707 Monster MM1
Traject (m-mv) 0,00 - 0,50
MM2
0,00 - 0,50
MM3
0,00 - 0,50
MM4
0,00 - 0,50
DZ1
0,00 - 0,10
DZ2
0,00 - 0,10
DZ3
0,00 - 0,10
DZ4
0,00 - 0,10
MVM mv
Samenstelling 4 (0,00 - 0,50) 6 (0,00 - 0,50) 7 (0,00 - 0,50) 8 (0,00 - 0,50) 10 (0,00 - 0,50) 11 (0,00 - 0,50) 12 (0,00 - 0,50) 13 (0,00 - 0,50) 14 (0,00 - 0,50) 15 (0,00 - 0,50) 16 (0,00 - 0,50) 9 (0,00 - 0,50) 17 (0,00 - 0,25) 17 (0,00 - 0,25) 18 (0,00 - 0,50) 18 (0,00 - 0,50) 19 (0,00 - 0,10) 20 (0,00 - 0,10) 21 (0,00 - 0,10) 22 (0,00 - 0,10) 23 (0,00 - 0,10) 24 (0,00 - 0,10) 25 (0,00 - 0,10) 26 (0,00 - 0,10) MVM mv (0,00 - 0,00)
Matrix Asbest in grond
Resultaat 3 mg/kg ds
Asbest in grond
0,1 mg/kg ds
Asbest in grond
76 mg/kg ds*
Asbest in puin
8,2 mg/kg ds
Asbest in grond
460 mg/kg ds*
Asbest in grond
3,9 mg/kg ds
Asbest in grond
20 mg/kg ds*
Asbest in grond
4,3 mg/kg ds
Asbestmateriaal
12,5% chrysotiel, 3,5% crocidoliet
Het resultaat in bovenstaand tabel is het gewogen asbestgehalte berekend door het gehalte aan serpentijn asbest te vermeerderen met 10 maal het gehalte aan amfibool asbest. * Van de zeeffractie <0,5 mm is maximaal 10 gram kwalitatief beoordeeld en deze bevat asbestverdachte vezels.
4.3
Toetsing van de hypothese
Onderdeel
Deellocatie
NEN 5740 NEN 5707 NEN 5707 NEN 5707 NEN 5707 NEN 5707
Gehele locatie Gehele locatie Druppelzone 1 Druppelzone 2 Druppelzone 3 Druppelzone 4
4.4
Gestelde hypothese
Hypothese verworpen of aangenomen
Verdacht Verdacht Verdacht Verdacht Verdacht Verdacht
Verworpen Aangenomen Aangenomen Deels aangenomen Deels aangenomen Deels aangenomen
Toetsing aan de noodzaak tot vervolgonderzoek
Verkennend bodemonderzoek NEN 5740
Gehele locatie Er zijn geen concentraties in de grond en het grondwater boven de tussenwaarde aangetroffen, dit houdt in dat er geen aanleiding bestaat voor het laten uitvoeren van een nader onderzoek. Verkennend bodemonderzoek NEN5707
Gehele locatie Ter plaatse van het erf zijn meerdere inspectiegaten gegraven, bemonsterd en geanalyseerd op de aanwezigheid van asbest. In de mengmonsters MM1, MM2 en MM4 zijn concentraties asbest aangetoond beneden de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. Het gewogen asbestgehalte in MM3 geeft formeel aanleiding tot het laten uitvoeren van een nader onderzoek.
Druppelzones Ter plaatse van elke druppelzone zijn twee inspectiesleuven gegraven. Het gewogen asbestgehalte in druppelzone 1 geeft formeel aanleiding voor nader asbestonderzoek.
2021-126
7-1-22
Pagina 13 van 25
Verkennend- en nader bodemonderzoek Bruine Kuilenweg 1 te Ane
5
Nader asbestonderzoek
5.1
Onderzoeksstrategie
De onderzoeksopzet gaat uit van de NEN 5707 Bodem – Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem. (NEN 5707+C2:2017). Ten behoeve van het nader asbestonderzoek ter plaatse van de aangetroffen verontreinigingen worden inspectiesleuven gegraven voor de horizontale en verticale afperking. De afmetingen van inspectiesleuven bedraagt 2.0x0.3x1.0 meter. Verontreiniging zuidoostelijke deel Ter plaatse van de aangetroffen verontreiniging op het zuidoostelijke deel worden 14 inspectiesleuven voor de horizontale en verticale afperking geplaatst. Afhankelijk van zintuiglijke waarnemingen wordt de laag vanaf 0,50 m -mv bemonsterd en geanalyseerd op de aanwezigheid van asbest voor de verticale afperking en de laag tot 0,50 m -mv voor de horizontale afperking.
Druppelzone 1 In het verkennend bodemonderzoek is ter plaatse van druppelzone 1 een sterke verhoging asbest aangetoond. Echter na het uitvoeren van het onderzoek is een sloopvergunning verleend en is de initiatiefnemer de schuren gaan slopen. Ter plaatse van de druppelzone is menggranulaat aangebracht voor de voorgenomen nieuwbouw. Ter plaatse van druppelzone 1 worden de twee inspectiesleuven van het verkennend onderzoek opnieuw gegraven om de verontreinigde laag op te sporen. Afhankelijk van zintuiglijke waarnemingen wordt de laag onder het menggranulaat bemonsterd en geanalyseerd op de aanwezigheid van asbest. Ten behoeve van de verticale afperking zal de laag onder de potentiële verontreinigde laag worden bemonsterd en geanalyseerd op de aanwezigheid van asbest. Doordat de schuur noordelijk van druppelzone 1 tevens is gesloopt is een horizontale afperking ter plaatse niet mogelijk omdat naast de druppelzone een bouwput is ontstaan. 5.2 Asbestanalyses Ten behoeve van het nader onderzoek zijn in het veld (meng)monsters samengesteld. In de onderstaande tabel is de samenstelling van de monsters verwerkt.
Tabel 16 Analyse onderzochte monsters NEN 5707 Analyse monster 101 102 103 104 MM10
Traject (m-mv) 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,50 - 1,00
MM11
0,50 - 1,00
DZ1A
0,30 - 0,50
Deelmonster
Analyse
101 (0,00 - 0,50) 102 (0,00 - 0,50) 103 (0,00 - 0,50) 104 (0,00 - 0,50) 101 (0,50 - 1,00) 103 (0,50 - 1,00) 102 (0,50 - 1,00) 104 (0,50 - 1,00) 115 (0,30 - 0,50) 116 (0,30 - 0,50)
Asbest NEN5898 (10 kg) Asbest NEN5898 (10 kg) Asbest NEN5898 (10 kg) Asbest NEN5898 (10 kg) Asbest NEN5898 (10 kg) Asbest NEN5898 (10 kg) Asbest NEN5898 (10 kg)
Alle monsters ten behoeve van de NEN 5707 zijn geanalyseerd door ACMAA Laboratorium te Deurningen.
2021-126
7-1-22
Pagina 14 van 25
Verkennend- en nader bodemonderzoek Bruine Kuilenweg 1 te Ane
5.3
Onderzoeksresultaten
De veldwerkzaamheden van het nader onderzoek zijn uitgevoerd op 22 december 2021. De positie van de inspectiesleuven zijn weergegeven in bijlage III. Zintuiglijke waarnemingen In de onderstaande tabel zijn de zintuiglijk waargenomen bijzonderheden weergegeven:
Tabel 17 Zintuiglijk waargenomen bijzonderheden Boring/Gat 101
Diepte boring (m -mv) 1,00
102 103
1,00 1,00
104 105 106 107 108 109 110 111
1,00 1,00 1,00 1,00 1,00 1,00 1,00 1,00
112
1,00
113
1,00
114
1,00
115
1,00
116
1,00
Traject (m -mv) 0,00 - 0,50 0,50 - 1,00 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,50 - 1,00 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,50 - 1,00 0,00 - 0,50 0,50 - 1,00 0,00 - 0,50 0,50 - 1,00 0,00 - 0,50 0,50 - 1,00 0,00 - 0,30 0,30 - 0,50 0,50 - 1,00 0,00 - 0,30 0,30 - 0,50 0,50 - 1,00
Grondsoort
Waargenomen bijzonderheden
Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand
sporen puin zwak leemhoudend sporen puin, sterk wortelhoudend sporen puin, matig wortelhoudend zwak leemhoudend sporen puin, matig wortelhoudend sporen puin, sterk wortelhoudend sporen puin, zwak wortelhoudend sporen puin, zwak wortelhoudend sporen puin, matig wortelhoudend sporen puin, zwak wortelhoudend sporen puin sporen puin zwak leemhoudend sporen puin zwak leemhoudend sporen puin zwak leemhoudend sporen puin zwak leemhoudend volledig puin sporen puin zwak leemhoudend volledig puin sporen puin zwak leemhoudend
Zand Zand Zand Zand
Er is geen asbestverdacht materiaal aan het oppervlak en in de inspectiesleuven aangetroffen. De inspectiesleuven bij druppelzone 1 zijn opnieuw gegraven om de eerder aangetroffen verontreiniging op te sporen. Onder de laag menggranulaat is vermoedelijk de verontreinigde laag aangetroffen. Echter was dit door de sloop- en grondwerken niet exact te herleiden. Desondanks is van deze laag een mengmonster samengesteld.
Tabel 18 Analyseresultaten NEN 5707 Monster 101 102 103 104 MM10
Traject (m-mv) 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,50 - 1,00
MM11
0,50 - 1,00
DZ1A
0,30 - 0,50
Samenstelling 101 (0,00 - 0,50) 102 (0,00 - 0,50) 103 (0,00 - 0,50) 104 (0,00 - 0,50) 101 (0,50 - 1,00) 103 (0,50 - 1,00) 102 (0,50 - 1,00) 104 (0,50 - 1,00) 115 (0,30 - 0,50) 116 (0,30 - 0,50)
Matrix Asbest in grond Asbest in grond Asbest in grond Asbest in grond Asbest in grond
Resultaat Bevat geen asbest Bevat geen asbest 5,6 mg/kg ds Bevat geen asbest Bevat geen asbest
Asbest in grond
Bevat geen asbest
Asbest in grond
Bevat geen asbest
Het resultaat in bovenstaand tabel is het gewogen asbestgehalte berekend door het gehalte aan serpentijn asbest te vermeerderen met 10 maal het gehalte aan amfibool asbest.
2021-126
7-1-22
Pagina 15 van 25
Verkennend- en nader bodemonderzoek Bruine Kuilenweg 1 te Ane
5.4
Toetsing aan de noodzaak tot vervolgonderzoek
Nader asbest in bodemonderzoek NEN5707
Zuidoostelijke deel Omdat er in het verkennend- en in het nader bodemonderzoek geen concentraties boven de interventiewaarde zijn aangetoond, is er geen sprake van een geval van een ernstige bodemverontreiniging.
Druppelzone 1 De in het verkennend onderzoek aangetroffen verontreiniging is in het nader onderzoek niet opnieuw aangetoond. Er is geen sprake (meer) van een geval van ernstige bodemverontreiniging.
2021-126
7-1-22
Pagina 16 van 25
Verkennend- en nader bodemonderzoek Bruine Kuilenweg 1 te Ane
6 Samenvatting en conclusie Op een locatie gelegen aan de Bruine Kuilenweg 1 te Ane, kadastraal bekend gemeente: Gramsbergen, Sectie: G, nummer(s): 516 is op 15 juni en 22 december 2021 een verkennend- en nader bodemonderzoek conform NEN5740 en 5707 uitgevoerd.
Verkennend bodemonderzoek NEN5740 Ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn boringen en inspectiegaten uitgevoerd ten behoeve van een bodemonderzoek conform de NEN5740 en NEN5707.
Gehele locatie In de bovengrondmengmonsters (BM1, BM2 en BM3) zijn geen verhogingen aangetroffen. In het grondwatermonster (PB1 WM1) zijn lichte verhogingen molybdeen en barium aangetroffen. Op basis van onderhavig onderzoek wordt voor dit onderdeel een nader bodemonderzoek voor deze locatie niet noodzakelijk geacht. De onderzoekslocatie wordt vanuit milieuhygiënisch oogpunt voor dit onderdeel geschikt geacht voor het beoogde gebruik.
Verkennend bodemonderzoek NEN5707 "asbest in bodem" Tijdens de maaiveld- inspectie zijn zuidoostelijk van de onderzoekslocatie asbestverdachte materialen op het maaiveld aangetroffen op het puinpad, naast de varkensschuur en in de ruige bossage (zie bijlage III).
Gehele locatie Ter plaatse van de locatie zijn meerdere inspectiegaten gegraven, bemonsterd en geanalyseerd op de aanwezigheid van asbest. De mengmonsters MM1, MM2 en MM4 zijn licht asbesthoudend; de gewogen asbestgehalten zijn lager dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. De gewogen asbestgehalten in mengmonster MM3 zijn hoger dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. Er dient opgemerkt te worden dat er asbestverdachte vezels zijn aangetroffen in de fractie <0,5mm. Er wordt echter niet verwacht dat hierdoor de interventiewaarde zal worden overschreden middels een SEM-analyse. Formeel dient er nader onderzoek uitgevoerd te worden naar de ernst en omvang van de verontreiniging. Omdat op het zuidoostelijke deel van de onderzoekslocatie relatief veel inspectiegaten zijn gegraven en de mengmonsters MM2 en MM4 ruim onder de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek blijft, wordt een nader onderzoek niet zinvol geacht, omdat de verontreinigingssituatie grotendeels in beeld is gebracht binnen de onderzoekslocatie. Tevens blijft de concentratie asbest van DZ4 (ook gesitueerd op het zuidoostelijke deel) ook ruim onder de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. Er wordt niet verwacht dat de interventiewaarde zal worden overschreden in een nader onderzoek, echter dient er wel rekening te worden gehouden met eventuele asbestnesten tijdens (graaf)werkzaamheden.
2021-126
7-1-22
Pagina 17 van 25
Verkennend- en nader bodemonderzoek Bruine Kuilenweg 1 te Ane
Druppelzones Ter plaatse van elke druppelzone zijn twee inspectiesleuven gegraven en is er een mengmonster samengesteld. Op het maaiveld is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. De mengmonsters van DZ2, DZ3 en DZ4 zijn licht asbesthoudend; de gewogen asbestgehalten zijn ruim lager dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. Er dient opgemerkt te worden dat in DZ3 asbestverdachte vezels zijn aangetroffen in de fractie <0,5mm. Echter wordt niet verwacht dat de interventiewaarde zal worden overschreden middels een SEM-analyse. Het gewogen asbestgehalte in DZ1 is hoger dan de interventiewaarde (100 mg/kg ds). Er dient opgemerkt te worden dat er asbestverdachte vezels zijn aangetroffen in de fractie <0,5mm. Formeel geeft de aangetroffen verhoging aanleiding tot het uitvoeren van een nader onderzoek. Echter is er naar onze mening een reden om af te zien van een nader onderzoek ter plaatse van druppelzone 1. Het "Bijzonder inventariserend onderzoek, erosie van asbestdaken" van GeofoxLexmond (20131980/JOOS, d.d. 29-9-2014) heeft onderzocht dat de verontreiniging in de bodem van de afwateringszone van dakgootloze asbestdaken zich lijkt te beperken tot een diepte van 10cm bij een horizontale spreiding van circa 1 meter.
Nader asbest bodemonderzoek NEN5707 "asbest in bodem" Ten behoeve van het nader asbestonderzoek ter plaatse van de verontreiniging op het zuidoostelijke deel en druppelzone 1 zijn 16 inspectiesleuven gegraven voor de horizontale en verticale afperking.
Zuidoostelijke deel Ter plaatse van het zuidoostelijke deel zijn 14 inspectiesleuven gegraven voor de horizontale en verticale afperking. Op het maaiveld en in de inspectiesleuven is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. In de (meng)monsters zijn geen concentraties asbest aangetoond of de gewogen asbestgehalten zijn ruim lager dan de interventiewaarde (100 mg/kg ds). Op basis van het verkennend- en het nader bodemonderzoek kan worden geconcludeerd dat er geen concentraties asbest zijn aangetoond boven de interventiewaarde, en er zodoende geen sprake is van een ernstige geval van bodemverontreiniging. Geadviseerd wordt om bij werkzaamheden alert te blijven op eventuele asbestnesten.
Druppelzone 1 Er zijn twee inspectiesleuven geplaatst om de verontreiniging onder het menggranulaat op te sporen. Van de laag onder het menggranulaat (0,30-0,50 m-mv) is een mengmonster samengesteld en geanalyseerd op de aanwezigheid van asbest. In het mengmonster is analytisch geen asbest aangetoond. Vermoedelijk is bij het aanbrengen van het menggranulaat per abuis de verontreiniging gemengd met granulaat of reeds verwijderd door de graafwerkzaamheden. Omdat de aangetroffen verontreiniging van het verkennend onderzoek niet opnieuw is aangetoond in het nader onderzoek, kan gesteld worden dat er geen sprake is van een ernstig geval van bodemverontreiniging.
2021-126
7-1-22
Pagina 18 van 25
Verkennend- en nader bodemonderzoek Bruine Kuilenweg 1 te Ane
Algemeen Als grond van de locatie vrijkomt, moet er rekening mee worden gehouden dat deze niet zonder meer elders toepasbaar is. Op hergebruik van grond is het “Besluit bodemkwaliteit” van toepassing. De toepassing van grond elders moet worden gemeld via het ‘meldpunt bodemkwaliteit’. Naast het “Besluit bodemkwaliteit” dient opgemerkt te worden dat in het kader van de “Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS houdende grond en baggerspecie” ook onderzoek naar PFAS noodzakelijk is.