CConstaterende datHardenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagen behorende bij toelichting bestemmingsplan “Buitengebied Hardenberg, Kleine Windturbines Bij Agrarische Bedrijven”

gemeenteraad 21 juni 2022, gemeente HardenbergBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan “Buitengebied Hardenberg, Kleine Windturbines Bij Agrarische Bedrijven”4.940 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

bestemmingsplan

Buitengebied Hardenberg, Kleine Windturbines Bij Agrarische Bedrijven Hardenberg

DATUM IMRO IDN

26 april 2022 NL.IMRO.0160.0000BP00381-VG01

PROJECT PROJECTLEIDER

bestemmingsplan 'Buitengebied Hardenberg, Kleine Windturbines Bij Agrarische Bedrijven C. Leenstra

OPDRACHTGEVER PROJECTNUMMER

gemeente Hardenberg 20210798

AUTEUR STATUS

T. Gerritsma vastgesteld

Inhoudsopgave

Bijlagen bij toelichting

5

Bijlage 1

7

3/23

Zienswijzenverslag

4/23

Bijlagen bij toelichting

5/23

6/23

Bijlage 1

7/23

Zienswijzenverslag

ZIENSWIJZENVERSLAG

Bestemmingsplan “Buitengebied Hardenberg, Kleine Windturbines Bij Agrarische Bedrijven”

Juni 2022

Inhoudsopgave Blz. 1. Overzicht gevolgde procedure

3

2. Ingekomen zienswijzen en gemeentelijke reactie

4

2 Zienswijzenverslag bestemmingsplan “Buitengebied Hardenberg, Kleine Windturbines Bij Agrarische Bedrijven”

1. Overzicht gevolgde procedure Terinzagelegging Het ontwerp van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Hardenberg, Kleine Windturbines Bij Agrarische Bedrijven’ heeft vanaf donderdag 2 december 2021 gedurende zes weken ter inzage gelegen. De laatste dag van de ter inzagetermijn was woensdag 12 januari 2022. Bekendmaking De terinzagelegging van de ontwerpbestemmingsplan en de mogelijkheid tot het indienen van zienswijzen is bekendgemaakt in het gemeenteblad, het huis-aan-huisblad De Toren van 1 december 2021 en op de gemeentelijke website. Het bestemmingsplan kon digitaal worden ingezien op de website www.ruimtelijkeplannen.nl en op papier, na afspraak, bij de Publieksdienst in het gemeentehuis in Hardenberg. Zienswijzen Er zijn 4 zienswijzen ontvangen. De zienswijzen zijn binnen de daarvoor gestelde termijn ingekomen en dus tijdig ingediend. De zienswijzen zijn in dit zienswijzenverslag samengevat en voorzien van een gemeentelijke reactie. Status verslag Dit zienswijzenverslag vormt samen met de ingekomen zienswijzen een onlosmakelijk onderdeel van het raadsvoorstel en –besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Hardenberg, Kleine Windturbines Bij Agrarische Bedrijven’.

3 Zienswijzenverslag bestemmingsplan “Buitengebied Hardenberg, Kleine Windturbines Bij Agrarische Bedrijven”

2. Ingekomen zienswijzen en gemeentelijke reactie Op het ontwerpbestemmingsplan zijn 4 zienswijzen ontvangen, die hieronder puntsgewijs worden behandeld. De daarbij opgenomen nummers verwijzen naar het nummer, waaronder de zienswijze in de gemeentelijke administratie (Zaaksysteem) is opgenomen. Om te voldoen aan de Wet bescherming persoonsgegevens en omdat dit zienswijzenverslag op internet zal worden geplaatst, zijn de zienswijzen waar nodig geanonimiseerd. De volledige ingekomen zienswijzen kunnen op verzoek worden opgevraagd en worden ingezien. De volgende zienswijzen zijn ingekomen: 1. Behandeling Zienswijze TenneT TSO BV te Arnhem (274674 ) 1a. Inhoud zienswijze: TenneT is bij de Elektriciteitswet 1998 aangewezen als beheerder van het landelijke hoogspanningsnet van 110 kV en hoger. Het landelijke hoogspanningsnet is door het miniserie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) als vitale Infrastructuur aangeduid. TenneT is verantwoordelijk voor een ongestoorde werking van het landelijke hoogspanningsnet. Om de veiligheid en leveringszekerheid van onze hoogspanningsverbindingen te kunnen waarborgen is het van groot belang dat onze hoogspanningsverbindingen zoveel mogelijk ongestoord kunnen blijven liggen en daarom heeft TenneT baat bij dat de veiligheidsafstanden goed worden vastgelegd in het voorliggende bestemmingsplan. TenneT verzoekt samenvattend om: a.

in de regels de artikelen 4.1.1.b., 4.2.1.b, 4.3.1.b. en 5.2.d te wijzigen in die zin dat de formulering zoals die ten tijde van het ontwerp was: “windturbines zijn niet toegestaan binnen 20 meter van de bestemmingen Leiding - Gas en de bestemming Leiding – Hoogspanning” wordt vervangen door het volgende: De afstand van een kleine windturbine tot de hoogspanningsinfrastructuur bedraagt niet minder dan de maximale werpafstand bij tweemaal nominaal toerental van de turbine, tenzij de netbeheerder instemt met een korte afstand. b. In de regels bij artikel 6.1. onder lid e de formulering omtrent meetwijze afstand te wijzigen in: afstand tot de hoogspanningsinfrastructuur. c. In paragraaf 3.4. Externe Veiligheid de volgende zin: “De afstand die ten aanzien van de hoogspanningsleiding dient te worden vastgelegd is in het geldende bestemmingsplan vastgelegd op 20 meter” te wijzigen in “De afstand van een kleine windturbine tot de hoogspanningsinfrastructuur bedraagt niet minder dan de maximale werpafstand bij tweemaal nomimaal toerental van de turbine, tenzij de netbeheerder instemt met een korte afstand”.

4 Zienswijzenverslag bestemmingsplan “Buitengebied Hardenberg, Kleine Windturbines Bij Agrarische Bedrijven”

1b. Algemene gemeentelijke reactie op de zienswijze De gemeente deelt het standpunt met TenneT dat het waarborgen van de veiligheid en leveringszekerheid een significant belang is wat zich niet enkel beperkt tot onze gemeentegrenzen. Het betreft dus een maatschappelijk belang dat de stroom niet uitvalt. Uit onderstaand kaartje van TenneT blijkt dat de hoogspanningsmasten liggen in het open – heide ontginningslandschap (ten westen van Balkbrug) en bij Dedemsvaart in zowel het open- en besloten veenontginningslandschap. De hoogspanningsmasten die ten westen van Slagharen liggen, liggen in het besloten – veenontginningslandschap. In deze gebiedstypen mogen windturbines bij een agrarisch bedrijf worden geplaatst volgens dit bestemmingsplan. De zienswijze is daarmee relevant.

Op 7 februari 2022 is van TenneT een nadere uitleg ontvangen omtrent de gevraagde wijziging van de artikelen 4.1.1.b., 4.2.1.b, 4.3.1.b. en 5.2.d. De formulering zoals die ten tijde van het ontwerp was: “windturbines zijn niet toegestaan binnen 20 meter van de bestemmingen Leiding - Gas en de bestemming Leiding – Hoogspanning”. TenneT vraagt om deze formulering te vervangen door het volgende: “De afstand van een kleine windturbine tot de hoogspanningsinfrastructuur bedraagt niet minder dan de maximale werpafstand bij tweemaal nominaal toerental van de turbine, tenzij de netbeheerder instemt met een korte afstand”.

TenneT betoogt dat de gehanteerde van 20 meter niet toereikend is omdat per type windturbine een bepaalde werpafstand geldt. Met werpafstand wordt bedoeld de afstand die een wiek aflegt nadat hij losgekomen is van de turbine. Deze werpafstand is volgens TenneT afhankelijk van de ashoogte, het 5 Zienswijzenverslag bestemmingsplan “Buitengebied Hardenberg, Kleine Windturbines Bij Agrarische Bedrijven”

nominaal toerental (hoe snel en krachtig de wiek draait) en de afstand van het zwaartepunt van het afgebroken bladdeel tot het rotorcentrum. De variabelen zijn bij de fabrikant bekend volgens TenneT. De werpafstand wordt gerekend tot aan de hoofdinfrastructuur: -

Buitenste geleider ingeval van een bovengrondse verbinding; Buitenzijde van het kabelbed ingeval van een ondergrondse verbinding; Begrenzing van de inrichting ingeval van een station.

TenneT merkt op dat de werpafstand per type windturbine kan verschillen en dus kleiner of groter kan zijn dan de gehanteerde vaste afstand van 20 meter zoals die opgenomen is in het ontwerpbestemmingsplan. Windturbines die een werpafstand kleiner dan 20 meter hebben, zullen geen probleem opleveren als deze worden geplaatst op 20 meter afstand. De problemen kunnen optreden als een windturbine wordt geplaatst op 20 meter afstand van de hoogspanningsinfrastructuur terwijl deze windturbine een grotere werpafstand heeft dan 20 meter, bijvoorbeeld 30 meter en bij het loslaten van een wiek de hoogspanningsinfrastructuur wordt geraakt. Omdat het bestemmingsplan niet voorschrijft welke type windturbines op de “markt” komen, kan de werpafstand verschillen. Dit is ook bevestigd door de Raad van State in deze uitspraak: ECLI:NL:RVS:2018:197. Daarom wordt aan uw raad geadviseerd de voorgestelde wijziging van TenneT over te nemen omtrent de afstandsbepaling. “De afstand van een kleine windturbine tot de hoogspanningsinfrastructuur bedraagt niet minder dan de maximale werpafstand bij tweemaal nominaal toerental van de turbine, tenzij de netbeheerder instemt met een korte afstand”.

Met dien verstande dat in tegenstelling tot hetgeen TenneT vraagt niet wordt gemeten tot aan de hoogspanningsinfrastructuur maar tot aan de grens van de bestemming Leiding – Hoogspanning, omdat de hoofdinfrastructuur binnen deze bestemming verplaatst kan worden. Rekening hiermee houdend moet uitgegaan worden van de maximale planologische mogelijkheden. Op de volgende pagina’s kunt u lezen wat de wijzigingen inhouden.

6 Zienswijzenverslag bestemmingsplan “Buitengebied Hardenberg, Kleine Windturbines Bij Agrarische Bedrijven”

1c. Voorgestelde wijzigingen n.a.v. zienswijzen TenneT Naar aanleiding van de zienswijze van TenneT wordt de volgende wijzigingen in het groen voorgesteld: Wijzigingen Artikelen 4.1.1.b en 4.2.1.b Oude teksten: Bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Reestdal en Bergentheim-Zuid 4.1.1 Artikel 39.2 Windturbines komt als volgt te luiden: Bij omgevingsvergunning kan binnen de bestemmingen Agrarisch met waarden, Bedrijf, Maatschappelijk, Recreatie en Wonen worden afgeweken van de regels voor het toestaan van één of meerdere windturbines, met inachtneming van de volgende bepalingen: a. windturbines zijn niet toegestaan in de landschapstypen Beekdal- en Essen- en Hoevenlandschap; b. windturbines zijn niet toegestaan binnen 20 meter van de bestemmingen Leiding - Gas en de bestemming Leiding - Hoogspanning; c. windturbines zijn niet toegestaan in de gebieden zoals bepaald en begrensd in respectievelijk de artikelen 2.7.1 sub a en 2.7.2 onder 1 van de Omgevingsverordening Overijssel; d. binnen de bestemmingen Agrarisch met waarden zijn windturbines niet toegestaan buiten agrarische

bouwvlakken e. de maximale tiphoogte van windturbines bedraagt 25 meter; f. de windturbines moeten vanuit milieuoogpunt toelaatbaar zijn en niet leiden tot een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden; g. de inpassing van windturbines op het erf en in het landschap moet op zorgvuldige wijze plaatsvinden.

Bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg 4.2.1 Artikel 59.5 Windturbines komt als volgt te luiden: Bij omgevingsvergunning kan binnen de bestemmingen Agrarisch met waarden, Bedrijf, Maatschappelijk, Recreatie en Wonen worden afgeweken van de regels voor het toestaan van één of meerdere windturbines, met inachtneming van de volgende bepalingen: a. windturbines zijn niet toegestaan in de landschapstypen Beekdal- en Essen- en Hoevenlandschap en in het beschermd stads- en dorpsgezicht; b. windturbines zijn niet toegestaan binnen 20 meter van de bestemmingen Leiding - Gas en de bestemming Leiding - Hoogspanning; c. windturbines zijn niet toegestaan in de gebieden zoals bepaald en begrensd in respectievelijk de artikelen 2.7.1 sub a en 2.7.2 onder 1 van de Omgevingsverordening Overijssel; d. binnen de bestemmingen Agrarisch met waarden zijn windturbines niet toegestaan buiten agrarische

bouwvlakken e. de maximale tiphoogte van windturbines bedraagt 25 meter; f. de windturbines moeten vanuit milieuoogpunt toelaatbaar zijn en niet leiden tot een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden; g. de inpassing van windturbines op het erf en in het landschap moet op zorgvuldige wijze plaatsvinden.

7 Zienswijzenverslag bestemmingsplan “Buitengebied Hardenberg, Kleine Windturbines Bij Agrarische Bedrijven”

Wijzigingen Artikelen 4.1.1.b en 4.2.1.b Nieuwe teksten: Bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Reestdal en Bergentheim-Zuid 4.1.1 Artikel 39.2 Windturbines komt als volgt te luiden: Bij omgevingsvergunning kan binnen de bestemmingen Agrarisch met waarden, Bedrijf, Maatschappelijk, Recreatie en Wonen worden afgeweken van de regels voor het toestaan van één of meerdere windturbines, met inachtneming van de volgende bepalingen: a. windturbines zijn niet toegestaan in de landschapstypen Beekdal- en Essen- en Hoevenlandschap; b. windturbines zijn niet toegestaan binnen: 1. 20 meter vanaf de bestemming Leiding – Gas die is opgenomen in de geldende bestemmingsplannen zoals genoemd in bijlage 1, tenzij de netbeheerder instemt met een kortere afstand; 2. ten minste de maximale werpafstand bij tweemaal het nominaal toerental van de windturbine vanaf de bestemming Leiding – Hoogspanning die is opgenomen in bijlage 1, tenzij de netbeheerder instemt met een kortere afstand; c. windturbines zijn niet toegestaan in de gebieden zoals bepaald en begrensd in respectievelijk de artikelen 2.7.1 sub a en 2.7.2 onder 1 van de Omgevingsverordening Overijssel; d. binnen de bestemmingen Agrarisch met waarden zijn windturbines niet toegestaan buiten agrarische bouwvlakken e. de maximale tiphoogte van windturbines bedraagt 25 meter; f.

de windturbines moeten vanuit milieuoogpunt toelaatbaar zijn en niet leiden tot een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden; g. de inpassing van windturbines op het erf en in het landschap moet op zorgvuldige wijze plaatsvinden. Bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg 4.2.1 Artikel 59.5 Windturbines komt als volgt te luiden: Bij omgevingsvergunning kan binnen de bestemmingen Agrarisch met waarden, Bedrijf, Maatschappelijk, Recreatie en Wonen worden afgeweken van de regels voor het toestaan van één of meerdere windturbines, met inachtneming van de volgende bepalingen: a. windturbines zijn niet toegestaan in de landschapstypen Beekdal- en Essen- en Hoevenlandschap en in het beschermd stads- en dorpsgezicht; b. windturbines zijn niet toegestaan binnen: 1. 20 meter vanaf de bestemming Leiding – Gas die is opgenomen in de geldende bestemmingsplannen zoals genoemd in bijlage 1, tenzij de netbeheerder instemt met een kortere afstand; 2. ten minste de maximale werpafstand bij tweemaal het nominaal toerental van de windturbine vanaf de bestemming Leiding – Hoogspanning die is opgenomen in bijlage 1, tenzij de netbeheerder instemt met een kortere afstand; c. windturbines zijn niet toegestaan in de gebieden zoals bepaald en begrensd in respectievelijk de artikelen 2.7.1 sub a en 2.7.2 onder 1 van de Omgevingsverordening Overijssel; d.

binnen de bestemmingen Agrarisch met waarden zijn windturbines niet toegestaan buiten agrarische bouwvlakken e. de maximale tiphoogte van windturbines bedraagt 25 meter; f. de windturbines moeten vanuit milieuoogpunt toelaatbaar zijn en niet leiden tot een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden; g. de inpassing van windturbines op het erf en in het landschap moet op zorgvuldige wijze plaatsvinden.

8 Zienswijzenverslag bestemmingsplan “Buitengebied Hardenberg, Kleine Windturbines Bij Agrarische Bedrijven”

Wijziging artikel 4.3.1.b Oude tekst: Bestemmingsplan Correctieve herziening bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg 4.3.1 Artikel 16.5 Windturbines komt als volgt te luiden: Bij omgevingsvergunning kan binnen de bestemmingen Agrarisch met waarden, Bedrijf, Recreatie en Wonen worden afgeweken van de regels voor het toestaan van één of meerdere windturbines, met inachtneming van de volgende regels: a. windturbines zijn niet toegestaan in de landschapstypen Beekdal- en Essen- en Hoevenlandschap en in het beschermd stads- en dorpsgezicht; b. windturbines zijn niet toegestaan binnen 20 meter van de bestemmingen Leiding - Gas en de bestemming Leiding - Hoogspanning; c. windturbines zijn niet toegestaan in de gebieden zoals bepaald en begrensd in respectievelijk de artikelen 2.7.1 sub a en 2.7.2 onder 1 van de Omgevingsverordening Overijssel; d. binnen de bestemmingen Agrarisch met waarden zijn windturbines niet toegestaan buiten agrarische bouwvlakken e. de maximale tiphoogte van windturbines bedraagt 25 meter; f. de windturbines moeten vanuit milieuoogpunt toelaatbaar zijn en niet leiden tot een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden; g. de inpassing van windturbines op het erf en in het landschap moet op zorgvuldige wijze plaatsvinden.

Nieuwe Tekst: Bestemmingsplan Correctieve herziening bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg 4.3.1 Artikel 16.5 Windturbines komt als volgt te luiden: Bij omgevingsvergunning kan binnen de bestemmingen Agrarisch met waarden, Bedrijf, Recreatie en Wonen worden afgeweken van de regels voor het toestaan van één of meerdere windturbines, met inachtneming van de volgende regels: a. windturbines zijn niet toegestaan in de landschapstypen Beekdal- en Essen- en Hoevenlandschap en in het beschermd stads- en dorpsgezicht; b. windturbines zijn niet toegestaan binnen: 1. 20 meter vanaf de bestemming Leiding – Gas die is opgenomen in de geldende bestemmingsplannen zoals genoemd in bijlage 1, tenzij de netbeheerder instemt met een kortere afstand; 2. ten minste de maximale werpafstand bij tweemaal het nominaal toerental van de windturbine vanaf de bestemming Leiding – Hoogspanning die is opgenomen in bijlage 1, tenzij de netbeheerder instemt met een kortere afstand; c. windturbines zijn niet toegestaan in de gebieden zoals bepaald en begrensd in respectievelijk de artikelen 2.7.1 sub a en 2.7.2 onder 1 van de Omgevingsverordening Overijssel; d. binnen de bestemmingen Agrarisch met waarden zijn windturbines niet toegestaan buiten agrarische bouwvlakken e. de maximale tiphoogte van windturbines bedraagt 25 meter; f.

de windturbines moeten vanuit milieuoogpunt toelaatbaar zijn en niet leiden tot een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden; g. de inpassing van windturbines op het erf en in het landschap moet op zorgvuldige wijze plaatsvinden.

9 Zienswijzenverslag bestemmingsplan “Buitengebied Hardenberg, Kleine Windturbines Bij Agrarische Bedrijven”

Toelichting Deze wijziging is van toepassing op de afwijkingsbevoegdheid die volgens het bestemmingsplan “Buitengebied Hardenberg” geldt voor de bestemmingen Bedrijf, Recreatie en Wonen in de Open en besloten veenontginningslandschappen en de heideontginningslandschappen. Deze is in dit bestemmingsplan herschreven en voorgesteld wordt de afstandsbepaling omtrent windturbines en de bestemming Leiding- Hoogspanning ook zodanig te formuleren dat er sprake is van een eenduidige regeling voor alle bestemmingen. Op verzoek van TenneT wordt de 20 meter afstandsbepaling ten aanzien van de bestemming Leiding – Hoogspanning in de artikelen 4.1.1., 4.2.1. en 4.3.1.b. vervangen door “ten minste de maximale werpafstand bij tweemaal het nominaal toerental van de windturbine vanaf de bestemming Leiding - Hoogspanning die is opgenomen in bijlage 1, tenzij de netbeheerder instemt met een kortere afstand”.

10 Zienswijzenverslag bestemmingsplan “Buitengebied Hardenberg, Kleine Windturbines Bij Agrarische Bedrijven”

Wijziging artikel 5.2. d Oude tekst: Alle bestemmingsplannen 5.2 Bouwen windturbines Voor het bouwen van windturbines binnen een bouwvlak als bedoeld in artikel 5.1 gelden de volgende regels: a. b. c. d.

windturbines worden binnen het bouwvlak gerealiseerd; per agrarisch bedrijf mogen ten hoogste 2 windturbines worden gebouwd; de maximale tiphoogte van een windturbine bedraagt 25 meter; windturbines zijn niet toegestaan binnen 20 meter van de hartlijn van de gasleiding, gelegen in het midden van de bestemming Leiding - Gas en van de hartlijn van de hoogspanning, gelegen in het midden van de bestemming Leiding - Hoogspanning.

Nieuwe Tekst: Alle bestemmingsplannen 5.2 Bouwen windturbines Voor het bouwen van windturbines binnen een bouwvlak als bedoeld in artikel 5.1 gelden de volgende regels: a. windturbines zijn niet toegestaan in het beschermd stads- en dorpsgezicht; b. windturbines worden binnen het bouwvlak gerealiseerd; c. per agrarisch bedrijf mogen ten hoogste 2 windturbines worden gebouwd; d. de maximale tiphoogte van een windturbine bedraagt 25 meter; e. windturbines zijn niet toegestaan binnen: 1. 20 meter vanaf de bestemming Leiding – Gas die is opgenomen in de geldende bestemmingsplannen zoals genoemd in bijlage 1, tenzij de netbeheerder instemt met een kortere afstand; 2. ten minste de maximale werpafstand bij tweemaal het nominaal toerental van de windturbine vanaf de bestemming Leiding – Hoogspanning die is opgenomen in bijlage 1, tenzij de netbeheerder instemt met een kortere afstand; Toelichting Bovenstaande wijziging heeft betrekking op enkel de agrarische bestemmingen die in het open en besloten veenontginningslandschap of het heideontginningslandschap liggen. In het kader van het bestemmingsplan ligt het voor de hand om of uit te gaan van de hartlijn van een bestemming of de grens van een bestemmingsvlak.

Uitgaande van de zienswijze van TenneT blijkt dat ten opzichte van een hoogspanningsverbinding (art 5.d) het logischer is uit te gaan van de grens van het bestemmingsvlak omdat de feitelijke hoogspanningsleiding binnen de bestemming “Leiding-Hoogspanning” verplaatst mag worden. Om ten allen tijde voldoende afstand te kunnen waarborgen wordt in het bestemmingsplan uitgegaan van de grens van het bestemmingsvlak. Deze redernatie leidt ook tot de ambtelijke aanpassing omtrent de meetwijze omtrent de gasleidingen. Er wordt niet vanaf de hartlijn van de gasleiding gemeten (exacte locatie waar de gasleiding ligt) maar vanaf de grens van de bestemming Leiding – Gas. Er is niet gekozen om een voorwaarde omtrent de bestemming Verkeer- Railverkeer op te nemen omdat de agrarische bedrijven van de gebiedstypes waarin kleine windturbines zijn toegestaan niet in de directe nabijheid van de Vechtdal spoorlijn liggen.

11 Zienswijzenverslag bestemmingsplan “Buitengebied Hardenberg, Kleine Windturbines Bij Agrarische Bedrijven”

Wijziging artikel 6.1. Oude tekst: Alle bestemmingsplannen 6.1 Windturbines bij agrarische bedrijven Met een omgevingsvergunning kan binnen de in bijlage 1 genoemde bestemmingen worden afgeweken van het bepaalde in lid 5.1 en lid 5.2 sub a en c voor het toestaan van windturbines buiten het bouwvlak met een grotere hoogte, met inachtneming van de volgende bepalingen:

a. de afstand van de mast van een buiten het bouwvlak geplaatste windturbine tot de grens van het agrarisch b. c. d. e.

f. g. h.

bouwvlak maximaal 25 meter bedraagt: de ashoogte van een windturbine maximaal 25 meter bedraagt; het op te stellen vermogen gericht is op de energiebehoefte van het agrarisch bedrijf; de inpassing van windturbines op het erf en in het landschap vindt op zorgvuldige wijze plaats. Daartoe wordt een ruimtelijk kwaliteitsplan opgesteld, waarin de mogelijkheden om te voorzien in de energiebehoefte van het agrarische bedrijf door middel van zonnepanelen op de gebouwen zijn verkend. windturbines niet zijn toegestaan binnen: o 20 meter van de hartlijn van de gasleiding, gelegen in het midden van de bestemming Leiding - Gas die is opgenomen in de geldende bestemmingsplannen zoals genoemd in bijlage 1, tenzij de netbeheerder instemt met een kortere afstand; o ten minste de maximale werpafstand bij het nominaal toerental van de windturbine, vanaf de hartlijn van de hoogspanning, gelegen in het midden van de bestemming Leiding - Hoogspanning die is opgenomen in de geldende bestemmingsplannen zoals genoemd in bijlage 1, tenzij de netbeheerder instemt met een kortere afstand; o een afstand van 7,85 meter plus een halve rotordiameter vanaf de buitenkant van de mast van een windturbine tot het hart van het buitenste spoor van een hoofdspoorweg, gelegen in de bestemming Verkeer - Railverkeer die is opgenomen in de geldende bestemmingsplannen zoals genoemd in bijlage 1, met een minimum van 30

meter; windturbines vanuit milieuoogpunt toelaatbaar moeten zijn en niet leiden tot een onevenredige aantasting van de natuurlijke waarden en het woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden; uit een natuurtoets blijkt dat er geen negatieve gevolgen zijn voor de aanwezige natuurwaarden; indien op grond van de in de regels van de in bijlage 1 genoemde bestemmingen het gebruik voor kleinschalige duurzame energiewinning niet is toegestaan, tevens wordt afgeweken van het gebruik, zoals opgenomen in artikel 7.1.

12 Zienswijzenverslag bestemmingsplan “Buitengebied Hardenberg, Kleine Windturbines Bij Agrarische Bedrijven”

Wijziging artikel 6.1 Nieuwe tekst: Alle bestemmingsplannen 6.1 Windturbines bij agrarische bedrijven Met een omgevingsvergunning kan binnen de in bijlage 1 genoemde bestemmingen worden afgeweken van het bepaalde in lid 5.1 en lid 5.2 sub a en c voor het toestaan van windturbines buiten het bouwvlak met een grotere hoogte, met inachtneming van de volgende bepalingen:

a. windturbines zijn niet toegestaan in het beschermd stads- en dorpsgezicht; b. de afstand van de mast van een buiten het bouwvlak geplaatste windturbine tot de grens van het agrarisch c. d. e. f.

g. h. i.

bouwvlak maximaal 25 meter bedraagt; de ashoogte van een windturbine maximaal 25 meter bedraagt; het op te stellen vermogen gericht is op de energiebehoefte van het agrarisch bedrijf; de inpassing van windturbines op het erf en in het landschap vindt op zorgvuldige wijze plaats. Daartoe wordt een ruimtelijk kwaliteitsplan opgesteld, waarin de mogelijkheden om te voorzien in de energiebehoefte van het agrarische bedrijf door middel van zonnepanelen op de gebouwen zijn verkend. windturbines niet zijn toegestaan binnen: o 20 meter vanaf de bestemming Leiding - Gas die is opgenomen in de geldende bestemmingsplannen zoals genoemd in bijlage 1, tenzij de netbeheerder instemt met een kortere afstand; o ten minste de maximale werpafstand bij tweemaal het nominaal toerental van de windturbine vanaf de bestemming Leiding - Hoogspanning die is opgenomen in de geldende bestemmingsplannen zoals genoemd in bijlage 1, tenzij de netbeheerder instemt met een kortere afstand; o een afstand van 7,85 meter plus een halve rotordiameter vanaf de buitenkant van de mast van een windturbine tot de bestemming Verkeer - Railverkeer die is opgenomen in de geldende bestemmingsplannen zoals genoemd in bijlage 1, met een minimum van 30 meter; windturbines vanuit milieuoogpunt toelaatbaar moeten zijn en niet leiden tot een onevenredige aantasting van de natuurlijke waarden en het woon- en leefklimaat van

aangrenzende gronden; uit een natuurtoets blijkt dat er geen negatieve gevolgen zijn voor de aanwezige natuurwaarden; indien op grond van de in de regels van de in bijlage 1 genoemde bestemmingen het gebruik voor kleinschalige duurzame energiewinning niet is toegestaan, tevens wordt afgeweken van het gebruik, zoals opgenomen in artikel 7.1.

Toelichting Deze wijziging heeft betrekking op de nieuwe afwijkingsbevoegdheid voor de agrarische bestemmingen die in het open- en besloten veenontginningslandschap of het heideontginningslandschap liggen. In het kader van het bestemmingsplan ligt het voor de hand om of uit te gaan van de hartlijn van een bestemming of de grens van een bestemmingsvlak. Uitgaande van de zienswijze van TenneT wordt de afstand tussen de windturbine en de hoogspanningsinfrastructuur niet meer vanuit de hartlijn gemeten maar wordt afhankelijk van de technische gegevens van het type windturbine bepaalt. Omdat de feitelijke hoogspanningsinfrastructuur binnen de bestemming “Leiding-Hoogspanning” verplaatst kan worden, wordt gerekend vanaf de grens van de bestemming “LeidingHoogspanning” om ten allen tijde voldoende afstand te hebben geborgd, uitgaande van de invulling van de maximale planologische mogelijkheden. Deze redernatie leidt tot de ambtelijke aanpassing om voor de gasleidingen (art 6.1.e lid 1) en spoorlijn art 6.1.e lid 3): er wordt gemeten vanaf de grens van de bestemming, uitgaande van de maximale planologische mogelijkheden.

13 Zienswijzenverslag bestemmingsplan “Buitengebied Hardenberg, Kleine Windturbines Bij Agrarische Bedrijven”

2. Adviesbureau Van Westreenen BV te Barneveld (276039) Inhoud zienswijze: Het bureau kan zich vinden in het uitgangspunt dat kleinschalige windturbines niet op elke locatie goed inpasbaar zijn. In de beekdalen en de essen- en hoevenlandschappen is een goede afweging belangrijk. Maar ook voor de ondernemers in deze landschappen geldt dat door de combinatie van zon en wind de energie zo gelijkmatig mogelijk kan worden opgewekt. Ter voorkoming van langere procedures en hogere kosten voor de betrokken agrariërs wordt gevraagd om ook in de beekdalen en essen- en hoevenlandschappen de bouw van windturbines mogelijk te maken, via een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid, zodat een afweging van geval tot geval mogelijk is. Gemeentelijke reactie onderdeel 2: Volgens het geldende bestemmingsplan zijn windturbines niet toegestaan in de kwetsbare landschapstypen in onze gemeente: de beekdalen en de essen- en hoevenlandschappen. Dit komt voort uit de gebiedsgerichte benadering die de basis is voor al het ruimtelijk beleid van de gemeente voor het buitengebied. De agrarische bedrijven in deze gebieden hebben wel de mogelijkheid om zonnepanelen te leggen. Maar vanwege de landschappelijke invloed die windturbines kunnen hebben is het volgens ons niet gewenst om plaatsing daarvan in algemene zin mogelijk te maken. Maatwerk is geboden.

Dat wil niet zeggen dat geen enkel bedrijf in het beekdal- of het essen- en hoevenlandschap een windturbine kan plaatsen. Een afweging van geval tot geval moet uitwijzen of een windturbine landschappelijk inpasbaar is. Het ene essen- en hoevenlandschap is het andere niet, per gebied (bijvoorbeeld het Reestdal, Vechtdal, de Lutteres en de Holthoneres) verschillen de landschapskenmerken. Er zijn locaties denkbaar waar een kleine windturbine geen afbreuk doet aan het landschapsbeeld, maar ook locaties waar dit wel het geval is. Materiaalgebruik en uitstraling van de windturbine zijn daarbij van belang, meer dan in de andere landschapstypen. Bij de binnenplanse afwijkingsbevoegdheid gaat het in het algemeen om kleine afwijkingen, waarvan de haalbaarheid en de landschappelijke inpasbaarheid relatief eenvoudig is aan te tonen. Dit geldt voor de bouw van kleinschalige windturbines bij agrarische bedrijven in de heide- en veenontginningslandschappen. Bij agrarische bedrijven in de beekdalen en de essen- en hoevenlandschappen vinden wij de afwijking van het bestemmingsplan en de daarin opgenomen landschapskenmerken (uit de Landschap Identiteit Kaarten) groter. Een vergunning met toepassing van een buitenplanse afwijkingsbevoegdheid vinden wij daarom voor die bedrijven de aangewezen weg.

Hiervoor geldt inderdaad de uitgebreide procedure, maar die biedt meer ruimte voor een juiste belangenafweging. Voorstel: De zienswijze niet overnemen.

14 Zienswijzenverslag bestemmingsplan “Buitengebied Hardenberg, Kleine Windturbines Bij Agrarische Bedrijven”

3. Van Westreenen BV, namens melkveebedrijf Pothofweg 7 te Anevelde (276037) Inhoud zienswijze: Het bedrijf Pothofweg 7 ligt in het essen- en hoevenlandschap. De procedure die voor de bouw van een windturbine moet worden doorlopen is langer en kostbaarder dan in de andere landschapstypen. Dit terwijl een windturbine op het bedrijf goed inpasbaar is. Om te voorzien in de eigen energiebehoefte kan het bedrijf niet alleen uit de voeten met zonnepanelen. Door een combinatie van zon- en windenergie kan de energie gelijkmatig worden opgewekt. Daarom wordt gevraagd om binnenplans de mogelijkheid te bieden voor de bouw van een windturbine, zodat voor een aanvraag omgevingsvergunning hetzelfde tijdpad en dezelfde kosten gelden als in de andere landschapstypes. Gemeentelijke reactie onderdeel 3: Voor een algemene reactie op de gekozen plansystematiek verwijzen wij naar onze reactie op zienswijze 2. Wij kunnen ons voorstellen dat een combinatie van zon en wind zorgt voor een meer constante energieopwekking. Maar de mogelijke gevolgen voor het landschap van de plaatsing van een windturbine wegen volgens ons dusdanig zwaar dat een omgevingsvergunning via de uitgebreide procedure zorgt voor de beste belangenafweging. Voorstel: De zienswijze niet overnemen. 4. Agrarisch bedrijf Lutten Oever 8 te Balkbrug (275994) Inhoud zienswijze: Het bedrijf ligt in het essen- en hoevenlandschap.

In verband met het stroomverbruik zou een combinatie van zonnepanelen en een windturbine ideaal zijn. Daarom wordt gevraagd om bij het bedrijf de plaatsing van een windturbine toe te staan. In het Westerhuizingerveld staan al kleine windturbines en naast het bedrijf staat een telefoonmast van 40 m hoog. Vanuit het Reestdal is een windturbine achter het bedrijf niet zichtbaar. Reactie: Voor een algemene reactie op de gekozen plansystematiek verwijzen wij naar onze reactie op zienswijze 2. Wij kunnen ons voorstellen dat een combinatie van zon en wind bij een agrarisch bedrijf zorgt voor een meer constante energie-opwekking. Maar de mogelijke gevolgen voor het landschap wegen volgens ons dusdanig zwaar dat een omgevingsvergunning via de uitgebreide procedure zorgt voor de beste belangenafweging. In 2019 hebben wij vergunning verleend voor de plaatsing van twee kleine windturbines bij een agrarisch bedrijf aan de Groot Oeverweg. Dit bedrijf ligt in het besloten heideontginningslandschap. Dat is een landschap met andere gebiedskenmerken dan het essen- en hoevenlandschap. Voor deze windturbines is de bestaande binnenplanse afwijkingsbevoegdheid uit het bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg toegepast. De windturbines passen zowel qua situering (naast de bestaande gebouwen) als qua bouwhoogte (ashoogte van 15 m en tiphoogte van 21 m) in het landschap.

15 Zienswijzenverslag bestemmingsplan “Buitengebied Hardenberg, Kleine Windturbines Bij Agrarische Bedrijven”

Voor de telefoonmast naast het bedrijf (in de bosrand) hebben wij in 2018 vergunning verleend, met toepassing van een buitenplanse afwijkingsbevoegdheid (de zogenaamde kruimellijst uit het Besluit omgevingsrecht). Wij hebben daarbij een zwaar belang toegekend aan de noodzakelijke verbetering van de dekking van de mobiele telefonie in het gebied. Verder is de mast door de plaatsing naast het bosgebiedje nauwelijks zichtbaar. Of een windturbine bij het agrarisch bedrijf of dezelfde wijze kan worden ingepast kunnen wij pas beoordelen aan de hand van een concrete aanvraag. Voorstel: De zienswijze niet overnemen.

16 Zienswijzenverslag bestemmingsplan “Buitengebied Hardenberg, Kleine Windturbines Bij Agrarische Bedrijven”

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11480181/3