CConstaterende datHardenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagen behorende bij toelichting bestemmingsplan 'Buitengebied Hardenberg, Sibculoseweg 122-124 Sibculo' - bijlage 2 - Verkennend bodemonderzoek

gemeenteraad 12 maart 2024, gemeente HardenbergBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan 'Buitengebied Hardenberg, Sibculoseweg 122-124 Sibculo'4.334 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

RAPPORT VERKENNEND BODEMONDERZOEK conform NEN5740 Sibculosweg 124 Sibculo

Opdrachtgever:

Locatie: Sibculoseweg 124 7693 PZ Sibculo Mei 2023

Kruse Milieu BV Adres: Huyerenseweg 33 7678 SC Geesteren

Internet: info@krusegroep.nl www.krusegroep.nl

Tel: 0546 - 63 96 63 KvK: 06068751 BTW-nr: NL 8019.25.125.B01

Bankgegevens: ABN AMRO: NL34ABNA0501538739

Rapport Verkennend Bodemonderzoek conform NEN5740 Sibculoseweg 124- Sibculo

Opdrachtgever:

Locatie: Sibculoseweg 124 7693 PZ Sibculo Projectcode: 23031210

Rapportagedatum: 2 mei 2023 Projectleider:

Auteur: Kruse Milieu BV

INHOUD Pagina 1

Inleiding

1

2

Locatiegegevens Beschrijving huidige situatie Vooronderzoek Bodemsamenstelling en geohydrologie

2 2 2 3

3

Uitvoering bodemonderzoek Onderzoeksstrategie Veldwerkzaamheden Analyses Toetsing chemische analyses Toetsing asbestanalyses

4 4 5 5 6 7

4

5

Resultaten Algemeen Veldwerkzaamheden Resultaten en toetsing van de chemische analyses Samenvatting, conclusies en aanbevelingen

8 8 8 9 10

6

Literatuur en bronvermelding

11

Bijlagen I Regionale ligging locatie Boorplan verkennend bodemonderzoek Kruse Milieu BV, april 202\3 II Boorstaten Legenda boorstaten III Resultaten chemische analyses Toetsing chemische analyses IV Verklaring van enkele gebruikte termen en afkortingen

Kruse Milieu BV

Project: 23031210

1

Inleiding

Dit rapport beschrijft het verkennend bodemonderzoek, dat in opdracht van op een terreindeel aan de Sibculoseweg 124 te Sibculo door Kruse Milieu BV is uitgevoerd. De aanleiding van dit onderzoek is de bestemmingsplanwijziging en de geplande nieuwbouw van een woning aan de Sibculoseweg 124 te Sibculo. Voorafgaande aan het bodemonderzoek heeft een vooronderzoek plaatsgevonden op basis van norm NEN5725 “Aanleiding A: Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek”. Uit de resultaten van dit vooronderzoek is gebleken dat de onderzoekslocatie altijd in gebruik is geweest als woning met tuin en als onverdacht kan worden beschouwd voor de aanwezigheid van chemische parameters en asbest. De onderzoeksopzet gaat uit van: - NEN5725, Bodem. Leidraad bij het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend, oriënterend en nader onderzoek”, NNI Delft, oktober 2017; - NEN5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond” NNI Delft, januari 2009; - de aanvulling NEN5740/A1, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, februari 2016.

De doelstelling van het onderzoek op een onverdachte locatie is aan te tonen dat op de locatie redelijkerwijs gesproken geen verontreinigende stoffen aanwezig zijn in de grond of het freatisch grondwater. Het veldwerk is uitgevoerd in April 2023 conform BRL SIKB 2000 en de protocollen 2001 waarvoor Kruse Milieu BV is gecertificeerd. Hierbij wordt verklaard dat Kruse Milieu BV financieel en juridisch onafhankelijk is van de opdrachtgever. De vermelde medewerkers in deze rapportage zijn akkoord met openbaring van zijn of haar persoonsgegevens in het kader van de AVG-privacy wetgeving. In dit rapport worden de resultaten besproken van het veld- en het laboratoriumonderzoek. De gemeten gehalten in de grond worden vergeleken met de achtergrondwaarden (AW 2000) en de interventiewaarden om vast te stellen of er al dan niet verontreinigingen aanwezig zijn. Tevens worden eventuele resultaten met betrekking tot asbest vergeleken met de wetgeving inzake asbest in bodem en puin, welke door de ministeries van SZW en I&M is vastgesteld. In het beleid is voor asbest een restconcentratienorm en een interventiewaarde opgenomen.

Kruse Milieu BV

Project: 23031210

Pagina 1 van 13

2

Locatiegegevens Beschrijving huidige situatie

Algemeen: De onderzoekslocatie is gelegen aan de Sibculoseweg 124 te Sibculo, op circa 1 kilometer ten zuiden van de dorpskern van Sibculo. Het centrale punt van het te onderzoeken terreindeel heeft de RD-coördinaten x = 240.087 en y = 499.122 en is kadastraal bekend als: gemeente Ambt-Hardenberg, sectie G, nummer 2821. De onderzoekslocatie bevindt zich direct ten oosten van een waterplas. Bebouwing en verharding De onderzoekslocatie is onverhard en in gebruik als tuin. Onderzoekslocatie In het kader van een bestemmingsplanwijziging en de aanvraag van een omgevingsvergunning ten behoeve van de nieuwbouwplannen is een bodemonderzoek noodzakelijk. De onderzoekslocatie omvat circa 950 m². In bijlage I zijn de regionale ligging van de locatie weergegeven en is het boorplan van dit verkennend bodemonderzoek opgenomen. Vooronderzoek In het vooronderzoek komt, naast informatie uit het huidige gebruik, het vroegere gebruik van het terrein aan de orde evenals de vraag of er in het verleden reeds bodemonderzoeken zijn verricht op het terrein. Het vroegere gebruik van het terrein is van belang, omdat bronnen van verontreiniging aanwezig geweest kunnen zijn. Er is navraag gedaan bij de opdrachtgever, de eigenaar en de gemeente Ambt- Hardenberg. Daarbij is de volgende informatie is verzameld: - de onderzoekslocatie heeft momenteel bestemming wonen.

De woning op de onderzoekslocatie dateert van 1950; - voor zover bekend is de onderzoekslocatie niet anders in gebruik geweest dan woonbestemming; - voor zover bekend is er op de onderzoekslocatie nooit sprake geweest van opslag in tanks van chemicaliën of brandstoffen, zoals huisbrandolie of diesel; - de onderzoekslocatie is voor zover bekend nooit gebruikt voor werkzaamheden of (bedrijfs)activiteiten, die verontreinigend kunnen zijn; - voor zover bekend is het te onderzoeken terrein in het verleden niet opgehoogd en hebben er geen dempingen van lager gelegen delen of sloten plaatsgevonden; - voor zover bekend bevindt zich geen asbest op of in de bodem op de onderzoekslocatie. Er bevinden zich geen asbesthoudende dakplaten, beschoeiingen of sloopafval op de onderzoekslocatie. Tevens is de locatie niet gelegen aan een asbestweg; - voor zover bekend hebben er niet eerder bodemonderzoeken op en nabij de onderzoekslocatie plaatsgevonden.

Kruse Milieu BV

Project: 23031210

Pagina 2 van 13

3

Uitvoering bodemonderzoek Onderzoeksstrategie

De onderzoeksopzet gaat uit van: - NEN5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond” NNI Delft, januari 2009; - de aanvulling NEN5740/A1, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, februari 2016. In de norm NEN5740 zijn voor onverdachte en verdachte locaties richtlijnen gegeven voor een systematisch veldonderzoek, de bemonsteringsstrategie en uit te voeren analyses. De gekozen onderzoeksstrategie is voldoende intensief voor het verkrijgen van inzicht in de bodemkwaliteit ten behoeve van de omgevingsvergunning, bestemmingsplanwijziging of eigendomsoverdracht. Op basis van de beschikbare informatie omtrent het historisch en huidig gebruik van de locatie, kan de onderzoekslocatie als niet verdacht worden beschouwd. De hypothese "onverdachte locatie" uit NEN5740 wordt voor de locatie gebruikt. Deze hypothese gaat ervan uit dat op een locatie geen of slechts licht verhoogde gehalten worden gemeten. Op basis van het oppervlakte van circa 950 m² kan op basis van norm NEN5740, strategie onverdachte locatie, worden afgeleid dat er 6 boringen dienen te worden verricht, waarvan 4 tot 0.5 meter en 2 tot 2.0 meter diepte of tot de grondwaterspiegel.

Het plaatsen van een peilbuis blijft achterwege indien er binnen 5 meter min maaiveld geen grondwater wordt aangetroffen. Uit het vooronderzoek blijkt dat de onderzoekslocatie niet verdacht is met betrekking tot asbest. Derhalve is geen asbestonderzoek op de locatie noodzakelijk. Tijdens het veldwerk zal visueel worden gelet op de aanwezigheid van asbestverdacht materiaal op en in de bodem. Als tijdens het veldwerk blijkt dat de bodem puinhoudend is, worden puinhoudende boringen tot 0.5 m-mv conform NEN5707 vervangen door inspectiegaten. Omdat puinhoudende grond per definitie asbestverdacht is dient in voorkomende gevallen asbestonderzoek plaats te vinden. Bij percentages bodemvreemd materiaal van meer dan 50% is er geen sprake van bodem. Eventuele funderingslagen (asfalt- en puingranulaat) vallen buiten de scope van dit onderzoek. Het opgeboorde materiaal wordt wel beoordeeld op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. In geval er sprake is van meer dan 50% bodemvreemd materiaal/puin is norm NEN5897+C2 van toepassing: “Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat” NNI Delft, december 2017. Bij het verkennend bodemonderzoek worden de volgende uitgangspunten in acht genomen: - in door mensen bewoonde gebieden kunnen door jarenlang gebruik van de grond verhoogde gehalten aan PAK en/of zware metalen voorkomen.

Deze worden over het algemeen aangeduid als lokale achtergrondwaarden. Deze gehalten zijn vaak gerelateerd aan het voorkomen van puin- en/of kooldeeltjes in de bodem; - in humeuze of veenhoudende bodems worden regelmatig verhoogde gehalten minerale olie waargenomen. Deze gehalten worden veroorzaakt door humuszuren en overig organisch materiaal, dat van nature aanwezig is en door een florisilbehandeling niet geheel wordt verwijderd. Tijdens chemische analyses worden deze verbindingen gedetecteerd als de zware fractie van minerale olie (C27 tot C40). Bij veenbodems betreft het gehalten van 50 tot 100 mg/kg droge stof; bij humeuze bodemlagen gaat het om bijdrages van 10 tot 50 mg/kg droge stof. Deze gehalten kunnen worden beschouwd als natuurlijke achtergrondwaarden; - in het grondwater kunnen van nature verhoogde gehalten aan zware metalen en fenolen voorkomen. Deze worden doorgaans aangeduid als natuurlijke achtergrondwaarden. Een voorbeeld wordt gevormd door (sterk) verhoogde arseengehalten in gebieden, die zeer Kruse Milieu BV

Project: 23031210

Pagina 4 van 13

Toetsing chemische analyses De resultaten van de chemische analyses uit het bodemonderzoek worden beoordeeld aan de hand van de gecorrigeerde achtergrond-, streef- en interventiewaarden voor verontreinigingen in de bodem uit de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 en tabel 1 van bijlage B, Regeling bodemkwaliteit van het ministerie van I&M. De achtergrondwaarden voor grond zijn vastgelegd in de Regeling bodemkwaliteit (Staatsblad, 22 november 2012). De interventiewaarden voor grond en grondwater zijn vastgelegd in de Circulaire bodemsanering. De toetsing aan de eisen in de Wet Bodembescherming en de Circulaire Bodemsanering is beoogd om te beoordelen of er sprake is van een ernstig gevaar voor de volksgezondheid en/of het milieu.

Hierbij worden de volgende waarden onderscheiden: achtergrondwaarde (AW) voor grond: het niveau waarbij sprake is van een duurzame kwaliteit van de grond; bij overschrijding wordt gesproken van een lichte verontreiniging; streefwaarde (S) voor grondwater: het niveau waarbij sprake is van een duurzame kwaliteit van het grondwater; bij overschrijding wordt gesproken van een lichte verontreiniging; interventiewaarde bodem (I): het niveau waarbij de functionele eigenschappen van de bodem voor mens, plant of dier ernstig verminderd zijn of ernstig bedreigd worden; bij overschrijding wordt gesproken van een sterke verontreiniging; tussenwaarde (T): Gelijk aan het gemiddelde van de achtergrond- of streefwaarde en de interventiewaarde, dus (A+I)/2 (grond) of (S+I)/2 (grondwater). Wanneer bij een verkennend onderzoek een component met concentratie boven deze waarde wordt gevonden is in principe een nader onderzoek nodig. Bij de toetsing van de analyseresultaten aan de landelijke achtergrondwaarden en de Interventiewaarden worden deze eerst omgerekend naar een gestandaardiseerde meetwaarde (GSSD). Bij de toetsing van de grondresultaten wordt daarbij gebruik gemaakt van de gemeten percentages lutum en organische stof in de grond(meng)monsters. De analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters zijn volgens BoToVa getoetst aan de achtergrond-, streef- en interventiewaarden.

Het toetsingsresultaat is overeenkomstig BoToVa als volgt aangeduid: concentratie kleiner of gelijk aan AW of S; * concentratie groter dan AW of S en kleiner of gelijk aan T; ** concentratie groter dan T en kleiner of gelijk aan I. *** concentratie groter dan I. Een locatie wordt als verontreinigd beschouwd als de GSSD groter is dan de achtergrondwaarde of streefwaarde. Voor een aantal stoffen kan de rapportagegrens bepalend zijn voor de achtergrondwaarde of streefwaarde. De locatie wordt niet verontreinigd verklaard als geen van de onderzochte stoffen in de bodem aanwezig is met een concentratie hoger dan de achtergrondwaarde of streefwaarde. De resultaten van eventuele PFAS-analyses worden getoetst aan de achtergrondwaarden in de landbodem genoemd in het “Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie” (geactualiseerde versie december 2021) van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, alsmede aan de sinds 15 januari 2020 door het RIVM afgeleide INEV’s (Indicatieve Niveaus voor Ernstige Verontreinigingen) voor de stoffen PFOS, PFOA en GenX in grond en grondwater.

Kruse Milieu BV

Project: 23031210

Pagina 6 van 13

Toetsing asbestanalyses De resultaten van eventuele asbestanalyses worden getoetst aan de wetgeving inzake asbest in bodem en puin welke door de ministeries van SZW en I&M is vastgesteld. In het beleid is voor asbest een restconcentratienorm en een interventiewaarde opgenomen. De restconcentratienorm beschrijft de concentratie asbest, waaronder hergebruik nog is toegestaan. De interventiewaarde beschrijft de concentratie asbest in bodem, waarboven in principe gesaneerd dient te worden. Voor asbest is de restconcentratienorm gelijk aan de interventiewaarde en deze waarde bedraagt 100 mg/kg gewogen asbest. De gewogen concentratie asbest is gelijk aan de concentratie serpentijnasbest, vermeerderd met 10 maal de concentratie amfiboolasbest. Voor puinverhardingen dient de asbestconcentratie te worden getoetst aan de normen uit het Besluit Asbestwegen Wet Milieugevaarlijke Stoffen (WMS). Hierin wordt tevens een restconcentratie van 100 mg/kg gewogen asbest genoemd. Bij boringen < 0.35 meter diameter: indien in het opgeboorde materiaal uit minimaal één boring binnen een (deel)locatie asbest wordt aangetroffen, dan is aanvullend asbestonderzoek verplicht. Indien in de boringen binnen een (deel)locatie geen asbest wordt aangetroffen, dan is aanvullend asbestonderzoek niet verplicht.

Bij een asbestgehalte groter dan de helft van de interventiewaarde is een nader onderzoek asbest verplicht. De hoogste bepaalde waarde binnen een (deel)locatie is hiervoor bepalend. Indien overschrijding van de restconcentratienorm plaatsvindt, dan dienen werkzaamheden met de betreffende bodem/puinverharding plaats te vinden onder asbestcondities. Bij asbestconcentraties lager dan de restconcentratienorm zijn geen aanvullende maatregelen noodzakelijk bij be- en verwerking van de grond of puinverharding.

Kruse Milieu BV

Project: 23031210

Pagina 7 van 13

Resultaten en toetsing van de chemische analyses In algemene zin dient opgemerkt te worden dat indien de analyses van de grondmonsters zijn uitgevoerd op mengmonsters, dit kan betekenen dat de gehaltes hoger kunnen zijn in de individuele monsters. De analyseresultaten en de toetsingstabellen zijn weergegeven in bijlage III. Bij de toetsing van de analyseresultaten aan de landelijke achtergrondwaarden en de interventiewaarden worden deze eerst omgerekend naar een gestandaardiseerde meetwaarde (GSSD). Bij de toetsing van de grondresultaten wordt daarbij gebruik gemaakt van de gemeten percentages lutum en organische stof in de grond(meng)monsters. De analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters zijn volgens BoToVa getoetst aan de achtergrond-, streef- en interventiewaarden. In de bovengrond en ondergrond zijn geen verhoogde waarden aangetroffen.

Kruse Milieu BV

Project: 23031210

Pagina 9 van 13

5

Samenvatting, conclusies en aanbevelingen

Algemeen In opdracht van is er een verkennend bodemonderzoek aan de Sibculoseweg 124 in Sibculo uitgevoerd. De onderzoekslocatie met een oppervlakte van 950 m2 is onbebouwd en in gebruik als tuin. De aanleiding van dit onderzoek is een bestemmingsplanwijziging en de aanvraag van een omgevingsvergunning ten behoeve van de nieuwbouw van een woning. Voorafgaande aan het bodemonderzoek heeft een vooronderzoek plaatsgevonden op basis van norm NEN5725 “Aanleiding A: Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek”. Uit de resultaten van dit vooronderzoek is gebleken dat de onderzoekslocatie altijd in gebruik is geweest als woning met tuin en als onverdacht kan worden beschouwd voor de aanwezigheid van chemische parameters en asbest. Resultaten veldwerk In totaal zijn er 6 boringen verricht, waarvan er 2 zijn doorgezet in de diepere ondergrond.Het plaatsen van een peilbuis is komen te vervallen, omdat er binnen 5 m-mv geen grondwater is aangetroffen. Gebleken is dat de bodem globaal bestaat uit matig fijn, zwak siltig zwak humeus zand. In de boven- en ondergrond zijn oer- en roesthoudende lagen aangetroffen. Er zijn geen bodemvreemde materialen waargenomen. Door de veldwerker zijn visueel geen asbestverdachte materialen op het maaiveld of in de bodem waargenomen.

Resultaten chemische analyses Op basis van de resultaten van de analyses kan het volgende worden geconcludeerd: - De bovengrond (BG) is niet verontreinigd; - de ondergrond (OG) is niet verontreinigd; Hypothese De hypothese "onverdachte locatie" Kan worden aangenomen gezien er geen verhoogde gehalten of verontreinigen zijn aangetoond. Slotconclusie Uit milieukundig oogpunt is er geen bezwaar tegen de bestemmingsplanwijziging en de nieuwbouwplannen, aangezien er geen verontreinigingen zijn vastgesteld De bodem wordt geschikt geacht voor het huidige en toekomstige gebruik. Standaard slotopmerkingen Het volgende dient opgemerkt te worden: gezien het verkennende karakter van dit onderzoek is het, ondanks de zorgvuldigheid waarmee het is uitgevoerd, altijd mogelijk dat eventueel lokaal voorkomende verontreinigingen niet zijn ontdekt. Hoewel voldaan wordt aan de geldende weten regelgeving, wordt tijdens een verkennend of nader bodemonderzoek een beperkt aantal boringen, inspectiegaten of inspectiesleuven verricht. Vermeld dient tevens te worden dat op basis van voorliggend onderzoek geen conclusies kunnen worden getrokken omtrent de bodemkwaliteit van andere terreindelen of aangrenzende percelen. Tenslotte dient in acht genomen te worden dat elk bodemonderzoek een momentopname is.

Eventuele toekomstige calamiteiten (bijvoorbeeld brand of morsing van bodemvreemde vloeistoffen), sloopwerkzaamheden of bouwrijp maken en aanvoer van grond van elders kunnen de bodemkwaliteit (sterk) beïnvloeden. Kruse Milieu BV

Project: 23031210

Pagina 10 van 13

6

Literatuur en bronvermelding

Informatie van de gemeente Hardenberg NEN5725, “Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek”, NNI Delft, oktober 2017 NEN5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, januari 2009 NEN5740/A1, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, februari 2016 NEN5707+C2, “Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond”, NNI Delft, december 2017 “Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie”, Ministerie van I en W, versie december 2021 Document “Indicatieve niveaus voor ernstige bodem- en grondwaterverontreinigingen (INEV’s) voor de stoffen PFOS, PFOA en GenX, RIVM, 15 januari 2020 Toelichting op de Indicatieve Niveaus voor Ernstige Verontreiniging (INEV) PFAS voor grond en grondwater, RIVM, 5 maart 2000 Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, Ministerie van I&M Topografische kaarten, Kaartblad 28 G, Topografische Dienst Kadaster Grondwaterkaart van Nederland, TNO Grondwater en Geo-Energie, Delft Archief Kruse Milieu BV Bodematlas Overijssel www.ahn.nl www.topotijdreis.nl www.dinoloket.nl

Kruse Milieu BV

Project: 23031210

Pagina 11 van 13

Bijlage I Regionale ligging locatie Boorplan verkennend bodemonderzoek Kruse Milieu BV, maart 2022

Bijlage II Boorstaten

1

gras / cm t ov m aaiveld

0 1

3

1 -50

50

-100

t ype dat um boorm eest er

zand, zeer grof, zwak silt ig, zwak grindig, neut raal grijs

100

zand, zeer grof, zwak silt ig, st erk grindig, zwak hum eus, donker bruin, ext reem hard

4

zand, uit erst grof, zwak silt ig, m at ig grindig, neut raal grijs

5

zand, uit erst grof, zwak silt ig, zwak grindig, donker bruin, rood, m at ig oer -220

zand, m at ig grof, zwak silt ig, zwak grindig, neut raal geel, beige, sporen oer

250

-50

gras / cm t ov m aaiveld

0 1

-180 200

-50

g r on d b or in g 2 1 -0 4 -2 0 2 3 N . Pe p p in g

6

gras / cm t ov m aaiveld

0 -280

zand, zeer grof, zwak silt ig, zwak grindig, neut raal oranje, geel, sporen oer

300

1

-60

-330

t ype dat um boorm eest er

400 -410

zand, zeer grof, zwak silt ig, zwak grindig, donker oranje, geel, sporen oer

450

-450

zand, zeer grof, zwak silt ig, zwak grindig, neut raal beige, geel, sporen oer 500

-500

GEEN GRONDWATER. t ype dat um boorm eest er

g r on d b or in g 2 1 -0 4 -2 0 2 3 N . Pe p p in g

2

gras / cm t ov m aaiveld

0 1

0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, m at ig hum eus, donker grijs, zwart , sporen veen

50

-50 2 3

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, donker rood, oranje, st erk oer -70

100 4

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, neut raal geel, beige, sporen oer

5

zand, zeer grof, zwak silt ig, m at ig grindig, licht grijs, beige, ext reem hard

-95 150

6 200 t ype dat um boorm eest er

-140

zand, uit erst grof, zwak silt ig, zwak grindig, donker beige, grijs, sporen oer -170

g r on d b or in g 2 1 -0 4 -2 0 2 3 N . Pe p p in g

zand, zeer grof, zwak silt ig, zwak grindig, donker bruin, rood, m at ig oer -200

3

bosgrond / cm t ov m aaiveld

0 1

0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, m at ig hum eus, donker grijs, zwart , m at ig veen

50 t ype dat um boorm eest er

-50

g r on d b or in g 2 1 -0 4 -2 0 2 3 N . Pe p p in g

bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform

Sib cu lo 23031210 N EN 5 1 0 4

0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, m at ig hum eus, donker grijs, zwart , sporen veen

50

zand, uit erst grof, zwak silt ig, zwak grindig, donker bruin, rood, m at ig oer

350

0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, m at ig hum eus, donker grijs, zwart , zwak veen

50 t ype dat um boorm eest er

0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, m at ig hum eus, donker grijs, zwart , zwak veen

g r on d b or in g 2 1 -0 4 -2 0 2 3 N . Pe p p in g

5 -140

150

gras / cm t ov m aaiveld

0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, m at ig hum eus, donker grijs, zwart , sporen veen

50 2

4 0

g r on d b or in g 2 1 -0 4 -2 0 2 3 N . Pe p p in g

zand, zeer grof, zwak silt ig, zwak grindig, neut raal grijs -70

Bijlage III Resultaten chemische analyses

AL-West B.V. Dortmundstraat 16B, 7418 BH Deventer, the Netherlands Tel. +31(0)570 788110 e-Mail: info@al-west.nl, www.al-west.nl

DOC-13-20644056-NL-P1

CHROMATOGRAM for Order No. 1266116, Analysis No. 129611, created at 01.05.2023 06:02:16 Monster beschrijving: BG 1, 1: 0-50, 2: 0-50, 3: 0-50, 4: 0-50, 5: 0-50, 6: 0-50

Blad 1 van 2 Kamer van Koophandel Nr. 08110898 VAT/BTW-ID-Nr.: NL 811132559 B01

Directeur ppa. Marc van Gelder Dr. Paul Wimmer

AL-West B.V. Dortmundstraat 16B, 7418 BH Deventer, the Netherlands Tel. +31(0)570 788110 e-Mail: info@al-west.nl, www.al-west.nl

DOC-13-20644056-NL-P2

CHROMATOGRAM for Order No. 1266116, Analysis No. 129618, created at 28.04.2023 08:49:13 Monster beschrijving: OG 1, 1: 50-100, 1: 100-140, 1: 140-180, 1: 180-220, 2: 95-140, 2: 140-170, 2: 170-200

Blad 2 van 2 Kamer van Koophandel Nr. 08110898 VAT/BTW-ID-Nr.: NL 811132559 B01

Directeur ppa. Marc van Gelder Dr. Paul Wimmer

Bijlage IV Verklaring van enkele gebruikte termen en afkortingen

Termen De gehalten van de chemische componenten in de bodem en in het grondwater worden getoetst aan de zogenaamde achtergrond- of streef- en interventiewaarden uit de Circulaire Bodemsanering 2013. Deze waarden worden gecorrigeerd voor de gehalten lutum en organische stof (humus) voor de betreffende bodem. Deze gehalten worden in het laboratorium bepaald. Achtergrondwaarden: De gehalten zoals die op dit moment voorkomen in de bodem van natuur- en landbouwgronden waarvoor geldt dat er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen. Streefwaarden: Waarden, die het niveau aangeven, waarbij sprake is van een duurzame bodemkwaliteit. Gebruikt symbool: S. De streefwaarde wordt alleen voor grondwater gebruikt. Interventiewaarden: Waarden, die aangeven wanneer de functionele eigenschappen van de bodem voor mens, dier en plant, ernstig zijn of dreigen te worden verminderd. Gebruikt symbool: I. Tussenwaarde: Gelijk aan het gemiddelde van de achtergrond- of streefwaarde en de interventiewaarde, dus (A+I)/2 (grond) of (S+I)/2 (grondwater). Wanneer bij een verkennend onderzoek een component met concentratie boven deze waarde wordt gevonden is in principe een nader onderzoek nodig. Gebruikt symbool: T.

Overige termen, die in dit rapport worden gebruikt, zijn als volgt te definiëren: Niet verontreinigd: Gehalte van elke component overschrijdt de achtergrond- of streefwaarde niet. Zeer licht verontreinigd: Gehalte van een component ligt boven de achtergrond- of streefwaarde, maar overschrijdt het dubbele van de achtergrond- of streefwaarde niet. Licht verontreinigd:

Gehalte van een component is hoger dan het dubbele van de Achtergrond- of streefwaarde, maar overschrijdt de tussenwaarde niet.

Matig verontreinigd: Gehalte van een component is hoger dan de tussenwaarde, maar overschrijdt de interventiewaarde niet. Sterk verontreinigd: Gehalte van een component is hoger dan de interventiewaarde, maar overschrijdt het tienvoud van de interventiewaarde niet. Zeer sterk verontreinigd: Gehalte van een component is hoger dan het tienvoud van de interventiewaarde. NEN5740:

Nederlandse norm "Bodem. Onderzoeksstrategie bij verkennend bodemonderzoek." Een verkennend onderzoek heeft tot doel met relatief beperkt onderzoek vast te stellen of er sprake is van een bodemverontreiniging op de onderzoekslocatie.

Verdachte locatie:

Locatie, waarvan op basis van vooronderzoek of historische informatie wordt verwacht dat er verontreiniging aanwezig is.

Nulsituatie:

Huidige chemische kwaliteit van grond en grondwater ten aanzien van bodemverontreinigende stoffen.

Nader onderzoek:

Bodemonderzoek, waarin de ernst en de omvang van een eerder aangetoonde verontreiniging wordt vastgesteld.

Afkortingen AMvB BG BOOT BSB BSB BTEX BTEXN BZV CZV EC EOCl EOX GHG GLG GWS HBO HCB HCH ILT Ministerie van I en W MM FF MVR NEN NNI NPR NTA NVN OCB OG OW-test PAK PCB PFAS pH SUBAT VC VNG VROM VOCl WBB As Ba Cd Cr Co Cu Fe Hg Mn Mo Na Ni Pb St Zn

Algemene Maatregel van Bestuur Bovengrond Besluit Opslaan in Ondergrondse Tanks Stichting Bodemsanering Bedrijfsterreinen Bouwstoffenbesluit Benzeen, Tolueen, Ethylbenzeen, Xylenen Afkorting voor vluchtige aromaten (BTEX) en Naftaleen Biologisch zuurstofverbruik Chemisch zuurstofverbruik Elektrisch geleidingsvermogen Extraheerbare organochloorverbindingen Extraheerbare organohalogeenverbindingen Gemiddeld hoogste grondwaterstand Gemiddeld laagste grondwaterstand Actuele grondwaterstand Huisbrandolie Hexachloorbenzeen Hexachloorhexaan Inspectie Leefomgeving en Transport Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat Mengmonster fijne fractie Ministeriële Vrijstellingsregeling Nederlandse norm Nederlands Normalisatie Instituut Nederlandse praktijkrichtlijn Nederlandse technische afspraak Nederlandse voornorm Chloorpesticiden Ondergrond Olie/water-test Polycyclische aromatische koolwaterstoffen Polychloorbifenylen poly- en perfluor alkyl stoffen Zuurgraad Stichting Uitvoering Bodemsanering Amovering Tankstations Vinylchloride Vereniging van Nederlandse Gemeenten Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer Vluchtige organochloorverbindingen, zoals per en tri Wet Bodembescherming Arseen Barium Cadmium Chroom Kobalt Koper IJzer Kwik Mangaan Molybdeen Natrium Nikkel Lood Tin Zink

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13859587/1