Bijlage Overzicht van de voorgestelde wijzigingen (“was-wordt”)
Tekst van het document
Overzicht (was-wordt) van voorgestelde wijzigingen Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Hardenberg december 2024. Hieronder is aangegeven welke artikelen het betreft. Onder “was” staat de bestaande tekst, waarbij de woorden/leestekens die wijzigen cursief zijn aangegeven. Onder “wordt” staat de nieuwe tekst, waarbij de nieuwe woorden/leestekens in vet zijn aangegeven. Onder de wijzigingen staat een korte toelichting. WAS
WORDT
Artikel 1.1 Definities f. gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving;.
f. gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet;.
Toelichting Aansluiting bij regelgeving en modelverordening.
Artikel 2:10 Voorwerpen op of aan de weg of een openbare plaats, lid 8 8. Op de aanvraag om een vergunning, niet zijnde een omgevingsvergunning, is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
8. Wordt geschrapt
Toelichting Dit artikel gaat over veel onderwerpen, waaronder de terrasvergunning. Door zienswijzen kan een langere periode nodig zijn voor vergunningverlening, maar lid 8 (fictieve vergunningverlening bij niet tijdig beslissen) geeft hiervoor niet de ruimte. Fictieve vergunningverlening zou belangen van derden kunnen schaden. Vandaar dat dit lid wordt geschrapt.
Artikel 2:11 (Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg, lid 3 3. Het verbod is voorts niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994, de Wegenwet, het Wetboek van Strafrecht of het bepaalde bij of krachtens de Telecommunicatiewet.
Toelichting Bij de vorige herziening was per abuis deze tekst verwijderd.
3. Het verbod is voorts niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994, de Wegenwet, het Wetboek van Strafrecht of het bepaalde bij of krachtens de Telecommunicatiewet of de Algemene verordening ondergrondse infrastructuur..
WAS
WORDT
Artikel 2:28 Ordeverstoring 1. Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren. 2. Het is verboden bij een evenement zichtbaar goederen te dragen, bij zich te hebben of te vervoeren die uiterlijke kenmerken zijn van een organisatie die bij rechterlijke uitspraak of bestuurlijk besluit verboden is verklaard of is ontbonden vanwege een doel of werkzaamheid in strijd met de openbare orde. 3. Het verbod van lid 2 geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht.
Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren.
Toelichting Schrappen verbod vanwege jurisprudentie Hoge Raad (in strijd met vrijheid van meningsuiting)
Artikel 2:50a Slaapplaats op of aan een openbare plaats (komt te luiden: Verbod gebruik openbare plaats als slaapplaats, en wordt vernummerd tot 2:54) 1. Het is verboden tussen zonsondergang en zonsopgang een openbare plaats als slaapplaats te gebruiken en verder op of aan een openbare plaats een voertuig, caravan, keetwagen, magazijnwagen, tent of een soortgelijk of ander onderkomen als slaapplaats te gebruiken of daarin te overnachten dan wel gelegenheid daartoe te bieden. 2. Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod ontheffing verlenen en daaraan voorschriften verbinden in het belang van: a. de openbare orde b. het voorkomen of beperken van overlast c. de verkeersveiligheid of de veiligheid van personen of goederen d. de zedelijkheid of de gezondheid e. de bescherming van natuur en landschap f. de bescherming van het aanzien van de gemeente. 3. Het college kan plaatsen aanwijzen waar het verbod van het eerste lid niet geldt.
1. Het is verboden tussen zonsondergang en zonsopgang een openbare plaats als slaapplaats te gebruiken en verder op of aan een openbare plaats een voertuig, caravan, keetwagen, magazijnwagen, tent of een soortgelijk of ander onderkomen als slaapplaats te gebruiken of daarin te overnachten dan wel gelegenheid daartoe te bieden. 2. Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod ontheffing verlenen en daaraan voorschriften verbinden in het belang van: a. de openbare orde b. het voorkomen of beperken van overlast c. de verkeersveiligheid of de veiligheid van personen of goederen d. de zedelijkheid of de gezondheid e. de bescherming van natuur en landschap f. de bescherming van het aanzien van de gemeente. 3. Het college kan plaatsen aanwijzen waar het verbod van het eerste lid niet geldt.
WAS
WORDT
4. Het college kan daarbij nadere regels stellen in het belang van: a. de openbare orde b. het voorkomen of beperken van overlast c. de verkeersveiligheid of de veiligheid van personen of goederen d. de zedelijkheid of de gezondheid e. de bescherming van natuur en landschap f. de bescherming van het aanzien van de gemeente. 5. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
4. Het college kan daarbij nadere regels stellen in het belang van: a. de openbare orde b. het voorkomen of beperken van overlast c. de verkeersveiligheid of de veiligheid van personen of goederen d. de zedelijkheid of de gezondheid e. de bescherming van natuur en landschap f. de bescherming van het aanzien van de gemeente. 5. Het verbod geldt niet: a. voor vaartuigen en woonboten die een ligplaats innemen waar dit op grond van artikel 5:25 of het omgevingsplan is toegestaan; b. voor woonwagens met een woonbestemming; c. op een kampeerterrein dat als zodanig in het omgevingsplan is bestemd of mede bestemd; d. op kampeerplaatsen die op grond van artikel 4:19 zijn aangewezen. 6. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Toelichting Aanpassing titel en vernummering conform VNG-model + opnemen (in lid 5) van situaties die niet onder het verbod vallen
Artikel 2:50b Verbod op zichtbare uitingen van verboden organisaties 1. Het is verboden op openbare plaatsen of in voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven zichtbaar goederen te dragen, bij zich te hebben of te vervoeren die uiterlijke kenmerken zijn van een organisatie die bij rechterlijke uitspraak of bestuurlijk besluit verboden is verklaard of is ontbonden vanwege een werkzaamheid of doel in strijd met de openbare orde. 2. Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht.
Vervallen
Toelichting Schrappen verbod vanwege jurisprudentie Hoge Raad (in strijd met vrijheid van meningsuiting)
WAS
WORDT
Artikel 2:65 Bedelarij Niet opgenomen.
Het is verboden in door het college aangewezen gebieden op een openbare plaats te bedelen om geld of andere zaken.
Toelichting In de praktijk blijkt dat bedelarij voorkomt, maar op dit moment kan er niet tegen worden opgetreden bij overlast gevende situaties..
Artikel 2:78 Gebiedsontzeggingen 1. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- of leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan een persoon die strafbare feiten of openbare ordeverstorende handelingen verricht een bevel geven zich gedurende ten hoogste 24 uur niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden. 2. Met het oog op de in het eerste lid genoemde belangen kan de burgemeester aan een persoon aan wie tenminste eenmaal een bevel als bedoeld in dat lid is gegeven en die opnieuw strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht, een bevel geven zich gedurende ten hoogste acht weken niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats te houden. 3. Een bevel krachtens het tweede lid kan slechts worden gegeven als het strafbare feit of de openbare ordeverstorende handeling binnen zes maanden na het geven van een eerder bevel, gegeven op grond van het eerste of tweede lid, plaatsvindt. 4. De burgemeester beperkt de in het eerste of tweede lid gestelde bevelen, als hij dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk oordeelt. De burgemeester kan op aanvraag tijdelijk ontheffing verlenen van een bevel.
1. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- of leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan een persoon die strafbare feiten of openbare ordeverstorende handelingen verricht een tijdelijk verbod opleggen om gedurende ten hoogste 24 uur niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats aanwezig te zijn. 2. Met het oog op de in het eerste lid genoemde belangen kan de burgemeester aan een persoon aan wie ten minste eenmaal een tijdelijk verbod is opgelegd als bedoeld in dat lid en die binnen zes maanden na een eerder tijdelijk verbod opnieuw strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht, een tijdelijk verbod opleggen om gedurende ten hoogste acht weken in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats aanwezig te zijn. 3. De burgemeester beperkt het krachtens het eerste of tweede lid opgelegde verbod, als hij dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk oordeelt. De burgemeester kan op aanvraag tijdelijk ontheffing verlenen van een tijdelijk verbod. 4. Het is verboden te handelen in strijd met een krachtens het eerste of tweede lid opgelegd verbod.
WAS
WORDT
5. Indien de officier van justitie een persoon een gedragsaanwijzing heeft gegeven als bedoeld in artikel 509hh, tweede lid, onderdeel a, van het Wetboek van Strafvordering, legt de burgemeester aan deze persoon voor hetzelfde gebied niet een tijdelijk verbod op als bedoeld in het eerste of tweede lid. Toelichting Vervanging van het ‘bevel om zich niet op een openbare plaats op te houden’ door ‘het opleggen van een tijdelijk verbod om op een openbare plaats aanwezig te zijn’. Juridisch gezien is een gebiedsontzegging niet een bevel waarvan het niet nakomen een misdrijf is (artikel 184 van het Wetboek van Strafrecht), maar een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) waarvan het niet nakomen een overtreding is. Op het besluit van de burgemeester zijn de waarborgen van de Awb van toepassing. Samenvoeging van het huidige tweede en derde lid. Door toevoeging van lid 4 (nieuw) kan overtreding van een tijdelijk verbod worden opgenomen in de sanctiebepaling, artikel 6:1. Toevoeging van een voorrangsbepaling als de officier van justitie een gebiedsontzegging oplegt op grond van artikel 509hh van het Wetboek van Strafvordering.
Artikel 2:80 Sluiting van voor het publiek toegankelijke gebouwen (wordt: Sluiting voor publiek openstaand gebouw of bijbehorend erf) 1. De burgemeester kan een voor het publiek openstaand gebouw of een bij dat gebouw behorend erf, of voor het publiek openstaande gebouwen en/of de daarbij behorende erven in bepaald gebied, in het belang van de openbare orde, veiligheid, gezondheid of zedelijkheid of als er naar zijn oordeel sprake is van bijzondere omstandigheden voor een bepaalde duur geheel of gedeeltelijk sluiten. 2. Onverminderd hetgeen in artikel 5:24 van de Algemene wet bestuursrecht is bepaald omtrent de bekendmaking, wordt het bevel tot sluiting tevens bekend gemaakt door een schrijven, waaruit van dat bevel tot sluiting blijkt, aan te brengen op of nabij de toegang(en) van het gebouw of het erf. 3. Een sluiting kan op aanvraag van belanghebbenden door de burgemeester worden opgeheven, wanneer later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven en er naar het oordeel van de burgemeester voldoende garanties aanwezig zijn, dat geen herhaling van de gronden die tot de sluiting hebben geleid, zal plaatsvinden.
1. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde of ter voorkoming of beperking van overlast of nadelige beïnvloeding van het woon- of leefklimaat besluiten tot de gehele of gedeeltelijke sluiting van een voor het publiek openstaand gebouw of een bij dat gebouw behorend erf. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin artikel 2:30, eerste lid, of artikel 13b van de Opiumwet voorziet. 3. De burgemeester brengt een afschrift van zijn besluit aan op of nabij de toegang van het voor het publiek openstaande gebouw of het bij dat gebouw behorende erf. 4. Eenieder is verplicht toe te laten dat het afschrift wordt aangebracht en aangebracht blijft, zolang de sluiting van kracht is. 5. Het is verboden een gesloten gebouw of erf te bezoeken, als bezoeker daarin of daarop te verblijven of een bezoeker daarin of daarop te laten verblijven zonder toestemming van de burgemeester.
WAS
WORDT
4. Het is de rechthebbende op het gebouw en/of het erf, verboden om, nadat het bevel tot sluiting bekend is gemaakt op de in het tweede lid aangegeven wijze, daarin te betreden of bezoekers toe te laten of te laten betreden. 5. Het is een ieder verboden om, nadat het bevel tot sluiting openbaar bekend gemaakt is op de in het tweede lid aangegeven wijze, in een bij dit bevel gesloten gebouw en/of erf te betreden.
6. De burgemeester kan een sluiting opheffen als later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven en voldoende garanties aanwezig zijn dat geen herhaling van de feiten of gedragingen die tot sluiting hebben geleid, zal plaatsvinden.
Toelichting: De tekst van het in het jaar 2020 in de APV opgenomen artikel 2:80, waarvoor de model-APV van de VNG toen nog niet een dergelijk artikel kende, wordt aangepast aan de inmiddels wel bestaande tekst van het artikel uit de model-APV .
Artikel 6:1 Sanctiebepaling 1. Overtreding van het bij of krachtens de volgende artikelen bepaalde en de op grond van artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie: artikel 2:1, 2:10, 2:11, 2:12, 2:15, 2:16, 2:18, 2:19, 2:21, 2:23, 2:25, 2:25a, 2:26, 2:28, 2:29, 2:31, 2:31a, 2:40, 2:41, 2:42, 2:44, 2:44a, 2:47a, 2:48, 2:48a, 2:50b, 2:59, 2:73a, 2:74, 2:74a, 2:80, 3:3, 3:5, 3:12, 3:13, 3:14, 3:17, 3:18, 3:19, 3:21, 3:22, 4:5, 4:5b, 4:5c, 4:5d, 4:5e, 4:5f, 4:6, 4:9, 4:15, 4:18, 5:2, 5:13, 5:15, 5:18, 5:19, 5:23, 5:24, 5:25, 5:26, 5:27, 5:28, 5:29, 5:30, 5:31, 5:31a, 5:32, 5:33, 5:34, 5:36, 5:37. 2. Overtreding van het bij of krachtens de volgende artikelen bepaalde en de op grond van artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met een geldboete van de eerste categorie: artikel 2:13, 2:14, 2:45, 2:47, 2:49, 2:50, 2:50a, 2:51, 2:57, 2:58, 2:60, 2:62, 4:8, 5:3, 5:4, 5:5, 5:6, 5:7, 5:8, 5:9, 5:11, 5:12. 3. In afwijking van het eerste en tweede lid is artikel 1a van de Wet op de economische delicten van toepassing op overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2:10 en 2:11 als sprake is vaneen omgevingsvergunningplichtige activiteit, en artikel 4:11, tweede lid.
1. Overtreding van het bij of krachtens de volgende artikelen bepaalde en de op grond van artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie: artikel 2:1, 2:10, 2:11, 2:12, 2:15, 2:16, 2:18, 2:19, 2:21, 2:23, 2:25, 2:25a, 2:26, 2:28, 2:29, 2:31, 2:31a, 2:40, 2:41, 2:42, 2:44, 2:44a, 2:47a, 2:48, 2:48a, 2:59, 2:73a, 2:74, 2:74a, 2:78, 2:80, 3:3, 3:5, 3:12, 3:13, 3:14, 3:17, 3:18, 3:19, 3:21, 3:22, 4:5, 4:5b, 4:5c, 4:5d, 4:5e, 4:5f, 4:6, 4:9, 4:15, 4:18, 5:2, 5:13, 5:15, 5:18, 5:19, 5:23, 5:24, 5:25, 5:26, 5:27, 5:28, 5:29, 5:30, 5:31, 5:31a, 5:32, 5:33, 5:34, 5:36, 5:37. 2. Overtreding van het bij of krachtens de volgende artikelen bepaalde en de op grond van artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met een geldboete van de eerste categorie: artikel 2:13, 2:14, 2:45, 2:47, 2:49, 2:50, 2:51, 2:54, 2:57, 2:58, 2:60, 2:62, 2:65, 4:8, 5:3, 5:4, 5:5, 5:6, 5:7, 5:8, 5:9, 5:11, 5:12. 3. In afwijking van het eerste en tweede lid is artikel 1a van de Wet op de economische delicten van toepassing op overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2:10 en 2:11 als sprake is vaneen omgevingsvergunningplichtige activiteit, en artikel 4:11, tweede lid.
WAS
WORDT
Toelichting: Door vervallen van artikel 2:50b en door wijziging van artikel 2:78 moet lid 1 worden gewijzigd (schrappen 2:50b en toevoegen 2:78) en door vernummering van artikel 250a tot 2:54,en door toevoeging van artikel 2:65 moet lid 2 worden gewijzigd (schrappen 250a en toevoegen 2:54 en toevoegen 2:65).