CConstaterende datHardenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage III Verordening rechtspositie raads- en commissieleden gemeente Hardenberg 2019

gemeenteraad 3 februari 2026, gemeente HardenbergBij agendapunt: Verordening rechtspositie raads- en commissieleden Hardenberg 20261.472 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

VERORDENING RECHTSPOSITIE RAADS- EN COMMISSIELEDEN GEMEENTE HARDENBERG 2019 Geldend van 07-12-2019 t/m heden met terugwerkende kracht vanaf 01-01-2019 Intitulé VERORDENING RECHTSPOSITIE RAADS- EN COMMISSIELEDEN GEMEENTE HARDENBERG 2019 De raad van de gemeente Hardenberg; gelezen het voorstel van het presidium d.d. 19 november 2019; gelet op de artikelen 95, eerste en tweede lid, 96, eerste en tweede lid, en 97, 99 en 147 van de Gemeentewet, en de artikelen 3.1.3 eerste lid, 3.1.4. eerste lid, 3.1.9. eerste lid, 3.3.2, 3.3.3 tweede lid, 3.3.8 , 3.4.1 eerste lid en 3.4.2 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers; Besluit: Vast te stellen de volgende Verordening rechtspositie raads- en commissieleden gemeente Hardenberg 2019

§ 1. Algemene bepalingen Artikel 1. Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: - commissie: commissie ingesteld op grond van de artikelen 82, 83 of 84 van de Gemeentewet; - commissielid: lid van een commissie, bedoeld in artikel 3.1, onderdeel f, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. Dit kan ook een schaduwfractielid genoemd worden.

§ 2. Voorzieningen voor raads- en commissieleden Artikel 2. Vergoeding voor de werkzaamheden van raadsleden De vergoeding, bedoeld in artikel 3.1.1, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, is gelijk aan het voor de van toepassing zijnde inwonersklasse

vastgestelde maximumbedrag in tabel I bij artikel 3.1.1 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. Artikel 3. Toelage raadslid onderzoekscommissie (en bijzondere commissie) •

1. Een raadslid dat lid is van een onderzoekscommissie als bedoeld in artikel 155a, derde lid, van de Gemeentewet wordt voor de duur van de activiteiten van die commissie ten laste van de gemeente een toelage toegekend per jaar van maximaal driemaal de maandelijkse vergoeding voor de werkzaamheden, bedoeld in artikel 3.1.1, eerste lid, Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.

•

2. Een raadslid dat lid is van een bijzondere commissie als bedoeld in artikel 3.1.4, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers wordt voor de duur van de activiteiten van de commissie een toelage toegekend maximaal het genoemde bedrag in artikel 3.1.4 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.

Artikel 4. Vergoeding voor het bijwonen van vergaderingen van commissie- of schaduwfractieleden die geen raadslid zijn •

1. De vergoeding voor het bijwonen van de vergaderingen van een oriënterende ronde bedoeld in artikel 3.4.1 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers is gelijk aan het door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor gemeenteklasse naar inwonerstal 50.000 – 100.000 vastgestelde maximum.

•

2. Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op degene die als lid van een schaduwfractie een vaste vergoeding voor de werkzaamheden als bedoeld in artikel 96 van de Gemeentewet ontvangt.

•

3. Geen vergoeding ontvangt degene die zitting heeft in een schaduwfractie: a. als raadslid; b. uit hoofde van dan wel rechtstreeks uitvloeisel van een ambtelijke of bestuurlijke hoedanigheid dan wel een functie bij een instelling die grotendeels van overheidswege wordt gesubsidieerd; c. als vertegenwoordiger van een belanghebbende instelling, organisatie of groepering, tenzij zijn lidmaatschap van de schaduwfractie tevens in belangrijke mate het gemeentelijk belang dient.

•

4. De raad kan in afwijking van het bepaalde in het eerste lid een hogere vergoeding vaststellen, zulks tot ten hoogste 75% van het in het eerste lid bedoelde bedrag van de vergoeding, ten aanzien van: - een lid van een schaduwfractie die op grond van zijn bijzondere beroepsmatige deskundigheid op het taakgebied van de schaduwfractie voor deelname aan haar werkzaamheden is aangetrokken;

- een lid van een schaduwfractie ten aanzien waarvan de vergoeding niet geacht kan worden in een redelijke verhouding te staan tot de zwaarte van zijn taak en de omvang van de voor hem verrichte arbeid. Artikel 5. Verhoging vergoeding voor het bijwonen van onderzoekscommissievergaderingen en/of bijzondere commissie i.v.m. bijzondere deskundigheid of zwaarte taak •

1. Aan commissieleden wordt een vergoeding voor het bijwonen van de vergaderingen van een commissie en haar subcommissies toegekend van ten hoogte 75% van het bedrag in artikel 3.4.1 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers gebaseerd op inwonerstal 50.000 – 100.000 vastgestelde maximum.

•

2. In afwijking van het eerste lid ontvangt geen vergoeding degene die zitting heeft in een commissie uit hoofde van dan wel als rechtstreeks uitvloeisel van een functie bij een instelling die grotendeels van overheidswege wordt gesubsidieerd.

•

3. De raad kan in afwijking van het bepaalde in het eerste lid bij verordening overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.4.2 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers een hogere vergoeding vaststellen.

Artikel 6. Reis- en verblijfkosten •

1. Voor reizen buiten het grondgebied van de gemeente ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur als bedoeld in artikel 97 Gemeentewet worden aan een raads- of commissie- of schaduwfractielid vergoed: a. de kosten voor het gebruik van openbaar vervoer; b. bij gebruik van een eigen auto het maximumbedrag dat door een werkgever aan een werknemer per afgelegde kilometer onbelast kan worden verstrekt.

•

2. Voor reizen buiten het grondgebied van de gemeente, ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur, worden aan een raadslid of commissielid bij gebruik van eigen auto tevens de parkeer-, veer- en tolkosten vergoed;

•

3. Boetes en naheffingsaanslagen voor parkeren worden niet vergoed.

•

4. Als een raadslid of commissie- of schaduwfractielid een tijdelijke functionele beperking heeft, kan voor reizen als bedoeld in het eerste lid, een voor de beperking geschikte vervoersvoorziening worden vergoed of ter beschikking gesteld.

•

5. De noodzakelijke en redelijkerwijs gemaakte werkelijke verblijfkosten die een raadslid of commissielid maakt in verband met reizen buiten het grondgebied ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur worden ten laste van de gemeente vergoed.

Artikel 7. Scholing •

1. Raads- of schaduwfractieleden die willen deelnemenaan niet-partijpolitiek georiënteerde scholing in verband met de vervulling van de functie van raads- of schaduwfractiesielid, dienen daartoe vooraf een gemotiveerde aanvraag in bij de griffier.

•

2. Deze aanvraag gaat vergezeld van inhoudelijke informatie en een kostenspecificatie.

•

3. De griffier beslist op de aanvraag op basis van bewijsstukken, overeenkomstig het tweede lid.

•

4. In voorkomende gevallen beslissen de fractievoorzitters van alle in de raad vertegenwoordigde politieke groeperingen op basis van meerderheid van stemmen.

Artikel 8. Tablet ten behoeve van uitoefenen raadslidmaatschap Voor de uitoefening van het raadslidmaatschap of het schaduwfractielidmaatschap verstrekt het college maximaal eens per raadsperiode een daarvoor geschikte tablet. Het betrokken apparaat wordt van gemeentewege verstrekt. Artikel 9. Collectieve verzekeringen •

1. Het college van burgemeester en wethouders sluit ten behoeve van de raadsleden één of meer collectieve verzekeringen af, waarbij wordt voorzien in de opbouw van een ouderdomspensioen en in geldelijke voorzieningen bij invaliditeit en overlijden

•

2. Het eerste lid is niet van toepassing ten aanzien van raadsleden die zijn benoemd in een plaats die is opengevallen als gevolg van tijdelijk ontslag van een raadslid wegens zwangerschap en bevalling of ziekte, als bedoeld in artikel X12 van de Kieswet.

Artikel 10. Aanwijzing als eindheffingsbestanddeel (werkkostenregeling) •

1. Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in artikel 3.3.8 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.

•

2. Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden verder aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in deze verordening, voor zover deze worden gerekend tot een vergoeding, tegemoetkoming of verstrekking als bedoeld in artikel 31a, tweede lid, onderdelen a tot en met h, van de Wet op de Loonbelasting 1964.

§ 3. De procedure van declaratie Artikel 11. Betaling vaste vergoedingen De betaling van de vergoeding voor werkzaamheden, de onkostenvergoedingen en declaraties geschiedt maandelijks of in maandelijkse termijnen als er sprake is van een vergoeding op jaarbasis, tenzij het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers anders bepalen. Artikel 12. Betaling en declaratie van onkosten •

1. De betaling van kosten die op grond van deze verordening voor vergoeding of tegemoetkoming in aanmerking komen vindt plaats door: a. betaling uit gemeentelijke middelen, op basis van een rechtstreeks aan de gemeente toegezonden factuur, of

b. betaling vooruit uit eigen middelen. •

2. Een aanvraag om een vergoeding van de onkosten als bedoeld in dit artikel gaat vergezeld van een declaratieformulier en bewijsstukken.

•

3. Het declaratieformulier en de bewijsstukken worden binnen één maand na factuurdatum of betaling door raads- en commissieleden ingediend bij de griffier.

§ 4. Slotbepalingen Artikel 13. Intrekking oude regeling De Verordening rechtspositie wethouders, raads- en schaduwfractieleden gemeente Hardenberg 2018-2 wordt ingetrokken. Artikel 14. Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking en werkt terug tot en met 1 januari 2019. Artikel 15. Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening rechtspositie raads- en schaduwfractieleden gemeente Hardenberg 2019. Ondertekening Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Hardenberg van 3 december 2019. De raad voornoemd, de griffier, de voorzitter, F.G.S. Droste drs. J.W. Wiggers

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16505792/2