Bijlage behorende bij toelichting bestemmingsplan 'Buitengebied Hardenberg, Grote Esweg 6d en 6x Diffelen’ - Bijlage 6 Rapportage Stikstofberekening Grote Esweg 6x en 6d Diffelen
Tekst van het document
Stikstofberekening Ontwikkelfase Grote Esweg 6d Diffelen
Colofon Stikstofberekening: Ontwikkelfase Grote Esweg 6d Diffelen Programma AERIUS Calculator 2021.2 Rekenbasis
Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: Versie 2021.0.2_20221004_3d4bf05159 Database 2021.2_3d4bf05159 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/
Uitgevoerd door: Natuurbank Overijssel Correspondentieadres: Aladnaweg 18 7122 RR Aalten BTW-ID: NL001388212B56 E: info@natuurbankoverijssel.nl Tel: 0543-451142 / 06-14435700
Opdrachtgever: BiedtRuimte
Projectnummer en versie: 4210A versie 1.0 Uitgevoerd door: Natuurbank Overijssel Auteur: H. van Gijn
Status: Definitief Datum: 21-02-2023 Ligging projectgebied: Grote Esweg 6d Diffelen
1
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding ......................................................................................................................................... 3 1.1 Aanleiding................................................................................................................................................. 3 1.2 Onderzoeksvraag...................................................................................................................................... 3 Hoofdstuk 2 Het plangebied .............................................................................................................................. 4 2.1 Ligging van het plangebied ....................................................................................................................... 4 2.2 Ligging van Natura 2000-gebied in de omgeving van het plangebied ..................................................... 5 2.3 Voorgenomen activiteiten........................................................................................................................ 5 2.4 Opname verkeersroute ............................................................................................................................ 6 Hoofdstuk 3 Methode ........................................................................................................................................
7 3.1 Algemeen ................................................................................................................................................. 7 3.2 Uitgangspunten aanlegfase ...................................................................................................................... 7 3.2.1 Verkeersgeneratie ............................................................................................................................. 8 3.2.2. Inzet materieel ................................................................................................................................. 9 Hoofdstuk 4 Resultaten en conclusie ............................................................................................................... 10 4.1 Resultaten ontwikkelfase ....................................................................................................................... 10 4.2 Conclusie ................................................................................................................................................ 10
2
HOOFDSTUK 1 INLEIDING 1.1 Aanleiding Er zijn plannen om de bestemming voor een gedeelte van een erf gelegen aan de Grote Esweg 6 te Diffelen te wijzigen van ‘’recreatiewoning’’ naar ‘’agrarisch’’. Tevens is het voornemen om de bestemming van het adres aan Grote Esweg 6d te Diffelen te wijzigen van ‘’recreatiewoning’’ naar ‘’wonen’’. De aanwezige recreatiewoning aan de Grote Esweg 6 wordt gesloopt. Als gevolg van de voorgenomen ontwikkelingen wordt stikstof (NOx) uitgestoten, zoals bij de verbranding van fossiele brandstof, welke kan neerslaan in kwetsbare natuur. Voor elk Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelstellingen geformuleerd voor alle beschermde soorten en habitatten die daar aanwezig zijn. Per soort of habitat is aangegeven of behoud van de huidige aantallen/arealen voldoende is, dan wel of uitbreiding of een verbetering nodig is. Niet alleen activiteiten binnen een Natura 2000-gebied maar ook activiteiten buiten een Natura 2000-gebied kunnen de instandhoudingsdoelstellingen in gevaar brengen. Dit wordt externe werking genoemd. Gezien de mogelijke externe werking van de beoogde ontwikkeling op het nabijgelegen Natura 2000-gebied, is het van belang om te toetsen of de realisatie van de beoogde ontwikkeling conflicteert met de waarden waarvoor dit gebied is aangewezen. Hiervoor is in elk geval een toetsing aan de Wet natuurbescherming noodzakelijk.
Veel Natura 2000-gebied is kwetsbaar voor stikstofdepositie. Een verhoogde stikstofdepositie vormt een bedreiging voor verschillende Habitattypen en de leefomgeving van verschillende Habitatsoorten. Om het effect van deze emissie te onderzoeken heeft Natuurbank Overijssel een zogeheten AERIUS-berekening uitgevoerd voor de ontwikkelfase. In de ontwikkelfase wordt het tijdelijk karakter van bouwfase onderzocht. In voorliggend rapport worden de gehanteerde uitgangspunten voor het berekenen van de emissie/depositie tijdens de ontwikkelfase besproken, evenals de berekende depositie in Natura 2000-gebied. Wettelijk kader: Natura 2000 en Wet natuurbescherming Binnen de EU worden de belangrijkste leefgebieden van de meest bedreigde en waardevolle soorten en habitattypen aangewezen als Natura 2000-gebied. Dit Natura 2000-gebied moet samen een Europees ecologisch netwerk vormen om de achteruitgang van de biodiversiteit te keren. De juridische basis voor dit netwerk zijn de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn, welke in Nederland zijn door vertaald in de Wet natuurbescherming (Wnb). Per gebied worden voor de soorten en habitattypen instandhoudingsdoelstellingen bepaald. Dit kunnen behouds- of uitbreidings-/verbeteringsdoelstellingen zijn. Het is verplicht om plannen en projecten te beoordelen op de gevolgen voor deze instandhoudingsdoelstellingen.
Voor projecten geldt een vergunningplicht als het project een verslechterend of significant verstorend effect kan hebben op een Natura 2000-gebied. Bij vaststelling van plannen moet het bevoegd gezag rekening houden met de gevolgen van het plan voor Natura 2000-gebied.
1.2 Onderzoeksvraag De AERIUS-berekening is uitgevoerd om antwoord te krijgen op onderstaande onderzoeksvraag: 1. Hoe groot is de toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebied als gevolg van alle werkzaamheden, die noodzakelijk zijn om tot de realisatie van de gewenste werkzaamheden in het plangebied te komen?
3
HOOFDSTUK 2 HET PLANGEBIED 2.1 Ligging van het plangebied Het plangebied bestaat uit twee deelgebieden bestaande uit een deel van een erf gelegen aan de Grote Esweg 6 te Diffelen en aan de Grote Esweg 6d te Diffelen. Beide deelgebieden liggen circa 5,5 kilometer ten zuidwesten van de woonkern Hardenberg en wordt omgeven door bos- en landelijk gebied. Op onderstaande afbeelding wordt de globale ligging van het plangebied weergegeven op een topografische kaart.
Globale ligging van het plangebied. De ligging van het plangebied wordt met de rode cirkel aangeduid (bron: ruimtelijkeplannen.nl).
Begrenzing van het plangebied; deze wordt met de gele lijnen aangeduid (bron luchtfoto: ruimtelijkeplannen.nl).
4
2.2 Ligging van Natura 2000-gebied in de omgeving van het plangebied Het plangebied ligt op minimaal 490 meter afstand van Natura 2000-gebied. Het meest nabij gelegen Natura 2000-gebied, is Vecht- en Beneden-Reggegebied. Op onderstaande afbeelding wordt de ligging van het Natura 2000-gebieden in de omgeving van het plangebied weergegeven.
Ligging van Natura 2000-gebied in de omgeving van het plangebied. De ligging van het plangebied wordt met de rode marker aangeduid. Gronden die tot Natura 2000 behoren worden met de okergele kleur aangeduid (bron: pdok.nl).
2.3 Voorgenomen activiteiten Het voornemen bestaat om de bestemming van beide deelgebieden te wijzigen. De bestemming van het westelijke deelgebied wordt omgezet van ‘’recreatiewoning’’ naar ‘’wonen’’. De bestemming van het oostelijke deelgebied wordt omgezet van ‘’recreatiewoning’’ naar agrarisch. Tevens wordt de recreatiewoning in het oostelijke deel gesloopt. De recreatiewoning in het westelijke deel blijft behouden. In het plangebied vinden enkel sloopwerkzaamheden plaats en geen bouwwerkzaamheden. Aangenomen wordt dat er geen beplanting verwijderd wordt. Er wordt wel 550 m2 aan bos aangeplant. Van de opdrachtgever heeft Natuurbank Overijssel een wenselijk eindbeeld ontvangen, waarop de plannen te zien zijn voor het plangebied. Met behulp van deze plannen, kunnen uitgangspunten en aannames worden gemaakt. Op onderstaande afbeelding wordt het wenselijk eindbeeld weergegeven.
Plattegrond van het wenselijke eindbeeld (bron: Erfontwikkelaar).
5
2.4 Opname verkeersroute Een algemeen criterium voor wegverkeer van en naar inrichtingen is dat de gevolgen voor het milieu van dit verkeer niet meer aan de inrichting worden toegerekend wanneer dit verkeer kan worden geacht te zijn opgenomen in het heersende verkeersbeeld1. In onderstaande alinea wordt de verkeersgeneratie tijdens de totale ontwikkelfase weergegeven. Aangenomen wordt dat het verkeer via de Grote Esweg richting de kruising met Rheezerweg rijdt. Vanaf deze kruising gaat het verkeer over in het heersende verkeersbeeld. Hieronder wordt de route op een kaart weergegeven. De noordelijke kruising tussen de Rheezerweg en de Grote Esweg is niet toegankelijk i.v.m. de vernauwing onder de N36. Deze is via de zuidelijke kruising breder en daardoor toegankelijk.
Aangenomen wordt dat al het verkeer rijdt volgens de volgende route: via de Grote Esweg richting de kruising met Rheezerweg.
1
Verkeer kan worden geacht te zijn opgenomen in het heersend verkeersbeeld op het moment dat het aan- en afrijdende verkeer zich door zijn snelheid en rij- en stopgedrag nog niet dan wel niet meer onderscheidt van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg kan bevinden.
6
HOOFDSTUK 3 METHODE 3.1 Algemeen Voor het project is één AERIUS-berekening uitgevoerd ten aanzien van de stikstofdepositie als gevolg van het project. Deze bestaat uit een berekening voor de ontwikkelfase. Er hoeft geen stikstofberekening uitgevoerd te worden voor de gebruiksfase, deze neemt immers af t.o.v. de bestaande situatie. Er vinden namelijk geen bouwwerkzaamheden plaats, enkel sloopwerkzaamheden. Voor het berekenen van de stikstofdepositie op de relevante Natura 2000-gebieden in de omgeving van het plangebied is gebruik gemaakt van AERIUS Calculator 2022. De emissiefactoren voor mobiele werktuigen zijn in AERIUS ingedeeld in categorieën. De categorie wordt bepaald door de stage-klasse. De stage-klasse betreft de emissienorm en is afhankelijk van het bouwjaar en het vermogen van het mobiele werktuig. De emissiefactoren en de categorieën waarin deze zijn ingedeeld zijn ontleend aan TNO (2021) – Emissiefactoren NOx en NH3, uitstoot mobiele machines. In de berekeningen zijn de emissies van NOX en NH3 van de relevante bronnen meegenomen. Het gaat hierbij om: - Verkeersbewegingen (aanlegfase); - Mobiele werktuigen (aanlegfase); Rekenjaar Er wordt gerekend met het rekenjaar 2023.
3.2 Uitgangspunten aanlegfase De ontwikkelfase wordt onderscheiden in een voorbereidende fase, een uitvoerende fase en een afwerkingsfase. Alle drie fasen genereren verkeer van en naar het plangebied. De volgende activiteiten (stikstofbronnen) dragen bij aan de emissie van stikstof. De volgende aannames zijn gedaan: - De maximale duur van de sloop wordt geschat op 2 werkdagen van 5 uur; - De sloopwerkzaamheden worden uitgevoerd met een mobiele kraan van 200 kW; - Voor het aanleveren van het totale bosplantsoen (550 m2) wordt aangenomen dat maximaal 5 vrachten van zwaar vrachtverkeer benodigd zijn; - Er wordt geen beplanting verwijderd; - Gebruik van materieel op de bouwplaats bestaat uit het gebruik van een mobiele kraan 200 kW. - Verkeersbewegingen van licht verkeer bestaan uit verkeersbewegingen van aannemers en onderaannemers met (bestel)busjes en personeel; - Verkeersbewegingen van middelzwaar vrachtverkeer bestaan uit verkeersbewegingen ten behoeve van levering van goederen; - Verkeersbewegingen van zwaar vrachtverkeer bestaan uit verkeersbewegingen ten behoeve van levering van zware goederen en materieel; - Het manoeuvreren en het stationair draaien van vrachtwagens (middelzwaar en zwaar vrachtverkeer) op het bouwterrein.
7
3.2.1 Verkeersgeneratie Verkeersgeneratie vaklieden en aannemers De totale duur van de ontwikkelfase voor het slopen van de recreatiewoning en het aanleveren van het bosplantsoen duurt 2 werkdagen. Gedurende deze 2 werkdagen arriveert er dagelijks een voertuig (auto of bestelbus). Dat leidt tot een verkeersgeneratie van 2 verkeersbewegingen per werkdag en 4 verkeersbewegingen in totaal. Deze auto’s draaien vanuit het heersende verkeersbeeld het plangebied op en parkeren daar. Afvoeren sloopmateriaal De exacte hoeveelheid sloopmateriaal is niet bekend. Geschat wordt dat de totale hoeveelheid sloopmateriaal met hooguit 2 vrachten van zwaar vrachtverkeer afgevoerd kunnen worden. Dit resulteert in 4 verkeersbewegingen met zwaar vrachtverkeer. Aanleveren bosplantsoen Voor het aanleveren van het totale bosplantsoen (550 m2) wordt aangenomen dat maximaal 5 vrachten van zwaar vrachtverkeer benodigd zijn. Dit resulteert in 10 verkeersbewegingen met zwaar vrachtverkeer. Bouwmaterialen en voorzieningen (onvoorzien) Verder wordt er rekening gehouden met 2 vrachten voor bouwmaterialen (denk aan toiletwagen, schaftkeet, grondstoffen etc.) en onvoorziene bewegingen. Een overgroot aandeel van materialen zal ook mee gaan met personeel, wat niet resulteert in extra bewegingen. In totaal resulteert dit in 4 verkeersbewegingen met middelzwaar vrachtverkeer.
Werktuigen • Er arriveert 1 mobiele kraan; Dit resulteert in 1 x 2 = 2 verkeersbewegingen met zware voertuigen. Transport van
Verkeersbewegingen zwaar verkeer
Verkeersbewegingen middelzwaar verkeer
Verkeersbewegingen licht verkeer 4
Vervoer vaklieden en aannemers Afvoeren sloopmateriaal
4
Aanleveren bosplantsoen
10 4
Aanvoer bouwmaterialen (onvoorzien) 2
Werktuigen: 1 mobiele kraan
Totaal
16
4
4
Tabel 1: Overzicht met totale verkeersgeneratie als gevolg van de aanlegfase.
Laden en lossen – stationair draaien en manoeuvreren Daarnaast is rekening gehouden met het manoeuvreren en het stationair draaien van de vrachtwagens op het bouwterrein. Hiervoor is een aanvullende bron met verkeersbewegingen gemodelleerd binnen het bouwterrein waarbij rekening wordt gehouden met hete aantal verkeersbewegingen van het middelzwaar en zwaar vrachtverkeer (tabel 1). Er wordt hierbij uitgegaan van een stagnatiefactor van 10 procent.
8
Activiteit vrachtwagens/ aan- afvoer Vermogen Tijdsduur materialen (kW) Belasting (%) (uren) Afvoer sloopmateriaal 302 25 0,5 Aanvoer bosplantsoen 302 25 0,8 Aanvoer bouwmaterialen (onvoorzien) 239 25 0,3 Totaal 1,6 Tabel 2: Overzicht met totale activiteiten in aan- en afvoer materialen voor aanlegfase.
verbruik L per uur 10 10 10
Totaal verbruik 5 8 3 16
verbruik Ad Blue (0,02/L diesel) 0,1 0,16 0,06 0,32
3.2.2. Inzet materieel Slopen recreatiewoning Voor het slopen van de recreatiewoning in het oostelijke deelgebied wordt een mobiele kraan van 200 kW ingezet. Deze mobiele kraan wordt maximaal 2 werkdagen van 5 uur ingezet. In totaal wordt de mobiele kraan 10 uur ingezet. In onderstaande tabel staat het brandstofverbruik per uur per vermogensklasse (met 35% belasting) weergegeven voor de benodigde werktuigen voor de geplande ontwikkeling (zie bijlage 2)2. Er is voor alle mobiele werktuigen gekozen voor bouwjaar 2019. Werktuig
Mobiele kraan Totaal
Bouwjaar
Tijdsduur (uren)
Vermogen (kW)
Brandstof
Verbruik/uur
Verbruik totaal
Ad Blue Totaal (liter)
2019
10
200
Diesel
18,9
189
3,78
189
3,78
10
Tabel 3: Totale inzet werktuigen voor werkzaamheden in de aanlegfase. Diesel
Ad blue
Uren
189
3,78
10
Verbruik 200 kW Tabel 4: Totaal verbruik werktuigen per vermogensklasse.
2 TNO-rapport: AUB (AdBlue verbruik, Uren, en Brandstofverbruik): een robuuste schatting van NOx en NH3 uitstoot van mobiele werktuigen
2021. Auteurs; Norbert E. Ligerink, Stijn Dellaert, Pim van Mensch.
9
HOOFDSTUK 4 RESULTATEN EN CONCLUSIE 4.1 Resultaten ontwikkelfase De activiteiten in de ontwikkelfase leiden gezamenlijk tot een NOx-emissie van 4,6 kg/jaar en een NH3-emissie van 52,4 g/jaar. Het uitvoeren van de voorgenomen activiteit gedurende de ontwikkelfase, leidt echter niet tot een toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebied. De voorgenomen activiteit leidt niet tot wettelijke consequenties. Er hoeft dan ook geen Wet natuurbeschermingvergunning aangevraagd te worden. Het resultaat van de AERIUS-berekening is als bijlage 1 toegevoegd.
Berekende emissie NOx en NH3 gedurende de ontwikkelfase.
Rekenresultaat.
4.2 Conclusie Als gevolg van de ontwikkelfase vindt er geen toename van depositie plaats in Natura 2000- gebied. Er zijn geen rekenresultaten die leiden tot een significant negatief effect op deze natuurgebieden. De voorgenomen activiteiten in de ontwikkelfase leiden niet tot wettelijke consequenties. Er hoeft geen Wet natuurbescherming-vergunning aangevraagd te worden. Bijlage 1 Uitdraai: AERIUS-berekening ontwikkelfase
10
Bijlage 2 Brandstofverbruik per klasse