CConstaterende datHardenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage A Gewijzigde versie Omgevingsplan gemeente Hardenberg (integrale tekstvervanging) voor Rollepaal Oost

gemeenteraad 30 juni 2026, gemeente HardenbergBij agendapunt: Besluit tot wijziging van het omgevingsplan voor Rollepaal Oost50.828 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 6

106 alinea's met “omgevingsplan”: 3 6 11 16 18 20 30 31 36 38 306 319 322 324 326 328 340 379 544 661 663 710 719 727 793 816 822 823 846 850 858 871 875 877 878 881 882 886 890 892 …

GEMEENTEBLAD

Officiële uitgave van de gemeente Hardenberg

Besluit tot vervanging van Rollepaal-Oost Wijzigartikel I Het Omgevingsplan gemeente Hardenberg wordt gewijzigd zoals beschreven in de motivering bij deze wijziging van het omgevingsplan en deze in Bijlage A bij dit besluit is opgenomen, met als doel het realiseren van de uitbreiding van industrieterrein Rollepaal met Rollepaal Oost.

Artikel II

Concept

Inwerkingtreding van de wijziging van het omgevingsplan vindt plaats conform het bepaalde in artikel 16.78 lid 1 van de Omgevingswet.

1

Concept

(van 15-6-2026 17:20)

Bijlage A Integrale tekstvervanging Rollepaal-Oost

Omgevingsplan gemeente Hardenberg Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Afdeling 1.1 Algemene bepalingen

Concept

Artikel 1.1 Begripsbepalingen

2

1.

Bijlage I bij dit omgevingsplan bevat begripsbepalingen voor de toepassing van dit omgevingsplan.

2.

Begripsbepalingen die zijn opgenomen in de bijlage bij de Omgevingswet en in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van overeenkomstige toepassing op dit omgevingsplan, tenzij in Bijlage I daarvan is afgeweken.

Artikel 1.2 Meet- en rekenbepalingen 1.

In dit omgevingsplan gelden de volgende meet- en rekenbepalingen: a. risico-index voor PFAS: de risico-index voor PFAS wordt bepaald volgens de richtlijnen van het RIVM zoals opgenomen in de memo Achtergrondwaarden en risicogrenzen ten behoeve van onderbouwing Maximale Waarden PFAS voor toepassen van grond en baggerspecie (29 april 2021); b. de dakhelling: langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; c. de goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel, ondergeschikte bouwdelen worden hierbij buiten beschouwing gelaten; d. de bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; e. de oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; f. de inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.

Ruimten, zoals kelders en kruip- en soortgelijke ruimten, onder de onderzijde van de begane grondvloer - en tussen de buitenzijde van de gevels en/of het hart van de scheidingsmuren - worden niet meegerekend bij de inhoud van een bouwwerk, tenzij: 1. de onderzijde van de begane grondvloer op meer dan 0,3 meter boven peil is gelegen; of 2. de kelder aan de buitenzijde een directe toegang heeft; In bestaande situaties wordt een kelder waarvan de onderzijde van de begane grondvloer op meer dan 0,3 meter boven peil is gelegen of de kelder aan de buitenzijde een directe toegang heeft, niet meegerekend bij de inhoud van een bouwwerk. Bij recreatiewoningen wordt de inhoud van een kelder onder de recreatiewoning wel meegeteld bij de inhoud van de woning; g. het bebouwingspercentage: een aangegeven percentage, dat de grootte van het deel van een terrein aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd; h. de vloeroppervlakte: de netto vloeroppervlakte van een ruimte of gebouw gemeten op vloerniveau tussen de bouwmuren; i. de bruto vloeroppervlakte: de oppervlakte van een ruimte of van een groep van ruimten gemeten op vloerniveau langs de buitenomtrek van de opgaande scheidingsconstructies, die de desbetreffende ruimte of groep van ruimten omhullen; j.

het verkoopvloeroppervlakte: de vloeroppervlakte van alle voor mensen toegankelijke ruimten binnen een gebouw voor detailhandel, onder welke ruimten niet zijn begrepen opslag-, personeels-, sanitaire en andere dienstruimten, garderobes en keukens; k. de ashoogte van een windturbine: 1. turbines met een horizontale as: vanaf het middelpunt van de as van de wieken tot aan het aansluitende afgewerkte terrein; 2. turbines met een verticale as: vanaf de rotor tot aan het aansluitende afgewerkte terrein; l. de tiphoogte van een windturbine: 1. turbines met een horizontale as: de ashoogte van een windturbine plus de straal van de rotorcirkel;

Concept

(van 15-6-2026 17:20)

Concept

2.

turbines met een verticale as: de ashoogte van een windturbine plus het deel van de rotorbladen dat daarbovenuit steekt; m. de rotordiameter van een windturbine: deze wordt bepaald door het maximale bereik van de rotordiameter, gemeten loodrecht op de as; n. wijziging van een (spoor)weg: daaronder wordt bij een weg verstaan: 1. het verplaatsen van een of meer rijstroken met meer dan 2 meter; 2. het verhogen of verlagen van de rijstroken met meer dan 1 meter; 3. een toename van het aantal rijstroken, niet zijnde voorsorteerstroken en in- en uitvoegstroken; 4. het vervangen van een wegdek door een minder stil wegdek; of 5. het verwijderen van geluidbeperkende maatregelen bestaande uit werken of bouwwerken langs de weg; en bij een spoorweg: 6. het verhogen van de maximumrijsnelheid; 7. het vervangen van spoormaterieel door minder stil spoormaterieel; of 8. het verhogen van de treinintensiteit; o. waar waarden gelden: 1. op een gevoelig gebouw, anders dan een woonschip of woonwagen: i. op de gevel als het gaat om een gevoelig gebouw; en ii. op de locatie waar een gevel mag komen, als het gaat om een nieuw te bouwen gevoelig gebouw; 2. op de begrenzing van een locatie voor het plaatsen van een woonschip of woonwagen als het gaat om een woonschip of woonwagen; en 3. in een gevoelige ruimte, als het gaat om een gevoelige ruimte. p.

de waarden voor geluid door een activiteit op geluidgevoelige gebouwen of in geluidgevoelige ruimten zijn niet van toepassing op: 1. het geluid door de inzet van motorvoertuigen of helikopters voor spoedeisende medische hulpverlening, ongevallenbestrijding, brandbestrijding, gladheidbestrijding en het vrijmaken van de weg na een ongeval; en, 2. onversterkt menselijk stemgeluid, tenzij het muziekgeluid is of daarmee is vermengd. 2.

Bij de toepassing van het bepaalde over het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, erkers, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de grens van de locatie of de rooilijn met niet meer dan 1 meter wordt overschreden.

Artikel 1.3 Doelen omgevingsplan Hardenberg 1.

Dit omgevingsplan is met het oog op de doelen van artikel 1.3 van de Omgevingswet gericht op het uitoefenen van de bevoegdheden en taken van de gemeente Hardenberg als bedoeld in artikel 2.1 van de Omgevingswet waarbij sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en andere regels die met het oog daarop nodig zijn als bedoeld in artikel 4.2 van de Omgevingswet.

2.

De gemeente Hardenberg staat voor een nieuwe periode van groei waarin we ons ontwikkelen tot landstad Hardenberg. Daarbij staan vier uitgangspunten centraal: a. de groei vasthouden en doortrekken, een stabiele bevolkingsgroei is daarbij een voorwaarde; b. kwaliteiten toevoegen wordt belangrijker: we streven naar brede welvaart en een aantrekkelijke omgeving om te wonen, te werken of te ondernemen; c. ruimte als troefkaart: daarmee onderscheiden we ons, in Hardenberg krijg je veel voor weinig; d. bereikbaarheid en samenwerking als randvoorwaarden: we zijn een regionaal economisch en vervoersknooppunt voor noordoost-Nederland. Met de as Zwolle-Hardenberg als basis voor samenwerking en bereikbaarheid.

3.

De ontwikkeling naar landstad Hardenberg vindt plaats op basis van de volgende kenmerken: a. een grote verscheidenheid in het landelijk gebied; b. aantrekkelijk wonen; c. een vitale economie; en d. samen bouwen aan een duurzame toekomst.

Artikel 1.4 Gebiedsindeling omgevingsplan Hardenberg 1.

3

Het nieuwe deel van het omgevingsplan bestaat uit: a. het stedelijk gebied; en b. het ‘landelijk gebied’.

Concept

(van 15-6-2026 17:20)

Afdeling 1.2 Programma’s en omgevingswaarden [Gereserveerd]

Hoofdstuk 2 Stedelijk gebied Afdeling 2.1 Algemene bepalingen stedelijk gebied Paragraaf 2.1.1 Algemene bepalingen Artikel 2.1 Doelstellingen Voor het stedelijk gebied gelden de volgende specifieke doelstellingen: a. het creëren van een aantrekkelijk, vitaal en concurrerend woon- en leefklimaat dat optimaal bijdraagt aan een positieve gezondheid van de inwoners; b. het behouden en verder ontwikkelen van het karakter van de verschillende kernen en het bouwen aan de ruimtelijke en stedenbouwkundige kwaliteit van de woongebieden; c. het voldoen aan de regionale woningbehoefte met een passend woningaanbod, bij voorkeur middels kleine woningbouwprojecten die inspelen op woontrends; d. het creëren van meer kleinschalige woon-/zorgconcepten en nieuwe combinaties van (betaalbaar) wonen met ambulante zorg; e. het geven van ruimte aan kleinschalige bedrijfsactiviteiten door een goede en flexibele ruimtelijke inpassing; f. het revitaliseren en transformeren van de bestaande woningvoorraad en het stimuleren van investeringen in levensloopbestendigheid en duurzaamheid (waaronder het duurzaam verwarmen van woningen); g. het beschikken over voldoende bedrijventerreinen voor groeiende bedrijven met een grote ruimtebehoefte; h. het stimuleren van een aantrekkelijk vestigingsklimaat op het bedrijventerreinen en het versterken van het ondernemersklimaat; i.

het beschikken over een goede fysieke en digitale bereikbaarheid van bedrijventerreinen; j. het stimuleren van een circulaire economie en verduurzaming; k. het stimuleren van de energietransitie en klimaatadaptatie; l. het zorgdragen voor een goede beeldkwaliteit en landschappelijke inpassing van bedrijventerreinen met waar mogelijk behoud van landschappelijke elementen en een vloeiende overgang naar de omgeving; m. het zorgdragen voor een goede segmentering (juiste bedrijf op de juiste plek) op bedrijventerreinen; n. het zorgdragen voor een hoog kwaliteitsniveau en stimuleren van samenwerking tussen bedrijven en delen van voorzieningen (parkmanagement); o. het ontwikkelen van vitale en bruisende centra in Hardenberg en Dedemsvaart met een goede samenhang tussen bereikbaarheid, cultureel aanbod, winkels en horeca, nieuwe bedrijvigheid, wonen en openbare ruimte; p. het uitbouwen van het stationsgebied van Hardenberg tot verblijfsgebied dat aanvullend is op het centrum; q. het ondersteunen van de leefbaarheid in kleine kernen met een concentratie en bundeling van dorpsvoorzieningen en een goede onderlinge bereikbaarheid met verschillende vervoermiddelen; r. het ontwikkelen van een goede strategie om het voorzieningenniveau te laten meebewegen met de veranderende behoefte; s.

het behouden van een zo compleet en sterk mogelijk voorzieningenpakket in de gemeente met een basisvoorziening zoals een ontmoetingsruimte in elke kern; en, t. het behouden en versterken van de kwaliteit van de hoofdgroenstructuur bestaande uit groen en bos ten behoeve van een gezond leef- en woonmilieu en de vrijetijdseconomie..

2.

Met het oog op het bereiken van deze doelstellingen kent het stedelijk gebied de volgende functies met daaraan gestelde regels ten behoeve van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties: a. agrarisch in stedelijk gebied; b. bedrijf in stedelijk gebied; c. bedrijventerrein; d. begraafplaats; e. centrum; f. cultuur en ontspanning; g. detailhandel in stedelijk gebied; h. dienstverlening; i. gemengd;

Concept

1.

4

Concept

(van 15-6-2026 17:20)

j. k. l. m. n. o. p. q. r.

hoofdgroenstructuur; horeca in stedelijk gebied; industrieterrein; penitentiaire inrichting; maatschappelijke voorzieningen in stedelijk gebied; recreatie in stedelijk gebied; sport; wonen in stedelijk gebied; en, woongebied.

Artikel 2.2 Algemene regels stedelijk gebied

Concept

[Gereserveerd]

Afdeling 2.2 Agrarisch in stedelijk gebied [Gereserveerd]

Afdeling 2.3 Bedrijf in stedelijk gebied [Gereserveerd]

Afdeling 2.4 Bedrijventerrein [Gereserveerd]

Afdeling 2.5 Centrum [Gereserveerd]

Afdeling 2.6 Detailhandel in stedelijk gebied [Gereserveerd]

Afdeling 2.7 Gemengd [Gereserveerd]

Afdeling 2.8 Hoofdgroenstructuur Paragraaf 2.8.1 Algemene bepalingen SubParagraaf 2.8.1.1 Algemene bepalingen Artikel 2.3 Oogmerk functie hoofdgroenstructuur De regels over de functie hoofdgroenstructuur in deze afdeling zijn gesteld met het oog op: a. het behouden van de hoofdgroenstructuur met betekenis voor de openbare ruimte en de aanwezigheid van beeldbepalende bomen; b. het behouden en versterken van het landschap; en c. de recreatieve beleving en het gezonde leven.

Paragraaf 2.8.2 Gebruiksactiviteiten SubParagraaf 2.8.2.1 Toegestane gebruiksactiviteiten Artikel 2.4 Aanwijzing toegestane gebruiksactiviteiten

5

1.

De volgende gebruiksactiviteiten zijn toegestaan: a. het ontwikkelen en beheren van de hoofdgroenstructuur; en b. recreatief extensief verblijven.

2.

Gereserveerd

3.

Ter plaatse van de locatie ontsluiting zijn de volgende gebruiksactiviteiten toegestaan:

Concept

(van 15-6-2026 17:20)

a.

b. c.

het ontwikkelen en beheren van de (spoor)wegverkeersstructuur, waarbij alleen een wijziging van de (spoor)weg mag plaatsvinden indien er geen geluidgevoelige gebouwen zijn gelegen binnen het geluidaandachtsgebied van de (spoor)weg; zich verplaatsen, vervoeren en parkeren; en het gebruiken van openbaar gebied.

SubParagraaf 2.8.2.2 Verboden gebruiksactiviteiten

Concept

Artikel 2.5 Aanwijzing verboden gebruiksactiviteiten Gebruik dat afwijkt van de gebruiksactiviteiten in subparagraaf 2.8.2.1 is verboden. In ieder geval omvat het verbod: a. het opsporen en winnen van delfstoffen en andere bodemschatten; b. crossen met motorvoertuigen, met uitzondering van elektrische fietsen; c. het voeren van reclame; d. het opslaan van goederen, voorwerpen, gewassen en afvalproducten; en, e. het houden van dieren; f. de exploitatie van een verkooppunt voor motorbrandstoffen binnen de locatie ontsluiting.

Paragraaf 2.8.3 Bouwactiviteiten SubParagraaf 2.8.3.1 Toegestane bouwactiviteiten [Gereserveerd]

SubParagraaf 2.8.3.2 Vergunningplichtige bouwactiviteiten Artikel 2.6 Vaste beoordelingsregels bouwen ten behoeve van waterbeheer Een omgevingsvergunning voor het bouwen van bouwwerken ten behoeve van waterbeheer wordt verleend indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de oppervlakte bedraagt per gebouw of bouwwerk niet meer dan 50 m²; en b. de bouwhoogte van gebouwen en bouwwerken bedraagt niet meer dan 3 meter.

Artikel 2.7 Vaste beoordelingsregels overige bouwwerken (geen gebouwen zijnde) Een omgevingsvergunning voor het realiseren van bouwwerk, geen gebouw zijnde, wordt verleend indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de bouwhoogte van erf- en perceelafscheidingen bedraagt ten hoogste 2 meter; en b. de bouwhoogte van overige bouwwerken bedraagt niet meer dan 3 meter.

SubParagraaf 2.8.3.3 Verboden bouwactiviteiten Artikel 2.8 Aanwijzing verboden bouwactiviteiten Ter plaatse van de locatie ontsluiting is het verboden om een windturbine te realiseren, in stand te houden en gebruiken binnen een afstand van 7,85 meter plus een halve rotordiameter vanaf de grens van de locatie voor een hoofdroute voor spoorwegverkeer, met een minimum van 30 meter.

Paragraaf 2.8.4 Overige activiteiten SubParagraaf 2.8.4.1 Geboden overige activiteiten Artikel 2.9 Aanwijzing geboden activiteiten

6

1.

Ter plaatse van de locatie afschermende beplanting Rollepaal Oost geldt de verplichting dat er een groenstrook wordt aangelegd en onderhouden in de vorm van afschermende beplanting met een minimale breedte van 10 meter.

2.

Ter plaatse van de locatie grondwal Rollepaal Oost geldt de verplichting dat er een grondwal wordt aangelegd en onderhouden met de volgende afmetingen: a. de grondwal is minimaal 3 meter hoog; b. de grondwal is minimaal 18 meter breed.

Concept

(van 15-6-2026 17:20)

3.

Er kan een maatwerkvoorschrift worden gesteld dat een naar aard en omvang vergelijkbare inrichting voorschrijft.

SubParagraaf 2.8.4.2 Toegestane overige activiteiten Artikel 2.10 Aanwijzing toegestane overige activiteiten Het is toegestaan zonder omgevingsvergunning bestaande wegen, paden en parkeervoorzieningen in stand te houden en te gebruiken.

Afdeling 2.9 Horeca in stedelijk gebied

Concept

[Gereserveerd]

7

Afdeling 2.10 Industrieterrein Paragraaf 2.10.1 Algemene bepalingen Artikel 2.11 Aanwijzing industrieterrein De locatie industrieterrein Rollepaal en Rollepaal Oost is aangewezen als industrieterrein zoals bedoeld in artikel 5.78e van het Besluit kwaliteit leefomgeving.

Artikel 2.12 Oogmerk functie industrieterrrein De regels in deze afdeling over de functies industrieterrein Rollepaal en industrieterrein Rollepaal Oost zijn gesteld met het oog op het voortdurend blijven beschikken over voldoende goede werklocaties en het zorgdragen voor een aanvaardbaar geluidniveau in de omgeving van het industrieterrein.

Artikel 2.13 Normadressaat Aan Afdeling 2.10 wordt voldaan door de degene die de milieubelastende activiteiten, die in onderlinge samenhang worden uitgeoefend, verricht.

Artikel 2.14 Geluidproductieplafonds industrieterrein Rollepaal en Rollepaal Oost Voor de locatie industrieterrein Rollepaal en industrieterrein Rollepaal Oost gelden de volgende geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zoals bedoeld in artikel 2.11a van de Omgevingswet: Geluidproductieplafond

x-coördinaat

y-coördinaat

Lden in dB

Lnight in dB

GPP-IL Rollepaal 01

230994,31

513574,38

46,9

36,9

GPP-IL Rollepaal 02

230706,5

513966,1

46,7

36,7

GPP-IL Rollepaal 03

230300,09

514198,5

45,6

35,6

GPP-IL Rollepaal 04

229852,06

514354,2

43,4

33,4

GPP-IL Rollepaal 05

229373,15

514325,8

42,7

32,7

GPP-IL Rollepaal 06

228890,54

513894,91

42,4

32,4

GPP-IL Rollepaal 07

228422,84

514209,4

41,1

31,1

GPP-IL Rollepaal 08

228197,49

513800,5

41,3

31,3

GPP-IL Rollepaal 09

228319,26

513333,2

42,9

32,9

GPP-IL Rollepaal 10

228554,46

512915,0

44,6

34,6

GPP-IL Rollepaal 11

228868,96

512552,7

46,5

36,5

GPP-IL Rollepaal 12

229147,21

512154,2

45,8

35,8

GPP-IL Rollepaal 13

229572,84

511963,6

45,6

35,6

Concept

(van 15-6-2026 17:20)

Concept

GPP-IL Rollepaal 14

230000,64

512175,8

47,9

37,9

GPP-IL Rollepaal 15

230392,78

512463,03

49,9

39,9

GPP-IL Rollepaal 16

230779,42

512757,4

49,3

39,3

GPP-IL Rollepaal 17

231088,5

513116,8

46,9

36,9

GPP-IL Rollepaal 18

228725,77

513829,9

50,1

40,1

GPP-IL Rollepaal 19

228825,23

513842,9

51,1

41,1

GPP-IL Rollepaal 20

228924,38

513855,9

53,0

43,0

GPP-IL Rollepaal 21

229023,54

513868,9

54,6

44,6

GPP-IL Rollepaal 22

229122,7

513881,9

54,1

44,1

GPP-IL Rollepaal 23

229221,84

513894,9

52,4

42,4

GPP-IL Rollepaal 24

229341,5

513890,83

50,4

40,4

GPP-IL Rollepaal 25

229432,17

513871,6

52,0

42,0

GPP-IL Rollepaal 26

229512,23

513935,85

49,6

39,6

GPP-IL Rollepaal 27

229656,04

513897,84

49,2

39,2

GPP-IL Rollepaal 28

229897,76

513869,81

50,1

40,1

GPP-IL Rollepaal 29

230681,83

513596,43

50,6

40,6

GPP-IL Rollepaal 30

229653,93

512478,44

54,1

44,1

GPP-IL Rollepaal 31

229033,02

512912,28

50,9

40,9

GPP-IL Rollepaal 32

228872,11

513256,83

49,8

39,8

GPP-IL Rollepaal 33

228630,12

513500,66

47,8

37,8

GPP-IL Rollepaal 34

228599,84

513595,97

47,7

37,7

GPP-IL Rollepaal 35

228569,18

513691,09

47,0

37,0

GPP-IL Rollepaal 36

229246,48

513392,13

57,2

47,2

GPP-IL Rollepaal 37

229327,24

513410,12

57,5

47,5

GPP-IL Rollepaal 38

229392,38

513423,48

57,1

47,1

GPP-IL Rollepaal 39

229470,38

513435,24

56,9

46,9

Artikel 2.15 Geluidproductieplafonds industrieterrein De omgevingswaarde als bedoeld in Artikel 2.14 is een resultaatsverplichting.

Artikel 2.16 Geluidaandachtsgebied in plaats van geluidzone In afwijking van de regels van de in het volgende overzicht genoemde artikelen die betrekking hebben op een geluidzone - industrie en zijn opgenomen in de bestemmingsplannen in het tijdelijke deel van het Omgevingsplan gemeente Hardenberg, zoals bedoeld in artikel 22.1, onder a van de Omgevingswet, geldt de gebiedsaanwijzing industrieterrein Rollepaal en Rollepaal Oost, geluidaandachtsgebied als geluidaandachtsgebied bedoeld in paragraaf 5.1.4.2a.4 van het Besluit kwaliteit leefomgeving:

8

Bestemmingsplan

Datum vaststelling

Artikel

Bestemmingsplan Dedemsvaart

18-02-2014

Artikel 20, lid 20.1 en 20.2

Buitengebied Hardenberg

02-12-2014

Artikel 58

Concept

(van 15-6-2026 17:20)

Deze regel is opgenomen als attendering aan de gebruiker van dit omgevingsplan. De exacte ligging van het geluidaandachtsgebied moet worden geraadpleegd in het geluidregister zoals bedoeld in artikel 11.52 van het Besluit kwaliteit leefomgeving.

Artikel 2.17 Geluidaandachtsgebied industrieterrein Rollepaal

Concept

In aanvulling op de regels uit het bestemmingsplan ‘De Rollepaal’ (uit het tijdelijke deel van het omgevingsplan zoals bedoeld in artikel 22.1, onder a van de Omgevingswet) van de gemeente Hardenberg, dat op 18 maart 1999 is vastgesteld, geldt de locatie industrieterrein Rollepaal en Rollepaal Oost, geluidaandachtsgebied als geluidaandachtsgebied bedoeld in paragraaf 5.1.4.2a.4 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Deze regel is opgenomen als attendering aan de gebruiker van dit omgevingsplan. De exacte ligging van het geluidaandachtsgebied moet worden geraadpleegd in het geluidregister zoals bedoeld in artikel 11.52 van het Besluit kwaliteit leefomgeving.

Paragraaf 2.10.2 Gebruiksactiviteiten SubParagraaf 2.10.2.1 Toegestane gebruiksactiviteiten Artikel 2.18 Aanwijzing toegestane gebruiksactiviteiten industrieterrein Rollepaal 1.

Ter plaatse van de locatie industrieterrein Rollepaal is in aanvulling op het bepaalde in het tijdelijk deel van het omgevingsplan zoals bedoeld in artikel 22.1 onder a van de Omgevingswet de exploitatie van een bedrijf toegestaan als ook wordt voldaan aan de voorwaarden zoals opgenomen in artikel 2.20.

2.

Ter plaatse van de locatie kantoor Rollepaal is in aanvulling op het bepaalde in het tijdelijk deel van het omgevingsplan zoals bedoeld in artikel 22.1 onder a van de Omgevingswet de exploitatie van een kantoor toegestaan.

3.

Ter plaatse van de locatie kantoor Rollepaal zijn in afwijking van het bepaalde in het tijdelijk deel van het omgevingsplan zoals bedoeld in artikel 22.1 onder a van de Omgevingswet de volgende activiteiten toegestaan: a. het wonen in een bedrijfswoning; b. de exploitatie van een bedrijf.

4.

Ter plaatse van de locatie kantoor Rollepaal geldt voor het gezamenlijke geluid zoals bedoeld in artikel 3.39 van het Besluit kwaliteit leefomgeving de waarde 59 dB voor het Lden.

Artikel 2.19 Aanwijzing toegestane gebruiksactiviteiten industrieterrein Rollepaal Oost 1.

Ter plaatse van de locatie industrieterrein Rollepaal Oost is de exploitatie van een bedrijf toegestaan onder de voorwaarden zoals opgenomen in Artikel 2.21 en Artikel 2.22, met dien verstande dat de bedrijvigheid is gericht op productie, de maakindustrie, opslag, logistiek en/of groothandel.

2.

In aanvulling op het gestelde in lid 1 zijn ondergeschikte detailhandel, productiegebonden detailhandel, ondergeschikte horeca en het gebruik van bedrijfsgebonden kantoorruimten ook toegestaan.

3.

Het is toegestaan om per kavel slechts één inrit van maximaal 10 meter breed te gebruiken als de kavel maximaal 5 hectare groot is. Bij grotere kavels zijn twee inritten toegestaan.

4.

Ter plaatse van de locatie hoogspanningsstation Rollepaal Oost is de exploitatie van een hoog- en middenspanningsstation toegestaan.

Artikel 2.20 Algemene regels - geluidquotum industrieterrein Rollepaal (Lden en Lnight) 1.

Ter plaatse van het industrieterrein Rollepaal geldt in afwijking van de regels, zoals opgenomen in het tijdelijk deel van het omgevingsplan zoals bedoeld in artikel 22.1 onder a van de Omgevingswet, dat het is toegestaan om milieubelastende activiteiten uit te oefenen, als wordt voldaan aan het bepaalde in de volgende leden van dit artikel. Dit betreft de artikelen uit de in het volgende overzicht opgenomen bestemmingsplannen die deel uitmaken van het tijdelijke deel van het Omgevingsplan gemeente Hardenberg: Bestemmingsplan

9

Concept

Datum vaststelling

(van 15-6-2026 17:20)

Artikel

Concept

Uitbreiding Hakvoort Dedemsvaart

24-03-2009

Artikel 3

Dedemsvaart, Rollepaal (uitbreiding Oegema)

06-03-2012

Artikel 3

Dedemsvaart, bedrijventerrein Rollepaal Oost, zuidelijk deel

02-07-2013

Artikel 3

Bestemmingsplan Dedemsvaart

18-02-2014

Artikel 7

Bestemmingsplan Dedemsvaart (herziening)

17-03-2015

Artikel 7

Rollepaal Oost, omgeving Schutwijk Dedemsvaart

15-09-2015

Artikelen 4 en 5

Rollepaal, Langewijk 135, Dedemsvaart

12-03-2024

Artikel 3

2.

De geluidbelasting, uitgedrukt in de dosismaat Lden, die door de milieubelastende activiteiten die in onderlinge samenhang worden uitgeoefend op de referentiepunten GPP-IL Rollepaal 01 tot en met GPP-IL Rollepaal 39, als bedoeld in artikel 2.14 mag niet groter zijn dan de geluidbelasting die hiervoor is vastgesteld zoals opgenomen in bijlage III. De in deze bijlage opgenomen geluidquota gelden voor de met de omgevingsnorm kavels Rollepaal aangeduide kavels.

3.

De geluidbelasting, uitgedrukt in de dosismaat Lnight, die door de milieubelastende activiteiten die in onderlinge samenhang worden uitgeoefend op de referentiepunten GPP-IL Rollepaal 01 tot en met GPP-IL Rollepaal 39, als bedoeld in artikel 2.14, mag niet groter zijn dan de geluidbelasting die hiervoor is vastgesteld zoals opgenomen in bijlage IV. De in deze bijlage opgenomen geluidquota gelden voor de met de omgevingsnorm kavels Rollepaal aangeduide kavels.

Artikel 2.21 Algemene regels - geluidquotum industrieterrein Rollepaal Oost (Lden en Lnight) 1.

Ter plaatse van de locatie industrieterrein Rollepaal Oost is het toegestaan om milieubelastende activiteiten uit te oefenen, als wordt voldaan aan het bepaalde in de volgende leden van dit artikel.

2.

De geluidbelasting, uitgedrukt in de dosismaat Lden, die door de milieubelastende activiteiten die in onderlinge samenhang worden uitgeoefend op de referentiepunten GPP-IL Rollepaal 01 tot en met GPP-IL Rollepaal 39, als bedoeld in artikel 2.14. mag niet groter zijn dan de geluidbelasting die hiervoor is vastgesteld zoals opgenomen in Bijlage V. De in deze bijlage opgenomen geluidquota gelden voor de met de omgevingsnorm kavels Rollepaal Oost aangeduide kavels.

3.

De geluidbelasting, uitgedrukt in de dosismaat Lnight, die door de milieubelastende activiteiten die in onderlinge samenhang worden uitgeoefend op de referentiepunten GPP-IL Rollepaal 01 tot en met GPP-IL Rollepaal 39, als bedoeld in artikel 2.14, mag niet groter zijn dan de geluidbelasting die hiervoor is vastgesteld zoals opgenomen in Bijlage VI De in deze bijlage opgenomen geluidquota gelden voor de met de omgevingsnorm kavels Rollepaal Oost aangeduide kavels.

Artikel 2.22 Algemene regels - geur Rollepaal Oost 1.

In aanvulling op de regels opgenomen in Afdeling 22.3 van dit omgevingsplan, geldt voor de milieubelastende activiteiten die op de locatieindustrieterrein Rollepaal Oost in onderlinge samenhang binnen een zekere begrenzing worden uitgeoefend, dat de daarmee samenhangende geurbelasting op de afstand zoals aangeven met ‘kavels Rollepaal Oost’ in meters vanaf de begrenzing waarbinnen deze samenhangende activiteiten worden uitgeoefend en daarbuiten, niet hoger mag zijn dan 0,5 ouE/m3 als 98 onderschrijdingspercentiel en 2 ouE/m3 als 99,9 onderschrijdingspercentiel.

2.

In afwijking van het bepaalde in lid 1 mag de geurbelasting door de milieubelastende activiteiten ter hoogte van binnen de in lid 1 genoemde afstand gelegen geurgevoelige gebouwen niet hoger zijn dan 0,5 ouE/m3 als 98 onderschrijdingspercentiel en 2 ouE/m3 als 99,9 onderschrijdingspercentiel.

Artikel 2.23 Meet- en rekenbepalingen geluid 1.

10

Op het bepalen van de geluidbelasting op een referentiepunt waarvoor een gpp is vastgesteld, bedoeld in deze subparagraaf, is artikel 6.6 van de Omgevingsregeling van toepassing.

Concept

(van 15-6-2026 17:20)

Concept 11

2.

Als bij nieuwvestiging van een bedrijf of wijziging van een bedrijf binnen de functie industrieterrein Rollepaal of industrieterrein Rollepaal Oost de begrenzing van het bedrijf slechts een deel van het kavel in beslag neemt waarvoor het geluidquotum geldt; volgt het quotum voor de bijdrage aan de gpp’s voor dit bedrijf uit de volgende berekening: Lden = 10xlog10((Adeelx10(Lden/10))/Atot) en Lnight = 10xlog10((Adeelx10(Lnight/10))/Atot) waarin: Adeel = het oppervlak dat door het bedrijf binnen het totale kavel wordt ingenomen Atot = het oppervlak van het totale kavel waarvan het bedrijf een deel inneemt.

3.

Als bij nieuwvestiging van een bedrijf of wijziging van een bedrijf binnen de functie industrieterrein Rollepaal of industrieterrein Rollepaal Oost het bedrijf meerdere kavels bestrijkt waarvoor geluidquota gelden, wordt de bijdrage door de milieuactiviteiten op de verschillende kavels getoetst aan de daarvoor vastgestelde quota waarbij - als het bedrijf van het kavel slechts een deel in beslag neemt - aan het volgens lid 2 berekende deel van het quotum wordt getoetst.

Artikel 2.24 Opslag van goederen in de buitenlucht Op de locatie industrieterrein Rollepaal Oost is het toegestaan goederen in de buitenlucht op te slaan, met dien verstande dat deze opslag achter de voorgevelrooilijn en achter bedrijfsgebouwen plaatsvindt. Als de opslag zichtbaar is vanaf de openbare ruimte wordt deze met een haag, bomen of struiken van het zicht onttrokken.

Artikel 2.25 Parkeren op eigen terrein 1.

Als op de locatie industrieterrein Rollepaal Oost op eigen terrein vóór de voorgevelrooilijn wordt geparkeerd, dan moeten deze parkeerplaatsen met een haag van inheemse planten of struiken met een hoogte tussen 0,5 en 1,0 meter hoog worden afgeschermd.

2.

Het bepaalde in lid 1 is niet van toepassing op de locatie hoogspanningsstation Rollepaal Oost. Op deze locatie mag een parkeerplaats worden afgeschermd door struweel of andere beplanting op het perceel buiten het hekwerk.

Artikel 2.26 Laad- en losactiviteiten Op de locatie industrieterrein Rollepaal Oost is het toegestaan om laad- en losactiviteiten op het eigen terrein uit te voeren, mits deze laad- en losactiviteiten niet zichtbaar zijn vanaf de representatieve gevelzijde van de bedrijfsbebouwing.

Artikel 2.27 Toegankelijkheid openbare buitenruimte specifieke zorgplicht Degene die ter plaatse van de locatie industrieterrein Rollepaal Oost de openbare ruimte gebruikt, is verplicht ervoor zorg te dragen dat de openbare ruimte voldoende toegankelijk is voor personen met een functiebeperking.

SubParagraaf 2.10.2.2 Gebruiksactiviteiten met informatieplicht Artikel 2.28 Aanwijzing gebruiksactiviteiten met een informatieplicht 1.

Dit artikel is van toepassing op milieubelastende activiteiten die binnen de functie industrieterrein Rollepaal Oost in onderlinge samenhang worden uitgeoefend.

2.

Dit artikel is niet van toepassing op milieubelastende activiteiten die in onderlinge samenhang worden uitgeoefend, waarbij: a. tussen 19.00 en 7.00 uur gemiddeld niet meer dan vier transportbewegingen per dag plaatsvinden met motorvoertuigen waarvan de massa van het ledig voertuig vermeerderd met het laadvermogen meer is dan 3.500 kg en binnen een afstand van 50 m van de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht geluidgevoelige gebouwen aanwezig zijn; b. het mede op basis van de aard van de activiteit, niet aannemelijk is dat in enige ruimte op de locatie waarop de activiteit wordt verricht het equivalente geluidsniveau (LAeq) veroorzaakt door de ten gehore gebrachte muziek in de representatieve bedrijfssituatie, meer bedraagt dan: 1. 70 dB(A), als deze ruimte in- of aanpandig is gelegen met geluidgevoelige gebouwen; 2. 80 dB(A), in andere gevallen dan bedoeld onder 1; c. in de buitenlucht of op een open terrein geen muziek ten gehore wordt gebracht; d. in de buitenlucht geen oefenterrein voor motorvoertuigen aanwezig is; e. geen koelinstallatie aanwezig is die volgens de gebruiksaanwijzing behoort te zijn gevuld met meer dan 30 kg synthetisch koudemiddel;

Concept

(van 15-6-2026 17:20)

f.

Concept

g. h. i.

geen gemotoriseerde modelvliegtuigen, modelvaartuigen of modelvoertuigen in de open lucht worden gebruikt; geen parkeergelegenheid wordt geboden in een parkeergarage voor meer dan 30 personenauto’s; geen noodstroomaggregaat aanwezig is dat meer dan 50 uren per jaar in werking is; en geen transformatoren met een maximaal gelijktijdig in te schakelen elektrisch vermogen van 200 MVA of meer, die zijn ondergebracht in een gesloten gebouw, worden gebruikt.

3.

Dit artikel is ook niet van toepassing op een activiteit waarvoor op grond van hoofdstuk 2, 3, 4 of 5 van het Besluit activiteiten leefomgeving, artikel 22.61 of een ander artikel in Afdeling 22.3 een verplichting geldt om gegevens en bescheiden te verstrekken of een omgevingsvergunning aan te vragen voor het beginnen of wijzigen van die activiteit.

4.

Ten minste vier weken voor het begin van een activiteit worden aan het college van burgemeester en wethouders de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. informatie over de aard en omvang van de activiteit en de aard en omvang van de daarbij behorende processen; b. gegevens over de indeling van de locatie waarop de activiteit wordt verricht, waarbij het volgende wordt aangegeven: 1. de grenzen van het terrein; en 2. de ligging van de gebouwen; c. een situatietekening met een schaal van ten minste 1:10.000 waarop de activiteit is aangegeven en die is voorzien van een noordpijl; en d. gegevens over de verwachte datum van het begin van de activiteit.

5.

Ten minste vier weken voordat de activiteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.

SubParagraaf 2.10.2.3 Vergunningplichtige gebruiksactiviteiten [Gereserveerd]

SubParagraaf 2.10.2.4 Verboden gebruiksactiviteiten Artikel 2.29 Aanwijzing verboden gebruiksactiviteiten Gebruik dat afwijkt van de op grond van SubParagraaf 2.10.2.1 toegestane gebruiksactiviteiten is verboden. In ieder geval omvat dit verbod ook: a. het verrichten van risicovolle activiteiten als bedoeld in bijlage VII en VIII van het Besluit kwaliteit leefomgeving; b. het vervaardigen en/of de opslag van vuurwerk; c. agrarische bedrijfsactiviteiten.

Artikel 2.30 Parkeren op de openbare weg Op de locatie industrieterrein Rollepaal Oost is het niet toegestaan om op de openbare weg te parkeren.

Paragraaf 2.10.3 Bouwactiviteiten SubParagraaf 2.10.3.1 Algemene bepalingen Artikel 2.33 Bouwactiviteiten, oriëntatie vluchtwegen Op de locatie brandvluchtgebied industrieterrein Rollepaal Oost moet aan de noordzijde van gebouwen een uitgang aanwezig zijn die gebruikers in staat stelt het gebouw noordwaarts te ontvluchten bij een calamiteit.

SubParagraaf 2.10.3.2 Toegestane bouwactiviteiten [Gereserveerd]

SubParagraaf 2.10.3.3 Vergunningplichtige bouwactiviteiten

12

Concept

(van 15-6-2026 17:20)

Artikel 2.35 Aanwijzing vergunningplichtige bouwactiviteiten Ter plaatse van de locatie industrieterrein Rollepaal Oost is het verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning gebouwen te (ver)bouwen en bouwwerken te realiseren, in stand te houden en te gebruiken als bedoeld in Artikel 2.18, Artikel 2.28 en Artikel 2.18, anders dan de vergunningvrije bouwactiviteiten bedoeld in Subparagraaf 2.10.3.2.

Concept

Artikel 2.36 Vaste beoordelingsregels (ver)bouwen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde

13

De omgevingsvergunning voor het (ver)bouwen van een gebouw of het realiseren van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, als bedoeld in Artikel 2.35 wordt verleend indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. het aantal bedrijfswoningen per bouwperceel bedraagt niet meer dan het bestaande aantal; b. ter plaatse van de locatie bouwvlak Rollepaal Oost worden gebouwen en overkappingen binnen dit bouwvlak gebouwd; c. de afstand van hoofdgebouwen tot de perceelgrens bedraagt ten minste 5 meter; d. gebouwen zijn evenwijdig óf haaks op de voorgevelrooilijn georiënteerd; e. hoofdgebouwen zijn voorzien van ten minste twee ingebouwde nestkasten geschikt voor de Zwarte Roodstaart; f. hoofdgebouwen met een bouwhoogte van meer dan 5 meter zijn voorzien van ten minste twee niet ingebouwde verblijfsplaatvoorzieningen voor Dwergvleermuizen; g. aan hoofdgebouwen met platte daken worden de volgende maatregelen getroffen: 1. platte daken hebben een verhoogde dakrand van ten minste 10 centimeter 2. open doorvoeren en afvoeren zijn afgeschermd met boldraadroosters 3. platte daken zijn voorzien van schuilmogelijkheden voor Scholekster-jongen; h. in afwijking van het bepaalde in sub e, f en g mogen de voorzieningen in plaats van in, op of aan een gebouw in, op of aan bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gerealiseerd op hetzelfde perceel; i.

hoofdgebouwen moeten voorzieningen hebben die borgen dat: 1. binnen of buiten het bouwblok in minimaal 80 mm waterberging is voorzien 2. een bui van 70 mm in een uur (T=100) niet leidt tot wateroverlast binnen het gebouw; j. de maximale bebouwingshoogte mag niet hoger zijn dan ter plaatse op kaart met maximale bebouwingshoogte Rollepaal Oost is aangegeven. k. als het gebouw een schuin dak krijgt, heeft dit dak een maximale dakhelling van 20%; l. het bebouwingspercentage bedraagt niet meer dan 70% van het bouwperceel met dien verstande dat er is voorzien in voldoende parkeervoorzieningen op eigen terrein. Van voldoende parkeervoorzieningen is sprake als het aantal parkeerplaatsen dat wordt gerealiseerd in overeenstemming is met het gemeentelijk beleid ten aanzien van parkeernormen als bedoeld in Artikel 5.21; m. een reclameuiting of naamsaanduiding mag niet aan de achtergevel van gebouwen worden aangebracht; n. boven 4 meter boven het maaiveld mogen geen verlichte reclame-uitingen worden aangebracht en in werking zijn; o. de bouwhoogte van lichtmasten bedraagt niet meer dan 8 meter; p. de bouwhoogte van vlaggenmasten bedraagt niet meer dan de met de omgevingsnorm maximale bouwhoogte vlaggenmasten Rollepaal Oost als maximale bouwhoogte in meters is aangegeven; q. de bouwhoogte van op de grond geplaatste zonnepanelen en zonnecollectoren bedraagt niet meer dan 5 meter; r.

de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt niet meer dan 3 meter, met dien verstande dat de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen vóór (het verlengde van) een naar de weg gekeerde gevel van het hoofdgebouw maximaal 1 meter bedraagt; s. het bepaalde in sub r, voor zover het de bouwhoogte van 1 meter betreft, is niet van toepassing ter plaatse van de locatie hoogspanningsstation Rollepaal Oost; t. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt niet meer dan 12 meter; u. in afwijking van het bepaalde in sub t bedraagt de bouwhoogte van bliksemspichten niet meer dan 25 meter ter plaatse van de locatie hoogspanningsstation Rollepaal Oost; v. op de locatie industrieterrein Rollepaal Oost, deelgebied A wordt verlichting die richting de grondwal is georiënteerd op maximaal 4 meter hoogte bevestigd; w. op de locatie industrieterrein Rollepaal Oost moet er bij bouwactiviteiten op kavels groter dan 5.000 m² worden gewaakt voor lange wandvorming aan de openbare weg. Bij wanden langer dan 100 meter, wordt deze onderbroken door de bebouwing fysiek te geleden/op te delen, en/of in de architectuur, aanpassing materiaal, kleur en/of detaillering.

Concept

(van 15-6-2026 17:20)

Concept

Artikel 2.37 Extra beoordelingsregels 1.

In afwijking van de vaste beoordelingsregels zoals opgenomen in Artikel 2.36 wordt de omgevingsvergunning ook verleend indien het (ver)bouwen van een gebouw of het realiseren van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voldoet aan de volgende voorwaarden: a. het in afwijking van Artikel 2.36 onder o, verhogen van de toegestane bouwhoogte van lichtmasten tot de bestaande bouwhoogte van gebouwen op dat bouwperceel; b. het in afwijking van Artikel 2.36 onder r, verhogen van de maximaal toegestane bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen vóór (het verlengde van) een naar de weg gekeerde gevel van het hoofdgebouw tot maximaal 3 meter; c. het in afwijking van Artikel 2.36 onder t, verhogen van de toegestane bouwhoogte tot 15 meter voor overige bouwwerken; d. het in afwijking van Artikel 2.36 onder t, verhogen van de bouwhoogte van schoorstenen, antennes en silo’s tot maximaal 30 meter.

2.

De volgende beoordelingsregels zijn daarbij van toepassing: a. het bouwplan leidt niet tot een beperking van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; b. het bouwplan is passend in het straat- en bebouwingsbeeld; c. het bouwplan doet geen afbreuk aan de verkeers- en brandveiligheid; d. het bouwplan doet geen afbreuk aan het woon- en leefklimaat van mens, plant en dier; e. het bouwplan voorziet in voldoende parkeervoorzieningen. Van voldoende parkeervoorzieningen is sprake als het aantal parkeerplaatsen dat wordt gerealiseerd in overeenstemming is met het gemeentelijk beleid ten aanzien van parkeernormen als bedoeld in Paragraaf 5.2.2; en, f. het bouwen doet geen onevenredige afbreuk aan de doelstellingen en oogmerken als bedoeld in Artikel 2.1 en Artikel 2.12.

Paragraaf 2.10.4 Overige activiteiten Artikel 2.38 Uitvoering van parkeervoorzieningen Op de locatie industrieterrein Rollepaal Oost worden parkeervoorzieningen met grasbetontegels of een andere vorm van halfverharding geplaveid, zodat hemelwater in de bodem kan treden.

Paragraaf 2.10.5 Milieubelastende activiteiten Artikel 2.39 Industrieterrein Rollepaal en Rollepaal Oost, geluidgrenswaarden voor geluidgevoelige gebouwen Met het oog op het voorkomen of het beperken van geluidhinder is het geluid door milieubelastende activiteiten die op het industrieterrein Rollepaal en industrieterrein Rollepaal Oost worden uitgeoefend en die in onderlinge samenhang binnen een zekere begrenzing plaats vinden, op een geluidgevoelig gebouw niet hoger dan de waarde bedoeld in de onderstaande tabel: -

tussen 19:00 en 07:00 uur

Maximaal geluidniveau LAmax veroorzaakt door aandrijfgeluid van transportmiddelen

70 dB(A)

Maximaal geluidniveau LAmax veroorzaakt door andere piekgeluiden

65 dB(A)

Artikel 2.40 Industrieterrein Rollepaal en Rollepaal Oost, geluidgrenswaarden voor in- en aanpandige geluidgevoelige ruimten 1.

Met het oog op het voorkomen of beperken van geluidhinder is het geluid door milieubelastende activiteiten die op industrieterrein Rollepaal en industrieterrein Rollepaal Oost worden uitgeoefend en die in onderlinge samenhang binnen een zekere begrenzing plaats vinden, in een geluidgevoelige ruimte binnen een in- of aanpandig geluidgevoelig gebouw, niet hoger dan de waarde bedoeld in de onderstaande tabel: -

14

Concept

tussen 07:00 en 19:00 uur

(van 15-6-2026 17:20)

tussen 19:00 en 23:00 uur

tussen 23:00 en 07:00 uur

2.

Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT als gevolg van activiteiten

35 dB(A)

30 dB(A)

25 dB(A)

Maximaal geluidniveau LAmax als gevolg van activiteiten

55 dB(A)

50 dB(A)

45 dB(A)

De in het eerste lid opgenomen maximale geluidniveaus LAmax zijn niet van toepassing op het laden en lossen in de periode tussen 07:00 en 19:00 uur.

Concept

Artikel 2.41 Industrieterrein Rollepaal en Rollepaal Oost, meet- en rekenbepaling geluid Op het bepalen van het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) of het maximaal geluidniveau (LAmax), bedoeld in deze paragraaf, zijn de artikelen 6.6 en 6.7 van de Omgevingsregeling van toepassing.

Artikel 2.43 Industrieterrein Rollepaal Oost, voorkomen lichthinder 1.

Reclameuitingen die op het industrieterrein Rollepaal Oost worden gebruikt en die zijn voorzien van verlichting moeten tussen 23:00 en 07:00 uur zijn uitgeschakeld.

2.

Reclameuitingen die op het industrieterrein Rollepaal Oost worden gebruikt en die zijn voorzien van verlichting mogen niet flikkeren, bewegen of op een andere manier dynamisch zijn.

3.

Terreinverlichting die op het industrieterrein Rollepaal Oost wordt gebruikt moet zijn voorzien van armaturen en moet zo staan opgesteld dat het hierdoor op de grond geworpen licht zicht tot het bedrijfsterrein in kwestie beperkt.

Artikel 2.44 Industrieterrein Rollepaal Oost, beperken stikstofemissies Binnen de begrenzing van industrieterrein Rollepaal Oost is het niet toegestaan gebruik te maken van voer-, vaar- en werktuigen met een verbrandingsmotor anders dan het gebruik van voer-, vaar- en/of werktuigen voor het vervoer van personen, poststukken en goederen van en naar het industrieterrein. Deze regel is niet van toepassing op verbrandingsmotoren die gebruik maken van waterstof.

Afdeling 2.11 Maatschappelijke voorzieningen in stedelijk gebied [Gereserveerd]

Afdeling 2.12 Penitentiaire inrichting [Gereserveerd]

Afdeling 2.13 Recreatie in stedelijk gebied [Gereserveerd]

Afdeling 2.14 Sport [Gereserveerd]

Afdeling 2.15 Woongebied Paragraaf 2.15.1 Algemene bepalingen Artikel 2.45 Oogmerk functie woongebied De regels over de functie woongebied in deze afdeling zijn gesteld met het oog op: a. het benutten en ontwikkelen van woongebieden, ten behoeve van een goed woon- en leefklimaat; b. het beschermen van de gezondheid en veiligheid van de directe woonomgeving; en c. het behoud en samenstelling van de woningvoorraad als bedoeld in artikel Artikel 2.1.

Paragraaf 2.15.2 Gebruiksactiviteiten

15

Concept

(van 15-6-2026 17:20)

SubParagraaf 2.15.2.1 Toegestane gebruiksactiviteiten Artikel 2.46 Aanwijzing toegestane gebruiksactiviteiten De volgende gebruiksactiviteiten zijn toegestaan: a. wonen door één huishouden in een woning; b. kleinschalige bedrijfsactiviteiten aan huis onder de voorwaarden in Artikel 2.47; en c. het gebruiken van het openbaar gebied.

Concept

Artikel 2.47 Algemene regels kleinschalige bedrijfsactiviteiten aan huis Voor kleinschalige bedrijfsactiviteiten aan huis gelden de volgende voorwaarden: a. het betreft de exploitatie van een bedrijf zoals vermeld op de Lijst van toegestane kleinschalige bedrijfsactiviteiten in bijlage III; b. de activiteit dient inpandig te worden verricht; c. de vloeroppervlakte mag niet meer bedragen dan 30% van het bruto vloeroppervlak van de totale bebouwing tot een maximum van 100 m²; d. degene die de activiteit uitoefent, dient tevens de gebruiker te zijn van de woning; e. in direct verband met de kleinschalige bedrijfsactiviteit is beperkte detailhandel toegestaan; en f. er is voorzien in voldoende parkeervoorzieningen op eigen terrein. Van voldoende parkeervoorzieningen is sprake als het aantal parkeerplaatsen wordt gerealiseerd in overeenstemming met het gemeentelijk beleid ten aanzien van parkeernormen zoals bedoeld in paragraaf Paragraaf 5.2.2.

SubParagraaf 2.15.2.2 Vergunningplichtige gebruiksactiviteiten Artikel 2.48 Aanwijzing vergunningplichtige afwijkende gebruiksactiviteiten Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende gebruiksactiviteiten uit te voeren: a. zorgfuncties bij het wonen: het wonen in één of meerdere woningen door wonen in groepsverband voor speciale doelgroepen, zoals hulpbehoevenden met daarbij behorende speciale woonzorgfuncties; b. kleinschalige bedrijfsactiviteiten aan huis die niet in overeenstemming zijn met de voorwaarden uit artikel Artikel 2.47; en c. de exploitatie van een kinderopvang.

Artikel 2.49 Extra beoordelingsregels De omgevingsvergunning wordt verleend indien de gebruiksactiviteit voldoet aan de volgende voorwaarden: a. bij de activiteit als bedoeld in Artikel 2.48eerste lid onder c: degene die de activiteit uitoefent, dient tevens de gebruiker te zijn van de woning; b. de activiteit mag geen onevenredige hinder opleveren voor de omgeving; c. de activiteit mag geen onevenredige afbreuk doen aan het ruimtelijk (woon)karakter van de buurt; d. de activiteit mag de bebouwings- en gebruiksmogelijkheden van de nabijgelegen gronden niet onevenredig aantasten; e. de activiteit mag geen onevenredige nadelige invloed hebben op de afwikkeling van het verkeer en er moet sprake zijn van voldoende parkeervoorzieningen op eigen terrein. Van voldoende parkeervoorzieningen is sprake als het aantal parkeerplaatsen wordt gerealiseerd in overeenstemming met het gemeentelijk beleid ten aanzien van parkeernormen zoals bedoeld in paragraaf Paragraaf 5.2.2; f. de activiteit mag geen publieksgericht karakter hebben; en g. de activiteit doet geen onevenredige afbreuk aan de doelstellingen voor dit deelgebied en de oogmerken zoals bedoeld in artikel Artikel 2.1 en Artikel 2.45.

SubParagraaf 2.15.2.3 Verboden gebruiksactiviteiten Artikel 2.50 Aanwijzing verboden gebruiksactiviteiten Gebruik dat afwijkt van de gebruiksactiviteiten in subparagraaf 2.18.2.1 Toegestane gebruiksactiviteiten en subparagraaf 2.18.2.2 Vergunningplichtige gebruiksactiviteiten is verboden. In ieder geval omvat het verbod: a. het gebruik van gronden en bouwwerken in combinatie met bedrijfsdoeleinden - anders dan kleinschalige bedrijfsactiviteiten aan huis – voor: 1. de exploitatie van horeca- of detailhandelsbedrijven, anders dan is bedoeld in Artikel 2.46 onder b; 2. verblijfsrecreatie, anders dan bed & breakfasts; 3. groothandel;

16

Concept

(van 15-6-2026 17:20)

b. c.

4. reparatiewerkzaamheden voor particulieren van motorvoertuigen, vaartuigen of caravans; wonen in een zorgwoning door niet hulpbehoevenden of professionele hulpverleners die zorg- of hulp verlenen aan ter plaatse wonende hulpbehoevenden; opslag voor de voorgevel van het hoofdgebouw.

Paragraaf 2.15.3 Bouwactiviteiten SubParagraaf 2.15.3.1 Toegestane bouwactiviteiten [Gereserveerd]

SubParagraaf 2.15.3.2 Vergunningplichtige bouwactiviteiten

Concept

Artikel 2.51 Vaste beoordelingsregels (ver)bouwen hoofdgebouw

17

Een omgevingsvergunning voor het (ver)bouwen van een hoofdgebouw wordt verleend indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. per bouwperceel is het bestaand aantal woningen in de bestaande bebouwingstypologie toegestaan, tenzij ter plaatse op de kaart: 1. is aangegeven dat sprake is van een ‘woonzorgcomplex’ of een ‘appartementencomplex’; 2. een ander maximaal aantal woningen Kraneplas is aangegeven, dan geldt dit aantal; b. als er op de kaart een bouwvlak woongebied is aangegeven, dan dient het hoofdgebouw binnen dit bouwvlak te worden gebouwd; c. als er op de kaart bebouwingstypologieën zijn opgenomen, dient het hoofdgebouw te worden gebouwd met inachtneming van de ter plaatse aangegeven bebouwingstypologie; d. het hoofdgebouw mag de voorgevelrooilijn niet overschrijden, tenzij op de kaart een bouwvlak woongebied is aangegeven, dan dient het hoofdgebouw in de naar de weg gekeerde bouwgrens te worden gebouwd; e. het hoofdgebouw dient te worden geplaatst binnen een strook - gemeten vanuit de voorgevelrooilijn danwel de naar de weg gekeerde bouwgrens - met een diepte van: 1. 20 m voor vrijstaande woningen; 2. 15 m voor overige grondgebonden woningen; f. de afstand tot de zijdelingse perceelgrens mag: 1. bij vrijstaande woningen niet minder bedragen dan 3 meter aan beide zijden; 2.

bij andere woningen dan vrijstaande woningen en rijwoningen niet minder bedragen dan 3 meter aan één zijde; g. de goot- en bouwhoogte bedragen niet meer dan 115% van de goot- en bouwhoogte van het bestaande hoofgebouw op het bouwperceel, tenzij ter plaatse op de kaart een andere maximale goothoogte woongebied Kraneplas of maximale bouwhoogte woongebied Kraneplas is aangegeven dan bedragen deze niet meer dan ter plaatse op de kaart is aangegeven; h. het bebouwingspercentage bedraagt niet meer dan 60% van het bouwperceel; en, i. de dakhelling bedraagt ten minste 35°, tenzij ter plaatse op de kaart is aangegeven dat sprake is van een ‘woonzorgcomplex’ of een ‘appartementencomplex’.

Artikel 2.52 Vaste beoordelingsregels bijbehorende bouwwerken Een omgevingsvergunning voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken wordt verleend indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. het bepaalde in dit artikel is niet van toepassing op een aangebouwd bijbehorend bouwwerk indien deze voldoet aan de beoordelingsregels voor hoofdgebouwen zoals opgenomen in artikel Artikel 2.51; b. als er op de kaart een bouwvlak woongebied is aangegeven, dan dienen bijbehorende bouwwerken binnen dit bouwvlak te worden gebouwd; c. de goothoogte bedraagt niet meer dan 3,5 meter; d. de bouwhoogte bedraagt niet meer dan 6 meter, met dien verstande dat de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan de bouwhoogte van het hoofdgebouw. In afwijking hiervan mag de bouwhoogte van overkappingen niet meer dan 3,5 meter bedragen; e. bijbehorende bouwwerken worden minimaal 3 meter achter (het verlengde van) de naar de weg gekeerde voorgevel van het hoofdgebouw gebouwd. In afwijking hiervan mogen overkappingen achter (het verlengde van) de naar de weg gekeerde voorgevel van het hoofdgebouw worden gebouwd; f. de gezamenlijke oppervlakte, inclusief de oppervlakte van aangebouwde bijbehorende bouwwerken, die niet voldoet aan de beoordelingsregels voor hoofdgebouwen, bedraagt niet meer dan 75 m² tot een maximum bebouwd oppervlak van 60% van het bouwperceel.

Dit is met inbegrip van de oppervlakte van aangebouwde bijbehorende bouwwerken die niet voldoen aan de beoordelingsregels voor hoofdgebouwen.

Concept

(van 15-6-2026 17:20)

Artikel 2.53 Vaste beoordelingsregels overige bouwwerken (geen gebouwen zijnde)

Concept

Een omgevingsvergunning voor het bouwen van overige bouwwerken wordt verleend indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de bouwhoogte van erf- en perceelafscheidingen bedraagt niet meer dan 1 meter. In afwijking hiervan is een bouwhoogte van 2 meter toegestaan indien de erf- of perceelafscheiding: 1. op een erf of perceel, waarop al een hoofdgebouw aanwezig is waarmee de afscheiding in functionele relatie staat; 2. achter de voorgevelrooilijn staat; en 3. op meer dan 1 m van openbaar toegankelijk gebied staat, tenzij geen redelijke eisen van welstand van toepassing zijn als bedoeld in Artikel 5.12; en b. de bouwhoogte van alle andere overige bouwwerken bedraagt niet meer dan 3 meter.

Artikel 2.54 Extra beoordelingsregels 1.

In afwijking van de vaste beoordelingsregels zoals opgenomen in Artikel 2.51, Artikel 2.52 en Artikel 2.53 wordt de omgevingsvergunning ook verleend indien het (ver)bouwen van een gebouw of het realiseren van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voldoet aan de volgende voorwaarden: a. het in afwijking van Artikel 2.51sub d verkleinen van de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens, met dien verstande dat de afstand tot de perceelgrens ten minste 1 m dient te bedragen; b. het in afwijking van Artikel 2.51sub e verhogen van de toegestane goot- en/of bouwhoogte; c. het in afwijking van Artikel 2.51sub g verlagen van de dakhelling of het toestaan van een plat dak; d. het in afwijking van Artikel 2.52 sub c en d verhogen van de toegestane goot- en/of bouwhoogte, met dien verstande dat de bouwhoogte van het bijbehorend bouwwerk ondergeschikt dient te blijven aan de bouwhoogte van het hoofdgebouw, dan wel de goothoogte van het bijbehorend bouwwerk ondergeschikt blijft aan de goothoogte van het hoofdgebouw; e. het in afwijking van Artikel 2.52 sub e bouwen van bijbehorende bouwwerken op een kortere afstand tot de voorgevelrooilijn; f. het in afwijking van Artikel 2.52 sub f vergroten van het oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken tot 150 m2 en het bebouwen van het bouwperceel met meer dan 60%; en, g.

het in afwijking van Artikel 2.53 verhogen van de toegestane bouwhoogte tot 3 meter voor erfen terreinafscheidingen en 15 meter voor overige bouwwerken.

2.

Ter plaatse van de locatie woongebied Kraneplas wordt in aanvulling op het eerste lid de omgevingsvergunning ook verleend indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. het in afwijking van Artikel 2.16 Vaste beoordelingsregels (ver)bouwen hoofdgebouw sub a afwijken van het bouwvlak, indien noodzakelijk ter aanpassing aan de bij uitmeting blijkende werkelijke toestand van het terrein, of uit oogpunt van doelmatig gebruik van gronden en bebouwing, mits die afwijkingen ten opzichte van hetgeen is aangegeven niet meer dan 5 m bedragen; en, b. het in afwijking van Artikel 2.16 Vaste beoordelingsregels (ver)bouwen hoofdgebouw sub a en c vergroten van het aantal woningen en hun bebouwingstypologie, met dien verstande dat het in overeenstemming is met het gemeentelijk woonbeleid of er aanleiding is om het aantal woningen te wijzigen vanwege andere marktomstandigheden en/of het voorkomen van leegstand.

3.

De volgende beoordelingsregels zijn daarbij van toepassing: a. het bouwplan leidt niet tot een beperking van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; b. het bouwplan is passend in het straat- en bebouwingsbeeld; c. het bouwplan doet geen afbreuk aan de verkeersveiligheid; d. het bouwplan doet geen afbreuk aan het woon- en leefklimaat; e. het bouwplan voorziet in voldoende parkeervoorzieningen. Van voldoende parkeervoorzieningen is sprake als het aantal parkeerplaatsen dat wordt gerealiseerd in overeenstemming is met het gemeentelijk beleid ten aanzien van parkeernormen zoals bedoeld in paragraaf Paragraaf 5.2.2; f. het bouwen doet geen onevenredige afbreuk aan de doelstellingen en oogmerken zoals bedoeld in artikel Artikel 2.1 en artikel Artikel 2.45.

Hoofdstuk 3 Landelijk gebied [Gereserveerd]

Hoofdstuk 4 Algemeen voorkomende functies en andere gebiedsaanwijzingen

18

Concept

(van 15-6-2026 17:20)

Afdeling 4.1 Algemene bepalingen

Concept

Artikel 4.1 Doelstellingen Voor de algemeen voorkomende functies en andere gebiedsaanwijzingen gelden de volgende specifieke doelstellingen: a. het beschermen van het milieu; b. het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften; c. het creëren van een aantrekkelijk, vitaal en concurrerend woon- en leefklimaat dat optimaal bijdraagt aan een positieve gezondheid van de inwoners; d. het beheer van infrastructuur en het behoeden van de staat en werking van infrastructuur voor nadelige gevolgen van activiteiten; e. het beheer van watersystemen; en, f. het beschermen van daarvoor in aanmerking komend cultureel erfgoed.

Afdeling 4.2 Beperkingengebied molen [Gereserveerd]

Afdeling 4.3 Beschermd dorpsgezicht [Gereserveerd]

Afdeling 4.4 Beschermingszones Astron Paragraaf 4.4.1 Bouwactiviteiten SubParagraaf 4.4.1.1 Vergunningplichtige bouwactiviteiten Artikel 4.2 Beschermingszones Astron 1.

Het is verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning binnen de daarvoor aangewezen beschermingszone kleine windmolens, windturbines respectievelijk zonneparken, met een elektrische veldsterkte (flux) van 20 t/m 30 dBµV/m, gemeten volgens een meetprotocol zoals gespecificeerd in EN55032 (120 kHz bandbreedte op 10 meter afstand) bouwwerken te realiseren en het te bouwen bouwwerk in stand te houden en te gebruiken.

2.

De omgevingsvergunning wordt verleend indien het bouwwerk voldoet aan de volgende voorwaarden: a. het bouwwerk is voorzien van een AVG-vermogen (RMS-veld) detector; b. het bouwwerk mag geen elektrische storing veroorzaken voor de radiotelescopen van het Nederlands Instituut voor Radioastronomie (Astron), waarbij het schriftelijk advies van Astron wordt betrokken zoals bepaald in Artikel 6.3; en c. er één type zonnepanelen en één plaatsingssysteem wordt toegepast.

Afdeling 4.5 Bodemgebieden Paragraaf 4.5.1 Algemene bepalingen Artikel 4.3 Aanwijzing bodembeheergebieden Er zijn de volgende bodembeheergebieden: a. bodembeheergebied Rollepaal; b. bodembeheergebied De Marke; c. bodembeheergebied ’t Refter; en, d. bodembeheergebied Kuilen IV.

Artikel 4.4 Bevoegdheid stellen maatwerkvoorschriften 1.

19

Er kunnen in het kader van de doelstellingen en oogmerken als bedoeld in Artikel 4.1 en Artikel 4.3 in de bodembeheergebieden met maatwerkvoorschriften worden afgeweken van de kwaliteitseisen of worden aangevuld voor het toepassen van grond of baggerspecie op of in de landbodem zoals bedoeld in de artikelen 4.1273 en 4.1275 van het Besluit activiteiten leefomgeving.

Concept

(van 15-6-2026 17:20)

2.

De regels met betrekking tot bodembeheergebieden gelden ook voor locaties met gereinigde grond die van oorsprong afkomstig is uit deze bodembeheergebieden.

Paragraaf 4.5.2 Milieubelastende activiteiten SubParagraaf 4.5.2.1 Toegestane milieubelastende activiteiten

Concept

Artikel 4.5 Aanwijzing en algemene regels toegestane drins en andere OCB's 1.

Ter plaatse van het bodembeheergebied Rollepaal is het - in afwijking van de kwaliteitseisen, bedoeld in artikel 4.1272, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving - toegestaan grond en baggerspecie toe te passen waarbij voor drins en overige OCB’s de volgende kwaliteitseisen (voor standaardbodem, uitgedrukt in µg/kg droge stof) gelden: a. Som drins: 500 µg/kg d.s. b. Overige OCB’s: conform de somparameter voor organochloorhoudende bestrijdingsmiddelen (OCB’s) (landbodem) zoals beschreven in bijlage E van de Regeling bodemkwaliteit 2022. c. Som OCB’s: 500 µg/kg d.s.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17100054/1