CConstaterende datHardenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 9 - Notitie over de reacties op het voorontwerp (Geanonimiseerd)

gemeenteraad 30 juni 2026, gemeente HardenbergBij agendapunt: Besluit tot wijziging van het omgevingsplan voor Rollepaal Oost3.643 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Notitie over de reacties op het voorontwerp van het besluit tot wijziging van het Omgevingsplan gemeente Hardenberg en het MER voor de uitbreiding van industrieterrein Rollepaal in Dedemsvaart: Rollepaal Oost Inzage voorontwerp wijziging Omgevingsplan Het voorontwerp van de wijziging van het Omgevingsplan gemeente Hardenberg voor ‘Rollepaal Oost’ lag vanaf maandag 28 augustus 2025 samen met het MER gedurende zes weken ter inzage. Dit is gepubliceerd in het huis-aan-huis-blad De Toren en in het Gemeenteblad. Het voorontwerp van het omgevingsplan en het MER zijn in digitale vorm via de website van de gemeente Hardenberg ontsloten. Wij hebben de volgende inspraak- en overlegreacties ontvangen: Inspraakreacties: 1. Omwonende, woonachtig aan de Spekopswijk 2. Omwonenden, ook woonachtig aan de Spekopswijk 3. TenneT en Enexis Overlegreacties: 4. GGD IJsselland 5. Veiligheidsregio IJsselland 6. Omgevingsdienst IJsselland 7. Provincie Overijssel Hieronder hebben wij de inspraak- en overlegreacties samengevat en van een gemeentelijke reactie voorzien. Per reactie is aangegeven of dit leidt tot aanpassing van het omgevingsplan. Inspraakreactie 1 Samenvatting reactie 1. De aarden wal moet hoger om voldoende afscherming te kunnen bieden. 2. Het fietspad vermindert de afscherming en zal als hangplek gebruikt gaan worden. Deze moet daarom achterwege blijven. 3.

De beplanting op de aarden wal moet om jaarrond af te kunnen schermen snelgroeiend zijn en ’s winters blad blijven dragen. Reactie gemeente 1. Tijdens de informatiebijeenkomst op 4 juni 2025 is met omwonenden gesproken over het voorontwerp van de wijziging van het omgevingsplan. Tijdens deze bijeenkomst is onder meer gesproken over hoe de aarden wal met daarop geplante begroeiing het zicht op het bedrijventerrein wegneemt. Dit is geïllustreerd met verschillende figuren. Deze figuren gingen uit van het zich op maaiveld. In de onderstaande figuren zijn de zichtlijnen vanuit hogere verdiepingen van omliggende woningen ingetekend. Hieruit komt naar voren dat de aarden wal met daarop aanwezige beplanting ook van hogere etages het zich op het bedrijventerrein zal ontnemen:

1

In het MER is in één van de opties/varianten een wal met scherm opgenomen. Uit het MER blijkt dat dit niet aan te bevelen is vanwege meerdere redenen: ● een hogere wal vormt een grotere barrière waardoor ecologische verbindingszones voor zowel flora als met name fauna worden verstoord ● vanwege recreatie omdat een scherm het oversteken van de wal belemmert. Het hoger maken van de grondwal betekent bovendien: ● steilere taluds ● óf meer ruimte (en dus grond) aan de buitenzijde van Rollepaal Oost nodig, deze ruimte zal aangekocht moeten worden, of gaat ten koste van de uitgifte van bedrijfsgronden. Vanuit landschap gezien is een grondwal op deze locatie bovendien ruimtelijk niet passend. Hoe hoger de wal wordt gemaakt, hoe omgevingsvreemder deze ingreep wordt. Bovendien is het niet mogelijk en gevaarlijk om bij een fiets- of wandelpad steile taluds te gebruiken. 2. Het fietspad zal tussen het bedrijventerrein en de top van de aarden wal komen te liggen. Hierdoor zal het fietspad niet van invloed zijn op de afschermende beplanting die op de aarden wal zal worden geplant. Op de top van de aarden wal zal een voetpad komen te liggen. Dit voetpad zal onder de kronen van de op de aarden wal geplante bomen komen te liggen. Struikgewas aan de buitenzijde van de aarden wal zal dit voetpad verder afschermen van de omgeving.

Daarmee zal uiteindelijk een voldoende gesloten groene afscherming van het bedrijventerrein worden gevormd. Dit is geïllustreerd in de onderstaande afbeeldingen (die in het stedenbouwkundige ontwerp is opgenomen).

2

3

4

Het fietspad zorgt voor verbinding. Er komen geen verbredingen met zitplekken of iets dergelijks. Een pad van 2 meter breed is geen geschikte hangplek. 3. De aarden wal zal voor een belangrijk deel worden beplant met beplanting die het hele jaar blad draagt. Een deel van de beplanting zal inheems en wintergroen zijn (als hulst, klimop, kamperfoelie). Het groen zal niet alleen uit wintergroene beplanting bestaan, want dit zijn maar een beperkt aantal geschikte soorten. Het gaat om het creëren van een dichte beplantingsstrook. Dit kan door de struiken dicht op elkaar te zetten (1 à 1,25 meter uit elkaar) en regelmatig te snoeien. Snelgroeiende beplanting kan gecombineerd worden met langzaam groeiende beplanting. Conclusie Het ontwerp van de wijziging van het omgevingsplan en het MER worden als gevolg van de inspraakreactie niet aangepast. Inspraakreactie 2 Samenvatting reactie 1. Betrokkenen vragen om transparantie over de resultaten van de onderzoeken naar geluid, geur en gezondheid. 2. De grondwal moet hoger en in plaats van beplanting moeten er verspringende groene schermen op worden geplaatst om voor visuele afscherming te kunnen zorgen. 3. Op sommige plaatsen langs de rand van de uitbreiding is een maximale bebouwingshoogte van 15 meter toegestaan; dit moet 10 meter worden. 4. Betrokkenen worden ook in de komende fasen van de besluitvorming graag betrokken bij het project.

Reactie gemeente 1. Het is vanzelfsprekend dat bij de publicatie van het ontwerpbesluit de onderliggende onderzoeken als bijlage bij de motivering worden gevoegd en op deze wijze met belanghebbenden worden gedeeld. De meeste onderzoeken zijn opgenomen in het bijlagenboek bij het MER. Dit is als bijlage 6 opgenomen bij de motivering. De aanvullende onderzoeken zijn als losse bijlagen toegevoegd aan de motivering. 2. Op 4 juni is met omwonenden gesproken over het voorontwerp van de wijziging van het omgevingsplan. Tijdens deze bijeenkomst is onder meer gesproken over hoe de aarden wal met daarop geplante begroeiing het zicht op het bedrijventerrein wegneemt. Dit is geïllustreerd met verschillende figuren. Deze figuren gingen uit van het zich op maaiveld. In de onderstaande figuren zijn hierop de zichtlijnen vanuit hogere verdiepingen van omliggende woningen ingetekend. Hieruit komt naar voren dat de aarden wal met daarop aanwezige beplanting ook van hogere etages het zich op het bedrijventerrein zullen ontnemen:

5

In het MER is in 1 van de opties/varianten een wal met scherm opgenomen. In de MER is hier om de volgende redenen negatief over geadviseerd: ● vanwege ecologie (barrière ecologische verbindingszones voor zowel flora als met name fauna ● vanwege recreatie doordat je niet meer van de ene kant van de wal naar de andere kunt. Het hoger maken van de grondwal betekent óf: ● steilere taluds ● óf meer ruimte (grond) nodig (deze ruimte zal aangekocht moeten worden, of gaat ten koste van de uitgifte van bedrijfsgronden. Vanuit landschap gezien is een grondwal op deze locatie bovendien ruimtelijk niet passend. Hoe hoger de wal wordt gemaakt, hoe omgevingsvreemder deze ingreep wordt. Bovendien is het niet mogelijk en gevaarlijk om bij een fiets- of wandelpad steile taluds te gebruiken. 3. Zoals inspreker terecht opmerkt, geldt op de aan de noord- en noordoostrand van Rollepaal Oost liggende kavels een maximale bebouwingshoogte van 15 meter terwijl op de aan de zuidoostrand gelegen kavels een maximale bebouwingshoogte van 10 meter geldt. Dit zorgt voor een onevenwichtige opbouw van de bebouwing op Rollepaal Oost. De maximale bebouwingshoogte van de kavels aan de noord- en noordoostrand van Rollepaal Oost zal gelijkgesteld worden aan die van de kavels aan de zuidoostrand: maximaal 10 meter. 4.

Het spreekt vanzelf dat belanghebbenden in het proces van besluitvorming over deze wijziging van het omgevingsplan in het participatietraject worden betrokken. Conclusie Naar aanleiding van de inspraakreactie wordt het ontwerp van de wijziging van het omgevingsplan en het BKP aangepast. De maximale bouwhoogte van 15 meter voor de kavels aan de noord- en noordoostrand van Rollepaal Oost wordt verlaagd naar 10 meter.

6

Inspraakreactie TenneT en Enexis Samenvatting reactie 1. Inspreker gaat ervan uit dat de gemeente zorg draagt voor de aanleg en onderhoud van de aarden wal bedoeld in artikel 2.11. 2. Door de modulaire manier van de bouw van het transformatorstation kan niet worden voldaan aan het plaatsen van een haag als vóór de voorgevelrooilijn wordt geparkeerd zoals aangegeven in artikel 2.25. 3. De standaard hoogte van terreinverlichting bij een transformatorstation bedraagt 8 meter, zodat niet kan worden voldaan aan een maximale hoogte van 4 meter als aangegeven in artikel 2.31. 4. Door de modulaire bouw van het transformatorstation, kan niet worden voldaan aan de onderbreking per 100 meter wandlengte zoals aangegeven in artikel 2.32. 5. Op grond van artikel 2.33 moet er aan de noordzijde van gebouwen een toegang aanwezig zijn die gebruikers in staat stelt het gebouw te ontvluchten bij een calamiteit. Door de modulaire bouw van de transformatorstations is dit onevenredig bezwarend. 6. Representatieve gevels zoals bedoeld in artikel 2.36, sub e zijn niet mogelijk vanwege de modulaire bouwwijze van TenneT/Enexis. 7. Inspreker stelt dat in afwijking van artikel 2.36, sub h en i e trappen die toegang verschaffen tot de gebouwen uit veiligheidsoverwegingen een gele signaalkleur zullen krijgen. 8.

Inspreker geeft aan dat het door de modulaire bouw niet mogelijk is om de ecologische voorzieningen aan te brengen die zijn opgenomen in artikel 2.36, onder e, f en g. 9. Inspreker verzet zich tegen de maximale hoogte van 1 meter van hekwerken in het verlengde van naar de weg gekeerde hoofdgebouwen op grond van artikel 2.36 onder v (bedoeld is q, r in het ontwerpplan). 10. Inspreker verzet zich tegen de maximale hoogte van 12 meter voor bouwwerken die geen gebouw zijn op grond van artikel 2.36 onder w (bedoeld is t).Op het terrein zullen bliksemspitsen worden geplaatst die hoger zijn dan deze 12 meter. 11. Het is inspreker niet duidelijk welk gebied de gemeente aanwijst als brandvoorschriftengebied met artikel 4.4. 12. Afdeling 4.7 is niet nader uitgewerkt, zodat inspreker onduidelijk is of er een beperkingengebied wordt vastgesteld voor het leidingnetwerk dat van en naar het transformatorstation zal worden aangelegd. Reactie gemeente 1. Het spreekt voor zich dat de gemeente zorg draagt voor de aanleg en het onderhoud van de aarden wal. 2. De redactie van deze planregel zal worden aangepast in die zin dat de parkeerplaats wordt afgeschermd door struweel dat op het kabelbed wordt geplant. 3. In overleg met TenneT/Enexis is overeengekomen dat terreinverlichting van ten hoogste vier meter hoog zal worden toegepast. 4.

Er worden binnen het schakelstation geen grote gebouwen gebouwd, deze regel staat de modulaire bouw niet in de weg. 5. Ten zuiden van Rollepaal Oost ligt een hogedruk-aardgasleiding. Het brandaandachtsgebied dat aan weerszijden van deze leiding ligt, ligt over het zuidelijke deel van Rollepaal Oost. Op grond van de instructieregels van het Bkl moet de gemeente overwegen om binnen dit aandachtsgebied een brandvoorschriftengebied vast te stellen. Daarmee worden zwaardere eisen gesteld aan de constructie van de gevels van de bedrijfspanden. Het aandachtsgebied ligt niet over het hele industrieterrein Rollepaal Oost. Op advies van de VHR is voor het deel buiten het aandachtsgebied een planregel opgenomen die verplicht tot het voorzien in een vluchtweg die van de buisleiding af leidt. Deze verplichting is opgenomen in artikel 2.33 van het omgevingsplan. Omdat het kavel van TenneT/Enexis aan de noordzijde (van de aardgasleiding af) aan de aarden wal grenst, is een vluchtweg in deze richting niet doelmatig. De VHR adviseert in de planregels de verplichting op te nemen om bedrijven die binnen de ‘derde ring’ liggen, een vluchtweg van de buisleiding af aan te laten leggen. Deze ringenbenadering volgt 7

uit de risicobenadering van fakkelbranden volgens het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid. Binnen de eerste ring komt 99% van de aanwezigen te overlijden. In de tweede ring komen aanwezigen te overlijden of kunnen slachtoffer worden. In de derde ring vallen geen dodelijke slachtoffers maar kunnen aanwezigen nog wel gewond raken. De kavel van TenneT/Enexis ligt buiten de derde ring. De locatie van artikel 2.33 zal daarom worden aangepast, zodat dit kavel daarbuiten komt te liggen. Daarmee zal deze verplichting niet meer gelden voor het transformatorstation van TenneT/Enexis. 6. De reactie van inspreker richt zich waarschijnlijk op artikel 5.17 onder a. Op grond van deze planregel moeten de gevels van gebouwen die op ontsluitingswegen zijn gericht, als representatieve gevel worden vormgegeven. Op het terrein van TenneT/Enexis worden zoals door TenneT en Enexis aangegeven verschillende bouwwerken opgericht. Daarbij wordt grotendeels gebruikgemaakt van modulaire bouw. Aan de zuidoostzijde van het terrein wordt een ‘centraal dienstengebouw’ geplaatst. Dit gebouw staat aan de zuidzijde van het terrein, ter hoogte van de ontsluiting van het terrein op de Rollepaal. Dit gebouw kan worden voorzien van een representatieve gevel, zodat aan de planregel kan worden voldaan.

7. De reactie van inspreker richt zich waarschijnlijk op artikel 5.17 onder d en e van de planregels. Op grond van deze planregel moet de kleurstelling van gebouwen bestaan uit grijs- of aardetinten en met de kleur van kozijnen, ramen en deuren terughoudend zijn en passen bij de materialen en kleuren van de gevel. Inspreker geeft aan dat om veiligheidsredenen de trappen die voor het betreden van de gebouwen worden gebruikt, een gele kleur hebben. Dit is niet in strijd met deze planregel. 8. In artikel 2.36, onder e, f en g (dat kennelijk door inspreker wordt bedoeld) is de verplichting opgelegd om aan gebouwen ingebouwde nestkasten en niet ingebouwde vleermuiskasten aan te brengen. Daarnaast is de verplichting opgelegd om platte daken te voorzien van een opstaande dakrand van ten minste 10 centimeter, doorvoeren te voorzien van boldraadroosters en deze daken te voorzien van schuilmogelijkheden voor scholeksterjongen. Met inspreker is overeengekomen dat 8

deze ecologische voorzieningen ook op palen bij de gebouwen kunnen worden geplaatst, zodat alsnog aan deze planregel kan worden voldaan. Ook het gebruik van boldraadroosters is niet onevenredig bezwarend. 9. Omdat het hier om zowel leveringsveiligheid als persoonlijke veiligheid van onuitgenodigde bezoekers gaat, wordt de beperking tot 1 meter aangepast aan het ontwerp. 10. Omdat het hier om cruciale infrastructuur gaat en de bliksemspichten niet volumineus zijn, worden deze in artikel 2.36, onder t uitgezonderd van de beperking van de maximale bebouwingshoogte. 11. De locatie die op grond van artikel 4.4 is aangewezen als brandvoorschriftengebied, is in de volgende figuur weergegeven:

12. In afdeling 4.7 van de planregels is inderdaad ruimte opgenomen voor het opnemen van belemmeringengebieden rond (ondergrondse) infrastructuur zoals het kabelbed dat van en naar het transformatorstation van TenneT/Enexis zal leiden. Binnen de grenzen van het plangebied zal op en naast dit kabelbed een vergunningplicht voor aanlegactiviteiten worden opgenomen, zodat daarmee beschadiging van het kabelbed wordt voorkomen. Deze regel met bijbehorend werkingsgebied zal in het ontwerp van het omgevingsplan worden opgenomen. Conclusie Naar aanleiding van de inspraakreacties van TenneT/Enexis worden de volgende aanpassingen aan de planregels gedaan: ● Aanpassen van de redactie van artikel 2.25 zodat de parkeerplaats met struweel op het kabelbed mag worden afgeschermd ● De locatie waarop artikel 2.33 van toepassing is, wordt aangepast aan het gebied waar in geval van een fakkelbrand mensen nog gewond kunnen raken. De kavel van TenneT/Enexis ligt buiten dit gebied ● Artikel 2.36 onder r wordt zo aangepast dat dit geen betrekking heeft op de bliksemspichten op het terrein van TenneT/Enexis ● In het plan zal een belemmeringengebied van 50 meter aan weerszijden van het kabelbed worden opgenomen, waarbinnen geen activiteiten mogen worden uitgevoerd die de bedrijfsvoering van het hoogspanningsstation kunnen frustreren Overlegreactie GGD IJsselland Samenvatting advies 1.

Het toestaan van categorie 4.2 bedrijven op korte afstand van bestaande woningen aan het Rheezerend en de Woudbloemweg baart de GGD zorgen. 9

2. De ambities van de gemeente uit de “Gezonde en groene maatlat” komen in het omgevingsplan nauwelijks terug. 3. Er zijn geen concrete regels over geluid en licht in het voorontwerp opgenomen. 4. De GGD adviseert om aanvullende mitigerende maatregelen te nemen in de vorm van afschermende groenvoorzieningen en slimme logistieke routering tot bouwkundige aanpassingen of tijdgebonden beperkingen van bedrijvigheid. Reactie gemeente 1. De woningen aan het Rheezerend en de Woudbloemweg liggen in de bestaande situatie al op relatief korte afstand van een industrieterrein. Door de uitbreiding van het industrieterrein met Rollepaal Oost wordt de afstand tussen de bedrijvigheid en enkele bestaande woningen inderdaad verkleind, zoals blijkt uit de onderstaande tabel: Adres

Rollepaal

Rollepaal Oost

Rheezerend 3

17 m

143 m

Rheezerend 5

56 m

132 m

Rheezerend 7

113 m

104 m

Rheezerend 9

117 m

104 m

Rheezerend 11

170 m

70 m

Rheezerend 13

200 m

70 m

Woudbloemweg 8a

410 m

50 m

Spekopswijk 23

590 m

280 m

Maar deze uitbreiding vindt plaats binnen de bestaande toegelaten geluidruimte. Dit is met regels in het omgevingsplan geborgd. Daarnaast wordt de uitbreiding met een aarden wal binnen deze omgeving ingepast, zodat (anders dan in de bestaande situatie) het industrieterrein aan het oog wordt onttrokken. De gemeente deelt de zorgen van de GGD dan ook niet. 2. De uitgangspunten van de Gezonde en Groene Maatlat zijn uitgewerkt in het stedenbouwkundige plan en als beoordelingsregels in het omgevingsplan opgenomen. 3. In paragraaf 2.3.2 van de planregels uit het voorontwerp zijn regels over de geluidbelasting door het industrieterrein opgenomen. In de artikelen 2.3 en 2.36 zijn regels opgenomen om lichthinder te beperken. 4. In artikel 2.11 is de verplichting opgenomen om langs het industrieterrein een aarden wal van ten minste drie meter hoog met afschermende beplanting aan te leggen. Conclusie De overlegreactie van de GGD geeft geen aanleiding om de regels in het omgevingsplan van de gemeente Hardenberg aan te passen. 10

Overlegreactie Veiligheidsregio IJsselland Reactie: De veiligheidsregio heeft de gemeente geadviseerd om de volgende maatregelen te nemen: 1. Voor het gedeelte van het plangebied dat buiten het brandaandachtsgebied, maar binnen de tweede en derde warmtestralingsring valt, dient een vluchtroute van de risicobron af te worden gerealiseerd. 2. Zorg voor voorlichting aan bewoners en werknemers over de risico’s in de omgeving en over handelingsperspectieven bij incidenten. Voor ondersteuning bij risicocommunicatie kunt u contact opnemen met de afdeling Communicatie via communicatie@vrijsselland.nl. Reactie gemeente: 1. In de planregels is voor het gebied buiten het brandvoorschriftengebied een regel opgenomen dat moet worden voorzien in een vluchtroute aan de noordzijde van de bedrijfskavels. Deze voorwaarde geldt voor het gebied waarbinnen zich bij een fakkelbrand gewonden kunnen vallen. Dit gebied valt deels over het bedrijventerrein Rollepaal Oost. 2. Risico-communicatie zal door de gemeente worden verzorgd. Hiervoor hoeven geen regels in het omgevingsplan opgenomen te worden. Conclusie Naar aanleiding van de overlegreactie hoeft het ontwerp van de wijziging van het omgevingsplan niet te worden aangepast.

Overlegreactie Omgevingsdienst IJsselland Reactie: De Omgevingsdienst IJsselland heeft gevraagd of in de regels van het omgevingsplan met betrekking tot de geluidproductieplafonds een geluidverdeelplan zal worden opgenomen. Reactie gemeente: Voor deze wijziging van het omgevingsplan van de gemeente Hardenberg, waarmee rond het industrieterrein Rollepaal en Rollepaal Oost geluidproductieplafonds worden vastgesteld, wordt geen afzonderlijk geluidverdeelplan gemaakt. De manier waarop de geluidruimte is verdeeld, is beschreven in de planregels. De geluidquota zijn per kavel in de bijlage bij de planregels opgenomen en de manier waarop de bijdrage per kavel moet worden bepaald, is in de planregels beschreven. Conclusie Naar aanleiding van de overlegreactie hoeft het ontwerp van de wijziging van het omgevingsplan niet te worden aangepast. Overlegreactie Provincie Overijssel Reactie De provincie geeft in haar vooroverlegreactie aan dat in het stedenbouwkundige ontwerp veel aandacht aan landschappelijke, historische en functionele kwaliteit is besteed. Het plan sluit volgens de provincie aan bij gemaakte programmeringsafspraken. De provincie is positief over de gemeentelijke ambitie dat het industrieterrein geen hittestress of wateroverlast veroorzaakt. Daarbij worden de volgende opmerkingen bij de motivering van de wijziging van het omgevingsplan gemaakt: 1. Blz 56.

er wordt gerefereerd aan het regionaal waterprogramma 2022-2027. Deze is nu nog van kracht. Tegelijkertijd heeft met de nieuwe omgevingsvisie ook een nieuw regionaal waterprogramma onlangs ter inzage gelegen. In het stuk wordt al wel gerefereerd aan de nieuwe omgevingsvisie. 2. Blz 105. In de tekst wordt AHN4 aangehaald. Bij de afbeelding 13-2 staat AHN3. 3. Blz 111. Welke inrichtingsprincipes uit de gemeentelijke maatlat gaan van toepassing zijn op het plangebied? En waarom zijn deze enkel van toepassing op de openbare ruimte?

11

Mogelijk kan de link worden gelegd met het door Tauw uitgevoerde onderzoek naar water en bodem sturend. Over de onderwerpen stikstof en soortenbescherming maakt de provincie de volgende opmerkingen: 5. Paragraaf 8.2.3 Stikstofdepositie is nog niet ingevuld, we gaan ervan uit dat deze paragraaf nog wordt aangevuld. 6. Voor stikstof staat in hoofdstuk 12 dat er voor de aanlegfase en gebruiksfase een toename is van 0,01 mol/ha/jaar. Om dat teniet te doen wordt ingezet op intern salderen. We merken op dat intern salderen op dit moment niet mogelijk is. Bij verdere planvorming dus graag nadere afstemming op dit onderdeel. 7. Voor soortenbescherming is de conclusie dat er een vergunning voor de egel nodig is, advies op dit punt is om deze vergunning tijdig aan te vragen. 4.

Reactie gemeente: De gemeente neemt kennis van de instemming van de provincie met de uitwerking van het stedenbouwkundige ontwerp, de overeenstemming met de gemaakte programmeringsafspraken en waarborgen tegen hittestress en wateroverlast. Onze reactie op de daarnaast gemaakte opmerkingen is als volgt: 1. De tekst van de motivering zal worden aangevuld met een verwijzing naar het nieuwe waterprogramma. 2. Het bijschrift bij de afbeelding is opgenomen in het MER. In een erratum dat deel uit zal maken van de aanvulling op het MER zal worden aangegeven dat hier de AHN4 wordt bedoeld. 3. De inrichtingsprincipes voor de uit te geven kavels zijn opgenomen in het stedenbouwkundige plan en doorvertaald naar de regels van het omgevingsplan. 4. Een verwijzing naar het Tauwrapport is naar de mening van de gemeente niet nodig om het MER op dit punt zelfstandig leesbaar te doen laten zijn. 5. Deze paragraaf zal inderdaad nog worden aangepast naar de resultaten van een geactualiseerde stikstofberekening en de naar aanleiding daarvan aangepaste passende beoordeling. 6. De gemeente zal in de loop van de besluitvorming nauw met de provincie blijven afstemmen over het stikstofvraagstuk dat met deze wijziging van het omgevingsplan samenhangt. 7. De soortenvergunning voor de binnen het plangebied aanwezige egels zal tijdig worden aangevraagd.

Conclusie Naar aanleiding van de overlegreactie hoeft het ontwerp van de wijziging van het omgevingsplan niet te worden aangepast. De motivering zal op gebied van stikstof worden geactualiseerd.

12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17099928/1