Bijlage 8 - Aanwijzingsbesluit beschermd dorpsgezicht Ommerschans
Tekst van het document
^H
■
^
2 8 NOV. 2011 Rijksdienst voor het Cultureel Er fgobljgekomen Ministerie van Onderwijs, Cultuur en
Wetenschap
> Retouradres Postbus 1600 3800 BP Amersfoort
Burgemeester en Wethouders van de gemeente Hardenberg Stephanusplein 1 7772 BR HARDENBERG
Smallepad 5 3811 MG Amersfoort Postbus 1600 3800 BP Amersfoort www.cultureelerfgoed.nl Contactpersoon Mw. H, Bos T 033 421 73 88 F 033 421 77 99 r.bosOcultureelerfgoed.nl
Onze r efer entie CW-2005-15
Datum Betreft
2 ^ NOV. 2011 Aanwijzing beschermd dorpsgezicht Ommerschans-Balkbrug
Geacht college, Gelet op artikel 35, vierde lid van de M onumentenwet 1988, stel ik u in kennis van het gezamenlijk besluit van de M inister van Infrastructuur en M ilieu en de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 24 november 2011, betreffende de aanwijzing als beschermd dorpsgezicht Ommerschans-Balkbrug, gelegen in de gemeenten Hardenberg en Ommen. Bekendmaking van het besluit geschiedt door plaatsing in de Staatscourant van 24 november 2 0 1 1 . Bijgesloten is een afschrift van het betreffende besluit met inbegrip van de begrenzingskaart met toelichting.
Hoogachtend, De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, namer£.d(?7.eJ, De<5irecteur va?Nle Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed,
drs. Cees van 't Veen
Bijlagen: Kopie aanwijzingsbesluit met begrenzingskaart en toelichting
Pagina 1 van 1
Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed is het kennisinstituut voor archeologie, monumenten en cultuurlandschap. Deze kennis zet de Rijksdienst in om met wetten en regels het erfgoed te beschermen en te ontwikkelen.
Beschermd dorpsgezicht Ommerschans-Balkbrug
Datum in procedure:
Datum aanwijzing:
Errata:
23-05-2006
2 h NOV. 2011
Toelichting bij het besluit tot aanwijzing van het beschermd dorpsgezicht Ommerschans-Balkbrug gemeenten Hardenberg en Ommen (Overijssel) ex artikel 35 Monumentenwet 1988
Hardenberg en Ommen, OmmerschansBalkbrug
De staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de minister van Infrastructuur en Milieu zijn bevoegd om gezamenlijk beschermde stads- en dorpsgezichten aan te wijzen. Het rechtsgevolg van de aanwijzing is dat de gemeenteraad ter bescherming van een stads- of dorpsgezicht een bestemmingsplan, als bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening, vast moet stellen. In die zin kan de aanwijzing tevens een stimulans betekenen voor een te voeren ruimtelijk kwaliteitsbeleid. In totaal zijn er in Nederland meer dan 400 beschermde stads- en dorpsgezichten met een geschiedenis die teruggaat tot vóór het jaar 1850. In het kader van het Monumenten Inventarisatie Project is ook de stedenbouw uit de periode 1850-1940 landelijk geïnventariseerd. Het besluit tot aanwijzing van Ommerschans-Balkbrug in de gemeenten Hardenberg en Ommen als beschermd dorpsgezicht vloeit voort uit deze inventarisatie.
Inleiding Het gebied Ommerschans ligt in noordwest Salland, direct ten zuiden van de voormalige Dedemsvaart (de huidige Zwolseweg), tussen Balkbrug en Ommen. Het beschermde gebied omvat het centrale, meest gave deel van de 19eeeuwse, orthogonale veenontginningen van de Maatschappij van Weldadigheid. Binnen deze structuur liggen het rijksasiel Veldzicht (binnen het dorp Balkbrug) met een aantal voormalige dienstwoningen en de restanten van de oorspronkelijke Ommerschans (1623). Veldzicht en de schans liggen aan een zeer oude verbindingsroute met de noordelijke provincies. Het gebied Ommerschans ligt in twee gemeenten: Hardenberg en Ommen. De hoofdgebouwen van de strafkolonie van de Maatschappij van Weldadigheid werden in 1820 binnen de Ommerschans opgetrokken. De orthogonale ontginningsstructuur met vaarten, lanen en boerderijen werd bepaald door generaalmajoor Van den Bosch, de voorman van de Maatschappij voor Weldadigheid. Veldzicht, direct ten noorden van de Ommerschans, is in de periode 1892-1894 gebouwd als rijksopvoedingsgesticht voor jongens en is sinds 1933 in gebruik als Rijksasiel/TBSkliniek. De stedenbouwkundige structuur, het gebouwencomplex en een deel van de dienstwoningen werden ontworpen door W.C. Metzelaar, de hoofdingenieurarchitect der Gevangenissen en Gerechtsgebouwen in de periode 18921917.
Enkele dienstwoningen voor hoger personeel (Boslaan 29-35) zijn toe te schrijven aan J.G. Robbers, die van 1914 tot 1924 adjunct-rijksbouwmeester der Justitiegebouwen was.
Na 1933 zijn diverse gebouwen van Veldzicht gewijzigd. Andere werden vervangen door nieuwe gebouwen van verschillende ontwerpers. Het beschermde gebied kenmerkt zich als een min of meer open landschap, waarin laanbeplantingen en houtwallen als lijnelementen de ruimte visueel indelen. Het landschap wordt ontsloten door sloten en lanen, waaraan een aantal boerderijen staat, vaak op de kop van een laan. Het centrum wordt gevormd door een bebost gebied rondom Veldzicht en de voormalige schans, dat contrasteert met het halfopen landschap en mede door de laanbeplanting welhaast een 'landgoederensfeer' uitstraalt. Ter hoogte van Veldzicht verdicht zich langs de oude verbindingsweg de bebouwing, die met deze instelling is verbonden. Zuidelijker doorsnijdt deze weg tegenwoordig de voormalige schans, waarvan het oostelijk deel met de stervormige gracht nog aanwezig is. Motivering De historische gelaagdheid van het landschap, gevormd door militaire, sociaaleconomische en pedagogischpenitentiaire ontwikkelingen, is nog zeer duidelijk herkenbaar in de ruimtelijke structuur. Daarbij is de 19eeeuwse ontginningsstructuur gaan fungeren als landschappelijke onderlegger, waarbinnen zowel de oudere fasen als de jongere ontwikkelingen qua structuur, bebouwing en beplanting zijn ingepast.
Zo is een uniek geheel ontstaan, opgebouwd uit cultuur-, architectuur- en ruimtelijk-historische waarden van verschillende aard.
Ontstaan en ontwikkeling Het gebied heeft twee bodemsoorten: een laaggelegen veengebied (W) en hoger gelegen heidevelden (ZO). Ten noorden van het gebied ligt het stroomdal van de Reest. Door dit van oorsprong moeilijk toegankelijke gebied liep, op de grens tussen veen en heide, een belangrijke verbindingsweg. Als één van de weinige toegangen tot de noordelijke provincies was deze weg ook van militair belang. Vandaar dat in 1623 in de as van de weg de Ommerschans werd aangelegd. Het betrof een regelmatige aarden schans met vier bastions, een gracht en lunetten. Er werden gebouwen in een carré rond de centrale appèlplaats gegroepeerd. Hoewel de schans werd beschouwd als onderdeel van de Eemslinie en later ook in het 19e-eeuwse verdedigingsstelsel van Krayenhoff werd opgenomen, is hij in de praktijk eigenlijk nooit als verdedigingswerk gebruikt. Het onderhoud werd structureel verwaarloosd. Na een overval door plunderaars in 1787 werd besloten de vaste bezetting door soldaten op te heffen. Bedelaarsgesticht 'de Ommerschans' De volgende fase in de ontwikkeling van het gebied hangt samen met twee zaken: • Het graven van de Dedemsvaart, van Hasselt tot Balkbrug in 1809-1811, waardoor de ontginning in het omliggende gebied in gang kon worden gezet. Ook het dorp Balkbrug ontstond na de aanleg van de Dedemsvaart.
De naam Balkbrug is ontleend aan de balk, die in 1845 onder de brug aldaar werd aangelegd om te verhinderen dat schepen met een te grote diepgang de Dedemsvaart zouden opvaren; • De oprichting van de Maatschappij van Weldadigheid in 1818, die zich ten doel stelde de armoede te bestrijden. Achtergrond was de toenemende verpaupering, met name in de grote steden, waardoor
landloperij en criminaliteit toenamen. Het idee was de armen zowel materieel als moreel op een hoger niveau te brengen, door hen te werk te stellen in zogenaamde landbouwkolonies. Daarmee kregen ze tegelijk een beroepsopleiding. Aldus zouden ze tot eerzame en arbeidzame burgers worden omgevormd. De eerste landbouwkolonies waren Frederiksoord en Wilhelminaoord in Drenthe en Willemsoord in Overijssel. Voor degenen die ook daar ontspoorden en voor moeilijker categorieën zoals bedelaars en landlopers, werden in 1819 de'Ommerschans en het gebied daaromheen ter beschikking van de Maatschappij gesteld. De Ommerschans bood een prima gelegenheid voor de functie van strafkolonie. Het terrein binnen de schans was groot genoeg voor een fors gebouw en was reeds voorzien van een beveiliging door de gracht rondom. Daarenboven lag buiten de schans een groot nog te ontginnen gebied. Na de Ommerschans werd in 1823 te Veenhuizen (Drenthe) een tweede strafkolonie ingericht. Inrichting In 1820-1822 werd binnen de voormalige schans een groot gebouw met vier vleugels opgetrokken. Dit bood plaats aan 1000 bewoners, met gescheiden afdelingen voor mannen en vrouwen. Het rondom liggende gebied werd ontgonnen volgens het plan van de grote voorman van de Maatschappij, generaal-majoor Johannes van den Bosch, een genieofficier, die zijn sporen had verdiend in Nederlands-Indië.
Over het gebied werd een streng orthogonaal patroon van wegen, vaarten en sloten gelegd, waarbij werd uitgegaan van de Dedemsvaart. Dwars op de Dedemsvaart liep een aantal noord-zuidvaarten met aan weerszijden een jaagpad of een smalle weg.
Langs deze vaarten lagen de ontginningsboerderijen, allen van eenzelfde type en elk aangeduid met een nummer. De boerderijen lagen steeds op de kop van een smalle oostwest lopende eikenlaan; de voorgevels waren gericht naar de schans in het centrum van het gebied. Tussen de kavels werden (oost-west) houtwallen aangelegd. Ter hoogte van de boerderijen lagen bruggen over de vaarten en sloten. Het vervoer van de arbeiders naar de ontginningsgronden ging grotendeels over water. De consequente laanbeplanting vormde een contrast met de open bouw- en weilanden en tegelijk een accentuering van het patroon. In het gebied Ommerschans waren 21 kavels landbouwgrond van elk 35 hectare, met evenzovele boerderijen. Het gebied lag van de buitenwereld afgesloten door een twintigtal zogenoemde limiethuisjes, die op regelmatige afstand van elkaar langs de grenzen waren geplaatst. Van hieruit werd het toezicht op de kolonisten gehouden. De gebouwde voorzieningen voor bewoners en personeel van de Ommerschans concentreerden zich in en rondom de oude schans, waardoor een vrijwel zelfstandige nederzetting ontstond. Daartoe werd het westelijke deel van de stervormige schans omgevormd en gedeeltelijk bebouwd.
Hier bevonden zich onder andere werkplaatsen en moestuinen, een hospitaal, een hervormde kerk met pastorie en een rooms-katholieke kerk, een begraafplaats, een school, een dokterswoning en personeelswoningen. Van de inrichting van het ontginningsgebied is geen ontwerp bekend, maar een getekende analyse van het patroon van lanen, kavelgrenzen en vaarten laat duidelijk zien dat er een sterk ordeningsprincipe aan ten grondslag ligt. De hoofdvorm is terug te brengen tot een rechthoek, waarbinnen verschillende symmetrieassen te
onderscheiden zijn. De oost-westlijn van de Oude Zwolseweg vormt er één. De centrale as wordt gevormd door de oude Ommerweg, die halverwege om de schans heen wordt geleid. De schans vormt tegelijk het centrum én een onregelmatigheid binnen het patroon. Het lijkt er bovendien op dat het noord-zuidsegment waarbinnen de schans ligt, geflankeerd wordt door elkaar spiegelende delen. Dit levert geen verklaring op voor de ordening van het westelijk deel van de rechthoek. Ook dit zou vanuit een centraal middendeel met flankerende smalle delen kunnen zijn ontworpen. Ook andere onregelmatigheden zoals de meest zuidelijke 'aangeplakte' delen met een andere verkavelingsrichting, en de rafelige noord-oosthoek roepen vragen op over de ordening en uitvoering. Mogelijkerwijs vormden omstandigheden zoals bijvoorbeeld de bodemgesteldheid van bepaalde delen een belemmering voor uitvoering volgens plan. In de strengheid van het patroon van vaarten, lanen en zichtlijnen combineerde de ontwerper van het plan, generaal-majoor Van den Bosch, zijn militairtechnische achtergrond met zijn sociaalmaatschappelijke opvattingen. De voormalige schans vormde binnen het nieuw opgelegde stedenbouwkundige patroon de functionele en ruimtelijke spil. Op het hoogtepunt van de kolonie woonden hier circa 2000 mensen.
Terug naar het Rijk De financiële exploitatie door de Maatschappij van Weldadigheid werd een mislukking. Na een onderzoek door de Staatscommissie in 1854 besloot de Staat de taken en inrichtingen van de Maatschappij over te nemen. Van 1859 tot 1889 bleef de Ommerschans als strafkolonie
functioneren, vanaf 1875 onder beheer van het ministerie van Justitie. De koloniegronden en boerderijen werden geleidelijk aan verkocht. Nadat in 1890 het bedelaarsgesticht was opgeheven, versnelde dit proces. Vanaf 1893 hebben de gestichtsgebouwen binnen de schans dienst gedaan als opslag voor militair materieel, maar in 1900 zag men ook daarvan af. In 1908 werden de gebouwen afgebroken, die op dat moment nog in rijkseigendom waren. Wat van de bebouwing in de directe omgeving resteerde, waren onder andere de Nederlands Hervormde kerk met pastorie, het kerkhof, de dokterswoning en een ijskelder. Een groot aantal oudere kolonieboerderijen werd onder de nieuwe eigenaars vervangen. Nadat de schansgebouwen waren gesloopt, is de Ommerweg ter plaatse rechtgetrokken. Tegenwoordig doorsnijdt de weg de voormalige schans, ter hoogte van de vroegere hoofdingang. Al vanaf 1883 bestonden er plannen om in of nabij de Ommerschans een rijksopvoedingsgesticht voor jongens op te richten. In 1892 werd hiertoe definitief besloten. Op een locatie enkele honderden meters ten noorden van de Ommerschans langs de weg van Ommen naar Balkbrug werd op een terrein van circa 80 hectare 'Veldzicht' gebouwd. De naam is dezelfde als die van de regentenwoning op het terrein (tegenwoordig 'De Beuk', Ommerweg 5).
Reeds in 1894 werd de zogeheten Eerste Afdeling in gebruik genomen, waarin een opleiding voor land- en tuinbouw gevestigd was. In 1905 volgde een forse uitbreiding voor de Tweede Afdeling. Deze werd achter het hoofdgebouw gezet en herbergde een aantal ambachtsopleidingen. Beide
afdelingen functioneerden min of meer onafhankelijk van elkaar en vormden samen het grootste rijksopvoedingsgesticht in Nederland, met een oppervlakte van 274 hectare. Aan het gebouwencomplex binnen de gracht werden regelmatig nieuwe voorzieningen toegevoegd, zoals een badhuis, een gymnastieklokaal en een timmerij annex smederij. Ook buiten de gracht verrees bebouwing, die direct gerelateerd was aan Veldzicht, zoals een drukkerij, een aantal dienstwoningen en een zuivelfabriek. Het ontwerp van vrijwel alle gebouwen en van de stedenbouwkundige structuur en inrichting is van de hand van W.C. Metzelaar, hoofdingenieur-architect der Gevangenissen en Gerechtsgebouwen. Het gebouwencomplex binnen de gracht sloot aan op het bestaande patroon. Door de oriëntatie op de oude as, de Ommerweg, ligt het geheel echter iets schuin binnen de verkavelingsstructuur, die op de voormalige Dedemsvaart is gericht. De bestaande wegenstructuur werd gehandhaafd. Bij de schans werd deze versterkt door de dienstwoningen langs de assen te plaatsen. Dubbele woningen in eenvoudige neostijl zijn zodanig geplaatst, op de kop van lanen of aan het begin van bijvoorbeeld de Ommerweg, dat ze ook een sterke stedenbouwkundige werking hebben. Daarnaast heeft Metzelaar het groen als ontwerpinstrument gebruikt: de wegen rondom Veldzicht kregen strakke laanbeplantingen met overwegend eiken.
Daarmee werd aangesloten bij het lanenpatroon van de Maatschappij van Weldadigheid. De Ommerweg als hoofdas werd geaccentueerd door linden. Ter hoogte van de iets terugliggende dienstwoningen werden deze bomen binnen de hagen van de voortuinen geplaatst. Solitairen, met
name beuken en kastanjes, werden geplaatst bij belangrijke gebouwen of op perceelhoeken. Ook de forse bosaanplant maakt deel uit van het ontwerp. Binnen de bebouwde kom werd bewust gebruikgemaakt van het contrast tussen bos en open plekken. Ten opzichte van het omringende rechtlijnige buitengebied tekent de Ommerschans met Veldzicht zich af als een besloten, groene ruimte. Door de vestiging van de rijksinrichting groeide het inwonertal van Balkbrug sterk. Aan de Ommerweg werden dienstwoningen geplaatst, aansluitend op de noordelijk gelegen dorpskern, die zich bij het knooppunt met de Dedemsvaart ontwikkelde. De Ommerweg werd de tweede hoofdas. Het leven in en rond de inrichting werd ook sociaal onderdeel van Balkbrug. In 1930 werd het Rijksopvoedingsgesticht voor jongens opgeheven in het kader van een landelijke reorganisatie. Voor de gebouwen van Veldzicht werd vrij snel een nieuwe functie gevonden. Het complex werd geschikt gemaakt voor de uitvoering van de Psychopatenwet van 1925, die gedwongen verpleging van gestoorde criminelen regelde. In 1933 werd het als Rijksasiel in gebruik genomen. Sindsdien is het complex herhaalde malen verbouwd en uitgebreid. In de jaren zeventig van de 20e eeuw werd een masterplan aangenomen, dat vrijwel totale sloop en nieuwbouw tot gevolg had.
Binnen de gracht bleef alleen het hoofdgebouw uit 1894 staan, maar hiervan werd het interieur geheel vernieuwd. De voorgevel domineert langs de Ommerweg en onttrekt de nieuwbouw grotendeels aan het zicht. Behalve het hoofdgebouw zijn het voorterrein en toegangshek nog aanwezig.
De dienstwoningen aan de Ommerweg en Boslaan zijn als eenheid grotendeels gaaf gebleven. Aan de Boslaan staat nog een limiethuisje. Dit pandje is niet te traceren op de kaart van 1851, maar is als rijksmonument in het register wel beschreven als limiethuisje, daterend uit de periode Veldzicht. De meeste oorspronkelijke boerderijen zijn verdwenen. De boerderijen die daarvoor in de plaats kwamen, dateren gedeeltelijk uit omstreeks 1900, toen de Maatschappijgronden aan particulieren werden uitgegeven. Vrijwel alle noord-zuidvaarten zijn gedempt en vervangen door wegen. Deze bezitten een rafeliger laanbeplanting dan oorspronkelijk en hebben soms evenwijdig een sloot. Veel van de houtwallen zijn verdwenen, met name aan de randen. Ook zijn daar relatief veel nieuwe boerenerven gesticht. Huidig ruimtelijk karakter Ruimtelijke hoofdkarakteristieken: • de historische gelaagdheid van het landschap; • de uitdrukking van opvattingen over verdediging, opvoeding en bewaking; • het wiskundige patroon met afwijkingen daarbinnen; • het samenspel van bebouwing en beplanting in een stedenbouwkundig ontwerp. De historische gelaagdheid, die aspecten van zeer verschillende ontwikkelingsfasen zichtbaar heeft gelaten, is de essentiële karakteristiek.
Daarbij is de structuur die door de Maatschappij van Weldadigheid aan het begin van de 19e eeuw is aangelegd, gaan fungeren als landschappelijke onderlegger. De structuur nam het oudere patroon in zich op en werd uitgangspunt voor het nieuwere.
In de directe omgeving staat nog een aantal gebouwen uit de periode van de Maatschappij van Weldadigheid. Veldzicht en de dienstwoningen weerspiegelen de invloed van de rijksinrichtingen op het dorp Balkbrug. Het gebied heeft de orthogonale, door laanbeplanting geaccentueerde ordening, die aan een meetkundig patroon ontleend lijkt, maar bezit tegelijk onregelmatigheden in het centrum en aan de randen, die de strengheid daar verzachten. Tegenwoordig is de Schans een parkbosgebied, waarbinnen een deel van de stervormige gracht herkenbaar is gebleven. Het gebouwencomplex van Veldzicht ligt iets verschoven in de verkaveling van het bouwland, maar is tegelijk opgenomen in de totaalstructuur, als een groen en verdicht centrum van het beschermde gebied. Het samenspel van bebouwing en groen dat voortkomt uit de historische aanleg van het gebied, accentueert nog altijd de structuur van het gebied. Nadere typering van te beschermen waarden Voor het hele gebied geldende waarden De orthogonale basisstructuur met de volgende dragers: • de wegen en kavelgrenzen zijn de dragers, met van noord naar zuid lanen en waterlopen, en van oost naar west lanen met houtwallen; • de beplanting is als ontwerpinstrument ingezet (laanbeplanting of open-bebost). De beplanting geeft karakter aan een weg of as. Een open plek luidt bebouwing in; • de bomen op erven of in voortuinen zijn daar bewust geplant.
Solitairen accentueren bijzondere bebouwing of een bijzondere functie. In rijen vormen bomen de laanbeplanting van een as; • de zichtassen over de lanen worden vanuit het centrum gezien begrensd door bebouwing; 8
• •
de bebouwing langs de lanen en op de kop ervan is symmetrisch ontworpen en geplaatst; vooral op de plekken waar de lanen en houtwallen verloren gingen (aan de uiterst westelijke en oostelijke percelen), zijn de historische kavelrichting en agrarische functie van belang.
Voor de erven in het buitengebied geldende waarden Hoewel de huidige boerderijen op de plaats van de oude boerderijen van de Maatschappij van Weldadigheid van bouwdatum en uiterlijk onderling verschillen, hebben ze gemeen: • een representatief, naar de weg gericht voorhuis, met een symmetrische indeling en de entree aan de straatzijde, vaak in de as van een laan; • een opvallende scheiding tussen voorhuis en aangebouwd schuurgedeelte. Het onderscheid wordt gemaakt door de nokhoogte en/of ouderdom (soms een oudere schuur en nieuwer voorhuis, soms juist andersom). Voor de bebouwde kom van Balkbrug rondom Veldzicht geldende waarden De dragers van de historische structuur in de bebouwde kom zijn: • de Ommerweg als de enige noord-zuidas waarlangs nog een vaart ligt, die uitmondt in de waterpartij van de voormalige schans; • de bruggen over de vaart naar het deel oostelijk van de Ommerweg; • de consequente, forse laanbeplanting. Bebouwingskarakteristieken • De voormalige dienstwoningen aan de Boslaan en Ommerweg maken deel uit van het totaalontwerp door W.C. Metzelaar van lanen, beplanting en bebouwing. De woningen staan iets terug ten opzichte van de weg en hebben aan de voorzijde een duidelijke erfscheiding
in de vorm van een hek of een heg. De linden in de voortuinen vormen aan de Ommerweg de laanbeplanting. De dubbele woningen zijn symmetrisch van vorm, met een centraal, vooruitspringend deel onder zadeldak, met de nok haaks op de weg. Geplaatst in een rij vormen de woningen een eenheid, met een vast ritme van vooruitspringende en terugliggende bouwdelen. Deze opzet werkt sterk mee aan het stedenbouwkundig ontwerp van zichtassen. Aan de Ommerweg staat een dubbele woning precies op de kop van de Boslaan. De woningen aan het begin (N) van de Ommerweg luiden het bij Veldzicht behorende gebied in. De woningen zijn eenvoudig gedetailleerd in een neotrant met Chalet-stijlelementen (Ommerweg en Boslaan) door lichte speklagen, dito sluitstenen en windveren met makelaars. Aan de Boslaan staan woningen in een bouwtrant verwant aan de Cottagestijl, met ruw gepleisterde gevels en roodbakstenen detailleringen. De hoofdvorm van de woningen is steeds gelijk. Het hoofdgebouw van Veldzicht staat op een door een gracht omgeven terrein, teruggelegen ten opzichte van de weg. De voorgevel is grotendeels in originele staat behouden, in eenzelfde stijl als de dienstwoningen, met een sterk symmetrische opbouw en uitgewerkte detailleringen zoals makelaars en sierspanten.
De gracht, het (originele) toegangshek en het parkachtige voorterrein zijn medebepalend voor de landgoederensfeer van dit deel van het beschermde gebied. Tegenover Veldzicht aan de overzijde van de Ommerweg, bevindt zich een bosperceel, dat te bereiken is via een brug. Centraal daarin is een open plek aanwezig (tegenwoordig een parkeerplaats). Oorspronkelijk stond op die plek de woning van de adjunct-directeur van Veldzicht.
Waarden in de directe omgeving van de voormalige schans De schans is tegenwoordig een gebied met een aangelegd parkbos. Hierbinnen vormt het resterende gedeelte van de stervormige gracht een herkenbaar en belangrijk element. De lanen en waterlopen hebben een vrij grillige structuur, doorsneden door de Ommerweg. Rondom de schans bevindt zich een aantal elementen, die direct samenhangen met de historie als strafkolonie, waaronder: • een ijskelder aan de rand van de schans zelf (rijksmonument voortkomend uit het MSP); • een cluster agrarische en woongebouwen direct ten noorden daarvan; j • de voormalige hervormde kerk, waarbij de situering nog wordt versterkt door drie rijen laanbeplanting van eiken en beuken aan de oprijlaan; • de bebouwing langs de Ommerweg met onder andere nog: een boerderij uit de periode van de strafkolonie (hoeve nr. 4), de voormalige dokterswoning, het kerkhof en de voormalige Nederlands Hervormde pastorie (rijksmonument); | • een cluster bebouwing en de restanten van een moestuin met tuinmuur in het gebied direct ten oosten van de Ommerweg.
Begrenzing
Structuree/ De onderliggende structuur van het gebied van de Maatschappij van Weldadigheid is voor een groot deel gaaf gebleven, met behoud van de plaats van boerderijen en de verkavelingsrichtingen. De noord-zuidvaarten zijn voor het grootste deel verdwenen en vervangen door wegen met smalle sloten. De laanbeplantingen en houtwallen zijn echter, slechts in het deel direct aan weerszijden van het centrale segment rond de Ommerweg en de voormalige schans, behouden gebleven. In het kaartbeeld onderscheidt het hele gebied van de Maatschappij van Weldadigheid zich weliswaar nog steeds van de omgeving, maar ruimtelijk is dat onderscheid voor een groot deel onzichtbaar geworden. Aantasting heeft het sterkst plaatsgevonden aan de randen. Aan de west- en oostkant vond de aantasting plaats door het verdwijnen van houtwallen, lanen en laanbeplanting en door de toevoeging van boerderijen op plaatsen, die het oude patroon verstoren. Aan de oostrand doorsnijdt de provinciale weg N48 het gebied, waardoor de oude begrenzing verloren is gegaan. Ook de uiterst zuidelijke delen, beneden de Zuiderweg/Koloniedijk, hebben de oorspronkelijke structuur grotendeels verloren. Nadere aanduiding Vanwege de genoemde aantastingen is de begrenzing van het beschermd gebied kleiner dan het oorspronkelijke gebied van de kolonie.
Het gebied is echter wel zo groot, dat het alle historische structuurelementen ruimschoots omvat. De noordgrens loopt parallel aan de voormalige Dedemsvaart, thans Zwolseweg. Het omvat de dienstwoningen aan de noordzijde van de Boslaan, maar 10
sluit de lintbebouwing langs de Zwolseweg uit, evenals de nieuwbouwwijkjes tussen Zwolseweg en Boslaan. De bebouwde kom van Balkbrug ten oosten van de Ommerweg valt, met uitzondering van de oorspronkelijk aan Veldzicht gerelateerde bebouwing langs de Ommerweg, ook buiten de begrenzing. Voor de westgrens zijn de volgende overwegingen gemaakt. Het patroon van oost-west lopende laanbeplanting en houtwallen is verder westelijk vrijwel verdwenen, maar ter weerszijden van de Eerste Schansweg evenals de kavelgrenzen en -richtingen, die hieraan ten grondslag liggen, nog redelijk intact. De Eerste Schansweg zelf is nog altijd beplant met berken, elzen, eiken en populieren. Bovendien staan hier nog boerderijen met gemeenschappelijke kenmerken en op de oorspronkelijke plek. Het is belangrijk dat de herkenbaarheid van het gebied vanuit het omringende landschap behouden blijft. Daarom wordt de westgrens van het beschermde gezicht gevormd door de achtergrens van de kavels van de boerderijen aan de Eerste Schansweg. Binnen de begrenzing valt het nog herkenbare gedeelte van de noordzuidvaart langs de Tweede Schansweg. Voor de oostgrens geldt een vergelijkbare overweging. De kavels behorend bij de boerderijen aan de oostkant van de Kolonieweg missen weliswaar grotendeels de houtwallen en lanen, maar voor de boerderijen die er nog staan, geldt hetzelfde als voor die aan de westgrens.
De oostgrens loopt daarom ook langs de N48, die in feite de achtergrens van de kavels aan de Kolonieweg vormt. De zuidgrens van het beschermde gezicht is de Koloniedijk/Zuiderweg.
Niet tot het beschermd gezicht behoort de recent aangelegde lepenlaan met de daaraan gelegen nieuwbouwwoningen. Met de realisatie van dit woningbouwplan is het historische en open karakter van deze plek verloren gegaan. De situering binnen het omringende beschermde gebied blijft evenwel van belang. De exacte begrenzing is aangegeven op de bijgevoegde begrenzingskaart, MSP/13/01. Toekomstige woningbouw In het bestemmingsplan voor Balkbrug is direct ten zuiden van de Boslaan en ten oosten van de Eerste Schansweg een stuk grond voor woningbouw gereserveerd. Locatieonderzoek binnen het gemeentelijk gebied heeft hiervoor geen geschikte locatie elders opgeleverd. Daarom wordt er in deze beschrijving van uitgegaan dat het genoemde terrein bebouwd zal worden. Hoewel het historische en open karakter op deze plek dan zal worden aangetast, is de noordgrens hier wel gehandhaafd. Een afzondering van deze locatie binnen het beschermde gebied zou de relatie ermee niet ten goede komen. Het is van belang dat er bij uitwerking van de plannen een zorgvuldige aansluiting gezocht wordt op de omgeving. Voor het overige wordt deze nieuwbouwlocatie vervolgens net zo behandeld als de overige niet-monumentale bebouwing binnen de bebouwde kom.
voormalige Dedemsvaart voor het hele gebied ten zuiden daarvan een as, waaraan de verkavelingsrichting is gerelateerd. Uiteraard is de ontwikkeling van het dorp Balkbrug sterk beïnvloed door de vestiging van zowel het opvoedingsgesticht als het rijksasiel Veldzicht. Langs de Ommerweg ter hoogte van Veldzicht is dit nog sterk zichtbaar in bebouwing en inrichting. Door de demping van de Dedemsvaart en door de naoorlogse uitbreidingen is het overige deel van de bebouwde kom echter niet meer van grote ruimtelijk-historische waarde.
Ruimtelijke en functionele relaties met de directe omgeving Basis voor de begrenzing is het gebied dat door de Maatschappij van Weldadigheid in cultuur is gebracht. De structuur van deze ontginning had een zo eigen en streng karakter, dat het gebied zich nog steeds onderscheidt van het omringende (ontginnings-)landschap. Wel vormt de
11
Waardering Het gezicht Ommerschans-Balkbrug is van algemeen belang vanwege de volgende waarden. •
•
•
•
•
•
12
Cultuurhistorische waarden: het vormt een ruimtelijke uitdrukking van ontwikkelingen en opvattingen betreffende militaire strategie, opvoeding, correctie en landbouwontginning uit de 19e en de eerste helft van de 20e eeuw. Historisch-ruimtelijke waarden: er is sprake van een sterke ruimtelijke samenhang van structuur en bebouwing uit de verschillende ontwikkelingsfasen van het gebied. Daarnaast ligt zowel aan de agrarische structuur als aan het gebied rondom het rijksasiel een duidelijk functioneel stedenbouwkundig concept ten grondslag. Van bijzonder belang is de ontginningsstructuur, die karakteristiek is voor de Maatschappij van Weldadigheid. Situationele waarden: de relatie tussen onbebouwd en bebouwd gebied is in samenhang gepland. De historische bebouwing draagt sterk bij aan die samenhang. Gaafheid/herkenbaarheid: er is sprake van een hoge mate van gaafheid en herkenbaarheid van de verschillende ruimtelijke en functionele ontwikkelingsfasen binnen het gebied (verkaveling, strategische weg, schans en gestichtsontwikkeling). Zeldzaamheid: het gebied dat in zijn historische gelaagdheid de structurele, visuele en architectonische uitdrukking vormt van geografische, maatschappelijke en ruimtelijke ontwikkelingen, is qua verschijning zeer zeldzaam in Nederland.
Als uitdrukking van het werk van de Maatschappij voor Weldadigheid is het enigszins vergelijkbaar met Veenhuizen (Drenthe), dat echter niet de historische gelaagdheid van de Ommerschans bezit.
Rechtsgevolg van de aanwijzing
Ter effectuering van de aanwijzing van een beschermd stads- of dorpsgezicht moet ingevolge artikel 36 van de Monumentenwet 1988 een bestemmingsplan worden opgesteld. De toelichting op de aanwijzing kan daarbij voor wat het beschermingsbelang betreft als uitgangspunt dienen. Doel van de aanwijzing is de karakteristieke, met de historische ontwikkeling samenhangende structuur en ruimtelijke kwaliteit van het gebied te onderkennen als zwaarwegend belang bij de toekomstige ontwikkelingen binnen het gebied. De aanwijzing beoogt op die wijze een basis te bieden voor een ruimtelijke ontwikkeling die inspeelt op de aanwezige kwaliteiten, daarvan gebruikmaakt en daarop voortbouwt. In het aanwijzingsbesluit is bepaald in welke mate de vigerende bestemmingsplannen aan het beschermingsvereiste voldoen.
13
Bronnen
Colofon
Literatuur • A. van der Woud, J.N.H. Elerie, A.H. Huussen jr. (red.), Veenhuizen; een erfenis voor de toekomst, Groningen 1994. • C. van de Uitvlugt, Veldzicht vanuit het verleden bezien, Dedemsvaart 1991. • MIP-beschrijving Ommen. • MIP-beschrijving Avereest. • K.D. Hartmans, 'De Ommerschans gedurende de laatste eeuw'. In: G.A.J. van Engelen van der Veen e.a., Overijssel, Deventer, 1931. • P.A.M. Buys B. van der Vliet Tuin- en landschapsarchitecten BNT, Terreininventarisatie Rijksinrichting Veldzicht' te Avereest, 's-Hertogenbosch 1991. • A. Piel, Avereest in oude ansichten, Zaltbommel 1971.
Uitgave Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, 2011
Kaarten • Overzichtskaart, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, 2010. • Ligging van de Ommerschans aan de (vrijwel enige) ontsluitingsweg naar de noordelijke gewesten van ons land. In: Het Oversticht, Ommerschans en omgeving, Zwolle 1999. • Strenge orthogonale structuur van het gebied. In: Het Oversticht, Ommerschans en omgeving, Zwolle 1999. • Topografische en Militaire Kaart, 1859. In: Topographische en Militaire Kaart van het Koningrijk der Nederlanden. Facs. uitgave 1850-1864, Delft 1973. • Het gebied in 1908. Kaartblad 289 en 290. In: Historische Atlas Overijssel; Chromotopografische Kaart des Rijks 1:25.000, Den lip 1990.
14
Onderzoek en tekst Het Oversticht Kaartmateriaal Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, drs. B.A.R.T. Broex en drs. N.H. van Diepen Foto omslag Het Oversticht Redactie Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, drs. B.A.R.T. Broex en mr. W.L.M. Knitel Productie Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed/Drukkerij Mailfors, Amersfoort.
Bijlagen
1.
Overzichtskaart.
2.
Ligging van de Ommerschans aan de (vrijwel enige) ontsluitingsweg naar de noordelijke gewesten van ons land.
3. Strenge orthogonale structuur van het gebied. 4. Topografische en Militaire Kaart, 1859. 5. Het gebied in 1908.
15
Overzichtskaart Ommerschans-Balkbrug
nu
Legenda grens beschermd dorpsgezicht Ommerschans-Balkbrug ®RCE,e-KS/BB 21 juni 2010
Topografe O Tipogr Ssche Dienst Kadaster, Emmen, 2005 Ml
Kaart 1
Overzichtskaart
250
500
m
A\ituta
m
Ifa22>
\jeAik
l .
To
U)
i
11'
:1,:,i.,
Di U/Cfk wur
f (? Is»,to£ v ^
/Caart 2
Ligging van de Ommerschans aan de (vrijwel enige) ontsluitingsweg naar de noordelijke gewesten van ons land.
Kaart 3
Strenge orthogonale structuur van het gebied.
i « - . ;•;■;.••" ■
Kaart 4
Topografische en Militaire Kaart, 1859.
Kaart 5
Het gebied in 1908.
2 A NOV. 2011 De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en De Minister van Infrastructuur en Milieu
Overwegende dat het gebied Ommerschans-Balkbrug, gelegen in de gemeenten Ommen en Hardenberg van algemeen belang is vanwege zijn historisch-ruimtelijk karakter; dat het historisch-ruimtelijk karakter van dit gebied nog voldoende gaaf en herkenbaar is; gelet op de artikelen 35 en 36 van de Monumentenwet 1988; gehoord de raad van de gemeente Ommen en de raad van de gemeente Hardenberg, gedeputeerde staten van de provincie Overijssel, de Raad voor Cultuur en de Rijksplanologische Commissie; dat er reden is om ten dele af te wijken van de adviezen van beide gemeenteraden en van de Raad voor Cultuur; Besluiten dat het gebied Ommerschans-Balkbrug, gelegen in de gemeenten Ommen en Hardenberg zoals is aangegeven op de bij dit besluit behorende begrenzingskaart met als kenmerk MSP/13/01 en zoals is omschreven in de toelichting bij dit besluit, wordt aangewezen als beschermd dorpsgezicht in de zin van artikel 1, onder g, van de Monumentenwet 1988; dat het vigerende bestemmingsplan in de gemeente Ommen: Buitengebied (vastgesteld 18 februari 2010 en in werking getreden 23 september 2010), voor zover betrekking hebbend op het bedoeld gebied, niet geheel voldoet aan het beschermingsvereiste; dat de vigerende bestemmingsplannen in de gemeente Hardenberg: Balkbrug Zuidwest (vastgesteld 30 augustus 2001 en goedgekeurd 19 december 2001), Balkbrug Zuidoost (vastgesteld 19 juni 1997 en
goedgekeurd 29 september 1997), Buitengebied Avereest (vastgesteld 23 november 2000 en goedgekeurd 3 juli 2001), voor zover betrekking hebbend op het bedoeld gebied, niet voldoen aan het beschermingsvereiste; dat de termijn waarbinnen een ter bescherming strekkende aanvulling op het bestemmingsplan in de gemeente Ommen moet worden vastgesteld, wordt bepaald op 2 jaar; dat de termijn waarbinnen een ter bescherming strekkende herziening van deze bestemmingsplannen in de gemeente Hardenberg moet worden vastgesteld, wordt bepaald op 3 jaar.
Dit besluit wordt bekendgemaakt door plaatsing in de Staatscourant. Van dit besluit wordt mededeling gedaan in de daarvoor in aanmerking komende dag- of nieuwsbladen en aan de raad van de gemeenten Ommen en Hardenberg, gedeputeerde staten van de provincie Overijssel, de Raad voor Cultuur en de Rijksplanologische Commissie. Een belanghebbende kan tegen dit besluit binnen zes weken na de dag waarop het besluit hem is toegezonden schriftelijk bezwaar maken. De belanghebbende dient daartoe een bezwaarschrift in bij de minister van OCW, onder vermelding van "Bezwaar", ter attentie van DUO, Postbus 606, 2700 ML in Zoetermeer, Meer informatie over het maken van bezwaar vindt u op: www.bezwaarschriftenQcw,nl De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de minister van Infrastructuur en Milieu , namens deze, de directeur van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed,
drs. Cees van 't Veen
Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed Smallepad 5 | 3811 MG Amersfoort Postbus 1600 | 3800 BP Amersfoort 033 - 421 7 421 | fax 033 - 421 7 799 info(a)cultureelerfgoed.nl wwwxultureelerfgoed.nl (met routebeschrijving) Archief, bibliotheek en collecties Open ma t/m vr 9-17 uur bibliotheek(a)cultureelerfgoed.nl
Vestiging Lelystad Oostvaardersdijk 01-04 1 8244 PA Lelystad 0320 - 269 700
Gratis abonnementen op ons kwartaalblad met brochures, alsmede adreswijzigingen, bestellingen van meerdere exemplaren en al uw vakinhoudelijke vragen: info(a)cultureelerfgoed,nl ofo33-42i7 456.
/'
Z1
/
/
■
Jj