Bijlage 6 - Quickscan ecologie
Tekst van het document
1
Quickscan Flora & Fauna Rheezerweg 87a, Rheeze Kolonie 1, Balkbrug ’t Lijntje 16, Bruchterveld
Quickscan Flora & Fauna Rheezerweg 87a Rheeze e.a.
Quickscan Flora & Fauna Rheezerweg 87a, Rheeze Kolonie 1, Balkbrug ’t Lijntje 16, Bruchterveld
2
Alcedo Natuurprojecten heeft dit rapport opgesteld in opdracht van BJZ.nu. Daarmee is dit rapport eigendom van bovengenoemde opdrachtgever. Niets uit deze rapportage mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, microfilm, fotokopie, of welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en Alcedo Natuurprojecten. Het is ook niet toegestaan dit rapport zonder toestemming te gebruiken voor enig ander werk dan waarvoor dit product is ontwikkeld. Alcedo Natuurprojecten is niet aansprakelijk voor gevolgschade of schade welke voortvloeit uit toepassingen van resultaten van werkzaamheden of andere Gegevens verkregen van Alcedo Natuurprojecten; opdrachtgever vrijwaart Alcedo Natuurprojecten van aanspraken van derden in verband met deze toepassing.
Quickscan Flora & Fauna Rheezerweg 87a Rheeze e.a.
Colofon Quickscan Flora & Fauna Rheezerweg 87a, Rheeze Kolonie 1, Balkbrug ’t Lijntje 16, Bruchterveld Auteur:
Evert Ruiter
Opdrachtgever:
BJZ.nu Twentepoort Oost 16a 7609 RG Almelo
Opdrachtnemer:
Alcedo Natuurprojecten Cornelis Houtmanstraat 10 8023 EA Zwolle
Contactpersoon:
Evert Ruiter, info@alcedo-natuurprojecten.nl
Uitvoer onderzoek:
Evert Ruiter
Projectcode:
2021 - 042
Rapportcode:
2021 - 20
Datum:
30 april 2021
Status:
Definitief
Te citeren als: Ruiter E.J. 2021. Quickscan Flora & Fauna Rheeze e.a. Alcedo Natuurprojecten rapport 2021 – 02o. In opdracht van: BJZ.nu
Quickscan Flora & Fauna Rheezerweg 87a Rheeze e.a.
3
Inhoud 1.
Inleiding 1.1. Aanleiding 1.2. Doel 1.3. Leeswijzer 2. Onderzoeksmethode 2.1. Algemene opzet en werkwijze 2.2. Bronnenonderzoek 2.3. Oriënterend terreinbezoek 2.4. Volledigheid van het onderzoek 2.5. Verantwoording 3. Wettelijk kader 3.1. Algemeen 3.2. Doelstelling van de Wnb 3.3. Welke soorten worden beschermd 3.4. Zorgplicht 3.5. De verbodsbepalingen 3.6. Beschermingsregimes 3.7. Natuur Netwerk Nederland 3.8. Natura 2000 4. Beschrijving locaties en ingrepen 4.1. Beschrijving locaties 4.2. Beschrijving ingrepen 5. Resultaten 5.1. Veldbezoek 5.2. Flora 5.3. Grondgebonden zoogdieren 5.4. Vleermuizen 5.5. Vogels 5.6. Amfibieën, reptielen en vissen 5.7. Dagvlinders, libellen en overige ongewervelden 6. Toetsing aan de Wnb 7. Conclusies 8. Bronvermeldingen Bijlage 1: Foto overzicht
Quickscan Flora & Fauna Rheezerweg 87a Rheeze e.a.
`
5 5 6 6 7 7 7 7 8 8 9 9 9 9 10 11 12 13 14 16 16 18 20 20 20 20 21 22 22 22 23 24 25 26
4
1. Inleiding 1.1.
Aanleiding en vraag
Initiatiefnemer is voornemens om aan de Rheezerweg 87a een nieuwe woning te bouwen. Om dit te realiseren zijn er in het kader van de rood-voor-rood regeling kubieke meters elders gekocht. Deze komen van te slopen stallen in Balkbrug en Bruchterveld1. Voor de uitvoer van dit plan worden dus stallen gesloopt en wordt een deel bosgrond bouwrijp gemaakt. Deze plannen c.q. de voorgenomen ingrepen, kunnen betekenen dat er via de Wet natuurbescherming (Wnb) beschermde diersoorten die ter plaatse of in de directe omgeving leven in het geding komen. Een onderzoek zal moeten uitwijzen of er mogelijk sprake is van de aanwezigheid van beschermde planten- en diersoorten en tevens in hoeverre de voorgenomen ingrepen een eventueel effect op nabijgelegen N2000 gebieden of het Natuurnetwerk Nederland. Daartoe zal op de drie genoemde plaatsen een quickscan flora & fauna moeten worden uitgevoerd. De resultaten van deze quickscans kunnen bepalend zijn voor vervolgonderzoek op basis van kennisdocumenten. BJZ.nu heeft het ecologisch adviesbureau Alcedo Natuurprojecten uit Zwolle verzocht deze quickscans uit te voeren. In deze rapportage wordt uiteengezet hoe de opdracht is uitgevoerd en wat de conclusies daarvan zijn. De quickscans flora & fauna zijn uitgevoerd op basis van de vraag: wat is het effect van de voorgenomen ingreep op de eventueel aanwezig beschermde planten- en diersoorten?
1.2.
Doel
Het doel van het onderzoek, de quickscan flora en fauna, is het controleren en onderzoeken van de locatie op de aanwezigheid van via de Wnb beschermde diersoorten en het uitbrengen van advies ten aanzien van eventuele vervolgstappen. Het uitgevoerde onderzoek is samen te vatten in vijf vragen: 1. Welke beschermde soorten, zoals genoemd in de Wnb zijn op de locatie aanwezig? 2. Wat zijn de effecten van de voorgenomen plannen op deze beschermde soorten? 3. Worden bij uitvoer van de voorgenomen plannen verbodsbepalingen van de Wnb overtreden? 4. Welke mogelijkheden zijn er om negatieve effecten op de beschermde soorten te minimaliseren of te voorkomen? 5. Is vervolgonderzoek noodzakelijk?
1
Hierna te noemen: Rheeze = locatie 1, Balkbrug = locatie 2, Bruchterveld = locatie 3 Quickscan Flora & Fauna Rheezerweg 87a Rheeze e.a.
5
1.3.
Leeswijzer
In dit hoofdstuk is beschreven hoe dit onderzoek, het uitvoeren van ecologisch onderzoek in het kader van soort- en gebiedsbescherming, tot stand is gekomen en werd de doelstelling vertaald naar onderzoeksvragen. In hoofdstuk 2 wordt de onderzoeksmethodiek besproken. In hoofdstuk 3 wordt het wettelijk kader uiteengezet. In hoofdstuk 4 volgt een algemene beschrijving van de onderzochte locatie en de voorgenomen ingrepen. In hoofdstuk 5 volgt de synthese van de resultaten en wordt een effectentoetsing uitgevoerd op beschermde soorten in het kader van de WNB. In hoofdstuk 6 volgt een effectentoetsing op de gebiedsbescherming Wnb. In hoofdstuk 7 volgen de conclusies en aanbevelingen met eventuele mitigerende maatregelen en wordt de eventuele noodzaak aangegeven tot vervolgonderzoek. Hierna volgen de geraadpleegde bronnen en bijlagen met een foto impressie van de onderzochte locatie.
6
Quickscan Flora & Fauna Rheezerweg 87a Rheeze e.a.
2. Onderzoeksmethodiek 2.1.
Algemene opzet en werkwijze
Dit onderzoek betreft een quickscan. Op basis van een grondig onderzoek op locatie is een inschatting gemaakt van de aanwezigheid of mogelijke aanwezigheid van beschermde plantenen diersoorten en de mogelijke nadelige effecten van de voorgenomen ingreep op deze soorten. Deze inschatting is gemaakt op basis van parate veldkennis van de onderzoeker met betrekking tot beschermde planten- en diersoorten. Naar aanleiding van de bevindingen is een deskundigenoordeel gevormd van te verwachten negatieve effecten op de aanwezige en/of mogelijk aanwezige beschermde planten- en diersoorten. De mogelijk negatieve effecten zijn getoetst aan de Wnb.
2.2.
Bronnenonderzoek
Het bronnenonderzoek wordt gebruikt als aanvulling op tijdens het veldonderzoek verzamelde waarnemingen en gaat uit van bestaande en beschikbare gegevens. Voor een actueel overzicht van beschermde planten- en diersoorten die in de regio voorkomen kunnen verspreidingsgegevens uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF), internetmedia en diverse verspreidingsatlassen van relevante soortgroepen en verslagen van Particuliere Gegevens-beherende Organisaties (PGO’s) worden geraadpleegd.
2.3.
Oriënterend terreinbezoek
Het bezoek vindt over het algemeen overdag plaats onder geschikte weercondities. Tijdens dit bezoek is op basis van de opdrachtgever aangeleverde Gegevens zoveel mogelijk concrete informatie te verzameld met betrekking tot de aan- of afwezigheid van beschermde planten- en diersoorten, via zicht- en gehoorwaarnemingen, sporenonderzoek zoals de aanwezigheid van nesten, holen, uitwerpselen, uilenballen, veertjes, eischalen. Ook is de wijde omgeving van de te onderzoeken locatie of locaties bekeken en is er een inschatting gemaakt van hoe dieren deze en het omliggende terrein kunnen gebruiken als plaats om te foerageren, erlangs te trekken, er te rusten of het anderszins te benutten.
2.4.
Volledigheid van het onderzoek
Gedurende het veldonderzoek wordt een inschatting van het onderzoeksgebied gemaakt, maar met een dergelijk veldonderzoek is het nooit zeker dat alle aanwezige soorten ook daadwerkelijk waargenomen worden. Een ervaren veldbioloog kan wel een goede inschatting maken van de kans dat beschermde soorten een plangebied benutten. Dit deskundigheidsoordeel komt tot stand aan de hand van parate kennis van beschermde planten- en diersoorten, hun habitatvoorkeur, ecologie en op basis van vooronderzoek met betrekking tot de te onderzoeken locatie of locaties.
Quickscan Flora & Fauna Rheezerweg 87a Rheeze e.a.
7
2.5.
Verantwoording
Alcedo Natuurprojecten Uitvoer veldwerk: Evert Ruiter Rapportage: Evert Ruiter Fotografie: Evert Ruiter, tenzij anders vermeld
8
Quickscan Flora & Fauna Rheezerweg 87a Rheeze e.a.
3. Wettelijk kader 3.1. Algemeen De bescherming van planten- en diersoorten is in Nederland geregeld in de Wet natuurbescherming (verder te noemen Wnb). Deze wet is op 1 januari 2017 in werking getreden en beschermt ruim 900 soorten in Nederland in het wild voorkomende planten- en diersoorten. Deze wet vervangt de Flora- en faunawet, de Natuurbeschermingswet en de Boswet. 3.2. Doelstelling van de Wnb • • •
het beschermen en ontwikkelen van de natuur; het behouden en herstellen van biologische diversiteit; het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de natuur en het verzekeren van een samenhangend beleid gericht op het behoud en beheer van waardevolle landschappen.
De Wet natuurbescherming benoemt niet welke concrete activiteiten wel of niet zijn toegestaan. Het uitgangspunt van de wet is dat geen schade mag worden gedaan aan beschermde dieren of planten. Dit betekent in de praktijk dat het gaat om het effect van uw activiteiten op beschermde soorten. Heel vaak gaan activiteiten en werkzaamheden en de bescherming van soorten prima samen. Als u uw werk zo kunt inrichten dat u geen schade toebrengt aan beschermde soorten, dan hoeft u vooraf niets te regelen. Soms is het echter onvermijdelijk dat schade ontstaat aan beschermde dieren of planten. In die situaties is het nodig dat u vooraf bekijkt of hiervoor een vrijstelling geldt, of dat een ontheffing moet worden aangevraagd (‘nee-tenzij’-beginsel). 3.3. Welke soorten worden beschermd? De Wnb kent drie categorieën van beschermde soorten: • • •
Alle van nature in Nederland in het wild levende vogels volgens het beschermingsregime van de Vogelrichtlijn; Soorten beschermd op grond van de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn; Andere soorten waaronder soorten vallen die vanuit nationaal oogpunt bescherming behoeven.
Quickscan Flora & Fauna Rheezerweg 87a Rheeze e.a.
9
3.4. Zorgplicht In de Wnb is ook een zorgplicht vastgelegd. Deze plicht geldt te allen tijde en houdt in dat nadelige gevolgen voor flora en fauna zoveel mogelijk moeten worden voorkomen. Deze plicht geldt voor iedereen en voor alle planten en dieren, beschermd of niet. De Memorie van Toelichting zegt het zo: “De zorgplicht houdt in dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, en ook voor hun directe leefomgeving. Overtreding van de zorgplicht is niet strafbaar gesteld; de zorgplicht kan wel door toepassing van bestuursdwang worden gehandhaafd”.
10
Quickscan Flora & Fauna Rheezerweg 87a Rheeze e.a.
3.5. De verbodsbepalingen
Beschermingsregimes Vogelrichtlijn § 3.1 Wnb
Habitatrichtlijn § 3.2 Wnb
Andere soorten § 3.3 Wnb
Artikel 3.1 lid 1
Artikel 3.5 lid 1
Artikel 3.10 lid 1a
Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen.
Het is verboden soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen.
Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen.
Artikel 3.1 lid 2
Artikel 3.5 lid 2
Artikel 3.10 lid 1b
Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen.
Het is verboden om dieren opzettelijk te verstoren.
Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen.
Artikel 3.1 lid 3
Artikel 3.5 lid 3
Artikel 3.10 lid 1c
Het is verboden eieren te rapen en deze onder zich te hebben.
Het is verboden om eieren van dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen.
Het is verboden planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Artikel 3.1 lid 4 en lid 5
Artikel 3.5 lid 4
Het is verboden vogels opzettelijk te verstoren, tenzij de verstoring niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.
Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen.
Artikel 3.5 lid 5 Het is verboden planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Tabel 1. Overzicht verbodsbepalingen
Quickscan Flora & Fauna Rheezerweg 87a Rheeze e.a.
11
3.6. Beschermingsregimes De Wet natuurbescherming kent een apart beschermingsregime voor soorten van de Vogelrichtlijn en een apart beschermingsregime voor soorten van de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn en een apart beschermingsregime voor andere soorten, die vanuit nationaal oogpunt beschermd worden. Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. Alle vogels, in totaal ruim 700 soorten, zijn (beschermd). Daarnaast worden ongeveer 230 overige Europese en nationale soorten (flora, fauna en avifauna) beschermd. Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling moet aan drie criteria zijn voldaan: • Er mag alleen van de verbodsbepaling afgeweken worden als er geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk is. • Er moet tegenover een afwijking van het verbod een in de wet genoemd belang staan. De wet geeft voor de verschillende beschermingsregimes aan wat die belangen zijn zoals volksgezondheid of openbare veiligheid. • De ingreep mag geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van de soort. Als aan deze drie vereisten voldaan is, kan een ontheffing worden verleend. Voor een aantal handelingen zijn bovendien vrijstellingen mogelijk, bijvoorbeeld in de vorm van een provinciale verordening of een gedragscode. 3.7.
Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het Natuurnetwerk Nederland, oftewel NNN (voorheen Ecologische Hoofdstructuur, EHS), is een netwerk van natuurgebieden waarin de natuur (planten en dieren) voorrang heeft en daarom wordt beschermd. Daarmee wordt voorkomen dat natuurgebieden geïsoleerd komen te liggen en dieren en planten uitsterven en dat de natuurgebieden zo hun waarde verliezen. Het NNN kan worden gezien als de ruggengraat van de Nederlandse natuur en het is daarom van belang dit netwerk te bespreken in het kader van natuurbescherming. Het NNN moet uiteindelijk samen met de natuurgebieden in andere Europese landen het aaneengesloten pan-Europees Ecologisch Netwerk (PEEN) vormen. Sinds 1990 zijn de provincies en het Rijk drukdoende met de aanleg van verbindingszones tussen verschillende natuurgebieden om zo een duurzaam, samenhangend netwerk van gebieden te creëren. De NNN heeft als doel van bestaande en nieuwe natuur een goed werkend netwerk te maken. Het behoud, herstel en de ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN is hierbij het uitgangspunt. Net als bij de Wnb geldt hier het ‘nee-tenzij’-beginsel. Dit is 1 oktober 2012 vastgelegd in het Besluit Algemene Regelingen Ruimtelijke Ordening (BARRO).
Dit betekent dat er geen activiteiten plaats mogen vinden waardoor de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN in het geding komen, tenzij er sprake is van een groot openbaar belang, tenzij er geen reële alternatieven zijn of tenzij negatieve effecten zo veel mogelijk beperkt worden en de overblijvende effecten worden gecompenseerd.
Quickscan Flora & Fauna Rheezerweg 87a Rheeze e.a.
12
Rijk en provincies hebben in 2011 met elkaar afgesproken dat natuurbeheer meer een regionale verantwoordelijkheid wordt. Dat is vastgelegd in het Natuurakkoord. Als gebiedsregisseurs van het landelijke gebied zetten de provincies zich in voor een versterking van de natuur. Zij dienen de begrenzing van het NNN vast te leggen in een provinciale verordening, waar ook de regels omtrent de inhoud van en de toelichting bij bestemmingsplannen in het belang van de realisatie, bescherming, instandhouding en verdere ontwikkeling van de beoogde natuurkwaliteit van het NNN worden beschreven. De provincies dienen hierbij ook de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN vast te leggen. Dit zijn de huidige en potentiële waarden, gebaseerd op de natuurdoelen van het desbetreffende gebied. Per perceel worden deze doelen vaak in natuurdoeltypen en/of beheertypen vastgelegd. Bij een aanvraag voor een ecologische quickscan en/of flora- en fauna-onderzoek gaat Alcedo Natuurprojecten dus ook altijd na of het plangebied binnen de begrenzingen van het NNN ligt en wat de effecten van de voorgenomen ingreep/activiteit zullen zijn. De onderzochte locaties maken geen van allen deel uit van het Natuurnetwerk Overijssel, maar liggen er in geval van locatie 1 en 2 wel dicht tegenaan. Zie figuur 1.
13
Figuur 1: Ligging van onderzochte locaties ten opzichte van het NNN (groen). Locatie 1 en 2 liggen pal naast de Natuurnetwerk Overijssel. Op minder dan 3 kilometer afstand. Bron: Geoportaal Overijssel.
Quickscan Flora & Fauna Rheezerweg 87a Rheeze e.a.
3.8. Natura 2000 Bij een aanvraag voor een ecologische quickscan en/of flora- en fauna-onderzoek wordt ook onderzocht of het plangebied binnen de begrenzingen of directe invloedsfeer (minder dan 3 kilometer) van een N2000 gebied ligt en wat de effecten van de voorgenomen ingreep/activiteit op dat gebied zullen zijn. De onderzochte locaties bevinden zich allen zich op meer dan 3 kilometer afstand van het dichtstbijzijnde N2000 gebied. Zie figuur 2a - c
14
Figuur 2a: Ligging van de onderzochte locatie 1 (in rode cirkel) ten opzichte van N2000 (lichtgroen). Bron: ArcGis.com
Quickscan Flora & Fauna Rheezerweg 87a Rheeze e.a.
Figuur 2b: Ligging van de onderzochte locatie 2 (in rode cirkel) ten opzichte van N2000 (lichtgroen). Bron: ArcGis.com
15
Figuur 2c: Ligging van de onderzochte locatie 3 (in rode cirkel) ten opzichte van N2000 (lichtgroen). Bron: ArcGis.com
Quickscan Flora & Fauna Rheezerweg 87a Rheeze e.a.
4. Beschrijving locaties en ingrepen 4.1.
Beschrijving locaties
Locatie 1. Het betreft een perceel achter Rheezerweg 87a, 7794 RJ te Rheeze (gemeente Hardenberg). Het is een klein weiland en ligt tegen een bosperceel (voornamelijk zomereik en grove den) op een oud rivierduin in het Overijssels Vechtdal. Op het perceel staan enkele bomen (zomereik). Daarvan was er een ten tijde van het onderzoek al gekapt. De rest van deze bomen blijft behouden. Een aantal bosschages bestaand uit bosplantsoen is ook gerooid. Op het perceel staat ook een kleine stal. Deze zal t.z.t. ook worden afgebroken c.q. worden verplaatst.
16
Figuur 3a: Ligging van de onderzochte locatie 1. Bron: Google Maps.
Locatie 2. Het betreft een oude varkensstal achter een boerderij aan de Kolonie 1, 7707 SB te Balkbrug (gemeente Hardenberg). Deze stal is opgetrokken uit baksteen, heeft een rood pannendak, staat leeg en is al 20 jaar niet meer in gebruik als stal. Het geheel ligt in het agrarisch buitengebied ten zuidoosten van Balkbrug.
Quickscan Flora & Fauna Rheezerweg 87a Rheeze e.a.
Figuur 3b: Ligging van de onderzochte locatie 2. Bron: Google Maps.
Locatie 3. Het gaat hier om een oude kippenstal aan Het Lijntje 16, 7695 SB te Bruchterveld (gemeente Hardenberg). De kippenstal, opgetrokken uit baksteen, houten wanden en golfplaten dak, is al jaren buitengebruik en vrijwel geheel ingestort. De stal ligt ten oosten van Bruchterveld in een agrarische omgeving. 17
Figuur 3c: Ligging van de onderzochte locatie 3. Bron: Google Maps.
Voor een impressie van de onderzochte locaties: zie bijlage 1 (foto-overzicht) op pagina 23.
Quickscan Flora & Fauna Rheezerweg 87a Rheeze e.a.
4.2.
Beschrijving ingrepen
De voorgenomen ingrepen bestaan uit: Locatie 1: Het bouwrijp maken van een perceel grasland en het bouwen van een nieuwe woning op deze plek. Locatie 2: Het afbreken van de oude varkensstal. Op deze plek komt geen ander gebouw in welke vorm dan ook in de plaats. Locatie 3: Het afbreken van de oude kippenschuur. Op deze plek komt geen ander gebouw in de plaats. Wel zal op een ander deel van het perceel een nieuwe schuur worden geplaatst.
18
Figuur 4a: Exacte ligging van de onderzochte locatie 1. Bron: Google Earth.
Quickscan Flora & Fauna Rheezerweg 87a Rheeze e.a.
Figuur 4b: Exacte ligging van de onderzochte locatie 2. Bron: Google Earth.
19
Figuur 4c: Exacte ligging van de onderzochte locatie 3. Bron: Google Earth.
Quickscan Flora & Fauna Rheezerweg 87a Rheeze e.a.
5. Resultaten In dit hoofdstuk zijn de (potentiële) aan- of afwezigheid van de onderzochte plant- en diersoorten in het onderzoeksgebied onderbouwd. De relevante soorten zijn nader toegelicht. 5.1.
Veldbezoek Tijdens het veldbezoek is voor zover mogelijk een inventarisatie uitgevoerd van de beschermde soorten binnen de Wnb met de nadruk op de niet vrijgestelde beschermde soorten. In onderstaande tabel zijn het tijdstip en de waarnemings-condities van het uitgevoerde veldbezoek weergegeven.
Waarnemingscondities veldbezoek Datum
Begintijd
Eindtijd
Weersomstandigheden
23.03.2021
10:00 uur
11:00 uur
Wind: 1 bft, bewolking 100%, circa 8 C ̊ ., geen regen
10:00 uur
13:00 uur
Wind: 1 bft, bewolking 30%, circa 15 C ̊ ., geen regen
Locatie 1 16.04.2021 Locatie 2, 3 Tabel 2. Waarnemingscondities veldbezoeken 5.2.
Flora Op geen van de drie onderzochte locaties is een bijzondere plantengroei aangetroffen. Dat wil zeggen, het betreft ofwel plantensoorten die passen bij een agrarische omgeving (locatie 2 en 3) en daar bestaat de vegetatie voornamelijk uit ruigtekruiden ofwel het gaat om een enigszins ruderale omgeving (locatie 1) en daar bestaat de vegetatie uit planten die behoren bij een verstoorde omgeving. Via de Wnb beschermde plantensoorten werden nergens aangetroffen. Effectenbeoordeling: Door de voorgenomen plannen zullen geen beschermde plantensoorten in het geding komen. Grondgebonden zoogdieren Tijdens dit onderzoek is gericht gekeken naar hoe grondgebonden zoogdieren de locaties kunnen benutten. Op geen van de drie onderzochte locaties zijn duidelijke sporen van vaste verblijfplaatsen van grondgebonden zoogdieren aangetroffen. Hieronder worden de drie locaties afzonderlijk besproken. Locatie 1. Deze locatie grenst aan het Natuurnetwerk Overijssel. In het naast de onderzochte locatie gelegen bosgebied komst een aantal beschermde grondgebonden zoogdieren voor zoals das, boommarter, bunzing, hermelijn, eekhoorn en egel. Het is zeker niet uit te sluiten Quickscan Flora & Fauna Rheezerweg 87a Rheeze e.a.
20
dat deze soorten zo nu en dan de onderzochte locatie benutten om er te foerageren, maar van functioneel leefgebied is geen sprake. Locatie 2. De oude varkensstal is grondig geïnspecteerd op aanwezigheid van sporen van steenmarter. Deze werden niet aangetroffen. De onderzochte locatie doet geen dienst als vaste rustplaats voor deze soort. Locatie 3. De oude en deels ingestorte kippenschuur is grondig geïnspecteerd op aanwezigheid van sporen van steenmarter en kleine marterachtigen. Deze werden niet aangetroffen. De onderzochte locatie doet geen dienst als vaste rustplaats voor deze soorten. Effectenbeoordeling: Door de geplande ingreep zullen geen vaste voortplantings- of rustplaatsen van beschermde grondgebonden zoogdiersoorten in het geding komen. 5.3.
Vleermuizen In de directe omgeving van de drie onderzochte locaties komen diverse soorten vleermuizen voor, waaronder gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, gewone grootoorvleermuis en rosse vleermuis (Bron: NDFF). Omdat het voornemen bestaat om gebouwen af te breken is er vooral onderzoek gedaan naar gebouw-bewonende vleermuissoorten. Op locatie 1 is ook gekeken naar de geschiktheid van bomen voor boombewonende vleermuissoorten. Er is eveneens gekeken naar de geschiktheid van de locaties als foerageergebied en als onderdeel van een essentiële vliegroute. 21 Vaste verblijfplaatsen Op geen van de drie onderzochte locaties zijn indicaties aangetroffen die wijzen op geschiktheid voor vaste verblijfplaatsen van vleermuizen. Op locatie 1 is, met uitzondering van een kleine stal zonder spouwmuur, geen sprake van te slopen bebouwing. In de zomereiken zijn geen holtes, gaten of spleten aangetroffen. Op locatie 2 wordt een oude varkensstal zonder spouw en zonder dakisolatie afgebroken. Ook daar geen mogelijkheden voor vaste verblijfplaatsen aangetroffen. Op locatie 3 is sprake van een oude en voor het grootste gedeelte ingestorte kippenschuur zonder spouwmuren en dakisolatie en met veel tocht vanwege de vervallen toestand. Ongeschikt dus voor vaste verblijfplaatsen van vleermuizen.
Foerageerplaatsen De functie van de onderzochte locaties als foerageerplaats is zeker aanwezig, al is het in alle drie de gevallen een vrij marginale functie. Er is op alle onderzochte locaties zeker geen sprake van het verloren gaan van onmisbaar foerageerbiotoop. Vliegroutes De onderzochte locaties vormen mogelijk een klein onderdeel van vliegroutes voor vleermuizen. Het gaat hier dan om een vast en herkenbaar onderdeel in een voor het overige vrij kale landschap. Het is echter in alle drie de gevallen geen onderdeel van een groter
Quickscan Flora & Fauna Rheezerweg 87a Rheeze e.a.
geheel van vliegroutes die samen een voor vleermuizen belangrijk netwerk van vliegroutes vormt. Effectenbeoordeling: De aanwezigheid van vaste verblijfplaatsen voor vleermuizen is op de onderzochte locaties volledig uit te sluiten. Foerageermogelijkheden en vliegroutes van vleermuizen worden vanwege de voorgenomen ingrepen niet of hooguit minimaal aangetast. 5.4.
Vogels Tijdens dit onderzoek is gericht gekeken naar de functie die de onderzochte locatie voor vogels kan vervullen en gezocht naar jaarrond beschermde nestplaatsen. Locatie 1. Buiten enkele algemene bosvogels die op het terrein foerageren aanwezig waren, werd in de kleine stal een nest van boerenzwaluw aangetroffen. Het betrof een oud nest uit 2020 of eerder. Dat was niet te bepalen. Verder werden er geen nesten aangetroffen. Locatie 2. Rondom de oude varkensstal waren opvallen veel huismussen aanwezig. Deze huismussen broeden in een schuur naast deze stal. Aan deze schuur hangen veel nestkasten en ook onder de dakpannen en achter daklijsten bevinden zich veel nesten. In de af te breken stal bevinden zich geen huismussennesten. Weliswaar zitten ze graag gezamenlijk in een grote klimopstruik die tegen de stal aangroeit. Het is echter de vraag of daar nesten zitten. Voorts broeden er op deze locatie boerenzwaluwen en spreeuwen, maar deze nestelen niet of niet meer in de oude varkensstal. Er werden daar wel oude nesten van boerenzwaluwen gevonden, maar de zwaluwen broeden tegenwoordig in de naastgelegen schuur/stal. Locatie 3. In de vervallen kippenschuur werden geen nesten van vogels aangetroffen. Effectenbeoordeling: Door de voorgenomen plannen zullen er geen jaarrond beschermde nestplaatsen van vogels verloren gaan.
Wanneer er buiten het broedseizoen wordt gesloopt zullen er zeer zeker geen broedgevallen van vogels verloren gaan.
5.5.
Amfibieën, reptielen en vissen Er is geen gericht onderzoek naar het voorkomen van deze soorten verricht. De reden hiervoor is dat op basis van een visuele inspectie kon worden volstaan met de constatering dat er vanwege de voorgenomen plannen geen belangrijk en onvervangbaar leefgebied voor deze soortgroepen verloren zal gaan. Effectenbeoordeling: Door de geplande ingreep zullen geen beschermde amfibieën-, reptielen- of vissensoorten in het geding komen.
5.6.
Dagvlinders, libellen en overige ongewervelden Er is geen onderzoek naar het voorkomen van deze soortgroepen verricht. De reden hiervoor is dat op basis van een visuele inspectie kon worden volstaan met de constatering dat er vanwege de geplande ingreep geen belangrijk biotoop voor beschermde insectensoorten zal worden aangetast. Effectenbeoordeling: Door de geplande ingreep zullen geen beschermde dagvlinder- en libellensoorten of overige ongewervelden in het geding komen
Quickscan Flora & Fauna Rheezerweg 87a Rheeze e.a.
22
6. Toetsing aan de Wnb Welke verbodsbepalingen kunnen worden overtreden? Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn § 3.1 Artikel 3.1. lid 2 ‘het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eigen van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen’ en lid 4 en 5 ‘het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort’ ➢ Dit is niet van toepassing, omdat op basis van de bevindingen in deze quickscan kan worden uitgesloten dat er via de Wnb beschermde vogelsoorten met jaarrond beschermde nestplaatsen op de onderzochte locaties broeden. Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn § 3.2 ➢ Dit is niet van toepassing, omdat op basis van de bevindingen van deze quickscan kan worden uitgesloten dat er vaste verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig zijn. Als foerageerplaats en vliegroute is de functie van de onderzochte locaties marginaal. Beschermingsregie andere soorten § 3.3 Artikel 3.10 lid 1b ‘het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen’ ➢ Dit is niet van toepassing, omdat er op de onderzochte locaties geen vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren zijn aangetroffen.
Natuur Netwerk Nederland (NNN) en Natura 2000 (N2000) De onderzochte locaties 1 en 2 liggen pal naast het Natuurnetwerk Overijssel. Door de geplande ingreep zullen de kernwaarden (zoals rust en stilte) van het NNN niet noemenswaardig in het geding komen. De onderzochte locaties liggen op meer dan 3 kilometer afstand van N2000 gebied.
Quickscan Flora & Fauna Rheezerweg 87a Rheeze e.a.
23
7. Conclusies Op basis van deze quickscan kan het volgende worden geconcludeerd: • • • • •
•
Op de onderzochte locaties kan worden uitgesloten dat er jaarrond beschermde nestplaatsen van vogels aanwezig zijn; Op de onderzochte locaties kan worden uitgesloten dat er vaste verblijfplaatsen zoals holen en burchten van grondgebonden zoogdieren aanwezig zijn; Op de onderzochte locaties kan worden uitgesloten dat er vaste verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig zijn; De onderzochte locaties is marginaal foerageerbied voor vleermuizen en vervult ook geen onmisbaar onderdeel van een vliegroute voor vleermuizen; De onderzochte locaties is 1 en 2 liggen naast Natuurnetwerk Overijssel, maar de geplande werkzaamheden niet van dien aard dat de kernwaarden van het NNN worden aangetast; De onderzochte locaties liggen op meer dan 3 kilometer afstand van N2000 gebied en de aard van de geplande werkzaamheden is niet van dien aard dat de kernwaarden van N2000 zullen worden aangetast.
24
Quickscan Flora & Fauna Rheezerweg 87a Rheeze e.a.
8. Bronvermeldingen Literatuur: •
•
•
• •
Lange, R., P. Twisk, A. van Winden & A. van Diepenbeek, 2003. Zoogdieren van WestEuropa. Stichting Uitgeverij van de KNNV en VZZ i.s.m. Vereniging Natuurmonumenten. Limpens, H., K. Mostert & W. Bongers (red.), 1997. Atlas van de Nederlandse vleermuizen, Stichting Uitgeverij van de Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging, Drenthe. Ministerie van LNV, 2004. Besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit TRCJZ/2004/5727, houdende vaststelling van rode lijsten flora en fauna. SOVON, 2002. Atlas van de Nederlandse broedvogels. Nederlands Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij en EIS-Nederland, Leiden. Twisk, P. et al, 2010. Veldgids Europese Zoogdieren. KNNV Uitgeverij en Zoogdiervereniging.
Websites: • •
• • • •
arcgis.nl ravon.nl sovon.nl synbiosis.alterra.nl waarneming.nl zoogdiervereniging.nl
Quickscan Flora & Fauna Rheezerweg 87a Rheeze e.a.
25
Bijlage 1: Foto-overzicht
Locatie 1. Rheeze 26
Gerooide zomereik
Quickscan Flora & Fauna Rheezerweg 87a Rheeze e.a.
27
Oud nest huiszwaluw in kleine stal
Quickscan Flora & Fauna Rheezerweg 87a Rheeze e.a.
Locatie 2: Balkbrug
28
Oud nest boerenzwaluw
Naastgelegen schuur met veel nesten van huismus
Quickscan Flora & Fauna Rheezerweg 87a Rheeze e.a.
Locatie 3: Bruchterveld
29
Quickscan Flora & Fauna Rheezerweg 87a Rheeze e.a.