Bijlage 4 20230424 (definitief) Advies 240423 mbt afwijzen handhavings verzoek op reactie Bakhuis ivm controlerapport Slaat
Tekst van het document
Advies vakgroep Vergunningen Gegevens opdrachtgever: Opdrachtgever Contactpersoon Telefoonnummer Mailadres Datum adviesaanvraag (Ons) Zaaknummer IJVI
Gemeente Hardenberg Joyce Bloemert 0523-289136 Joyce.bloemert@hardenberg.nl 07-02-2023 Z2023-00000472
Gegevens aanvraag: Aanvrager Locatie/adres
A.J. Slaat zand en grind B.V. Sibculoseweg nabij 102
Omschrijving adviesaanvraag: Graag beantwoording van reactie (advocaat Schaap namens Bakhuis) op het controlerapport van 5 december 2022 Toelichting adviesverzoek: De Commissie Bezwaarschriften heeft een reactie ontvangen van mevrouw Schaap, de advocaat van de heer Bakhuis, op het controlerapport van de OD van 5 december 2022. Deze is bijgevoegd.
Zaaknummer: Z2023-00000472
1/5
Inleiding Na een (extra) controlebezoek door de Omgevingsdienst (n.a.v. de ingediende melding van 2022 en de HH zaak) is het geproduceerde controlerapport op verzoek van de bezwarencommissie ter beschikking gesteld aan de advocaat van de heer Bakhuis, Mw. Schaap. Naar aanleiding van het controlerapport heeft Mw. Schaap namens de heer Bakhuis een reactie gegeven middels een aangetekend schrijven van 7 februari 2023, kenmerk 0103.005, welke zou kunnen worden opgevat als aanvullende zienswijze. In zaak Z202300000472 is op 17 januari 2023 reeds een reactie gegeven op de zienswijzen voor het aspect milieu. In dit advies geven wij puntsgewijs onze reactie op de ingediende opmerkingen t.a.v het controlerapport. E.e.a. is afgestemd met de opsteller van het rapport. Advies / Inhoudelijke beoordeling: De algemene klacht is dat de rapportage onduidelijkheden en tegenstrijdigheden bevat: A1: Onduidelijk of de kleine zeef reeds in gebruik is. Onze reactie: Uit de notitie van 18-11-2022 ontstaat de indruk dat de kleine zeef nog niet is geplaatst. Dit wordt veroorzaakt door de verstrekte informatie van de hr. Slaat junior, welke kennelijk niet goed op de hoogte was dat de zeef in plaats van geheel vervangen te worden is aangepast door de leverancier. Uiteindelijk is van belang hetgeen door de toezichthouder op 5-12-2022 is geconstateerd; nl.
dat de zeef is aangepast door de fabrikant en dat deze een certificaat heeft afgegeven dat er maximaal 30 ton/uur verwerkt kan worden. De suggestie dat de OD de aanpassingen aan de stortbunker heeft gezien en niet die van de kleine zeef is onjuist hetgeen blijkt uit de “notitie stortbunker” en de “notitie kleine zeef” in de rapportage. A2: Er wordt gerekend met verschillende aantallen arbeidsuren. Onze reactie: De niet technische samenvatting bij de aanvraag geeft aan dat de inrichting van maandag t/m zaterdag van 07.00-17.00 in bedrijf is. In de aangehaalde luchtrapportage bij de aanvraag wordt eveneens gesteld dat de activiteiten plaats vinden van maandag t/m zaterdag tussen 7 en 17 uur. Het aangehaalde besluit Z2022-0006879 bevat naar onze mening een verschrijving. Daar waar “tussen 7.00 uur en 19.00 uur” staat zal bedoeld zijn: 17.00 uur. (Dit moge ook blijken uit de zin daar direct boven waar men op een totaal van < 100.000 ton per jaar uitkomt op basis van 30 ton grind per uur.) Onverlet de al dan niet door de OD verkeerd voorgestelde cijfers in de rapportage blijkt uit de opname van de urenteller dat er minder dan 100.000 ton werd geproduceerd. Ons inziens zijn de in de aanvraag c.a. opgegeven bedrijfstijden in combinatie met de aangepaste installatie, verklaring van de fabrikant en de urenteller voldoende waarborg dat men onder de 100.000 ton op jaarbasis zal blijven.
Mocht men afwijken van de bedrijfstijden dan zal hierop gehandhaafd kunnen worden.
2/5
Nu de aangepaste ontwerpcapaciteit van de kleine zeef VF24/10U14 serienummer 28510 blijkens de overgelegde EG-verklaring van 20-09-2022 uitkomt op maximaal 30 ton/uur kan er gelet op het aantal bedrijfsdagen en bedrijfsuren geen sprake zijn van een hogere doorzet dan maximaal 30 x10 x 6/7 x 365 = 93.857 ton per jaar. Overigens wordt in de meest recente rapportages van de aanvraag gerekend met, inclusief verdiscontereerde vakantie- en feestdagen, 288 dagen á 30 ton = 86.400 ton per jaar. Er is derhalve geen sprake van een “grote lawaaimaker” Uit naderhand ontvangen informatie van Slaat blijkt dat desgewenst inzicht in de bedrijfsuren kan worden gegeven worden middels een uitdraai van de registratieapparatuur op welke uren de installatie daadwerkelijk in bedrijf is geweest. Verder is door Slaat bevestigd dat alle was- en zeefstromen altijd via de kleine zeef en de urenteller passeren. Hiermee is geborgd dat de doorstroombegrenzing van 30 ton/uur altijd gepasseerd wordt. A3: Onduidelijk welke stoffen (naast grind) vrijkomen. De technische beschijving is niet volledig. Onze reactie: Inherent aan het soort bedrijf, een grindwasserij, moge duidelijk zijn dat er naast grind andere stoffen vrijkomen.
In de Niet technische samenvatting 2-2022 wordt gesteld dat: “Het spoelwater dat gebruikt wordt tijdens het spoelen en schoonmaken van het grind, bevat na behandeling van het grind veel zand en houtdelen.” Daarmee wordt wel beschreven wat er aan reststoffen vrijkomt. In het controlerapport december 2022 is bedoeld dat het processchema niet volledig is voor zover het gaat om waar in het proces de vrijkomende stoffen vrijkomen. Het processchema is bij de melding Activiteitenbesluit van januari 2023 geactualiseerd op dit onderdeel. A4: Onduidelijk is wat er gebeurt met het slib uit het bezinkbassin. Onze reactie: In de Niet-technische samenvatting 2-2022 wordt gesteld dat: Het spoelwater dat gebruikt wordt tijdens het spoelen en schoonmaken van het grind, bevat na behandeling van het grind veel zand en houtdelen. Daardoor is het natte zand (zogezegd het slib) dat nu uit het spoelwater gehaald wordt alleen geschikt als tweederangs ophoogmateriaal (secundaire bouwstof) en niet als mooi straatzand en of onderbouw/drainzand”. Hiermee is beschreven wat de bestemming van het bezinksel zal zijn. B1: De capaciteit was ten tijde van het conceptbesluit VVGB en de afwijzing handhavingsverzoek zeker groter dan 100.000 ton/jaar.
Op grond van de toen beschikbare gegevens had de gemeente niet mogen afzien van handhaving en had de VVGB nooit verstrekt mogen worden omdat er zowel feitelijk als in de aanvraag sprake was een inrichting met een capaciteit groter dan 100.000 ton/jaar. Onze reactie: De op 26 juni 2020 ingediende aanvraag omgevingsvergunning is begin 2021 aangepast. Uit deze gegevens is gebleken dat de capaciteit van het bedrijf onder de 100.000 ton per jaar blijft. Zie voor een nadere toelichting de reactie onder A2.
3/5
Feitelijk gezien heeft het bedrijf de afgelopen jaren niet meer gedraaid dan 100.000 ton per jaar en met toepassing van een kleinere zeef is dit ook niet meer mogelijk. Gelet hierop was en is er voor de gemeente geen reden om handhavend op te treden en is de Verklaring van geen bedenkingen op 13 september 2022 terecht afgegeven. B2: Er is nog steeds niet aangetoond dat de capaciteit van de inrichting <100.000 ton/jaar is. Onze reactie: Zie onze reactie onder A2 B3: Er wordt vuil water geloosd in de bodem/grondwater. Onze reactie: De aanpassing van lozing op oppervlaktewater naar de bodem is met de melding van januari 2023 gemeld. A.J. Slaat Zand en Grind B.V. zal moeten voldoen aan de (zorgplicht) eisen die gesteld worden in het Activiteitenbesluit ten aanzien van lozen op of in de bodem. Bij de melding van januari 2023 hebben wij van A.J. Slaat Zand en Grind B.V. nog specifieke aanvullingen gevraagd over de kwaliteit van het te lozen water. B4a: Er zijn activiteiten rond het bezinkbassin die niet zijn meegenomen in de stikstofnotitie en het geluidsrappport. Het betreft de inzet van de rupskraan bij het verwijderen van het bezinksel uit de bezinkvijver. De transporten van de afvoer van het bezinksel zijn niet meegenomen in de stikstofberekeningen. Onze reactie: Het punt over het inzetten van een rupskraan is eerder ingebracht in de zienswijzen van 28 november 2022.
In de beantwoording zienswijzen-luchtkwaliteit van 3 februari 2023 geeft de aanvrager aan dat “Deze specifieke activiteit maakt geen deel uit van de aangeleverde uitgangspunten door de opdrachtgever. Om die reden maakt deze activiteit, geen onderdeel uit van de emissie- en verspreidingsberekeningen. Er is binnen de inrichting geen rupskraan actief.” Hieruit volgt tevens dat er geen reden is om in de geluidsberekeningen hier aandacht aan te besteden. Evenwel is gebleken dat er incidenteel een shovel nabij het infiltartiebassin activiteiten uitvoert. De rapportage zal op dit punt aangepast worden. B4b: Verzoek om handhavend op te treden wegens strijd Wm. De inrichting kan nog steeds worden aangemerkt als een grote lawaaimaker, maar zelfs als dit niet zo is dan heeft AJ Slaat nog steeds een omgevingsvergunning nodig voor haar activiteiten. Onze reactie: Er is geen sprake van een inrichting als bedoeld in art. 2.1 onder e van de Wabo. In het Bor wordt onder cat 11.4 onder l de activiteit van minder dan 100.000 ton/jaar uitgezonderd. B4c: Het controlerapport roept nog meer vragen op. Met name is niets geregeld omtrent de afvalstromen, die, in elk geval, tot voor kort, in de zandwinplas terecht kwamen.
4/5
Onze reactie: Het melden en omgaan met afvalstromen is onder andere geregeld in het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling. Daar dient aan voldaan te worden. Zie verder onder B3. Opsteller / datum: Naam Tel. Nr. Mailadres Datum advies
Jelle van der Meer 06-25778212 j.van.der.meer@odijsselland.nl 24 april 2023
5/5