bijlage 3 Reactie op zienswijze_AJ Slaat Zand en Grind B.V._definitief_20230516
Tekst van het document
Aan
Utrechtseweg 310 B42
Gemeente Hardenberg, t.a.v. Bodien Bartels
6812 AR Arnhem (026) 303 00 47 arnhem@ecogroen.nl www.ecogroen.nl KvK 050 733 85 IBAN NL38TRIO 0254 8450 29 BTW NL8123 52 129 B01
Contactpersoon
Kenmerk
Status
Datum
A. Gerritsma
23-231
definitief
16 mei 2023
Betreft
Reactie zienswijze vergunningaanvraag A.J. Slaat Zand en Grind B.V., Westerhaar
Aanleiding Gemeente Hardenberg heeft een zienswijze ontvangen op de ontwerp-omgevingsvergunning van zand- en grindbedrijf A.J. Slaat Zand en Grind B.V. (hierna: Slaat) te Westerhaar. De omgevingsvergunning betreft het ruimtelijk mogelijk maken van een inrichting voor het wassen van grind, de opslag hiervan en het verhandelen van zand en grind afkomstig van elders en het (om)bouwen van de installatie en voorzieningen die hiervoor nodig zijn. Gemeente Hardenberg heeft Ecogroen gevraagd om een reactie te geven op een deel van de zienswijze.
Reactie op zienswijze 3. 3 Dub be l g eb ru ik Indiener van de zienswijze acht het niet uitgesloten dat de oude rechten uit de Hinderwetvergunning 1993 nog steeds gebruikt worden voor de deellocatie gelegen binnen de gemeente Twenterand. Wanneer gesaldeerd wordt met de rechten uit de Hinderwetvergunning voor voorliggende omgevingsvergunning wordt volgens indiener dubbel gebruik gemaakt van de rechten uit de Hinderwetvergunning. Primair kan gesteld worden dat volgens vaste jurisprudentie van de Raad van State dubbel gebruik van bestaande rechten niet uitgesloten is. Bij intern salderen is er momenteel geen verplichting om oude toestemmingen in te trekken, mede omdat intern salderen op dit moment niet vergunningplichtig is. De verwachting is dat ofwel door een wijziging in de vaste jurisprudentielijn van de Raad van State, ofwel door het voornemen om een vergunningplicht voor intern salderen in te voeren, het niet hoeven intrekken van oude toestemmingen in de toekomst aan banden wordt gelegd.1 Daarnaast stelt de indiener van de zienswijze alleen dat hij het niet uitgesloten acht dat er eerder al gebruik is gemaakt van de bestaande rechten op basis van de Hinderwetvergunning 1993. Er wordt geen begin van bewijs 1 Er ligt nu een wetsvoorstel dat intern salderen per 1 januari 2024 vergunningplichtig moet maken.
Pagina 1 van 4
geleverd en er volgt verder ook niet uit de zienswijze waarop deze veronderstelling van de indiener van de zienswijze gebaseerd is. Zekerheidshalve wordt geadviseerd om te controleren of er voor de deellocatie gelegen binnen de gemeente Twenterand een omgevings- of natuurvergunning is verleend op basis van intern salderen waarbij de Hinderwetvergunning 1993 is gebruikt als referentiesituatie. Daarnaast wordt ook geadviseerd om te onderzoeken of de Hinderwetvergunning de enige vergunde situatie is voor de deellocatie gelegen binnen de gemeente Twenterand. Op deze manier kan eventueel dubbel gebruik van de bestaande rechten op basis van de Hinderwetvergunning 1993 worden vastgesteld of uitgesloten. 3. 4 I nte rn of ex te rn s al der en Indiener van de zienswijze stelt dat alleen extern gesaldeerd kan worden met de bestaande rechten op basis van de Hinderwetvergunning. Om te bepalen of sprake is van intern of extern salderen is het van belang of het hier gaat om één project of één locatie conform de definitie van extern salderen in de beleidsregel Natuur Overijssel 2017 (hierna: de beleidsregel). Wanneer sprake is van één project of één locatie betreft het intern salderen.2 Wanneer dit niet het geval is, is sprake van extern salderen (zie artikel 1.1, onder i, van de beleidsregel).
In voorliggend geval is het zand- en grindbedrijf binnen één locatie gelegen, namelijk binnen de grenzen van de inrichting van Slaat. Dat een gemeentegrens door de locatie loopt, doet niet af aan het feit dat de deellocaties binnen de verschillende gemeentes één projectlocatie vormen. Daarnaast is sprake van één project in de zin van de Wet natuurbescherming. De locatie binnen de gemeente Twenterand is immers tevens een onderdeel van het hebben van de gehele inrichting voor het wassen van grind en zand, de opslag hiervan en het verhandelen van zand en grind afkomstig van elders. Zo staan er binnen het deel van de locatie in de gemeente Twenterand onder andere een opslagloods, een schaftkeet en materiaalopslag én ligt één van de opslagplaatsen van gewassen grind deels in dit gedeelte. Deze gebouwen zijn onderdeel van het totale zand- en grindbedrijf en nodig voor het in werking hebben daarvan.3 Ondanks het feit dat de voorliggende omgevingsvergunning enkel ziet op de locatie gelegen binnen de gemeente Hardenberg is hier sprake van intern salderen, omdat de activiteiten zijn gelegen in beide gemeenten op één locatie en samen één project vormen. Of de Hinderwetvergunning uit 1993 alleen op de locatie gelegen binnen de gemeente Twenterand of ook op de locatie binnen de gemeente Hardenberg ziet, is irrelevant voor de conclusie dat het hier intern salderen betreft. 3.
5 O m van g st ik sto fr ec hten 19 9 3 Indiener van de zienswijze geeft aan dat zijns inziens de vaststelling van de omvang van de referentiesituatie onjuist is, omdat de Hinderwetvergunning 1993 niet wordt vermeld hoeveel zand/grind gewonnen mocht worden. Daarnaast wijst de indiener op een uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant, ook wel bekend als Amercentrale-uitspraak (ECLI:NL:RBOBR:2021:6389) om aan te geven dat volgens hem er nog andere toestemmingen nodig zijn om het bedrijf te legaliseren. 2 ECLI:NL:RVS:2022:2874, BR 2023/5 m.nt. P. Euverman. 3 Bijlage 18a technische tekening bij de ontwerp-omgevingsvergunning.
Pagina 2 van 4
Va st s te l le n o mv a ng re fe re nt ie s it u at i e In de referentiesituatie is de winning van een onbeperkte hoeveelheid zand en/of grind toegestaan. Dit brengt met zich mee dat de stikstofemissie en -depositie te allen tijde minder zal zijn dan hetgeen op grond van de voorliggende omgevingsvergunning ten hoogste mogelijk is, omdat de voorliggende omgevingsvergunning wel een maximale capaciteit bevat voor het wassen van grind.4 Daarnaast wordt een referentiesituatie altijd ontleend aan de vergunde en niet aan de feitelijke situatie.5 In de uitgangspunten van de stikstofberekeningen staat benoemd dat enkel de twee shovels van (113 kW en 84 kW) voor drie verschillende activiteiten zijn gemodelleerd, omdat deze concreet zijn benoemd in de Hinderwetvergunning 1993.6 Daarmee worden verkeersbewegingen die inherent zijn aan het in werking hebben van een zand- en grindwinning buiten beschouwing gelaten en dus wordt hiermee gekozen voor een worstcase-inschatting van de referentiesituatie. Omdat het aantal draaiuren per machine niet vermeld staat in de Hinderwetvergunning 1993 mag worden uitgegaan van een reële en aannemelijke invulling van het aantal draaiuren.7 Een inschatting op basis van de huidige situatie door de huidige eigenaar van de zandwinning is een goede bron om een reële en aannemelijke invulling van de referentiesituatie te geven.
Omgerekend houden de gehanteerde draaiuren in dat vrachtwagens en een laadschop ongeveer 1,3 uur per dag worden geladen en dat de laadschop bij de wasser ongeveer 8,7 uur per dag draait. Dit zijn reële en aannemelijke aantallen draaiuren voor een zand- en grindbedrijf. Doordat voor de referentiesituatie mag worden uitgegaan van de vergunde situatie, de verkeersbewegingen van de vrachtwagens die (logischerwijs) nodig zijn voor het in werking hebben van een zandwinning zijn weggelaten uit de referentiesituatie en de inschatting van de gehanteerde draaiuren reëel en aannemelijk is, is de referentiesituatie op een deugdelijke manier in kaart gebracht. Sa ld er en m et r ech t en re f ere n ti e si t ua t ie Met betrekking tot de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 8 december 2021 (Amercentrale, ECLI:NL:RBOBR:2021:6389) geldt primair dat deze lijn alleen geldt binnen de jurisdictie van de rechtbank Oost-Brabant en dat deze lijn nog niet is overgenomen door de Raad van State. Daarnaast is de lijn die de rechtbank OostBrabant aanhoudt in deze uitspraak een afwijkende lijn ten opzichte van de vaste lijn van de Raad van State. Het is dus nog maar de vraag of deze lijn ook landelijk wordt overgenomen. Dit is tot nu toe nog niet gebeurd.
Secundair gesteld is het volgens de rechtbank Oost-Brabant van belang of de activiteiten zoals vergund in de Hinderwetvergunning 1993 nog steeds uitgevoerd worden, en wanneer dit niet het geval is, of een nieuwe omgevings- of natuurvergunning nodig is voor het opnieuw opstarten van de activiteit. In voorliggend geval is het winnen van zand in 2010 beëindigd.8 Wanneer een nieuwe omgevings- of natuurvergunning nodig is voor het opstarten van de
4 ECLI:NL:RBNHO:2022:3550. 5 o.a. ECLI:NL:RVS:2021:175 en ECLI:NL:RVS:2022:2874. 6 Uitgangspunten stikstofberekeningen A.J. Slaat Zand en Grind B.V., Westerhaar. 7 ECLI:NL:RVS:2020:2318, M en R 2020/97 m.nt. M.M. Kaajan & Kroniek Natuurbescherming - Gebiedsbescherming BR 2022/48 Mr. drs. M.M.
Kaajan & mr. drs. F. Onrust. 8 Nusselein, T.B.J. & Hijlkema, J. (2022). Ruimtelijke onderbouwing Sibculoseweg 102 Westerhaar – Vriezenveensewijk. Projectnummer W24. K3, Andelst. Pagina 3 van 4
activiteiten met betrekking tot het winnen van zand, dan mag alleen gesaldeerd worden met de bestaande rechten als deze eerder passend zijn beoordeeld als bedoeld in artikel 6 lid 3 van de Habitatrichtlijn. Als dat niet het geval is, dan kan slechts met de rechten worden gesaldeerd indien voldoende onderbouwd wordt dat dit niet leidt tot een verstoring die significante gevolgen kan hebben voor de doelstelling van de Habitatrichtlijn.9 Geadviseerd wordt om zekerheidshalve te beoordelen of een nieuwe omgevings- of natuurvergunning nodig is om de gestopte activiteiten met betrekking tot het winnen van zand weer opnieuw op te starten of te hervatten. Wanneer een nieuwe omgevings- of natuurvergunning niet vereist is, is intern salderen volgens de rechtbank Oost-Brabant mogelijk. Wanneer een nieuwe omgevings- of natuurvergunning wél vereist is, is de volgende stap om te bepalen of voldaan kan worden aan de overige voorwaarden zoals gesteld in de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant. Naar onze inschatting is het aannemelijk dat de bestaande rechten op basis van de Hinderwetvergunning 1993 nog niet eerder passend zijn beoordeeld als bedoeld in artikel 6 lid 3 van de Habitatrichtlijn.
Wanneer de afwijkende lijn van de rechtbank Oost-Brabant wordt aangehouden, dan is de kans is aanwezig dat slechts met de bestaande rechten op basis van de Hindwetvergunning gesaldeerd kan worden als onderbouwd wordt dat dit niet leidt tot significante gevolgen voor de instandhoudingsdoelen van omliggende Natura 2000-gebieden.
9 ECLI:NL:RBOBR:2022:192.
Pagina 4 van 4