Bijlage 2d - Motivering
Tekst van het document
TAM-omgevingsplan Tottenhamstraat 17 en 21 Dedemsvaart
Inhoudsopgave
Toelichting
5
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging van het plangebied 1.3 Het omgevingsplan 1.4 De bij het besluit horende stukken 1.5 Leeswijzer
6 6 6 7 8 9
Hoofdstuk 2 Wijziging van de fysieke leefomgeving 2.1 Huidige situatie 2.2 Gewenste situatie
10 10 11
Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid
12 12 12 16
Hoofdstuk 4 Bescherming van gezondheid en milieu 4.1 Geluid 4.2 Bodemkwaliteit 4.3 Luchtkwaliteit 4.4 Geur 4.5 Trillingen 4.6 Licht
21 21 21 22 22 23 23
Hoofdstuk 5 Bescherming van de waterbelangen 5.1 Algemeen 5.2 Watertoets 5.3 Conclusie
25 25 25 25
Hoofdstuk 6 Waarborgen van de veiligheid 6.1 Wettelijk kader 6.2 Situatie plangebied 6.3 Conclusie
26 26 26 27
Hoofdstuk 7 Bescherming van landschappelijke en stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed 7.1 Cultureel erfgoed 7.2 Ladder voor duurzame verstedelijking 7.3 Landschappelijke waarden 7.4 Ruimtelijke kwaliteit en welstand
28 28 29 29 30
Hoofdstuk 8 Natuurbescherming 8.1 Algemeen 8.2 Gebiedsbescherming 8.3 Soortenbescherming 8.4 Conclusie natuurbescherming
33 33 33 34 34
Hoofdstuk 9 Behouden van de staat en werking van infrastructuur en voorzieningen 9.1 Beperkingengebieden 9.2 Kabels en leidingen
35 35 35
Hoofdstuk 10 Milieueffectrapportage 10.1 Wettelijk kader
36 36
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Tottenhamstraat 17 en 21 Dedemsvaart | PAGINA 2
10.2 10.3
Situatie plangebied Conclusie
36 36
Hoofdstuk 11 Uitvoerbaarheid 11.1 Economische uitvoerbaarheid 11.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
37 37 37
Hoofdstuk 12
38
Evenwichtige toedeling van functies aan locaties
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Tottenhamstraat 17 en 21 Dedemsvaart | PAGINA 3
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Tottenhamstraat 17 en 21 Dedemsvaart | PAGINA 4
Toelichting
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Tottenhamstraat 17 en 21 Dedemsvaart | PAGINA 5
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Voorliggend plan heeft betrekking op het perceel Tottenhamstraat 17 in Dedemsvaart en op het perceel Tottenhamstraat 21 te Dedemsvaart. Het perceel aan de Tottenhamstraat 17 betreft een recreatief perceel. Voorheen stonden er op het perceel een bedrijfswoning en drie recreatiewoningen. De recreatiewoningen zijn inmiddels gesloopt. Op het perceel staat nu enkel nog een bedrijfswoning met boerderijdeel. Het perceel wordt niet meer gebruikt voor recreatieve doeleinden, maar uitsluitend voor wonen. Het voornemen is daarom om het erf een woonfunctie te geven, de overige gronden een agrarische functie zonder bouwmogelijkheid. De recreatieve functie komt te vervallen. Om dit milieutechnisch mogelijk te maken wordt het agrarische bouwvlak Tottenhamstraat 21 zodanig aangepast in die zin dat het uitoefenen van een intensieve veehouderij niet meer mogelijk is. Op de locatie Tottenhamstraat 21 wordt in deze motivering alleen ingegaan op plekken waar nodig, omdat hier enkel de mogelijkheid tot intensieve veehouderij wordt ingeperkt, waarbij tevens het bouwvvlak wordt aangepast conform het feitelijke erf. Bovenstaande ontwikkelingen zijn niet in overeenstemming met de geldende regels van het omgevingsplan. Hiervoor dient het omgevingsplan te worden gewijzigd.
Voorliggend TAM-omgevingsplan voorziet in een passend juridisch-planologisch kader en toont aan dat het voornemen in overeenstemming is met een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
1.2
Ligging van het plangebied
Het plangebied Tottenhamstraat 17 en 21 ligt in het buitengebied Dedemsvaart. Het plangebied Tottenhamstraat 17 staat kadastraal bekend als gemeente Avereest, sectie O, nummer 121. Tottenhamstraat 21 staat kadastraal bekend als delen van de percelen gemeente Avereest, sectie O, nummer 95 perceel Ambt-Hardenberg, sectie R nummer 336. In afbeelding 1.1 is de ligging van het plangebied ten opzichte van de omgeving en de directe omgeving weergegeven.
Afbeelding 1.1: Ligging van het plangebied ten opzichte van de omgeving (bron: plattekaart.nl, bewerkt).
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Tottenhamstraat 17 en 21 Dedemsvaart | PAGINA 6
1.3
Het omgevingsplan
Het omgevingsplan bestaat uit een tijdelijk deel en een niet-tijdelijk deel. De bestemmingsplannen vallen onder het tijdelijke deel. In onderstaande tabel is een overzicht opgenomen van de onderdelen van het omgevingsplan die het meest relevant zijn. Naam Vaststellingsdatum Omgevingsplan gemeente Hardenberg 1 januari 2024 Bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, herziening regels 26 september 2016 Bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg 2 december 2014 Bestemmingsplan Facetherziening parkeren Hardenberg 17 juli 2018 Bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Kleine 21 juni 2022 Windturbines Bij Agrarische Bedrijven Om de planologische situatie ter plaatse te duiden is vooral het 'Bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg' van toepassing. Binnen de planologische duiding wordt ook rekening gehouden met 'Bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, herziening regels'. Het plangebied Tottenhamstraat 17 heeft binnen het geldende bestemmingsplan de enkelbestemming 'recreatie-open veenontginningslandschap'. Het plangebied Tottenhamstraat 21 heeft binnen het geldende bestemmingplan de enkelbestemming 'agrarisch met waarden- open veenontginningslandschap', een agrarisch bouwvlak en de aanduiding karakteristiek. In onderstaande afbeelding is een uitsnede opgenomen van het bestemmingsplan. Het plangebied is indicatief aangegeven met de rode lijn.
Afbeelding 1.2 Uitsnede bestemmingsplan plangebied Tottenhamstraat 17 en 21 (bron:
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Tottenhamstraat 17 en 21 Dedemsvaart | PAGINA 7
overheid.omgevingswet.nl) Tottenhamstraat 17 Gronden met de functie 'Recreatie - Open veenontginningslandschap' zijn bestemd voor recreatieve voorzieningen die op Tottenhamstraat 17 als nadere bestemming 'bungalowpark' staat aangegeven met maximaal 3 recreatiewoningen en maximaal 1 bedrijfswoning, algemene centrale voorzieningen ten dienste van het bungalowpark, bijbehorende voorzieningen zoals groenvoorzieningen, vijvers, speelvelden, parkeervoorzieningen, instandhouding van de sterke gebiedskenmerken van het open-veenontginningslandschap. Tottenhamstraat 21 Gronden met de functie 'agrarisch met waarden - open veenontginningslandschap' zijn bestemd voor de uitoefening van één agrarisch bedrijf, uitgezonderd glastuinbouw, instandhouding van de sterke gebiedskenmerken van het open-veenontginningslandschap. Strijdigheid Tottenhamstraat 17 Op dit moment is er 1 bedrijfswoning met 3 recreatiewoningen toegestaan. De gewenste situatie betreft een woonperceel met één woning. Het wijzigen van de recreatieve functie naar wonen op het perceel Tottenhamstraat 17 is niet mogelijk in het vigerende omgevingsplan. Strijdigheid Tottenhamstraat 21 Het perceel op de Tottenhamstraat 21 wordt ingeperkt in de mogelijkheid om intensieve veehouderij uit te voeren.
Omdat de huidige woning deels buiten het bouwvlak staat wordt er voor gekozen om het bouwvlak aan te passen conform de feitelijke situatie. De aanduiding karakteristiek is niet meer relevant en komt te vervallen. De beoogde activiteiten passen daarmee niet binnen de beoordelingsregels van het omgevingsplan. Om het voornemen te realiseren, is een wijziging van het omgevingsplan noodzakelijk. Voorliggende ruimtelijke motivering toont aan dat de beoogde ontwikkeling in overeenstemming is met een 'evenwichtige toedeling van functies aan locaties'. Het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) ondersteunt bij het werken volgens de Omgevingswet. Er zijn tijdelijke alternatieve maatregelen (TAMs) voor organisaties die bij de voorbereiding en inwerkingtreding van de wet nog geen gebruik kunnen maken van lokale of landelijke onderdelen van het DSO. Een van de tijdelijke alternatieve maatregelen is de TAM-IMRO ofwel het TAM-omgevingsplan. Kort gezegd houdt TAM-IMRO in dat de huidige techniek voor planvorming tijdelijk kan worden gebruikt onder de Omgevingswet. Deze techniek betreft de bestaande uitwisselingsstandaard IMRO (Informatiemodel Ruimtelijke Ordening) en de bestaande voorziening Ruimtelijke Plannen. IMRO is een bekende en functionerende techniek. Juridisch maakt het TAM-omgevingsplan deel uit van het omgevingsplan van de gemeente.
Technisch is het dat niet, waardoor aanvullende (voorrangs)regels noodzakelijk zijn.
1.4
De bij het besluit horende stukken
Het plan ''TAM-omgevingsplan Tottenhamstraat 17 en 21 Dedemsvaart” bestaat uit de volgende stukken: verbeelding (tek.nr NL.IMRO.0160.0000TAM0043-VG01) en een renvooi; regels (met bijbehorende bijlagen); deze motivering (met bijbehorende bijlagen). Op de verbeelding zijn de functies van de gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een motivering. De motivering geeft een duidelijk beeld van het plan. En van de daaraan ten grondslag liggende gedachten. Dit maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het omgevingsplan.
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Tottenhamstraat 17 en 21 Dedemsvaart | PAGINA 8
1.5
Leeswijzer
Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 ingegaan op de huidige en gewenste situatie. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op het beleidskader. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de bescherming van de gezondheid en het milieu. Hoofdstuk 5 gaat in op de waterbelangen waarna hoofdstuk 6 ingaat op het waarborgen van de veiligheid, waaronder externe veiligheid. Hoofdstuk 7 gaat in op de bescherming van landschappelijke en stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed. De bescherming van de natuur komt in hoofdstuk 8 aan bod. Hoofdstuk 9 gaat in op het behoud van de staat en werking van infrastructuur en voorzieningen. In hoofdstuk 10 passeert de milieueffectrapportage de revue. Hoofdstuk 11 gaat in op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid. Ten slotte wordt in hoofdstuk 12 de algemene conclusie getrokken waarin wordt beoordeeld of het plan voldoet aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Tottenhamstraat 17 en 21 Dedemsvaart | PAGINA 9
Hoofdstuk 2 2.1
Wijziging van de fysieke leefomgeving
Huidige situatie
Het erf aan de Tottenhamstraat 17 te Dedemsvaart ligt aan een parallelweg naast de Tottenhamstraat. Ten noorden en westen zijn meerdere woonpercelen en bedrijfspercelen gelegen. Ten oosten zijn agrarische bouwvlakken aanwezig. Ten zuiden liggen agrarische percelen. Het perceel zelf bestaat uit een boerderij met een deels aangebouwde schuur, en deel van het erf is ingericht als tuin en een deel van het erf is weiland. Zie afbeelding 2.1 voor een luchtfoto van de situatie.
Afbeelding 2.1 Uitsnede luchtfoto Tottenhamstraat 17, Dedemsvaart (bron: opdrachtgever) In afbeelding 2.2 is er een straatbeeld opgenomen.
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Tottenhamstraat 17 en 21 Dedemsvaart | PAGINA 10
Afbeelding 2.2 Straatbeeld Tottenhamstraat 17, Dedemsvaart (bron: maps.google.nl)
2.2
Gewenste situatie
Initiatiefnemer is voornemens om de huidige recreatieve functie in de vorm van verblijfsrecreatie in de vorm van drie recreatiewoningen te planologisch verwijderen van het perceel en hier een woonfunctie aan toe te kennen. Er is op dit moment geen recreatief gebruik aanwezig, de drie recreatiewoningen zijn al gesloopt. Er zijn geen plannen om het perceel voor recreatieve doeleinden te gaan gebruiken. De bedrijfswoning die op het perceel staat wordt als reguliere woning gebruikt en het erf is ook als zodanig ingericht. Aan het plangebied worden geen wijzigingen toegebracht. Om de woonfunctie mogelijk te maken wordt het naastgelegen agrarische erf, Tottenhamstraat 21, zodanig gewijzigd dat de zwaarste agrarische functies niet meer mogelijk zijn. Op de Tottenhamstraat 21 is een agrarisch bedrijf gevestigd. Feitelijk is dit een melkveehouderij waarbij het planologisch mogelijk is om een intensieve veehouderij toe te staan. Dit is niet wenselijk. Daarom wordt de bestemming aangepast, waarbij de intensieve tak ook planologisch wordt uitgesloten.
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Tottenhamstraat 17 en 21 Dedemsvaart | PAGINA 11
Hoofdstuk 3
Beleidskader
Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal-, regionaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifiek voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven. 3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Nationale omgevingsvisie (NOVI)
3.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe manier van werken waarmee keuzes voor de leefomgeving beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor de leefomgeving. Dit is nodig om de doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 3.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied; In de NOVI is aangegeven dat het vorm geven van de opgaven nodig is op een lager schaalniveau. De aangewezen regio's werken samen met de provincies aan ruimtelijke voorstellen. Vervolgens wordt er gekeken of alle losse plannen bij elkaar tot een duurzaam landelijk beeld leiden. De stappen die genomen worden, staan beschreven in het programma NOVEX en het programma Mooi Nederland. 3.1.2
Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten van het rijksbeleid
Dit plan voorziet in een functieverandering van een bestaand recreatief perceel. Deze ontwikkeling is dusdaning klein dat er geen nationale belangen worden gereaakt. Er is daarmee geen sprake van strijd met het rijksbeleid.
3.2
Provinciaal beleid
Iedere provincie in Nederland stelt een omgevingsvisie op: een strategische visie voor de lange termijn voor de gehele fysieke leefomgeving. De Omgevingsvisie bevat de provinciale visie op de ruimte in Overijssel. Daarin worden uitspraken gedaan over ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en vervoer, ondergrond en natuur. In de Omgevingsverordening staan de regels die ervoor zorgen dat bij nieuwe ontwikkelingen rekening wordt gehouden met het provinciale beleid. De locatie aan de Pothofweg 3 in Anevelde wordt niet meegenomen in deze toetsing.
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Tottenhamstraat 17 en 21 Dedemsvaart | PAGINA 12
3.2.1
Omgevingsvisie Overijssel
De Omgevingsvisie Overijssel bestaat uit drie delen: een deel Visie, een deel Beleid en een deel Uitwerking. Naast de Omgevingsvisie Overijssel 2017, is er de Omgevingsverordening Overijssel 2024 en de Catalogus Gebiedskenmerken. De opgaven en kansen waar de provincie voor staat, zijn vertaald in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema’s. Dit is het vertrekpunt voor alle projecten en initiatieven in de provincie Overijssel. Om te bepalen of een initiatief bijdraagt aan de visie wordt het 'Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel' gebruikt. In het uitvoeringsmodel staan de stappen 'of' (generieke beleidskeuzes), 'waar' (ontwikkelingsperspectieven) en 'hoe' (gebiedskenmerken) centraal. 3.2.2
Omgevingsverordening Overijssel
De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Eén van de instrumenten is de Omgevingsverordening. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat het beleid van de Omgevingsvisie geborgd is. Er wordt nadrukkelijk gestuurd op ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid. 3.2.3
Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel
Bij een initiatief voor bijvoorbeeld woningbouw, een nieuwe bedrijfslocatie, toeristisch-recreatieve voorzieningen, en natuurontwikkeling, wordt aan de hand van deze drie stappen bepaald of een initiatief binnen de visie voor Overijssel mogelijk is, waar het past en hoe het uitgevoerd kan worden. In afbeelding 3.1 is het Uitvoeringsmodel weergegeven.
Afbeelding 3.1: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel) Of- generieke beleidskeuzes Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidskeuzes van EU, Rijk of provincie. Denk hierbij aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Tottenhamstraat 17 en 21 Dedemsvaart | PAGINA 13
drinkwater en droge voeten te garanderen. Maar ook aan beleidskeuzes om overaanbod van bijvoorbeeld woningbouw – en daarmee grote financiële en maatschappelijke kosten – te voorkomen. In de omgevingsvisie zijn de provinciale beleidskeuzes vastgelegd. Deze zijn doorvertaald in regels van de Omgevingsverordening. Waar- ontwikkelingsperspectieven Na het beantwoorden van de of-vraag, is de vraag waar het initiatief past of ontwikkeld kan worden. In de omgevingsvisie onderscheidt de provincie zes ontwikkelingsperspectieven. Deze ontwikkelingsperspectieven schetsen een ruimtelijk perspectief voor een combinatie van functies. De ontwikkelingsperspectieven geven zo richting aan waar wat ontwikkeld zou kunnen worden. Hoe- gebiedskenmerken Ten slotte is de vraag hoe het initiatief ingepast kan worden in het landschap. De gebiedskenmerken spelen een belangrijke rol bij deze vraag. Onder gebiedskenmerken worden verstaan de ruimtelijke kenmerken van een gebied die bepalend zijn voor de karakteristiek en kwaliteit van dat gebied. Voor alle gebiedstypen in Overijssel is in de Catalogus Gebiedskenmerken beschreven welke kwaliteiten en kenmerken van provinciaal belang zijn.
3.2.3.1 Toetsing van het initiatief aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel Toetsing aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel geeft het volgende beeld: 3.2.3.1.1 Of - generieke beleidskeuzes Bij de 'Of – generieke beleidskeuzes' zijn de volgende artikelen uit de Omgevingsverordening van toepassing: - artikel 4.9 (onderbouwing ruimtelijke kwaliteit) De provincie geeft aan dat ruimtelijke kwaliteit wordt gezien als een maatschappelijke noodzaak. Dit omdat het van grote betekenis is voor het vestigingsklimaat voor onder andere bedrijven. Een goede landschappelijke inpassing is van belang. Dit artikel bepaalt dat nieuwe ontwikkelingen bijdragen aan de ruimtelijke kwaliteit waarin het uitvoeringsmodel wordt toegepast. In deze paragraaf blijkt dat de ontwikkeling voldoet aan het Of-, Waar- en Hoe-benadering. Ook voldoet het aan het Uitvoeringsmodel. Landschappelijke inpassing is niet benodigd omdat het een planologische wijziging betreft. - artikel 4.14 (woonafspraken) Lid 1: Omgevingsplannen staan alleen toe dat nieuwe woningen worden gerealiseerd als de bouw van deze woningen past binnen de geldende woonafspraken, zoals deze zijn gemaakt door de regio en vastgelegd in bestuurlijke afspraken tussen provincie en gemeenten. Lid 2: Nieuwe woningen zijn nog te realiseren woningen waarvoor nog geen omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit is afgegeven.
Er wordt een bedrijfswoning omgezet naar een reguliere woning. De woning voldoet aan de kwalitatieve behoefte in de markt en is beschikbaar voor de lokale behoefte, de woning wordt namelijk reeds al reguliere woning gebruikt. Hiermee voldoet het aan het beleid van de provincie. 3.2.3.1.2 Waar - ontwikkelingsperspectieven Er zijn zes ontwikkelingsperspectieven: drie voor de Groene Omgeving en drie voor de Stedelijke Omgeving. Deze ontwikkelingsperspectieven schetsen geven aan welke beleidsen kwaliteitsambities leidend zijn. Ontwikkelingsperspectieven in de Groene Omgeving: 1. de zone Ondernemen met Natuur en Water (ONW) 2. agrarisch ondernemen in het grootschalige landschap
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Tottenhamstraat 17 en 21 Dedemsvaart | PAGINA 14
3. wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap Ontwikkelingsperspectieven in de Stedelijke Omgeving: 4. stedelijke netwerken als motor 5. steden en dorpen als veelzijdige leefmilieus 6. hoofdinfrastructuur: vlot en veilig 'Agrarisch ondernemen in het grootschalige landschap' Het plangebied ligt in het ontwikkelingsperspectief: 'Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap'. Dit ontwikkelingsperspectief omvat gebieden waar verdere modernisering en schaalvergroting van de landbouw in combinatie met verduurzaming de ruimte krijgt. Die ruimte kan verdiend worden door te investeren in kwaliteitsvoorwaarden. Initiatieven binnen het ontwikkelingsperspectief mogen de ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw in principe niet beperken en dienen aan te sluiten bij de bestaande bebouwing, weginfrastructuur en openbaar vervoer (ov)-routes. Het waterbeheer richt zich op optimale condities voor de landbouw, rekening houdend met specifieke omstandigheden en de grenzen aan de mogelijkheden van het waterbeheer (onder andere door de klimaatverandering). Toetsing van het initiatief aan het Ontwikkelingsperspectief Met voorliggend voornemen wijzigt er fysieks niets aan het plangebied. Het perceel wijzigt planologisch-juridisch naar wonen, waardoor het gebruik voor recreatiewoningen niet meer mogelijk is. De ontwikkeling sluit aan bij de bestaande bebouwing.
Het nieuwe woonperceel is tussen onder andere andere woonpercelen in gesitueerd, en past daarmee binnen de in de omgeving geldende waarden. 3.2.3.1.3 Hoe - gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch-cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van beleving) gelden voorwaarden voor ruimtelijke ontwikkelingen. De 'Stedelijke laag' wordt in dit geval buiten beschouwing gelaten, omdat er in of aangrenzend aan het gebied geen relevante eigenschappen voor deze laag gelden. 1. De 'Natuurlijke laag' De natuurlijke laag is de laag van de bodem, het reliëf, het watersysteem en de natuur die zich hier ‘van nature’ op vestigt. Binnen het plangebied is het gebiedstype 'Hoogveengebieden (in cultuur gebracht)' van toepassing. Op waterhuishoudkundig geïsoloeerde plekken (waar het regenwater wordt vastgehouden) ontwikkelde zich in het zandgebied op kleine en op grote schaal hoogveen; onder invloed van regenwater ontstonden veenmoerassen. Deze groeiden als een dikke spons van veenmossen steeds verder omhoog, los van het grondwater. De extreme zure en voedselarme omstandigheden leidden tot natte, slecht toegankelijke moerasgebieden, waar vrijwel geen boom kon groeien. De hoogveenrestanten worden gekenmerkt door een hoge waterkwaliteit, een hoge waterstand en een hoge natuurkwaliteit. Lokaal is sprake van 'levend hoogveen' (veenaangroei).
Als ontwikkelingen plaats vinden in de nabijheid van hoogveenrestanten, dan dragen deze bij aan verbetering van de hydrogogie om verdroging van het veenpakket tegen te gaan en, waar mogelijk, aan toename van natuurkwaliteit en het areaal levend hoogveen. Dit zijn uitgangspunten bij (her)inrichting. Toetsing van het initiatief aan de 'Natuurlijke laag' Met het planvoornemen wijzigt er niets fysieks aan het plangebied. Zodoende kan gesteld worden dat het voornemen geen negatieve invloed heeft op de 'Hoogveengebieden (in cultuur gebracht)'. 2. 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap' De 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap' is het resultaat van de wisselwerking tussen verschillen in de natuurlijke ondergrond en de manier waarop gebieden in cultuur werden
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Tottenhamstraat 17 en 21 Dedemsvaart | PAGINA 15
gebracht. Door de eeuwen heen is een patroon van akkers, weiden, hooiland en bebouwing (hoeven, kernen en dorpen) gegroeid. In het plangebied is 'veenkoloniaal landschap' van toepassing. Grootschalig open landschappen met een lineaire bebouwings-, verkavelings en ontwateringsstructuur zijn ontstaan door grootschalige ontginnign van de hoogveengebieden ten behoeve van de turfwinning. Een ontwateringsstelsel van kanalen en wijken is typerend voor dit landschap. Vanuit nieuwe linten en kanaaldorpen werd het hoogveen ontgonnen. Het vergraven landschap werd vervolgens als akkerbouwgebied in gebruik genomen. Kanaaldorp als karakteristiek dorpstype met het kanaal als centrale open(bare) ruimte en drager van de bebouwing. De ambitie is de aantrekkelijkheid, de leefbaarheid en kwaliteit van de veenkoloniale landschapppen te versterken. De opgave is aan de grote maat, de vergezichten en de schoonheid van de moderne landbouw, nieuwe, op leefbaarheid en economische veerkracht gerichte, ontwikkelingen te koppelen. Daarmee kan tevens het contrast tussen de grote open ruimtes en verdichte zones (linten en kanaaldorpen) worden versterkt. Ruimtelijke aanknopingspunten hiervoor zijn ondermeer de relicten van het hoogveen, de formele kanalen en wijkenstructuur met mooie bruggen, royale laanbeplantingen en daaraan de soms landgoedachtige buitens, villa's en herenboerderijen.
De ambitie is verder de landschappelijke kwaliteiten voor weidevogels in stand te houden en te versterken, waaronder de aanwezige openheid en hoog waterpeil. Aandacht voor bijzondere architectuur en vormgeving van nieuwe bruggen en kunstwerken geven vorm aan de identiteit van het gebied. Toetsing van het initiatief aan de 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap' Met het planvoornemen wijzigt er niets fysieks aan het plangebied. Zodoende kan gesteld worden dat het voornemen geen negatieve invloed heeft op de de laag van het agrarisch cultuurlandschap. 3.2.4
Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid
De ontwikkeling is in overeenstemming met het provinciaal beleid.
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1
Omgevingsvisie Landstad Hardenberg
3.3.1.1 Algemeen Sinds 2021 beschikt de gemeente Hardenberg over een eigen omgevingsvisie. In deze visie is het verhaal van de gemeente Hardenberg voor het heden en de komende 20 jaar uitgewerkt. In de visie komt alles samen in het verhaal van de gemeente tot 2040. Het verhaal heet 'Landstad Hardenberg'. 3.3.1.2 Thema's De visie is vertaald in vier thema's voor ontwikkeling. Dit betreffen de volgende: 1. Hardenberg in balans: over de verscheidenheid van het landelijk gebied; 2. Hardenberg voor elkaar: over stedelijke ontwikkeling, een vitale samenleving en leefbare kernen; 3. Hardenberg knooppunt: over een vitale economie en goede bereikbaarheid; 4. Hardenberg duurzaam: over de energietransitie, klimaatadaptatie en een circulaire economie. Binnen elk thema heeft de gemeente ambities en staat de gemeente voor opgaven. Samen vormen ze de agenda voor toekomstige samenwerkingen. In dit geval is met name het thema 'Hardenberg in balans' relevant, aangezien deze gaat over het landelijk gebied. En thema 'Hardenberg Duurzaam' omdat dit belangrijke aspecten zijn voor de fysieke leefomgeving.
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Tottenhamstraat 17 en 21 Dedemsvaart | PAGINA 16
3.3.1.3 Opgaven per gebied De gemeente zet zich al lang in om ontwikkelingen in het buitengebied bij te laten dragen aan versterking van de ruimtelijke kwaliteit. Het beleid beschrijft daarom voor elk landschapstype de belangrijkste gebiedskenmerken en ontwikkelingsrichtingen. De resultaten zijn vastgelegd in Landschap-Identiteit-Kaarten (LIK’s). Deze vormen de natuurlijke onderlegger voor ontwikkelvisies voor verschillende deelgebieden. In dit geval ligt Tottenhamstraat 17 in het 'Open veen ontginningslandschap' van de LIK Dedemsvaart Zuid - Rheezerveen - Heemserveen. Dit is een open agrarisch landschap, met erven met brede singels en open nieuwe erven. 3.3.1.4 Aandachtspunten voor natuurlijke en landschappelijke kwaliteiten De natuurlijke en landschappelijke kwaliteiten in het landelijk gebied blijven voortdurend aandacht vragen. Natuur en landschap staan onder druk, vanwege de energietransitie, klimaatmaatregelen en de transitie in de landbouw. Tegelijk vormen deze ontwikkelen juist een kans om bij te dragen aan de Landstad Hardenberg. Een goede landschappelijke en ruimtelijke inpassing van vrijkomende agrarische bebouwing is hiervan een voorbeeld. De regeling ‘Erven met kwaliteit’ (voorheen rood-voor-rood) is hiervan de uitwerking. Ruimtelijke kwaliteit ziet de gemeente als “datgene wat ruimte geschikt maakt en houdt voor wat voor mens, plant en dier belangrijk is”.
De provincie gebruikt deze omschrijving ook. 3.3.1.5 Gezondheid Het verband tussen de fysieke leefomgeving en de gezondheid wordt steeds meer gezien. Vergeleken met de groten steden staat Hardenberg er goed voor. Door de naoberschap en de goede leefkwaliteit zijn de inwoners in staat om zelf regie te voeren over hun gezondheid. Die kwaliteiten wil de gemeente versterken. De gemeente gaat positieve gezondheid en samenwerkingen stimuleren. 3.3.1.6 Duurzaamheid, klimaatadaptatie en energietransitie De gemeente stimuleert woningeigenaren om te investeren in duurzaamheid en levensloopbestendigheid. Zo blijft de particuliere woningvoorraad ook in de toekomst aantrekkelijk. De gemeente wil minder energie verbruiken en duurzame energie opwekken. De gemeente werkt samen met andere partijen om iedereen goed te informeren en bewust te maken. Ook wil de gemeente zelf het goede voorbeeld geven. Duurzame stroomopwek en de warmtetransitie moeten op een goede manier een plek krijgen in het landschap. Daarnaast reserveert de gemeente voldoende ruimte voor toekomstige waterveiligheidsmaatregelen en voor klimaatadaptatie. 3.3.1.7 Toetsing van het initiatief aan de gemeentelijke omgevingsvisie 'Landstad Hardenberg' Deze ontwikkeling draagt bij aan het toekomstbestendig maken van de woningvoorraad. De aanwezige boerderij kan nu niet als woning gebruikt worden.
Door dit planologisch toe te staan wordt er een extra woning beschikbaar gemaakt voor een bredere doelgroep. De kwaliteit van het woonperceel verbeterd doordat er een toekomstbestendige functie aan het perceel wordt toegewezen. Samenvattend wordt gesteld dat het initiatief past binnen de omgevingsvisie 'Landstad Hardenberg'. 3.3.2
Visienota Buitengebied Hardenberg
3.3.2.1 Algemeen De gemeente Hardenberg heeft de hoofdlijnen van het ruimtelijke beleid voor het buitengebied van de gemeente geformuleerd in de 'Visienota Buitengebied Gemeente Hardenberg'. De nota richt zich vooral op de realisatie van ruimtelijke kwaliteiten in het buitengebied.
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Tottenhamstraat 17 en 21 Dedemsvaart | PAGINA 17
De hoofddoelen van het ruimtelijk beleid zijn: Op een duurzame en efficiënte wijze ruimte scheppen voor de verschillende ruimtevragende functies; Het vergroten van de leefbaarheid van het platteland; Het vergroten van de ruimtelijke kwaliteit. De hoofddoelen zijn in de visienota als volgt vertaald: 1. een thematische benadering van het buitengebied (8 thema's); 2. een gebiedsgerichte benadering van het buitengebied; 3. uitgangspunt hierbij: de landschapstypen en de visuele landschapskenmerken; 4. een ontwikkelingsgerichte wijze van bestemmen. 3.3.2.2 Thematische benadering - visie In dit geval is het thema 'wonen' van belang: Dit heeft de gemeente vertaald in een aantal uitgangspunten/doelstellingen: 1. behoud van een gevarieerd woningaanbod in het buitengebied zowel, qua inhoud van de woningen als qua verschijningsvorm; 2. de afstemming van de maximale inhoudsmaat van woningen in het buitengebied op de gebiedskenmerken; 3. het bieden van ruime mogelijkheden voor inwoning; 4. het bieden van de mogelijkheid om aan vrijgekomen agrarische bedrijfsgebouwen een woonfunctie toe te kennen; waarbij ruimere mogelijkheden gelden naarmate meer oppervlakte aan landschapsontsierende bedrijfsgebouwen worden afgebroken; 5. het tegengaan van permanente bewoning van recreatiewoningen; 6.
het bieden van ruimte voor opvulling van open gaten in bebouwingslinten met woningbouw of kleinschalige bedrijvigheid. Wonen in het buitengebied wordt niet meer gezien als een ongewenste functie maar als een waardevol deel van het totale woningaanbod van de gemeente. De gemeente streeft dan ook naar het in stand houden van een gevarieerd aanbod van woonmilieus. 3.3.2.3 Gebiedsgerichte benadering Het plangebied ligt in het gebied 'Dedemsvaart Zuid - Rheezerveen - Heemserveen' en het landschapstype 'open veenontginningslandschap'. 3.3.2.4 Toetsing van het initiatief aan de Visienota Buitengebied Hardenberg Rondom de Tottenhamstraat 17 zijn al meerdere woonfuncties aanwezig, waarmee de functie passend is binnen de omgeving. Door het agrarisch bedrijf aan de Tottenhamstraat 17 planologisch in te perken voor uitbreidingsmogelijkheden in de zwaarst mogelijke agrarische mogelijkheden, is de ontwikkeling verder ook geen belemmering voor de omliggende agrarische bedrijven. De ontwikkeling is in overeenstemming met de Visienota Buitengebied. 3.3.3
Woonvisie
3.3.3.1 Algemeen Het Programma Wonen is op 26 maart 2019 door de gemeenteraad van Hardenberg vastgesteld. Het programma legt de woonambities voor de langere termijn vast.
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Tottenhamstraat 17 en 21 Dedemsvaart | PAGINA 18
3.3.3.2 Ambitie: rust en ruimte, met oog voor elkaar ook in de toekomst Demografen verwachten dat het aantal inwoners en huishoudens van de gemeente Hardenberg het komende decennium zal blijven groeien. In tegenstelling tot de situatie in de meeste andere Nederlandse plattelandsgemeenten is nieuwbouw noodzakelijk om aan de lokale woningvraag te kunnen voldoen. Volgens de prognoses is er in de gemeente Hardenberg de komende tien jaar behoefte aan ruim 1.600 nieuwe woningen. Natuurlijk zijn er wel verschillen tussen de diverse kernen. Zo zijn ‘steden’ Hardenberg en Dedemsvaart in trek als woonlocatie, ook voor huishoudens van buiten de gemeente. En zijn de dorpen en buurtschappen vooral gewild bij de lokale bevolking en rustzoekers van buitenaf. De afgelopen jaren is sterk ingezet op woningbouw op locaties binnen bestaand stedelijk gebied. Het bouwen van woningen op inbreidingslocaties is een goed streven, als dat betekent dat de kwaliteit van het gebied en de woonkwaliteit daarmee vergroot wordt. 3.3.3.3 Buitengebied Met name in de kleinere kernen en buitengebieden bevinden zich grote boerderijen op grote kavels. Vanwege het grote onderhoud en het (te) grote oppervlak worden deze woningen steeds minder aantrekkelijk voor een zelfstandig huishouden.
Door de mogelijkheid van woningsplitsing te vergroten kunnen deze ruime woningen geschikt maken worden voor meerdere (kleine) huishoudens. 3.3.3.4 Toetsing van het initiatief aan de woonvisie Dit plan voorziet in de omzetting van een bedrijfswoning naar een reguliere woning. Met dit initiatief wordt ingespeeld op de concrete, lokale behoefte. Het initiatief is in overeenstemming met de gemeentelijke woonvisie.
3.3.4
Parkeernormennota Hardenberg
3.3.4.1 Algemeen Er moet rekening worden gehouden met de mogelijke extra verkeersgeneratie en parkeerbehoefte die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling. In de 'Parkeernormennota Hardenberg' is bepaald hoeveel parkeerplaatsen er nodig zijn. Dit is afhankelijk van de locatie en soort ontwikkeling. Het aantal verkeersbewegingen wordt bepaald door gebruik te maken van de kencijfers uit het CROW. Er wordt uitgegaan van gemiddelden voor de verkeersgeneratie. Vanuit de duurzaamheidsgedachte is de minimale parkeernorm voor auto’s voldoende. 3.3.4.2 Verkeersgeneratie Er wordt een bedrijfswoning omgezet naar reguliere woning. Hiervoor gelden de volgende uitgangspunten: ligging in het buitengebied; weinig stedelijke gemeente (gemeente Hardenberg); koop, vrijstaand; Voor een vrijstaande woning geldt, op basis van het CROW, een verkeersgeneratie van 8,2 verkeersbewegingen per weekdagetmaal. Dit geldt ook voor een bedrijfswoning. Qua verkeersgeneratie wijzigt er niets. 3.3.4.3 Parkeren Voor vrijstaande woningen in het buitengebied zijn 2,0 parkeerplaatsen per woning nodig. Ook hier maakt dat geen verschil uit voor een bedrijfswoning of reguliere woning. Er wijzigt niets in de parkeerbehoefte.
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Tottenhamstraat 17 en 21 Dedemsvaart | PAGINA 19
3.3.4.4 Conclusie Er wordt hiermee voldaan aan het parkeerbeleid van de gemeente Hardenberg. 3.3.5
Conclusie toetsing aan het gemeentelijk beleid
Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met het gemeentelijk beleid van de gemeente Hardenberg.
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Tottenhamstraat 17 en 21 Dedemsvaart | PAGINA 20
Hoofdstuk 4
Bescherming van gezondheid en milieu
In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe de gezondheid en het milieu worden beschermd. De aspecten sluiten aan op de onderdelen die zijn genoemd in artikel 1.2 van de Omgevingswet. 4.1
Geluid
4.1.1
Wettelijk kader
In het Bkl staan regels voor het beheersen van geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen en andere activiteiten. Ze staan in paragraaf 5.2.4.2. Bkl. Ook zijn er regels opgenomen voor de bescherming van geluidgevoelige gebouwen, zoals woningen. 4.1.2
Situatie plangebied
In voorliggend geval is de bestaande woning een geluidsgevoelig gebouw. Hier wijzigt niets. Een nader onderzoek naar wegverkeerslawaai, spoorweg- en industrielawaai is niet noodzakelijk. 4.1.2.1 Individuele bedrijven De gewenste ontwikkeling ziet toe op een omzetting van recreatie naar wonen. Het dichtstbijzijnde bedrijf, Tottenhamstraat 66, ligt op circa 48 meter afstand. Planologisch is hier een bedrijf toegestaan van milieucategorie 1 of 2, danwel bestaand. Op dit moment is er een machinefabriek voor onder andere het lassen van metaal gevestigd. De richtafstand hiervan wordt niet gehaald. Ter plaatse van het plangebied is een bedrijfswoning toegestaan. Een bedrijfswoning is geluidgevoelig. Er wordt dus met de omzetting van bedrijfswoning naar reguliere woning geen nieuw geluidgevoelig object mogelijk gemaakt. Naast het bedrijf liggen op dit al bestaande woningen. Deze liggen dichter bij dan de nieuwe reguliere woning en zijn in principe maatgevend voor het bedrijf. Op circa 81 meter afstand ligt een horecabestemming. Hier geldt een maximale afstand van 30 meter. Dit wordt ruimschoots gehaald. Het naast gelegen boerdenbedrijf kent een richtafstand van 30 meter, dit wordt gehaald. Bedrijven worden door de omzetting van recreatie naar wonen niet verder belemmerd. 4.1.3
Conclusie
Vanuit het aspect geluid is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
4.2
Bodemkwaliteit
4.2.1
Wettelijk kader
Het beschermen van de bodemkwaliteit is een onderdeel bij de afweging van de aspecten van de fysieke leefomgeving. Ter bescherming van de bodemkwaliteit zijn instructieregels in het Bkl opgenomen. De inhoud van deze regels is opgenomen in paragraaf 5.1.4.5 Bkl. De algemene doelstelling van het bodembeleid is het waarborgen van de kwaliteit van de bodem. 4.2.2
Situatie plangebied
Door de omzetting van recreatie naar wonen wordt er geen bodemgevoeliger gebruik toegestaan. Er is voorzover bekend nooit sprake geweest van bodembedreigende activiteiten, enkel recreatief gebruik. Een bomdemonderzoek is dan ook niet benodigd.
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Tottenhamstraat 17 en 21 Dedemsvaart | PAGINA 21
4.2.3
Conclusie
Gezien het bovenstaande wordt gesteld dat de bodem is van voldoende kwaliteit voor de uitvoering van dit voornemen.
4.3
Luchtkwaliteit
4.3.1
Wettelijk kader
Voor de bescherming van de luchtkwaliteit zijn instructieregels opgenomen in paragraaf 5.1.4.1 van het Bkl. Volgens deze regels gelden zogeheten omgevingswaarden voor onder andere stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10). Locaties met hoge concentraties stikstofdioxide en/of fijnstof zijn aangemerkt als aandachtsgebied. Vooral in en vlakbij een aandachtsgebied moeten overheden toetsen aan de omgevingswaarden. Dit is niet nodig indien een activiteit niet in betekende mate (NIBM) bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Volgens het Bkl dragen de volgende projecten niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging: woningen: 1.500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3.000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m² bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg. Er zijn een paar situaties die de overheid nog wel in het hele land moet beoordelen. Dit zijn: een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit; de aanleg van een tunnel langer dan 100 meter. Of als een tunnel wijzigt en daarbij minimaal 100 meter toeneemt; de aanleg van een auto(snel)weg. 4.3.2
Situatie plangebied
Conform artikel 5.54 sub b van het Bkl valt een activiteit onder een NIBM project, indien er sprake is van: één ontsluitingsweg: ten hoogste 1.500 woningen; of twee ontsluitingswegen: ten hoogste 3.000 woningen; kantoren: 100.000 m² bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg. Gelet op de aard en omvang van deze gevallen, is er in dit geval zonder meer sprake van een project dat 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Daarnaast komt de mogelijkheid om 3 recreatiewoningen met bijbehorende verkeersgeneratie te vervallen, wat een positieve invloed heeft op de luchtkwaliteit. Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de realisatie van bijbehorend project. 4.3.3
Conclusie
Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor deze ontwikkeling.
4.4
Geur
4.4.1
Wettelijk kader
De instructieregels van het Bkl voor geur zijn gericht op geurgevoelige gebouwen. In de aanwijzing van geurgevoelige gebouwen is de functie bepalend. Hierbij kan gedacht worden aan wonen, onderwijs of zorg. Geurnormen voor het houden van dieren bestaan voor sommige diersoorten uit afstanden en voor sommige diersoorten uit geurwaarden. Deze normen staan in het Omgevingsplan
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Tottenhamstraat 17 en 21 Dedemsvaart | PAGINA 22
(paragraaf 22.3.6). De geurnormen beogen mede een omgekeerde werking te hebben. De normen dienen niet alleen als toetsingskader voor milieuvergunningen, maar geven ook aan welke geurbelasting de gemeente aanvaardbaar vindt op het platteland. 4.4.2
Situatie plangebied
De bestaande bedrijfswoning is al geurgevoelig. Met de omzetting naar een reguliere woonfunctie wijzigt de geurgevoeligheid niet. Het is in het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties wel nodig om te beoordelen dat voor de woning sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Hiervoor is er een quicscan geur uitgevoerd (Bijlage 2), om de geurbelasting in kaart te brengen. De voorgrondgeurbelasting ter plaatse van de woning bedraagt hoogstens 9,7 OUE/m3. Er wordt niet voldaan aan de geurnorm van 8,0 OUE/m3. Wel wordt voldaan aan de grenswaarde van 14,0 OUE/m3. De achtergrondgeurbelasting bedraagt ten hoogste 5,12 OUE/m3. 4.4.3
Conclusie
Het aspect 'geur' vormt geen belemmering voor dit plan.
4.5
Trillingen
4.5.1
Wettelijk kader
Het omgevingsaspect trillingen is geregeld in paragraaf 22.3.5 van het omgevingsplan. Daarin worden regels gesteld aan trillingen in een trillinggevoelige ruimte van een trillinggevoelig gebouw. Er gelden maximale waarden voor continue trillingen en voor herhaald voorkomende trillingen. De maximale waarden zijn opgenomen in de tabellen in artikel 22.88 van het omgevingsplan en 5.87a van het Bkl. 4.5.2
Situatie plangebied
Op basis van de Handreiking nieuwbouw en spoortrillingen is het onderzoeksgebied in beginsel 100 meter. Het plangebied ligt op ongeveer 7,8 km van een spoorlijn. Hiermee is aannemelijk dat het trillingsniveau niet boven de streefwaarde uitkomt. 4.5.3
Conclusie
Vanuit het aspect trillingen is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
4.6
Licht
4.6.1
Wettelijk kader
Licht kan wenselijk zijn of juist hinderlijk. Vanuit gezondheidsoogpunt is het belangrijk dat er voldoende daglicht in bouwwerken komt. Dit heet daglichttoetreding. In het Bbl staan regels voor voldoende daglicht in bouwwerken (nieuwbouw). Deze verschillen per gebruiksfunctie en soort ruimte. Kunstlicht kan leiden tot diverse vormen van lichthinder. Kunstlicht komt van (autosnel)wegen, woonkernen, industrie- en bedrijventerreinen, glastuinbouw en sportterreinen. De provincie heeft voor sommige gebieden 'donkerte' als waarde bepaald.
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Tottenhamstraat 17 en 21 Dedemsvaart | PAGINA 23
4.6.2
Situatie plangebied
Lichtuitstraling hoort bij een woonfunctie. Het gaat hier om een bestaand perceel, waardoor de lichtuitstraling niet toeneemt. Het is de verwachting dat deze zal afnemen, omdat één woning minder licht uitstraalt dan drie recreatiewoningen. Onnodige verlichting wordt zoveel mogelijk voorkomen. 4.6.3
Conclusie
Vanuit het aspect licht is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Tottenhamstraat 17 en 21 Dedemsvaart | PAGINA 24
Hoofdstuk 5 5.1
Bescherming van de waterbelangen
Algemeen
Nederland is een waterland. De opgaven op het terrein van water zijn groot en worden in de toekomst alleen maar groter. Om ons land ook voor de komende generaties veilig, aantrekkelijk en leefbaar te houden, is het Nationaal Water Programma 2022-2027 (NWP) ontwikkeld. Dit NWP beschrijft de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en het beheer van de rijkswateren en rijksvaarwegen. De provincie houdt toezicht op de waterschappen en is verantwoordelijk voor veilig drinkwater. Ook zorgt zij voor de plannen voor waterbeheer in de regio. Ook is de provincie verantwoordelijk voor vergunningverlening voor drinkwaterwinning. De ambities zijn gericht op de verbetering van de kwaliteit van de kleinere wateren, de veiligheid, de grondwaterbescherming, bestrijding van wateroverlast, de kwantiteit en kwaliteit van gronden oppervlakte water en waterbeleving. De waterschappen beheren water en waterkeringen (dijken) en zuiveren afvalwater. Ook zorgen zij voor de kleine waardevolle wateren, zoals vennen en bronnetjes. Voor grotere rivieren, meren en kanalen en grondwaters bestaat de Europese Kaderrichtlijn. Om te voldoen aan de eisen van de Kaderrichtlijn Water hebben de waterschappen een Waterbeheerplan opgesteld. Het waterbeheerprogramma gaat in op alle aspecten van het watersysteembeheer (met uitzondering van het rioleringsbeheer en de drinkwaterzorg).
Het waterbeheerprogramma beschrijft welke maatregelen het waterschap wil nemen. Bij nieuwe plannen dient rekening te worden gehouden met de waterhuishoudkundige situatie. Dit houdt in dat de gevolgen van het plan op de waterbelangen beschreven moeten worden. Een belangrijk instrument hierbij is de watertoets. De waterbelangen en waterhuishoudkundige doelstellingen worden hierbij afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen gaan over zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). 5.2
Watertoets
Voor dit plan is gebruikt gemaakt van de digitale watertoets. Hierdoor wordt ook het betrokken waterschap geïnformeerd. In dit geval is dat het waterschap Vechtstromen. De beantwoording van de vragen heeft geleid tot de 'geen belang procedure'. De uitkomst van de watertoets is opgenomen in Bijlage 1. Het plan voorziet uitsluitend in een functievereandering van bestaande bebouwing. Er vindt geen aanpassing van bebouwing of ruimte plaats. Waterschap Vechtstromen heeft geen bezwaar tegen het voornemen.
5.3
Conclusie
Het initiatief is niet in strijd met de waterbelangen.
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Tottenhamstraat 17 en 21 Dedemsvaart | PAGINA 25
Hoofdstuk 6 6.1
Waarborgen van de veiligheid
Wettelijk kader
Bij een evenwichtige toedeling van functies aan locaties moet ook gekeken worden naar de gevolgen van rampen. Daarvoor zijn in het Bkl risicobronnen aangewezen. Het gaat om: Activiteiten met gevaarlijke stoffen bij bedrijven. Dit zijn verschillende milieubelastende activiteiten uit het Besluit activiteiten leefomgeving. Het basisnet vervoer gevaarlijke stoffen (weg, water en spoor). Buisleidingen met gevaarlijke stoffen die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteiten leefomgeving. Windturbines die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteit leefomgeving. Deze risicobronnen hebben aandachtsgebieden. Ze zijn digitaal te raadplegen in het Register Externe Veiligheid. Binnen een aandachtsgebied worden bij voorkeur geen kwetsbare gebouwen of locaties gerealiseerd. En ook geen beperkt kwetsbare gebouwen of locaties of zeer kwetsbare gebouwen. Soms kan dat toch, bijvoorbeeld als er extra maatregelen worden getroffen die worden vastgelegd in voorschriftengebieden. Denk bijvoorbeeld aan extra bouweisen.
6.2
Situatie plangebied
De risico's ten aanzien van externe veiligheid zijn in te zien in onderstaande afbeelding. Het plangebied van de compensatiewoning aan de Tottenhamstraat 17 is aangegeven met een blauwe ster.
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Tottenhamstraat 17 en 21 Dedemsvaart | PAGINA 26
Afbeelding 6.1 Uitsnede externe veiligheidskaart (bron: atlasleefomgeving.nl) Het plangebied ligt in een brandaandachtsgebied van vier gasleidingen. In deze gebieden moet de gemeente rekening houden met het groepsrisico. Daarbij gaat het om de kans per jaar dat tien of meer personen overlijden als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen een aandachtsgebied. Dit staat in het eerste lid van artikel 5.15 van het Bkl. Het plan betreft de omzetting van de functie recreatie naar wonen. De al aanwezige functie recreatie is gevoelig. De nieuwe woonfunctie is niet gevoeliger. De hoeveelheid mensen in het gebied neemt planologisch gezien af, omdat er drie recreatiewoningen worden wegbestemd. Er hoeft dan ook geen nadere toetsing plaats te vinden.
6.3
Conclusie
Vanuit het aspect externe veiligheid is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Tottenhamstraat 17 en 21 Dedemsvaart | PAGINA 27
Hoofdstuk 7 Bescherming van landschappelijke en stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed 7.1
Cultureel erfgoed
7.1.1
Wettelijk kader
Bij het beschermen van cultureel erfgoed moet de gemeente rekening houden met bepaalde uitgangspunten. In artikel 5.130 lid 2 Bkl staan instructieregels voor de gemeente. Deze gaan over: beschadiging of sloop van beschermde monumenten of archeologische monumenten; verplaatsing van beschermde monumenten; gebruik van monumenten ter voorkoming van leegstand; aantasting van de omgeving van een beschermd monument; aantasting van karakteristieke stads- en dorpsgezichten en cultuurlandschappen; in stand houden van archeologische monumenten. De aspecten cultuurhistorie (monumenten) en archeologie worden hierna uitgewerkt. 7.1.2
Cultuurhistorie
Onder cultuurhistorische waarden worden alle gebieden verstaan die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten. 7.1.2.1 Situatie plangebied Er bevinden zich binnen het plangebied zelf geen rijks- dan wel gemeentelijke monumenten. In de directe nabijheid van het plangebied is er geen sprake van bijzondere cultuurhistorische waarden. 7.1.2.2 Conclusie Het aspect cultuurhistorie is geen belemmering met betrekking tot het plan. 7.1.3
Archeologie
In de Erfgoedwet staat een archeologische zorgplicht wanneer de bodem wordt verstoord. Er is dan onderzoek noodzakelijk: het archeologisch vooronderzoek. Als blijkt dat er archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, dan kan de initiatiefnemer verplicht worden hiermee rekening te houden. 7.1.3.1 Situatie plangebied Er vinden geen bodemingrepen plaats in het plangebied. Een onderzoek naar de archeologische waarden is dan ook niet benodigd. 7.1.3.2 Conclusie Het aspect archeologie is geen belemmering voor het plan.
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Tottenhamstraat 17 en 21 Dedemsvaart | PAGINA 28
7.2
Ladder voor duurzame verstedelijking
7.2.1
Wettelijk kader
De Ladder voor duurzame verstedelijking is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand. Bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen wordt beoordeeld of er echt behoefte aan is. En of de ontwikkeling binnen het stedelijk gebied kan. De ladder is beleidsneutraal overgezet naar het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). De instructieregel in artikel 5.129g Bkl regelt dat bij een wijziging van het omgevingsplan voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling het toepassen van de ladder is vereist. Voor de toetsing aan de ladder is het noodzakelijk om inzicht te hebben in de volgende begrippen: 'bestaand stedelijk gebied' is 'het bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'. Een 'stedelijke ontwikkeling' is de 'ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelsvoorziening of een andere stedelijke voorziening die voldoende substantieel is'. Artikel 5.129g Bkl legt geen grens vast wat 'voldoende substantieel' is. In uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zijn wel lijnen uitgezet. Er is een overzichtsuitspraak (ECLI:NL:RVS:2017:1724) over de Ladder.
De Afdeling geeft hierin geen harde ondergrenzen, maar stelt wel 'in beginsel' grenzen. 7.2.2
Toetsing aan de Ladder voor duurzame verstedelijking
Uit de overzichtsuitspraak (ABRvS 28 juni 2017 ECLI:NL:RVS:2017:1724, 201608869/1/R3) blijkt dat het realiseren van 11 woningen niet wordt gezien als stedelijke ontwikkeling. Er wordt een bedrijfswoning omgezet naar een reguliere woning. De ladder voor duurzame verstedelijking is daarmee niet van toepassing.
7.3
Landschappelijke waarden
7.3.1
Wettelijk kader
Voor de bescherming van het landschap geldt het Europees landschapsverdrag. Dit verdrag erkent dat landschappen een onderdeel zijn van de fysieke leefomgeving. In artikel 1.2 lid 1 sub g Omgevingswet staat dat 'landschappen' een onderdeel zijn van het fysieke leefomgeving. Het landschapsbeleid kan door Rijk, provincie of gemeente in een omgevingsvisie zijn vastgelegd. De gemeente Hardenberg heeft dit gedaan middels de Landschap Identiteits Kaarten. 7.3.2
LIK (Landschap Identiteit Kaart)
De gemeente heeft voor het gebied een Landschap-Identiteit-Kaart (LIK) gemaakt. In de LIK wordt de identiteit van het gebied bepaald. Op deze wijze wil de gemeente de ruimtelijke kwaliteit van het gebied versterken. Het plangebied valt binnen het LIK gebied 'Dedemsvaart Zuid - Rheezerveen - Heemserveen' en het landschapstype 'open veenontginningslandschap'. De gemeente wil regie voeren op de ontwikkeling van het landelijk gebied. De identiteit van het gebied komt voort uit de ontstaansgeschiedenis en de daarmee samenhangende landschapstypen. In de LIK is daarom een onderscheid gemaakt tussen de verschillende landschapstypen die in het gebied voorkomen. Vervolgens is voor het gebied een overzicht gemaakt met de waardevolle en storende kenmerken. Er is ook een visie (wensbeeld) op
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Tottenhamstraat 17 en 21 Dedemsvaart | PAGINA 29
de toekomstige ontwikkelingen gegeven. Toetsing Doordat er geen aanpassing van de fysieke staat van het plangebied plaatsvindt, veranderd er niets in de huidige aanwezige landschappelijke kenmerkende waarden. De LIK is gekoppeld aan de regels ter bescherming van de landschappelijke kenmerkende waarden. Hiermee is het plan in overeenstemming. 7.4
Ruimtelijke kwaliteit en welstand
Het is wenselijk dat bouwplannen voor gebouwen van goede kwaliteit zijn. En dat ze passen in het bebouwingsbeeld. Er zijn twee welstandsnota's, een voor de stads- en dorpskernen en een voor het buitengebied. Voor het buitengebied is dat de 'Welstandsnota Buitengebied'. Deze nota is vastgesteld op 3 december 2013. Het plangebied ligt in het buitengebied van de gemeente. Daarom is deze van toepassing. 7.4.1
Welstandsnota Buitengebied
Voor Hardenberg zijn drie gebieden te onderscheiden op basis van de gebiedskarakteristieken. In onderstaande afbeelding zijn de grootste verschillen weergegeven.
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Tottenhamstraat 17 en 21 Dedemsvaart | PAGINA 30
Afbeelding 7.1: Uitsnede welstandsgebieden (Bron: Gemeente Hardenberg) De gemeente onderscheidt per gebied drie niveaus van welstand. Niveau 0 (laag): geen eisen op het gebied van welstand. Niveau 1 (midden): specifieke ambitie voor de beeldkwaliteit. Gericht op het behoud van belangrijkste gebiedskenmerken van architectonische of landschappelijke aard. Niveau 2 (hoog): hoge ambitie ten aanzien van beeldkwaliteit. Bij gebieden en/of locaties met een hoge architectonische en landschappelijke waarde.
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Tottenhamstraat 17 en 21 Dedemsvaart | PAGINA 31
7.4.2
Toetsing aan de Welstandsnota
Het plangebied aan de Tottenhamstraat ligt in een open veenontginningslandschap en heeft niveau 1 voor de welstand. Doordat er geen fysieke wijzigingen plaatsvinden in het plangebied blijven de bestaande gebiedskenmerken behouden.
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Tottenhamstraat 17 en 21 Dedemsvaart | PAGINA 32
Hoofdstuk 8 8.1
Natuurbescherming
Algemeen
De natuur maakt onderdeel uit van de fysieke leefomgeving. Bij natuurbescherming gaat het om de bescherming van gebieden en de bescherming van soorten. In dit hoofdstuk komt aan de orde hoe dit plan rekening houdt met de bescherming hiervan.
8.2
Gebiedsbescherming
8.2.1
Natura 2000-gebieden
8.2.1.1 Wettelijk kader Natura 2000 is een samenhangend netwerk van natuurgebieden in Europa. In deze gebieden worden dieren, planten en hun leefomgeving beschermd. Activiteiten die significante negatieve gevolgen kunnen hebben voor deze gebieden worden gedefinieerd als Natura 2000-activiteiten. Deze activiteiten zijn op basis van artikel 5.1 lid e van de Omgevingswet vergunningplichtig. 8.2.1.2 Situatie plangebied Natura 2000-gebied Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is 'Vecht- en Beneden-Reggegebied'. Dit ligt op circa 8 kilometer afstand van het plangebied. Gelet op de onderlinge afstand is directe hinder (bijv. geluid, verstrooiing van licht, etc.) niet aan de orde.Naast directe hinder wordt tevens gekeken naar de mogelijke toename van stikstofdepositie op kwetsbare habitattypen binnen Natura 2000-gebieden. In dit geval kan op basis van aard en omvang van de beoogde ontwikkeling in combinatie met de afstand tot het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid worden uitgesloten dat sprake is van een significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden. Daarnaast is er geen sprake van sloop en/of nieuwbouw. Het aantal verkeersbewegingen neemt af. 8.2.2
Natuurnetwerk Nederland (NNN)
8.2.2.1 Wettelijk kader Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is de kern van het Nederlandse natuurbeleid. Het NNN is in provinciale omgevingsvisies- en verordeningen uitgewerkt. In het NNN geldt het 'nee, tenzij'- principe. In principe zijn er geen ontwikkelingen toegestaan als zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied aantasten. De bescherming van het NNN kent geen externe werking. 8.2.2.2 Situatie plangebied Het dichtstbijzijnde deel van het NNN ligt op circa 586 meter afstand van het plangebied aan de Tottenhamstraat 17 te Dedemsvaart. Gezien het feit dat het plan buiten een NNN-gebied valt en gezien de aard en de omvang van het plan wordt er geconcludeerd dat er geen aantasting plaatsvindt van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN-gebied. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing aangevraagd te worden.
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Tottenhamstraat 17 en 21 Dedemsvaart | PAGINA 33
8.2.3
Conclusie
Dit plan leidt niet tot negatieve effecten op beschermde gebieden.
8.3
Soortenbescherming
8.3.1
Wettelijk kader
Onder de Omgevingswet zijn veel dier- en plantsoorten beschermd. Sommige activiteiten kunnen gevolgen hebben voor dieren en planten in het wild. Dit zijn flora- en fauna-activiteiten. Bij een activiteit is het nodig om te controleren of er soorten aanwezig zijn en welke soorten dit zijn. Er zijn maar weinig activiteiten waarbij vooraf al is uit te sluiten dat ze een flora- en fauna-activiteit tot gevolg hebben. Hoofdstuk 11 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) bepaalt wanneer een vergunning nodig is. 8.3.2
Situatie plangebied
Vanwege het feit dat er enkel een planologisch-juridische wijziging plaatsvindt en geen fysieke wijzigingen in het plangebied kan er gesteld worden dat er geen quickscan flora en fauna plaats hoeft te vinden. 8.3.3