Bijlage 2a - Regels, toelichting en bijlagen bestemmingsplan "Buitengebied Hardenberg, Meester van Engbrinkstraat ong. Bruchterveld"
Tekst van het document
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Meester van Engbrinkstraat ong. Bruchterveld | PAGINA 51
het effectief en efficiënt behandelen van afvalwater in de afvalwaterzuiveringsinstallaties.
6.2
Waterparagraaf
6.2.1
Algemeen
Zoals in voorgaande paragrafen uiteen is gezet, wordt in het moderne waterbeheer (waterbeheer 21e eeuw) gestreefd naar duurzame, veerkrachtige watersystemen met minimale risico's op wateroverlast of watertekorten. Belangrijk instrument hierbij is de watertoets, die sinds 1 november 2003 in ruimtelijke plannen is verankerd. In de toelichting op ruimtelijke plannen dient een waterparagraaf te worden opgenomen. Hierin wordt verslag gedaan van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishoudkundige situatie (watertoets). Het doel van de watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). 6.2.2
Watertoetsprocedure
Het waterschap Vechtstromen is geïnformeerd over het plan door gebruik te maken van de digitale watertoets. De beantwoording van de vragen heeft er toe geleid dat de zogenoemde 'korte procedure' van de watertoets wordt toegepast. De bestemming en de grootte van het plan hebben een geringe invloed op de waterhuishouding. Het watertoetsresultaat is opgenomen in Bijlage 5 bij deze toelichting. De procedure in het kader van de watertoets is goed doorlopen. Het waterschap Vechtstromen geeft een positief wateradvies.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Meester van Engbrinkstraat ong. Bruchterveld | PAGINA 52
Hoofdstuk 7 7.1
Juridische aspecten en planverantwoording
Inleiding
In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op het plangebied, het relevante beleid en de milieu- en omgevingsaspecten. De informatie uit deze hoofdstukken is gebruikt om keuzes te maken bij het maken van het juridische deel van het bestemmingsplan: de verbeelding en de regels. In dit hoofdstuk wordt dieper ingegaan op de opzet van dit juridische deel. Daarnaast wordt een verantwoording gegeven van de gemaakte keuzes op de verbeelding en in de regels. Dat betekent dat er wordt aangegeven waarom een bepaalde functie ergens is toegestaan en waarom bepaalde bebouwing daar acceptabel is. 7.2
Opzet van de regels
7.2.1
Algemeen
In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) die op 1 juli 2008 in werking is getreden, is de verplichting opgenomen om ruimtelijke plannen en besluiten digitaal vast te stellen. De digitaliseringsverplichting geldt vanaf 1 januari 2010. In de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening is vastgelegd dat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) de norm is voor de vergelijkbaarheid van bestemmingsplannen. Naast de SVBP zijn ook het Informatiemodel Ruimtelijke Ordening en de Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten normerend bij het vastleggen en beschikbaar stellen van bestemmingsplannen. De SVBP geeft normen voor de opbouw van de planregels en voor de digitale verbeelding van het bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan is opgesteld conform de normen van de SVBP2012. Het juridisch bindend gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit planregels en bijbehorende verbeelding waarop de bestemmingen zijn aangegeven. De verbeelding en de planregels dienen in samenhang te worden bekeken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: 1. Hoofdstuk 1 Inleidende regels; 2. Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels; 3. Hoofdstuk 3 Algemene regels; 4. Hoofdstuk 4 Overgangs-en slotregels. 7.2.2
Inleidende regels
Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied en bevatten: Begrippen (Artikel 1) In dit artikel zijn definities van de in de regels gebruikte begrippen opgenomen. Hiermee is een eenduidige interpretatie van deze begrippen vastgelegd. Wijze van meten (Artikel 2) Om op een eenduidig manier afstanden, oppervlaktes en inhoud van gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bepalen wordt in de wijze van meten uitleg gegeven wat onder de diverse begrippen wordt verstaan. 7.2.3
Bestemmingsregels
Dit hoofdstuk bevat de juridische vertaling van de in het plangebied voorkomende bestemmingen. De regels zijn onderverdeeld in o.a.:
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Meester van Engbrinkstraat ong. Bruchterveld | PAGINA 53
Bestemmingsomschrijving: omschrijving van de activiteiten die zijn toegestaan; Bouwregels: eisen waaraan de bebouwing moet voldoen (bouwhoogte, inhoudsmaat, etc.); Afwijken van de bouw- en gebruiksregels: onder welke voorwaarde mag afgeweken worden van de aangegeven bouw- en gebruiksregels; Specifieke gebruiksregels: welk gebruik van gronden en opstallen in ieder geval strijdig zijn; Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden; Wijzigingsbevoegdheid: onder welke voorwaarde het plan mag worden gewijzigd. In paragraaf 7.3.1 worden de bestemmingen nader toegelicht. 7.2.4
Algemene regels
Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied. Dit hoofdstuk is opgebouwd uit: Artikel 4 Anti-dubbeltelregel Deze regel is opgenomen om een ongewenste verdichting van de bebouwing te voorkomen. Deze verdichting kan zich met name voordoen, indien een perceel of een gedeelte daarvan, meer dan één keer betrokken wordt bij de berekening van een maximaal bebouwingspercentage. Artikel 5 Algemene bouwregels In dit artikel zijn regels opgenomen ten aanzien van bestaande afmetingen en afstanden en afstanden tot wegen. Artikel 6 Algemene afwijkingsregels In dit artikel worden de algemene afwijkingsregels beschreven. Deze regels maken het mogelijk om op ondergeschikte punten van de regels in het bestemmingsplan af te wijken. Artikel 7 Algemene wijzigingsregels In dit artikel worden de algemene wijzigingsregels beschreven. Deze regels geven burgemeester en wethouders de bevoegdheid om het plan op de in de regels genoemde punten te wijzigen. Artikel 8 Overige regels In dit artikel zijn enkele overige regels opgenomen met betrekking tot de werking van wettelijke regelingen, afstemming welstandstoets, uitsluiting seksinrichting, afstemming APV en evenementen, parkeergelegenheid en laad- en losmogelijkheden. 7.2.5
Overgangs- en slotregels
In dit hoofdstuk staan de overgangs- en slotregels. In de overgangsregels is aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties die in strijd zijn met dit bestemmingsplan. In de slotregel wordt aangegeven hoe het bestemmingsplan wordt genoemd.
7.3
Verantwoording van de regels
7.3.1
Bestemmingen
Kenmerk van de Nederlandse ruimtelijke ordeningsregelgeving is dat er uitgegaan wordt van toelatingsplanologie. Een bestemmingsplan geeft aan welke functies waar zijn toegestaan en welke bebouwing mag worden opgericht. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan zijn keuzes gemaakt over welke functies waar worden mogelijk gemaakt en is gekeken welke bebouwing stedenbouwkundig toegestaan kan worden. Het is noodzakelijk dat het bestemmingsplan een compleet inzicht biedt in de bouw- en gebruiksmogelijkheden binnen het betreffende plangebied. Het bestemmingsplan is het juridische toetsingskader dat bindend is voor de burger en overheid en geeft aan wat de
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Meester van Engbrinkstraat ong. Bruchterveld | PAGINA 54
gewenste planologische situatie voor het plangebied is. Wonen - Besloten veenontginningslandschap (Artikel 3) Ter plaatse van het gewenste woonperceel is de bestemming 'Wonen - Besloten veenontginningslandschap' opgenomen. De gronden zijn bestemd voor wonen, met inbegrip van aan-huis-gebonden beroepen, tuinen en erven. Hieraan ondergeschikt zijn tevens bed & breakfast en statische opslag in bestaande gebouwen toegestaan. Per bestemmingsvlak is één vrijstaande woning toegestaan. Bij de benadering van de compensatiewoning is uitgegaan van een maximale inhoud, namelijk 750 m3. Daarnaast bevat het bestemmingsplan een afwijking waarmee de inhoud van de woning kan worden vergroot tot 1.000 m3, mits het erf wordt ingepast aan de hand van een ruimtelijk kwaliteitsplan. De gezamenlijke oppervlakte aan bijgebouwen bij de compensatiewoning mag niet meer bedragen dan 100 m2. In de specifieke gebruiksregels is een voorwaardelijke verplichting ten aanzien van de landschappelijke inpassing opgenomen. De voorwaardelijke verplichting voorziet in een borging van de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen zoals opgenomen in het ruimtelijk kwaliteitsplan (Bijlage 2 van de regels).
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Meester van Engbrinkstraat ong. Bruchterveld | PAGINA 55
Hoofdstuk 8
Economische uitvoerbaarheid
Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. De gemeentelijke kosten zijn beperkt tot de ambtelijke kosten, welke worden verhaald middels de gemeentelijke legesverordening. Eventuele planschade komt voor rekening van de initiatiefnemer. Hiertoe is een anterieure overeenkomst gesloten tussen initiatiefnemer en de gemeente. Hiermee is het kostenverhaal anderszins verzekerd en is op grond van artikel 6.12 Wro geen exploitatieplan nodig.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Meester van Engbrinkstraat ong. Bruchterveld | PAGINA 56
Hoofdstuk 9
9.1
Vooroverleg, inspraak en zienswijzen
Vooroverleg
Op grond van artikel 3.1.1 Bro is vooroverleg vereist met het waterschap en met de diensten van de provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. 9.1.1
Het Rijk
In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Geoordeeld wordt dat dit bestemmingsplan geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk. 9.1.2
Provincie Overijssel
Het plan wordt is in het kader van het wettelijk vooroverleg aan de provincie Overijssel voorgelegd. De provincie heeft geen bezwaren tegen de ontwikkeling kenbaar gemaakt. 9.1.3
Waterschap Vechtstromen
In het kader van de watertoets heeft er een digitale watertoets plaatsgevonden via de website www.dewatertoets.nl. De uitkomsten van deze watertoets hebben geleid tot de 'korte procedure'. Het waterschap geeft een positief wateradvies. De beantwoording van de vragen heeft er niet toe geleid dat er nader overleg met het waterschap moet worden gevoerd.
9.2
Inspraak
Conform de gemeentelijke inspraakverordening kan het bestuursorgaan zelf besluiten of inspraak wordt verleend bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid. In het voorliggende geval wordt geen voorontwerp bestemmingsplan ter inzage gelegd door het college van Burgemeester en Wethouders.
9.3
Zienswijzen
Het ontwerpbestemmingsplan heeft voor een periode van zes weken als ontwerp ter inzage gelegen. In deze periode zijn er géén zienswijzen ingediend. Dit bestemmingsplan kan dan ook ongewijzigd worden vastgesteld door de gemeenteraad van de gemeente Hardenberg.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Meester van Engbrinkstraat ong. Bruchterveld | PAGINA 57
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Meester van Engbrinkstraat ong. Bruchterveld | PAGINA 58
Bijlagen bij de toelichting
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Meester van Engbrinkstraat ong. Bruchterveld | PAGINA 59
Bijlage 1
Ruimtelijk kwaliteitsplan
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Meester van Engbrinkstraat ong. Bruchterveld | PAGINA 60
ruimtelijk kwaliteitsplan Meester Engbrinkstraat ong. Bruchterveld
Door:
dé Erfontwikkelaar b.v. Radewijkerweg 9 7791 RJ Radewijk
Telefoonnummer E-mail Internet Project Auteur Datum laatst gewijzigd Bestandsnaam Aantal pagina’s
06 24 88 38 28 herbert@erfontwikkelaar.nl www.erfontwikkelaar.nl 2254 H. Oldehinkel 23 sept. 2022 2254-001.indd 11
Niets uit dit document mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en/of dé Erfontwikkelaar b.v.
INHOUDSOPGAVE 1 INTRODUCTIE
1
2 VIGEREND BELEID
4
2.1.
omgevingsvisie overijssel
4
2.2.
gemeente hardenberg
4
2.3.
landschapsidentiteitskaarten5
3 B E S TA A N D E S I T U AT I E
6
3.1.
ruimtelijk onderbouwing
9
3.2.
samenvatting maatregelen
9
1 INTRODUCTIE dé Erfontwikkelaar b.v. heeft het voorliggende ruimtelijk kwaliteitsplan opgesteld naar aanleiding van de ontwikkelingen aan de Meester Engbrinksstraat te Bruchterveld. Initiatiefnemer wil hier middels de beleidsnotitie ‘Erven met kwaliteit’ een woning bouwen. De gemeente Hardenberg wil hier in principe aan meewerken mits er elders in de gemeente Hardenberg min. 850 m2 landschapsontsierende gebouwen worden gesloopt met asbestdak. Daarnaast moet de gewenste ambitie voor de ruimtelijke kwaliteit op de beoogde te bouwen plek geborgd worden. De instandhouding dan wel verbetering van deze ruimtelijke kwaliteit is ook beleidsmatig ingebed in de provinciale Omgevingsvisie en –verordening. Dit betekent dat landschappelijke maatregelen dienen te worden getroffen om de ruimtelijke kwaliteit op het perceel te versterken. Het gemeentelijk beleid in deze beoogt dat de bestaande (cultuurhistorische) kwaliteit een belangrijke rol speelt bij de uitstraling en uitdraging van de karakteristiek van het gebied. De gemeente heeft hiervoor de LandschapsIdentiteitskaarten als beleidskader opgesteld. Naast het vigerend beleid zijn ook de wensen van opdrachtgever opgenomen in het plan.
1
lo catie plangebie d
Mees
ter E n
gbrin
kstra at
inrit
locatie woning bestaande singel
bestaande bomenrij
2
Het plangebie d lig t op de rand van de kern Bruchterveld en b est aat uit e en weiland.
plangebied en omgeving rond 1900
plangebied en omgeving rond 1950
plangebied en omgeving rond 2010
3
2 VIGEREND BELEID
graven, verder ontwaterd en weer als landbouwgrond in cultuur gebracht. En daarmee onderdeel geworden van het veenkolo-
2.1.
OMGEVINGSVISIE OVERIJSSEL
niaal landschap. Andere delen zijn door landinrichtingswerken
De Provincie Overijssel heeft het Streekplan, het verkeer- en
minder herkenbaar geworden.
vervoerplan, het waterhuishoudingsplan en het milieube-
De hoogveenontginningslandschappen zijn te herkennen aan
leidsplan samengevoegd tot de Omgevingsvisie. Het vormt
de opstrekkende verkavelingen, een min of meer grillig patroon
het provinciale beleidsplan voor de fysieke leefomgeving van
van wegen en paden en de vele elzensingels. Reliëfrijk, vanwege
Overijssel. De Provincie Overijssel stuurt op ruimtelijke kwali-
het niet vergraven van delen, waar de veenpakketten dun wa-
teit en duurzaamheid. Bestaande kwaliteiten moeten worden
ren. Het landschapstype is afwisselend meer of minder open.
beschermd en er moeten verbindingen worden gelegd tussen deze bestaande kwaliteiten en nieuwe ontwikkelingen. Dat wil
2.2.
zeggen dat nieuwe ontwikkelingen moeten bijdragen aan de
Visienota Buitengebied Hardenberg
verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Voor het behoud en
De Visienota Buitengebied van de gemeente Hardenberg (2006)
het versterken van de ruimtelijke kwaliteit vormen essentiële
is een ruimtelijke visie voor het buitengebied van de gemeente
gebiedskenmerken het uitgangspunt.
Hardenberg. Het perceel valt in gebied 4 Collendoorn, Bruchter-
GEMEENTE HARDENBERG
veld en Radewijk. Gebiedskenmerken Middels een verdeling in 4 lagen zijn de gebiedskenmerken
In de Visienota Buitengebied worden, op hoger niveau, gebieds-
binnen de Omgevingsvisie toegelicht:
kenmerken beschreven en ontwikkelingsrichtingen aangegeven.
De natuurlijke laag De laag van het agrarisch-cultuur landschap De stedelijke laag De laag van de beleving
Dit is in LIK’s en de Ontwikkelingsvisie verder uitgewerkt.
Toelichting: Hoogveenontginningslandschap/Veenkoloniaal Vanuit linten werd het omliggende hoogveengebied middels opstrekkende verkavelingen, vrij kleinschalig, grotendeels
veenkoloniaal
agrarisch cultuurlandschap
Gebiedskenmerken Landschapstype: heideontginning (omgeving Bruchterveld) Landschapskenmerken: Kleinschalig landschap Eikenbomen - singels Licht glooiend landschap Verspreid bebouwingspatroon
ontgonnen. Dit was het gevolg van de wens tot vergroting van
hoogveenontginningslandschap
het landbouwareaal. Diepe afwateringskanalen werden niet ge-
Huidige functies: Landbouw , wonen en bedrijvigheid
graven zodat veel veen onder het grondwater bleef zitten. Een
Ontwikkelingsrichting: Gemengd gebied
groot deel van dit landschapstype is dan ook later alsnog afge-
Functie: Wonen, (verbrede) landbouw en economie (bedrijven)
4
natuurlijke laag
2.3.
LANDSCHAPSIDENTITEITSKAARTEN
Het plangebied ligt in het besloten veenontginningslandschap. Uit het LIK (en het achtergronddocument) zijn die zaken aangehaald welke bruikbaar zijn voor het plan en de inrichting van het plangebied. Sterk: Verspreide bebouwing langs wegen; goed zichtbare rationele strokenverkaveling; wijkenstructuur herkenbaar in verkaveling; wegbeplanting; perceelgrensbeplanting (bomenrijen); bosstroken; rechthoekige erven; erven met erfbeplanting; kleinschalig half open landschap; ‘t Lijntje is overgang van besloten naar open veenlandschap; hoge biodiversiteit bosstroken met heiderestanten rondom Bruchterveld. Zwak: Niet landschappelijk ingepaste erven. Kansen: Verbeteren landschappelijke inpassing erven; ruimte voor kleinschalige economische functies; aanvullen groen blauw netwerk; aanleg en herstel perceelgrensbeplanting. Bedreigingen: Hoge geurbelasting ten westen van Bruchterveld; afname sloten- en wijkenstructuur.
5
landschapsidentiteitskaart Bruchterveld/Radewijk Hoogenweg
3 B E S TA A N D E S I T U AT I E Het plangebied ligt te noorden van de kern Bruchterveld. Momenteel bestaat het uit een weiland dat omringd wordt door een houtsingel. Aan de oostzijde is de meest recente uitbreiding van de kern Bruchterveld in uitvoering. Hier worden verschillende typen woningen gerealiseerd. Ten zuiden van het plangebied lstaan eveneens verschillende woningen. Het straatprofiel is sober en aan de zuidzijde voorzien van een voetpad. Ten westen staan enkele voormalige boerenerven. Er wordt hier al jaren niet meer geboert. Ruimtelijk gezien bestaat het uit woonboerderijen met enkele schuren die gezamenlijk een erf vormen. Naast de woonfunctie is er ook een recreatiebedrijf (de Wingerd) aanwezig. De verschijning van deze gebouwen zijn echter ook landelijk.
het plangebied
Het plangebied ligt in het groen verscholen. Volgens de landschapsidentiteitskaarten ligt het plangebied in het besloten veenontginningslandschap. Dit is te herkennen aan de rechtlijninge verkaveling en door de (relicten) van houtsingels en bomenrijen langs de perceelgrensen en
Belangrijkste ruimtelijke kenmerken:
groen op de erven. Ook komen er in het gebied blokvormi-
het plangebied ligt op de grens van de kern Bruchterveld en wordt zowel aan de zuidzijde als aan de oostzijde ingesloten door de bebouwde kom; het erf is onderdeel van het besloten veenontginningslandschap; bestaande beplantingstructuur rondom het perceel sluit aan op het karakter van het gebied het patroon in het gebied is rechtlijning (wegen/kavels); er is nagenoeg geen zicht op het plangebied; erven relatief besloten in het landschap; veel bomen op erven.
ge bosjes voor. (vaak waren dit gronden die te nat zijn voor de landbouw). De erven in de omgeving kenmerken zich door meer groen rondom de gebouwen en een meer half-open landschap De directe omgeving is echter stedelijk.
6
RUIMTELIJK K WA L I T EI T S P L A N Uitgangspunten initiatiefnemer: realsiatie compensatiewoning met bijgebouw; zonnepanelen op het dak van het bijgebouw, behouden bestaande waardevolle beplanting; ruimte om op het erf te keren en te parkeren. Uitgangspunten gemeente: sloop van min. 850 m2 aan landschapsontsierende bebouwing binenn de gemeente Hardenberg; verschijning van de woning moet passen in de omgeving; landschapelijk goed inpassen van het gehele erf enkel gebruik streekeigen beplanting; aansluiten op de gebiedskenmerken van het besloten hoogveenontginningslandschap zoals is omschreven in de LandschapsIdentiteitsKaarten. Uitgangspunten provincie: het erf moet aansluiten op de gebiedskenmerken (hoogveenontginningslandschap) volgens de Omgevingsvisie Overijssel; de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving is van toepassing. Dit wordt in hoofdstuk 3.2 weergegeven. het plangebied in Bruchterveld
7
laat je erf groeien!
Legenda
bestand
1. Bestaande gemengde haag behouden
2254
project
8
4. Bijgebouw (met zonnepanelen)
3
a3
schaal versie
7
6 4 2
5
het erfplan
Erfinrichtingsplan Meester Engbrinkstraat Bruchterveld
8. Bestaande bomen behouden
formaat
7. Bestaande houtsingel behouden
1 (3)
6. Nieuw aan te planten Hollandse linde
tekeningno
1
5. Bestaande houtsingel afzetten en beheren als hakhout enkele waardevolle bomen behouden
8
door
datum
3. Parkeren
23 sept. 2022
2. Nieuw te realiseren compensatiewoning
3.1.
RUIMTELIJK ONDERBOUWING
het erf, en nabij de woning worden twee Hollandse Linden
Het erf maakt deel uit van het besloten veenontginnings-
geplant. Deze verzachten het bouwvolume en accentueerd
landschapt. Hier is het landschap half open en worden de
de achterzijde van het erf. Het vloerpeil van de nieuw te
erven zowel ingepast met massieve beplanting als transpa-
bouwen woning met bijgebouw wordt afgeleid van het
rante bomenrijen. Het plangebied ligt op de overgang van
straatpeil. De tuin ten noorden van de woning zal het
de kern Bruchterveld naar het meer open buitengebied aan
huidge maaiveld aanhouden. Het hoogteverschil wordt
de noordzijde. De woning staat haaks of gelijk op/aan de
opgevangen middels een groen talud. Het erf moet logisch
kavelrichting en sluit aan op de bestaande groenstructuur.
overgaan naar het weiland. Keermuren of -wanden zijn
De woning wordt getoetst aan de welstandsnota.
daarbij niet wenselijk.
Het erf wordt met de nieuwbouw van de bestaande wo-
Op de grens van het bestaande erf naar de weide staat nu
ning en schuur landelijk ingericht. Daarbij is aandacht voor
een gemengde haag. Deze kan behouden blijven aangezien
een praktische indeling van het erf. Zo wordt er een ruimte
het een passende afscherming is.
ingericht om te keren/parkeren. Aan de westzijde is reeds een bestaande inrit waarmee ook de nieuwe kavel wordt
Gebiedsvreemde structuurdragende beplanting zijn niet
ontsloten.
toegestaan. Het erf is groot genoeg om ook schuttingen te weren. De noordzijde van het erf zal open blijven.
Bij het realiseren van de woning verlangd de gemeente Hardenberg dat het gehele erf landschappelijk goed wordt
3.2.
ingepast. Daarbij moeten de gebiedskenmerken van het
behoudt houtsingel aan de oostzijde van het plangebied afzetten houtsingel aan de zuidzijde, behouden struweel; behoudt van gemengde wilde haag aan de westzijde; aanplant Hollandse lindes op het erf ruimte om te keren/parkeren op eigen erf.
besloten veenontginningslandschap als basis gelden. Het genoemde plangebied ligt nu al vrij besloten in het landschap.. De waardevolle houtsingel aan de oostzijde kan behouden blijven. Wel is gekozen om deze houtsingel aan de zuidzijde af te zetten. Enkele waardevolle overstaande bomen kunnen behouden blijven. De bestaande struiken zullen vervolgens beheert worden als hakhout en per jaar voor 1/3 tot de grond worden afgezet. De woning wordt hiermee wel verzacht middels streekeigen groen maar niet verstopt achter een brede groenstrook. Ook behoudt de groenstrook dan een ecologische waarde. Centraal op 9
SAMENVATTING MAATREGELEN
2254-eip-1.vwx
bestand
2254
1.0
www.erfontwikkelaar.nl telnr: 06 24 88 38 28
1 : 500
schaal versie
Landschapsmaatregelen Meester Engbrinkstraat Bruchterveld
3
a3
5. Bestaande bomen behouden
formaat
4. Bestaande houtsingel behouden
1 (3)
1
tekeningno
3. Aanplant Hollandse linde - Tilia x vulgaris Aanplantmaat 16-18 Eindbeeld is een solitaire boom op het voorerf
datum
2. Bestaande houtsingel afzetten en beheren als hakhout enkele waardevolle bomen behouden
door
1. Bestaande gemengde haag behouden
23 sept. 2022
project
5
herbert
Legenda
4
2
laat je erf groeien! 10
de beplanting staat gesitueerd op de landschapsmaatregelen in de bijlage bomen met 2 boompalen en band; bomen in gras ook met 2 maaipalen 30cm; indien beplanting grenst aan terreinen die worden beweid door vee of waar men met voertuigen rijdt, dient deze beplanting te worden beschermd tegen vraatschade/ aanrijschade/verdichting van de wortelzone.
Bijlage 2
Bodemonderzoek
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Meester van Engbrinkstraat ong. Bruchterveld | PAGINA 75
Sigma Bouw & Milieu Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen Tel. (0591) 65 91 28 www.sigma-bm.nl email info@sigma-bm.nl
februari ’22
Onderwerp:
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN 5740+A1 Meester van Engbrinkstraat nr. 17 te Bruchterveld
Projectnummer:
22-M10216
Opdrachtgever:
BJZ.nu
Datum:
17 februari 2022
0
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Meester van Engbrinkstraat nr. 17 te Bruchterveld
onderwerp
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN 5740+A1 Meester van Engbrinkstraat nr. 17 te Bruchterveld
datum
17 februari 2022
projectnummer
22-M10216
in opdracht van
BJZ.nu Twentepoort Oost 16 7609 RG Almelo
uitgevoerd door
Sigma Bouw & Milieu Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen tel: (0591) 659128 fax:(0591) 659325
Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens de norm NEN-EN-ISO 9001:2015, het uitvoeren van milieukundige bodemonderzoeken en geotechnische onderzoeken Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Monsterneming Bouwstoffenbesluit SIKB 1000 protocol 1001: Monsterneming grond voor partijkeuringen”
Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek SIKB 2000 protocollen 2001, 2002 en 2018”
(het onderhavige onderzoek heeft uitsluitend betrekking op de beoordelingsrichtlijn BRL SIKB 2000, protocol 2001 en 2002)
Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar worden gemaakt door middels van druk, fotokopie, microfilm of anderszins zonder voorafgaande, schriftelijke toestemming van de opdrachtgever of Sigma Bouw & Milieu.
februari ’22
1
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Meester van Engbrinkstraat nr. 17 te Bruchterveld
Inhoudsopgave 1
2
INLEIDING ....................................................................................................................................... 3 1.1
Algemeen................................................................................................................................. 3
1.2
Aanleiding van het bodemonderzoek ...................................................................................... 3
1.3
Doel van het onderzoek ........................................................................................................... 3
1.4
Referentiekader van het onderzoek ........................................................................................ 4
1.5
Opbouw van het rapport .......................................................................................................... 4
VOORONDERZOEK ........................................................................................................................ 5 2.1
3
4
Hypothese en onderzoeksstrategie ....................................................................................... 12
VELDONDERZOEK ....................................................................................................................... 13 3.1
Uitvoering van het veldonderzoek ......................................................................................... 13
3.2
Resultaten van het veldonderzoek ........................................................................................ 14
CHEMISCH-ANALYTISCH ONDERZOEK .................................................................................... 16 4.1
Onderzoeksprogramma chemisch-analytisch onderzoek ..................................................... 16
4.2
Toetsingscriteria .................................................................................................................... 17
4.3
Analyseresultaten en interpretatie ......................................................................................... 18
4.3.1
Milieuhygiënische kwaliteit grond ...................................................................................... 18
4.3.2
Milieuhygiënische kwaliteit grondwater ............................................................................. 20
5
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN .......................................................................................... 22
6
LITERTUURLIJST .......................................................................................................................... 26
7
COLOFON ...................................................................................................................................... 27
Bijlagen 1. Topografisch overzicht 1A.Historisch topografisch overzicht 2. Onderzoekslocatie met boorplan (1:500) 3. Beschrijvingen inspectiegaten/boringen/foto’s 4. Analysecertificaten 5. Onafhankelijkheidsverklaring
februari ’22
2
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Meester van Engbrinkstraat nr. 17 te Bruchterveld
1
INLEIDING
1.1
Algemeen
In opdracht van BJZ.nu is januari 2022 door Sigma Bouw & Milieu een verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 uitgevoerd op een deel van de locatie gelegen aan de Meester van Engbrinkstraat nr. 17 te Bruchterveld (gemeente Hardenberg). De plaats en situering van de onderzoekslocatie is weergegeven in bijlage 1 en 2. In dit onderzoek worden allereerst de locatiegegevens, de historische gegevens ofwel het bodemgebruik in het verleden evenals de resultaten van eventuele voorgaande bodemonderzoeken besproken. Vervolgens wordt de bodemopbouw, geologie en geohydrologie besproken. Op basis van de resultaten van het vooronderzoek is een onderzoekshypothese opgesteld. Het verdere onderzoek is op basis van deze hypothese uitgevoerd. De onderzoeksresultaten worden geïnterpreteerd. Aan de hand van de interpretatie van de onderzoeksresultaten wordt een eindconclusie geformuleerd. kwaliteitsborging: Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens de norm NEN-EN-ISO 9001:2015. Het verkennend milieukundig bodemonderzoek is uitgevoerd volgens de richtlijnen uit het besluit uitvoeringskwaliteit Bodembeheer (KWALIBO). Zo is de gehanteerde onderzoeksstrategie opgesteld volgens de normen NEN-5725 en NEN-5740 en zijn de veld- en laboratoriumwerkzaamheden uitgevoerd volgens geldende beoordelingsrichtlijnen en accreditatieschema’s.
De veldwerkzaamheden van Sigma Bouw & Milieu zijn verricht onder het procescertificaat BRL SIKB 2000 (Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek) waarvoor Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd en erkend door het ministerie van I&W. In het kader van het onderhavige onderzoek zijn de protocollen 2001 (plaatsen van handboringen en peilbuizen t.b.v. het nemen van grond- en grondwatermonsters) en 2002 (het nemen van grondwatermonsters) van toepassing. Sigma Bouw & Milieu verklaart bij deze volledig onafhankelijk te zijn in de uitvoering van het onderzoek en op geen enkele wijze gerelateerd te zijn aan de eigenaar van het te onderzoeken terrein.
1.2
Aanleiding van het bodemonderzoek
Aanleiding tot de uitvoering van dit verkennend milieukundig bodemonderzoek vormt de geplande nieuwbouw van een woning op de onderzoekslocatie.
1.3
Doel van het onderzoek
Het verkennend bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 heeft tot doel inzicht te verkrijgen in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en vast te stellen of er sprake is van bodemverontreiniging. Aan de hand van dit onderzoek wordt inzicht verkregen in hoeverre het bodemgebruik van de locatie heeft geleid tot verontreiniging. Op basis van de onderzoeksresultaten kan een milieuhygiënische beoordeling worden gegeven ten aanzien van de beoogde c.q. de toekomstige gebruiksmogelijkheden van de locatie. Indien uit de onderzoeksresultaten blijkt dat er sprake is van bodemverontreiniging zal worden beoordeeld of vervolgonderzoek noodzakelijk geacht wordt.
februari ’22
3
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Meester van Engbrinkstraat nr. 17 te Bruchterveld
1.4
Referentiekader van het onderzoek
Teneinde de kwaliteit van de grond op de onderhavige locatie juist in te schatten is de onderzoeksopzet van het bodemonderzoek gebaseerd op de onderzoeksstrategie voor verkennend bodemonderzoek, onderzoeksnorm NEN 5740+A1 (literatuur 1). 1.5
Opbouw van het rapport
In het voorliggende rapport komen de volgende aspecten aan de orde: vooronderzoek, (hoofdstuk 2) veldonderzoek, (hoofdstuk 3) chemisch-analytisch onderzoek, (hoofdstuk 4) conclusies en aanbevelingen, (hoofdstuk 5).
februari ’22
4
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Meester van Engbrinkstraat nr. 17 te Bruchterveld
2
VOORONDERZOEK
Het vooronderzoek wordt voorafgaand aan het feitelijke onderzoek (veld- en chemisch-analytisch onderzoek) uitgevoerd. Het vooronderzoek omvat het verzamelen van informatie over het vroegere en huidige gebruik van de onderzoekslocatie en de omgeving, onder meer gericht op het vinden van mogelijke bronnen van bodembelasting. De uitwerking van het vooronderzoek is gebaseerd op de onderzoeksnorm NEN 5725, strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek (literatuur 9). In de NEN-5725 (2017) zijn zeven aanleidingen tot vooronderzoek naar landbodems geformuleerd. Voor elke afzonderlijke aanleiding tot vooronderzoek dienen verschillende onderzoeksvragen te worden beantwoord. De verplicht te onderzoeken aspecten zijn per aanleiding omschreven in tabel 1. tabel 1: onderzoeksaspecten milieuhygiënisch vooronderzoek Onderzoeksaspecten 1. Locatiegegevens
Aanleiding tot vooronderzoek
Eigendomssituatie
A 0
B 0
C
D
Bodemopbouw Antropogene lagen in de bodem Geohydrologie
3. Verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit
Geval van ernstige bodemverontreiniging? Kwaliteit o.b.v. BKK O.b.v. uitgevoerde bodemonderzoeken
4. Gebruik en beïnvloeding van de locatie, verdachte situatie, activiteiten, ongewoon voorval
F
G
✓
Hoogteligging 2. Bodemopbouw en geohydrologie
E
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓ ✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓ ✓
0
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
0
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
0 ✓
✓
Voormalig Huidig Toekomstig Asbestverdacht?
✓
✓
✓
✓
✓
5. Terreinverkenning ✓ Verplicht onderzoeksaspect. Indien dit onderzoeksaspect niet van toepassing is, behoort dit in het rapport te worden vermeld en gemotiveerd 0 Optioneel
februari ’22
5
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Meester van Engbrinkstraat nr. 17 te Bruchterveld
aanleiding vooronderzoek Het onderhavige bodemonderzoek betreft een verkennend bodemonderzoek in het kader van de geplande nieuwbouw van een woning op de onderzoekslocatie. Het vooronderzoek is uitgevoerd op basis van aanleiding A, conform paragraaf 6.2.1 “opstellen hypothese bodemkwaliteit ten behoeve van een bodemonderzoek” uit de NEN-5725 (2017). geraadpleegde bronnen in het kader van het vooronderzoek Voor het vooronderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • informatie verstrekt door de opdrachtgever/eigenaar; • informatie van de gemeente Hardenberg (via email d.d. 16-12-2021) • informatie van de bodeminformatiekaart van de provincie Overijssel; • Bodemloket.nl; • Topotijdreis.nl; • Kadaster/BAG Viewer; • grondwaterkaart van Nederland; • AHN.nl; • Dinoloket.nl; • handelsbestand van de Kamer van Koophandel; • terreininspectie voorafgaand aan de veldwerkzaamheden . Het uitgevoerde vooronderzoek heeft betrekking tot de onderhavige onderzoekslocatie alsmede de aangrenzende percelen binnen een straal van 25 meter. De onderzoeksvragen voor het opstellen van de onderzoekshypothese en de gekozen onderzoeksstrategie zijn, voor zover relevant, in de onderstaande paragrafen nader uitgewerkt. locatiegegevens In tabel 2 is een overzicht van de basisinformatie/locatiegegevens weergegeven.
tabel 2: overzicht basisinformatie Adres Plaats Gemeente Topografisch overzicht Coördinaten Kadastrale aanduiding Eigendomssituatie Oppervlakte onderzoekslocatie (plangebied) Algemene omschrijving
Bebouwing en bouwjaar (Kadaster BAG) Terreinverharding
Ondergrondse infrastructuur Archeologische waarden Geplande herinrichting bijzonderheden: -
februari ’22
Meester van Engbrinkstraat nr. 17 Bruchterveld Hardenberg Zie bijlage 1 X = 241,382 Y= 505,839 Gemeente Ambt Hardenberg, perceel sectie AA nrs. 820 (ged.) / 1130 (ged.) Niet nagegaan. Ca. 1.450 m2 De onderzoekslocatie betreft een gedeelte van de locatie gelegen aan de Meester van Engbrinkstraat nr. 17 te Bruchterveld. Op het adres Meester van Engbrinkstraat nr. 17 te Bruchterveld staat een bestaande woning met twee bijgebouwen. De opdrachtgever is voornemens om ten noordwesten van de bestaande woning de nieuwbouw van een woning te realiseren. Het te bebouwen deel van de locatie is in gebruik als weideperceel. Het onderhavige onderzoek heeft betrekking op het terreindeel t.p.v. de nieuw te bouwen woning (plangebied). Het onderhavige onderzoek heeft betrekking op het terreindeel zoals opgenomen in bijlage 2. De bestaande woning dateert van 1998. De twee bijgebouwen dateren uit 2009 en 1968. De onderzoekslocatie, het beoogde plangebied, is onbebouwd. De onderzoekslocatie, het beoogde plangebied, is grotendeels onverhard. Een klein deel nabij de ingang van het weideperceel is verhard met bestrating. Geen informatie, bij grondwerk dient een KLIC-melding gedaan te worden. De locatie heeft op basis van de archeologische waardenkaart (IKAW) de vermelding "lage trefkans". De nieuwbouw van een woning.
6
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Meester van Engbrinkstraat nr. 17 te Bruchterveld
afbakening onderzoekslocatie Het onderhavige onderzoek, het geografisch besluitvormingsgebied, betreft het onderzochte deel van de locatie zoals weergegeven in bijlage 2. bodemgebruik op basis van topografische kaarten In de onderstaande tabel 3 is de beschikbare informatie weergegeven over het historisch, huidig en toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie en de directe omgeving. tabel 3: beschrijving bodemgebruik Omschrijving
Gebruik
Potentieel bodembedreigende activiteiten en situaties
Onderzoekslocatie Historisch (op basis van topografische kaarten, Topotijdreis) Huidig
Op de topografische kaarten vanaf 2002 is de bestaande woning te herkennen. Het onderzochte terreindeel (plangebied) ter plaatse van de nieuw te bouwen woning is voor zover bekend niet eerder bebouwd geweest. De onderzoekslocatie betreft een gedeelte van de locatie gelegen aan de Meester van Engbrinkstraat nr. 17 te Bruchterveld. Op het adres Meester van Engbrinkstraat nr. 17 te Bruchterveld staat een bestaande woning met twee bijgebouwen. Het te bebouwen deel van de locatie is in gebruik als weideperceel. Toekomstig De opdrachtgever is voornemens om ten noordwesten van de bestaande woning de nieuwbouw van een woning te realiseren. Het onderhavige onderzoek heeft betrekking op het terreindeel t.p.v. de nieuw te bouwen woning (plangebied). Het onderhavige onderzoek heeft betrekking op het terreindeel zoals opgenomen in bijlage 2. Directe omgeving (<25 m) Historisch (op Op basis van de topografische kaarten vanaf rond 1935 is in basis van de omgeving van de locatie reeds enige bebouwing te topografische herkennen. kaarten, De bebouwing is in de loop der jaren verder uitgebreid/ Topotijdreis) gewijzigd. Huidig en In de directe omgeving van de onderzoekslocatie bevinden toekomstig zich voornamelijk woningen en agrarische grond. Noordzijde: naast gelegen agrarische percelen; Oost-, west- en zuidzijde: omliggend woningen.
februari ’22
Geen.
Geen.
Geen.
Geen.
Het is op voorhand onbekend of activiteiten in de directe omgeving negatieve invloed hebben (gehad) op de bodemkwaliteit t.p.v. de onderhavige onderzoekslocatie.
7
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Meester van Engbrinkstraat nr. 17 te Bruchterveld
bedrijfsmatige activiteiten, bodembedreigende activiteiten en calamiteiten In tabel 4 staat een overzicht weergegeven van de potentieel bodembedreigende activiteiten en calamiteiten op basis van de beschikbare informatie. tabel 4: overzicht potentieel bodembedreigende activiteiten en calamiteiten Gebruik
De onderzoekslocatie betreft een gedeelte van de locatie gelegen aan de Meester van Engbrinkstraat nr. 17 te Bruchterveld. Op het adres Meester van Engbrinkstraat nr. 17 te Bruchterveld staat een bestaande woning met twee bijgebouwen. De opdrachtgever is voornemens om ten noordwesten van de bestaande woning de nieuwbouw van een woning te realiseren. Het te bebouwen deel van de locatie is in gebruik als weideperceel. Het onderhavige onderzoek heeft betrekking op het terreindeel t.p.v. de nieuw te bouwen woning (plangebied). Het onderhavige onderzoek heeft betrekking op het terreindeel zoals opgenomen in bijlage 2. Voor zover bekend is de onderzoekslocatie, het te bebouwen terreindeel, niet eerder bebouwd geweest en alleen in gebruik geweest als agrarisch perceel/grasland.
Bouwvergunning
Er is geen informatie beschikbaar omtrent evt. (voormalige) potentieel bodembedreigende activiteiten/calamiteiten (verbranding afval, opslag van gevaarlijke stoffen etc.) op de onderzoekslocatie. De onderzoekslocatie is onbebouwd.
Milieuvergunning
Niet bekend.
Handelsregister
De locatie wordt in het handelsregister van de Kamer van Koophandel niet vermeld. Er is geen informatie omtrent de eventuele aanwezigheid of voormalige aanwezigheid van boven- of ondergrondse brandstoftanks op de onderzoekslocatie. Er bestaat altijd de mogelijkheid dat boven- en ondergrondse brandstoftanks in het verleden geplaatst zijn zonder melding, de aanwezigheid van dergelijke tanks blijkt niet uit de verkregen informatie. De onderzoekslocatie is onbebouwd. Op het naastgelegen erf bevinden zich een woning en twee bijgebouwen. De daken van de omliggende gebouwen zijn niet verdacht voor asbest (zie figuur 2).
Aanwezigheid brandstoftanks
Aanwezigheid asbest
figuur 2: asbestdakenkaart provincie Overijssel Er is geen informatie bekend omtrent de evt. aanwezigheid van asbest in de bodem t.p.v. het plangebied. Er bestaat altijd de mogelijkheid dat asbest (afval/puin) ed. is begraven. Op voorhand is hiervan geen informatie bekend.
februari ’22
8
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Meester van Engbrinkstraat nr. 17 te Bruchterveld
Ophogingen/dempingen/stortingen
Niet gesprongen explosieven
PFAS-verdachtheid
Calamiteiten
Verdachte activiteiten < 25 m
Er is geen informatie omtrent evt. met bodemvreemd materiaal gedempte watergangen/ sloten t.p.v. de onderzoekslocatie (binnen het onderzochte terreindeel). Er is geen informatie omtrent evt. opgebrachte gebiedsvreemde grond (ophogingen), verhardingsmateriaal, puinmateriaal en/of afval op de onderzoekslocatie. Geen informatie, in Nederland zijn er niet gesprongen explosieven (NGE) uit de Tweede Wereldoorlog in de grond achtergebleven. De (potentiële) aanwezigheid van niet gesprongen explosieven kan een bedreiging inhouden bij grondroerende werkzaamheden en kan tot vertraging leiden bij planvorming en uitvoering van werkzaamheden. NGE's worden met name aangetroffen ter plaatse van 'strategische doelen' zoals binnensteden, verbindingswegen, spoorwegen, bruggen en havens. De gemeente is op basis van regelgeving verantwoordelijk voor het opsporen en ruimen va niet gesprongen explosieven uit de Tweede Wereldoorlog. Voor aanvullende informatie wordt verwezen naar de gemeente. Op of nabij de onderzoekslocatie bevinden zich geen locaties die de bodem verdacht maken voor PFAS en GenX verbindingen als gevolg van puntbronnen. De kans op verontreiniging met PFAS in de grond t.p.v. de onderzoekslocatie t.g.v. puntbronnen wordt gering geacht.
De bovengrond, diepere geroerde bodemlagen en de waterbodem zijn op basis van het Tijdelijk Handelingskader PFAS in heel Nederland verdacht op het diffuus voorkomen van PFAS als gevolg van atmosferische depositie. Verwacht wordt dat de bodem van de onderzoekslocatie diffuus onverdacht is voor PFAS en onverdacht is op GenX. Hoewel PFAS diffuus verspreid in de bodem in Nederland voorkomt, en op veel plaatsen in gehalten boven de detectielimiet wordt aangetroffen, is op basis van het vooronderzoek geen informatie verkregen over de eventuele aanwezigheid van PFAS en GenX op de locatie. Ter plaatse zijn geen bronlocaties bekend. Bij evt. toekomstig grondverzet wordt geadviseerd alsnog onderzoek naar deze parameters uit te voeren. Voor zover bekend is er geen informatie over evt. calamiteiten die hebben plaatsgevonden waarbij de bodem verontreinigd kan zijn geraakt. In de directe omgeving van de locatie bevinden zich enkele woningen, boerderijen en agrarische grond. Het is op voorhand onbekend of activiteiten in de directe omgeving negatieve invloed hebben (gehad) op de bodemkwaliteit t.p.v. de onderhavige onderzoekslocatie.
voorgaande bodemonderzoeken In tabel 5 is een overzicht van voorgaande bodemonderzoeken en informatie van de bodemkwaliteitskaart weergegeven. tabel 5: overzicht voorgaande bodemonderzoeken en bodemkwaliteitskaart voorgaande bodemonderzoeken Onderzoekslocatie
► Niet bekend.
Omgeving <25 m
► Mr. Van der Meerstraat (woningbouw) verkennend bodemonderzoek d.d. 28-06-2006, ref. Tauw, 4459687 conclusies: grond In het mengmonster van de bovengrond zijn geen van de geanalyseerde parameters aangetoond in gehalten boven de streefwaarde en/of detectiegrens.
februari ’22
9
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Meester van Engbrinkstraat nr. 17 te Bruchterveld
In het mengmonster van de ondergrond zijn geen van de geanalyseerde parameters aangetoond in gehalten boven de streefwaarde en/of detectiegrens. grondwater In het grondwater ter plaatse van beide peilbuizen zijn geen van de geanalyseerde parameters aangetoond in concentraties boven de streefwaarde en/of detectiegrens. Waterbodem De waterbodem kan geclassificeerd worden als klasse 0. eindconclusies Resumerend kan worden gesteld dat de locatie vrij is van verontreinigingen. Op basis van de onderzofjksresultaten zijn er geen milieuhygiënische belemmeringen aanwezig voor de voorgenomen transactie en herontwikkeling van de locatie. ► Mr. Van Engbrinkstraat 19 verkennend bodemonderzoek d.d. 28-11-1996, ref. Ecoreest, 96-09-34 conclusies: grond: In de bovengrond Is een gehalte aan olieachtige verbindingen gemeten In de ordegrootte van de streefwaarde, alsmede een licht verhoogd gehalte EOX (geen toetsingswaarde). Mogelijk betreffen het geheel of ten dele natuurlijke (storende) humusachtige verbindingen. Voor de rest zijn In onderzochte boven- en ondergrond van het terrein geen gehalten van de onderzochte parameters gemeten boven de streefwaarde en/of detectlegrens. grondwater: In het grondwater van het onderzoeksterrein zijn concentraties aan lood, fenol-Index en EOX gemeten. Vanwege het niet verwachte EOX-gehalte heeft een herbemonstering plaats gevonden.
Hierbij is EOX opnieuw aangetroffen In dezelfde ordegrootte. Nadien Is met behulp van GCMS de aanwezige stof geïdentificeerd. Het betreft Trlchloorpropylfosfaat (Fyrol), een stof dat toegepast wordt als brandvertrager in o.a. kindernachtkledlng, PUR-schuim e.d. Het Is mogelijk dat ter plaatse materiaal Is verbrand waarbij deze stof Is vrijgekomen en vervolgens met regenwater naar het grondwater Is gepercoleerd. Ten aanzien van het lood en de fenol-Index Is een oorzaak niet duidelijk, echter vanwege het geringe gehalte Is verder onderzoek niet nodig.
Vermoeden van (een geval van ernstige) bodemverontreiniging op de locatie of een deel daarvan informatie bodemkwaliteitskaart
februari ’22
De resultaten van het onderzoek vormen onzes Inziens dan ook geen milieuhygiënische belemmering In relatie tot een woonbestemming alsmede de eventueel te realiseren bebouwing. Wij adviseren veiligheidshalve het grondwater ter plaatse niet voor consumptieve doeleinden te gebruiken. ► Niet bekend.
►De locatie bevindt zich in de zone wonen.
10
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Meester van Engbrinkstraat nr. 17 te Bruchterveld
bodemopbouw, geohydrologie en antropogene beïnvloeding De ondiepe geologie in het onderzoeksgebied is afgeleid van de Grondwaterkaart van Nederland (Dienst grondwaterverkenning TNO/DGGV) en ontleend aan het dinoloket (www.dinoloket.nl). De bovenste laag, de deklaag, heeft een hoogte van ca. 10-12 m+NAP. In tabel 6 staat de geohydrologische opbouw weergegeven. tabel 6: geohydrologische opbouw diepte m-mv 0-12 12-22
22-26
beschrijving
formatie
zand, zeer fijn tot zeer grof, lokaal kleiig, grindig of humeus; leem, lokaal zandig, lokaal humeus; klei, siltig tot zandig; veen, kleiig zand, matig fijn tot uiterst grof, lokaal grindig; grind, zandig; klei, siltig tot zandig, lokaal humeus
Boxtel
zand, zeer fijn tot uiterst grof, lokaal kleiig tot grindig; leem, kleiig tot grindig
Drente
Kreftenheye
De stromingsrichting van het ondiepe grondwater van het eerste watervoerend is in het kader van dit onderzoek niet vastgesteld. Opgemerkt dient te worden dat de stromingsrichting van het grondwater beïnvloed kan worden door drainagepatroon, ligging van sloten, riolering, kabels, leidingen en funderingen.
(financieel-) juridische situatie In tabel 7 zijn de financieel- juridische aspecten weergegeven. tabel 7: financieel/juridische aspecten kadastrale gegevens opdrachtgever/ belanghebbende rechtspersonen
Gemeente Ambt Hardenberg, perceel sectie AA nrs. 820 (ged.) / 1130 (ged.) Niet nagegaan.
In het kader van onderhavig bodemonderzoek is behoudens de opgenomen kadastrale gegevens geen nadere financieel juridische informatie verzameld. Het uitvoeren van een daadwerkelijke juridische toets maakt geen deel uit van onderhavig bodemonderzoek.
februari ’22
11
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Meester van Engbrinkstraat nr. 17 te Bruchterveld
2.1
Hypothese en onderzoeksstrategie
Volgens de onderzoeksnorm NEN 5740 dient, m.b.t. de aanwezigheid van eventuele bodemverontreiniging, vooraf een onderzoekshypothese te worden opgesteld. De hypothese kan worden opgesteld op basis van bekende (historische) gegevens, uit de betrokken informatie kan blijken dat de onderzoekslocatie, vooraf, als “verdacht” of “onverdacht” wordt aangemerkt. Op basis van de historische informatie uit het vooronderzoek blijkt dat de onderzoekslocatie (plangebied) in het verleden niet eerder bebouwd is geweest. De onderzoekslocatie is voor zover bekend alleen in gebruik geweest voor agrarische doeleinden. De opdrachtgever is voornemens om de nieuwbouw van een woning te realiseren. Het onderhavige onderzoek heeft betrekking op het terreindeel zoals opgenomen in bijlage 2. Er is geen informatie omtrent evt. (voormalige) (bedrijfs)matige activiteiten op de onderzoekslocatie (t.p.v. het onderzoeksgebied). Er is geen informatie over (voormalige) potentieel verdachte deellocaties (bronnen), (voormalige) bodembedreigende activiteiten of evt. (voormalige) potentieel bodembedreigende calamiteiten t.p.v. de onderzoekslocatie (t.p.v. het onderzoeksgebied). De onderzoekslocatie, het beoogde plangebied, is in eerste aanleg als milieuhygiënisch "onverdacht" aangemerkt. Op basis van deze hypothese is het bodemonderzoek t.p.v.
de onderzoekslocatie uitgevoerd conform de bijbehorende onderzoeksstrategie, volgens NEN 5740+A1, paragraaf 5.1, strategie voor onverdachte locaties (ONV-NL) (literatuur 1). In tabel 8 is de gehanteerde onderzoeksstrategie weergegeven. tabel 8: gehanteerde onderzoeksstrategie
(deel)locatie NEN-5740+A1 onderzoeksgebied (plangebied) (ca.1.450 m2)
mogelijke verontreiniging grond
grondwater
onderzoeksstrategie
-
-
ONV-NL
Op basis van bekende informatie zijn geen gegevens bekend dat op de locatie sprake zou kunnen zijn van een bodemverontreiniging met asbest. Op voorhand is geen concrete informatie bekend waaruit blijkt dat t.p.v. de onderzoekslocatie asbesthoudend materiaal in de bodem aanwezig is. Er is in dit onderzoek vooralsnog geen onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in grond uitgevoerd. Het opgeboorde monstermateriaal op de onderzoekslocatie is in dit onderzoek visueel beoordeeld op de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal. Opgemerkt dient te worden dat asbestanalyses geen deel uitmaken van uitgevoerde analyses in het kader van de NEN-5740+A1. Onderhavig onderzoek betreft geen asbest onderzoek in bodem volgens NEN-5707+C2 of NEN-5897+C2. Er bestaat echter altijd de mogelijkheid dat asbest (afval/puin) ed. in de bodem terecht gekomen is of is begraven. Alleen een verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707+C2 of onderzoek asbest in puin volgens NEN-5897+C2 kan een uitspraak doen over de evt. aanwezigheid van asbest in de bodem. Tevens dient opgemerkt te worden dat aanwezig puinmateriaal en/of (half)verhardingsmaterialen niet chemisch-analytisch zijn onderzocht.
februari ’22
12
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Meester van Engbrinkstraat nr. 17 te Bruchterveld
3
VELDONDERZOEK
In dit hoofdstuk wordt het uitgevoerde veldwerkonderzoeksprogramma beschreven. Daarnaast worden de resultaten van het veldonderzoek weergegeven. 3.1
Uitvoering van het veldonderzoek
Het veldonderzoek is uitgevoerd onder procescertificaat BRL SIKB 2000 en conform de eisen uit de protocollen 2001 en 2002. In tabel 9 zijn de uitvoeringaspecten opgenomen. tabel 9: uitvoeringsaspecten onderdeel:
uitgevoerd door:
datum:
bijzonderheden:
uitvoeren van boringen, het plaatsen van de peilbuizen en het nemen van grondmonsters (protocol 2001) nemen van grondwatermonsters (protocol 2002)
dhr. A.D.M. van Wuykhuyse 18-01-2022 (erkend en geregistreerd)
geen bijzonderheden t.a.v. de uitvoering
dhr. M.J.A. van Wuykhuyse (erkend en geregistreerd)
geen bijzonderheden t.a.v. de uitvoering
locatie-inspectie
dhr. A.D.M. van Wuykhuyse 18-01-2022 (erkend en geregistreerd)
28-01-2022
geen bijzonderheden
Bedrijfs- en persoonerkenningen zijn weergegeven op de internetsite van Bodem+ (https://www.bodemplus.nl/aanvragen/erkenningen/zoekmenu). Een onafhankelijkheidsverklaring is opgenomen in bijlage 5. Alle geplaatste boringen zijn zodanig ruimtelijk verspreid over de onderzoekslocatie dat een zo representatief mogelijke indruk van de onderzoekslocatie wordt verkregen. De positionering van alle boringen is weergegeven in bijlage 2. Het veldwerkprogramma staat weergegeven in tabel 10. tabel 10: veldwerkprogramma Onderdeel
Aantal
Diepte (m-mv)
Nummers
6
ca.0.5
3 t/m 8
1
ca.2.0
2
1
ca.2.7
1
Onderzoekslocatie (ca. 1.450 m2) Boringen Peilbuis
De geplaatste peilbuis is opgebouwd uit 1 meter HDPE peilfilter omstort met filtergrind. Het filtergrind zorgt voor een goede instroming van het grondwater in het filter, daarnaast voorkomt het dat het filter dichtslibt. Het peilfilter bevindt zich 0.5 meter beneden het grondwaterniveau. Boven het peilfilter bevindt zich een blinde HDPE opzetbuis, omstort met bentoniet (zwelklei). De zwelklei dient ervoor te zorgen dat toestroming vanuit de bovengrond wordt voorkomen. De peilbuis is geplaatst conform de eisen uit het protocol 2001.
februari ’22
13
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Meester van Engbrinkstraat nr. 17 te Bruchterveld
monstername grond Het vrijkomende bodemmateriaal is zintuiglijk beoordeeld op bodemkundige eigenschappen, o.a. de korrelgrootteverdeling (textuur), kleur en eventueel aanwezige verontreinigingskenmerken. Na de zintuiglijke beoordeling is het bodemmateriaal in trajecten van 0,5 meter of per afwijkende bodemlaag bemonsterd. Grondmonsters t.b.v. analyse op vluchtige aromaten zijn m.b.v. een steekbus bemonsterd. Grondmonsters zijn genomen conform de eisen uit het protocol 2001. monstername grondwater Om een representatief grondwatermonster te verkrijgen is de peilbuis, na plaatsing en voor monstername, grondig (3 maal de inhoud van het peilfilter) afgepompt. Voorafgaand aan de bemonstering is de grondwaterstand t.o.v. het maaiveld ingemeten. Grondwatermonsters zijn genomen conform de eisen uit het protocol 2002 en NEN-5744 (literatuur 11). Tijdens de monstername van het grondwater is in het veld de zuurgraad (pH) en de elektrische geleidbaarheid (EGV) bepaald. 3.2
Resultaten van het veldonderzoek
bodemopbouw De boorprofielbeschrijvingen van alle verrichte boringen met bijbehorende zintuiglijke waarnemingen zijn grafisch uitgewerkt en opgenomen in bijlage 3. In tabel 11 is op basis van de waarnemingen de lokale bodemopbouw beschreven. tabel 11: lokale bodemopbouw bodemlaag m-mv 0.0-0.6 0.6-2.7
hoofdbestanddeel
toevoeging
kleur
zand zand
zwak siltig zwak siltig, zwak humeus
bruin/grijs beige/grijs/geel
veldmetingen grondwater De resultaten van de veldwaarnemingen van het grondwater zijn weergegeven in tabel 12. tabel 12: veldwaarnemingen grondwater Peilbuis
filtertraject m-mv
grondwaterstand m-mv
voorpompen liter
pH
1
1.7-2.7
1.07
5
6.3
EGV geleidingsvermogen µS/cm 240
troebelheid (NTU) 19
In het genomen grondwatermonster is een hogere troebelheid gemeten dan voor natuurlijke troebelheid verwacht wordt (≥10 NTU). De peilbuis heeft voldoende rusttijd gehad na plaatsing (minimaal een week). Ook is de peilbuis zorgvuldig en met een voldoende laag debiet afgepompt zodat de grondwaterstand in de peilbuis slechts gering is gedaald tijdens afpompen (< 50 cm). Daarom wordt aangenomen dat er geen sprake is geweest van een verstoord bodemevenwicht tijdens monsterneming, en dat de gemeten waardes voor troebelheid een natuurlijke oorzaak hebben (zwevende stoffen als lutum of silt in het grondwater). Zwevende delen kunnen leiden tot verhoogde meetwaarden in het grondwater als gevolg van matrixstoringen bij de analyse en ab- en adsorptie organische verbindingen en zware metalen aan deze zwevende delen
februari ’22
14
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Meester van Engbrinkstraat nr. 17 te Bruchterveld
zintuiglijke waarnemingen grond Het bij de boringen vrijkomende bodemmateriaal is zintuiglijk beoordeeld op eventuele afwijkingen. De zintuiglijke waarnemingen zijn omschreven en grafisch weergegeven in bijlage 3. Op basis van zintuiglijke waarnemingen zijn in het opgeboorde monstermateriaal geen bodemvreemde afwijkingen waargenomen welke zouden kunnen duiden op een vorm van bodemverontreiniging. grondwater Het bemonsterde grondwater bevatte geen zintuiglijk waarneembare afwijkingen. asbest Tijdens de locatie-inspectie is aandacht geschonken aan de aanwezigheid van asbest op het maaiveld, hierbij is op het maaiveld geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Het opgeboorde monstermateriaal (grond) is zintuiglijk beoordeeld op de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal. Op basis van zintuiglijke waarnemingen van het opgeboorde monstermateriaal is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen (indicatieve waarneming). Hierbij wordt opgemerkt dat in dit onderzoek handboringen zijn uitgevoerd met een 5 cm edelman boor de trefkans op het aantreffen van asbesthoudend materiaal (t.g.v. verdringing van materiaal) is kleiner dan bij het graven van inspectiegaten volgens NEN-5707+C2. Bij het graven van proefgaten of proefsleuven ontstaat een beter beeld van eventueel aanwezig bodemvreemd materiaal.
Met nadruk wordt vermeld dat onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in de bodem/puin geen onderdeel uitmaakt van het onderhavige onderzoek dat volgens NEN-5740+A1 is uitgevoerd. Het onderhavige onderzoek kan daarom geen uitspraak doen over de aan- of afwezigheid van asbest in de bodem op de onderhavige locatie. Opgemerkt dient te worden dat geen asbestanalyses van grond en/of puin e.d. hebben plaatsgevonden. Asbestanalyses maken geen deel uit van verkennend bodemonderzoek in het kader van de NEN-5740+A1. Tevens wordt opgemerkt dat de zintuiglijke beoordeling op asbest en de locatie-inspectie niet opgevat dient te worden als een onderzoek uitgevoerd op basis van NEN-5707+C2 (asbestonderzoek in grond) en/of NEN-5897+C2 (monsterneming en analyse van asbest in onbewerkt bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat). Alleen een asbestonderzoek volgens NEN-5707+C2 / NEN-5897+C2 geeft meer zekerheid over de aanwezigheid van asbest in de bodem resp. puin. De chemische samenstelling van eventueel aanwezig verhardingsmateriaal is niet in dit onderzoek onderzocht.