Bijlage 2 bij toelichting - Inventariserend veldonderzoek archeologie
Tekst van het document
Project Vechtrijk te Gramsbergen Perceel 1 Gemeente Hardenberg Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek
Opdrachtgever
Projectleider
Het Waterschap Vechtstromen
drs. F. Stevens
Definitieve versie
Postbus 5006 7600 GA Almelo Projectnummer
Autorisatie
Synthegra Rapport S220006-1B drs. H.E. Bouter
Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden Telefoon +31 (0)88 81 81 981, Internet: www.synthegra.nl
Datum 7-6-2022
Project: Project Vechtrijk te Gramsbergen Perceel 1, Gemeente Hardenberg. Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S220006-1B Definitieve versie
COLOFON
Opdrachtgever
: Het Waterschap Vechtstromen te Almelo
Project
: Project Vechtrijk te Gramsbergen
Projectnummer
: S220006-2B
Titel
: Project Vechtrijk te Gramsbergen Perceel 1. Inventariserend Veldonderzoek, Verkennend booronderzoek
Datum
: 07-06-2022
Projectleider
: drs. F. Stevens
Auteurs
: drs. F. Stevens
Autorisatie
: drs. H. E. Bouter
Druk
: Synthegra B.V., Leusden
Afbeeldingen
: Synthegra B.V., tenzij anders vermeld
ISSN
: 1874-9771
Synthegra B.V. is gecertificeerd voor de BRL 4000 protocollen 4001 t/m 4004 (landbodems)
Synthegra B.V. Olmenlaan 6a NL-3833 AV Leusden T: +31 (0)88 81 81 981 E: www.synthegra.nl
© Synthegra B.V., 2022
© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
2 van 22
Project: Project Vechtrijk te Gramsbergen Perceel 1, Gemeente Hardenberg. Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S220006-1B Definitieve versie
INHOUD ADMINISTRATIEVE GEGEVENS
4
SAMENVATTING
5
1 1.1 1.2 1.3 1.4
INLEIDING Onderzoekskader Onderzoeksdoel en vraagstellingen Ligging en huidige situatie plangebied Toekomstige situatie plangebied
7 7 8 8 9
2 2.1 2.2 2.3
VOORONDERZOEK Inleiding Verwachtingsmodel Conclusie en aanbeveling
11 11 11 13
3 3.1 3.2 3.3 3.4
INVENTARISEREND VELDONDERZOEK Methode Beschrijving en interpretatie van de boorgegevens Archeologische indicatoren Archeologische interpretatie
15 15 16 17 17
4 4.1 4.2 4.3
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN Inleiding Conclusies / beantwoording onderzoeksvragen Aanbevelingen
18 18 19 21
BRONNEN
22
Bijlagen: Bijlage 1: Overzicht van de relevante geologische en archeologische tijdvakken Bijlage 2: Resultaten booronderzoek Bijlage 3: Boorprofielen Bijlage 4: Boorstaten
Afbeelding voorblad: omgeving sluizencomplex perceel 1 te Gramsbergen (foto: Synthegra B.V.)
© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
3 van 22
Project: Project Vechtrijk te Gramsbergen Perceel 1, Gemeente Hardenberg. Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S220006-1B Definitieve versie
Administratieve gegevens Toponiem
Vechtrijk te Gramsbergen
Plaats
Gramsbergen
Gemeente
Hardenberg
Provincie
Overijssel
Projectnummer
S220006-1B
Bevoegde overheid
Gemeente Hardenberg. Deskundige namens de bevoegde overheid dhr. drs. O. Satijn, Het Oversticht,
Opdrachtgever
Het Waterschap Vechtstromen
Uitvoerende instantie
Synthegra B.V.
Datum uitvoering veldwerk
Februari en maart 2022
Uitvoerders veldwerk
H.E. Bouter
Onderzoeksmelding (ARCHIS)
5160829100
Datum onderzoeksmelding
11-02-2021
Kaartblad
22O
Periode
Laat-Paleolithicum tot en met de Nieuwe Tijd
Oppervlakte
Circa 36 ha, te onderzoeken deel circa 5,7 ha.
Perceelnummer(s)
Kadastrale gemeente Gramsbergen, sectie D, L, perceelnummer(s): 619, 28, 543, 4588, 4606, 4605, 51, 94, 545, 546, 548, 4496, 4498, 4497, 4529, 4489, 4526, 4492, 4493.
Grond eigenaar / beheerder
Gemeente Hardenberg
Grondgebruik
Agrarisch gebruik en natuur
Geologie
Formatie van Kreftenheye / Formatie van Echteld
Geomorfologie
Beekdalbodem met meanderruggen en geulen
Bodem
Poldervaaggronden en Roodornige Vechtdalgronden
Depot
Documentatie en vondsten zullen worden aangeleverd aan het Provinciaal Depot van Overijssel, te Deventer
De onderzoekslocatie wordt omsloten door de volgende coördinaten: Noord:
x 243108
y 515506
Oost:
x 243785
y 515721
Zuid:
x 242414
y 514742
West:
x 241546
y 514549
Centrum:
x 242566
y 514975
© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
4 van 22
Project: Project Vechtrijk te Gramsbergen Perceel 1, Gemeente Hardenberg. Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S220006-1B Definitieve versie
Samenvatting Inleiding Synthegra B.V. heeft in opdracht van het Waterschap Vechtstromen een archeologisch verkennend booronderzoek uitgevoerd op een terrein langs de Vecht te Gramsbergen. De aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen ontwikkeling van een nevengeul van de Vecht en het verleggen van een sloot
De oppervlakte van de toekomstige bodemverstoring bedraagt circa 5,7 hectare, hierna aan te duiden als onderzoeksgebied (binnen een plangebied van 36 ha) met een beoogde verstoringsdiepte tot maximaal 3 meter beneden maaiveld. De bodem zal waarschijnlijk tot ver in het archeologische niveau worden verstoord. Eventueel aanwezige archeologische waarden kunnen daarbij verloren gaan
Specifieke archeologische verwachting bureauonderzoek Het plangebied ligt op een beekdalbodem met meanderruggen en geulen, waarbij er poldervaaggronden als bodemtype worden verwacht. Gezien de ouderdom van de te verwachten afzettingen kunnen in het plangebied vindplaatsen aanwezig zijn vanaf het Laat-Paleolithicum tot en met de Nieuwe Tijd. Vooral de oeverwallen, de hogere gelegen gebieden in het landschap rond de Vecht, waren zeer geschikt voor bewoning. Op deze oeverwallen zouden archeologische resten te verwachten zijn in de vorm van kampementen uit het LaatPaleolithicum en Mesolithicum en nederzettingssporen uit het Neolithicum tot de Nieuw Tijd. Dit wordt onderschreven door bekende archeologische vondsten uit de omgeving van het plangebied, waarbij zowel vindplaatsen uit de Steentijd als uit de latere perioden zijn geregistreerd. De oeverwallen krijgen daardoor een hoge archeologische verwachting. Het overgrote deel van het plangebied bevindt zich in de komgebieden en riviervlakten van de Vecht. Dit zijn lagere en nattere gebieden en waren minder geschikt voor bewoning, maar er kunnen wel aan beekdal gerelateerde archeologische resten worden aangetroffen. De komgebieden en vlakten krijgen daardoor een middelhoge archeologische waarde. Er zijn binnen de huidige komgebieden en riviervlakten oude meanderbochten van de Vecht aanwezig.
Deze meanderbochten behoren tot het verloop van de Vecht tot de 18 e eeuw. De hogere oeverwallen langs deze bochten waren geschikt voor bewoning en er zijn archeologische resten te verwachten in de vorm van kampementen uit het Laat-Paleolithicum en Mesolithicum en nederzettingssporen uit het Neolithicum tot de Nieuwe Tijd. De oeverwallen krijgen daardoor een hoge archeologische verwachting. Binnen het huidige verloop van de Vecht zijn echter geen archeologische resten te verwachten omdat deze zone is vergraven en door het water geërodeerd. Hieraan wordt een lage archeologische verwachting toegekend.
Veldonderzoek Er, zijn verspreid over het plangebied in totaal 99 boringen gezet. De boringen zijn in 20 afzonderlijke raaien gezet. 19 over de aan te leggen nevengeul en eentje, de langste, op de locatie van de geplande sloot. De exacte boorlocaties zijn ingemeten met een handheld GPS.
Er is geboord met een Edelmanboor met een diameter van 7 cm en een gutsboor met een diameter van 3 cm. De boringen zijn uitgevoerd tot maximaal 3 meter beneden maaiveld. De meeste boringen zijn tot 1 à 2 meter beneden maaiveld doorgezet. Het opgeboorde sediment is verbrokkeld en versneden en geïnspecteerd op de aanwezigheid van archeologische indicatoren. De boringen zijn lithologisch beschreven conform de NEN 5104 en bodemkundig geïnterpreteerd. © Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
5 van 22
Project: Project Vechtrijk te Gramsbergen Perceel 1, Gemeente Hardenberg. Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S220006-1B Definitieve versie
Archeologische interpretatie veldonderzoek In het uiterste noordoosten (boringen 1 t/m 8), te noemen zone 1, is sprake van oeverafzettingen bestaande uit lemig matig fijn zand en sterk zandige klei met hieronder beddingafzettingen die bestaan uit matig fijn tot matig grof zand. De afzettingen onder de bouwvoor zijn roest-houdend en bevatten ijzer-concreties. De bodem kan worden getypeerd als een roodornige zandige vechtdalgrond (AFz). Deze boringen vertegenwoordigen afzettingen behorend tot de moderne geularmen die in de 18 e -20e eeuw actief waren. Meer naar het westen, in zone 2 (boringen 9 t/m 22) , is sprake van kronkelwaardafzettingen die bestaan uit sterk lemig matig fijn zand en zandige klei (ca. 70-90 cm dik) met hieronder leemarm matig fijn tot matig grof zand tot een diepte van in ieder geval 180 cm -mv (uiterste boordiepte). Verder van de rivier af zijn de afzettingen in de top kleiiger. De bodem kan worden getypeerd als poldervaaggrond (Rn62c). In zone 3 (boringen 23 t/m 99) komen eveneens kronkelwaardafzettingen voor, maar ook restgeulafzettingen. In het algemeen komt een 100-150 cm dik pakket zware zavel en lichte klei voor met hieronder matig fijn tot matig grof zand. Er zijn restgeulafzettingen aangetroffen die bestaan uit humeuze sterk siltige klei en gyttjaachtige veenlagen. De restgeulafzettingen reiken tot 160 -250 cm -mv.
In de diepere ondergrond komt matig fijn tot matig grof zand voor. De bodem kan worden getypeerd als poldervaaggrond (Rn95C). De C-horizont is in het algemeen roestig en er komen lokaal lagen met veel ijzer-concreties voor, met name dicht bij de huidige bedding van de Vecht.
Aanbeveling Op grond van de resultaten van het onderzoek wordt voor de voorgenomen herinrichting van het plangebied zoals omschreven in de vergunningsaanvraag nader archeologisch onderzoek geadviseerd.
Op basis van de resultaten van het booronderzoek kunnen archeologische resten in het plangebied aanwezig zijn. Omdat de aard vondsten met standaard vormen van prospectief onderzoek slecht te vangen zijn adviseren wij derhalve een vervolgonderzoek in de vorm van een archeologische begeleiding conform het protocol IVO-P (proefsleuvenonderzoek) om vast te stellen of in het plangebied archeologische resten aanwezig zijn en zo ja, welke waardering hieraan gegeven kan worden. Voor deze archeologische begeleiding conform het protocol IVO-P proefsleuvenonderzoek is een Programma van Eisen (PvE) noodzakelijk dat is goedgekeurd door de bevoegde overheid. In dit PvE wordt de werkwijze en de randvoorwaarden van het proefsleuvenonderzoek vastgelegd.
Bovenstaande vormt een selectieadvies. Met nadruk willen wij de opdrachtgever erop wijzen dat dit advies nog niet betekent dat in deze fase van het vergunningsverleningstraject reeds bodemverstorende activiteiten of daarop voorbereidende activiteiten kunnen worden ondernomen. De resultaten van dit onderzoek dienen vooraleerst te worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Hardenberg). Deze neemt een definitief selectiebesluit aangaande de vrijgave van het plangebied voor verdere ontwikkeling zoals omschreven in de vergunningsaanvraag.
Er is getracht een zo gefundeerd mogelijk advies te geven op grond van de gebruikte onderzoeksmethoden. De aanwezigheid van archeologische sporen of resten in het plangebied kan nooit volledig worden uitgesloten. Synthegra wil de opdrachtgever er daarom op wijzen dat, indien tijdens de werkzaamheden in de vrijgegeven delen een (mogelijke) archeologische vondst wordt gedaan dan geldt de wettelijke meldingsplicht, zoals omschreven in artikel 5.10 van de Erfgoedwet bij de minister. Uit praktisch oogpunt kan een dergelijke toevalsvondst bij de gemeente worden gemeld. © Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
6 van 22
Project: Project Vechtrijk te Gramsbergen Perceel 1, Gemeente Hardenberg. Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S220006-1B Definitieve versie
1
Inleiding
1.1
Onderzoekskader Synthegra B.V. heeft in opdracht van het Waterschap Vechtstromen een archeologisch verkennend booronderzoek uitgevoerd op een terrein langs de Vecht te Gramsbergen. De aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen ontwikkeling van een nevengeul van de Vecht en het verleggen van een sloot
De oppervlakte van de toekomstige bodemverstoring bedraagt circa 5,7 hectare, hierna aan te duiden als onderzoeksgebied (binnen een plangebied van 36 ha) met een beoogde verstoringsdiepte tot maximaal 3 meter beneden maaiveld. De bodem zal waarschijnlijk tot ver in het archeologische niveau worden verstoord. Eventueel aanwezige archeologische waarden kunnen daarbij verloren gaan.
Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van een omgevingsvergunning. Op basis van het bestemmingsplan, waarin het vigerende beleid van de gemeente Hardenberg is verwoord, dient voor het plangebied een rapport overhandigd te worden waarin de aan- of afwezigheid van archeologische waarden wordt aangetoond. Het onderzoek is uitgevoerd conform de vigerende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie 1 en de Leidraad Beekdalen in Pleistoceen Nederland.2
Door de voorgenomen graafwerkzaamheden, kunnen eventueel aanwezige archeologische waarden verloren gaan. Daarom is op basis van het bestemmingsplan, met daarin verwoord het gemeentelijk beleid in het kader van een bestemmingsplanprocedure, voorafgaand aan de graafwerkzaamheden archeologisch onderzoek uitgevoerd.
Het plangebied ligt in het bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg dat is vastgesteld door de gemeente Hardenberg op de datum 12-02-20143. Voor het plangebied geldt een dubbelbestemming Waarde Archeologie 5. Voor terreinen met een Waarde Archeologie 5 geldt dat een rapport dient te worden overlegd waaruit blijkt dat de archeologische waarde van het terrein in voldoende mate is vastgesteld bij plangebieden groter dan 2500 m2 en verstoringen die dieper reiken dan 50 centimeter beneden maaiveld. De bevoegde overheid, de gemeente Hardenberg, heeft een specifiek archeologisch beleid vastgesteld en beschikt over een Archeologische Verwachtings- en Beleidsadvieskaart.
De bevoegde overheid, gemeente Hardenberg, zal de resultaten van het onderzoek toetsen en een selectiebesluit nemen aangaande de vrijgave van het plangebied voor verdere ontwikkeling zoals omschreven in de vergunningsaanvraag.
De bevoegde overheid, gemeente Hardenberg, zal de resultaten van het onderzoek toetsen en een selectiebesluit nemen aangaande de vrijgave van het plangebied voor verdere ontwikkeling zoals omschreven in de vergunningsaanvraag.
1
SIKB 2018.
2
Rensink 2008.
3
www.ruimtelijkeplannen.nl
© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
7 van 22
Project: Project Vechtrijk te Gramsbergen Perceel 1, Gemeente Hardenberg. Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S220006-1B Definitieve versie
1.2
Onderzoeksdoel en vraagstellingen Het doel van het bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting aan de hand van bestaande bronnen over bekende of verwachte landschappelijke, historische en archeologische waarden.
Het doel van het verkennend booronderzoek is het vervolgens toetsen van het opgestelde verwachtingsmodel door de intactheid van de bodemopbouw vast te stellen en de eventuele aanwezigheid van archeologische resten te inventariseren.
De volgende onderzoeksvragen zullen worden beantwoord: •
Wat is de bodemopbouw van het beekdal en wat kan worden gezegd over de positie en ouderdom van beeklopen en –meanders in vroeger tijd?
•
Wat kan worden gezegd over de aanwezigheid van archeologische resten in dieper gelegen sedimenten, d.w.z. sedimenten die door veen of een laag van beeksedimenten worden afgedekt?
•
Zijn in het plangebied archeologische vindplaatsen aanwezig? Indien ja (dan zijn de volgende twee subvragen van toepassing)? o
Wat is te zeggen over de horizontale en verticale verspreiding van de archeologische waarden?
o
•
Wat is de vermoedelijke aard en datering van de archeologische resten?
In hoeverre worden eventueel aanwezige archeologische resten bedreigd door de voorgenomen ontwikkeling van het gebied?
1.3
Ligging en huidige situatie plangebied Het plangebied beslaat een oppervlak van circa 36 ha en is gelegen aan de Vecht te Gramsbergen (afbeelding 1). Het onderzoeksgebied betreft een gedeelte van de geplande nevengeul in het gebied en een sloot die verplaatst gaat worden. Het plangebied is momenteel in gebruik als agrarisch gebied. Er is binnen het plangebied geen bebouwing aanwezig.
© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
8 van 22
Project: Project Vechtrijk te Gramsbergen Perceel 1, Gemeente Hardenberg. Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S220006-1B Definitieve versie
Afbeelding 1.: Het plangebied, rood omkaderd, op de Topografische Kaart van Nederland 1:25.000 (Bron: www.Pdok.nl).
1.4
Toekomstige situatie plangebied De huidige inrichting zal worden gewijzigd. Er zijn plannen voor de ontwikkeling van een nevengeul van de Vecht en het verleggen van een sloot (afbeelding 2). De nevengeul die binnen perceel 1 wordt aangelegd, bedraagt rond de 5,7 ha met een dieptegang van 2 meter. Het westelijke deel (op het witte perceel) is reeds onderzocht en valt buiten de huidige opdracht. (zie afbeelding 2).
© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
9 van 22
Project: Project Vechtrijk te Gramsbergen Perceel 1, Gemeente Hardenberg. Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S220006-1B Definitieve versie
Afbeelding 2: Toekomstige situatie binnen het plangebied. (Bron: opdrachtgever)
© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
10 van 22
Project: Project Vechtrijk te Gramsbergen Perceel 1, Gemeente Hardenberg. Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S220006-1B Definitieve versie
2
Vooronderzoek
2.1
Inleiding In 2011 heeft het ARC twee bureau- en booronderzoeken uitgevoerd waarvan delen binnen het plangebied vallen. Ten behoeve van de aanleg van zes ecologische verbindingszones in de gemeentes Dalfsen, Ommen en Hardenberg zijn en aantal percelen in het oostelijke deel van het plangebied onderzocht die deel uitmaken van deze opdracht. Deze plannen zijn echter niet uitgevoerd. 4 In het westelijke deel is in opdracht van mw. H. Kwant een bureau- en booronderzoek uitgevoerd5. Hier waren een paar percelen geselecteerd voor natuurontwikkeling. Deze plannen zijn eveneens niet uitgevoerd. In 2015 heeft RAAP. een bureauonderzoek6 uitgevoerd voor het terrein aan de Vecht in Gramsbergen, waar het onderhavige plangebied ook deel van uitmaakte, in het kader van geplande natuurlijke herinrichting door de provincie Overijssel. Deze herinrichtingsplannen zijn echter ook niet uitgevoerd. In 2021 heeft Synthegra B.V. een bureau- en cultuurhistorisch onderzoek7 uitgevoerd voor het terrein aan de Vecht in Gramsbergen in opdracht van de gemeente Hardenberg. Hier betreft een combinatie van plannen samen met de gemeente Hardenberg waarbij natuur en recreatie in onderlinge afstemming worden ontwikkeld.
In dit hoofdstuk volgt een korte samenvatting van de belangrijkste punten van het laatste onderzoek waarin de resultaten van de eerdere twee onderzoeken ook zijn meegenomen.
2.2
Verwachtingsmodel Op basis van de Gemeentelijke verwachtingskaart van de Gemeente Hardenberg heeft het plangebied een middelmatige archeologische verwachting. RAAP heeft in een eerder bureauonderzoek een gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld voor het plangebied8. Deze verwachting kan voor het huidige plangebied worden overgenomen.
Het plangebied ligt op een beekdalbodem met meanderruggen en geulen, waarbij er poldervaaggronden als bodemtype worden verwacht. Gezien de ouderdom van de te verwachten afzettingen kunnen in het plangebied vindplaatsen aanwezig zijn vanaf het Laat-Paleolithicum tot en met de Nieuwe Tijd. Vooral de oeverwallen, de hogere gelegen gebieden in het landschap rond de Vecht, waren zeer geschikt voor bewoning. Op deze oeverwallen zouden archeologische resten te verwachten zijn in de vorm van kampementen uit het LaatPaleolithicum en Mesolithicum en nederzettingssporen uit het Neolithicum tot de Nieuw Tijd. Dit wordt onderschreven door bekende archeologische vondsten uit de omgeving van het plangebied, waarbij zowel vindplaatsen uit de Steentijd als uit de latere perioden zijn geregistreerd. De oeverwallen krijgen daardoor een hoge archeologische verwachting. Het overgrote deel van het plangebied bevindt zich in de komgebieden en riviervlakten van de Vecht. Dit zijn lagere en nattere gebieden en waren minder geschikt voor bewoning, maar er kunnen wel aan beekdal
4
Thijs et al. 2010
5
Schepers 2011.
6
Vosselman 2015.
7
Ransijn 2021.
8
Vosselman 2015, 9-10
© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
11 van 22
Project: Project Vechtrijk te Gramsbergen Perceel 1, Gemeente Hardenberg. Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S220006-1B Definitieve versie
gerelateerde archeologische resten worden aangetroffen. De komgebieden en vlakten krijgen daardoor een middelhoge archeologische waarde. Er zijn binnen de huidige komgebieden en riviervlakten oude meanderbochten van de Vecht aanwezig. Deze meanderbochten behoren tot het verloop van de Vecht tot de 18 e eeuw. De hogere oeverwallen langs deze bochten waren geschikt voor bewoning en er zijn archeologische resten te verwachten in de vorm van kampementen uit het Laat-Paleolithicum en Mesolithicum en nederzettingssporen uit het Neolithicum tot de Nieuwe Tijd. De oeverwallen krijgen daardoor een hoge archeologische verwachting. Binnen het huidige verloop van de Vecht zijn echter geen archeologische resten te verwachten omdat deze zone is vergraven en door het water geërodeerd. Hieraan wordt een lage archeologische verwachting toegekend.
Geomorfologische
Verwachting
zone Oeverwallen
Periode en verwachte kenmerken
Diepteligging sporen
vindplaats Hoog
Laat Paleolithicum – Mesolithicum :
Vanaf het huidige maaiveld.
bewoningssporen: tijdelijke kampementen, vuursteen artefacten, haardkuilen. Neolithicum – Nieuwe Tijd: Bewoningssporen: (semi permanente) nederzettingen, sporen van agrarisch landgebruik, percelering: cultuurlaag, fragmenten keramiek, glas, metaal, natuursteen, bouwmaterialen. Deposities Komgebieden en
Middelhoog
riviervlakten Huidige verloop
Middeleeuwen – Nieuwe Tijd: Restanten van voorden
Laag
Vecht
Tabel 1: Gespecificeerde archeologische verwachting.
© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
12 van 22
Project: Project Vechtrijk te Gramsbergen Perceel 1, Gemeente Hardenberg. Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S220006-1B Definitieve versie
2.3
Conclusie en aanbeveling
Op grond van de resultaten van het onderzoek wordt voor de voorgenomen herinrichting van het plangebied zoals omschreven in de vergunningsaanvraag nader archeologisch onderzoek geadviseerd.
Ons advies voor archeologisch vervolgonderzoek is opgebouwd uit drie elementen (afbeelding 24).
Afbeelding 3 Advieskaart nader uit te voeren archeologisch onderzoek voor zowel het perceel van het Waterschap Vechtstromen als het perceel van de gemeente Hardenberg. (Bron: Synthegra B.V.).
1) ARC heeft binnen het plangebied inventariserend booronderzoek uitgevoerd door middel van verkennende boringen. Tijdens deze boringen zijn in de westelijke kant van perceel 1, klei en veenafzettingen aangetroffen welke passen bij de komgebieden van de Vecht. In het oostelijke deel van perceel 1, nabij De Haandrik, zijn fossiele meanderbochten en restgeulen van de Vecht aangetroffen, evenals een oud begraven oppervlak met archeologische indicatoren (fragmenten houtskool en bouwpuin). Het advies van ARC, namelijk het archeologisch begeleiden van de bodemverstorende werkzaamheden volgens protocol opgraven (KNA 4.1), variant archeologische begeleiding, wordt in dit rapport overgenomen. De gebieden waar archeologische begeleiding dient plaats te vinden zijn gemarkeerd in blauw. Voor dit uit te voeren onderzoek is een door de bevoegde overheid goedgekeurd Programma van Eisen vereist.
2) Voor het gebied wat nog niet verder is onderzocht (gemarkeerd in geel) wordt nader archeologisch onderzoek geadviseerd door middel van verkennende boringen op de locaties waar de nevengeul wordt aangelegd (gemarkeerd in geel). Op basis van het verwachtingsmodel uit het bureauonderzoek, wordt aan de hand van © Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
13 van 22
Project: Project Vechtrijk te Gramsbergen Perceel 1, Gemeente Hardenberg. Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S220006-1B Definitieve versie
de Leidraad Beekdalen in Pleistoceen Nederland een booronderzoek uitgevoerd waarbij de verkennende boringen haaks op de loop van de huidige beek en/of (vermoedelijke) loop van fossiele beeklopen worden gezet met een gemiddelde afstand van 10 m, met als doel de bodemopbouw en fossiele beeklopen die zich niet aan de oppervlakte (incl. ahn) manifesteren in de ondergrond te kunnen traceren.
Er wordt geadviseerd te boren met een Edelmanboor met een diameter van 7 cm, eventueel aangevuld met een guts van 3 cm doorsnede. De boringen moeten worden uitgevoerd tot minimaal 25 cm in de C-horizont of maximaal 2 m beneden maaiveld. De boringen dienen lithologisch beschreven te worden conform de NEN 5104 en bodemkundig geïnterpreteerd.
3) Op de locaties waar recentere stroomgeulen van de Vecht hebben gelegen, wordt de kans op archeologische vondsten klein geacht aangezien er erosie heeft plaatsgevonden. Voor deze plekken, aangeduid in grijs, wordt daardoor geen nader archeologisch onderzoek geadviseerd.
© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
14 van 22
Project: Project Vechtrijk te Gramsbergen Perceel 1, Gemeente Hardenberg. Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S220006-1B Definitieve versie
3
Inventariserend Veldonderzoek
3.1
Methode Op basis van het gespecificeerde verwachtingsmodel uit het bureauonderzoek is in overleg met het bevoegd gezag een verkennend booronderzoek uitgevoerd. Hierbij is voorgesteld om de bodemopbouw te toetsen voor het deel van de aan te leggen nevengeul en het proberen op te sporen van restgeulen en een beeld te krijgen van de verschillende soorten afzettingen binnen de loop van de Vecht , dat buiten het in 2011 aangegeven deel voor archeologische begeleiding geselecteerd ligt.
Er, zijn verspreid over het plangebied (afbeelding 4 en bijlage 2) in totaal 99 boringen gezet. De boringen zijn in 20 afzonderlijke raaien gezet. 19 over de aan te leggen nevengeul en eentje, de langste, op de locatie van de geplande sloot. De exacte boorlocaties zijn ingemeten met een handheld GPS. Er is geboord met een Edelmanboor met een diameter van 7 cm en een gutsboor met een diameter van 3 cm. De boringen zijn uitgevoerd tot maximaal 3 meter beneden maaiveld. De meeste boringen zijn tot 1 à 2 meter beneden maaiveld doorgezet. Het opgeboorde sediment is verbrokkeld en versneden en geïnspecteerd op de aanwezigheid van archeologische indicatoren. De boringen zijn lithologisch beschreven conform de NEN 5104 9 en bodemkundig10 geïnterpreteerd.
Afbeelding 4: Boorpuntenkaart
9
Nederlands Normalisatie-instituut 1989.
10
De Bakker en Schelling 1989.
© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
15 van 22
Project: Project Vechtrijk te Gramsbergen Perceel 1, Gemeente Hardenberg. Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S220006-1B Definitieve versie
3.2
Beschrijving en interpretatie van de boorgegevens De laagopeenvolging is bepaald aan de hand van de boorstaten11. Er zijn globaal drie verschillende profielen te onderscheiden (zie bijlage 2) hoewel dit een simplificering is van de bodemopbouw.
In het uiterste noordoosten (boringen 1 t/m 8), te noemen zone 1, is sprake van oeverafzettingen bestaande uit lemig matig fijn zand en sterk zandige klei met hieronder beddingafzettingen die bestaan uit matig fijn tot matig grof zand. De afzettingen onder de bouwvoor zijn roest-houdend en bevatten ijzer-concreties. De bodem kan worden getypeerd als een roodornige zandige vechtdalgrond (AFz). Deze boringen vertegenwoordigen afzettingen behorend tot de moderne geularmen die in de 18e -20e eeuw actief waren.
Meer naar het westen, in zone 2 (boringen 9 t/m 22) , is sprake van kronkelwaardafzettingen die bestaan uit sterk lemig matig fijn zand en zandige klei (ca. 70-90 cm dik) met hieronder leemarm matig fijn tot matig grof zand tot een diepte van in ieder geval 180 cm -mv (uiterste boordiepte). Verder van de rivier af zijn de afzettingen in de top kleiiger. De bodem kan worden getypeerd als poldervaaggrond (Rn62c).
In zone 3 (boringen 23 t/m 99) komen eveneens kronkelwaardafzettingen voor, maar ook restgeulafzettingen. In het algemeen komt een 100-150 cm dik pakket zware zavel en lichte klei voor met hieronder matig fijn tot matig grof zand. Er zijn restgeulafzettingen aangetroffen die bestaan uit humeuze sterk siltige klei en gyttjaachtige veenlagen. De restgeulafzettingen reiken tot 160 -250 cm -mv. In de diepere ondergrond komt matig fijn tot matig grof zand voor. De bodem kan worden getypeerd als poldervaaggrond (Rn95C). De C-horizont is in het algemeen roestig en er komen lokaal lagen met veel ijzer-concreties voor, met name dicht bij de huidige bedding van de Vecht.
Een duidelijker beeld ontstaat als de verscheidene profielen bekeken worden (bijlage 3) dan blijkt dat de restgeulafzettingen worden afgedekt met een overstromingsdek van zandige klei en lemig zand. Al deze afzettingen behoren tot de kronkelwaardafzettingen van de Vecht. Er kunnen twee restgeulen worden onderscheiden (afbeelding 5). Vanwege de focus op de geplande ingrepen met betrekking tot het zetten van boringen zullen de restgeulen die in het westelijke deel zijn aangetoond waarschijnlijk wel doorlopen in het oostelijke deel maar buiten het bereik van de ingrepen blijven. De kronkelwaardafzettingen bestaan waarschijnlijk uit meerdere fasen die elkaar afdekken. De diepere kronkelwaardafzettingen zullen contemporain met de restgeulafzettingen zijn. Nadat deze meanders werden afgesneden vulden deze zich langzaam op en dit landschap werd vervolgens als geheel afgedekt door nieuwe Vecht afzettingen.
11
bijlage 4
© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
16 van 22
Project: Project Vechtrijk te Gramsbergen Perceel 1, Gemeente Hardenberg. Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S220006-1B Definitieve versie
Afbeelding 5: Gepostuleerde ligging van de restgeulen
3.3
Archeologische indicatoren Het was niet tot doel vindplaatsen op te sporen, bij de controle van het opgeboorde bodemmateriaal zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen die wijzen op de aanwezigheid van een archeologische resten.
3.4
Archeologische interpretatie Er kan mede in samenhang met het onderzoek dat door het ARC is uitgevoerd in het noordelijke deel van het plangebied vastgesteld worden dat er een afgedekt ouder landschap aanwezig is waar menselijke activiteit mogelijk is geweest, dit zou op vanaf circa 1 meter beneden maaiveld aangetoond kunnen worden. Een datering van dit landschap is echter slecht te geven op basis van de beperkte aanwijzingen hiervoor. Nader onderzoek zou dit kunnen aantonen.
© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
17 van 22
Project: Project Vechtrijk te Gramsbergen Perceel 1, Gemeente Hardenberg. Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S220006-1B Definitieve versie
4
Conclusies en aanbevelingen
4.1
Inleiding Het doel van het archeologisch bureauonderzoek was het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied. Voor het plangebied gold op basis van het bureauonderzoek een hoge verwachting voor de oeverwallen en een middelhoge verwachting voor de andere afzettingen van de beekdalen binnen het plangebied uit de periode Laat-Paleolithicum tot en met Nieuwe Tijd. Het doel van het inventariserend veldonderzoek is het toetsen van deze verwachting.
De bodem in beekdalen voldoet niet direct aan locatiekeuzefactoren voor kampementen of nederzettingen. Toch kan niet uitgesloten worden dat in het beekdal specifieke kampementen hebben gelegen die in verband gebracht moeten worden met de jacht. Beekdalen werden gekenmerkt door een grote verscheidenheid aan flora en fauna. Zeker is dat het beekdal vanaf de Steentijd is gebruikt als foerageergebied. Deze kampementen worden vooral verwacht op kleine, zandige opduikingen in het beekdal. Dit betekent dat over de gehele lengte van het beekdal resten van dergelijke kampementen kunnen voorkomen. Om deze reden beantwoorden de flanken van beekdalen aan de locatiekeuzefactoren voor kampementen en nederzettingen. In beekdalen kunnen derhalve verschillende jachtattributen voorkomen die dateren uit de periode Steentijd tot diep in de 20e eeuw12
De aanwezigheid van stromend water heeft ervoor gezorgd dat mensen al in een ver verleden werden aangetrokken door beken. Vaak werden de ‘hogere gronden’ op de rand van het beekdal gekozen voor bewoning, een duidelijke voorbeeld hiervan betreft de aan weerszijden gelegen dekzandruggen waar een grote hoeveelheid archeologische resten vanaf het Neolithicum zijn aangetroffen 13. De aanwezigheid van de mens op de flanken van het beekdal heeft ook zijn weerslag gehad op de trefkans voor afvaldumps in het beekdal. Het vondstenspectrum bestaat doorgaans uit houtskool, as, slachtafval, verbrand en onverbrand bot, gebroken vaatwerk, versleten werktuigen, niet bruikbare vuursteen dat vrijkomt bij het maken van vuurstenen artefacten, verbrande natuurstenen en verbrande leem. Vaak werd het afval gestort in de directe omgeving van het kampement of de huisplaats in een laagte zoals een beekbedding of oude meander. Hoe rijker de bewoning op de flanken van het beekdal is geweest, hoe groter de kans op het voorkomen van afvaldumps in de beekbedding en in fossiele verlande beeklopen.
Beekdalen, rivieren en vennen hebben in het verleden ook een aantrekkingskracht gehad in rituele zin. Regelmatig worden vondsten gedaan die in verband gebracht moeten worden met een watervoerende omgeving. In deze natte contexten worden voorwerpen aangetroffen die bewust zijn achtergelaten. Men noemt dit rituele deposities. Vondstenspectra van rituele deposities wijken in sterke mate af van wat archeologen doorgaans in graven of op nederzettingsterreinen aantreffen. De vondsten bestaan meestal uit complete stenen en bronzen bijlen, zwaarden, speerpunten, sieraden, ketels, schalen, agrarische werktuigen, molenstenen,
12
Willemse 2005
13
Ransijn 2021
© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
18 van 22
Project: Project Vechtrijk te Gramsbergen Perceel 1, Gemeente Hardenberg. Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S220006-1B Definitieve versie
munten en soms ook menselijk en dierlijk bot. Het is een lastig te vangen archeologisch verschijnsel wat wel uitgebreid tot de verbeelding spreekt en onderwerp is van vele studies 14 Waarschijnlijk werden vooral beken, rivieren en moerassen op grond van hun geomorfologische kenmerken gekozen als grenszone van een territorium. Het gaat dus bij depositie om een ruimtelijk gestructureerde handeling.
Een laatste categorie aan vondsten die gedaan kan worden is de oversteekplaats in de meest algemene zin van het woord. De beek vormde een natuurlijke grens maar ook een obstakel dat overwonnen diende te worden om te reizen. Een voorbeeld van oversteekplaatsen zijn voorden en bruggen maken hierbij ook een deel uit van de verwachting om aan te treffen.
4.2
Conclusies / beantwoording onderzoeksvragen 1.
Wat is de bodemopbouw van het beekdal en wat kan worden gezegd over de positie en ouderdom van beeklopen en –meanders in vroeger tijd? Voor een uitgebreidere beschrijving word verwezen naar paragraaf 3.2. Er kan grofweg voorgesteld worden dat er in het noordoosten vrij moderne geulafzettingen zijn aangetroffen. In het centrale en westelijke deel is er een ouder landschap aangetroffen bestaande uit kronkelwaardafzettingen met vanaf 1,0 meter beneden maaiveld een nog ouder landschap waarin twee restgeulen zijn aangetroffen van de Vecht.
2.
Wat kan worden gezegd over de aanwezigheid van archeologische resten in dieper gelegen sedimenten, d.w.z. sedimenten die door veen of een laag van beeksedimenten worden afgedekt? In het centrale en westelijke deel zijn diepere afzettingen aangetroffen die stratigrafisch afgedekt worden door jongere afzettingen. In deze restgeulen en het omliggende afgedekte landschap kunnen archeologische resten worden aangetroffen. De nadruk ligt hierbij op de gedeeltes waar de restgeulen zijn aangetroffen en de daaraan gerelateerde oeverzones (zie afbeelding 6). Deze afzettingen bevinden zich op een diepte van circa 1 meter beneden maaiveld en worden afgedekt door recentere kronkelwaardafzettingen.
14
Bijvoorbeeld Fontijn 2002
© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
19 van 22
Project: Project Vechtrijk te Gramsbergen Perceel 1, Gemeente Hardenberg. Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S220006-1B Definitieve versie
Afbeelding 6: Advieskaart
3.
Zijn in het plangebied archeologische vindplaatsen aanwezig of worden deze verwacht? Indien ja (dan zijn de volgende twee subvragen van toepassing)? a.
Wat is te zeggen over de horizontale en verticale verspreiding van de archeologische waarden?
b.
Wat is de vermoedelijke aard en datering van de archeologische resten?
Ja, er worden nog archeologische resten verwacht in het plangebied . Er is vanaf een diepte van circa 1 meter beneden maaiveld een afgedekt landschap waarin archeologische resten zoals beschreven in de archeologische verwachting aangetroffen kunnen worden, deze zullen voornamelijk langs de aangetroffen restgeulafzettingen aangetroffen kunnen worden (het gaat hier dan om de rode zones op afbeelding 6). Over de datering van deze archeologische resten is momenteel nog weinig te zeggen.
4. In hoeverre worden eventueel aanwezige archeologische resten bedreigd door de voorgenomen ontwikkeling van het gebied? De graafwerkzaamheden kunnen archeologische resten bedreigen. Dit geldt voornamelijk voor de restgeulen en de flanken hiervan zoals aangegeven in afbeelding 6. Aanbevolen wordt om onderzoek te doen bij de uitvoer van de graafwerkzaamheden op de locatie van de aangetroffen restgeulen in de vorm van een archeologische begeleiding.
De middelhoge en hoge archeologische verwachting uit het bureauonderzoek voor archeologische resten uit de periode Laat-Paleolithicum tot en met Nieuwe Tijd kan voor een gedeelte van het plangebied gehandhaafd worden. Het gaat hierbij dan om de zones waarbij tijdens het booronderzoek restgeulafzettingen zijn
© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
20 van 22
Project: Project Vechtrijk te Gramsbergen Perceel 1, Gemeente Hardenberg. Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S220006-1B Definitieve versie
aangetroffen (zie afbeelding 6, de rode zones). De overige delen van de te ontgraven geul (zie afbeelding 2) zijn vrijgegeven voor de werkzaamheden. Buiten deze zone blijft de reeds bestaande verwachting behouden zoals in afbeelding 3 weergegeven. De locatie van de recentere stroomgeulen is hierbij ook vrijgegeven.
4.3
Aanbevelingen Op grond van de resultaten van het onderzoek wordt voor de voorgenomen herinrichting van het plangebied zoals omschreven in de vergunningsaanvraag nader archeologisch onderzoek geadviseerd.
Op basis van de resultaten van het booronderzoek kunnen archeologische resten in het plangebied aanwezig zijn. Omdat de aard vondsten met standaard vormen van prospectief onderzoek slecht te vangen zijn adviseren wij derhalve een vervolgonderzoek in de vorm van een archeologische begeleiding conform het protocol IVO-P (proefsleuvenonderzoek) om vast te stellen of in het plangebied archeologische resten aanwezig zijn en zo ja, welke waardering hieraan gegeven kan worden. Voor deze archeologische begeleiding conform het protocol IVO-P proefsleuvenonderzoek is een Programma van Eisen (PvE) noodzakelijk dat is goedgekeurd door de bevoegde overheid. In dit PvE wordt de werkwijze en de randvoorwaarden van het proefsleuvenonderzoek vastgelegd.
Bovenstaande vormt een selectieadvies. Met nadruk willen wij de opdrachtgever erop wijzen dat dit advies nog niet betekent dat in deze fase van het vergunningsverleningstraject reeds bodemverstorende activiteiten of daarop voorbereidende activiteiten kunnen worden ondernomen. De resultaten van dit onderzoek dienen vooraleerst te worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Hardenberg). Deze neemt een definitief selectiebesluit aangaande de vrijgave van het plangebied voor verdere ontwikkeling zoals omschreven in de vergunningsaanvraag.
Er is getracht een zo gefundeerd mogelijk advies te geven op grond van de gebruikte onderzoeksmethoden. De aanwezigheid van archeologische sporen of resten in het plangebied kan nooit volledig worden uitgesloten. Synthegra wil de opdrachtgever er daarom op wijzen dat, indien tijdens de werkzaamheden in de vrijgegeven delen een (mogelijke) archeologische vondst wordt gedaan dan geldt de wettelijke meldingsplicht, zoals omschreven in artikel 5.10 van de Erfgoedwet bij de minister. Uit praktisch oogpunt kan een dergelijke toevalsvondst bij de gemeente worden gemeld.
© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
21 van 22
Project: Project Vechtrijk te Gramsbergen Perceel 1, Gemeente Hardenberg. Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S220006-1B Definitieve versie
Bronnen Literatuur
Bakker, H. de en J. Schelling, 1989: Systeem van bodemclassificatie voor Nederland, de hogere niveaus. Staring Centrum, Wageningen.
Berendsen, H.J.A., 2004: De vorming van het land. Van Gorcum, Assen. Berendsen, H.J.A., 2005: Landschappelijk Nederland. Van Gorcum, Assen. Fontijn, D.R., 2002: Sacrificial landscapes. Cultural biographies of persons, objects, and ‘natural’ places in the Bronze Age of the Southern Netherlands, 2300-600 BC, Analecta Praehistorica Leidensia 33-34, Leiden.
Mulder, E.F.J. de, M.C. Geluk, I.L. Ritsema, W.E. Westerhoff en T.E. Wong, 2003: De ondergrond van Nederland. Wolters-Noordhoff, Groningen/Houten
Nederlands Normalisatie-instituut, 1989: NEN 5104 Geotechniek - Classificatie van onverharde grondmonsters. Nederlands Normalisatie-instituut, Delft.
Ransijn, S. 2021: Project Vechtrijk te Gramsbergen (perceel 1) Gemeente Hardenberg Bureauonderzoek en cultuurhistorisch onderzoek. Synthegra-rapport S210043-1, Leusden
Rensink, E. (red), 2008. Archeologie en beekdalen. Schatkamer van het verleden. Utrecht, Matrijs.
Rensink, E, 2008. KNA Leidraad Beekdalen in Pleistoceen Nederland. SIKB 01-07-2008 versie 1.0. SIKB, Gouda.
Schepers, M., 2008. Een archeologisch bureau-onderzoek en inventariserend veldonderzoek door middel van boringen op twee locaties aan de Vecht bij Gramsbergen, gemeente Hardenberg (OV). ARC-Rapport 2008-59.
Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer, 2018: Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, versie 4.1. SIKB, Gouda.
Thijs, W.J.F. en M. Verboom-Jansen, 2010. Een archeologisch bureau-onderzoek en inventariserend veldonderzoek ten behoeve van de aanleg van zes ecologische verbindingszones in de gemeentes Dalfsen, Ommen en Hardenberg (OV). ARC-Rapport 2010-138.
Vosselman, J., 2015. Plangebied EHS De Meene te Gramsbergen, gemeente Hardenberg; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek. RAAP-Notitie 5190.
Internet (geraadpleegd februari en maart 2022) www.ahn.nl pdok.nl
© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
22 van 22
Bijlagen:
Bijlage 1:
Overzicht van relevante geologische en archeologische tijdvakken
Overzicht geologische en archeologische tijdvakken
Ouderdom in jaren
Chronostratigrafie
MIS
Holoceen
1
11.755 12.745 13.675 14.025
LaatWeichselien (LaatGlaciaal)
15.700
Late Dryas (koud) Allerød (warm) Vroege Dryas (koud) Bølling (warm)
Lithostratigrafie Formaties: Naaldwijk (marien), Nieuwkoop (veen), Echteld (fluviatiel)
2
LaatPleniglaciaal 29.000
50.000
MiddenWeichselien (Pleniglaciaal)
MiddenPleniglaciaal VroegPleniglaciaal
3
Formatie van Kreftenheye
Formatie van Boxtel
4
75.000
VroegWeichselien (VroegGlaciaal) 115.000 130.000
370.000 410.000
5a 5c 5d
Eemien (warme periode)
5e
Saalien (ijstijd)
6
Holsteinien (warme periode)
Formatie van Beegden
5b
Eem Formatie Formatie van Drente Formatie van Urk
Elsterien (ijstijd) 475.000
Cromerien (warme periode) 850.000
Pre-Cromerien 2.600.000
Formatie van Sterksel
Formatie van Peelo
Cal. jaren v/n Chr. 1950
14
C jaren
Chronostratigrafie
Pollen zones
0
Vb2
1500
Subatlanticum koeler vochtiger
450 0 12
Vb1 Va
Vegetatie Loofbos eik en hazelaar overheersen haagbeuk veel cultuurplanten rogge, boekweit, korenbloem
Archeologische perioden Nieuwe tijd Middeleeuwen Romeinse tijd IJzertijd
800 815
2650
IVb Subboreaal koeler droger
2000
3755
IVa
5000
4900
5300
7020
8240
III
Boreaal warmer
II
Preboreaal warmer
I
8000
9000
8800 11.755
Atlanticum warm vochtig
10.150
12.745
10.800
13.675
11.800
14.025
12.000
15.700
13.000
LaatWeichselien (LaatGlaciaal)
Late Dryas
LW III
Allerød
LW II
Vroege Dryas LW I Bølling
35.000
Loofbos eik en hazelaar overheersen beuk>1% invloed landbouw (granen)
Bronstijd
Neolithicum
Loofbos eik, els en hazelaar overheersen in zuiden speelt linde een grote rol den overheerst hazelaar, eik, iep, linde, es eerst berk en later den overheersend
Mesolithicum
parklandschap dennen- en berkenbossen open parklandschap open vegetatie met kruiden en berkenbomen
MiddenWeichselien (Pleniglaciaal)
perioden met een poolwoestijn en perioden met een toendra
VroegWeichselien (VroegGlaciaal)
perioden met bos en perioden met een subarctisch open landschap
Laat-Paleolithicum
75.000
115.000 130.000
Eemien (warme periode)
Midden-Paleolithicum loofbos
Saalien (ijstijd) 300.000
Vroeg-Paleolithicum Chronostratigrafie voor Noordwest-Europa volgens Zagwijn (1974), Vandenberghe (1985) en De Mulder et al. (2003). Lithostratigrafie volgens De Mulder et al. (2003). Mariene isotoop stadium (MIS) volgens Bassinot et al. (1994). Atmosferische data volgens Stuiver et al. (1998). Zuurstofisotoop calibratie (OxCal) versie 3.9 Bronk Ramsey (2003), toegepast op het Laat-Weichselien en het Holoceen. Archeologische periode-indeling en ouderdom volgens de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB). Vegetatie bewerkt volgens Berendsen (2000). Pollenzones volgens P. Vos & P. Kiden (2005).
Bijlage 2:
Resultaten booronderzoek
S220006 1B Project Vechtrijk te Gramsbergen Perceel 1 Legenda locatie boringen zandige en lemige kronkelwaardafzettingen restgeulafzettingen (humeuze klei en venige lagen) zandige geulafzettingen Plangebied_perceel_1 opentopo
515000 242100
243100
Bijlage 3:
Boorprofielen
NAP
Legenda
8,50
textuur klei veen
8,00
zand bijmenging zwak humeus
7,50
matig humeus geen humus raai23_Boring_puntboven
7,00
lithogenetische interpretatie bouwvoor zandige over/geulafzettingen 6,50
restgeulafzettingen kronkelwaardafzettingen 0
12
24 Afstand in meters
36
NAP
Legenda
9,00
textuur klei 8,50
zand bijmenging zwak humeus
8,00
matig humeus geen humus lithogenetische interpratie
7,50
bouwvoor zandige oever/geulafzettingen restgeulafzettingen
7,00
kronkelwaardafzettingen
Afstand in meters
6,50
6,00 0
12
24
36
48
60
72
84
96
NAP
Legenda bijmenging zwak humeus
8,00
matig humeus geen humus textuur klei veen
7,50
zand raai59_Boring_kolom lithologische interpretatie bouwvoor restgeulafzettingen
7,00
kronkelwaardafzettingen
6,50
6,00
0
6
12
18
24 Afstand in meters
30
36
42
NAP
8,50
8,00
Legenda bijmenging
7,50
zwak humeus matig humeus geen humus 7,00
textuur klei veen 6,50
zand lithologische interpretatie bouwvoor 6,00
restgeul kronkelwaardafzettingen 0
12
24
36
48
60
72
84
96
108
120
132
144
156
168
180
192 Afstand in meters
204
216
228
240
252
264
276
288
300
312
324
336
348
360
372
Bijlage 4:
Boorstaten
S220006 1B Project Vechtrijk te Gramsbergen
Boring: S220006_1 Kop algemeen: Projectcode: S220006, Boornummer: 1, Beschrijver(s): HB, Datum: 23-02-2022, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 190 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 243656.297, Y-coördinaat in meters: 515733.148, Precisie coördinaat: 1 m, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 9.67, Precisie hoogte: 1 dm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: AHN bestand Plaats: Provincie: Overijssel, Gemeente: Hardenberg, Opdrachtgever: Aveco De Bondt, Uitvoerder: Synthegra B.V. 0 / 9.67 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 30, Aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: zwak humeus, Mediaanklasse: matig fijn, Spreidingsklasse: matig slecht gesorteerd, Afronding: niet afgerond, Kalkgehalte: kalkloos Bodem: Bodemhorizont: regelmatig geploegd/bewerkte A-horizont, Bodemkundige interpretatie: bouwvoor 30 / 9.37 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 30, Aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Ondergrens laag in cm: 100, Aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: sterk siltig, Mediaanklasse: matig fijn, Spreidingsklasse: matig slecht
gesorteerd, Afronding: matig afgerond, Kalkgehalte: kalkloos, Lithogenese: oeverafzettingen, Lithostratigrafie: Fv Echteld Bodem: Bodemhorizont: C-horizont, Ijzer/mangaan: enkele Fe-vlekken 100 / 8.67 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 100, Aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Ondergrens laag in cm: 180, Aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Boortype en diameter: guts-3 cm, Kleur: grijs Lithologie: Grondsoort: klei, Bijmengsel: uiterst siltig, Consistentie: matig slap, Kalkgehalte: kalkloos, Lithogenese: oeverafzettingen, Lithostratigrafie: Fv Echteld Bodem: Bodemhorizont: C-horizont, Ijzer/mangaan: enkele Fe-vlekken, Rijping: ongerijpt 180 / 7.87 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 180, Aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Ondergrens laag in cm: 190, Boortype en diameter: guts-3 cm, Kleur: grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn, Kalkgehalte: kalkloos, Lithogenese: beddingafzettingen, Lithostratigrafie: Fv Echteld Bodem: Bodemhorizont: C-horizont Einde boring 190 / 7.77
Boring: S220006_2 Kop algemeen: Projectcode: S220006, Boornummer: 2, Beschrijver(s): HB, Datum: 23-02-2022, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 150 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 243664.752, Y-coördinaat in meters: 515726.91, Precisie coördinaat: 1 m, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 9.751, Precisie hoogte: 1 dm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: AHN bestand Plaats: Provincie: Overijssel, Gemeente: Hardenberg, Opdrachtgever: Aveco De Bondt, Uitvoerder: Synthegra B.V. 0 / 9.75 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 30, Aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: zwak humeus, Mediaanklasse: matig fijn, Spreidingsklasse: matig goed gesorteerd, Afronding: niet afgerond, Kalkgehalte: kalkloos Bodem: Bodemhorizont: regelmatig geploegd/bewerkte A-horizont, Bodemkundige interpretatie: bouwvoor 30 / 9.45 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 30, Aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Ondergrens laag in cm: 100, Aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn, Spreidingsklasse: matig slecht
gesorteerd, Afronding: matig afgerond, Kalkgehalte: kalkloos, Lithogenese: oeverafzettingen, Lithostratigrafie: Fv Boxtel, LPv Singraven Bodem: Bodemhorizont: C-horizont, Ijzer/mangaan: enkele Fe-vlekken 100 / 8.75 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 100, Aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Ondergrens laag in cm: 150, Boortype en diameter: guts-3 cm, Kleur: grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: kleiig, Mediaanklasse: matig grof, Spreidingsklasse: matig slecht gesorteerd, Afronding: niet afgerond, Consistentie: matig slap, Kalkgehalte: kalkloos, Lithogenese: beddingafzettingen, Lithostratigrafie: Fv Boxtel, LPv Singraven Bodem: Bodemhorizont: C-horizont, Ijzer/mangaan: enkele Fe-vlekken, Rijping: ongerijpt Einde boring 150 / 8.25
Boring: S220006_3 Kop algemeen: Projectcode: S220006, Boornummer: 3, Beschrijver(s): HB, Datum: 23-02-2022, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 120 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 243671.683, Y-coördinaat in meters: 515719.702, Precisie coördinaat: 1 m, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 9.626, Precisie hoogte: 1 dm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: AHN bestand Plaats: Provincie: Overijssel, Gemeente: Hardenberg, Opdrachtgever: Aveco De Bondt, Uitvoerder: Synthegra B.V. 0 / 9.63 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 30, Aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: zwak humeus, Mediaanklasse: matig grof, Spreidingsklasse: matig goed gesorteerd, Afronding: niet afgerond, Kalkgehalte: kalkloos Bodem: Bodemhorizont: regelmatig geploegd/bewerkte A-horizont, Bodemkundige interpretatie: bouwvoor 30 / 9.33 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 30, Aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Ondergrens laag in cm: 80, Aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: grijs-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: zwak humeus, Mediaanklasse: matig grof,
Spreidingsklasse: matig slecht gesorteerd, Afronding: matig afgerond, Kalkgehalte: kalkloos, Lithogenese: beddingafzettingen, Lithostratigrafie: Fv Boxtel, LPv Singraven Bodem: Bodemhorizont: AC-horizont, Ijzer/mangaan: Fe-concreties, Oxidatie-reductie: oxidatie en reductie verschijnselen 80 / 8.83 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 80, Aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Ondergrens laag in cm: 120, Boortype en diameter: guts-3 cm, Kleur: grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: kleiig, Mediaanklasse: matig grof, Spreidingsklasse: matig slecht gesorteerd, Afronding: niet afgerond, Consistentie: matig slap, Kalkgehalte: kalkloos, Lithogenese: beddingafzettingen, Lithostratigrafie: Fv Echteld Bodem: Bodemhorizont: C-horizont, Ijzer/mangaan: enkele Fe-vlekken, Rijping: ongerijpt Einde boring 120 / 8.43
bron: Gramsbergen-boorstaten.geojson - 21-03-2022 16:05:41
S220006 1B Project Vechtrijk te Gramsbergen
Boring: S220006_4 Kop algemeen: Projectcode: S220006, Boornummer: 4, Beschrijver(s): HB, Datum: 23-02-2022, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 120 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 243622.336, Y-coördinaat in meters: 515679.643, Precisie coördinaat: 1 m, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 9.495, Precisie hoogte: 1 dm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: AHN bestand Plaats: Provincie: Overijssel, Gemeente: Hardenberg, Opdrachtgever: Aveco De Bondt, Uitvoerder: Synthegra B.V. 0 / 9.49 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 40, Aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Bijmengsel humus: matig humeus, Mediaanklasse: matig fijn, Spreidingsklasse: matig slecht gesorteerd, Afronding: niet afgerond, Kalkgehalte: kalkloos Bodem: Bodemhorizont: regelmatig geploegd/bewerkte A-horizont, Bodemkundige interpretatie: bouwvoor 40 / 9.09 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 40, Aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Ondergrens laag in cm: 120, Aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Mediaanklasse: matig fijn, Spreidingsklasse: matig slecht
gesorteerd, Afronding: matig afgerond, Kalkgehalte: kalkloos, Lithogenese: beddingafzettingen, Lithostratigrafie: Fv Boxtel, LPv Schimmert Bodem: Bodemhorizont: C-horizont, Ijzer/mangaan: enkele Fe-vlekken, Oxidatie-reductie: oxidatie en reductie verschijnselen Einde boring 120 / 8.29
Boring: S220006_5 Kop algemeen: Projectcode: S220006, Boornummer: 5, Beschrijver(s): HB, Datum: 23-02-2022, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 100 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 243631.346, Y-coördinaat in meters: 515678.395, Precisie coördinaat: 1 m, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 9.381, Precisie hoogte: 1 dm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: AHN bestand Plaats: Provincie: Overijssel, Gemeente: Hardenberg, Opdrachtgever: Aveco De Bondt, Uitvoerder: Synthegra B.V. 0 / 9.38 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 25, Aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Bijmengsel humus: matig humeus, Mediaanklasse: matig fijn, Spreidingsklasse: matig slecht gesorteerd, Afronding: niet afgerond, Kalkgehalte: kalkloos Bodem: Bodemhorizont: regelmatig geploegd/bewerkte A-horizont, Bodemkundige interpretatie: bouwvoor 25 / 9.13 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 25, Aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Ondergrens laag in cm: 100, Aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn, Spreidingsklasse: matig slecht
gesorteerd, Afronding: matig afgerond, Kalkgehalte: kalkloos, Lithogenese: beddingafzettingen, Lithostratigrafie: Fv Echteld Bodem: Bodemhorizont: C-horizont, Ijzer/mangaan: enkele Fe-vlekken, Oxidatie-reductie: oxidatie en reductie verschijnselen Einde boring 100 / 8.38
Boring: S220006_6 Kop algemeen: Projectcode: S220006, Boornummer: 6, Beschrijver(s): HB, Datum: 23-02-2022, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 100 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 243641.465, Y-coördinaat in meters: 515677.009, Precisie coördinaat: 1 m, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 9.381, Precisie hoogte: 1 dm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: AHN bestand Plaats: Provincie: Overijssel, Gemeente: Hardenberg, Opdrachtgever: Aveco De Bondt, Uitvoerder: Synthegra B.V. 0 / 9.38 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 25, Aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: matig humeus, Mediaanklasse: matig fijn, Spreidingsklasse: matig slecht gesorteerd, Afronding: niet afgerond, Kalkgehalte: kalkloos Bodem: Bodemhorizont: regelmatig geploegd/bewerkte A-horizont, Ijzer/mangaan: enkele Fe-vlekken, Bodemkundige interpretatie: bouwvoor 25 / 9.13 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 25, Aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Ondergrens laag in cm: 100, Aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Mediaanklasse:
matig fijn, Spreidingsklasse: matig slecht gesorteerd, Afronding: matig afgerond, Kalkgehalte: kalkloos, Lithogenese: beddingafzettingen, Lithostratigrafie: Fv Boxtel, LPv Singraven Bodem: Bodemhorizont: C-horizont, Ijzer/mangaan: enkele Fe-vlekken, Oxidatie-reductie: oxidatie en reductie verschijnselen Einde boring 100 / 8.38
Boring: S220006_7 Kop algemeen: Projectcode: S220006, Boornummer: 7, Beschrijver(s): HB, Datum: 23-02-2022, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 100 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 243651.445, Y-coördinaat in meters: 515675.762, Precisie coördinaat: 1 m, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 9.274, Precisie hoogte: 1 dm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: AHN bestand Plaats: Provincie: Overijssel, Gemeente: Hardenberg, Opdrachtgever: Aveco De Bondt, Uitvoerder: Synthegra B.V. 0 / 9.27 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 30, Aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: matig humeus, Mediaanklasse: matig fijn, Spreidingsklasse: matig slecht gesorteerd, Afronding: niet afgerond, Kalkgehalte: kalkloos Bodem: Bodemhorizont: regelmatig geploegd/bewerkte A-horizont, Ijzer/mangaan: enkele Fe-vlekken, Bodemkundige interpretatie: bouwvoor 30 / 8.97 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 30, Aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Ondergrens laag in cm: 100, Aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Mediaanklasse: