Bijlage 1b - Toelichting bestemmingsplan "Buitengebied Hardenberg, Semmelinksdijk 5 en 5a Lutten"
Tekst van het document
Buitengebied Hardenberg, Semmelinksdijk 5 en 5a Lutten
december 2022
Inhoudsopgave
Toelichting
3
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging van het plangebied 1.3 De bij het plan behorende stukken 1.4 Huidig planologisch regime
4 4 4 4 5
Hoofdstuk 2 Huidige situatie 2.1 Landschappelijke aspecten 2.2 Het plangebied en omgeving
7 7 7
Hoofdstuk 3 Gewenste situatie 3.1 Ontwikkeling 3.2 Landschappelijke inpassing 3.3 Verkeer en parkeren
9 9 9 11
Hoofdstuk 4 Beleidskader 4.1 Rijksbeleid 4.2 Provinciaal beleid 4.3 Gemeentelijk beleid
13 13 15 22
Hoofdstuk 5 Milieu- en omgevingsaspecten 5.1 Geluid 5.2 Bodemkwaliteit 5.3 Luchtkwaliteit 5.4 Externe veiligheid 5.5 Milieuzonering 5.6 Geur 5.7 Ecologie 5.8 Archeologie & cultuurhistorie 5.9 Besluit milieueffectrapportage
26 26 27 27 28 31 34 35 38 39
Hoofdstuk 6 Wateraspecten 6.1 Vigerend beleid 6.2 Waterparagraaf
41 41 42
Hoofdstuk 7 Juridische aspecten en planverantwoording 7.1 Inleiding 7.2 Opzet van de regels 7.3 Verantwoording van de regels
43 43 43 44
Hoofdstuk 8
46
Economische uitvoerbaarheid
Hoofdstuk 9 Vooroverleg, inspraak en zienswijzen 9.1 Vooroverleg 9.2 Inspraak 9.3 Zienswijzen
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Semmelinksdijk 5 en 5a Lutten | PAGINA 2
47 47 47 47
Toelichting
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Semmelinksdijk 5 en 5a Lutten | PAGINA 3
Hoofdstuk 1
1.1
Inleiding
Aanleiding
Aan de Semmelinksdijk 5 en 5x te Lutten (hierna: plangebied), in het buitengebied van de gemeente Hardenberg, bevindt zich een woonbestemming met twee aaneengesloten woonpercelen. Hierop zijn twee reguliere burgerwoningen en diverse bijgebouwen aanwezig. Op basis van het geldend bestemmingsplan "Buitengebied Hardenberg", vastgesteld op 2 december 2014, is ter plaatse van de binnen het plangebied aanwezige woonbestemming slechts één woning toegestaan. In werkelijkheid zijn de twee woningen al jaren in het plangebied aanwezig en bewoond waardoor een wezenlijk probleem is ontstaan. De planologische situatie is niet in overeenstemming met de feitelijke situatie. Het is gewenst dat dit wordt hersteld. Om de planologische situatie in overeenstemming te brengen met de feitelijke situatie dient het bestemmingsplan te worden herzien. Voorliggend bestemmingsplan voorziet hierin, waarbij wordt aangetoond dat het in dit bestemmingsplan besloten planologische kader in overeenstemming is met 'een goede ruimtelijke ordening'. 1.2
Ligging van het plangebied
Het plangebied aan de Semmelinksdijk 5 en 5x staat kadastraal bekend als Ambt-Hardenberg, sectie U, nummers 1038 en 1039. In afbeelding 1.1 is de ligging van het plangebied ten opzichte van de kernen Lutten en Slagharen en ten opzichte van de directe omgeving weergegeven. Het plangebied is hierop aangeduid met respectievelijk de rode ster en de rode omlijning
Afbeelding 1.1: Ligging van het plangebied ten opzichte van Slagharen en de (directe) omgeving (Bron: PDOK)
1.3
De bij het plan behorende stukken
Het bestemmingsplan ''Buitengebied Hardenberg, Semmelinksdijk 5 en 5a Lutten" bestaat uit de volgende stukken: verbeelding (tek.nr NL.IMRO.0160.0000BP00298-VG01) en een renvooi;
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Semmelinksdijk 5 en 5a Lutten | PAGINA 4
regels (met bijbehorende bijlagen). Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.
1.4
Huidig planologisch regime
1.4.1
Algemeen
Het plangebied ligt binnen de begrenzing van het bestemmingsplan ''Buitengebied Hardenberg''. Dit bestemmingsplan is door de gemeenteraad van Hardenberg vastgesteld op 2 december 2014. Nadien heeft er een correctieve herziening plaatsgevonden middels het bestemmingsplan ''Buitengebied Hardenberg, herziening regels'', welk is vastgesteld op 26 september 2016. Daarnaast is het plangebied gelegen binnen de begrenzing van het bestemmingsplan ''Facetherziening parkeren Hardenberg''. Dit bestemmingsplan is door de gemeenteraad van Hardenberg vastgesteld op 17 juli 2018. Wat betreft onderhavige ontwikkeling is hoofdzakelijk het bestemmingsplan ''Buitengebied Hardenberg'' relevant. In afbeelding 1.2 is uitsnede van de verbeelding van bestemmingsplan ''Buitengebied Hardenberg'' weergegeven. Het plangebied is hierop aangeduid met een rode omlijning.
Afbeelding 1.2: Uitsnede van het bestemmingsplan "Buitengebied Hardenberg" (Bron: Ruimtelijkeplannen.nl) 1.4.2
Beschrijving bestemmingen
Op basis van het geldende bestemmingsplan ''Buitengebied Hardenberg'' zijn de gronden binnen het plangebied voorzien van de enkelbestemming 'Wonen - Essen en hoevenlandschap'. Daarnaast geldt binnen het plangebied de dubbelbestemming 'Waarde Archeologie 5'. Hierna wordt nader op de geldende (dubbel)bestemmingen ingegaan. Wonen - Essen en hoevenlandschap De voor 'Wonen - Essen en hoevenlandschap' aangewezen gronden zijn bestemd voor het wonen, met inbegrip van aan-huis-gebonden beroepen, tuinen en erven. Met daaraan ondergeschikt een bed and breakfast, boerderijkamers en de statische opslag in bestaande gebouwen. De woningen mogen vrijstaand, dubbel of aaneengesloten worden gebouwd,
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Semmelinksdijk 5 en 5a Lutten | PAGINA 5
overeenkomstig de bestaande vorm. Get aantal woningen per bouwperceel bedraagt niet meer dan het bij recht bestaande aantal, tenzij op de verbeelding anders is aangegeven. Waarde - Archeologie 5 De voor 'Waarde - Archeologie 5' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en bescherming van de verwachte archeologische waarden. 1.4.3
Strijdigheid
In het plangebied zijn twee woningen aanwezig. Dit is in strijd met het geldende bestemmingsplan. Aangezien binnen het plangebied planologisch gezien slechts één woning is toegestaan. Van oudsher is ter plaatse feitelijk gezien sprake van twee woningen. De planologische situatie moet daarom in overeenstemming worden gebracht met de feitelijke situatie. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in het gewenste juridisch-planologisch kader door het plangebied te voorzien van een woonbestemming waarbinnen twee reguliere burgerwoningen zijn toegestaan. 1.4.4
Leeswijzer
Na deze inleiding worden in hoofdstuk 2 de landschappelijke aspecten en een weergave van de huidige situatie gegeven. Hoofdstuk 3 gaat in op de gewenste situatie. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, provincie Overijssel en de gemeente Hardenberg beschreven. In hoofdstuk 5 passeren alle relevante milieuthema's de revue. Hoofdstuk 6 gaat in op de wateraspecten. In de hoofdstukken 7 en 8 wordt respectievelijk ingegaan op de juridische aspecten/planverantwoording en de economische uitvoerbaarheid. Hoofdstuk 9 gaat in op het vooroverleg en de inspraak.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Semmelinksdijk 5 en 5a Lutten | PAGINA 6
Hoofdstuk 2
2.1
Huidige situatie
Landschappelijke aspecten
Het plangebied maakt deel uit van de buurtschap Lutten. De omgeving is een kenmerkend essenlandschap op de overgang naar het open hoogveenontginningslandschap. Veelal staan de kleine boerderijen met de gebouwen geclusterd langs de weg. De oude wegbeplanting, relicten van houtwallen en enkele stroken bos maken ruimtelijke kamers. De organische route met de diversiteit aan richtingen van gebouwen maken het gebied aantrekkelijk door de verschillende doorkijkjes. De Semmelinksdijk is na het herinrichten van het gebied aangelegd. Op oude kaarten is te zien dat het wegenpatroon van oorsprong genuanceerder is. De erven langs de Semmelinksdijk zijn sober en functioneel ingericht. Er is een duidelijke scheiding tussen het ‘voor’ erf richting de weg en het achtererf dat veel functioneler is ingericht met grote bomen en verharding. De erven langs de Semmelinksdijk zijn voor het type landschap klein en rechtlijnig opgebouwd. De erven in de omgeving kenmerken zich door de sterke relatie met het landschap. Vaak lopen bomenrijen of houtwallen langs of over het erf. Daarmee zijn de erven verweven met het landschap. In de nabije omgeving komen veel bossen voor. Het contrast met de meer open essen is waardevol. De erven kennen geen harde overgangen naar het landschap en worden niet geheel afgeschermd. 2.2
Het plangebied en omgeving
Het plangebied aan de Semmelinksdijk 5 en 5x bevindt zich ten zuidoosten van de kern Slagharen en ten noordoosten van de kern Lutten. Het plangebied maakt deel uit van de lintbebouwing aan de Semmelinksdijk. Ten zuiden van het plangebied ligt op een grotere afstand het Attractiepark Slagharen. Verder, gelet op de ligging in het buitengebied van de gemeente Hardenberg, wordt de (wijdere) omgeving gekenmerkt door agrarische landbouwgronden, agrarische bedrijfspercelen en verspreid liggende woonerven. Het plangebied zelf bestaat in de huidige situatie uit twee aaneengesloten woonpercelen met daarop twee vrijstaande woningen met daarbij diverse bijgebouwen. Eén woning is gesitueerd aan voorzijde van het perceel. Achter deze woning staat de andere woning. Dit gebouw lijkt qua verschijning niet op een standaard woning, aangezien deze is voorzien van een plat dak met gemetselde muren. Qua uitstraling heeft het plangebied het karakter van een woonerf. In feite gaat het om twee kadastraal gesplitste percelen, die worden gescheiden door een haag. De woningen worden via twee afzonderlijke in- en uitritten ontsloten op de Semmelinksdijk. In afbeelding 2.1 is een luchtfoto van de huidige situatie ter plaatse van het plangebied opgenomen.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Semmelinksdijk 5 en 5a Lutten | PAGINA 7
Afbeelding 2.1: Luchtfoto van de huidige situatie ter plaatse van het plangebied (Bron: Atlas van Overijssel)
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Semmelinksdijk 5 en 5a Lutten | PAGINA 8
Hoofdstuk 3
3.1
Gewenste situatie
Ontwikkeling
Zoals in de voorgaande hoofdstukken reeds is omschreven bevinden zich in het plangebied twee reguliere burgerwoningen. Op basis van geldende bestemmingsplan "Buitengebied Hardenberg", vastgesteld op 2 december 2014, is slechts één woning toegestaan. In werkelijkheid zijn er al jaren twee woningen aanwezig. De planologische situatie is dus niet in overeenstemming met de feitelijke situatie. Het is gewenst om dit te herstellen waarbij de planologische situatie in overeenstemming wordt gebracht met de feitelijke situatie. Er is met de voorgenomen ontwikkeling geen sprake van bouw- en/of sloopwerkzaamheden. In afbeelding 3.1 is een gewenste ontwikkeling schematisch weergegeven. De woning met het platte dak is hierop met de rode omlijning weergegeven. Om de voorgenomen planologische wijziging te realiseren heeft de gemeente Hardenberg de voorwaarde gesteld dat het plangebied landschappelijk wordt ingepast. Hier wordt in paragraaf 3.2 verder op ingegaan.
Afbeelding 3.1: Gewenste ontwikkeling plangebied (Bron: De Erfontwikkelaar)
3.2
Landschappelijke inpassing
In voorliggend geval is door de Erfontwikkelaar een ruimtelijke kwaliteitsplan opgesteld om het plangebied landschappelijk in te passen. Hierna wordt ingegaan op deze landschappelijke inpassing. Voor het volledige ruimtelijke kwaliteitsplan wordt verwezen naar Bijlage 1 bij deze toelichting. 3.2.1
Uitgangspunten
Het erf aan de Semmelinksdijk staat direct aan de weg. Aangezien dit perceel aan de noordzijde wordt afgeschermd door hoge beplanting is het erf vanuit het landschap geen passende verschijning. Momenteel is het erf goed ingepast middels hagen en gebiedseigen bomen. Langs de weg staat een vitale buxushaag en aan de noordzijde staat een beukenhaag. Op het erf staan bomen (met name langs de randen). De verhouding groen met bebouwing is in balans.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Semmelinksdijk 5 en 5a Lutten | PAGINA 9
De uitgangspunten van de gemeente bij de landschappelijk inpassing bestaan uit: landschappelijk goed inpassen van het gehele erf; enkel gebruik streekeigen beplanting; aansluiten op de gebiedskenmerken van het essenlandschap zoals is omschreven in de LandschapsIdentiteitsKaarten. De uitgangspunten van de provincie zijn zien toe op het aansluiten van het erf op de gebiedskenmerken (essenlandschap) volgens de Omgevingsvisie Overijssel. 3.2.2
Landschappelijke inpassing plangebied
Vanuit de landschapsidentiteitskaarten is het gewenst om in het essen- en hoevenlandschap de landschappelijke inpassing van de erven te verbeteren. Dit wordt bereikt door het erf met structuurbepalend groen als bomen, landschappelijk goed in te passen. De erven langs de Semmelinksdijk komen sterk overeen met de omschreven karakteristiek. Over het algemeen verspreide bebouwing en half open erfensembles, al dan niet voorzien van enkele grote bomen, hagen of struweel.Richting de weg zijn de tuinen open en er is zicht op de bebouwing. De erven in het essenlandschap kennen een duidelijke cluster en worden veelal ontsloten door meerdere inritten. Op het erf zullen de bestaande inritten behouden blijven. Deze vormen een passende ontsluiting van het erf. De meest zuidelijke inrit is daarbij onderdanig en zal ‘groen’ uitgevoerd worden in de vorm van een karrespoor. Om het voorerf en het hoofdgebouw extra te accentueren blijft de wilde ligusterhaag rondom de voortuin behouden. Om de nieuw te bestemmen woning te verbinden met het voorerf wordt een meidoornhaag voorzien. Deze zal het erf op een passende wijze afschermen zonder dat de woning ‘verstopt’ wordt achter groen. Op het achteref wordt een houtsingel aangeplant om de eenheid van het erf te versterken. In de tuin is ruimte voor enkele grote solitaire bomen (Hollandse Linde/Hoogstam fruitbomen/Walnoot).
De gebouwen op het erf blijven in de omgeving deels zichtbaar. Dit is een kwaliteit van het landschap. De keuze voor de verharding moet in afstemming gemaakt worden met de materialisering van de architectuur. Verharding moet in een gedekte kleurstelling sober toegepast worden. Dit in afstemming met de kleurstelling van de gevels en overige materialisering van het woonhuis en de overige gebouwen. Schuttingen en hoge opgaande exoten moeten in het buitengebied voorkomen worden. In afbeelding 3.2 is een uitsnede van het bijbehorende erfinrichtingstekening weergegeven. Voor het volledige ruimtelijke kwaliteitsplan wordt verwezen naar Bijlage 1 bij deze toelichting.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Semmelinksdijk 5 en 5a Lutten | PAGINA 10
Afbeelding 3.2: Uitsnede erfinrichtingstekening(Bron: De Erfontwikkelaar)
3.3
Verkeer en parkeren
3.3.1
Algemeen
Bij het opstellen van bestemmingsplannen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling, evenals een eventuele toename van de verkeersgeneratie. Hiervoor worden de gemeentelijke 'Parkeernormennota Hardenberg' en de publicatie 'Toekomstbestendig parkeren, publicatie 381 (december 2018)' van het CROW aangehouden. In het kader van de voorgenomen ontwikkeling wordt uitgegaan van de volgende uitgangspunten: Stedelijke zone: buitengebied; Verstedelijkingsgraad: weinig stedelijk. 3.3.2
Parkeren
Met de voorgenomen ontwikkeling wordt binnen het plangebied planologisch gezien één woning toegevoegd. Parkeren ten behoeve van de woonfunctie vindt, overeenkomstig de huidige feitelijke situatie, plaats op eigen terrein. Op basis van de Parkeernormennota Hardenberg geldt voor een vrijstaande woning in het buitengebied een parkeerbehoefte 2,4 parkeerplaatsen. Het parkeren vindt plaats op eigen erf. Gelet op de omvang van het perceel en gezien de beoogde inrichting zoals weergegeven in afbeelding 3.2 wordt gesteld dat in deze behoefte kan worden voorzien.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Semmelinksdijk 5 en 5a Lutten | PAGINA 11
3.3.3
Verkeersgeneratie
Gelet op de vorenstaande uitgangspunten geldt voor een vrijstaande woning in het buitengebied een verkeergeneratie van 8,2 verkeersbewegingen per weekdagetmaal. In de toekomstige situatie wordt gebruik gemaakt van de bestaande in- en uitrit, die op een veilige en overzichtelijke wijze is ontsloten op de Semmelinksdijk. Het omliggende wegennet is daarnaast van voldoende omvang om deze, in feite al bestaande, verkeersgeneratie van de toe te voegen woning afdoende te kunnen afwikkelen. Geconcludeerd wordt dat het aspect verkeer en parkeren geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Semmelinksdijk 5 en 5a Lutten | PAGINA 12
Hoofdstuk 4
Beleidskader
Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven. 4.1
Rijksbeleid
4.1.1
Nationale omgevingsvisie (NOVI)
4.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 4.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut.
Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3. Sterke en gezonde steden en regio's Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw.
Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zet het Rijk in op ontwikkeling van de karakteristieke
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Semmelinksdijk 5 en 5a Lutten | PAGINA 13
eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan. 4.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van toekomstige generaties.
4.1.1.4 Toetsing aan de NOVI In voorliggend geval betreft een project waarbij geen nationale belangen in het geding zijn en er is geen sprake van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI. Bij het uitwerken van het plan zijn de kenmerken en identiteit van het gebied centraal gesteld. Geconcludeerd wordt dat de NOVI geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan opgenomen ontwikkeling. 4.1.2
Ladder voor duurzame verstedelijking
4.1.2.1 Algemeen In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen 'bestaand stedelijk gebied' en 'stedelijke ontwikkeling'. In het Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'.
stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.' 4.1.2.2 Toetsing aan de Ladder Wat betreft de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' wordt opgemerkt dat deze van toepassing is bij 'nieuwe stedelijke ontwikkelingen' (3.1.6 Bro). Er zijn inmiddels meerdere gerechtelijke uitspraken geweest over deze begripsdefinitie. Voor het realiseren van woningen is de uitspraak ABRvS 16 september 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2921 van toepassing. Uit deze uitspraak blijkt dat het realiseren van 11 woningen niet wordt gezien als stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i Bro. In voorliggend geval is de ladder voor duurzame verstedelijking dan ook niet van toepassing aangezien sprake is van de toevoeging van slechts één nieuwe woning. Geconcludeerd wordt dat er geen sprake is van strijd met het rijksbeleid.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Semmelinksdijk 5 en 5a Lutten | PAGINA 14
4.1.3
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)
4.1.3.1 Algemeen De borging van de uitspraken uit de SVIR heeft in juridische zin plaatsgevonden in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Deze is op 30 december 2011 in werking getreden. In het Barro zijn de verschillende nationale belangen vastgelegd die doorwerking moeten krijgen bij lagere overheden. Het gaat om de volgende nationale belangen: rijksvaarwegen, project Mainportontwikkeling Rotterdam, kustfundament, grote rivieren, Waddenzee en waddengebied, defensie, Ecologische Hoofdstructuur, erfgoederen van universele waarden, hoofdwegen en hoofdspoorwegen, elektriciteitsvoorziening, buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen, primaire waterkeringen buiten het kustfundament en het IJsselmeergebied. 4.1.3.2 Toetsing aan het Barro Wat betreft de het 'Besluit algemene regels ruimtelijke ordening'. In artikel 2.6.10 van het Barro is opgenomen: Artikel 2.6.10. (beperkingen in verband met militaire laagvliegroutes jacht- en transportvliegtuigen): Bij de eerstvolgende herziening van een bestemmingsplan dat betrekking heeft op een laagvliegroute voor jacht- en transportvliegtuigen worden geen bestemmingen opgenomen die het oprichten van bouwwerken met een hoogte van meer dan 40 meter te meten vanaf het maaiveld mogelijk maken.
In voorliggend geval ligt het plangebied binnen de begrenzing van militaire laagvliegroutes voor jacht- en transportvliegtuigen. In voorliggend bestemmingsplan worden geen bestemmingen opgenomen die het oprichten van bouwwerken met een hoogte van meer dan 40 meter te meten vanaf het maaiveld mogelijk maken. 4.1.4
Conclusie toetsing van het initiatief aan het rijksbeleid
Geconcludeerd wordt dat er geen sprake is van strijd met het rijksbeleid. 4.2
Provinciaal beleid
Het provinciaal beleid is verwoord in tal van plannen. Het belangrijkste plan betreft de Omgevingsvisie Overijssel en de daarbij behorende Omgevingsvisie Overijssel. 4.2.1
Omgevingsvisie Overijssel
De omgevingsvisie is het centrale provinciale beleidsplan voor het fysieke beleidsplan voor het fysieke leefmilieu in Overijssel. De opgaven en kansen waar de provincie Overijssel voor staat, zijn vertaald in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema's. De hoofdambitie van de Omgevingsvisie is een toekomstvaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden. Enkele centrale ambities van de provincie: goed en plezierig wonen, nu en in de toekomst door een passend en flexibel aanbod van woonmilieus (typen woningen en woonomgeving) die voorzien in de vraag (kwantitatief en kwalitatief); versterken complementariteit van bruisende steden en vitaal platteland als ruimtelijke, cultureel, sociaal en economisch samenhangend geheel. Dit door behoud en versterking van leefbaarheid en diversiteit van het landelijk gebied, stedelijke netwerken versterken, behoud en versterken van cultureel erfgoed als drager van identiteit; veilig, gezond en schoon kunnen wonen, werken, recreëren en reizen door te zorgen voor waterveiligheid, externe veiligheid en verkeersveiligheid; investeren in een hoofdinfrastructuur voor wegverkeer, trein, fiets en waarbij veiligheid en doorstroming centraal staan.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Semmelinksdijk 5 en 5a Lutten | PAGINA 15
4.2.2
Omgevingsverordening Overijssel
De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. Er wordt nadrukkelijk gestuurd op ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid. Uitgangspunt is dat verstedelijking en economische activiteiten gebundeld worden ten behoeve van een optimale benutting van bestaand bebouwd gebied. 4.2.3
Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel
Om te bepalen of een initiatief bijdraagt aan de ambities van de provincie Overijssel, wordt het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel gebruikt. In dit uitvoeringsmodel staan de volgende stappen centraal: 1. Of – generieke beleidskeuzes 2. Waar – ontwikkelingsperspectieven 3. Hoe – gebiedskenmerken Bij een initiatief voor bijvoorbeeld woningbouw, een nieuwe bedrijfslocatie, toeristisch-recreatieve voorzieningen, natuurontwikkeling, etcetera kun je aan de hand van deze drie stappen bepalen of een initiatief binnen de geschetste visie voor Overijssel mogelijk is, waar het past en hoe het uitgevoerd kan worden. De eerste stap, het bepalen van de of-vraag, lijkt in strijd met de wens zoveel mogelijk ruimte te willen geven aan nieuwe initiatieven. Met het faciliteren van initiatieven moet echter wel gekeken worden naar de (wettelijke) verantwoordelijkheden zoals veiligheid of gezondheid. Het uitvoeringsmodel maakt helder wat kan en wat niet kan. Om een goed evenwicht te vinden tussen het bieden van ruimte aan initiatieven en het waarborgen van publieke belangen, varieert de provinciale sturing: soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend. In afbeelding 4.1 is het Uitvoeringsmodel weergegeven.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Semmelinksdijk 5 en 5a Lutten | PAGINA 16
Afbeelding 4.1: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel) 4.2.3.1 Of- generieke beleidskeuzes Maatschappelijke opgaven zijn leidend in het handelen. Allereerst is het dan ook de vraag of er een maatschappelijke opgave is. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidskeuzes van EU, Rijk of provincie. Denk hierbij aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon drinkwater en droge voeten te garanderen. Maar ook aan beleidskeuzes om overaanbod van bijvoorbeeld woningbouw- en kantorenlocaties – en daarmee grote financiële en maatschappelijke kosten – te voorkomen. In de omgevingsvisie zijn de provinciale beleidskeuzes hieromtrent vastgelegd. De generieke beleidskeuzes zijn vaak normstellend. Dit betekent dat ze opgevolgd moeten worden: het zijn randvoorwaarden waarmee iedereen rekening moet houden vanwege zwaarwegende publieke belangen. De normstellende beleidskeuzes zijn vastgelegd in de omgevingsverordening. 4.2.3.2 Waar- ontwikkelingsperspectieven Na het beantwoorden van de of-vraag, is de vraag waar het initiatief past of ontwikkeld kan worden. In de omgevingsvisie op de toekomst van Overijssel onderscheid de provincie zes ontwikkelingsperspectieven. Deze ontwikkelingsperspectieven schetsen een ruimtelijk perspectief voor een combinatie van functies en geven aan welke beleids- en kwaliteitsambities leidend zijn.
De ontwikkelingsperspectieven geven zo richting aan waar wat ontwikkeld zou kunnen worden. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend. Dit betekent dat er ruimte is voor lokale afweging: een gemeente kan vanwege maatschappelijke en/of sociaal-economische redenen in haar Omgevingsvisie en bestemmings- of omgevingsplan een andere invulling kiezen. Die dient dan wel te passen binnen de – voor dat ontwikkelingsperspectief – geldende kwaliteitsambities. Daarbij dienen de nieuwe ontwikkelingen verbonden te worden met de bestaande kenmerken van het gebied, conform de Catalogus Gebiedskenmerken (de derde stap in het uitvoeringsmodel). Naast ruimte voor een lokale afweging ten aanzien van functies en ruimtegebruik, is er ruimte voor een lokale invulling van de begrenzing: de grenzen van de ontwikkelingsperspectieven zijn signaleringsgrenzen.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Semmelinksdijk 5 en 5a Lutten | PAGINA 17
4.2.3.3 Hoe- gebiedskenmerken Ten slotte is de vraag hoe het initiatief ingepast kan worden in het landschap. De gebiedskenmerken spelen een belangrijke rol bij deze vraag. Onder gebiedskenmerken worden verstaan de ruimtelijke kenmerken van een gebied of gebiedstype die bepalend zijn voor de karakteristiek en kwaliteit van dat gebied of gebiedstype. Voor alle gebiedstypen in Overijssel is in de Catalogus Gebiedskenmerken beschreven welke kwaliteiten en kenmerken van provinciaal zijn en behouden, versterkt of ontwikkeld moeten worden. De gebiedskenmerken zijn soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend. Voor de normerende uitspraken geldt dat deze opgevolgd dienen te worden; ze zijn dan ook in de omgevingsverordening geregeld. De richtinggevende uitspraken zijn randvoorwaarden waarmee in principe rekening gehouden moet worden. Hier kan gemotiveerd van worden afgeweken mits aannemelijk is gemaakt dat met het alternatief de kwaliteitsambities even goed of zelfs beter gerealiseerd kunnen worden. De inspirerende uitspraken bieden een wenkend perspectief: het zijn voorbeelden van de wijze waarop ruimtelijke kwaliteitsambities ingevuld kunnen worden. Initiatiefnemers kunnen zich hierdoor laten inspireren, maar dit hoeft niet.
4.2.3.4 Toetsing van het initiatief aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. 4.2.3.4.1 Of - generieke beleidskeuzes Bij de afwegingen in de eerste fase 'Of – generieke beleidskeuzes' zijn artikel 2.1.3 (Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik), artikel 2.1.5 (Ruimtelijke kwaliteit), artikel 2.1.6 lid 1 (Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving) en artikel 2.2.2 (Realisatie nieuwe woningen) uit de Omgevingsverordening Overijssel van belang. Hierna wordt nader op de artikelen ingegaan. Artikel 2.1.3: Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik 1. Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de Groene Omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt. dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.3 Door het slopen van landschapsontsierende bebouwing en het landschappelijke inpassen van het plangebied neemt de ruimtelijke kwaliteit van buitengebied toe.
Per saldo is geen sprake van extra ruimtebeslag door bouwen en verharden op de groene omgeving, maar juist een afname. Samenvattend wordt geconcludeerd dat in voldoende mate rekening is gehouden met het gestelde in artikel 2.1.3. Artikel 2.1.5: Ruimtelijke kwaliteit (leden 1, 2, 3 en 5) Lid 1: In de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. Lid 2: In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan het Uitvoeringsmodel (OF-, WAAR- en HOE-benadering) die in de Omgevingsvisie Overijssel is neergelegd. Lid 3: In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt gemotiveerd dat de nieuwe ontwikkeling past binnen het ontwikkelingsperspectief die in de Omgevingsvisie Overijssel voor het gebied is neergelegd. Lid 5: In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan de vier-lagenbenadering die onderdeel uitmaakt van het Uitvoeringsmodel en op welke wijze de Catalogus Gebiedskenmerken is gebruikt bij de ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.5
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Semmelinksdijk 5 en 5a Lutten | PAGINA 18
Zoals blijkt uit de beschrijving in hoofdstuk 3 wordt het plangebied landschappelijk ingepast conform de ter plaatse geldende gebiedskenmerken. De beplantingskeuze en de locatie van de aanplant is mede gebaseerd op de geldende gebiedskenmerken, één en ander blijkt onder meer uit paragraaf 3.2 en Bijlage 1. Gezien het vorenstaande wordt geconcludeerd dat de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling in overeenstemming is met artikel 2.1.5, lid 1. Voor de toetsing aan de overige leden wordt verwezen naar subparagraaf 4.2.3.2 en subparagraaf 4.2.3.3. Artikel 2.2.2: Realisatie nieuwe woningen (lid 1) Bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder c van de Wabo, voorzien uitsluitend in de mogelijkheid tot het realiseren van nieuwe woningen als de behoefte daaraan is aangetoond door middel van actueel onderzoek woningbouw. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.2.2 Voorliggende ontwikkeling heeft betrekking op het planologisch toestaan van de bestaande woning. Deze woning is reeds jaren aanwezig in het plangebied en is al die tijd bewoond. De (lokale) behoefte naar deze woning is dan ook reeds kenbaar. De ontwikkeling is dan ook in overeenstemming te achten met artikel 2.2.2 uit de Omgevingsverordening Overijssel.
Bij de overige afwegingen in de eerste fase 'Of - generieke beleidskeuzes' zijn er verder geen aspecten die bijzondere aandacht verdienen. 4.2.3.4.2 Waar - ontwikkelingsperspectieven Het plangebied behoort tot het ontwikkelingsperspectief 'Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap'. In afbeelding 4.2 is een uitsnede van de perspectievenkaart behorende bij de Omgevingsvisie opgenomen. Het plangebied is met de rode stippellijn aangeduid.
Afbeelding 4.2: Uitsnede ontwikkelingsperspectievenkaart Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel) "Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap" Van de ruimtelijke kwaliteitsambities staat in dit ontwikkelingsperspectief de ambitie Voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen voorop. Daarnaast gelden – net als voor alle andere ontwikkelingsperspectieven – de ruimtelijke kwaliteitsambities: zichtbaar en beleefbaar mooi landschap; sterke ruimtelijke identiteiten als merken voor Overijssel; continu en beleefbaar watersysteem. Initiatieven binnen het ontwikkelingsperspectief mogen de ontwikkelingsmogelijkheden voor landbouw in principe niet beperken en dienen aan te sluiten bij de bestaande bebouwing,
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Semmelinksdijk 5 en 5a Lutten | PAGINA 19
weginfrastructuur en openbaar vervoer (ov)-routes. Het waterbeheer richt zich op optimale condities voor de landbouw, rekening houdend met specifieke omstandigheden en de grenzen aan de mogelijkheden van het waterbeheer (onder andere door de klimaatverandering). Toetsing van het initiatief aan het Ontwikkelingsperspectief Het karakter van het buitengebied van de gemeente Hardenberg, met een menging van meerdere functies, waarbij de functie 'agrarisch' niet de hoofdfunctie is, maakt dat een nuancering ter zake van de begrenzing van het ontwikkelingsperspectief noodzakelijk is. De ontwikkelingsperspectieven zijn dan ook niet normstellend maar richtinggevend. Afwijkingen van de ontwikkelingsperspectieven zijn mogelijk, mits de ruimtelijke kwaliteit conform de gebiedskenmerken wordt versterkt en er voor de beoogde ontwikkeling geen sprake is van een m.e.r-plicht. In voorliggend geval is sprake van het planologisch toestaan van een woning op een bestaand woonperceel. Bovendien wordt het plangebied landschappelijk ingepast. Geconcludeerd wordt dat het voornemen in overeenstemming is met het ter plekke geldende ontwikkelingsperspectief.
4.2.3.4.3 Hoe - gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch-cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Hierna wordt per laag de van toepassing zijnde gebiedskenmerk genoemd. De 'Stedelijke laag' wordt in dit geval buiten beschouwing gelaten, omdat er in of aangrenzend aan het plangebied geen relevante specifieke eigenschappen voor deze laag gelden. De 'laag van beleving' wordt in dit geval eveneens buiten beschouwing gelaten. Er is geen sprake van het fysiek toevoegen van woningen of natuurlijk kunstlicht. Hierna wordt ingegaan op de relevante kenmerken ter plaatse van het plangebied. 1. De 'Natuurlijke laag' Overijssel bestaat uit een rijk en gevarieerd spectrum aan natuurlijke landschappen. Deze vormen de basis voor het gehele grondgebied van Overijssel. Het beter afstemmen van ruimtelijke ontwikkelingen op de natuurlijke laag kan ervoor zorgen dat de natuurlijke kwaliteiten van de provincie weer mede beeldbepalend worden. Ook in steden en dorpen bij voorbeeld in nieuwe waterrijke woonmilieus en nieuwe natuur in stad en dorp. Het plangebied is op de gebiedskenmerkenkaart de 'Natuurlijke laag' aangeduid met het gebiedstype 'Stuwwallen'. In afbeelding 4.3 is dat aangegeven.
Afbeelding 4.3: Natuurlijke laag (Bron: Provincie Overijssel) “Stuwwallen” De stuwwallen zijn tijdens de ijstijd opgestuwde aardlagen. Door de vaak grote hoogteverschillen zijn ze nu nog steeds goed zichtbaar. Op een aantal plekken zijn de
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Semmelinksdijk 5 en 5a Lutten | PAGINA 20
ruggen al van verre zichtbaar; bovenop staand bieden ze spectaculaire zichten over de provincie. De ambitie is het eigen karakter van de afzonderlijke stuwwalen te behouden en versterken. De inzet is het reliëf daarbij ruimtelijk beeldbepalend te laten zijn. Door bijvoorbeeld de overgangen naar andere landschappen te accenturen en door de zichten erop én er vanaf te versterken Toetsing van het initiatief aan de "Natuurlijke laag" De gronden in het plangebied zijn ingericht als een woonperceel. De van oorsprong voorkomende 'Natuurlijke laag' is daardoor niet of nauwelijks meer aanwezig. De aard en omvang van dit plan is van een beperkte omvang. Het gaat om hoofdzakelijk een functionele wijziging zonder sloop- en bouwwerkzaamheden. Met de landschapsmaatregelen wordt ingezet op beplanting die past bij de natuurlijke ondergrond. De ontwikkeling is in overstemming met het gestelde in de 'Natuurlijke laag' 2. De 'Laag van het agrarische cultuurlandschap' In de 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap' gaat het er altijd om dat de mens inspeelt op de natuurlijke omstandigheden en die ten nutte maakt. Hierbij hebben nooit ideeën over schoonheid een rol gespeeld. Wel zijn we ze in de loop van de tijd gaan waarderen om hun ruimtelijke kwaliteiten. Vooral herkenbaarheid, contrast en afwisseling worden gewaardeerd.
De ambitie is gericht op het voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen door óf versterking óf behoud óf ontwikkeling of een combinatie hiervan. Het plangebied is op de gebiedskenmerkenkaart in het “Oude hoevenlandschap”. In afbeelding 4.4 is dat aangegeven.
Afbeelding 4.4: Laag van het agrarisch cultuurlandschap (Bron: Provincie Overijssel) "Oude hoevenlandschap" Landschap met verspreide erven. Het werd ontwikkeld nadat de complexen met de grote essen ‘bezet’ waren en een volgende generatie boeren nieuwe ontwikkelingsruimte zocht. Die vonden ze bij kleine dekzandkopjes die individueel werden ontgonnen. Dit leidde tot een landschap dat dezelfde opbouw kent als het essenlandschap, alleen in een meer kleinschalige, meer individuele en jongere variant. Deze kleinere maat en schaal is tevens de reflectie van de natuurlijke ondergrond. Essenlandschap in het klein met samenhangend systeem van es/kamp, erf op de flank, natte laagtes en – voormalige – heidevelden. Ordening vanuit de erven, die de ‘organische’ vormen van landschap volgt. Spinragstructuur vanuit de erven naar de omliggende gronden en tussen de erven. De ambitie is het kleinschalige, afwisselende oude hoevenlandschap vanuit de verspreid liggende erven een ontwikkelingsimpuls te geven. Deze erven bieden veel ruimte voor landbouw, wonen, werken, recreatie, mits er wordt voortgebouwd aan kenmerkende
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Semmelinksdijk 5 en 5a Lutten | PAGINA 21
structuren van het landschap: de open esjes, de routes over de erven, de erf- en landschapsbeplantingen. Binnen deze structuren zijn er vol op mogelijkheden om een functioneel grootschalige landbouw in een kleinschalig landschap te ontwikkelen. Toetsing van het initiatief aan de “Laag van het agrarisch cultuurlandschap” In voorliggend geval is een ruimtelijk kwaliteitsplan opgesteld om zodoende tot een gedegen landschappelijke inpassing te komen. Hierin is onder andere het aanbrengen van erfbeplanting rekening gehouden met de landschappelijke kenmerken van de omgeving en van het oude hoevenlandschap. Zo worden langs de grens van het erf bomen geplant, waarmee de rechtlijnigheid van het landschap wordt versterkt. Tevens wordt hiermee bijgedragen aan het creëren van een contrast van enig groen op de erven en het meer opener landschap daarachter. Voor de maatregelen wordt verwezen naar paragraaf 3.2, waarin een uitgebreide toelichting wordt gegeven. Op deze plek wordt kortheidshalve geconcludeerd dat de ontwikkeling in overeenstemming met het gestelde in de "Laag van het agrarisch cultuurlandschap" is 4.2.4
Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid
Geconcludeerd kan worden dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten ruimtelijke ontwikkeling in overeenstemming is met het provinciaal ruimtelijk beleid. 4.3
Gemeentelijk beleid
4.3.1
Visienota Buitengebied Hardenberg
4.3.1.1 Algemeen De gemeente Hardenberg heeft de hoofdlijnen van het nieuwe ruimtelijke beleid voor het totale buitengebied van de gemeente Hardenberg geformuleerd in de 'Visienota Buitengebied Gemeente Hardenberg'. De nota richt zich vooral op de realisatie van ruimtelijke kwaliteiten in het buitengebied. De ruimtelijke visie zoals vastgelegd in de visienota heeft de basis gevormd voor de bestemmingsplannen “Buitengebied Hardenberg, Reestdal en Bergentheim-Zuid” en “Buitengebied Hardenberg”. De hoofddoelen van het ruimtelijk beleid zoals verwoord in de 'Visienota Buitengebied' zijn: Op een duurzame en efficiënte wijze ruimte scheppen voor de verschillende ruimtevragende functies; Het vergroten van de leefbaarheid van het platteland; Het vergroten van de ruimtelijke kwaliteit. Deze hoofddoelen zijn in de visienota als volgt vertaald: 1. een thematische benadering van het buitengebied (8 thema's); 2. een gebiedsgerichte benadering van het buitengebied; 3. uitgangspunt hierbij: de landschapstypen en de visuele landschapskenmerken; 4. een ontwikkelingsgerichte wijze van bestemmen. 4.3.1.2 Thematische benadering - visie De visie voor de 8 thema's wordt hierna weergegeven, in dit geval is voor het thema 'wonen' van belang. Wonen Voor wat betreft de functie 'Wonen' heeft de gemeente haar gemeentelijke beleid verwoord in een aantal uitgangspunten/doelstellingen, te weten: 1.
behoud van een gevarieerd woningaanbod in het buitengebied zowel, qua inhoud van de woningen als qua verschijningsvorm; 2. de afstemming van de maximale inhoudsmaat van woningen in het buitengebied op de gebiedskenmerken; 3. het bieden van ruime mogelijkheden voor inwoning; 4. het bieden van de mogelijkheid om aan vrijgekomen agrarische bedrijfsgebouwen een woonfunctie toe te kennen; waarbij ruimere mogelijkheden gelden naarmate meer
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Semmelinksdijk 5 en 5a Lutten | PAGINA 22
oppervlakte aan landschapsontsierende bedrijfsgebouwen worden afgebroken; 5. het tegengaan van permanente bewoning van recreatiewoningen; 6. het bieden van ruimte voor opvulling van open gaten in bebouwingslinten met woningbouw of kleinschalige bedrijvigheid. De gemeente sluit een toename van woningfunctie in het buitengebied niet uit. Wel wordt uitgegaan van optimale benutting van de bestaande bebouwing. Wonen in het buitengebied wordt niet meer gezien als een ongewenste functie maar als een waardevol bestandsdeel van het totale woningaanbod van de gemeente. De gemeente streeft dan ook naar het in stand houden van een gevarieerd aanbod van woonmilieus. In de gebieden die worden aangewezen als landouwontwikkelingsgebied wordt zeer terughoudend omgesprongen met een toename van de woonfunctie. Het opnieuw opnemen van een woonfunctie mag geen belemmeringen opleveren voor bestaande functionerende agrarische bedrijven. 4.3.1.3 Gebiedsgerichte benadering - Collendoorn, Gramsbergen-Zuid, Radewijk Voor dit gebied geldt als landschapstype; Essen- en kampenlandschap. De ontwikkelingsrichting voor dit gebied betreft 'gemengd gebied'. Verschillende functies zoals wonen, (verbrede) landbouw en economie (bedrijven) kunnen zich hier vestigen. In afbeelding 4.3 is een uitsnede van de visiekaart weergegeven. De ligging van het plangebied is aangegeven met een blauwe ster.
Afbeelding 4.5: Uitsnede visiekaart Visienota Buitengebied (Bron: Gemeente Hardenberg) 4.3.1.4 Toetsing van het initiatief aan de Visienota Buitengebied Hardenberg De in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling gaat uit van het planologisch toestaan van een tweede woning in het plangebied. De locatie ligt in het deelgebied Collendoorn, Gramsbergen-Zuid en Radewijk, een gebied dat is aangemerkt als gemengd gebied. In gemengde gebieden wordt ruimte geboden aan meer functies (waaronder wonen) naast agrarische functies. Het initiatief sluit hier op aan en vormt geen extra belemmering voor de bedrijfsvoering van omliggende agrarische bedrijven. Geconcludeerd wordt dat de ontwikkeling in overeenstemming is met de Visienota Buitengebied.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Semmelinksdijk 5 en 5a Lutten | PAGINA 23
4.3.2 LIK (Landschap Identiteit Kaart) en Ontwikkelingsvisie Slagharen, De Krim en (Oud) Lutten 4.3.2.1 Inleiding De gemeente heeft voor het gebied een Landschap-Identiteit-Kaart (LIK) gemaakt. In de LIK wordt de identiteit van het gebied bepaald zoals de specifieke kenmerken en kwaliteiten. Op deze wijze wil de gemeente de ruimtelijke kwaliteit van het gebied versterken. Het plangebied ligt in het 'Essen- en hoevenlandschap'. Dit is in afbeelding 4.6 weergegeven. Het plangebied is met de groene ster aangegeven.
Afbeelding 4.6: Uitsnede LIK (Bron: Gemeente Hardenberg 4.3.2.2 Methodiek LIK's De gemeente Hardenberg wil regie voeren op de ontwikkeling van het landelijk gebied. Daarbij wil de gemeente een meer richtinggevende rol gaan innemen, gericht op het versterken van de ruimtelijke kwaliteit. Ruimtelijke kwaliteit is echter een breed begrip, dat deels subjectief van aard is. In de Visienota Buitengebied is dit gedefinieerd als “eigen identiteit”. De identiteit van het gebied komt voort uit de ontstaansgeschiedenis en de daarmee samenhangende landschapstypen. In de LIK is daarom een onderscheid gemaakt tussen de verschillende landschapstypen die in het gebied voorkomen. Deze landschapstypen zijn op een overzichtskaart opgenomen (zie afbeelding 4.5). Vervolgens is voor het gebied een schema opgesteld, waarin een overzicht is opgenomen van de aanwezige waardevolle en storende kenmerken. Ook zijn de kansen of juist bedreigingen voor deze kenmerken omschreven. De schema's ten aanzien van de landschapstypen zijn opgenomen in het volledige LIK. 4.3.2.3 Ontwikkelingsvisie Slagharen, De Krim en Oud Lutten Na het opstellen van de LIK's is een visie (wensbeeld) op de toekomstige ontwikkelingen gegeven. Hierbij is rekening gehouden met de gebiedskenmerken en kwaliteiten uit de LIK's en het geldende beleid van rijk, provincie, waterschap en het gemeentelijke beleid.
Na het opstellen van de LIK's is een visie (wensbeeld) op de toekomstige ontwikkelingen gegeven. Hierbij is rekening gehouden met de gebiedskenmerken en kwaliteiten uit de LIK's en het geldende beleid van het rijk, provincie, waterschap en eigen gemeentelijk beleid. De ontwikkelingsvisie voor het 'Essen- en hoevenlandschap' binnen deelgebied 'Slagharen, De Krim en (Oud) Lutten' gaat in op de volgende punten die voor dit plan relevant kunnen zijn: Huidige ruimtelijke kwaliteiten Grote en onregelmatige verkaveling van de essen;
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Semmelinksdijk 5 en 5a Lutten | PAGINA 24
Open ruimten en reliëf Lutteres en Holthoneresch, massa geclusterd op erven en perceelgrenzen; Agrarische erven aan de rand van de es (Oud-Lutten, Holthoneresch) of verspreid (Keuterhoek); Verspreide erven Landgoed Groote Scheere, losse strooiing gebouwen op erf, achterkant naar de weg; Kronkelig wegenpatroon; Houtwallen bij Groote Scheere, wegbeplanting, bosjes rondom Holthoneresch Ontwikkelingsvisie Faciliteren van bestaande functies; Ontwikkeling agrarisch grondgebruik: verbreding en specialisatie van bestaande bedrijven, bij bedrijfsbeëindiging mogelijkheden hergebruik VAB voor nieuwe kleinschalige bedrijvigheid en kleinschalige dag- en verblijfsrecreatieve voorzieningen; Minimaal behoud van de biodiversiteit en, als dit niet ter plekke kan, het werken met natuurcompensatie in de overige gebieden. 4.3.2.4 Toetsing van het initiatief aan het LIK Onderhavige ontwikkeling betreft een het planologisch toestaan van een tweede woning in het plangebied, waarbij het geheel landschappelijk wordt ingepast. Dit past binnen de ontwikkelingsvisie van de gemeente voor het 'Besloten veenontginningslandschap'. Daarnaast is voor de onderhavige ontwikkeling een ruimtelijk kwaliteitsplan opgesteld. Door het treffen van landschapsmaatregelen voorziet het voornemen in een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit.
Om aan te sluiten bij de gebiedskenmerken worden langs de grens van het erf bomen geplant, waarmee de rechtlijnigheid van het landschap wordt versterkt. Op deze plaats wordt daarom geconcludeerd dat het plan voldoet aan de uitgangspunten van de Ontwikkelingsvisie Slagharen, De Krim en (Oud) Lutten. 4.3.3
Conclusie toetsing aan het gemeentelijk beleid
Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met de uitgangspunten uit het gemeentelijk beleid.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Semmelinksdijk 5 en 5a Lutten | PAGINA 25
Hoofdstuk 5
Milieu- en omgevingsaspecten
Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden de resultaten van het onderzoek naar de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreft de thema's geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, geur, ecologie, archeologie & cultuurhistorie en Besluit milieueffectrapportage.
5.1
Geluid
5.1.1
Algemeen
De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan of het nemen van een omgevingsvergunning indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Het akoestisch onderzoek moet uitwijzen of de wettelijke voorkeurswaarde bij geluidgevoelige objecten wordt overschreden en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om aan de voorkeurswaarde te voldoen. 5.1.2
Situatie plangebied
In dit geval wordt planologisch gezien een geluidsgevoelig object toegevoegd, namelijk de woning. Hierna wordt achtereenvolgens op de aspecten wegverkeers-, railverkeers- en industrielawaai ingegaan. 5.1.2.1 Wegverkeerslawaai In artikel 74.1 van de Wgh is aangegeven dat wegen aan weerszijden van de weg een wettelijke geluidszone hebben. In artikel 74 van de Wgh is aangegeven dat wegen aan weerszijden van de weg een wettelijke geluidszone hebben waarvan de grootte afhankelijk is van het aantal rijstroken en van de ligging van het plangebied binnen stedelijk gebied of buitenstedelijk gebied. De dichtstbijzijnde wegen met een wettelijke geluidszone betreffen de Semmelinksdijk en de Keienweg. Deze wegen hebben een wettelijke geluidszone van 250 meter. De afstand van deze wegen tot de toe te voegen woning bedraagt respectievelijk circa 25 meter en 135 meter. Daarmee valt de woning binnen de geluidszone van deze wegen. De Semmelinksdijk en de Keienweg betreffen wegen die voornamelijk wordt gebruikt voor bestemmingsverkeer. Het zijn geen reguliere doorgaande wegen waar veel verkeer langs rijdt. Gelet op het vorenstaande kan er vanuit worden gegaan dat ter plaatse van de woning wordt voldaan aan de voorkeurswaarde van 48 dB en er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Het aspect wegverkeerslawaai vormt geen belemmering voor de gewenste ontwikkeling.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Semmelinksdijk 5 en 5a Lutten | PAGINA 26
5.1.2.2 Railverkeerslawaai Het plangebied bevindt zich niet in de nabijheid van een spoorlijn. Het aspect railverkeerslawaai vormt geen belemmering voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling. 5.1.2.3 Industrielawaai Het plangebied ligt niet in of nabij een zone van een gezoneerd industrieterrein. Daarom wordt niet nader op het aspect industrielawaai ingegaan. In paragraaf 5.5 wordt nader ingegaan op de in de omgeving aanwezige (individuele) bedrijvigheid. 5.1.3
Conclusie
Geconcludeerd wordt dat, wanneer ontheffing wordt verleend voor een hogere waarde voor industrielawaai, de Wet geluidhinder geen belemmering vormt voor het plan. 5.2
Bodemkwaliteit
5.2.1
Algemeen
Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient doorgaans een bodemonderzoek te worden verricht conform de richtlijnen NEN 5740. Op basis van de Woningwet, de Wabo en bijbehorende regelgeving gelden de volgende uitzonderingen voor de bodemonderzoekplicht: 1. als het gaat om bouwwerken die de grond niet raken of het bestaande, niet wederrechtelijke gebruik wordt gehandhaafd; 2. als het gaat om het bouwen van bouwwerken waarin niet (nagenoeg) voortdurend mensen zullen verblijven (Woningwet, artikel 8, derde lid). Hierbij wordt een verblijftijd van minder als 2 uur gehanteerd; 3. als B&W vrijstelling verlenen omdat er al voldoende gegevens met betrekking tot de bodemkwaliteit bekend zijn, bijvoorbeeld op basis van een reeds eerder uitgevoerd bodemonderzoek (maximaal 5 jaar oud en waarbij het gebruik sindsdien niet is gewijzigd). 5.2.2
Situatie plangebied
In dit geval is punt 1 van toepassing. Het ‘niet wederrechtelijke gebruik’ wordt in dit geval gehandhaafd. Het plangebied is reeds voorzien van een woonbestemming. In feite is het dan ook reeds toegestaan om in het hele plangebied een woning op te richten en te bewonen. Er mag worden uitgegaan dat de bodemkwaliteit ter plaatse geschikt is voor het wonen. Een bodemonderzoek is niet noodzakelijk. 5.2.3
Conclusie
Het aspect bodemkwaliteit vormt geen belemmering voor de uitvoering van dit bestemmingsplan. 5.3
Luchtkwaliteit
5.3.1
Algemeen
Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese Unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Deze wetgeving staat ook bekend als de Wet luchtkwaliteit. In de Wet luchtkwaliteit staan ondermeer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen: Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen);
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Semmelinksdijk 5 en 5a Lutten | PAGINA 27
Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen); 5.3.1.1 Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip “niet in betekenende mate” is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Enkele voorbeelden zijn: woningen: 1500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m2 bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg. Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden. 5.3.1.2 Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen.